Tussen oud en nieuw



Dovnload 187.17 Kb.
Pagina7/10
Datum20.08.2016
Grootte187.17 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

4.4 DOELSTELLINGEN GEMEENTELIJK BELEID.




4.4.1 Cultuurhistorie meewegen in de ruimtelijke ordening

O


De Herenstraat nabij de Oude Kerk. Het historisch straatbeeld wordt hoog gewaardeerd door bewoners, bezoekers en ondernemers. Daarom wordt bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde. (foto RCE)


m cultuurhistorie te borgen binnen de gemeentelijke organisatie is alleen de juridische plicht niet voldoende voor een optimaal integraal ruimtelijk beleid. Met de Cultuurhistorische Waarden Kaart (CWK, zie 4.4.3.) wordt, samen met de Archeologische Waarden kaart, de verplichting tot samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie juridisch geborgd. Rijswijk had in de afgelopen jaren al stappen in de goede richting gezet. In de vigerende welstandsnota uit 2003 is bijvoorbeeld een Beeldkwaliteitsplan voor de wijk Leeuwendaal opgenomen. In de praktijk is echter gebleken dat door een gebrek aan communicatie, de gemeente soms in een (te) laat stadium werd betrokken. Het imago van hindermacht was het gevolg. De CWK is een heldere kaart en vormt een goede en duidelijke basis voor het laten meewegen van cultuurhistorische belangen aan het begin van planvormingsprocessen. Ook andere taakvelden als ruimtelijke ordening, stadsbeheer, bouw- en woningtoezicht hebben hiermee een waardevol beleidsinstrument.

4.4.2 (Welstands- en) Monumentencommissie

De aanstelling van een gemeentelijke monumentencommissie is wettelijk bepaald in de Monumentenwet 1988. De commissie oordeelt over vergunningsplichtige activiteiten aan monumenten zoals wijzigingen, verbouwingen en in sommige gevallen onderhoud. Deze commissie oordeelt over de aanvraag en toetst of historische componenten van het monument in gevaar zijn. Uiteindelijk adviseert zij het college over de vergunningverlening. De leden van de commissie moeten over voldoende kennis beschikken om een gedegen advies te kunnen geven. Daarom is het noodzakelijk dat naast monumentenspecialisten ook architecten, bouwkundigen en landschapsspecialisten deel nemen aan de commissie. De commissie kan tevens gevraagd of ongevraagd advies geven over erfgoedpraktijken in de gemeente.



4.4.3 De Cultuurhistorische Waarden Kaart

Op de Cultuurhistorische Waarden Kaart (bijlage) is een inventarisatie gemaakt van de bovengrondse cultuurhistorische waarden in Rijswijk. Hierbij zijn een aantal gebieden en structuren in beeld gebracht van hoge cultuurhistorische waarde en bepalend voor de identiteit van Rijswijk. Van deze gebieden en structuren zijn de belangrijkste waarden beschreven. Het doel van deze waarderingskaart is ten eerste draagvlak voor (het in stand houden van) de kwaliteiten die het gebied op dit moment bezit. Daarnaast wil de gemeente zo vroeg mogelijk bij planvorming duidelijkheid over de waarden binnen haar gemeentegrenzen, zodat bij nieuwe ontwikkelingen hier rekening mee kan worden gehouden. Door vooraf rekening te houden met deze waarden, zal er achteraf minder zorg bestaan.

In het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) is bepaald dat gemeenten bij de actualisatie van bestemmingsplannen rekening dienen te houden met cultuurhistorische waarden in het gebied en aan te geven hoe hier mee om wordt gegaan. Deze verplicht de gemeente om bij elk bestemmingsplan een cultuurhistorische analyse te verrichten van het gebied. Daarnaast kunnen in het bestemmingsplan beschermende maatregelen worden getroffen om deze waarden planologisch te beschermen. Bij de actualisatie van bestemmingsplannen zullen de gebieden die zijn gemarkeerd op de Cultuurhistorische Waarden Kaart in het bijzonder de aandacht krijgen.

In de bijlage is de Cultuurhistorische waardenkaart te vinden, met daarbij een beknopte beschrijving van de aandachtsgebieden.


4.4.4 Een krachtiger en eenvoudiger regelgeving.
Eén van de speerpunten van het MoMo-beleid (zie hoofdstuk 4.3.1) is een krachtiger en eenvoudiger regelgeving. Dit houdt in dat het voor eigenaren makkelijker moet worden om reguliere onderhoudswerkzaamheden aan hun monument te verrichten, zonder daarvoor een uitgebreide vergunningsprocedure te moeten doorlopen. Met de komst van de Omgevingsvergunning (Wet Algemene Bepaling Omgevingsrecht) is het vergunningstraject voor monumenteneigenaren al simpeler en inzichtelijker geworden. Vanaf januari 2012 is voor rijksmonumenten een lijst met vergunningsvrije activiteiten geformuleerd. Deze zijn opgenomen in het Besluit Omgevingsrecht (BOR). Voor gemeentelijke monumenten geldt deze lijst niet. Om ook gemeentelijke monumenteneigeren tegemoet te komen zal de gemeente sturen op een werkproces waarbij in samenwerking met de vergunningscoördinator bepaalde activiteiten vergunningsvrij mogen worden verricht, zolang de historische waarde van een monument hierbij niet wordt aangetast. Te denken valt aan werkzaamheden die vallen onder onderhoud en waarbij een oordeel van de monumentencommissie geen meerwaarde biedt. Door vroegtijdig in vooroverleg te treden met de eigenaar zal meer duidelijkheid bestaan over de aard van de geplande werkzaamheden zodat eventuele verstoringen tegengegaan dan wel geminimaliseerd kunnen worden. Tevens hoopt de gemeente door deze werkwijze te introduceren op meer draagvlak bij monumenteneigenaren en ontwikkelaars

4
Watertoren aan het Jaagpad. Door de eigenaar herbestemd tot woning. Een goede manier om monumenten in gebruik te houden, wanneer deze hun oorspronkelijke functie hebben verloren.


.4.5 Bevorderen van herbestemming

Nieuwe bestemmingen zoeken voor cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kost tijd. Het vinden van passende functies, het maken van goede plannen, het onderhandelen met investeerders, is een tijdrovend traject. Er moet worden voorkomen dat gebouwen en terreinen tijdens het zoeken naar nieuwe functies vervallen en verloederen. Een goede timing is van belang, om de momenten te benutten waarop een doorbraak bereikt kan worden. Onnodige schade en verval moeten worden voorkomen door alertheid op- en een voortvarende aanpak van herbestemmingskansen, door het agenderen van de opgave en het organiseren van een adequaat kennisaanbod. Van groot belang is dat de gemeente al aan het begin van de planvorming een belangrijke rol gaat spelen. Waar mogelijk zal de gemeente sturen op herbestemming, mits dit de (her)ontwikkeling van een pand of locatie niet in de weg staat.


4.4.6 Actualisatie gemeentelijke monumentenlijst.

De gemeentelijke monumentenlijst is toe aan actualisatie. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw heeft de provincie een ‘Monumenten Inventarisatie Project’ uitgevoerd (MIP). Het doel van dit project was om jonge monumenten (tussen 1850-1940) te inventariseren en te beschermen. Een aantal objecten werd aangewezen tot rijksmonument, een aantal tot gemeentelijk monument en een deel is nooit aangewezen. Deze ‘MIP-panden’, die geen officiële status hebben, zijn wel in belangrijke mate bepalend voor de identiteit van de gemeente Rijswijk. Daarom zal de gemeente de komende jaren onderzoeken of een aantal objecten toegevoegd kunnen worden aan de gemeentelijke monumentenlijst. Dit geldt niet alleen voor de MIP-panden, maar ook voor andere objecten die vanwege hun monumentale waarde aangewezen dienen te worden. Ook diverse archeologische terreinen dienen een plekje op de lijst te krijgen zoals de middeleeuwse huisterp in de Hoekpolder, de voormalige openbare waterput in de Herenstraat en de resten van het middeleeuwse kasteel Huis te Blotinghe.


4.4.7 Actief informeren, preadvies & begeleiding

De gemeente Rijswijk wil zich met deze nota continuerend blijven richten op voorlichting en vooroverleg.5 Zij wil haar adviserende rol verder uitdiepen op verschillende manieren. De gemeente wil daarnaast streven een verbindende schakel te zijn tussen eigenaren van erfgoed, diverse kennis- en financieringsinstanties. Met de beschikbare kennis vervult zij actief de rol van vraagbaak en creatieve meedenker.



4
Buitenplaats Overvoorde. Bij het verwijderen van een systeemplafond kwamen de 17e eeuwse beschilderde moer- en kinderbinten in het zicht. Dankzij de oplettende bewoner werden ze behouden.

.4.8 Bouwhistorisch onderzoek

In de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg schetst de rijksoverheid de contouren van

een nieuwe aanpak van de monumentenzorg. Een van de speerpunten in het nieuwe beleid is om

cultuurhistorie een volwaardige rol te laten spelen in de ruimtelijke ordening. Zo wordt de aandacht voor cultuurhistorie verschoven van regelgeving achteraf (monumentenzorg als hindermacht) naar een zorgvuldige aanpak vooraf. Terwijl archeologie inmiddels een vanzelfsprekende wegingsfactor is bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn bouwhistorie en het bouwhistorisch onderzoek tot nu toe wat op de achtergrond gebleven. Zulk onderzoek blijkt in de praktijk veel nieuwe informatie op te leveren; over de panden én over de ontwikkeling van de historische structuur van de gemeente. Door sloop, restauratie en verbouwing gaat elk jaar een deel van de historisch waardevolle bebouwing verloren, zonder dat dit gedocumenteerd wordt. Ook bouwhistorie verdient daarom een serieuze plaats in het erfgoedbeleid van de gemeente.

Voorkomen moet worden dat de eigenaar van een monument financieel te zwaar wordt belast. Dat zou er toe kunnen leiden dat een eigenaar de onderzoeker onder druk zet, wat de objectiviteit in gevaar brengt. Bouwhistorisch onderzoek is subsidiabel gesteld met de subsidieverordening uit 2007.

Bouwhistorisch onderzoek kan ook leiden tot een beter begrip van de bouwfysische eigenschappen van een monument, dat bij restauratie en onderhoudswerkzaamheden gebruikt kan worden.



4.4.9 Instandhoudingssubsidie

Iedere eigenaar van een monument is de eerst verantwoordelijke als het gaat om onderhoud van zijn of haar eigendom. Uit landelijke ervaring blijkt dat de behoefte tot een restauratie vaak ontstaat door het (langdurig) achterwege blijven van periodiek onderhoud. Een substantiële restauratiesubsidie kan daarmee een beloning voor het niet-uitvoeren van periodiek onderhoud betekenen. Redenen waarom de rijksoverheid de onderhouds- en restauratieregeling enige jaren geleden verving door een instandhoudingsregeling (de BRIM) voor kleinschalige onderhoudsingrepen.

De gemeente Rijswijk heeft sinds 2003 een verordening instandhoudingssubsidie voor haar gemeentelijke monumenten. De huidige regeling stamt uit 2007. Het College wil deze regeling in stand houden ter stimulering van regulier onderhoud. Zij wil monumenteigenaren bovendien nog beter ondersteunen en adviseren in het planmatig onderhoud (zie paragraaf 4.4.7)



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina