Tussen oud en nieuw



Dovnload 187.17 Kb.
Pagina9/10
Datum20.08.2016
Grootte187.17 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

5.3 Open Monumentendag

Museum Rijswijk, de Archeologische Werkgroep Rijswijk en de Historische Vereniging spelen een logische en belangrijke rol bij de overdracht van de kennis van het Rijswijks cultureel erfgoed. De Open Monumentendag wordt ieder jaar vol enthousiasme georganiseerd door een werkgroep van de Historische Vereniging. De gemeente Rijswijk stimuleert en steunt de vereniging door deze bij te staan met communicatieve middelen en vakinhoudelijke input.



5.4 Monumentenprijs

Ieder jaar, op Open Monumentendag, reikt de gemeente de Monumentenprijs uit. Deze prijs is bedoeld voor particulieren of instanties die zich op een of andere manier inzetten voor behoud van het Rijswijkse cultureel erfgoed. De prijs bestaat uit een symbolisch geldbedrag en een aandenken.



5.5 Educatie en Onderwijs



De gemeente zou graag meer willen doen met educatieve projecten in samenwerking met bijvoorbeeld scholen. Echter de huidige middelen zijn ontoereikend om onderwijsprogramma’s samen te stellen en te begeleiden. Dit zal de komende jaren helaas niet veranderen. Daarom zal de gemeente proberen hieraan bij te dragen, wanneer mogelijk en aan te sluiten bij initiatieven van anderen zoals van het Erfgoedhuis Zuid-Holland. De gemeente kan niet faciliteren maar als men (b.v. vanuit het onderwijs) met een vraag komt, dan zal ze toch kijken wat de mogelijkheden zijn.



5.6 Social media.


 
QR-code als één van de mogelijke toepassingen van nieuwe media om cultureel erfgoed zichtbaar te maken.

Naast de traditionele communicatievormen zoals een papieren jaarverslag en nieuwsbrief, zal de gemeente actief gebruik gaan maken van social media. Dit betekent aan de ene kant gebruik maken van bestaande media zoals de gemeentelijke website en andere digitale fora en deze te actualiseren of verbeteren. Daarnaast zal in samenwerking met de afdeling communicatie ook worden gekeken naar het gebruik van facebook, twitter en andere social media om aandacht te vragen voor de historie van Rijswijk. Dit doen we al voor Open Monumentendag, maar kan breder uitgezet worden. Daarnaast zal waar mogelijk in samenwerking met andere partijen worden gekeken naar het gebruik van app’s voor smartphones. Dit is echter afhankelijk van de projecten die gezamenlijk worden opgepakt en de daaraan gekoppelde financiële mogelijkheden.


6. Financiën

Voor de zorg voor het cultureel erfgoed zijn middelen nodig, zowel capaciteit, huisvesting, materieel als geld. Op de begroting is daarom een post opgenomen waaruit verschillende uitgaven worden gedekt. Door de bezuinigingsrondes van 2010, 2011 en 2012 is het budget ruim gehalveerd. Het resterende budget noopt daarom tot het maken van scherpe keuzes. De bedragen zijn overeenkomstig de begroting 2013.


V
Ansichttkaart uit 1996. Rijswijks erfgoed en iconen als trekker voor toeristen, bewoners en ondernemers.


oor de gebouwde monumentenzorg is een bedrag van € 16.146,- beschikbaar waarvan het grootste deel is bestemd voor de onderhoudssubsidieregeling ‘gemeentelijke monumenten’.
Voor archeologie is een werkbudget beschikbaar van € 78.333,-. Van dit bedrag worden vaste lasten gedragen als serverruimte voor beeldbestanden, gebruik van een GPS, kosten depot en diverse variabele lasten als tekenwerk, opstellen van rapportages als ook allerlei klein uitgaven.
Daarnaast is een bedrag ter grootte van € 21.940,- voor uitgaven op voor publieksgerichte activiteiten als monumentenborden, het jaarverslag, nieuwsbrief, publicaties, etc.
Het taakveld Archeologie verricht archeologisch onderzoek. Overeenkomstig het principe ‘de verstoorder betaalt’ worden de onderzoekskosten ten laste gebracht van het desbetreffende project. Er wordt gewerkt met kostenopgaven (offertes) en opdrachtverleningen zodat afspraken duidelijk zijn vastgelegd. De meeste projecten zijn interne projecten, dus de gemeente Rijswijk is de ‘verstoorder’. Soms wordt ook voor een derde partij onderzoek verricht waarbij uiteraard ook de kosten ten laste worden gebracht van de verstoorder.

Bijlage 1 Archeologische Waarden Kaart.



De Archeologische Waarden Kaart
Inleiding

De bij deze nota behorende Archeologische Waarden Kaart (AWK) is het belangrijkste instrument om het archeologische erfgoed te integreren in de ruimtelijke ordening. Op deze kaart zijn de bekende en te verwachten archeologische waarden aangegeven. Aan de hand van deze waarden is een beleid geformuleerd bij welke verwachting op welke manier archeologisch onderzoek moet worden gedaan in geval van bodemverstoring of juist bodemverstoring voorkomen dient te worden om de archeologische resten te behouden.

Wanneer bij de voorbereiding van bodemverstorende projecten als woningbouw geen onvoldoende rekening wordt gehouden met archeologische resten ontstaat een groot risico dat in een later stadium als nog de plannen aangepast moeten worden of onverwachte bodemvondsten worden gedaan met een vertraging als gevolg. Daarom is het beter om archeologie en cultuurhistorie vanaf het begin te betrekken bij de ontwikkeling van (nieuwe) plannen.

Het is daarnaast ook belangrijk dat bij de ontwikkeling van een gebiedsvisie en/of ontwerpbestemmingsplan al in het voortraject rekening wordt gehouden met de archeologische waarden, zoals die op de Archeologische Waarden Kaart (AWK) staan aangegeven. Dat voorkomt problemen als aanpassingen of vertragingen in een later stadium.


Bewoningsgeschiedenis

De Archeologische Waarden Kaart bestaat uit twee kaartbladen waarop de archeologische verwachting is weergegeven. De keuze voor twee kaarten hangt samen met de geologische ontwikkeling en de bewoningsgeschiedenis van Rijswijk. Deze is samengevat als volgt.


Door het toenemen van de temperatuur rees de afgelopen 10.000 jaar de zeespiegel. Aanvankelijk ging de stijging zeer snel. De Noordzee ontstond door het onderlopen van een laagvlakte. De kustlijn verschoof steeds meer landinwaarts bereikte in West Nederland omstreeks 4100 voor Chr. de meest oostelijke positie. Deze lijn liep door het zuiden van Rijswijk. Daarna verschoof de kustlijn weer in westelijke richting. In het vlakke gebied leefden op lage duinen mensen. De bewoningsresten dateren van omstreeks 3800-3400 voor Chr. en behoren tot de oudste sporen van menselijke activiteiten in het kustgebied van West-Nederland. Voor het eerst werd in het kustgebied van West Nederland in Rijswijk aanwijzingen gevonden van bewoning (bouwput Rijksweg 4 in 1984 en 1993). Enige jaren later werd op Ypenburg (toen nog van de gemeente Rijswijk) door Rijswijkse archeologen een nederzetting aangetroffen met zelfs een grafveld. Later werden nog enkele woonplaatsen rond Rijswijk gevonden. Door erosie is de oudste kustlijn met alle resten van bewoning in heel West-Nederland verdwenen en is alleen in de strook Leidschendam-Rijswijk-Wateringseveld nog een stukje van die oude kustlijn bewaard. Daardoor is de zone van nationaal belang.
Oude kustbewoners

Nog tijdens de bewoning langs ‘de oude kustlijn’ ontstond aan de zeezijde een nieuwe strandwal waarop duinvorming plaats vond. Deze zandrug strekt zich uit van Voorschoten tot in Wateringen. De Van Vredenburchweg markeert de lengte as van deze zandrug. Op deze zandrug wonen vanaf de prehistorie mensen. Het was immers een hoge en droge plek in een voor de mens nat maar aangenaam landschap. Tussen de oudste kustlijn en de strandwal lag een uitgestrekte strandvlakte waarin geïsoleerde duinen lagen. Dergelijke duinen zijn waargenomen bij de aanleg van de spoortunnel en de aanleg van een bouwput aan de Johan Braakensieklaan. Er lagen veel van dergelijke duinen in de strandvlakte en enkele van deze duinen zullen zeker door mensen zijn benut. Naar locatie, de spreiding en eventuele sporen van bewoning op de duinen in de strandvlakte heeft tot op heden nog maar nauwelijks onderzoek plaatsgevonden.


Een nat landschap

Vanaf 3000 jaar voor Chr. is door vernatting van het landschap een dikke laag veen gegroeid. Deze veenlaag heeft in de loop van de eeuwen het oude kustlandschap en de strandvlakte volledig bedekt. Alleen de hoogste deel van de strandwal stak als een zandrug boven het veen uit. Het veengebied werd zeker door de mensen benut maar daar zijn weinig bewoningsresten meer van terug te vonden. Dat is veroorzaakt door een grote overstroming vanuit het Maasmondgebied. In de periode 500-150 voor Chr. drong de zee opnieuw het land binnen. Vanuit de Maasmond drong een grote getijdengeul door tot in Rijswijk om hier af te buigen richting Delft. Vanuit de hoofdgeul is een heel systeem van kleinere geulen vertakt door de hele regio. Het overstromingswater ruimde het grootste deel van het veenlandschap op en vanuit de geulen werd een dikke laag klei afgezet. Een groot deel van het bovenste deel van de bodem van Rijswijk bestaat daardoor uit een pakket klei en zand tot een dikte van ruim 2,5 meter.


De Romeinse tijd

Aan het begin van de jaartelling was het geulensysteem verland en vond door uitdroging inklinking van de bodem plaats. De oude kreekbeddingen en geuloevers kwamen als ruggen in het landschap te liggen. Deze hogere delen waren zeer geschikt voor bewoning. In de Romeinse tijd (eerste –derde eeuw na Chr.) kende het landschap een intensieve bewoning. Er stonden verschillende boerderijen waarvan een aantal in lintbebouwingen. Aan de Tubasingel (Rijswijk-De Bult) werd in 1967-1969 een nederzetting opgegraven waarvan het belangrijkste gebouw deels uit het kostbare steen was opgetrokken. Dit villa-achtig gebouw is uniek voor Zuid-Holland.


Rijswijk neemt in de Romeinse tijd een bijzondere plaats in. Op korte afstand stond de hoofdstad Forum Hadriani (nu: park Arentsburgh te Voorburg) van waaruit het gebied werd bestuurd. Rijswijk ligt letterlijk onder de rook van de stad waardoor de bewoning ‘rijker’ kan zijn dan verderaf gelegen nederzettingen in Delfland. De villa van De Bult is er een goed voorbeeld van. Ook andere ontdekkingen zoals de vondst van een hoofdverkeersweg -de toenmalige A4- waarlangs notabene in Rijswijk zelfs twee zandstenen mijlpalen zijn gevonden, zijn hiervan een goed bewijs. Langs de weg lag een kanaal, het zogeheten kanaal van Corbulo. Dit kanaal is in Rijswijk nog niet gevonden maar wel zijn er in 2005 aanwijzingen verkregen dat deze langs de Sir Winston Churchilllaan moet worden gezocht.
De Middeleeuwen

Aan het einde van de Romeinse tijd nam de bewoning sterk af. De bewoning vond vooral plaats op de zandgronden langs de kust en de oevers van rivieren. Tot op heden zijn er in Rijswijk geen sporen van bewoning gevonden van de periode vierde - elfde eeuw. Op basis van vondsten elders in de regio zijn dergelijke vondsten echter ook in Rijswijk te verwachten.


Vanaf de elfde eeuw nam de bevolking van Holland in aantal sterk toe. In dezelfde periode gingen woongronden langs de kust verloren door kusterosie en overstuivingen. De behoefte aan nieuwe landbouwgronden werd opgelost door het op grote schaal ontginnen van de klei- en veengebieden. In deze periode werd ook het Rijswijkse klei- en veengebied aan weerszijden van de strandwal in cultuur gebracht. De grens van Rijswijk strekte zich uit van de Kastanjewetering in het zuiden tot aan de Hoefkade, nu een straat in Den Haag, in het noorden. Over de Rijswijkse gemeenschap weten we nog maar weinig. Er zijn geen schriftelijke bronnen, kaarten of afbeeldingen uit die tijd overgeleverd. Voor de reconstructie van de geschiedenis is de gemeente aangewezen op archeologische gegevens. De boerderijen stonden verspreid in het klei- en veengebied als ook op de strandwal. Onderzoek in de Hoekpolder en de Plaspoelpolder toont aan, dat vanaf de late twaalfde eeuw veel woonplaatsen in het klei- en veengebied zijn verplaatst naar de landwegen.
De middeleeuwse samenleving was een hiërarchisch geordende samenleving. Deze sociale verschillen binnen de bevolking zijn af te leiden uit archeologische vondsten. Zowel op de strandwal als in het kleigebied wordt de status benadrukt door onder meer de bouw van kastelen als Te Werve en Den Burch en het omgrachten van woonplaatsen in de 13e en de 14e eeuw. Aanvankelijk werd gedacht dat dergelijke woonplaatsen alleen op de strandwal in het kleigebied voorkwamen maar recente vondsten in de Klaroenstraat (2007) en de Citerstraat (2011) tonen aan, dat ook in het kleigebied dergelijke woonplaatsen aanwezig zijn. Ook teruggevonden gebruiksvoorwerpen als luxe aardewerk en ‘rijker’ voedsel als jachtwild en geïmporteerde vruchten duiden op sociale verschillen.
Behalve boerderijen en omgrachte woonplaatsen verschenen ook andere vormen van bebouwing in Rijswijk. In de middeleeuwen stonden er twee kloosters: Sancta Maria in Monte Sion (Sionsweg) en Onze Lieve Vrouwe van Nazareth (Leeuwendaallaan). Beide kloosters zijn tijdens de reformatie (1572) geconfisceerd en vervolgens gesloopt. In de Hoekpolder stond in de 14e en 15e eeuw ook een uithof van de abdij van Egmond. Vanuit deze uithof exploiteerde deze belangrijke Hollandse abdij haar landerijen in dit deel van Delfland. Over de uithof is maar weinig bekend. Bij de Hoornburg stond in de 16e eeuw een kapel. Deze is vermoedelijk ook in de periode 1572-1574 met de grond gelijk gemaakt. Naast deze gebouwen met een religieuze functie stonden verspreid in Rijswijk diverse poldermolens en een steenbakkerij.

De beginjaren van de tachtigjarige oorlog markeerden het einde van de middeleeuwen in Delfland. Vooral de jaren 1572 -1574 waren dramatisch. De frontlinie liep dwars door de streek. Soldaten van beide partijen plunderden het platteland. De meeste middeleeuwse instituties hielden toen op te bestaan of gingen door in sterk gewijzigde vorm. Het platteland liep zware schade op maar dat werd in de jaren die volgden snel hersteld.


Arm en rijk

De welvaart leidde vanaf het einde van de 16e eeuw tot de bouw van vele buitenplaatsen. Rijswijk telde maar liefst zo’n 40 buitenplaatsen. Soms bestond een buitenplaats uit niet meer dan een boerderij met aangebouwde herenkamer en een fraaie siertuin, soms een groot landhuis met bijgebouwen, tuinen en tuinbeelden. De buitenplaats Sion behoorde tot de grootste buitenplaatsen van Delfland. De grootste en meest luxe buitenplaats was het paleis van Frederik Hendrik: het Huys ter Nieuburch. Dit paleis werd gebouwd in 1630-1635 en gesloopt in 1786/1792. Daarnaast stonden langs de Vliet verschillende industriemolens en bleef de middeleeuwse steenbakkerij actief.


Op de strandwal ontwikkelde zich een dorpskern die geleidelijk in omvang toenam. In de dorpskern staat ook een imposante kerk waarvan de oudste bouwfase minstens van de 12e eeuw dateert. Het is onbekend wanneer de dorpskern is ontstaat. De oudste, middeleeuwse, archeologische vondsten dateren uit de 12e eeuw. In de dorpskern woonden een groot deel van bevolking van Rijswijk, zowel welgestelden in hun voorname woningen als ambachtslieden en middenstanders als armen.
Het gebruik van de Archeologische Waarden Kaart
Rijswijk heeft een lange bewoningsgeschiedenis. Hierdoor bevinden zich in de bodem veel archeologische vindplaatsen waarvan verschillende vanwege de zeldzaamheid en/of wetenschappelijk belang behoudenswaardig zijn. Om de Archeologische Waarden Kaart overzichtelijk te houden is er voor gekozen om twee kaartbladen te maken en op elk kaartblad de archeologische verwachting in zones weer te geven. Per zone wordt aangegeven in welke mate met archeologische resten rekening moet worden gehouden en hoe er mee om te gaan. De Archeologische Waarden Kaart is tevens de beleidskaart.
Archeologische Waarden Kaart Rijswijk; kaartblad Neolithicum, Brons- en IJzertijd

Een kaartblad bevat de informatie uit de prehistorie. Het bijbehorende landschap ligt in het grootste deel van Rijswijk op een diepte van ruim twee tot drie meter beneden maaiveld. Alleen in de strook van de strandwal, dus in het noordelijk deel van Rijswijk, liggen dergelijke oude bewoningssporen veel minder diep. Enkele gebieden van Rijswijk bevatten als gevolg van diepgaande grondwerkzaamheden geen prehistorische bewoningsresten meer, enkele voorbeelden: het Elsenburgerbos (grote ontgronding uit ca. 1970-1975), de Rijswijkse spoortunnel en het verdiept aangelegde cunet van de rijksweg A4 (Plaspoelpolder/Hoekpolder).


Archeologische Waarden Kaart; kaartblad Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd

Het andere kaartblad bevat de bewoningsresten uit de Romeinse tijd en jonger. Deze bewoningsresten liggen in heel Rijswijk direct onder het maaiveld tenzij het is bedekt door een ophogingslaag, aangebracht in 20e eeuw of later voor de aanleg van wegen en nieuwbouw. Diverse gebieden in Rijswijk bevatten geen bewoningssporen meer van deze periode waaronder diverse grote waterpartijen en ondergrondse parkeergarages. Er zijn meer gebieden in Rijswijk waar dergelijke ingrepen hebben plaatsgevonden. Deze gegevens zijn niet beschikbaar en zouden apart verzameld moeten worden indien daartoe de gemeenteraad besluit.


De Archeologische Waarden Kaart van Rijswijk bestaat uit twee kaarten. Dat is nodig vanwege de hoeveelheid informatie die op de kaarten is opgenomen. Bij het beoordelen van plannen zullen beide kaarten gebruikt moeten worden.
Het afzonderlijk aangeven van vindplaatsen op de kaartbladen is niet gedaan. Dat zou immers betekenen, dat alleen bekende (en ook door opgravingen al verdwenen locaties) vindplaatsen wel op de kaart terecht komen maar niet de terreinen waarvan bekend is dat deze archeologische resten moeten bevatten maar waar tot op heden geen archeologisch onderzoek is gedaan. Dat klinkt cryptisch. Daarom een korte toelichting. Van sommige terreinen is uit historische bronnen bekend dat er een bewoning was, bijvoorbeeld de middeleeuwse woning Gruisbeek (gesloopt ca. 1746) maar heeft er nimmer een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Zonder twijfel zijn de overblijfselen als funderingen, puinbanen van uitgebroken muren, waterputten en huishoudelijk afval van de buitenplaats nog in de bodem aanwezig zijn. Een ander voorbeeld is de eerder genoemde woonplaats De Schilp. In combinatie met het graven van de bouwput van het zwembad De Schilp vond in 2000 een opgraving plaats waarbij resten van een woonplaats uit de Nieuwe Steentijd zijn gevonden. Op basis van de opgraving is duidelijk dat de resten zich buiten de bouwput in oostelijke, westelijk en noordelijke richting voortzetten. Er is geen discussie nodig. Rondom het zwembad De Schilp bevinden zich archeologische resten van het nederzettingsterrein in de bodem.
Provinciale kaarten

Het Rijk en Provincie hanteren eveneens beleidskaarten. Dit zijn de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS). De op deze kaarten geplaatste archeologische terreinen, de zogeheten AMK-terreinen, zijn verwerkt in de Rijswijkse Archeologische Waarden Kaart. Indien door recent onderzoek grenzen waren bij te stellen, dan is dat gebeurd. Daardoor kan een grens van een AMK-terrein iets afwijken dan van de grenzen, aangegeven op de CHS-kaart.


Archeologische Waarden Kaart Rijswijk

De Archeologische Waarden Kaart geeft een weergave op hoofdlijnen. De kaart zal door onderzoek voortdurend op detail niveau kunnen worden aangepast. Daarom zal bij de voorbereiding van plannen (groot als klein) het raadzaam en soms zelfs noodzakelijk zijn het BMA te raadplegen. De voorbereiding van de plannen vereist immers maatwerk.


De kaart kan echter niet vanwege elk detail steeds opnieuw worden vastgesteld door de gemeenteraad. De Archeologische Waarden Kaart bij deze nota wordt gebruikt tot een nieuwe nota wordt vastgesteld voor de periode vanaf 2018. Bij grote wijzigingen op de kaart kan eventueel een actuelere versie van de Archeologische Waarden Kaart tussentijds door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Aan de Archeologische Waarden Kaart en deze nota is een erfgoedverordening verbonden.


Verder dient te worden gerealiseerd dat de bestemmingsplannen niet telkens aangepast kunnen worden aan elke wijziging van de Archeologische Waarden Kaart. De bestemmingsplannen zijn een momentopname van de periode waarin deze zijn vastgesteld. Daarom is overleg bij de voorbereiding van plannen waarbij grondwerk te pas komt (bodemsaneringen, infrastructurele projecten, bouwwerkzaamheden, herinrichting groengebieden, etc.) in een vroeg stadium –dus ontwerpfase en periode van vooroverleg- contact op te nemen met het BMA. Dit overleg is niet alleen in het belang van de verantwoording die men heeft voor het archeologisch erfgoed maar ook om overbodig archeologisch onderzoek te voorkomen. In veel situaties is immers archeologisch onderzoek niet nodig.
Alle maatregelen met betrekking tot de archeologie en de beleidskaart moeten worden vertaald naar nieuwe bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Een aantal bestemmingsplannen dateren van voor de vaststelling van deze beleidsnota. Voor nieuwe activiteiten binnen deze bestemmingsplannen zullen de nota met beleidskaarten moeten worden geraadpleegd.
Ook bij de voorbereiding voor infrastructurele werken als aanleg van wegen en leggen van kabels en leidingen, het voorbereiden van bodemsaneringen, de herinrichting van parken en sportterreinen, grondwaterpeilwijzigingen en andere bodemverstorende werkzaamheden zullen de initiatiefnemers en voorbereiders gebruik moeten maken van de Archeologische Waarden Kaart.
De kaartlagen en de verwachtingen
De archeologische beleidskaart bestaat uit vijf periodespecifieke lagen, die betrekking hebben op:

  1. de Nieuwe Steentijd;

  2. de IJzertijd;

  3. de Romeinse tijd;

  4. de Late Middeleeuwen;

  5. de Nieuwe Tijd.

Vrijwel alle bekende archeologische vondsten zijn uit deze perioden. Er zijn dus aanzienlijke hiaten in de bewoningsgeschiedenis van Rijswijk. Zo ontbreken bodemvondsten uit de jongste fase van de Nieuwe Steentijd (ca. 2500-2100 voor Chr.), de Bronstijd (2100-800 voor Chr.) en de Vroege Middeleeuwen (vierde-elfde eeuw). Mochten ooit toch vindplaatsen uit deze ‘hiaten’ te voorschijn komen, dan zijn dit vanwege de informatiewaarde belangrijke locaties. In de onderzoeksagenda zijn vragen opgenomen die dan van toepassing zijn. Voor de Archeologische Waarden Kaart zullen dergelijke locaties alleen al vanwege de zeldzaamheid behoudenswaardig zijn en voor (verkennend) onderzoek in aanmerking komen. Vanwege de landschapsontwikkeling (zie hiervoor) zullen dergelijke vindplaatsen vooral op de strandwal te verwachten zijn. De strandwal heeft op de Archeologische Waarden Kaart al een hoge verwachting gekregen. Deze verwachting is ook van toepassing op vindplaatsen uit de ‘hiaten’.


Op de kaart Archeologische Waarden Kaart zijn de volgende verwachtingen opgenomen. Het beleid en vrijstelling gelden voor de ‘verwachting’ in het algemeen. Voor afzonderlijke vindplaatsen of delen die bijvoorbeeld al eerder onderzocht en/of zijn vrijgegeven kan een ander regime gelden.
Geen verwachting:

Terreinen waar geen tot minimale archeologie wordt verwacht. Bijvoorbeeld terreinen waar bodemverstoring al heeft plaatsgevonden, of waar aantoonbaar geen (menselijke) activiteit heeft plaatsgevonden.

Vrijstelling activiteiten: geen archeologisch onderzoek nodig.
Lage verwachting:

Beleid: er moet rekening worden gehouden met archeologische waarden. In dergelijke gebieden zijn wellicht weinig archeologische resten te verwachten maar als ze er aanwezig zijn, dan kan het gaan om waardevolle en zeldzame vindplaatsen.

Planologische bescherming: dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning.

Vrijstelling activiteiten: er geldt een vrijstelling van 100 m² en tot een diepte van 50 cm.


Middelhoge verwachting:

Beleid: Onderzoek moet altijd, tenzij er andere redenen zijn, bijvoorbeeld een terrein is eerder al onderzocht en vrijgegeven.

Planologische bescherming: dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning.

Vrijstelling activiteiten: er geldt een vrijstelling van 100 m² en tot een diepte van 50 cm.


Hoge verwachtingen:

Beleid: Terreinen mogen niet worden aangetast. Mocht toch grondwerk nodig zijn dan geldt altijd een onderzoeksverplichting, tenzij er andere redenen zijn, bijvoorbeeld een terrein is eerder al onderzocht en vrijgegeven. Hieronder vallen terreinen met hoge archeologische verwachting (CHS), terreinen die door het rijk, provincie of de gemeente zijn aangewezen als beschermd monument, als AMK-terrein zijn aangewezen en/of geregistreerde archeologische vindplaatsen en/of potentiële archeologische vindplaatsen.

Planologische bescherming: Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning.

Vrijstelling activiteiten: geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.






1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina