Tussen oud en nieuw



Dovnload 187.17 Kb.
Pagina3/10
Datum20.08.2016
Grootte187.17 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

1.3 Waarom een nieuwe erfgoednota?

De afgelopen jaren heeft een aantal wetswijzigingen plaatsgevonden, waardoor archeologie en monumenten een veel duidelijker afgebakende plaats hebben gekregen in ruimtelijke ontwikkelingen. De belangrijkste van deze wetswijzigingen zijn de herziening van de Monumentenwet in 2007, de inwerkingtreding van de Beleidsvisie Modernisering Monumentenzorg in 2010, de inwerkingtreding van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht in 2010 en de inwerkingtreding van het Besluit Ruimtelijke Ordening in 2012 (deze en overige relevante wetten en de implementatie hiervan in het erfgoedbeleid van de gemeente Rijswijk worden besproken in par. 3.2 en 4.2). Genoemde wetswijzigingen hebben er o.a. toe geleid dat de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed nadrukkelijk is verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten moeten nu zelf hun cultureel erfgoed beheren en zelf de afweging maken tussen archeologische, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke belangen enerzijds en economische, maatschappelijke en overige belangen anderzijds. Hiertoe dienen gemeenten te beschikken over een erfgoedbeleid, waarin de visie op het beheer van het cultureel erfgoed is vastgelegd en is gekoppeld aan richtlijnen voor de omgang met archeologische, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden. In nieuwe bestemmingsplannen en bestemmingsplanwijzigingen moet rekening worden gehouden met archeologische, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden, en moeten de richtlijnen van het erfgoedbeleid worden vertaald naar concrete voorwaarden aan activiteiten die deze waarden kunnen aantasten. Met deze eis uit het Besluit Ruimtelijke Ordening (art. 3.1.6) is de taak van de gemeenten is aanzienlijk uitgebreid.



1.4 Opbouw van deze nota

Hoofdstuk 2 geeft de huidige stand van zaken van het erfgoedbeleid weer. In hoofdstuk 3 zal de visie op archeologie worden toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat over de visie op monumentenzorg en cultuurlandschap. Hoofdstuk 5 gaat over voorlichting, communicatie en educatie. Het laatste hoofdstuk gaat in op de middelen die nodig zijn voor uitvoering van het in dit document voorgestelde erfgoedbeleid.





De voormalige Buitenplaats Sion met barokke tuinaanleg. Nu resteert bovengronds enkel nog het koetshuis. De historische inrichting wordt als uitgangspunt gebruikt bij het nieuwbouwproject Rijswijk Buiten.

2. Stand van zaken

De gemeente Rijswijk heeft altijd belangstelling gehad voor haar monumenten. Tot 1988 had deze aandacht vooral het karakter van de waan van de dag. In dat jaar kwam een nieuwe Monumentenwet waarbij verschillende taken verschoven van het Rijk naar de gemeenten. De gemeenten konden meer een zelfstandige koers volgen mits zij aan bepaalde eisen voldeden, zoals een gemeentelijke monumentenverordening en het beschikken over een gemeentelijke monumentencommissie. Beide waren in 1989 gerealiseerd. Ook werd in dat jaar een beleidsmedewerker in deeltijd (0,4 FTE) aangetrokken om de werkzaamheden te verrichten. Hiermee werd de benodigde zorg voor de bovengrondse monumenten mogelijk.


De vele archeologische vindplaatsen van Rijswijk, de monumenten die zich in de bodem bevinden, vragen eveneens veel aandacht. Niet zonder reden want in een gemeente als Rijswijk vinden voordurend grondwerkzaamheden plaats die een bedreiging kunnen vormen voor de waardevolle archeologische vindplaatsen. Daarom werd in 1993 een archeoloog in dienst genomen om de zorg voor de ondergrondse monumenten te borgen. Door de vele werkzaamheden en wettelijke verplichtingen bestaat het team nu uit twee seniorarcheologen (2 FTE) en een archeologisch medewerker/specialist (1 FTE).
De medewerkers zijn ondergebracht in de afdeling Stad en Samenleving, sectie Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling en gebruiken de werknaam Bureau Monumentenzorg en Archeologie (BMA). De werkzaamheden vinden vooral plaats op Hoogvoorde. Het depot en een bescheiden werkruimte voor het bewerken van vondstmateriaal uit opgravingen is ondergebracht op de gemeentewerf aan de Steenplaetsstraat. De benedenverdieping van de voormalige brandweerkazerne aan de Jacob van Offwegenlaan wordt als opslagruimte benut voor graafmaterieel als kruiwagens en scheppen als ook voor de opslag voor grotere, incourante bodemvondsten als een zeventiende eeuwse, natuurstenen fonteinschotel. Ook heeft de vereniging Archeologische Werkgroep Rijswijk in dit gebouw een eigen ruimte.

Het huidige beleid is vastgelegd in de beleidsnota Monumenten- en archeologiebeleid van de gemeente Rijswijk 2005-20092. In de daarop volgende jaren is de nota stilzwijgend verlengd. Inmiddels is door de verschillende wijzigingen van het rijks- en provinciaalbeleid en wetgeving een nieuwe nota opgesteld voor de periode 2013-2017. Ook de maatschappelijke ontwikkelingen en de kijk op archeologie hebben zich ontwikkeld.

Sinds 1997 beschikt de gemeente Rijswijk over een eigen opgravingsvergunning. Hierdoor kan zij een zelfstandig beleid voeren zonder afhankelijk te zijn van Rijk of Provincie mits de gemeente niet in strijd handelt met het beleid van deze overheden. Door deze vergunning kan Rijswijk snel en flexibel handelen wanneer onverwachte bodemvondsten bij grondwerkzaamheden worden gedaan waardoor vertragingen in de uitvoering worden voorkomen. Het archeologisch team richt zich vooral op het beleidswerk (bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen, advisering, toezicht, regie, opstellen van programma’s van eisen, bureaustudies en verstrekken van informatie) en daarnaast op beperkte schaal veldwerk (verkennende onderzoeken en opgravingen). Het team kan niet alle taken zelf doen. Verschillende werkzaamheden worden uitbesteed waarbij het team de regie voert.
Sinds de herziening van de Monumentenwet mogen ook –onder zeer strikte voorwaarden- andere partijen opgravingen verrichten. In dergelijke gevallen is de gemeente Rijswijk het Bevoegd Gezag. Zo moet de gemeente een Programma Van Eisen (PvE) opstellen dan wel een dergelijk aangeleverd programma goedkeuren. Het PvE is belangrijk omdat hierin staat hoe het onderzoek moet plaatsvinden, welke onderzoeksvragen beantwoord dienen te worden en hoe de bodemvondsten en documentatie bij de gemeente ingeleverd moet worden na afloop van het onderzoek. Ook de beoordeling van het onderzoeksrapport moet door de gemeente worden gedaan als ook het daarop volgende selectieadvies. Een goed opgesteld PvE is voor de gemeente van belang om regie te kunnen voeren.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina