Toets Statio 2 ( /25) I vocabularium ( /5)



Dovnload 22.39 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte22.39 Kb.
Toets - Statio 2 (____/25)

I Vocabularium (____/5)
1 Vertaal de zin. Geef daarna van elk onderstreept woord het grondwoord en het paspoort. (____/3)
Mulieres sedem post arborem ponunt. (post arborem = achter de boom)
De vrouwen plaatsen de zetel achter de boom.





Grondwoord

Paspoort

mulieres

mulier

mulieris, v.

sedem

sedes

sedis, v.

ponunt

ponere

pono

2 Welke Latijnse woorden herken je in deze woorden? (____/2)


 consumeren sumere
 oraal os


II Grammatica (____/12)
1 Leg uit. (____/0,5)
De stam (van een woord) het onveranderlijke gedeelte

2 Schrap wat niet past. (____/0,5)


De functie van het lijdend voorwerp wordt in het Latijn uitgedrukt door de
verbuigingsvorm van de nominatief / accusatief / datief.

3 Onderstreep de zin die een gezegde met drie noodzakelijke aanvullingen bevat.

(____/1)
Victoribus laudem damus.

 Mulieres saepe carmen canunt.

 Frater non diu tacet.

4 Geef de naamval en functie van de vetgedrukte woorden. (____/4)


Virgo carmen canit. Canit quia dolet. Regionem enim relinquere debet. Cum equites vocem audiunt, virginem quaerunt, nam carmen equites movet. Cum virginem inveniunt, virgini munera dant. Ideo virgo non iam (niet meer) dolet neque (en niet meer) carmina canit.





Naamval

Functie

regionem

accusatief

LV

equites

nominatief

onderwerp

equites

accusatief

LV

virgini

datief

MV

5 Vertaal de tekst over dat meisje. (____/6)


Een meisje zingt een lied. Ze zingt, omdat ze verdriet heeft. Ze moet immers de streek verlaten. Wanneer ruiters de stem horen, zoeken ze het meisje, want het lied ontroert de ruiters. Wanneer ze het meisje vinden, geven ze het meisje geschenken. Daarom is het meisje niet meer verdrietig en zingt ze ook geen liederen meer.


III Geziene tekst en cultuur (____/8)
Salomon zegt het volgende naar aanleiding van een geschil tussen twee vrouwen.
‘Praebete mihi* pugionem*.’

Milites ergo pugionem regi donant.



Rex dicit: ‘Dividite infantem* in duas* partes et

Donate partem uni* mulieri et partem alteri* mulieri.’
mihi = aan mij

pugio, pugionis, m. = dolk

infans, infantis, m. = baby

duas = twee

uni = één

alteri = ander


1 Wat is een Salomonsoordeel? (____/1)
Een wijs oordeel in een moeilijk geschil.
2 Hoe oordeelt Salomon in deze situatie? (____/1)
De vrouw die wil voorkomen dat het kind in stukken wordt gesneden, wijst hij al de echte moeder aan.
3 Determineer de werkwoordsvorm ‘praebete’. (____/1)
Imperatief meervoud van ‘praebere’, eo
4 Welke functie heeft het woord ‘regi’? (____/1)
MV
5 Vertaal het onderstreepte gedeelte. (____/3)
De koning zegt: ‘Verdeel het kind en geef een deel aan de ene vrouw en een deel aan de andere vrouw.’
6 Wat is een anachronisme? Geef ook een voorbeeld. (____/1)
Een anachronisme is iets wat niet in het tijdsmoment thuishoort.

Voorbeeld: een kind uit de Romeinse oudheid dat kaartspeelt (het kaartspel bestond toen immers nog niet)







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina