Uiteenzettingen van de veertig hadiths van Annawawi



Dovnload 0.77 Mb.
Pagina7/20
Datum23.07.2016
Grootte0.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   20

Conclusie

Om in staat te zijn de hedendaagse uitdagingen onder ogen te zien en op een goede manier te weerleggen moeten we:

Onszelf begrijpen

• De Islam begrijpen

• Anderen onderwijzen over de Islam

•De hedendaagse uitdagingen analyseren en begrijpen

• Onzelf met de juiste middelen uitrusten.
Als we praten over het concept van Jihād moeten we niet alleen het algemene begrip van Jihād bespreken. We moeten niet emotioneel worden en onszelf vergeten, of de wereld waarin we leven en de situatie van onze Ummah, of de uitdagingen waarmee we tegenwoordig worden geconfronteerd. Dus het is niet gemakkelijk om de verschillende aspecten van Jihād te begrijpen en hoe deze te implementeren in de wereld van vandaag. Wanneer we spreken over het concept van Jihād moeten we de conflicten die in onszelf bestaan oplossen -de conflicten tussen realiteit en de ideale situatie. De grootste inspanning die we moeten maken, is vaststellen hoe we de kloof tussen de ideale situatie en de echte wereld kunnen overbruggen. Om de conflicten binnen onszelf op te lossen, hebben we psychologische en sociale aanpassingen nodig. We leven in een gemeenschap die op de een of andere manier is aangetast, maar we onderhouden onze waarden en en proberen de situatie te verbeteren. Zonder deze aanpassingen kunnen we confronterend en agressief worden, of geven we toe aan de moderne manier van leven en verwerpen we onze waarden en ons geloof. Beide extremen zijn onacceptabel. Wat we nodige hebben is assertiviteit, een sociale en psychologische aanpassing. We moeten vaststellen hoe we als goede moslim kunnen leven in deze moderne wereld met behoud van onze identiteit en morele waarden. Dit zijn de grote uitdagingen waarmee we tegenwoordig geconfronteerd worden. We moeten practisch handelen bij de aanpak van deze uitdagingen. Wanneer we over de Islam praten, doe we dat gewoonlijk in de theoretische zin, b.v. wat Taqwa (vroomheid) en Ikhlās (oprechtheid) betekent etc. We moeten in staat zijn deze concepten in ons dagelijks leven te implementeren, vooral als we geconfronteerd worden met al deze uitdagingen. Dus we moeten de concepten van de Islam in de realiteit bespreken, binnen de context van de huidige situatie van de hedendaagse samenleving.

Hadith 9: Hoe moeten we onze verplichtingen

vervullen? Abu Hurayra ‘Abd al-Rahman Ibn Sakhr (Allah’s welbehagen zij met hem) heeft gezegd: Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allah’s zegen en vrede zij met hem) zeggen: “Jullie moeten je ver houden van datgene wat ik jullie verbied, verricht zo veel mogelijk als jullie kunnen van datgene wat ik jullie opgedragen heb. Waarlijk, degenen die voor jullie leefden zijn door hun vele vragen en meningsverschillen met hun profeten, te gronde gegaan.”(Overgeleverd door Bukhāri en Muslim)

Achtergrond

Het is erg belangrijk dat we de sabāb al-wurūd (redenen en achtergrond van een hadith) begrijpen, omdat dit ons in staat stelt de betekenis van de hadith te begrijpen. Deze hadith begrijpt men beter wanneer men haar achtergrond kent. Er is verteld dat de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) tijdens een incident zei: “Allah heeft jullie opgedragen de Hajj uit te voeren, dus doe dat dan ook, o dienaren van Allah.” Toen stond er een man op en die vroeg: “ O Profeet van Allah, moeten we dit elk jaar doen?” Toen zei de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Vermijdt dát, wat ik verbied en wat ik je opdraag te doen, doe dat zo vaak als je kunt.”


Lessen

Het incident hierboven is uit de tijd van de openbaringen. Te veel vragen stellen over een verplichting kan tot complicaties en verwarring leiden. De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) was niet blij met deze vraag, omdat dit ertoe kan leiden dat de Hajj een jaarlijkse verplichting wordt voor elke moslim over de gehele wereld (als de profeet ‘ja’ zou hebben gezegd tegen de man). Vragen die op een goede manier worden gesteld zijn welkom in de Islam. Dit kan men verifiëren wanneer men de tweede hadith van dit boek leest en begrijpt. Zoals de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) de methode van vraag en antwoord gebruikte als een methode van onderwijs voor zijn metgezellen radiyallahū anhūm. Als algemene richtlijn worden vragen die leiden tot het bevorderen van kennis en goedheid, aangemoedigd. Degenen die ontmoedigd zijn, zijn degenen die verwarrring, twijfel en chaos veroorzaken in de samenleving. Dit kan gebeuren wanneer er onnodige vragen worden gesteld, of wanneer er teveel details gevraagd worden. Een essentieel fundamenteel kenmerk van de Shari’ahwet is flexibiliteit en uitvoerbaarheid. Iemands capaciteit wordt in acht genomen bij het beslissen of hij de verplichting in kwestie moet vervullen. Een moslim wordt alleen ontmoedigt goede daden te doen als hij daartoe niet in staat is. Als voorbeeld kunnen we kijken naar de verplichting om de Hajj uit te voeren. De pelgrimage naar Mekka is alleen verplicht voor een moslim, wanneer hij/zij de capaciteiten en mogelijkheden daartoe heeft. Dit betekent niet alleen financieel; ook de fysieke mogelijkheden en andere factoren kunnen een rol spelen. Als bijvoorbeeld de moslim die de Hajj wil gaan doen een vrouw is, mag zij die alléén doen als ze wordt vergezeld van een mannelijke mahram (bloedverwant). Evenzo, als iemand onbetaalde leningen heeft openstaan, moet hij vóór hij de Hajj gaat doen eerst deze leningen afbetalen. Het is belangrijk te weten dat de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) in zijn hele leven maar éénmaal de Hajj heeft uitgevoerd. Dus er is geen reden voor iemand, oud of jong, om dit vaker te doen. De dalīl (het bewijs) kunnen we vinden in het volgende vers van de Koran: “....En de bedevaart naar het Huis is door Allah aan de mensen opgelegd die een een weg naar toe kunnen vinden.....” (soera Ali-Imrān:97) Wat betreft andere handelingen zoals de salāt (gebed) zei de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Doe het zo vaak mogelijk.” Dit betekent ook dat de gebeden op de juiste tijden en op de juiste manier moeten worden uitgevoerd (congregatie). Niettemin wordt er flexibiliteit getoond als men door onvermijdbare omstandigheden op andere tijden bidt, als het uitgevoerd wordt in de gespecificeerde periode. Evenzo, als de moslim niet in staat is om het gebed staande te verrichten, kan hij dat zittend doen. Dit concept van flexibiliteit wordt ook toegepast op andere handelingen van aanbidding zoals het vasten, waar de moslim toestemming krijgt zijn vasten te breken als hij op reis gaat, of wanneer hij ziek is. Desalniettemin wordt van hem verlangd dat hij zijn verplichting (d.w.z. het vasten) vervuld wanneer hij daartoe in staat is (d.w.z. de dagen waarop niet wordt gevast moet men inhalen en men moet staande bidden wanneer dat weer mogelijk is etc.) Dat, wat verboden is moet absoluut vermeden worden door moslims; alle handelingen die harām (verboden) zijn moeten vermeden worden, zelfs al heeft degene niet de intentie er zich aan over te geven. Het vermijden van handelingen die kunnen leiden tot een verboden actie, is eigenlijk een methode die wordt toegepast in de Islam; dit voorkomt dat de volgelingen vervallen in dat wat verboden is. De verklaring: ‘verricht zoveel als je kunt’ zoals gezegd door Imam al-Shafi in hadith 5, betekent dat ondanks het feit dat het een verplichting is, een moslim zich geen ongemakken moet opleggen in het uitvoeren van goede daden of handelingen. Men moet altijd de gemakkelijkste weg zoeken als deze opties beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld de wudū: als er voor de moslim de moelijkheid is om gebruik te maken van koud en warm water voor de wudū, moeten we dát nemen wat gemakkelijker is (d.w.z. warm water).
De Shari’ah heeft ongemak nooit aangemoedigd voor haar volgelingen. Niettemin zal het ongemak wat hij ondergaat voor het vervullen van zijn verplichting beloond worden met een grotere beloning als er geen ander alternatief is voor de moslim in dit geval. Het zelfde principe wordt toegepast op mandūb (goede daden die niet verplicht zijn, maar aangemoedigd worden). We moeten altijd proberen dit soort handelingen zoveel mogelijk uit te voeren. Volgens het gezegde van een groot geleerde van de Islamitische jurisprudentie, Imam al-Shatibi Rahimahullahi Ta ‘ala, moet men zichzelf geen verbintenis opleggen van deze mandūb handelingen, door het voor zichzelf een verplichting te maken. Dit betekent dat iemand zichzelf niet moet opleggen deze handeling uit te voeren met een vaste routine, of met een vaste regelmaat. Hij of zij moet dit op zijn/haar gemak doen, binnen zijn/haar mogelijkheden. Men moet dit binnen de mogelijkheden doen, maar het nooit tot een wājib (verplichting) maken. Men moet zich vrij voelen om deze routine van tijd tot tijd te doorbreken. De reden hiervoor, is de vrees voor overbelasting in het uitvoeren van deze aanbevolen daden van aanbidding. Wanneer men door zo’n daad wordt overbelast, kan men zich gaan vervelen en het totaal opgeven. Over deze kwestie zei de Profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “O mensen, doe deze daden als je daartoe in staat bent, omdat Allah de Almachtige er niet moe van wordt, maar jullie wel.” In een andere hadith zegt de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “De handelingen die Allah de Almachtige het meest van houd, zijn de handelingen die voortdurend worden uitgevoerd, zelfs al zijn ze klein.” (overgeleverd door Imam Muslim) Er zijn situaties waarin de hadith van profeet Mohammed (sallallāhu ‘alayhi wasallam) m.b.t. het vermijden van wat harām is, niet toepasbaar is. Een situatie waarin het nodig is te kiezen tussen het ‘kleine kwaad’ en ‘het grote kwaad.’ Bijvoorbeeld een situatie waarin men veel honger lijdt en men voedsel tot zich neemt wat harām is, omdat men anders misschien sterft; dit is toegestaan. Zo’n principe wordt erkend door de fiqh- (jurisprudentie) geleerden van de Islam, als balans tussen het heilzame en het schadelijke.
Conclusie

Het begrijpen en waarderen van de schoonheid van zulke principes in de Islam, zoals vastgelegd in deze hadith, zal bijdragen in de manier waarop we onze religie uitoefenen, zonder te vervallen in dat, wat extreem is of op een andere manier dan onze geliefde Profeet van de Islam de religie heeft uitgeoefend.




Hadith 10: Zuiver zijn

Abu Hurayrah (Allah’s welbehagen zij met hem) heeft gezegd: De boodschapper van Allah (Allah’s zegen en vrede zij met hem) heeft gezegd: “Allah, de Almachtige, is zuiver en accepteert alleen het zuivere.’ Allah heeft de gelovigen gezegd: ‘O, boodschappers! Eet goede dingen en verricht goede werken.' En Allah, de Almachtige heeft gezegd : ‘O, jullie die geloven! Eet van de goede dingen, waarmee Wij jullie voorzien hebben.' Daarna vertelde hij over een man, die een lange reis achter de rug had en met verwarde haren en kleren onder het stof, zijn handen ter hemel strekt (en zegt): ‘O, Heer! O, Heer!’ Dit, terwijl zijn eten, zijn drinken, zijn kleding en zijn voedsel harām was. Hoe kan hij ooit verhoord worden!” (Overgeleverd door Muslim)


Achtergrond

Het woord ‘al-Tayyib’ wordt gebruikt in de Koran en Sunnah om handelingen, goede daden, mensen, dingen, taal etc. te beschrijven. De term wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord. Letterlijk betekent het ‘iets goeds’. Ibn Rajab interpreteert het woord als ‘al-tāhir,’ wat ‘zuiver’ betekent. De zin die in deze hadith gebruikt wordt is ‘Allah, de Almachtige, is zuiver,’ dit betekent dat Allah alle eigenschappen en kenmerken heeft die perfekt en compleet zijn, zonder gebreken, zwakheden of vereisten. De zin..... ‘en accepteerd alleen het zuivere’ betekent dat Allah geen daden accepteert die aan de buitenkant voor Hem lijken te worden uitgevoerd, maar in de realiteit gebreken bevatten. Dit kan gebeuren als men het bijvoorbeeld doet om op te scheppen naar andere mensen. deze handelingen lopen de kans niet geaccepteerd te worden, omdat het voortkomt uit een onzuivere bron. Bijvoorbeeld: donaties in de vorm van geld met een onzuivere bron -wat harām is- zullen niet worden geaccepteerd door Allah. Allah heeft de gelovigen (mu‘minūn) op dezelfde manier bevolen als de boodschappers: “O, gij Boodschappers, eet van hetgeen rein is.” (soera al-Mu‘minūn:51) “O, gij die gelooft! Eet van de goede dingen waarmede Wij u hebben voorzien...” (soera al-Baqarah:172)


Lessen

De verzen hierboven en deze hadith bevatten de volgende heilzame en nuttige regels:

• De criteria voor acceptatie van onze handelingen door Allah zijn:

◦ Het geld dat men verdiend moet zuiver en legaal zijn.

◦ Het voedsel wat men consumeert moet halāl en toelaatbaar zijn.

◦ Het geld waarmee men voedsel koopt, moet uit een wettige bron komen.

• De vraag of iets toelaatbaar of verboden is wordt bepaald door de wil van Allah. Allah, de Meest Barmhartige Die uitlegt, leid en verteld of iets halāl is of anderszins. Zoals beschreven in de Nobele Koran, hebben zich in het verleden situaties voorgedaan, waarbij mensen iets harām verklaarden terwijl Allah het anders heeft beschreven. Alleen Allah heeft het recht om iets wettig te verklaren of anderszins. Niemand anders heeft het recht om een dergelijke uitspraak te doen.

• Geld verdienen en consumeren op een manier wat halāl is, is een belangrijke voorwaarde voor de aanvaarding van onze smeekbeden (du’a) voor Allah. Manieren om du’a uit te voeren. De adāb (manieren) van du’a worden genoemd in deze hadith:

• De periode waarin men reist is een van de situaties waarin de kans groter is dat de du’a wordt aanvaard door Allah. Andere situaties die in andere hadiths genoemd worden zijn: wanneer men ziek is, wanneer we ons neerbuigen voor Allah, in tijden van regen en tijdens het laatste derde deel van elke nacht. Deze kansen mogen niet worden veronachtzaamd, omdat op deze tijden de du’a geaccepteerd worden door Allah.

• Het uitvoeren van een dergelijke du’a moet niet in hoogmoed en arrogantie maar op een bescheiden manier worden gedaan.

• We moeten onze handen omhoogbrengen bij het uitvoeren van een dergelijke du’a.

• De du’a moet worden gedaan in vol verlangen. Dit kan worden gedaan door Allah aan te roepen met deze zin: “ya Rab, ya Rab, ya Rab,” wat betekent: “O god, o god, o god.” Hier moet worden opgemerkt dat du’a een vorm van Ibādah (daad van aanbidding ) is, dus dit moet door de moslims in vol verlangen en enthousiasme gepraktiseerd worden. Het is een hoge vorm van Ibādah, zoals blijkt uit onze afhankelijkheid van Allah hulp. We hebben Allah’s genade harder nodig dan de lucht die we inademen. We hebben altijd behoefte aan hulp, begeleiding en genade van Allah -ongeacht tijd of dag- ;in elke beweging die we maken. Falen in het observeren van deze adāb (manieren) kan leiden tot het niet reageren van Allah op onze du’a. Vandaar –als we willen dat Allah onze du’a beantwoord- dat we zuivere en geoorloofde dingen moeten eten (halāl).



• Een andere uitspraak van de hadith is, dat sadaqah (naasten- liefde) alleen wordt geaccepteerd als dit afkomstig is van wettige bronnen. Dit is is gebaseerd op ‘Allah is zuiver en aanvaard alleen wat zuiver is.’ Rijkdom wat verkregen wordt uit onwettige bronnen, mag niet als sadaqah worden gegeven of gebruikt worden om de Hajj uit te voeren. Een voorbeeld hiervan is als iemand gestolen geld gebruikt om de Hajj te verrichten. In deze context zei Ibn Abbas: “Vuil kan niet boeten voor vuil.” Als iemand geld steelt, moet dat worden teruggebracht en niet worden weggegeven aan liefdadigheid, volgens de geleerden. Dit is met name van toepassing in het geval van iemand die zich wil bekeren (taubah) na het stelen van geld. Dit persoon moet het geld terugbrengen naar de rechtmatige eigenaar. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld als de eigenaar niet bekend is of niet gevonden kan worden dan zijn de geleerden van mening, dat het geld dat bedoeld was om het gestolen geld te vervangen, kan worden gebruikt voor openbaar nut zoals het maken van openbare wegen of het kan namens hem worden gegeven als sadaqah. Een uitleg van de hadith, zoals gegeven door Jamaal al-Din Zarabozo is, dat deze hadith zinspeelt op het belang van het ondersteunen van zichzelf d.m.v. geoorloofde middelen. Men moet leven met de middelen die men heeft. Als de verdiensten van geoorloofde middelen komen, dan zal dat door Allah gezegend worden. Een andere uitleg die de geleerden geven is m.b.t. publieke bezittingen, zoals het igendom van een bedrijf, organisatie of een instelling. Dit is een belangrijke kwestie die men in acht moet nemen, omdat publieke bezittingen die ten onrechte worden meegenomen beschouwd worden als ghulūl (een soort van stelen, of het illegaal nemen van iets; een praktijk die niet is gecompenseerd, zelfs als iemand Jihād verricht voor Allah) totdat men het heeft terugbetaald. Dit is verklaard in een hadith over een martelaar die een klein gedeelte nam van de oorlogsbuit. Tegenwoordig nemen veel moslims deze kwestie van ghulūl niet zo serieus. Bijvoorbeeld het nemen van schrijfbehoeften van kantoor voor persoonlijk gebruik: dit is niet eerlijk. Een ander voorbeeld is het persoonlijk gebruik van het kopieerapparaat, auto van het werk, telefoon, bedrijfsgeld of elk ander werktuig, zonder de toestemming van de eigenaar. We worden ook aansprakelijk gesteld als we openbaar bezit beschadigen of vandaliseren. Umar Ibn Abdul Aziz, de vijfde Kalief (leider) in de Islam toonde een goed voorbeeld over dit onderwerp. Hij gebruikte altijd twee kaarsen om zijn kamer of huis te verlichten. Tijdens de uitoefening van zijn publieke taak stak hij een kaars aan, die was betaald met het geld van de baitulmāl (Het huis van eigendom. De schatkist van een Islamitische staat die de heerser niet mag gebruiken voor persoonlijke uitgaven, maar alleen voor algemeen belang). De tweede kaars was betaald met eigen geld wat hij gebruikte voor persoonlijke zaken. Wanneer hij stopte met werken in zijn openbare kantoor, stopte hij met het gebruik van de kaars die was betaald met het geld van de baitulmāl en nam de kaars die met eigen geld betaald was. Deze handeling moeten we volgen en zeker in het geval van het gebruik van artikelen op het kantoor. Deze mogen alleen gebruikt worden om ons werk uit te voeren. We moeten er ook voor zorgen dat we het licht en andere publieke voorzieningen uitschakelen. Zulke handelingen maken van ons goede moslims en zorgen ervoor dat onze du’a (smeekbeden) beantwoord worden door Allah. De bewustwording onder de moslims moet worden verhoogd, om verantwoordelijker te zijn en niet toe te geven aan dat, wat ghulūl (ongeoorloofd gebruik maken van publieke voorzieningen) is. Een actueel onderwerp dat met deze hadith verbonden is, is dat we moeten letten op het voedsel dat we consumeren:

1. We moeten ons bewust zijn van de ingrediënten van het voedsel dat we eten in een restaurant, of dat wat verpakt of ingeblikt is. We moeten extra voorzichtig zijn wanneer deze geïmporteerd zijn, en er zeker van zijn dat ze uit wettige bronnen komen.

2. Veel van het voedsel dat consumenten eten leidt tot

problemen voor onze gezondheid. We moeten ons bewust zijn van de afkomst van deze voedingsmiddelen en we moeten er zeker van zijn dat ze zuiver zijn. Universiteiten moeten gezondheidseducatie introduceren zodat het publiek kennis kan vergaren over gezond voedsel. Moslims moeten goed geinformeerd zijn over de conserveringsmiddelen, kleurstoffen en chemicaliën die gebruikt worden in het voedsel. Voedsel wat een schadelijke inhoud bevat is niet tayyibāt (zuiver).


Conclusie

Geleerden zeggen dat álles wat we eten effect heeft op onze denkwijze en ons gedrag. We moeten zuiver (al-tayyib) voedsel eten en op de juiste manier eten zoals voorgeschreven door de Islam, d.w.z. niet overmatig eten. Als we hier op letten zal dat –als Allah dat wil- ons tot goede moslims maken met een beter niveau van Imān en een zuiver hart gewijd aan Allah. Dan kan alles wat we doen worden omschreven als al-tayyib. Deze status bereikt men wanneer we de geode manieren in acht nemen en we er zeker van zijn van dat wat we eten, drinken en verdienen tayyib is, en we aan naastenliefde doen van de tayyib. We zijn dan tayyibān; zuiver en gezegend door Allah.




Hadith 11: Het vermijden van dubieuze handelingen Abū Muhammad al-Hasan de zoon van ‘Ali ibn Abi Talib en de kleinzoon van de boodschapper van Allah (Allah’s zegen en vrede zij met hem) en zijn oogappel (Allah’s welbehagen zij met hem) heeft gezegd: ‘Ik heb van de boodschapper van Allah (Allah’s zegen en vrede zij met hem) het volgende onthouden:”Laat dat wat je in twijfel brengt, voor dat waar je geen twijfel over hebt.” (Overgeleverd door Tirmidhī en Nasa'i. Tirmidhī heeft gezegd dat het een goede en betrouwbare hadith is)
Achtergrond

Deze hadith stemt overeen met hadith 6. In deze hadith heeft de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) een criterium gesteld waarmee moslims kunnen bepalen of iets geoorloofd is of niet. Er is een andere versie van deze hadith, waar de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) dit nader bespreekt door te zeggen: “Voorwaar, waarheid is rust en bedrog is twijfel.” Dit betekent dat de waarheid zal leiden tot rust en dat de leugen zal leiden tot twijfel. Dus het criterium van de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) staat ons toe te oordelen tussen dat wat vals of verkeerd is (wat ons doet twijfelen) en dat wat juist is (iets waar we zeker van zijn en waar we overtuigd van zijn dat het correct is en waar we ons gelukkig en rustig bij voelen). Deze hadith stelt een principe dat in alle aspecten van het leven toegepast kan worden. Het wijst ook de weg naar waarheid en oprechtheid. Vandaar dat deze hadith van zeer groot belang is.


Lessen

Deze hadith indiceert dat men alleen een daad of handeling (die geoorloofd en gepast is) moet verrichten als men er zeker van is en als men er postief over is. Het verrichten van deze daad zal leiden tot een soort van rust of geluk in dit leven en in het hiernamaals; dit is een van de voordelen van het toepassen van de hadith. In de andere versie van deze hadith –hierboven genoemd- leid bedrog tot twijfel en nooit tot rust. Dus als een gelovige zijn hart verstoord voelt door iets (d.w.z. hij/zij voelt zich onzeker of twijfelt) dan moet hij/zij daarvan wegblijven. Het hart van de ware gelovige is rustig als hij waarheid en gerechtigheid ziet of voelt. En het hart wordt onzeker en wankel van bedrog en onrechtmatigheid. We kunnen concluderen dat dit criterium alleen van toepassing is voor de begeleide, rechtvaardige moslim die verlicht is door wahi -d.w.z. door de Koran en de Sunnah- en deze leidraad naleeft. Dit criterium werkt niet voor een moslim die toegeeft aan verboden handelingen, omdat zijn/haar hart niet gevoelig is voor dat waar hij/zij mee geconfronteerd wordt. Het criterium van de hadith heeft bepaalde condities of voorwaarden:

• Kennis

• Imān


• Het naleven van de verlichting van de wahi.

Met andere woorden: dit criterium kan alleen bestaan als iemand zich houdt aan de geboden van Allah en de geboden van de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Alleen dán kan iemand zo’n status of niveau bereiken. Maar dit criterium werkt niet voor degenen die toegeven aan muharramāt (verboden) en degenen die de wajibāt (verplichtingen) niet in acht nemen. Zelfs als een dergelijk criterium bestaat is het niet betrouwbaar omdat het beschadigd is door de zonden van de betrokkene.Soms zijn er mensen die proberen dubieuze zaken te vermijden, terwijl ze zich overgeven aan een muharram (verbod). Bijvoorbeeld, na al-Husseyn ‘alayhi al salam gedood te hebben (de broer van de verteller van deze hadith d.w.z. al-Hassan ‘alayhi al salam) begonnen de mensen die hem vermoord hadden te discussiëren om een uitspraak te doen over de toelaatbaarheid van het doden van muggen! Er zijn veel zaken of kwesties m.b.t. de Shari’ah waar de geleerden tegenstrijdige standpunten of meningen over hebben. Sommige geleerden zeggen bijvoorbeeld dat het wajib is soera āl Fatiha te reciteren in het gezamelijke gebed, terwijl andere geleerden het tegengestelde zeggen. Een ander voorbeeld is het betalen van zakāh voor de sieraden van de moslimvrouwen: of een vrouw moet betalen voor de sieraden die zij gebruikt en niet voor de sieraden die ze heeft als investering; dit is een ander probleem dat tot op de dag van vandaag onopgelost is. Kan de moslim het criterium van deze hadith toepassen in deze situaties? Volgens sommige geleerden is dat toegestaan; dit staat bekend als ‘voorzichtige benadering.’ Dit werd een bekende aanpak voor sommige geleerden die het gebruikten wanneer er tegenstrijdige opvattingen waren. Dus w.b. de kwestie van het reciteren van soera al-Fatiha: voor degenen die beweren dat het gebed zonder reciteren ongeldig is, volgen de geleerden de voorzichtige benadering met te zeggen dat ze het moeten reciteren. De voorzichtige benadering in de kwestie van de zakāh m.b.t. tot de sieraden is, dat er moet worden betaald ongeacht of het gedragen wordt of anderszins. Er zijn veel handelingen die niet totaal goed of slecht zijn. Er zijn zelfs andere situaties waarbij een handeling zowel goed als slecht is. Het toepassen van een voorzichtige benadering stelt voor dat we het voordeel en het nadeel van een handeling moeten afwegen. Dit betekent het toepassen van de principes, gewonnen uit de twee belangrijkste bronnen van de Islamitische jurisprudentie b.v.: De edele Koran en de authentieke hadiths van onze geliefde profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Het volgen van de principes die zijn gebaseerd op deze twee belangrijke bronnen, zal ons tot de conclusie doen komen dat het geoorloofd is om een klein voordeel op te geven ter voorkoming van grote schade. Het is ook geoorloofd om een kleine schade te tolereren ten behoeve van het vermijden van een grote schade, of voor het verwerven van een groot voordeel. Er is een andere benadering van geleerden die stellen dat dit geen kwestie is van tegenstrijdige standpunten, maar eerder een kwestie van authenticiteit en soliditeit van de bewijzen. Als er een solide dalīl (bewijs) is, dan zullen de geleerden het toepassen. Als we kijken naar de Islamitische geschiedenis, dan kunnen we zien dat sommige geleerden kozen voor de ene aanpak terwijl andere geleerden voor een andere aanpak kozen. Toch is het niet cruciaal voor ons om te bepalen welke van de twee benaderingen de beste is. In situaties waarbij er tegenstrijdige meningen bestaan over een bijzonder onderwerp en waarbij iets bekend staat als ‘zeker’ in tegenstelling tot een situatie die gebaseerd is op louter gissingen, dan zal wat meer bekend staat om haar zekerheid voorrang hebben. Dit is een van de belangrijkste principes van fiqh. Bijvoorbeeld: als we weten dat er op een lap stof een vlek zit, maar we weten niet exact waar, dan is het beter om de hele lap te wassen. Een ander voorbeeld: als we twijfelen aan het aantal rakaah (cirkels van gebeden) die we hebben gedaan tijdens de salāt (d.w.z. of het er twee of drie zijn). In een dergelijke situatie is ons gebed gebaseerd op het aantal waarvan we zeker zijn. Als we er zeker van zijn dat we één raka’ah hebben gebeden, moeten we doorgaan met het uitvoeren van onze tweede raka’ah. Een ander belangrijk principe is, dat we geen ijtihād (herinterpretatie) mogen maken als iets duidelijk en definitief wordt vermeld in de Koran en de authentieke hadith. De ijtihād is in deze situatie niet nodig als het bewijs op basis van de edele Koran en/of de authentieke hadith duidelijk de hukm (uitspraak van de Shari’ah) heeft aangegeven. Er is geen rechtvaardigheid of vroomheid in het vermijden van iets wat duidelijk en onbetwistbaar halāl is d.w.z. iets dat wettig en duidelijk door de Sharia’ah geoorloofd wordt. Als voorbeeld m.b.t. het voedsel dat we consumeren, is men niet geoorloofd om zich te onthouden van het eten van vlees, op grond dat een dergelijke onthouding een indicatie van gerechtigheid is. Een dergelijk persoon zal er niet voor worden beloond. Er is een hadith die het verhaal verteld over drie mannen; één beloofde de hele nacht niet te slapen om zo de hele nacht te kunnen bidden, de tweede beloofde elke dag te vasten zonder het vasten te breken en de derde beloofde nooit te zullen trouwen. Al deze beloften werden gedaan op basis van gerechtigheid. De handelingen die deze mannen beloofden niet uit te voeren (slapen, eten en trouwen) zijn wettige `handelingen die niet alleen toegestaan zijn, maar ook aangemoedigd worden. Toen de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) hoorde over de beloften van deze drie mannen, was hij erg teleurgesteld. Hij (sallallāhu ‘alayhi wasallam) riep hen en vertelde hen dat hij de meest rechtvaardige en vrome onder hen is en toch slaapt, eet en trouwt. Bovendien stelde hij een principe m.b.t. deze zaak door te zeggen: “Dit is mijn manier, en wie daar van afziet is geen deel van mij.” Dus als iets duidelijk geoorloofd is in de Shari’ah heeft het geen zin om zich daarvan te onthouden met de intentie dat het een ibādah is. Tenzij het om goede redenen gebeurd d.w.z. het vermijden van vlees omwille van de gezondheid; dit zou het toelaatbaar maken.Een van de trucs van Satan is dat hij verboden handelingen kan laten weergeven alsof het een toelaatbare handeling is. Men moet zich er altijd van bewust zijn zich niet door Satan te laten misleiden. Als iets muharram is, zal dat altijd verboden zijn. We moeten Satan nooit toestaan onze waarneming te beīnvloeden of te veranderen door te denken dat iets wat verboden is, misschien niet heel slecht en toegestaan is. Sjeik Jamaal al-Din Zarabozo zegt in zijn uiteenzetting van Imam al-Nawawi’s veertig hadiths, dat er in deze hedendaagse tijden zakelijke transacties zijn die impliciete aspecten kunnen bevatten van ribā (rente/woekerwinst). Er zijn veel nieuwe situaties of kwesties waarbij mensen in de war zijn of iets nu geoorloofd is of niet. Hij zegt dat het beter is handelingen te vermijden waar we niet zeker van zijn of waar de geleerden geen duidelijke opvatting over hebben. Soms worden deze kwesties besproken door de geleerden, maar hun opvattingen worden niet voldoende gestimuleerd in de moslimwereld, zodat de kennis niet op een regelmatige basis wordt verspreid. Veel van de vermaarde hedendaagse Islamitische geleerden hebben jaarlijkse bijeenkomsten, waar zij hedendaagse zaken bespreken die daarna worden gepubliceerd in een speciaal tijdschrift. Jammer genoeg worden deze tijdschriften niet wijd verspreid en zijn niet veel mensen (inclusief onderwijzers en andere geleerden) zich bewust van het bestaan van deze tijdschriften. We moeten altijd proberen onszelf op de hoogte te houden van de laatste opvattingen van de geleerden over zaken die betrekking hebben op onze manier van leven vandaag de dag, vooral op het gebied van het bankwezen, verzekeringen etc.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina