Traditionals



Dovnload 382.7 Kb.
Pagina7/8
Datum22.07.2016
Grootte382.7 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

ZO MAAR LEUKE LIEDJES




BEESTJES

Weet je wat ik zie als ik gedronken heb (nou, nou ?)

allemaal beestjes (nou, nou, nou)

zoveel beestjes om me heen

O, ik weet wel dat ik nou mezelf nep (ja, ja)

want er zijn geen beestjes (nou, nou, nou)

maar ik zie beestjes om me heen
beestjes, beestjes

langs de drempel in een hele lange rij (beestjes)

door de sleutelgaten komen zij erbij (beestjes)

en ze kijken allemaal naar mij


beestjes, beestjes

blauwe, gele, alles zit erbij (beestjes)

likkebaardend komen zij steeds dichterbij (beestjes)

en ze loeren allemaal op mij, oh, oh,


Weet je wat ik zie als ik gedronken heb (ja, ja)

allemaal beestjes (ja, ja, ja)

zoveel beestjes om me heen

Ze komen zelfs als ik om me heen mep (ja, ja)

duizend beestjes (ja, ja, ja)

zoveel beestjes om me heen




DE KAT VAN OME WILLEM

De kat van Ome Willem is op reis geweest,

op reis geweest, op reis geweest,

De kat van Ome Willem is op reis geweest,

waar ging-ie dan naar toe?
Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest,

Parijs geweest, Parijs geweest

Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest,

bonjour en voulez-vous ?


Hij heeft zoiets elegants,

hij geeft kopjes op z’n Frans

Hij gaat met de rozenkrans

naar de Franse kathedraal

allemaal, allemaal,

ja de kat van Ome Willem is brutaal (olala !)


Die kat is op een echte Franse school geweest,

op school geweest, op school geweest

Die kat is op een echte Franse school geweest,

en zegt nou “oh, pardon !”

Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest,

de Gaulle geweest, de gaulle geweest

Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest,

en zegt voortdurend “non !”


Hij zingt liedjes op z’n Frans over de Maaagd van Orleans

Hij lust enkel jus d’orange en af en toe cognac

Op het dak, op het dak,

en hij wil alleen maar op een Franse bak (kouwe kak !)



DE SCHULD VAN HET KAPITAAL

‘t Was een knul van achttien jaren;

nog wel groen, maar fors gebouwd

die werd tuinknecht onder Laren

en dat heeft hem diep berouwd
Mensen, noem elkaar geen mietje: éénmaal zing je allemaal,

allemaal hetzelfde liedje: ‘t is de schuld van ‘t kapitaal!


De mevrouw wier gras hij maaide

riep hem binnen voor de thee

waarbij zij zijn krullen aaide,

wat hem eerst nog niet veel dee


Zij verleidde hem in ‘t schuurtje

bij de schoffel en de schaar

en alras, voor nog geen uurtje

moest hij mee naar haar boudoir


REFREIN:
En meteen voor vast genomen

deed hij wat ze van hem wou

van de tuin zou niks meer komen:

er kwam veel meer van mevrouw.


En hij raakte zo van zinnen

dat hij ‘t gras niet meer wou doen

Als hij werkte was het binnen,

en daar was al niks meer groen.


REFREIN:
Toen ontdekte hij op een morgen

dat de bakker en de post

vele malen ‘s nachts bezorgden

en dat hij werd afgelost.


En zo kreeg na deze dame

ook de grote stad hem klein

want hoe vindt een vakbekwame

tuinknecht werk op ‘t Leidseplein?


‘t Water van de gracht ging lokken;

‘t droevig einde kwam nabij

toen hij plots werd weggetrokken

door een pacifist die zei:


REFREIN:
Zo loopt hij pas achttien jaren

en met een brutale kop bij een villa onder Laren

met een bord en daar staat op:
Mensen, noem elkaar geen mietje: éénmaal zing je allemaal,

allemaal hetzelfde liedje: ‘t is de schuld van ‘t kapitaal!



DE ZUSTERS KARAMAZOV

Tante Constance en tante Mathilde

woonden eendrachtig tezaam bij elkaar

Een was hardhorend, de andere brilde

in doorsnee waren zij zeventig jaar.

In Overveen telden zij hun dagen bijeen,

niet meer zo koket als voorheen

maar nog altijd flink ter been


terwijl de kater sliep en de pendule liep

en de kanarie sprak: “tjiep, tjiep, tjiep, tjiep”.


Tante Constance en tante Mathilde

erfden de kleren van tante Heleen

waardoor ineens hun gehechtheid verkilde

want van elk soort japon was er maar één.

Er werd getwist en naar provocaties gevist

en er werden dingen vermist waar de ander meer van wist (refrein)


Op zeek’re dag maakte tante Mathilde

akelig lachend de koffie gereed

daar zij haar zuster vergiftigen wilde

die in haar eentje een wandeling deed

met terpentijn en een snufje rattenvenijn

en gesloten keukengordijn moest het wel uitvoerbaar zijn (refrein)


Toen nu de koffie tot stand was gekomen

wou zij eens proeven en nam zij een slok

zij had de juiste verhouding genomen

tante Mathilde viel neer als een blok

sedert die tijd droeg Constance in eenzaamheid

de japonnen die tot haar spijt tot dit drama hadden geleid (refrein)


DODENRIT
We reizen met de troika door het eindeloze woud

Het vriest een graad of dertig, het is donker en vrij koud

De paardenhoeven knersen door de pas gevallen sneeuw

Het is avond in Siberië en nergens brult een leeuw


We reizen met de kinderen, al zijn ze nog wat jong,

Door het eindeloze woud waarver ik zo even zong

Het is een lommerrijk en zeer onoverzichtelijk terrein,

Waarin men zich gelukkig prijst da er geen leeuwen zijn


We zijn op weg naar Omsk, maar de weg daarheen is lang

En daarom vullen wij de tijd met feestelijk gezang

Intussen gaat zich iets bewegen in de achtergrond

Iets donkers en iets talrijks en dat lijkt me ongezond


Ze zijn nog vrij ver achter ons, ik zie ze echter wel

Het is een hele massa en ze lopen nogal snel

En door ons achterna te lopen halen zij ons in

Wat onvoordelig uit kan pakken voor een jong gezin.


De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been

Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen

Ze hebben scherpe tanden, dat is duidelijk te zien

Het zijn waarschijnlijk wolven en kwaadaardig bovendien.


Al is de toestand zorgelijk, ik raak niet in paniek

Ik houd de moed erin door middel van de volksmuziek.

We kennen onze bundel en we zingen heel wat af

Terwijl de wolven nader komen in gestrekte draf.


Het is van hier naar Omsk nog een kleine honderd werst

Gelukkig dat de paarden net vanmiddag zijn ververst

Maar jammer, dat de wolven ons nu hebben ingehaald

Men ziet de flinke eetlust die hun uit de ogen straalt.


Wij doen heel onbekommerd en wij zingen continu

Toch moet er wat gebeuren onder moeders paraplu

En zonder op te vallen overleg ik met mijn vrouw:

“Wie moet eraan geloven?” vraag ik, “toe, bedenk eens gauw!”


“Moet Igor het maar wezen?” ”Nee, want Igor speelt viool.

Wat denk je van Natasja?” ”Maar die leert zo goed op school

En Sonja dan?” “Nee, Sonja niet, zij heeft zo’n mooie alt”

Zodat de keus ten slotte op de kleine Pjotr valt.


Dus onder luid gezang pak ik het ventje handig beet.

Daar vliegt hij uit de Troika met een akelige kreet.

De wolven hebben alle aandacht voor die lekkernij …

Nog 84 werst, en o, wat zijn we heden blij


Wij mogen Pjotr wel waarderen voor zijn eetbaarheid

Want daardoor raken wij voorlopig van die troep bevrijd.

Zo razen wij maar voort als in een akelige droom

Ajun, ajun, ajun, in die hoge klapperboom
Daar klinkt weer dat gehuil en onze hoop die wordt verscheurd.

De wolven zijn terug en nu is Sonja aan de beurt.

Daar gaat het arme kind, ze was zo vrolijk en zo braaf

Nog 68 werst en in Den Haag daar woont een graaf


Nu Sonja is verwijderd hebben wij weer even rust

Maar kijk daar zijn die wolven weer, op nog een prak belust.

De doodskreet van Natasja snijdt ons pijnlijk door de ziel

Nog 52 werst, in een blauwgeruite kiel


Ik zit nog na te p[einzen en mijn vrouw stort meen’ge traan

Maar kijk, daar komen achter ons de wolven alweer aan

Dus, Igor, ’t is wel spijtig, maar je wordt geen virtuoos.

Nog 36 werst, daar was laatst een meisje loos


Mijn vrouw en ik zijn over dus we zingen een duet

En als het even meezit, wel, dan halen we het nét.

Helaas, ik moet haar afstaan aan die hongerige troep.

Nu nog maar 20 werst, Hoeperdepoep zat op de stoep


Ik zing nu weer wat lustiger, want Omsk dat komt in zicht

Ik maak een sprong van vreugde en verlies mijn evenwicht.

Terwijl de wolven mij verslinden denk ik: “Dat is pech,

Ja, Omsk dat is een mooie stad maar 4 werst te ver weg”



OP EEN ONBEWOOND EILAND

Op een onbewoond eiland loopt niemand voor je neus

ja, je voelt je er blij, want: lekker leven is de leus

Geen pietsie pech want je hoeft er niets,

valt er niet van je fiets, ligt op je luie haddewiets

Drinkt met je billen bloot melk uit een kokosnoot

Je wordt vanzelluf groot ...

Op een onbewoond eiland zijn alle dagen fijn

Op een onbewoond eiland daar zou ik willen zijn
Had vanmorgen al voor dag en dauw een punaise in mijn voet

marmelade op mijn linkermouw, ei te zacht ... ik word niet goed !

En toen ‘k mijn fiets besteeg: je raadt het reeds:

mijn beide banden lek en leeg

en de tram die ‘k toen nam, bleef steken in een steeg
Moest vanmiddag bij de dokter zijn, spuitje anti-griep gehaald.

Nou, die vogel deed me reuze pijn en natuurlijk brak de naald

En toen ik douchen wou, je raad het reeds, stond ik te krijsen van de kou

nooit geluk: de geiser stuk, je weet al wat ik wou:



OPZIJ

Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats,

wij hebben ongelofelijke haast

Opzij, opzij, opzij, want wij zijn haast te laat

wij hebben maar een paar minuten tijd.

We moeten rennen, springen, vliegen,

duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan

We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan


Een and’re keer misschien, dan blijven we wel slapen

en kunnen dan misschien, als het echt moet,

wat over koetjes, voetbal en de lotto praten,

nou dag, tot ziens, adieu, het ga je goed.

We moeten rennen, springen, vliegen,

duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan

We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan

TWEE MOTTEN

Er wonen twee motten in m’n ouwe jas

en die twee motten die wonen er pas

je raakt gewoonweg van je stuk als je dat ziet: dat pril geluk

Hij vreet m’n hele jas kapot alleen voor haar, die dot van ‘n mot:

Ik noem haar Charlotte, en hem noem ik Bas

Die dotten van motten in m’n ouwe jas.
Ik voelde me eerst een beetje belaagd

Ik dacht: ‘t is net of er wat aan me knaagt

maar toen kreeg ik die gaten in de gaten

ik dacht nog even: hoe heb ik het nou ?


15 MILJOEN MENSEN

Land van 1000 meningen,


Het land van nuchterheid
Met z'n allen op het strand
Beschuit bij het ontbijt
Het land waar niemand zich laat gaan
Behalve als we winnen
Dan breekt acuut de passie los
Dan blijft geen mens meer binnen
Het land wars van betutteling
Geen uniform is heilig
Een zoon die noemt z'n vader Piet
Een fiets staat nergens veilig

refr.:
15 Miljoen mensen


Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet 't keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Het land vol groepen van protest


Geen chef die echt de baas is
Gordijnen altijd open zijn
Lunch een broodje kaas is
Het land vol van verdraagzaamheid
Alleen niet voor de buurman
De grote vraag die blijft altijd
Waar betaalt 'ie nou z'n huur van

't Land dat zorgt voor iedereen


Geen hond die van een goot weet
Met nassiballen in de muur
En niemand die droog brood eet

refr.(2x)




1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina