Tussen oud en nieuw



Dovnload 187.17 Kb.
Pagina4/10
Datum20.08.2016
Grootte187.17 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

3. Archeologie




3.1 Motivering

Nederland kent een rijke geschiedenis. Fysieke sporen van deze geschiedenis zijn zichtbaar in bijvoorbeeld de vele historische bouwwerken. Een ander deel van deze sporen is ligt in de bodem en is niet direct herkenbaar. Dit wordt het bodemarchief genoemd. Deze resten zijn fysieke bewijzen die onderzoekers helpen om de geschiedenis van Nederland, Europa en de wereld te begrijpen en reconstrueren. Dergelijke sporen zijn bijvoorbeeld waterputten, funderingen van gebouwen, afval als potscherven en botten van geslachte dieren, voedselresten als zaden en pitten, etc. Ze vormen een bron van het gemeenschappelijke geheugen. Als dit bodemarchief wordt verstoord door bijvoorbeeld nieuwbouwprojecten, zullen deze fysieke bewijzen verdwijnen en zal cruciale en unieke informatie over ons verleden voorgoed verloren gaan. De archeologische resten zijn bijzonder en onvervangbaar; wat eenmaal is vernietigd keert nooit meer terug. Het bodemarchief is dus eindig. Daarom worden zulke hoge eisen gesteld aan het omgaan met het bodemarchief en het streven naar behoud. Dat is de reden dat voorafgaand aan nieuwbouwprojecten of andere bodem verstorende activiteiten als de aanleg van wegen of het graven van nieuwe sloten archeologisch onderzoek moet worden verricht. Hierdoor kunnen archeologische sporen en vondsten veilig worden gesteld voor onderzoek.





Opgraving in het Rijswijkse Bos in 2009. Fundering van Huis ter Nieuburg waar in 1697 de Vrede van Rijswijk werd getekend. De contouren van het paleis zijn in het park gevisualiseerd. Hiermee wordt het verhaal van Ter Nieuburg in stand gehouden.

In lijn met de uitgangspunten van het Verdrag van Malta is het archeologisch beleid van de gemeente Rijswijk erop gericht om archeologische waarden ‘in situ’, dus op de plek waar ze liggen, te bewaren. Alleen als dit niet mogelijk is, zullen de archeologische waarden moeten worden opgegraven. De initiatiefnemer van een bodemverstorende activiteit is verantwoordelijk voor het regelen en financiëren van het archeologische onderzoek. De gemeente Rijswijk is binnen haar grenzen een ‘grote initiatiefnemer’ voor bodemverstorende activiteiten. Dit zijn niet alleen bouwprojecten als RijswijkBuiten maar vooral ook het herinrichten van parken, aanleg van waterpartijen, plaatsen van ondergrondse vuilcontainers en infrastructurele projecten als de aanleg van diepriolen.


De gemeente Rijswijk heeft in vergelijking met andere gemeenten een bijzonder rijk bodemarchief. Sporen vanaf de Nieuwe Steentijd zijn aangetroffen, maar ook materiaal uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen is rijkelijk aanwezig. Zij bepalen ook voor een groot deel de identiteit van de gemeente. Een identiteit om trots op te zijn.

3.2 Wettelijk kader

In 1992 werd het Europese verdrag van Malta ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa en in 1998 door Nederland geratificeerd. Met dit verdrag wordt beoogd het cultureel erfgoed onder de grond beter te beschermen door een structurele inpassing van archeologie in ruimtelijke ontwikkelingsprocessen. De belangrijkste uitgangspunten van dit verdrag zijn:




  • Streven naar behoud ‘in situ’ (op de oorspronkelijke locatie) van archeologische waarden. Alleen als behoud ‘in situ’ niet mogelijk is, wordt overgegaan tot behoud ‘ex situ’ door middel van opgraven en het bewaren van vondsten en informatie in een depot.

  • Bij ruimtelijke ontwikkeling moet archeologie al in een vroeg stadium worden meegenomen, zodat bij de planvorming en –uitvoering rekening gehouden kan worden met eventuele aanwezige archeologische waarden. De initiatiefnemer van een bodemverstorende activiteit moet het archeologische onderzoek zelf regelen en betalen (principe “de verstoorder betaalt”).

  • Kennis verkregen door archeologisch onderzoek moet beschikbaar worden gemaakt voor het publiek.

  • K
    Zichtbaar maken van de Rijswijkse archeologie. De historische waterput

    is vrijgelegd en voorzien van een glazen plaat. In de natuurstenen band is

    een tekst opgenomen met informatie.


    ennis moet tussen landen worden uitgewisseld.

Het Verdrag van Malta heeft in Nederland geleid tot een ingrijpende herziening van de Monumentenwet uit 1988, die op 1 september 2007 met de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) van kracht is geworden. Door de WAMZ zijn tevens Ontgrondingenwet, de Wet milieubeheer en de Woningwet gewijzigd. Met de inwerkingtreding van de WAMZ is de verantwoordelijkheid voor het archeologische erfgoed verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen en bestemmingsplanwijzigingen rekening te houden met archeologie, en kunnen randvoorwaarden opleggen aan omgevingsvergunningen en projectbesluiten. Door deze maatregelen is een stelsel gecreëerd waarbij het archeologisch erfgoed zo goed mogelijk kan worden beschermd en het archeologisch belang op een zo efficiënt mogelijke manier kan worden meegewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen.




Monumentenwet 1988

De Monumentenwet regelt de bescherming van gebouwde monumenten en waardevolle archeologische terreinen. In deze wet is ook de verplichting opgenomen dat gemeenten bij het vaststellen van een bestemmingsplan en beheersverordening rekening moeten houden met in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De monumentenwet bevat ook nadere bepalingen over archeologisch onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld bepaald dat de opgravende partij in bezit moet zijn van een opgravingsvergunning (verleend door de minister van OCW) ). Daarnaast bevat de Monumentenwet bepalingen over het eigendom van archeologische vondsten, het bewaren in depots, de verplichting tot het melden van toevalsvondsten, de registratie van gegevens in het centraal archeologisch informatiesysteem (ARCHIS), bijzondere bevoegdheden, toezicht en handhaving.


De Ontgrondingenwet

De Ontgrondingenwet bevat een verbod op het afgraven van het maaiveld zonder vergunning van Gedeputeerde Staten.


De Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer bevat de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) wanneer sprake is van ontwikkelingsprojecten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Tot het milieu worden ook archeologische en cultuurhistorische waarden gerekend. Bij besluiten die naar aanleiding van een MER worden genomen, wordt dus ook het effect van de voorgenomen ontwikkeling op eventuele archeologische en cultuurhistorische waarden meegewogen.


Woningwet/Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

De Woningwet en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht bevatten regels voor het plaatsen, oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van bouwwerken en overige werkzaamheden. Deze activiteiten kunnen vergunningsplichtig zijn. Indien in het betreffende bestemmingsplan voorschriften zijn opgenomen voor de omgang met archeologische waarden, kunnen aan deze vergunning voorwaarden worden verbonden in het belang van de archeologische monumentenzorg.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina