Toscane en Umbrie Bezienswaardigheden van Sienna



Dovnload 126.63 Kb.
Pagina2/3
Datum22.07.2016
Grootte126.63 Kb.
1   2   3

Het exterieur.

  • De façade valt in twee delen uiteen.

  • Het onderste deel van Gio­vanni Pisano sluit nog aan bij de romaanse bouwstijl terwijl het boven­ste, dat van later dateert, echt hooggotisch is.

  • Onder ziet u drie bijna identieke portalen, die van elkaar worden gescheiden door rijkbewerkte pilasters.

  • Prachtig is ook hier weer het gebruik van verschillende kleuren (wit, roze, groen) marmer.

  • Giovanni Pisano is ook de maker van veel van de beelden tegen de façade.

  • Ze zijn grotendeels vervangen door kopieën; de originele staan in het Museo dell’Opera Metropolitana naast de kerk.

  • De zuiltjes links en rechts met daarop de Romeinse wolvin (ook kopieën) maakte Giovanni samen met Urbano da Cortona.

  • De portalen worden alle drie gekroond door een gotische spits.

  • Het bovenste deel van de gevel werd ruim driekwart eeuw nadat Giovanni zijn werk volbracht had, vol­tooid door Giovanni di Secco naar het voorbeeld van de façade van de dom van Orvieto (van Lorenzo Maitani).

  • De vormgeving is een school­voorbeeld van de zogenaamde ‘bloeiende’ gotiek met zijn talloze beel­den en bustes, tabernakels, spitsen en pinakels.

  • De kleurige mozaïeken die de grote driehoek in het midden en de twee kleinere links en rechts sieren, zijn in de 19e eeuw aangebracht door Augusto Castellani.

  • Langs de rechter flank (de linker is bijna tegen het bisschoppelijk paleis aange­bouwd) en de dwarsbeuk wordt de witte marmerbekleding met donkere horizontale strepen doorbroken door met beelden gekroonde pilasters en hoge, gotische tweelingvensters.

  • De campanile met zijn zebrastrepen van wit en zwart marmer doet romaans aan door het van beneden naar boven oplopende aantal vensteropeningen.

  • De spits wordt geflankeerd door vier eveneens gestreepte hoektorentjes.


Het interieur.

  • Het interieur van de dom is betoverend en van een sprookjes­achtige pracht en praal.

  • Neemt u rustig de tijd om al dit moois op u te laten inwerken.

  • Romaanse bundelpijlers dragen de hemelsblauwe en met sterren beschilderde gotische gewelven. Ook de koepel is met flon­kerende sterren bekleed.

  • De wanden en de pijlers vertonen de inmiddels bekende afwisseling van lichte en donkere strepen. De kroonlijst langs het schip en het koor wordt gesierd door de terracotta bustes van 172 pausen en 36 keizers.

  • Voorbij de koepel ziet u tegen de koorpijlers bron­zen, kaarsendragende engelen van Beccafumi (16e eeuw).

  • Van deze kun­stenaar is ook het grote fresco met het paradijs en de apostelen in de apsis.

  • Het ronde venster erboven wordt beschouwd als het oudste glas-in-loodraam in Italië en bevat voorstellingen van de Dood, de Hemelvaart en de Kroning van Maria, de vier evangelisten en de vier patroonheiligen van Siena naar een ontwerp van Duccio (late 13e eeuw).

  • Het marmeren hoofdaltaar is een werk van Baldassare Peruzzi (16e eeuw). Let u ook eens op de fraaie houten koorbanken.

  • Minstens zo fraai als de wanden en gewelven is de marmeren vloer, die bestaat uit 56 vlakken met verschillende vormen en afmetingen waarop met grafiet of ingelegd marmer voorstellingen zijn aangebracht: bijbelse taferelen, deugden, allegorieën en sibillen.

  • Het werk aan deze vloerpane­len nam bijna twee eeuwen in beslag (14e/16e eeuw) en er hebben meer dan 40 kunstenaars aan bijgedragen.

  • De bekendste onder hen zijn Urbano da Cortona, Pinturricchio en Domenico Beccafumi, die de meeste ontwerpen gemaakt heeft.

  • Duidelijk is het verschil zichtbaar tus­sen de oudere voorstellingen, waarvan de lijnen als het ware in het mar­mer zijn gekrast en later opgevuld met pleisterkalk, en de latere, waar echt sprake is van inlegwerk met behulp van verschillende kleuren mar­mer.

  • Indrukwekkend is de afbeelding van de Kindermoord in Bethlehem (Matten di Giovanni, 1481) vooraan in de linker transeptarm ter hoogte van de koepel.

  • De vloerpanelen in het schip (waarvan er enkele door kopieën zijn vervangen) en de zeshoek onder de koepel zijn enkel in de maand na Maria Hemelvaart (15 augustus) te zien.

  • De rest van het jaar zijn ze afgedekt, omdat ze anders te veel te lijden zouden hebben onder de schoenzolen van de honderdduizenden bezoekers.

  • In de rechter transeptarm vindt u de barokke Cappella della Madonna del Voto, ook wel aangeduid als de Cappella Chigi.

  • Deze kapel werd in de 17e eeuw gebouwd naar een ontwerp van Gian Lorenzo Bernini in opdracht van paus Alexander VII, een telg uit de Chigi familie.

  • Bernini, één van de grootste beeldhouwers en architecten van de 17e eeuw, die onder meer bijdragen heeft geleverd aan de Sint Pieter in Rome, is ook de maker van de twee marmeren beelden in de nissen aan weerszijden van de ingang van de kapel (de heilige Hiëronymus en Maria Magdalena). Ook de verguld bronzen engelen rond de Madonna del Voto boven het altaar worden aan hem toegeschreven.

  • Dat in deze kapel al eeuwenlang de hulp van Maria wordt afgesmeekt, is te zien aan de vele ex voto’s.

  • In de linker transeptarm bevindt zich de Cappella di S. Giovanni Battista, waar in een rijk renaissancedecor een bronzen beeld van Johannes de Doper staat, gemaakt door Donatello (15e eeuw).

  • Aan de linker zijbeuk grenst de Libreria Piccolomini, de bibliotheek die in 1495 werd gesticht door kardinaal Francesco Piccolomini Todeschini (de latere paus Pius III) om het boekenbezit (met name de waardevolle handschriftenverzame­ling) van zijn oom Enea Silvio Piccolomini (paus Pius II) in onder te bren­gen.

  • Aan het begin van de 16e eeuw werd de ruimte door Pinturicchio beschilderd met fresco’s waarop gebeurtenissen uit het leven van Pius II zijn afgebeeld.

  • Het is een bijzonder kleurrijke en levendige frescocyclus die vooral in de late middagzon fraai oplicht.

  • Het familiewapen van de Piccolomini tegen het plafond wordt omringd door mythologische en allegorische voorstellingen.

  • Onder de wandfresco’s ligt een verzameling gebedenboeken uitgestald, voorzien van prachtige miniaturen.

  • De beel­dengroep in het midden van de bibliotheek (De Drie Gratiën) is een 3e­eeuwse Romeinse kopie van een Grieks origineel uit de Hellenistische periode.

  • De preekstoel van Nicola Pisano.

  • Bij de beschrijving van de bezienswaardig­heden in de dom mag natuurlijk de prachtige preekstoel die Nicola Pisano tussen 1266 en 1268 met hulp van zijn zoon Giovanni en Arnolfo di Cambio maakte niet onvermeld blijven.

  • De achthoekige kansel staat vooraan in de linker transeptarm bij één van de koepelpijlers en rust op negen granieten, porfieren en groenmarmeren zuilen, waarvan er vier worden ondersteund door leeuwen en leeuwinnen, die bezig zijn hun prooi te verslinden.

  • Rond de middelste zuil staan figuren die de vrije kunsten uitbeelden.

  • De zeven panelen met het leven van Christus (Geboorte, Aanbidding der koningen, Presentatie in de tempel, Vlucht naar Egypte, Kindermoord te Bethlehem, Kruisiging en Laatste Oordeel) worden van elkaar gescheiden door profeten en engelen.

  • Op de kapitelen staan sibillen.

  • In tegenstelling tot de voorstellingen op de preekstoel in het baptisterium van Pisa, die sterk waren beïnvloed door de beeldhouw­kunst op Romeinse sarcofagen, is de vormgeving van deze preekstoel veel meer geënt op de gotiek uit Noord Europa.


Battistero.

  • Gebruikmakend van het natuurlijke hoogteverschil dat optreedt doordat de dom op de top van een heuvel staat, is deze doopka­pel gebouwd in een soort crypte onder de apsis die men langs de achter­kant van de kerk betreedt.

  • Om bij de ingang te komen daalt u aan de rechterkant van de dom een aantal trappen af.

  • De ruimte voor het baptis­terium (ook wel Pieve di San Giovanni genoemd) ontstond na de verlen­ging van de apsis van de dom aan het begin van de 14e eeuw.

  • Het boven­ste deel van de façade is nooit voltooid.

  • Binnen wordt alle aandacht opgeëist door hét pronkstuk: de doopvont die aan het begin van de 15e eeuw werd ontworpen door de uit Siena afkomstige Jacopo della Quercia.

  • Bij het vervaardigen ervan werd assis­tentie verleend door Lorenzo Ghiberti en Donatello.

  • De doopvont bestaat uit een zeshoekig bekken, waarin een pijler een eveneens zeshoekig eibo­rium ondersteunt met daar bovenop een door Della Quercia vervaardigd beeld van Johannes de Doper. Donatello’s bijdrage bestaat, naast twee van de bronzen engelen op het ciborium, uit twee figuren (Geloof en Hoop) en één van de verguld bronzen reliëfpanelen op het doopbekken, namelijk dat met de voorstelling van het Feestmaal van Herodes (1427).

  • Het is een zeer beweeglijke en met dramatiek geladen voorstelling die door het gebruik van de toen nieuwe techniek van het perspectief een enorme diepte suggereert.

  • Donatello had de techniek van de bronssculp­tuur geleerd van zijn leermeester Ghiberti, met wie hij had gewerkt aan de beroemde deuren van het baptisterium in Florence.

  • Aan de reliëfs hier in Siena is te zien dat Donatello zijn leermeester inmiddels had over­troffen.

  • De laatste is verantwoordelijk voor de figuur die de Wijsheid voorstelt en de reliëfs met de Doop van Christus en de Gevangenneming van Johannes.

  • Van Jacopo della Quercia zelf zijn de profetenbeelden in de nissen van het eiborium en het reliëf van Zacharias die uit de tempel wordt gejaagd op het doopbekken.

  • Voorts hebben de Sienese kunste­naars Turino di Sano, diens zoon Giovanni di Turino en Goro di Nerocci meegewerkt aan de doopvont.



Museo delfopera Metropolitana.

  • Rechts van de dom, aan de Piazz Jacopo dekla Quercia, staan de nog resterende delen van wat ooit d kolossale, nieuwe kathedraal had moeten worden.

  • Toen de bouw werd gestaakt, is een deel van de al overeind staande muren wegens instortingsgevaar gesloopt.

  • Onder de eerste drie bogen van de geplande rechte zijbeuk werd in 1870 het Museo dell’Opera Metropolitana ondergebracht.

  • Het bevat kunstwerken die waren gemaakt ter verfraaiing van d dom.

  • Ze zijn overgebracht naar het museum om ze te beschermen tegen beschadiging, maar ook omdat ze bij restauraties in de 16e/17e eeuw a waren vervangen door andere kunstwerken.

  • De collectie bevat beeld houwwerk, schilderstukken, bronzen, houten en terracotta voorwerpen goudsmeed en borduurwerk en verluchte manuscripten.

  • Het museum is alléén al een bezoek waard om de Maestà van Duccio, die over het alge meen als het meesterwerk van deze schilder wordt beschouwd.

  • Eerst komt u in de zaal op de begane grond, waar vloer  en architectuur fragmenten en originele beelden van de façade en uit het interieur va

  • de dom te zien zijn. Bijzondere aandacht verdienen hier twee reliëfs: eer Madonna met kind van Donatello en in het midden van de zaal een voor stelling van de Madonna met kind, de heilige Hiëronymus en de knie lende kardinaal Antonio Casini van Jacopo dekla Quercia.

  • Dit reliëf, da in opdracht van de erop vereeuwigde kardinaal werd vervaardigd’ maakte oorspronkelijk deel uit van een altaar.

  • Het is een laat werk va Dekla Quercia (1438), die er al zijn artistieke kunnen heeft ingestopt.

  • Let u bijvoorbeeld eens op de plooien van de gewaden.

  • Ook fraai zijn de lang de zijwanden opgestelde beelden die Giovanni Pisano voor de farad maakte (1284’96).

  • Ze zijn krachtig en expressief; de figuren van Mozes dochter Maria en Simeon (beide links van het reliëf zijn typerend voor de hele cyclus.


De Maestà van Duccio.

  • Op de eerste verdieping vindt u de Sala di Duccio me de beroemde Maestà, het grote altaarstuk (ruim vier bij twee meter) da de meester aan het begin van de 14e eeuw schilderde voor het hoefdaltaar van de dom.

  • De tronende Maria met het kind jezus wordt omring door heiligen en engelen.

  • Links en rechts boven haar zijn apostelen afgebeeld.

  • Duccio heeft met dit werk de toon gezet voor wat zo typerend zo worden voor de schilderkunst uit Siena: hij vermengt de conventienel Byzantijnse vormen (nog herkenbaar in bijvoorbeeld de frontale wijze waarop de figuren zijn afgebeeld) met meer lyrische en menselijke elementen, ontleend aan de Franse gotiek (zoals het kleurgebruik en d gevoelige wijze waarop Maria en Jezus zijn weergegeven). Oorspronkelijk had het altaarstuk (dat aan het begin van de 16e eeuw in de dom een min der prominente plaats kreeg) aan de onderkant een predella en aan d bovenkant gotische tabernakels die beide waren voorzien van klein geschilderde panelen.

  • Het is echter uit elkaar gehaald en niet alle pane ken zijn in Siena gebleven: een aantal bevindt zich in Londen, New York en Washington.

  • Tegenover de Tronende Madonna ziet u de achterkant van het altaar stuk, die in de 18e eeuw van de voorkant werd gescheiden.

  • Hij is onder verdeeld in 14 vakken waarin in 26 scènes het lijdensverhaal is afgebeeld

  • Ook hier valt weer het prachtige kleurgebruik op dat zo typerend is voor de Sienese schilderkunst. Het drieluik tegen de rechterwand met de geboorte van Maria is van Pietro Lorenzetti (1342). Bijzonder aan dit werk is vooral de wijze waarop met het perspectief is omgegaan waar­door het lijkt of de geschilderde gewelven een voortzetting zijn van de drie spitsbogen die het werk omlijsten.

  • De kijker stapt als het ware zo de kamer binnen waar Anna zojuist het leven heeft geschonken aan Maria. Via de trap die naar de tweede verdieping van het museum voert, bereikt u de Sala del Tesoro, waar naast andere kunstwerken uit de dom enkele kostbare reliekschrijnen worden bewaard.

  • Op de tweede verdieping komt u in de Sala della Madonna dagli Occhi Grossi.

  • Deze ‘Madonna met de Grote Ogen’ staat afgebeeld op een beschilderd houtreliëf dat dateert van de eerste helft van de 13e eeuw en dat vóór Duccio's Maestà het hoofdaltaar van de dom sierde.

  • Aan de vooravond van de slag bij Monta­perti zwoeren de soldaten uit Siena vóór dit schilderij trouw aan het vaandel van hun stad en werd de hulp van Maria ingeroepen om zo de overwinning te behalen.

  • Helemaal aan de andere kant van deze verdie­ping is de toegangsdeur die leidt naar een trap die u boven op de façade van de Duomo Nuovo brengt.

  • Een must voor fotografen: het zicht op de Piazza del Campo is vanaf dit hoogste punt van Siena indrukwekkend.


Spedale Santa Maria della Scala.

  • Dit hospitaal staat recht tegenover de dom (‘Scala’ betekent ‘Trap’, d.w.z. de trappen vóór de kerk). Volgens een legende zou het al in de 9e eeuw zijn gesticht.

  • Het huidige gebouw werd omstreeks 1300 gebouwd en nadien verschillende malen gewijzigd en uitgebreid.

  • De langgerekte façade, met grote vensters op de tweede en elegante tweelingvensters op de eerste verdieping, is nog origineel.

  • Bin­nen zijn interessante fresco’s te zien.

  • U moet wel even toestemming vra­gen aan de portier.

  • In de Sala d’Infermeria (ook wel aangeduid als Sala Pellegrinaio), waar grote gewelfbogen steunen op Corinthische kapite­len, is tegen de wanden een frescocyclus aangebracht die heel toepasse­lijk de verpleging en verzorging van zieken en noodlijdenden tot thema heeft.

  • De schilderingen dateren van de 15e eeuw en zijn grotendeels het werk van Domenico di Bartolo en enkele andere Sienese schilders. Ze zijn met name interessant door de fraaie weergave van de kostuums uit die tijd en de gedetailleerde architectonische achtergrond.

  • Meer naar links is de ingang van de Chiesa della Ss. Annunziata.

  • Deze een­beukige kerk, 13e eeuws maar in de 15e eeuw ingrijpend gewijzigd, is rijk aan Sienese schilder  en beeldhouwkunst uit de 14e/16e eeuw.

  • Het hoofdaltaar bevat een Donatello achtig bronzen beeld van de verrijzende Christus, een 15e eeuws werk van Vecchietta en één van de mooiste beeldhouwwerken die de Renaissance in Siena heeft voortgebracht.

  • De engelen met kandelaars zijn een 16e eeuwse toevoeging.




  • Links van het Spedale zetelt het Museo Archeologico.

  • Dit in 1956 gestichte museum bestaat uit een samenvoeging van een aantal particuliere col­lecties met prehistorische, Etruskische en Romeinse vondsten, die niet alleen afkomstig zijn uit de directe omgeving van Siena maar onder meer ook uit Chiusi en Volterra.

  • Voornaamste bezienswaardigheden zijn een vrouwelijk torso van travertijn (6e eeuw v. Chr.), een Etruskische graf­steen (eveneens 6e eeuw), de zogenaamde Chigi sarcofaag en een buste van vermoedelijk Seneca, een Romeinse kopie uit de 1e eeuw v. Chr. van een Grieks origineel. Links van de dom ziet u het Palazzo Arcivescovile, het in de 18e eeuw in imitatiegotiek gebouwde aartsbisschoppelijk paleis.

  • Om het te laten harmoniëren met de dom heeft de benedenverdieping eenzelfde soort zwart witte strepen. Rechts van de dom staat het Palazzo delta Prefettura, in de 16e eeuw gebouwd door Bernardo Buontalenti.


Pinacoteca Nazionale.

  • Vanaf het domplein bereikt u door de Via del Capitano de Via S. Pietro.

  • Hier staat links op nr. 29 het statige Palazzo Buonsignori, een laat gotisch paleis uit de eerste helft van de 15e eeuw. Boven een natuurstenen fundament verheft zich het bakstenen gebouw met in de twee bovenverdiepingen drielingvensters onder een kroonlijst met hangende boogjes en kantelen. In het paleis bevindt zich de Pinaco­teca Nazionale, waar een indrukwekkende collectie werken van Sienese schilders uit de 12e tot de 17e eeuw is ondergebracht.

  • De verzameling, aan het einde van de 18e eeuw begonnen door abt Giuseppe Ciaccheri, heeft zich sindsdien uitgebreid door de verwerving van werken afkom­stig van opgeheven kloosterorden en door overige aankopen, schenkin­gen en nalatenschappen. In 1930 werd het museum staatseigendom en kreeg het zijn huidige onderkomen.

  • Door de toegangsdeur komt u in het atrium, waar rechts de trap is die naar het museum leidt.

  • Achter het atrium ligt de binnenplaats, waar langs de wanden beeldhouwwerk uit voornamelijk de 14e eeuw te zien is.

  • De derde en bovenste verdieping van het museum biedt plaats aan de Collezione Spannocchi, een verzameling werk van Hollandse, Vlaamse, Duitse en Italiaanse meesters, waaronder een zelfportret van Albrecht Dürer (1514).

  • Als u de schilderijen uit de Sienese school in chronologi­sche volgorde wilt bekijken, moet u beginnen op de tweede verdieping.

  • Zonder afbreuk te willen doen aan niet genoemde werken volgt hier een aantal hoogtepunten.

  • In zaal 4 de Madonna dei Francescani, een werk van omstreeks 1290 van de grondlegger van de Sienese schilderschool Duccio di Buoninsegna.

  • Zaal 6 bevat twee meesterwerken van Simone Martini, een Madonna met kind en een afbeelding van vier door de zalige Agostino Novello verrichte wonderen (1330).

  • Zaal 7 is bijzonder rijk bedeeld met een aantal Madonna’s en een Annunciatie van Ambro­gio Lorenzetti en een groot altaarstuk van zijn broer Pietro met de Madonna dei Carmelitani (1329).

  • In dezelfde zaal hangt een interessant paneel getiteld Città sul Mare (Stad aan Zee), dat tot voor kort werd toege­schreven aan Ambrogio Lorenzetti en werd beschouwd als een uniek voorbeeld van een zuivere landschapsschildering van vóór de 15e eeuw.

  • Nu zijn deskundigen het er vrijwel unaniem over eens dat het werk, samen met het ernaast hangende Castello sul Lago (Kasteel aan een Meer), in de 15e eeuw is gemaakt door Il Sasseta.

  • Op de eerste verdieping hangt in zaal 31 een fragment van een fresco van Sodoma (bijnaam van Giovanni Antonio Bazzi) met een afbeelding uit het lijdensverhaal, Cristo alla colonna (begin 16e eeuw) en één zaal verder een Kruisafne­ming van dezelfde kunstenaar.

  • Een ander hoogtepunt vindt u in zaal 33: de Geboorte van de Maagd (Natività della Vergine) door Domenico Becca­fumi (midden 16e eeuw).

  • Voorts bevat de collectie werk van onder ande­ren Guido da Siena, Giovanni di Paolo, Sano di Pietro en Domenico di Bartolo.


Sant’Agostino.

  • Deze kerk, die deel uitmaakt van een augustijns klooster, staat aan een hooggelegen, met bomen beplant plein vlak bij de pinaco­theek.

  • Zij is 13e eeuws, maar in later tijden verscheidene keren gewij­zigd.

  • Het eenbeukige interieur is neoklassiek (18e eeuw). Fraai zijn de schilderingen die de kerk sieren.

  • Zo bevat de Cappella Piccolomini fres­co’s van Ambrogio Lorenzetti (Maria met kind en heiligen) en Matteo di Giovanni (Kindermoord, 15e eeuw).

  • Op het marmeren altaar ziet u de Drie Koningen van Sodoma.


San Niccolò al Carmine.

  • Aan de rand van de stad bouwden de karmelie­ten, wier aanwezigheid in Siena volgens geschreven bronnen teruggaat tot 1262, in de 14e/16e eeuw deze kerk.

  • Achter de sobere façade verbergt zich een al even sober, eenbeukig gotisch interieur met hoge spitsboog­vensters en een beschilderd balkenplafond.

  • Het voornaamste kunstwerk in de S. Niccolò is te vinden bij het tweede altaar rechts, een groot paneel van Domenico Beccafumi met een voorstelling van de aartsengel Michaël die de opstandige engelen achtervolgt.

  • Het is een werk uit de 16e eeuw in maniëristische stijl.


Palazzo Piccolomini.

  • Dit in renaissancestijl opgetrokken 15e eeuwse paleis staat links van het Palazzo Pubblico aan de Via Banchi di Sotto.

  • Het is vermoedelijk een ontwerp van Bernardo Rossellino, die zich duidelijk heeft laten inspireren door Alberti's Palazzo Rucellai in Florence.

  • Het werd gebouwd als residentie voor de voorname familie Piccolomini, waaruit een telg het bracht tot paus (Plus II).

  • Tegenwoordig biedt het gebouw onderdak aan het staatsarchief, dat in het bezit is van de kost­bare Tavolette di Biccherna.

  • Dit is een verzameling kleine, beschilderde panelen die dienst deden als omslagen voor de diverse registers die door de ‘Biccherna’, de hoogste financiële magistraat van Siena, en de ‘Ga­bella’, het belastingkantoor, werden bijgehouden.

  • Het gebruik om de boekbanden te beschilderen werd in de 13e eeuw geïntroduceerd en gehandhaafd tot het midden van de 17e eeuw.

  • Ieder halfjaar werden de magistraten vervangen en het werd de gewoonte dat zij aan het einde van hun ambtstermijn de houten omslag van de door hen bijgehouden boekhouding lieten beschilderen met een wapen, een symbolische of religieuze voorstelling, maar vaak ook met een belangrijke gebeurtenis die tijdens hun ambtsperiode had plaatsgevonden.

  • Het oudste paneel dateert van 1258, het laatste van 1659.

  • Zo vormen de Tavolette, waaraan bekende meesters als de gebroeders Lorenzetti, Giovanni di Paolo en Domenico Beccafumi bijdragen hebben geleverd, een geschilderde kro­niek van vier eeuwen dagelijks leven in Siena.

  • De collectie bevat ook boekbanden uit de administratie van het Spedale di S. Maria della Scala en van andere bestuursorganen.

  • Behalve deze verzameling bezit het archief nog een schat aan historische documenten die teruggaan tot de 8e eeuw.

  • De voornaamste worden tentoongesteld in drie zalen van het archief.




1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina