Tour het gebied rond Bastogne



Dovnload 25.33 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte25.33 Kb.
Tour het gebied rond Bastogne
Omdat Bastogne het meest tot de verbeelding spreekt in de 'Slag om de Ardennen', start onze tour in deze stad. De stad is na de zware gevechten in december 1944 geheel herbouwd. Toch zijn er nog voldoende kenmerkende punten te bezoeken die herinneren aan de strijd. Wat opvalt als u Bastogne nadert (uit welke richting dan ook), is het gebrek aan goede bewegwijzering naar het belangrijkste museum en monument van Bastogne, Memorial de Mardasson. Om het voor u gemakkelijk te maken, volg de borden vanuit Bastogne richting Clervaux (de N 874). Iets buiten Bastogne ziet u dan op een heuvel het enorme monument staan. Het bestaat uit enorme pilaren in de vorm van een ster, waartussen op grote plakkaten (in het Engels) een uitleg wordt gegeven over het verloop van de strijd. Nabij het monument is het belangrijkste museum gevestigd, het Bastogne Historical Center. Ik raad aan, als u nog weinig weet van 'The Battle of the Bulge', dit museum als eerste te bezoeken. (Helaas is het gesloten tot zeker in 2012 vanwege een verbouwing). Binnen vindt u in een cirkel poppen in originele uniformen. Binnen deze cirkel zijn vitrines geplaatst met voorwerpen die gebruikt zijn door voornamelijk paratroopers van het 101st Airborne Division. In een klein theater draait een film van bijna een half uur over het Ardennen Offensief.


Na dit bezoek vervolgt u de route over de N 874 richting Clervaux, Luxemburg.

Eisenhower, opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten, kreeg in zijn hoofdkwartier te Versailles in de loop van de 16de december te horen van de Duitse aanval. Eisenhower realiseerde zich gelijk dat dit geen kleine lokale schermutseling was. In het noorden was de 7th Armored Division in reserve gelegen, deze werd gelijk naar St.Vith gestuurd. In het zuiden verplaatste het Combat Command van de 10th Armored Division, onderdeel van Patton's 3rd Army zich naar Bastogne.


Bastogne was een knooppunt van wegen. Als hier de stormloop van de Duitsers vertraagd of gestopt kon worden, dan zou het succes van de Duitsers gereduceerd worden en wellicht de kansen keren ten voordele van de geallieerden. Op 17 december werden de 82nd en 101st Airborne Division naar Bastogne gestuurd.

Tijdens een radio uitzending werd melding gemaakt dat de 101st naar Bastogne onderweg was. Generaal von Lüttwitz, commandant van het 47ste Panzer Korps hoorde deze mededeling voldaan aan. De 101st Division was zeker 160 kilometer verwijderd van hun doel, terwijl Panzer Lehr's 26ste Volksgrenadiers op nog geen 40 kilometer van Bastogne waren. In de ogen van von Lüttwitz was duidelijk wie als eerste in Bastogne waren. Maar hij had buiten de gevechtsgroepen gerekend die rond Bastogne gelegerd waren, zoals Combat Command B, 10th Armored Division. Drie onderdelen die wegversperringen oprichtten ten noordoosten en ten oosten van Bastogne. Eén team, Team Desobry, ging naar Noville in opdracht van Colonel Roberts. Team O'Hara ging oostwaarts naar Wardin en Team Cherry zat daar tussen richting Longvilly. Elk team droeg de naam van hun commandant. Lt-Colonel Henry Cherry plaatste een versperring een kilometer ten westen van Longvilly nabij de handgemaakte grot langs de kant van de weg (N 874) ter ere van Sint Michael. Verder naar het oosten trachtte Task Force Rose en Harper de Duitsers te stoppen, maar ze moesten terug vallen naar Longvilly. De wegen raakten verstopt met Amerikaanse voertuigen.



Maandagmiddag bleek dat de Task Force Rose en Harper uitgeschakeld waren door 2 Panzer Division, en deze eenheid zwenkte nu af richting Noville. De Duitsers waren nog maar 23 kilometer van Bastogne verwijderd. Maar de wegen waren volgepakt met voertuigen en Major-General Fritz Bayerlein, commandant van Panzer Lehr, besloot een weg te nemen vanaf Nieder-Wampach en Longvilly en Mageret rechts te laten liggen. Hopeloos liep hij vast in de smalle boeren paden en was toch gedwongen richting Mageret te gaan, waar hij na middernacht arriveerde. Daar hoorde hij van een konvooi Amerikaanse voertuigen nabij Longvilly en hij besloot deze van achteren aan te vallen. En nu kwam een cruciale fout aan het licht, de Duitsers verspeelden kostbare uren aan het uitschakelen van Team Cherry.
Ondertussen had Combat Command B opdracht gekregen zich terug te trekken naar Bastogne, maar door de puinhoop op de weg zou dit pas gedaan worden in het ochtendlicht. Maar het zou niet ver komen. Dinsdagmiddag, rond de klok van 14.00 uur opende het Panzer Lehr het vuur op Team Cherry. Door een toeval was ook 2 Panzer Division in deze strijd betrokken. Generaal von Lauchert ergerde zich aan het beschieten op zijn eenheid door Team Cherry en deze besloot een eenheid terug te sturen naar Longvilly. Tevens had een getergde von Lüttwitz de 26 Volksgrenadiers ingezet. Het was hel op aarde nabij Longvilly, de terug trekkende manschappen van de Task Force lieten hun voertuigen in de steek, te moe om terug te vechten. Team Cherry verdedigde zich zo dapper mogelijk, maar na anderhalf uur was het gebeurd. Nabij de grot van Sint Michael waren bijna 200 Amerikaanse voertuigen vernietigd en lagen her en der gedode Amerikaanse soldaten. Maar de Duitsers hadden een dure prijs betaald, het oponthoud kostte hen waarschijnlijk Bastogne. Want het gaf de 101st Airborne Division net die extra tijd om Bastogne binnen te trekken.
Vervolg de weg richting Longvilly en koers aan op Wiltz in Luxemburg. Wiltz is een beetje waanzinnig. Het vinden van het vaak (ten onrechte) geroemde museum aldaar, in het kasteel, is klein en meestal gesloten (het vvv aldaar vertelde mij dat het pas in juli en augustus open was). Het kasteel is te vinden in de bovenstad van Wiltz. Rij nog even door naar boven (vanuit de richting Bastogne), let op; aan de linkerzijde verschijnt in de bocht een groot parkeerterrein met een fantastische origineel gehouden (zeg maar; verwaarloosde) M4 Sherman tank.
U kunt nu nog doorrijden naar Diekirch om daar het Musée National d’Histoire Militaire. Dit museum staat voor een groot gedeelte in het teken van het Ardennen Offensief. Even voor Diekirch ligt Ettelbruck. Hier is het General Patton Memorial Museum en een klein park ter nagedachtenis aan deze generaal.

Een geweldig museum dat vooral nadruk legt op de latere fase van het Ardennen Offensief, is gelegen in Diekirch, Luxemburg. Vanuit Bastogne, België, richting Wiltz, de N15 naar Ettelbruck op en volg de borden naar Diekirch. Als men door Ettelbruck rijdt, maak dan even een korte stop bij het kleine parkje gewijd aan generaal George Patton. Het is gelegen direct na het station aan de linkerzijde van de weg, vlak voor het viaduct. Het is opgericht ter herinnering dat de troepen van Patton Ettelbruck bevrijdden op 27 december 1944 tijdens het tegen offensief na het Ardennen Offensief.
Er is in de binnenstad van Ettelbruck, een paar straten voor men het station bereikt, een museum aan Patton gewijd, maar dat is pas dagelijks geopend vanaf 1 juli tot 15 september (van 10-12 uur en van 13-17 uur), tussen 16 september en 30 juni alleen op zondags van 14.00 tot 17.00 uur. Hier zijn veel foto's en documenten te vinden, maar ook uniformen en wapens, en onderdelen daarvan gevonden in de omgeving na de Slag om de Ardennen.
Nabij de kerk van Diekirch is het goed parkeren. Loop links de kerk om en na een honderd meter is daar in een soort van uitrit de ingang van het museum. Het is eenvoudig aangegeven, maar het kan niet missen, als eerste staat daar een M4A1 Sherman tank met 76mm kanon. Ze is goed onderhouden en is in het bezit van haar .50 machinegeweer. Loop door en sla de bocht om naar rechts, en daar in de nieuwe gebouwen wordt u allervriendelijkst geholpen en voor slechts 5 € bezoekt u een museum dat overvol is, maar ook ontzettend boeiend. De verzameling garagemateriaal dat het Amerikaanse leger gebruikte is van een enorme hoeveelheid.
Vervolg uw weg terug naar Bastogne via de N 15 (richting Heiderscheid). Na de grens met België gaat de N 15 over in de N 84. Enkele kilometers voor Bastogne ligt aan de linkerzijde Marvie, een stadje waar zwaar om gevochten is en wat wellicht het breekpunt om de slag om Bastogne was.
Vrijdag 22 december 1944 ratelde de telex in het hoofdkwartier van McAuliffe te Bastogne. Het bericht luidde 'HUGH IS ON IT'S WAY'. Dit was een hoopvol bericht, het betekende dat de 4th Armoured Division onderweg was. Dit onderdeel stond onder commando van Hugh Gaffey en hij had van Patton de opdracht 'TO DRIVE LIKE HELL!' en rechtstreeks op Bastogne af te gaan. De hoofdas was de hoofdweg van Arlon naar Bastogne, met op de linkerflank Combat Command B en op de rechterflank Combat Command A die via secundaire wegen zou op stomen. Dit was makkelijker gezegd dan gedaan, om de Duitsers tegen te houden had het VIII Army Corps alle bruggen opgeblazen om een blokkeerlijn te vormen vanaf Martelange naar Neufchateau.

Pas op zaterdag 23 december om 15.00 uur was een bailey bridge gereed van 30 meter over de weg van Arlon naar Bastogne, waarover de hoofdmacht zich kon verplaatsten. Op de linkerflank was het precies hetzelfde, oponthoud door vernielde bruggen en de zware verdediging van de Duitsers remden alles af. Patton ergerde zich mateloos en besloot een kleine Task Force vooruit te zenden die ook gedurende de nacht door zou zetten om Bastogne te bereiken. Toch wist Combat Command B in de nacht van vrijdag op zaterdag al uit te breken naar het noorden. De CCB trok op tussen de huidige N 85 en de huidige N 4 richting Chaumont en vorderde gestaag terwijl CCA nog steeds aan het modderen was rond Martelange.

Chaumont werd verdedigd door de uitgeputte Duitse 5de Paradivisie. Omdat de Amerikanen een 'grote aanval' aan het opzetten waren wat nogal wat tijd vergde, kreeg generaal Kokott de gelegenheid twaalf gemechaniseerde kanonnen naar Chaumont te sturen om de Duitse para's te steunen. De Duitsers zaten in een dilemma. Ze moesten de zuidkant verdedigen waar het 4th Armoured Divison aandrong en ze moesten gelijktijdig Bastogne aanvallen. Zaterdag de 23ste december zag de zwaarste strijd rond Bastogne. McAuliffe's, met zijn 101st Airborne Divison dat gewend was vanuit een ingesloten situatie te 'werken', zag zich genoodzaakt het 8th Army Corps met de hoogste urgentie te vragen om de grootst mogelijke druk uit te oefen met de 4th Armoured Division,… 'The situation for us becomes rather gloomy'. Maar wat the 4th AD ook probeerde, er was geen doorkomen aan.

Combat Command B leed zware verliezen rond Chaumont, er werden elf Sherman tanks uitgeschakeld en 65 Amerikanen kwamen om, waaronder alle officieren. Combat Command A had zware strijd rond Warnach waar 68 Amerikanen sneuvelden en vijf Shermans verloren gingen. Maar zondag 23 december had CCA Warnach in handen. Combat Command Reserve werd vervolgens ingezet om de rechterflank van CCA te ondersteunen. Deze hadden een zware dobber aan het innemen van Bigonville, wat pas veroverd werd op zondagmiddag. Ondertussen bereidden de Duitsers een laatste grote aanval voor op Bastogne die op eerste kerstdag zou moeten plaats vinden. Nu zou de aanval vanuit het noorden en noordoosten ingezet worden met in de voorhoede de 26ste Divisie Volksgreanadiers en verse troepen van de 15de Panzer Grenadiers Division. De oprukkende Amerikanen ten zuiden van Bastogne moesten worden tegengehouden door het 39ste Regiment nabij Assenois. Na een inleidende beschieting om 02.45 uur van de maandagmorgen rukten de Duitsers om 04.00 uur op richting Bastogne. Even leek het erop dat de opzet zou slagen toen 17 Duitse tanks van de 115de Gevechtsgroep uitbraken vanuit Flamizoulle. Optimistisch seinden deze door, dat ze de westzijde van Bastogne bereikt hadden. Ze braken ook door de eerste perimeter heen maar de troepen van het 101st Airborne sloten daarop de Duitse eenheid van achteren weer in en er ontsnapte geen enkele. Op 26 december volgde nog een laatste poging met een aanval van het 26ste Verkenningsbataljon vanuit Isle-la-Hesse, die vruchteloos vastliep op de Amerikaanse houwitsers en anti-tank kanonnen. Om het nog iets erger te maken bereikte Kokott het bericht van het 39ste Regiment Volksgrenadiers dat: 'twaalf Amerikaanse tanks Assenois binnen trokken'. Kokott trachtte nog een onderdeel van het 26ste Regiment Volksgrenadiers er heen te zenden, maar deze waren te uitgeput om nog een deuk in een pakje boter te kunnen slaan.

Op eerste kerstdag, maandag 25 december, was Combat Command Reserve (CCR) verplaatst van de rechterflank naar de linkerflank van het CCA om deze zwakke flank meer kracht te geven. Maar deze liepen vast in de verdediging van de plaatsje Remoiville. Toch wisten zij hier binnen te dringen, en tijdens man tot man gevechten werden 327 Duitse krijgsgevangenen gemaakt. Zij naderden Bastogne gestaag, terwijl CCA nog maar vijf kilometer van Arlon gevorderd was. CCB was in Hompré aangekomen, het voormalige hoofdkwartier van Kokott, dat zeven kilometer van Bastogne lag. Op 26 december zou het doel voor het CCR Sibret worden. Het oprukken ging voorspoedig dankzij de (ongevraagde) hulp van enkele Lockheed Lightnings, deze bombardeerden Remichampagne waardoor de Duitse verdediging het opgaf. Ook Clochimont was geen groot obstakel. In plaats van Sibret aan te vallen (omdat men daar een zware verdediging verwachtte, wat achteraf niet zo was) besloten de commandanten van CCR naar Assenois op te trekken. En zo begon bij de eerste schemering om 16.45 uur een inleidende beschieting door 155mm kanonnen op Assenois. Voor de laatste granaat gevallen was trokken de Sherman tanks al schietend voorwaarts.

In de voorste tank, een M4A3E2 Jumbo, zat Lt. Charles Boggess en hij zette door om Bastogne te bereiken. Het laatste obstakel was een kleine vierkante bunker aan de rechterzijde van de weg (deze staat er nog steeds). Drie treffers schoot Boggess in de betonnen verschansing. Het was nu bijna donker, maar Boggess reed nog een honderd meter verder en zag in het voorbij gaan zeker twintig dode Duitsers naast de bunker. En zo kwam in theorie op dinsdag 26 december 1944 om 16.55 uur een einde aan het beleg van Bastogne.



Op een hoek van Place General McAuliffe staat het meest gefotografeerde monument van Bastogne, een M4A3 Sherman tank. De Sherman was onderdeel van de 11th Armored Division, 41st Tank Battalion, Company B. Deze tank werd op 30 december 1944 nabij Renaumont, enkele kilometers ten westen van Bastogne, uitgeschakeld.
Aan bakboordzijde is nog duidelijk de inslag van de Duitse granaat te zien die verantwoordelijk was voor de gewonde bemanning. Ook aan de achterzijde is een inslag te constateren. De tank commandant, Wallace Alexander raakte zwaar gewond, net als schutter Cecil Peterman en lader Dage Herbert. Chauffeur Andrew Urda en assistent chauffeur, Ivan Goldstein bleven ongedeerd en werden krijgsgevangen genomen en naar een concentratie kamp gestuurd, terwijl de gewonden achter gelaten werden. Tank commandant Wallace keerde niet terug vanuit de oorlog en zijn resten zijn tot op heden niet gevonden. Hebert en Peterman werden opgepikt door de medische dienst van het Amerikaanse leger.
Iets ten zuidwesten van Place General McAuliffe, aan de linkerzijde van de Rue de Neufchâteau, is een klein museumpje gevestigd. Dit 'Original Museum', dat vooral uit folklore bestaat, heeft tevens een kleine winkel. Hier zijn tegen vrij hoge prijzen originele zaken uit de strijd rond de Ardennen te koop.
Als men oostwaarts door Bastogne gaat, via de Rue de Sablon, dan komen we via enkele bekende punten. Eén van deze punten staat in vele publicaties vermeld, de foto genomen vanaf een balkon. Hij is hieronder ook afgebeeld.




Als men aan de rechterkant de St Petrus kerk passeert, verschijnt aan het eind van Rue de Virvier het grote oorlogsmonument op de kruising Place de Saint-Pierre en Rue de Pierre Thomas. Het is een grauw geheel en verdient eigenlijk een rustiger punt van bezinning dat dit drukke kruispunt. Als men op dit punt rechtsaf gaat, dan komt men uit bij Mémorial du Mardasson (richting Clervaux).

Als men bij het monument linksaf gaat en daarna bij de rotonde de tweede afslag neemt, richting Hemroulle/Longchamp, dan komt men uit bij het hoofdkwartier van General McAuliffe. Dit was aan de rechterzijde in de legerbarakken van het Belgische leger (is niet te bezoeken). Tegenover deze barakken is het gemeentelijke kerkhof gevestigd. Hier zijn enkele bekende foto's genomen tijdens het begraven van Amerikaanse en Duitse soldaten. Vanaf dit punt is ook een voorraad dropping, door C-47's, gefilmd. Een fragment van deze dropping zit in de film die in het museum nabij Mémorial du Mardasson draait.
Vervolgt men de route nu nog een klein stukje verder dan ziet men aan beide zijden van de weg koepels van Sherman tanks. Dit is niet het enige plek, op meerdere punten rond Bastogne, voornamelijk de uitvalswegen, zijn dit soort originele koepels geplaatst. Een werkelijke unieke koepel, van een Sherman Firefly is te zien in Hotton (richting Erezée).
Dit was een tour rond Bastogne. Vervolg eventueel de tour door de ‘Bulge’ in het tweede deel



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina