Tussen oud en nieuw



Dovnload 187.17 Kb.
Pagina6/10
Datum20.08.2016
Grootte187.17 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10



4. Gebouwde Monumenten & Cultuurlandschap




4.1 Motivering

Gebouwde monumenten en cultuurlandschap zijn fysieke en zichtbare overblijfselen uit het verleden. Ze vertellen iets over de ontwikkeling van Rijswijk en zijn bepalend voor de identiteit van het gebied. Monumenten en cultuurlandschap hebben een uniek karakter en deze zeldzaamheidswaarde vertaalt zich weer naar de ruimtelijke kwaliteit en aantrekkelijkheid van Rijswijk.3

De gemeente heeft de wettelijke verplichting toe te zien op de instandhouding van deze resten uit het verleden. Daarnaast is de gemeente op zoek naar een symbiose tussen de instandhouding van cultuurhistorische waarden en nieuwe ontwikkelingen. Deze co-existentie van behoud en ontwikkeling is een voorwaarde voor een gezonde leefgemeente. Daarom hecht de gemeente veel waarde aan de monumenten en het Rijswijkse cultuurlandschap.

Daarnaast is het belangrijk dat de monumenteneigenaar wordt ondersteund in zijn of haar opgave om het monument te behouden. Investeren in monumenten dat loont. Het blijkt uit vele onderzoeken en studies. Uit een rapport van het Nationaal Restauratiefonds blijkt dat iedere door het Rijk bestede euro, €1,50 oplevert.4


De gemeente is van mening dat een goed onderhouden monumentenbestand belangrijk is wanneer een snel groeiende bevolking zich wil identificeren met de grond waarop zij woont en de omgeving waarin zij werkt en recreëert. Bouwhistorie en cultuurlandschap maken integraal onderdeel uit van ons verleden en onze leefomgeving. Toch is de zorg voor de cultuurhistorie nog niet optimaal. Ons streven is om, net als bij de archeologie, de inbedding van de bouwhistorie in de ruimtelijke ordening te versterken. Het bouwhistorisch- en cultuurlandschappelijke erfgoed van Rijswijk staat onder grote druk. Het oorspronkelijke landschap is nog maar op enkele plaatsen herkenbaar en de bouwhistorische nalatenschap van onze voorouders is al voor een deel vernietigd.

Dit betekent niet dat bescherming van de Rijswijkse cultuurhistorische waarden geen zin meer heeft, maar dat wel dat behoedzaam met het overgebleven erfgoed moet worden omgaan. De gemeente wil het cultureel erfgoed als vertrekpunt nemen bij ruimtelijke vernieuwing.



4.2 Wettelijk kader

In Rijswijk maken we onderscheid tussen twee soorten monumenten: rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. De rijksmonumenten zijn aangewezen door de Minister van OCW op basis van de Monumentenwet 1988. Daarnaast bestaan er ook nog de gemeentelijke monumenten. Deze zijn door het gemeentebestuur aangewezen op basis van de gemeentelijke Monumentenverordening. De Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke monumentenverordening regelen de beschermde status van een monument. Dit betekent dat het niet zomaar is toegestaan om werkzaamheden te verrichten aan een monument zonder toestemming van de gemeente. De Wet Algemene Bepaling Omgevingsrecht (WABO) bepaalt welke verbouwwerkzaamheden aan monumenten vergunningsplichtig zijn.

De bescherming van Cultuurlandschap en overige cultuurhistorie wordt geregeld in de Wet Ruimtelijke Ordening. Artikel 3.1.6. van het Besluit Ruimtelijk Ordening bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van het bestemmingsplan rekening dienen te houden met cultuurhistorie onder en boven de grond. Bij het maken van een nieuw bestemmingsplan, zal een inventariserend onderzoek verricht worden naar deze waarden zodat ze een plek krijgen in het bestemmingsplan. Tevens zal per bestemmingsplan aangegeven worden hoe de gemeente de cultuurhistorie een plek willen geven in de toekomst.

4.3 Rolverdeling overheden

4.3.1 Het Rijk

Het erfgoedbeleid van het rijk wordt in naam van de minister van OCW uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort. De afgelopen jaren is deze dienst omgevormd tot een kennisinstituut. Door de invoering van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (beperking ministeriële adviesplicht bij aanvragen monumentenvergunning) is een belangrijk onderdeel van de controlerende taak van het rijk verschoven naar de gemeenten.


Modernisering Monumentenzorg (MoMo).
De beleidsbrief Modernisering van de Monumentenzorg (2009) vormt de voorzet voor een nieuw monumentenbeleid met een volledig nieuw monumentenstelsel. Het accent verschuift hierbij van objectgerichte- naar gebiedsgerichte zorg.

De monumentenzorg rust nu op drie pijlers:



  • cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening: gemeenten moeten meer rekening gaan houden met cultuurhistorische waarden door deze te betrekken in nieuwe bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Kort gezegd: minder sectorale regelgeving achteraf en een meer generieke borging vooraf.

  • krachtiger en eenvoudiger regelgeving: minder regeldruk voor de monumenteneigenaar. De minister werkt aan een lijst met vergunningsvrije (onderhouds-)werkzaamheden.

  • bevorderen van herbestemming: historische gebouwen, complexen of terreinen horen ook vandaag de dag betekenis te hebben; functieveranderingen moeten rekening houden met de cultuurhistorische waarden. Een nieuwe bestemming kan het gebruik en daarmee de mogelijkheden tot behoud vergroten.

4.3.2 De provincie

Oude molens, boerderijlinten of stadsgezichten maar ook dijken, verkavelingspatronen en archeologische vindplaatsen zijn van grote betekenis voor de leefomgeving. Daarom wil de provincie deze cultuurhistorie behouden of inpassen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om dit mogelijk te maken heeft de provincie zogenoemde Regioprofielen Cultuurhistorie opgesteld.

De regioprofielen dienen als een handreiking en sturingskader voor gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders en adviesbureaus om cultuurhistorie op te nemen in ruimtelijke plannen. Ze zijn een uitwerking van de algemene richtlijnen voor cultuurhistorie in ruimtelijke plannen zoals die staan in de Provinciale Structuurvisie. Zo zijn op de Kwaliteitskaart van de structuurvisie de topgebieden en kroonjuwelen voor cultureel erfgoed aangegeven. De Landgoederenzone en de Molenbiotoop in Rijswijk maken onderdeel uit van deze provinciale beleidskaart. De Provinciale Structuurvisie geeft algemene richtlijnen voor archeologie, molenbiotopen en landgoedbiotopen en vormt samen met de Regioprofielen Cultuurhistorie het kader waarbinnen de provincie stuurt op cultuurhistorie en ruimtelijke ordening. Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke plannen moet deze structuurvisie worden betrokken. In het nieuwe erfgoedbeleid van de provincie, zal naast de bestaande regioprofielen ook worden ingezet op de versterking en het behoud van erfgoedlijnen. Twee erfgoedlijnen zijn gelegen in Rijswijk. Dit betreffen de lijnen Landgoederen en Trekvaarten (Vliet). De komende jaren zal de provincie samen met gemeenten en belangenhebbers investeren in projecten op deze lijnen waarbij de cultuurhistorische waarde wordt versterkt. De gemeente gaat kijken waar zij met de provincie mogelijke projecten kan ontplooien.

4.3.3 De gemeente

De gemeente speelt de belangrijkste rol in het behoud van monumenten en cultuurlandschap. In hoofdstuk 4.4 zal deze rol nader worden toegelicht.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina