Traditionals



Dovnload 382.7 Kb.
Pagina6/8
Datum22.07.2016
Grootte382.7 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

21e EEUW



STEP RIGHT UP
Who am I? to ask from you

To leave it all behind

Who am I? Just a selfish guy

No one you should trust
Step right up, walk right in

Rock this crazy world I'm living in

If love ain't foolish nothing is

I'm dying for your kiss

Step right up, walk right in

Walk all over me and set me free ... Come on
It's a shame to let it go

We both know it's right

It's a shame and let this be

Another wasted night (Refrein)
Earth shaking, breath taking, love making baby

Don't tell me no, tell me that, tell me baby

I'm checking in, checking out

Baby, I'm your man Oooohhh Come on
Refrein
DROPS OF JUPITER, TRAIN
Now that she’s back in the atmosphere

with drops of Jupiter in her hair hey-hey….

She acts like summer and walks like rain

Reminds me that there’s time to change hey-hey….

Since the return of her stay on the moon

She listens like spring and talks like June hey-hey….


Now tell me, did you sail across the sun

Did you make it to the Milky Way to see the lights all faded

And that heaven is overrated?

Now tell me, did you fall from a shooting star

One without a permanent scar, and did you miss me while you were

looking for yourself out there?


Now that she’s back from that soul vacation

Tracing her way through the constellation hey-hey….

She checks out Mozart while she does taebo

Reminds me that there’s room to grow hey-hey….

Now that she’s back in the atmosphere

I’m afraid that she might think of me as

plain ol’Jane told a story ‘bout a man who was

too afraid to fly so he never did land


Now tell me, did the wind sweep off your feet,

Did it finally get a chance to dance along with the light of day

And head back to the Milky Way

And tell me, did Venus blow your mind

Was it ev’rything you wanted to find and did you miss me while you were

Looking for yourself out there ?

Can you imagine: no love, pride, deep fried chicken, your best friend always sticking

Up to you, even when I know you were wrong, can you imagine no

First dance, freeze, dried romance, five hour phone conversation

The best soy latte that you ever had …… and me


Now tell me, did the wind sweep off your feet,

Did it finally get a chance to dance along with the light of day

And head back to the Milky Way

Now tell me, did you sail across the sun

Did you make it to the Milky Way to see the lights all faded

And that heaven is overrated?

Now tell me, did you fall from a shooting star

One without a permanent scar, and did you miss me while you were

looking for yourself?

AMSTERDAM LIEDJES




AAN DE AMSTERDAMSE GRACHTEN

er staat een huis aan de gracht in oud-amsterdam

waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam.

nu zit er een vreemde meneer in het kamertje voor

en ook die heerlijke zolder werd tot kantoor.

alleen de bomen dromen hoog boven het verkeer

en over het water gaat er een bootje, net als weleer:
aan de amsterdamse grachten

heb ik heel mijn hart voor altijd verpand

amsterdam blijft in mijn gedachten

als de mooiste stad van het land.

al die amsterdamse mensen

al die lichtjes 's avonds laat op het plijn

niemand kan zich beter wensen

dan een amsterdammer te zijn.


'k heb veel gereisd en al vroeg de wereld gezien

en nimmer kreeg ik genoeg van 't reizen nadien.

maar altijd bleef er een sterk verlangen in mij

naar hollands kust en de stad aan amstel en ij

waar oude bomen dromen hoog boven het verkeer

en over 't water gaat er een bootje net als weleer:


refrein:

TULPEN UIT AMSTERDAM

Als de lente komt dan stuur ik jou tulpen uit Amsterdam

Als de lente komt koop ik voor jou tulpen uit Amsterdam

Als ik wederkom dan breng ik jou tulpen uit Amsterdam

Duizend gele, duizend rooie, wensen jou het allermooiste

Wat mijn mond niet zeggen kan, zeggen tulpen uit Amsterdam.



GEEF MIJ MAAR AMSTERDAM

Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Parijs

Geef mij maar Amsterdam, m’n Mokums paradijs

Geef mij maar Amsterdam, met z’n Amstel en het IJ

Want in Mokum ben ik rijk en gelukkig tegelijk: Geef mij maar Amsterdam!
ALS OP HET LEIDSEPLEIN DE LICHTJES WEER EENS BRANDEN GAAN
Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan

en ‘t is gezellig op het asfalt in de stad

En bij het Lido zijn de blinden voor het raam vandaan

dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat.

Zo arm in arm, jij en ik, lachende naar alle kant

Als kinderen zo blij omdat het licht weer brandt

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan

dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat.


DE OLIEMAN HEEFT EEN FORDJE OPGEDAAN (1936)

De olieman van ‘t pleintje ging zijn radio verpanden

Hij was blasé van ‘t goeie en verbrak de etherbanden

En toen, met ome Jan z’n zeven tientjes in z’n handen

Had hij op ‘t autokerkhof een vehikeltje gekocht

Een onecht kind van Ford, vol builen, deuken en hiaten

In lang vervlogen tijden op de mensheid losgelaten

dat zich met korte sprongen voorwaarts repte langs de straten

en hartverscheurend kermde als je remde in de bocht

En als hij met zijn eigen wagen door z’n buurtje ging

Dan riep de hele buurt: “kijk uit, daar heb je Deterding !”
De olieman heeft een fordje opgedaan

daarmee rijdt hij als een vorst door de Jordaan

maar ‘s avonds om tien uren is het uit met de pret

want dan stopt zijn vrouw de slinger onder ‘t bed tuf, tuf, tuf


Op zekere zondagmorgen die het noodlot extra schikte

geviel het ook dat Ma haar meer dan ongewone dikte

etapsgewijze, tree na tree, in ‘t wrak vehikel wrikte

om met haar man en kroost een dag naar Bussum toe te gaan

Pa trachtte met de slinger’s monsters ingewand te zoeken

maar ‘t reageerde niet, het kreunde slechts in alle hoeken

En Pa gaf de première van twee splinternieuwe vloeken

omdat Ma lijzig vroeg of-t-ie misschien niet aan wou slaan

Refrein:
Pa wierp zich onder ‘t voertuig en forceerde enk’le moeren

Ma riep: doe eerst je strikkie recht, de buren staan te loeren

Pa vroeg beleefd maar kort of zijhaar claxon niet wou roeren

en ging weer in de olie liggen met zijn goeie goed

Het kroost verpoosde zich door aan de handeltjes te knoeien

waardoor er diep in ‘t mechanisme iets begon te loeien

Pa dreigde met een sleutel de familie uit te roeien

en ‘t uitstapje te wijzigen in een begrafenisstoet

maar ‘t fordje was gaan kuchen en het hoofd van het gezin

riep: “Vrouw, je kaken op elkaar, hou vast: ik schakel in !”

Refrein:
‘t Gedrocht liet plots een schreeuw, of het er vreugde in ging krijgen

en trachtte eerst een onbeheerde handkar te bestijgen

Ma gilde “Me vergaan!” Pa ging met demontering dreigen

van haar en beider nakroost, en dat maakte haar weer klein.

Toen nam het beest zijn sidderende wieletjes te samen

en stortte ten verderf, verschrikte buurtgenoten kwamen

naar buiten, of ze keken eens misprijzend door de ramen

Wie of er weer met zevenklappers speelde op het plein.

Een wijze ouwe opa riep, door het geknal verdoofd:

“Dat ding rijdt naar z’n ondergang, net als P.C.Hooft”

Refrein:
Twee uur na dit gebeuren arriveerde er een wagen

Met paard voor Nelis’ deur en de verblijde buren zagen

Hoe Ma met een gezwollen oog de trap op werd gedragen

Luidop onschone dingen zeggend over autosport

Daarachter man en kroost, vol olie, wegenstof en deuken

De voerman van de kar bracht nog een baalzak in de keuken

Slechts hij die veel had gestudeerd in de tiendelige breuken

kon zien, dat dit het afgekloven rif was van de ford.

De buren hadden revanche en glimlachten verblijd

En Nelis, als hij uitging, hoorde nog een hele tijd: Refrein:



HET HONDJE VAN DIRKIE

Kleine Dirkie had een hondje, door een auto overreden,

met gebroken poot, in ‘t straatgewoel gevonden

Met twee houtjes en een stukkie van een ouwe gonjezak

Had-ie ‘t pootje eerst gespalkt en toen verbonden

Daarna had-ie ‘t dier heel zacht opgepakt en thuisgebracht

En vervuld van stille angst en diepe zorgen

zei-ie: “Mormel, had toch uitgekeken voor je overstak !”

En ‘t voorzichtig in een zolderhoek geborgen
Als-ie boterhammen kreeg verborg hij elke keer een stukkie

voor z’n zieke kameraad onder z’n kieltje

En dan sloop-ie op z’n tenen, met ‘n koppie zonder oor

naar de zolder en zei: “Vreet nou maar, schlemieltje”

Hekkie keek ‘m nu en dan met z’n koppie scheef eens an

de filantropie kon ‘t beestje niet verwerken

Toen hij op een keer wou blaffen siste Dirkie :”hou je bek,

je legt zò uit je pension als ze het merken


Op een keer kwam Hekkie onverwacht, z’n poot nog in ‘t verband

de kamer in: een hondje laat zich niet verbieden.

Moeder zei: “Nou is de boot an, kijk me zo’n scharminkel an.....

‘t Lijkt waarachtig wel de Joodse invalide!

Van wie hoort dat stuk gespuis ? Straks heb ik Artis in m’n huis !”

Dirkie stamelde, hij kon het nauwelijks zeggen:

“Toen-ie onder ‘n auto lei dacht ik: “Ik neem ‘m effe mee .....

Anders hadde ze ‘m zo maar laten legge”


“Als-t-ie binnen ‘t uur me huis niet uit is gaat-ie in de plomp!”

verklaarde Ma, “Da’s niks voor mijn, die nare krengen !

Toen zei Pa gedecideerd: “Wanneer z’n poot genezen is,

zal ik hem persoonlijk naar ‘t asiel toebrengen.”

Dirk sprak liefdevol: “nou, teef, de eerste maand ben jij weer safe”

Intuïtief was hij van het dier gaan houden

Moeder schamperde: “Zeg, ober, geef uw Hekkie een stukkie kreeft!

Man ......je mot een villa voor hem laten bouwen!”


Kleine Mientje, Dirkie’s jongste zusje, noemde Hekkie smalend: “viezerik”

Dan hulde Dirkie zich in hooghartig zwijgen

Maar soms werd het hem te machtig en dan kreet hij: “treiterkop,

wat is vies? Kijk jij maar liever naar je eigen!”

Eens beet Hek in Mientje’s pop; het meisje gaf het beest een schop...

Dirk vlòòg op en loeide: “valse salamander !

Raak dat beessie nog es an, dan zal ‘k je effe kreupel slaan !

Als-ie slaag krijgt is ‘t van mijn, en van geen ander !


Hekkie leefde ongestoord temidden van conflicten voort

schoon onbewust, dat zij de oorzaak was van rampen.

D’een vervolgde haar met haat, de ander werd haar kameraad ...

‘t Huisgezin had zich gescheiden in twee kampen.

‘t Pootje was weer gecureerd. Dirkie had ‘t beest geleerd

mooi te zitten, en nou was-ie reuze branie

Vader zei soms :”Klein serpent.... zo’n beest is tòch intelligent !

“Ja”, zei Moeder, “gaat ermee naar Sarrasani !

Na zes maanden koude oorlog heeft het noodlot zich voltrokken

Hekkie had iets raars gedaan in Moeder’s kamer.

Bertus, ‘t oudste broertje, zag het en riep “kijk es wat een zwijn!

Op de trijpen stoelen, Ma !” Hij greep een hamer.

Wierp die Hekkie naar z’n kop; het beestje vloog schuimbekkend op

en viel toen neer .... op dat moment kwam Dirkie binnen:

Bleef als vastgenageld staan; keek z’n broertje lijkwit aan .....

Niemand wist toen, wat met Dirkie te beginnen.


Zacht als was ‘t een kostbaar kleinood, heeft toen Dirkie het verstarde beest

naar ‘t hoekje op de zolder meegenomen.

‘s avonds groef hij in het donker in het Vondelpark een kuil

Bij een laantje onder stille iepebomen.

Met een snuitje bleek als was lei-ie Hekkie onder ‘t gras

en zei trillend, beide oogjes toegeknepen:

“Hekkie, ‘t was niet mijn schuld..... mensen hebben geen geduld

Arme dier, ze hebben jou thuis nooit begrepen.”




AAN DE OEVER VAN DE ROTTE

Aan de oever van de Rotte, tussen Delft en Overschie

Zat een kikker droef te wenen, met een zuig'ling op haar knie.
"Lieve kleine" , sprak de oude, "Zie je ginds die ooievaar?

Het was moord'naar van je vader: hij vrad hem op met huid en haar.


"Potverdomme", sprak de kleine, "heeft die rotzak dat gedaan?

Lieve Moeder, als ik groot ben zal ik 'm op z'n falie slaan!"


En de kikker, groot geworden, zag opniew de ooievaar

En u zult het niet geloven : hij vrat hem op met huid en haar!



AMSTERDAM

Daar waar zich de golfjes van de Amstel

Mengen met de deining van het IJ,

Waar het carillon der Westertoren

Tinkelt in de lucht, zo klaar en blij,

Waar ik eens gespeeld heb met mijn makkers

Waar ik ben geworden wat ik ben:

Dat, ja, dat is de mooiste stad

die ik op de wereld ken:

AMSTERDAM er is geen stad die even aanje tippen kan

AMSTERDAM Hoe je het ook wendt of keert:

Er is maar één Groot Mokum

AMSTERDAM, wie aan jouw boezem werd geboren

Raakt van ontroering koud en klam

Bij 't woordje AMSTERDAM

AMSTERDAM (HEE, AMSTERDAM)

Ik ben in Amsterdam geboren,

driehoog achter op de bloemgracht

waar je in je nest kon horen

als buurman ijlie maakte ‘s nachts

de straten waren om te spelen,

we zwierven door de hele stad

geloofden nog in eerlijk delen,

we jatten appels op de markt
hee AMSTERDAM, ze zeggen dat je bent veranderd

hee AMSTERDAM, je kan geen goed meer doen

maar wie dat zegt die is geen amsterdammer

want AMSTERDAM, je bent nog net als toen.


Op zondagmiddag naar de wallen

en als je langzaam liep dan zag je meer

onopvallend met z’n allen

de Stoofsteeg tien keer op de neer

en zondagsavonds was het knokken

het hinderde niet tegen wie

tot de politie dan kwam fokken,

dan vochten we wel tegen drie


REFREIN:
Die dronken vent die in ‘t portiek lag

en m’n ma die dorst niet naar ‘m toe

toen Pa ‘m vroeg of-ie soms ziek was

zei-ie “nou nee, alleen maar moe”

dus zoveel is er niet veranderd;

een junkie ligt in een portiek

en naast mij vraagt een Amsterdammer:

“is-ie nou moe of is-ie ziek?”


REFREIN:
En kom je terug na heel wat jaren

zeggen ze: “Mokum, dat is dood”

maar ‘k geloof niets van die verhalen

als ik zo door de stad heen loop

de kooplui staan nog steeds te katten,

de Nieuwendijk drukker dan ooit

Ik zie een jochie appels jatten:

nee, Amsterdam verandert nooit


REFREIN:



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina