Uiteenzettingen van de veertig hadiths van Annawawi



Dovnload 0.77 Mb.
Pagina3/20
Datum23.07.2016
Grootte0.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

Conclusie

Deze hadith verklaard de voornaamste principes van de Islam: de vijf pilaren van de Islam, de geloofsovertuigingen die deel uitmaken van Imān (inclusief het geloof van het lot, of qadar), het bereiken van het hoogste niveau van Imān, wat Ihsān is en de ādāb van het zoeken naar kennis en onderwijs.


Hadith 3: De vijf pilaren van de Islam

Abū ‘Abd ar-Rahman ‘Abdullah, de zoon van ‘Umar ibn al-Khattab (Allah's welbehagen zij met vader en zoon ) heeft gezegd: “Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allah's zegen en vrede zij met hem) zeggen: “De Islam is op vijf (zuilen) gebouwd: 1) getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is 2) het verrichten van de gebeden 3) het betalen van de zakat (armenbelasting) 4) het verrichten van de bedevaart naar het Huis (in Mekka) en 5) het vasten in Ramadan.” (Overgeleverd door Bukhāri en Muslim) Deze hadith is een gedeelte van de vorige hadith (2). De meeste geleerden zeggen dat de reden waarom Imam al-Nawawi deze hadith heeft opgenomen in zijn collectie, het belang van de vijf pilaren in de Islam is, ook al worden gedeelten van hadith nr 2 herhaald. Deze hadith benadrukt de fundamentele aspecten van de uiterlijke onderwerping aan Allah. Deze onderwerping is gebaseerd op vijf pilaren, gelijk de structuur van een gebouw. Als iemand deze aspecten vervuld heeft hij een solide basis gelegd voor zijn Dīn zoals een ‘huis.’ De andere handelingen van de Islam die genoemd worden in de voorgaande hadith -maar niet genoemd worden in deze- kunnen worden beschouwd als afwerking om de structuur te voltooien. Als iemand faalt in het vervullen van deze verplichtingen van het handhaven van de vijf pilaren, dan zal de hele structuur van zijn Dīn, of Imān in gevaar komen. Het gevaar hangt af van hoeveel er wordt geschonden en de schennis van de Shahādah (geloofsgetuigenis) is de meest gevaarlijke.


Lessen

Het gebruik van metaforen en uitgebreide vergelijkingen.
Deze hadith gebruikt een metafoor (d.w.z. het vergelijken van de Islam met de structuur van een gebouw) om belangrijke principes te bevestigen. Het gebruik van metaforen en uitgebreide vergelijkingen kan men in vele soera’s (hoofdstukken) van de Koran en in de hadiths vinden. Bijvoorbeeld:

• In soera al-Tawba:109, waar een soortgelijke metafoor is gebruikt; de structuur van de Dīn van de gelovige (mu ‘min) is gevestigd op solide grond, terwijl de structuur van de Dīn van een ongelovige is gevestigd op een zwakke grond wat kan leiden tot het instorten van de structuur, zodat de ongelovige het Hellevuur zal binnengaan.

• Soera al-Nūr:35, gebruikt de metafoor van Allah’s licht als zijnde de bron van begeleiding in het hart van de gelovigen.

• Soera al-Jumu ‘ah:5, hier wordt een metafoor gebruikt om degenen die falen in het vervullen van hun amānah (religieuze verplichtingen) te veroordelen. Het Banū Isra ‘il wat faalde in het gehoorzamen aan Allah’s geboden in de Torah, wordt beschreven als een ezel die zware boeken op zijn rug draagt, maar niets begrijpt van deze boeken. Geleerden zeggen dat deze metafoor ook op andere volkeren -die falen in het vervullen van hun amānah- kan worden toegepast.


• In een hadith onderscheidt de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) de status van zijn volgelingen (ummah) in drie categorieën: degenen die voordeel halen uit de Boodschap; degenen die gedeeltelijk voordeel halen en degenen die hier totaal in falen. Hij (sallallāhu ‘alayhi wasallam) gebruikte de metafoor van regen (als de Boodschap) die neervalt op verschillende soorten grond, met verschillend resultaat. Het gebruik van metaforen voor het mededelen van de Boodschap is een belangrijk hulpmiddel en het is de methodeleer die gebruikt is in de Koran en gebruikt werd door de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Er zijn vele manieren van uitdrukken gebruikt in de Koran en de hadiths en zij worden voor verschillende doelen gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer men te maken heeft met misverstanden en valse veronderstellingen van de ongelovigen, gebruikt de Koran en de Sunnah het rationeel denken. De stijl die gebruikt is bij het beschrijven van de Jennah (Paradijs) en het Hellevuur in de Koran en de Sunnah, is de visuele manier van uitdrukken. Zowel het Paradijs als het Hellevuur worden tot in detail beschreven, alsof men deze plaatsen vóór ons kan zien. Een van de metgezellen van de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei dat hij de Jennah en het Hellevuur al had gezien. De andere metgezellen waren verbaasd en vroegen hem hoe dat mogelijk was omdat niemand dit kan zien, alleen in het hiernamaals. Hij antwoordde: “Ik zag het door de ogen van de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Als ik de kans had dit met eigen ogen te zien, zou ik het niet vertrouwen. Ik vertrouw de ogen van de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) meer dan die van mijzelf.” Hieruit kunnen we concluderen dat als we de Koran en de hadiths lezen en begrijpen, wij ook het Paradijs en het Hellevuur kunnen zien op een manier dat ons geloof zal doen toenemen. Deze manieren van uitdrukken (denkstijlen) die in de Koran en de Sunnah gebruikt zijn, moeten goed begrepen en gebruikt worden door de moslims vandaag de dag, om de Boodschap van de Islam over te brengen wanneer men da ‘wah doet en omdat dit de meest effectieve manier is. Men moet verschillende stijlen gebruiken om verschillende mensen te bereiken en te overtuigen; sommigen zijn emotioneel, sommigen zijn meer rationeel etc.
De eerste Pilaar: De Shahādah.

Het eerste deel van de Shahādah is getuigen dat er niemand waardig is aanbeden te worden, behalve Allah . Zoals verklaard door de geleerden zijn er zeven voorwaarden verbonden aan de Shahādah:

• Kennis; begrijpen wat het betekent.

• Zekerheid; geen twijfel hebben over wat er is bevestigd in de Koran en de auhentieke Sunnah.

• Acceptatie; met de tong en met het hart wat de Shahāda impliceert.

• Onderwerping en naleving; de werkelijke fysieke vaststelling d.m.v. daden.

• Eerlijkheid; het oprecht verklaren van de Shahādah.

• Oprechtheid; het uitsluitend doen voor de zaak van Allah.

• Liefde; houden van de Shahādah, haar implicaties en

vereisten en waar het voor staat. De Shahādah is niet slechts een uitdrukking van de tong. De voorwaarden moeten worden vervuld. Als we de Shahādah uitspreken op een eerlijke, oprechte manier, zullen we niets doen wat in strijd is met de Shahādah of de Shahādah zal schenden. Het tweede gedeelte van de Shahādah brengt de volgende voorwaarden met zich mee:

• Geloven in de profeet Mohammed (sallallāhu ‘alayhi wasallam)en in alles wat hij ons verteld heeft en overgedragen heeft.

• Hem te gehoorzamen in alles wat hij ons opgedregen heeft.

• Weg te blijven bij -of vermijden- wat hij ons heeft verboden te doen.

• Hem te volgen en te evenaren in onze Ibādah (daden van aanbidding), Akhlāq (ethiek) en zijn manier van leven.

• Meer van hém te houden dan van onszelf, onze familie of andere dingen in deze wereld.

• Het begrijpen, practiseren en promoten van zijn Sunnah op de beste manier, zonder dat het leidt tot chaos, vijandschap of schade.


De tweede pilaar: Het tot stand brengen van de gebeden (salāt)

Sommige interpretaties van deze hadith vertalen ‘iqāmat al-salāt’ als het ‘uitvoeren’ van het gebed. In de realiteit is ‘iqāmat al-salāt’ een breder concept dan wat de term ‘uitvoeren’ betekent, n.l.:

• Het verrichten van de wudū’ (rituele wassing) op de juiste manier.

• De salāt op de juiste tijd doen.

• Te bidden in congregatie (jamā‘ah), waar de beloning 27 keer meer is dan wanneer men alleen bidt.

• Het vervullen van de 6 voorwaarden van de salāt.

• De goede manieren (adāb) van het gebed in acht nemen, zoals nederigheid en onderdanigheid.

• Het volgen van handelingen die de voorkeur hebben. (Sunnah) Het is belangrijk dat we deze condities volgen en deze niet overtreden, als we de tweede pilaar van de Islam willen vervullen. We moeten niet vergeten dat Allah ons aanvankelijk opdroeg om 50 keer per dag te bidden en dat het uiteindelijk gereduceerd werd tot 5 dagelijkse gebeden. Ondanks het feit dat het teruggebracht is tot 5 gebeden per dag, is de beloning hetzelfde als die van 50 gebeden per dag. De gebedstijden zijn op een redelijke manier over de dag verspreid en dit kan ons helpen onze dag in te delen en zelfs onze zaken te regelen n.l. door het mogelijk te maken dat de moslimgemeenschap elkaar kan ontmoeten tijdens de congregaties van gebeden. Dit zal leiden tot een hechtere samenleving. Dus de gebeden moeten niet als ‘last’ worden gezien, zoals sommige moslims het vandaag de dag beschouwen.


De derde pilaar: Zakāt.

Het betalen van ‘zakāt’ is door de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) voor verschillende dingen aangewezen, berekend in bepaalde richtingen of percentages en onder bepaalde condities. De geleerden zeggen dat kennis van de details van de zakāt alleen verplicht wordt, wanneer iemand land of andere zaken bezit wat hem ertoe verplicht zakāt te betalen. Bijvoorbeeld boeren, handelaren of eigenaren van onroerend goed; zij moeten de condities en percentages weten van de zakāt die zij verplicht zijn te betalen. Met de hulp van de computer in deze tijd kan dit snel en gemakkelijk gebeuren.


De vierde pilaar: de Hajj.

De Hajj, of pelgrimstocht naar het Huis (Ka‘bah) is een verplichting die we éénmaal in ons leven moeten verrichten, maar het is alleen verplicht als de benodigde condities kunnen worden vervuld. Bijvoorbeeld, als we financieel capabel zijn en er geen belemmering voor reizen is in termen van veiligheid en vrede. Als we deze condities hebben moeten we de Hajj zo spoedig mogelijk uitvoeren en vooral niet uitstellen. Als we de financiele mogelijkheid hebben om de Hajj meer dan eens te kunnen uitvoeren, is het volgens sommige geleerden beter voor ons dit geld te gebruiken om anderen te helpen in het vervullen van hun verplichtingen. Insha Allah zullen we dan voor hún pelgrimstocht worden beloond. Het geld kan ook gebruikt worden voor het verbeteren van de samenleving. Er zijn voorwaarden, Sunnah en ethiek (adāb) die voor elk van deze pilaren in acht moeten worden genomen. We horen vaak dat jaarlijks honderden moslims sterven of gewond raken tijdens de Hajj. Waarom gebeurd dit? De meeste ongelukken gebeuren door de onwetendheid en nalatigheid van de juiste ethiek, of door schending van de Sunnah. Neem bijvoorbeeld het gooien van stenen naar de Jamrāt (pilaren):

• Ondanks het feit dat we kleine kiezelsteentjes zouden moeten gebruiken, zijn de mensen geneigd grote stenen te gebruiken die ze roekeloos en op grote afstand gooien. Dit kan anderen verwonden.

• Mensen volgen vaak niet de specifieke richtingen wanneer zij bewegen; zo worden veel mensen verpletterd door de mense-lijke golven die zich in verschillende richtingen begeven.

• Mensen die aandringen op het gooien van stenen in de piek- uren, d.w.z. de drukste periode van de dag, wat de voorkeur heeft. Ouderen, vrouwen en gehandicapten zouden alleen moeten gaan wanneer het niet zo druk is.
De vijfde pilaar: Vasten (Saum)

De Ramadanmaand is een periode van training, waarin alle moslims worden aangemoedigd om goede daden te doen; om zo steeds beter te worden. Niettemin zouden we na de Ramadan door moeten gaan met het verrichten van goede daden, het bidden in de moskee, Tahajjud, Qiyāmullail, het reciteren van de Koran, het helpen en zorgen voor anderen etc. De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) werd gevraagd naar de beste manier van het lezen van de hele Koran en hij antwoordde dat het binnen een maand gelezen zou moeten worden, d.w.z. een Juzu’ of hoofdstuk per dag. Dit is iets wat we altijd zouden moeten doen en niet alleen in de Ramadanmaand. Als dit niet mogelijk is moeten we tenminste proberen om één of twee bladzijden per dag te lezen (een kwart van een hizb). Op dezelfde manier zouden we moeten proberen de nachtgebeden te doen. (Tahajjud), al zijn het dan twee raka’at in de nacht; anders dan in de Ramadan. We moeten onszelf niet de vrijblijvende gebeden opleggen: de Shari‘ah heeft het zo niet bedoeld. Als iemand zichzelf vrijblijvende gebeden opdringt kan dat leiden tot overbelasting, wat kan resulteren in het afschaffen van de handelingen. Het zou voldoende moeten zijn als het op eigen gemak wordt gedaan, op voorwaarde dat het voortdurend wordt gedaan. Een vaste lijn in een daad, hoe klein deze ook is, is méér geliefd dan een daad die in grote hoeveelheden zelden uitgevoerd wordt.


Conclusie

Alle pilaren van de Islam hebben regels, voorwaarden en hebbelijkheden (ahkām wa ādāb) op hen toegepast. Het is belangrijk dat we deze ahkām en ādāb kennen en onszelf er regelmatig aan herinneren, vooral vóór de Ramadan en vóór het uitvoeren van de Hajj, zodat we de pilaren op een goede manier en in overeenstemming met de Shari’ah uitvoeren.



Hadith 4: De creatie van de mens: al-Qadar.

Abu ‘Abd ar-Rahmān ‘Abdullah ibn Mas'ud (Allahs welbehagen zij met hem) heeft gezegd: De boodschapper van Allah (Allahs zegen en vrede zij met hem) -en hij is de waargetrouwe, degene die geloofd wordt- heeft ons verteld: “De schepping van ieder van jullie vindt plaats wanneer hij wordt geassembleerd in de buik van de moeder, voor veertig dagen is hij als een druppel vloeistof, dan wordt het een stolsel voor een vergelijkbare periode. Daarna is het een brok en lijkt het alsof erop is gekauwd voor eenzelfde periode. Dan wordt er een engel naar hem gestuurd die hem de levensadem inblaast en die belast is met een opdracht ten aanzien van vier zaken: het opschrijven van zijn levensonderhoud, zijn levenstijd, zijn daden en of hij gelukkig of ongelukkig zal worden. Bij Allah, buiten Wie er geen god is, één van jullie zal werkelijk het soort daden doen van de mensen die naar het paradijs gaan, totdat de afstand tussen hem en het paradijs nog maar een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is en hij handelt als iemand die naar de Hel gaat en daar zal hij terechtkomen. En één van jullie zal het soort daden doen van de mensen die naar de Hel gaan, totdat de afstand tussen hem en de Hel nog maar een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is en hij handelt als iemand die naar het paradijs gaat en daar zal hij terechtkomen.” (Overgeleverd door Bukhāri en Muslim)


Achtergrond.

Deze hadith werd door zowel Bukhāri als Muslim, als door andere geleerden overgeleverd. Afgezien van Abdulla ibn Mas‘ud, werd deze hadith ook overgeleverd door vele andere metgezellen van de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam.



De toevoeging (in de Arabische tekst) van het woord ‘nutfah’ (druppel vloeistof): Dit woord wordt in Bukhāri’s noch in Muslim’s overlevering niet genoemd. Het is echter toegevoegd aan andere verhalen -inclusief dat wat gekozen is door Imam al-Nawawi- om een goede interpretatie te geven. Niettemin onstaan er door deze toevoeging twee tegenstrijdige standpunten over de creatie van de mensheid wat betreft het gebied van de ontwikkelingsstatus van de foetus:
Het eerste standpunt:

Er zijn drie ontwikkelingsfases van de foetus. Elke ontwikkeling bestaat uit 40 dagen. Vandaar dat het 120 dagen nodig heeft om de drie fases te voltooien. Het is pas na deze 120 dagen dat de ‘rūh’ (geest) wordt ‘ingeademd,’ of ‘geblazen’ in de foetus. Dit bevat ook de registratie van de voorzieningen, de levensduur, daden en het lot van de foetus. Dit standpunt (wat het woord ‘nutfah’ insluit) is het standpunt van de meerderheid van de geleerden. Desalniettemin zijn er vragen gekomen over dit standpunt. Ondanks het feit dat de moderne wetenschap het eens is met de ontwikkelingsfasen genoemd in deze interpretatie van de hadith stemt het tijdstip van de gebeurtenissen niet overeen met de interpretatie van deze hadith. Een ander probleem heeft betrekking op de Fatwa (wettelijk standpunt van de geleerden) wat bertreft abortus. De geleerden zeggen dat abortus is toegestaan (mits er een goede reden is b.v. als het leven van de vrouw in gevaar is) vóór de ‘rūh’ in de foetus is ingeblazen, dus vóór de 120 dagen, in tegenstelling tot de 40 dagen in het tweede standpunt wat hieronder volgt.


Tweede standpunt

Het woord ‘nutfah’ behoort niet tot de tekst van de hadith. Dit veranderd de betekenis van de hadith die verklaard dat de drie fasen van de foetus plaatsvinden in de eerste 40 dagen. Dit standpunt komt overeen met wetenschappelijke feiten. En dit betekent, dat de ‘rūh’ ná de 40 dagen wordt ingeblazen en niet na 120 dagen. Dus de Fatwa op abortus verklaard dat abortus alleen is toegestaan vóór de 40 dagen zijn beëindigd.


De kwestie van wat er geschreven is:

Er zijn drie andere hadiths verzameld door al-Bukhāri en Muslim, die hetzelfde onderwerp betreffen. Maar er zijn enige verschillen tussen de teksten van die drie hadiths en deze hadith. Die hadiths vertellen dat de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei: “Eén van jullie zal de handelingen uitvoeren van de mensen van het paradijs, zoals weergegeven in de ogen van het volk.” Dit lijkt op de ‘Munāfiqūn,’ of hypocrieten; zij handelen als de mu‘minūn (gelovigen). Zij lijken in onze ogen de beste daden te doen als de mensen van het Paradijs, maar Allah weet het best. Zij zullen eindigen in het Hellevuur. Doordat zij ‘Munāfiqūn’ zijn, ontkennen ze eigenlijk de boodschap van Allah diep in hun harten. Hun uiterlijke handelingen vermommen slechts wat er werkelijk in hun harten zit. Deze uitleg van de andere genoemde hadiths is belangrijk voor het begrijpen van deze hadith.


Lessen

1. Het begrijpen van een hadith met behulp van andere hadiths

Geleerden uit de geschiedenis en uit deze tijd hebben verklaard dat wanneer we een zaak of kwestie –zoals genoemd in een bepaalde hadith- gaan onderzoeken, we niet moeten vertrouwen op één enkele hadith, maar moeten zoeken naar gelijkwaardige hadiths die over hetzelfde onderwerp gaan. We moeten niet vergeten dat sommige overleveraars van hadiths een hadith overleveren in overeenstemming met haar betekenis en niet hoe het precies was gezegd door de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Sommigen van hen zijn misschien de exacte woorden of termen vergeten die zijn gebruikt door de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Niettemin begrijpen zij nog steeds de feitelijke betekenis van wat er gezegd is. We moeten de teksten van verschillende hadiths met hetzelfde onderwerp met elkaar vergelijken om een complete interpretatie en een beter begrip in de hand te hebben. Sommige mensen die de hadith hierboven lezen en er verder geen uitleg bij vinden of zoeken, kunnen wanhopig worden en vrezen dat zij bij de eerste groep mensen behoren die hierboven genoemd wordt. Dit is verkeerd, omdat dit leid tot de interpretatie van de mensen van ‘Jabariyyah’ (3) die menen dat een persoon geen vrije wil heeft en geen kracht heeft om dingen te doen en dat alles in het leven al beschreven of vooraf bepaald is, ongeacht wat iemand doet. Zij geloven ook dat er geen reden is om goede daden te doen. Dit is een verkeerde houding omdat dit gebaseerd is op een verkeerde perceptie. Allah is rechtvaardig. We moeten ons vertrouwen plaatsen bij Allah. Als we goed zijn voor Allah en we vertrouwen Hem, zal Hij goed zijn voor ons. We moeten het optimistisch bekijken. We volgen Allahs bevelen, doen moeite om goede moslims te zijn en moeten niet wanhopen.



2. Eerlijk zijn ten opzichte van Allah en hopen.

Eens, tijdens een veldslag hoopte een metgezel van de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) op een specifieke manier te sterven, n.l. dat een pijl hem zou treffen in zijn hals en hem zou doorboren tot in zijn rug. De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei: “Als je eerlijk bent ten opzichte van Allah, zal Hij eerlijk zijn naar jou.” De metgezel stierf exact zoals hij hoopte te sterven. De woorden van de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zijn hier algemeen en kunnen in alle situaties gebruikt worden. Als we echt eerlijk zijn naar Allah, zal Hij ons niet in de steek laten; hij zal ons helpen en begeleiden.


3. Afwijkende sekte.

Dus het laatste gedeelte van deze hadith is een uitzondering en geldt alleen voor sommige mensen zoals de Munāfiqūn (hypocrieten). Maar aan de andere kant betekent dit niet dat ons leven gebaseerd moet zijn op hoop alléén. De geleerden zeggen dat hoop en vrees gecombineerd moeten zijn. Hoop en vrees voor Allah moet hand in hand gaan wanneer we Allah aanbidden. Het is goed om Allah te vrezen. Het zal ons kalmer en vrediger maken. Dit verschilt van een ander type van vrees; als we bang zijn voor iets gaan we dat uit de weg, bijvoorbeeld angst voor vuur of gevaarlijke dieren.


3. Liefde, Hoop en Vrees.

Geleerden zeggen dat onze hoop op Allah gelijk moet staan aan onze vrees voor Allah. Als dat zo is zullen we een beter niveau van Imān (geloof) bereiken. Dit leidt niet tot wanhoop en tegelijkertijd zal er geen buitensporige hoop (overmoed) zijn, wat kan leiden tot luiheid en het niet vervullen van onze verplichtingen. In het aanbidden van Allah moeten we drie dingen combineren: liefde, hoop en vrees.



4. Al-Qadar; het lot.

De hadith hierboven heeft betrekking op Allah’s Schepping en Qadar (lot). De verklaring: “....en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is..” moeten we positief bekijken en niet negatief. Allah wist met Zijn ultieme kennis van alle toekomstige gebeurtenissen zoals uitgelegd in de vorige hadith. Al-Qadar kan als volgt worden ingedeeld: Al-Qadar al-Kulliy’; de algemene qadar wat ‘geregistreerd’ is door Allah in Al-Lawh al-Mahfūz (het Welbewaarde Boek), 50.000 jaar vóór de schepping van de Hemelen en Aarde.



Al-Qadar al-Omari; dit is de qadar die wordt genoemd in deze hadith. Dit vindt plaats op de tijd van de schepping van elk individu. Het komt overeen met het hogere type van qadar; al-qadar al-kulliy’.

Al-Qadar al-Sanawiy; de jaarlijkse qadar die eens per jaar plaatsvindt tijdens de laylat al-qadar, wat overeenkomt met wat al geschreven is in Al-Lawh al-Mahfūz. Wat al geschreven is in Al-Lawh al-Mahfūz weet alleen Allah. Het is niet aan ons geopenbaard. Niemand weet zijn lot, zijn rizq (voorzieningen) en wanneer of waar onze laatste bestemming zal zijn. Voor ons is dit het onbekende of al-ghayb. De vertaling van het woord ‘overkomt’ in deze hadith kan een valse perceptie geven als het zou worden bedoeld om te zeggen dat álles wat de engelen ‘opschrijven’ zal worden opgelegd in het leven van iemand. Er wordt ons gewoon simpel verteld over de ‘ilm,’ of ultieme kennis van Allah. Wat geschreven is laat ons niet doen wat we doen. Het is geen ‘oorzaak en gevolg’ situatie zoals veel moslims geloven.
Veel moslims geloven dat -omdat het al is geschreven- het ertoe zal leiden dat we doen wat er geschreven is. Dit is een verkeerde interpretatie. De waarheid is dat ondanks het feit dat we zullen gaan doen wat al geschreven is, de daadwerkelijke handeling niet te wijten is aan het feit dat het al geschreven is. Allah met Zijn ultieme kennis heeft dit geschreven omdat Hij wist wat er zou gaan gebeuren. Het is eigenlijk een associatie, of een overeenkomst. Wat we zullen gaan doen valt samen met de kennis van Allah, omdat Allah’s kennis ultiem is. Met andere woorden: wat we zullen gaan doen valt samen met dat, wat al geschreven is. Dit laat de Glorie en de ultieme kennis van Allah zien. Dus we moeten niet geloven dat dingen aan ons worden opgelegd. Een dergelijke overtuiging zal het hele concept van Imān (geloof), schepping etc. teniet doen.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina