Tyne Cot kerkhof



Dovnload 14.12 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte14.12 Kb.
Daguitstap

DE WESTHOEK

Het Brits militair kerkhof
Tyne Cot

Het “Tyne Cot kerkhof” bij Passendale ligt op nauwelijks een kilometer afstand van het verste punt dat de Britse troepen veroverden tijdens de derde slag om Ieper.

Met zijn 11 908 graven in witte portlandsteen en een monument voor 34 888 vermiste soldaten is Tyne Cot het grootste van alle Commonwealth War kerkhoven.

Tyne Cot kreeg zijn naam van de 50th Northumbrian Division, één van de vele divisies die hier slag leverden. De vijf Duitse bunkers die hier nu nog te zien zijn, stonden gegroepeerd rond een oude schuur: die deed de soldaten denken aan de “cottages” in de buurt van de Tyne, een rivier in Noord-Engeland.

Volgens een andere versie zou de naam afgeleid zijn door klanknabootsing namelijk “’t henne kot”…

Het kerkhof is ontworpen door sir Herbert Baker, die wou dat het zou lijken op een groot Engels kerkhof. De muren rond het domein en de ingangspoort liet hij optrekken in silexkeien of vuursteen. Op het kerkhof zelf is het belangrijkste richtpunt het grote Cross of Sacrifice.

Toen koning George V in mei 1922 een pelgrimstocht maakte langs de oorlogsgraven die nog in aanbouw waren, suggereerde hij dat het grote kruis op één van de bunkers zou worden gebouwd. Baker hield zich aan die suggestie en liet een kleine opening zodat het beton van de bunker zichtbaar zou blijven.

Van aan de voet van het kruis zie je de hele Salient wegglooien, met Ieper en meer zuidwestelijk de Kemmel. Achter het kruis dat bij helder weer zichtbaar zou zijn vanuit Duinkerken liggen de graven ordeloos door elkaar: dat zijn de oorspronkelijke 300 graven met onder andere de drie Duitse graven.

Het Cross staat op het middelpunt van twee concentrische cirkelfragmenten waarvan het kleinste is uitgewerkt als een trappenpodium voor de Stone of Remembrance. Het grootste cirkelfragment herinnert aan de boogvorm van de Ypres Salient en vormt de muur van het indrukwekkende Tyne Cot Memorial.

Deze muur van de vermisten werd gebouwd toen bleek dat de Menenpoort te Ieper te klein zou zijn om alle namen van Britse vermisten in te graveren. Op de 172 panelen staan 34 927 namen van soldaten vermeld die vermist werden na 15 augustus 1917.



Het Duits militair kerkhof Vladslo

Op het Deutscher Soldatenfriedhof in het praatbos van Vladslo werden in 1955 de resten van 25 638 Duitse doden samengebracht.

De eenvoudige blokvormige zerken liggen streng gerangschikt onder de zware eiken.

Hier en daar richten kleine, basaltstenen kruisen zich op in groepjes van twee.

Achteraan op het domein knielt het “Treurende Ouderpaar” van de expressionistische Duitse kunstenares Käthe Kollwitz. Het expressionisme is een stroming in de kunst die typisch is voor de XX e eeuw. Deze stroming probeert niet op de eerste plaats de werkelijkheid exact weer te geven maar zal door de vormen en/of de kleuren te vervormen proberen “iets” tot expressie te brengen. In dit geval is dit “iets” het verdriet van een vader en een moeder om het verlies van hun zoon.

Op de grafzerk links voor de granieten beelden staat “Peter Kollwitz Musketier +23.10.1914” te lezen.

De jongen was amper 17 jaar toen hij zich vrijwillig bij het Duitse leger aanmeldde. In de nacht van 23 op 24 oktober viel hij als eerste van zijn regiment bij een aanval op Diksmuide. Käthe Kollwitz werkte achttien jaar lang aan dit indrukwekkende monument dat hier om alle graven en doden lijkt te treuren.

De Menenpoort

Na de oorlog werd Ieper met Duitse herstelbetalingen opnieuw in zijn oorspronkelijke staat opgebouwd. In het centrum zijn bijna overal monumenten te vinden die de “grote oorlog” herdenken.

Het meest indrukwekkende is ongetwijfeld de Menenpoort die door sir Reginald Blomfield in de jaren twintig werd gebouwd ter nagedachtenis aan alle gevallen Britten. In de muren van de poort staan de namen gebeiteld van 54 896 gesneuvelden. Een Britse leeuw kijkt aandachtig uit naar alle bezoekers die vanuit het oosten de stad binnenkomen.

Aan de westzijde ligt een sarcofaag die de inwoners van Ieper eraan herinnert hoeveel Britse soldaten hier sneuvelden voor de verdediging van de Westhoek.

Sinds 1927 wordt hier nog elke avond rond 8 uur “The Last Post” geblazen.

Wie één van de trappen in het midden van de poort oploopt, komt aan de Ieperse vestingen uit.

Bovenaan lijkt het bouwwerk een afzonderlijk gedenkteken te vormen: een veertig meter lange galerij geschraagd door Dorische zuilen.

Aan de zuidkant van het monument loopt op de 50 meter brede vestigen een prachtig wandelpad.

Indien we hier verder lopen langs het Hugo Verriestmonument zien we iets verder luchtpijpen omhoog rijzen. Hieronder bevinden zich de vijf kazematten, een soort kelders, die oorspronkelijk als militaire bakkerij en stapelplaats waren bedoeld. Tijdens de eerste wereldoorlog vonden de Ieperlingen en de militairen hier de beste schuilplaatsen.

Na de evacuatie van de burgers (9 mei 1915) werden er diverse diensten van het Britse leger in ondergebracht. Na de oorlog herbergden de kazematten een ijsfabriek en een champignonkwekerij. Ze worden nu nog gebruikt als bergplaats.



De IJzertoren in Diksmuide

Na de oorlog werd een jaarlijkse bedevaart naar de graven van de IJzer georganiseerd waarvoor tot het midden van de jaren twintig enkele duizenden deelnemers kwamen opdagen. De optochten waren pacifistisch van inslag en zowel Vlamingen als Walen trokken erin mee.

Toen de militaire overheid in mei 1925 besloot om meer dan vijfhonderd heldenhuldezerkjes te verbrijzelen en te gebruiken bij het aanleggen van wegen, lokte dat felle reacties uit in heel Vlaanderen. Die zomer trokken meer dan dertigduizend Vlamingen naar Diksmuide en werd besloten een Vlaams IJzergedenkteken te bouwen. De toren werd in 1930 ingewijd en groeide uit tot een Vlaams en later een Vlaams-nationaal symbool.

In de nacht van 15 op 16 maart 1946 werd hij door onbekenden gedynamiteerd en volledig verwoest.

Naast de puinen werd tussen 1952 en 1965 een nieuwe toren opgetrokken, waarop nu in vier talen "“nooit meer oorlog” te lezen staat.

Het monument is 84m hoog en op de kruisvormige top prijkt de leuze AVV-VVK (Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus).

Vanaf de ingang loopt u eerst onder het oude monument waar een crypte is gebouwd.

Langs de weg naar de nieuwe toren liggen een reeks heldenzerkjes en binnenin de toren is een museum ondergebracht over de Vlaamse beweging.

Als je boven de toren gaat, heb je van op de zesde verdieping een prachtig uitzicht op de IJzervlakte tot Ieper.

Wij hopen dat u genoten heeft van deze uitstap.

Hou 1 november aanstaande vrij want dan organiseren wij een Halloween wandeling in de Hoge Venen.

Wij verwachten opnieuw een grote opkomst!



Het bestuur van de De Wandelclub "Geiren bij"





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina