Topografie hoofdstuk 1: Topografie en fysisch milieu



Dovnload 107.39 Kb.
Pagina1/5
Datum25.07.2016
Grootte107.39 Kb.
  1   2   3   4   5

TOPOGRAFIE

Hoofdstuk 1: Topografie en fysisch milieu

1 Ligging


Het grootste deel van japan ligt tussen de 30° en de 45° noorderbreedte. De noordergrens ligt ter hoogte van Lyon en zijn zuidergrens ter hoogte van Agadir in Marokko. Dat het klimaat niet te vergelijken is met dat van de Middelandse zeegebied heeft te maken met de verdeling van zee en landoppervlakte op de wereldbol en de relatieve positie van Japan hierin.
Een tweede belangrijke opmerking omtrent de ligging van Japan is zijn relatieve isolatie van het Aziatische continent. De straat van Tsushima, die Japan van Zuid-Korea scheidt, is 200 km breed. Dit is bewust gedaan om zich van externe invloeden af te schermen. De relatieve geografische afzondering van Japan heeft wel deze isolatiepolitiek vergemakkelijkt.
Een derde opmerking in verband met de ligging van Japan is dat het centraal ten opzichte van de belangrijke werelddelen en landen die rond de Stille Oceaan ligggen. China, de Sovjet-Unie, de V.S. (de Westkust), Australië en India zijn als het ware natuurlijke buren.

2 Grootte en configuratie


Japan is 377 435 km² groot. Dit is iets meer dan 12 maal België. Het land strekt zich over 3000 km van het zuidwesten naar het noordoosten en bestaat voornamelijk uit 4 grote eilanden (van zuid naar nood: Kyushyu, Shikoku, Honshu en Hokkaido). Opvallen genoeg vormen deze vier eilanden een eenheid in de geschiedenis van Japan. Alleen Hokkaido werd later dan de andere eilanden door de Japanners gekoloniseerd.
Wel zijn de inwoners van de vele kleinere landen door hun geografische afkomst wat gemarginaliseerd. Er zijn ongeveer 3900 kleinere eilanden in Japan, waarvan Okinawa de belangrijkste is (dit eiland ligt ongeveer 500 km ten zuidwesten van Kyushyu in het Ryukyu archipel). 431 van deze kleinere eilanden zijn bewoond, maar hun bevolking vertegenwoordigd minder dan 1% van de totale Japanse bevolking. Shikoku is via 2 bruggen met Honshu verbonden; Kyushyu via tunnels; en in 1989 werd de Seikantunnel geopend tussen Hokkaido en Honshu.

Ten westen van Japan ligt de Japanse Zee, die het land van de Koreaanse en de Russische kusten scheidt. Ten oosten ligt de Stille Oceaan. De Japanse Inlandse Zee, of de Seto Zee scheidt Honshu van Shikoku en is één van de meest bevaren zeeën ter wereld.


3 Reliëf


Het archipel valt samen met een reeks tektonische bogen die de bergketens, de vulkanen, maar ook de Japanse diepte langs de oostkust tot stand brengen. Deze scheidingslijnen lopen grosso-modo in een noordoost-zuidwest richting op één uitzondering na. De Bonin boog (Izu-Ogasawara boog) loopt in de zuid-noord richting en ontmoet de andere bogen in centraal Japan, die daardor een verward reliëf vertoond. We vinden er een belangrijke slenk (Fossa Magna) die het land doorkuist en mede verantwoordelijk is voor de Kanto en de Niigata vlakten, voor de Japanse Alopen (Hida, Kiso en Akaishi massieven) en voor een belangrijk vulkanisme (Fuji Yama). In Totaal telt het land 265 vulkanen.

4 Klimaat


Vergeleken met gelijkaardige gebieden in West-Europa qua breedteligging, valt het op dat de winters strenger zijn en de zomers warmer. Bijna geheel Japan kent vriesdagen gedurende de winter, terwijl in de zomer de gemiddelde temperatuur boven de 25° ligt (behalve in Hokkaido). De maximale temperaturen halen gemakkelijk de 30°.
De totale jaarlijkse neerslag is beduiden hoger dan in vergelijkbare gebieden. De gemiddelde jaarlijkste neerslag bedraagt 1800 mm tegen een maximum van 800 mm in de Hoge Venen voor België. Japan heeft een onstabiele natuur (vulkaan, aardbeving, ...) →Kort termijnperspectief

Tyfoon: kolkende beweging die voorla naar de Oostkust gaat (diep lage-drukgebied in de oceaan in de zomer)
Tsunami: vloedgolven bij aardbeving met breekpunt in de zee (ook vooral aan Oostkust)

De seizoenen in Japan
Luchtstromen zijn beheerst door het moessonsysteem. De wintermoesson is gekenmerkt door oevewengede noordwestenwinden vanuit Siberië, die over de Japanse Zee met water belanden worden
De zomermoesson daarentegen kent overwegend zuidoostenwinden die warme en vochtige lucht over gans het land verspreiden.
De lente en de herfst zijn de 2 overgangsseizoenen, die echter allebei een kenmerkende regenperiode kennen. Het eerste seizoen wordt baiu genoemd. Het is gekenmerkt door hevige regens in de maand juni en begin juli. Het Shurin seizoen vindt plaats in het begin van de hefts en is op dezelfde wijze verorzaakt door een stagnatie van het polair front. Het baiu seizoen is uitgesproken in het zuiden, het shurin seizoen en de tyfoons in het zuidoosten.

2 Regionale indeling van Japan

1 Regionale scheidingslijnen in Japan


Men kan streken indelen op verschillende criteria: Fysische kenmerken, administratieve indelingen, bevolkingsspreiding, historische elementen en economische activiteiten. Japan is een homogeen land, met grote interne verschillen. Er zijn in de literatuur twee grote scheidingslijnen terug te vinden. Vooral op basis van de klimatologische verschillen onderscheidt men dikwijls een “voorkant” en een “achterkant” van Japan (Omote en Ura Nippon). De voorkant is de kuststrook langs de Stille Oceaan, die onder invloed staat van de zuidoost moesson en een opening biedt tot de gebieden die rond de Oceanen liggen. De achterkant is de westkust die op de japanse zee uitgeeft en een kouder klimaat onder invloed van Siberische luchtstromen kent. De andere scheidingslijn is meer van historische oorsprong, zoals de Fossa Magna die een natuurlijke noord-zuid barriére vormde op Honshu. In het noorden leefden de Jomon-mensen (ainu) die jagers en verzamelaars waren terwijl men in het zuiden al aan primitieve landbouw deed.
Omwille van de zuidwest-noordoost uitgestrektheid van het land bestaat er soms enige verwarring over de benaming van beide delen.

2 De streken


Het land word ingedeelt in streken (Chiho) die maar weinig verband houden met de hierboven vermelde scheidingslijnen. Ze zijn verzamelingen van provincies (ken) die wel een historische oorsprong hebben, vermits ze grotendeels overeenstemmen met de vroegere landeigendommen (han) van de leenheren (Daimyo).
a)Kyushu (negen pronvincies): zuidelijkste eiland met meest tropische klimaat (2 rijstoogsten en visserij). Silicon Island (10% van wereldproductie halfgeleiders). Het noorden is industrieel (steenkool) met Fukuoka en Kitakyushu als miljoenensteden. Het zuiden is eerder gericht op landbouw. Het is een perifere streek en is aantrekkleijk voor nieuwe investeringen in arbeidintensieve activiteiten (vrouwenarbeid en lage lonen).

b)Shikoku (vier provincies): noord-zuid scheiding door shikokugebergte, ook 2 rijstoogsten en visserij. Dankzij de gebergten is dit gebied beschermd tegen tyfoons en sneeuwbuien. De grootste steden zijn Matsuyama en Takamatsu langs de Setozee.

c)Chugoku (middenrijk): noord-zuidscheiding door San’in en San’yo of schaduw en zonnezijde van de berg. San’in heeft kleine kustvlakten en veel landbouw (afwisslened rijst en tarwe) en visacticviteiten. San’yo heft veel economische activiteiten rond Hiroshima en Okayama. Het is het gebied waarlangs de beschavingeselementen vanuit Korea over het Noorden van Japan verspreid werd. San’yo en Shikoku vormen de Setouchistreek.

d)Kinki (nabij de grens): historisch centrum van Japan met Nara en Kyoto (religieus, intellectueel en artistiek centrum). De vlakte van Osaka is verbonden met een reeks belangrijke inlandse bekkens (Narabekken en Biwameer) en Osaka-Kobe is 2e belangrijkste industrieel centrum en is symmetrische rol met Tokyo (oostelijk) voor westelijk Japan.

e)Chubu (centraal gebied): 3 deelgebieden. Tokai (oostelijke zee) zuidelijk klimaat met een afwisseling van rijstvelden in de vlakte en theeplantages op de hellingen (ook fruitteelt). Nagoya is centrum van textielindustrie en ook metaalverwerkende nijverheid is belangrijk. Tokia is doorgangsgebied tussen Tokyo met Kyoto en Osaka. Tosan (oostelijke bergen) is het minst bevolkt, bekken van Nagano en Kofu is wel dichtbevolkt. Dit is de zijdestreek en ook leverancier van hydro-electriciteit en hout. Toeristisch belangrijk door wandel- en skioorden. Hokuriku (noordelijk land) uitgestrekte kustvlakten met een streng winterklimaat met veel sneeuwval. 3e belangrijkste rijstschuur, maar belangrijkse drainagewerken waren nodig. Ook veel aardolie en aardgas rond Niigata. En ook Toyama is ontwikkeld.

f)Kanto (ten oosten van de pas): grootste vlakte (7000km²) en met Tokyo ook grootste stad en belangrijkste industriegebied. Yokohama en Kawasaki zijn eraan vergroeid. Tokyo is belangrijk door verstedelijkingsprocessen sinds Meiji-restauratie.

g)Tohoku (noordoostelijk land): noord-Honshu met korte zomer en koude winter. Zuidelijke bekkens zijn voor rijstteelt en in het noorden fruitteelt (appelen en peren). Aardolie bij Akita en steenkool te Joban, maar het zijn niet echte industriële centra. Er is wel een sterke toename van assemblage fabrieken die in onderaanneming werekn voor grote bedrijven in Tokyo. Aan de oostkust zijn er vele vissoorten → visserij.

h)Hokkaido (noordelijke zeeroute): uitzonderlijk strenge winters en onder invloed van warme zomermoesson – temperatuurverschillen. (ligt qua breedteligging ter hoogt van Lyon). Pas in de Meiji-periode gekoloniseerd om Russische expansie tegen te gaan, bergachtig met vulkanische activiteitinstortingsbekkens (Sapporo). Er is rijstteelt mogelijk, afgewisseld met ender graangewassen (tarwe, rogge, gerst) Sterk ontwikkelde veeteelt en grootste zuivelproducent en belangrijk steenkoolbekken en houtleverancier. Er leven nog 30.000 Ainu in reservaten in traditionele levenswijze.

3 De adminstratieve indeling van het land


Japan is op lokaal adminstratief niveau ingedeeld in provincies, die op hun beurt ingedeeld zijn in gemeenten. Er zijn 47 provincies (prefecturen), die wel verschillende statuten kunnen hebben. Provincie van Tokyo is als hoofdstedelijk gebied een To, Osaka en Kyoto zijn als grootstedelijke gebieden Fu en Hokkaido is als nieuw gekonoliseerd gebied een Do, de andere zijn Ken (gouverneurs).
Iedere provincie is verdeeld in gemeenten die ook verschillende statuten (burgemeesters) kennen, naargelang van hun belangrijkheid

. Stedelijke gemeenten zij Shi, landelijk zijn Machi en gehuchten Mura. Er zijn ook administratieve streken (districten) Chiho en leefgemaanschappen met sterk familiale banden zijn Buraku en geheel hiervan is een Mura.







  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina