Uiteenzettingen van de veertig hadiths van Annawawi



Dovnload 0.77 Mb.
Pagina9/20
Datum23.07.2016
Grootte0.77 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   20

Conclusie

Deze hadith moet positief worden bekeken; er wordt speciale aandacht gegeven aan de waarde van het menselijk leven en niet aan de straffen die voor de drie genoemde zaken geoorloofd zijn. De Islam heeft een systeem ingevoerd dat het gebeuren van de drie zaken minimaliseert. Tegenstanders van de Islam kijken op een negatieve manier naar de hadith en beschuldigen de Islam van moorddadigheid en barbaarsheid. De waarheid is echter, dat de Islam het menselijk leven nét zo waardeert als dat het kuisheid (‘iffah, of tahārah) waardeert; een degelijkheid die zijn waarde heeft verloren in deze hedendaagse tijden omdat het kwade via media en technologie wordt aangemoedigd door de opponenten van de Islam. Deze negatieve invloeden hebben ook sommige moslims ertoe gebracht om deze hadith op een negatieve manier te interpreteren. Omdat er meer uitdagingen zijn dan voorheen, moeten we er voor zorgen dat de uitleg van de hadith rekening houdt met de huidige bestaande problemen die de heiligheid van de beginselen schenden, zoals in de bovenstaande hadith wordt vermeld. We moeten verschillende manieren zoeken in hoe we kunnen bijdragen aan de promotie en verspreiding van de beginselen, zoals deze in de hadith worden genoemd.


Hadith 15: Goede manieren: gedrag jegens buren en gasten Volgens Abu Hurayra (Allah’s welbehagen zij met hem) heeft de boodschapper van Allah (Allah’s zegen en vrede zij met hem) gezegd: “Laat hij die in Allah en de Laatste Dag gelooft het goede zeggen of zwijgen. Laat hij die in Allah en de Laatste Dag gelooft zijn buren respecteren. En laat hij die in Allah en de Laatste Dag gelooft zijn gast eren.” (Overgeleverd door Bukhāri en Muslim)
Achtergrond

Deze hadith bevat uitspraken inzake de ‘tong’ en het gedrag van moslims jegens anderen. Het benadrukt ook dat we verantwoordelijk zijn voor wat we zeggen. Imam Haithami wijst erop dat deze hadith in haar betekenis te vergelijken is met hadith 13: “Niemand van jullie gelooft (werkelijk) totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst.” Hij zegt dat iedereen een buur is van iemand anders. Als deze hadith goed toegepast wordt, dan zal er binnen de samenleving of gemeenschap een sterke band en liefde zijn.


Lessen

De verantwoordelijkheid van de moslim in wat hij/zij zegt wordt op de volgende manier in de Koran vermeld: “Hij (de mens) uit geen woord of er is een bewaker bij hem, die altijd klaarstaat.” (Soera Qaf:18) Er is een hadith, overgeleverd door Imam al-Bukhāri, die verklaard dat de moslim voorzichtig moet zijn met wat hij zegt. Als de woorden die hij uitspreekt Allah behagen, dan kunnen deze hem op een hoger niveau brengen. Maar als zijn woorden Allah mishagen, kan hij in het Hellevuur worden geworpen. Dit laat zien dat het gesproken woord een direct effect kan hebben: of het ons ten goede zal komen of niet. Er is een andere hadith, overgeleverd door Imam Abū-Dā ‘ūd, wat het slechte resultaat illustreert van de uitspraken van een persoon, uitspraken waar Allah ontevreden over was. De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) vertelde het verhaal van een vrome man van Bani Israel, die regelmatig een man zag die altijd zondigde. Op een dag zwoer de vrome man: “Ik zweer bij Allah, Hij zal je nooit vergeven.” Allah was niet blij met de woorden van de vrome man en strafte hem, omdat alléén Allah ons lot kent, en weet of iemand het Paradijs of het Hellevuur verdiend. Van deze hadith kunnen we leren dat we altijd heilzame en goede woorden moeten gebruiken, óf moeten zwijgen. Er zijn veel Islamitische richtlijnen die ons helpen om het goede te zeggen en om af te zien van de woorden die Allah mishagen. Wanneer we spreken met anderen -of het nu vreemden, vrienden, familie of buren zijn- moeten we altijd de beste woorden en termen gebruiken. Dit moeten we op een goede manier doen. We moeten zorgen dat we op een simpele en een gemakkelijk te begrijpen manier spreken. Als we dat niet doen, kan dat tot misverstanden en conflicten leiden. Als toehoorder moeten we positief luisteren en dat, wat we horen op een goede manier interpreteren. We moeten niet ‘ruim’ interpreteren en niet ‘tussen de regels inlezen.’ Dus als spreker zeggen we de dingen op een positieve manier en als toehoorder interpreteren we de dingen op een positieve manier. Door dit te doen moedigt de Islam ons aan geschillen en conflicten te minimaliseren. Als we onszelf in het midden van een geschil vinden tussen twee mensen -bijvoorbeeld familie- moeten we geen partij kiezen. We moeten altijd proberen te helpen het geschil bij te leggen, of het probleem op te lossen, om zo het geschil te beëindigen. Als we door iemand geraadpleegd worden en advies moeten geven, moeten we ons best doen om goed advies te geven. Het advies dat we geven moet hen helpen en het moet voor het bestaande probleem geen grotere verwarring creëren. Als we niet over genoeg kennis beschikken en niet in staat zijn tot het geven van goed advies, is het beter dat we zwijgen. We moeten ook zwijgen als we informatie hebben, wat niet mag uitlekken of bekend mag worden gemaakt bij anderen; dit kan leiden tot een nóg groter probleem. Nutteloze praatjes moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Mensen kunnen uren praten, maar veel van wat er wordt gezegd heeft geen waarde en is niet in het voordeel van de luisteraar. In feite leidt zo’n conversatie ons op een niveau waarop we dingen kunnen gaan zeggen die Allah kunnen mishagen. Er zijn veel manieren waarop we goede dingen kunnen zeggen: dhikrullah (het gedenken van Allah, het reciteren van de Koran, du’ā (smeekbeden) en nasihah (oprecht advies geven). Dit zijn allemaal dingen die Allah behagen. Als we mensen ontmoeten die ziek, droevig, depressief zijn of in een slechte gemoedstoestand verkeren, moeten we altijd dingen zeggen die hen beter doen voelen. We kunnen hen aanmoedigen om geduld te hebben met hun ellende en hen aanmoedigen om sterk en positief te zijn. Dit noemen we al-mu’āsah; bemoedigende woorden gebruiken bij degenen met problemen en hen kalmeren zoadat ze niet in paniek raken. De geleerden definiëren sabr (geduld) op de volgende manieren: ‘niet in paniek raken, de situatie in de hand houden en niet klagen.’Het klagen over simpele zaken kan leiden tot ongeduld. Dit kan effect hebben op ons gedrag en uiteindelijk effect hebben op ons werk. Als we willen klagen moeten we dit rechtstreeks naar Allah doen. Zo’n handeling noemen we munājah; wat weer een vorm van Ibādah is. Klagen naar anderen noemen we Tashakki; hier schenden we de Ibādah zelf: sabr (geduld). Dus we moeten leren om het klagen te verminderen om er uiteindelijk helemaal mee te stoppen. We moeten ons bedwingen in het zeggen van dingen die niet waar zijn of slecht zijn. We moeten altijd verifiëren wat tot ons komt, vóór we het nieuws verspreiden of herhalen naar anderen. Dit voorkomt het verspreiden van leugens en geruchten. We moeten ons ook bedwingen in het volgende:

Het verspreiden van geruchten; vooral geruchten die de gemeenschap kunnen schaden.



• Laster, roddel etc.

• Sarcasme en anderen uitlachen; dit is een van de meest voor-komende sociale ziekten tegenwoordig. Het is een zonde om anderen uit te lachen. Soms worden we geconfronteerd met situaties die fitnah (beproeving) met zich mee brengen; we moeten voorzichtig zijn met wat we zeggen. Sommige mensen kunnen misbruik maken van de situatie en dingen zeggen die de situatie verergert. Wanneer er een fitnah is, raken de mensen in paniek en geloven misschien van alles. Daarom moeten we voorzichtig zijn met wat we zeggen omdat het de angst en bezorgdheid onder de mensen kan verhogen. Het is beter om woorden te gebruiken die positief zijn, om hoop te geven en de geest te verheffen van degenen die met de problemen worden geconfronteerd. Het tweede gedeelte van deze hadith benadrukt het hoffelijk en gul zijn naar onze buren en gasten; dit staat ook in de Koran:“......en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur, die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn.” (soera an-Nisa’:36) In een van de hadiths zegt de Profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Jibril bleef me steeds adviseren omtrent de buren en wel zó dat ik dacht dat hij van zijn buren zou gaan erven.” (Al-Bukhāri en Muslim) In een andere hadith, ook overgeleverd door Al-Bukhāri en Muslim, staat: “Degene die in Allah en de Laatste Dag geloofd, doet zijn buren geen kwaad.” Een andere hadith vertelt dat de Profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam)zei, dat iemand die geen compleet geloof (Imān) heeft degene is, wiens aangelegenheden voor de buur niet veilig zijn. Al-Bukhāri en Muslim verklaren in een andere hadith: ‘Wanneer je een stoofschotel maakt, moet je wat water toevoegen en een gedeelte van het gerecht aan je buren geven.’ Het delen van voedsel onder buren zal de relatie versterken. We moeten aardig zijn voor onze buren en voedsel delen, zelfs als het geen moslims zijn. We moeten geduld hebben met onze buren, zelfs als zij ons irriteren. In een andere hadith zegt de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam)dat er drie typen van mensen zijn waar Allah van houdt. Een van hen is iemand die veel last heeft van zijn buren, maar geduldig en tolerant blijft t.o.v. zijn buren. De ‘gast’ die genoemd wordt in het laatste gedeelte van de hadith, wordt gewoonlijk geïnterpreteert als iemand die op doorreis is en voor een kort verblijf komt. In een andere hadith zegt de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Degene die gelooft in Allah en de Laatste dag moet royaal zijn naar zijn gasten. Zijn speciale geschenk (aan de gast) is een dag en een nacht. Hij (de gast) moet drie dagen beziggehouden worden. Alles daarbuiten is liefdadigheid. Het is niet toegestaan voor een gast om zó lang te blijven, dat hij het de gastheer moeilijk maakt.”(Al-Bukhāri) Dus de gast moet geen misbruik maken van zijn gastheer. De meerderheid van de geleerden is het erover eens dat onderdak verlenen, in het algemeen, een aanbevolen handeling is (mustahab) en dat het niet verplicht (wājib) is, zelfs al is dit een voorname en nobele handeling. Volgens veel geleerden is de aanbevolen handeling van het verlenen van onderdak niet van toepassing op boosdoeners en ketters. Maar sommige hedendaagse geleerden zijn van mening dat we zelfs de zondaars zouden moeten bezighouden. Dit, om het feit dat als we goede moslims zijn, we door hen onderdak te verlenen en goed voor hen te zijn, we hen misschien kunnen beïnvoeden en veranderen zoadat zij goede mensen worden. Niettemin moeten we erg voorzichtig zijn wanneer we dit soort mensen onderdak verlenen en we moeten het alleen doen als we weten dat het ons geen kwaad kan toebrengen. Onderdak verlenen aan zondaars volgt een algemeen principe van fiqh dat ons in staat stelt een klein kwaad te tolereren, (een zondaar toestaan in je huis) om een groot voordeel te bereiken. (hen zo te beïnvloeden dat het goede moslims worden)
Conclusie

Deze hadith leert ons de goede manieren met betrekking tot spraak en het bezighouden van gasten. Het volgen van het advies dat de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) gaf, leidt tot een vredigere en harmonieuzere gemeenschap in dit leven en het verwerven van Allah’s genoegen in het hiernamaals.


Hadith 16: Hoe kan men zijn woede beheersen, Abu Hurayra (Allah’s welbehagen zij met hem) heeft gezegd: ‘Een man zei tegen de profeet (Allah’s zegen en vrede zij met hem): “Geef me goede raad!' Hij zei: ‘Wordt niet boos!' De man herhaalde (zijn vraag) diverse malen en hij zei (steeds): “Wordt niet boos!'' (Overgeleverd door Bukhāri; vol.8, nr. 137)
Achtergrond

Deze hadith wordt ook overgeleverd door andere hadithgeleerden. In een andere versie wordt verteld: “Een man kwam bij de boodschapper van Allah en zei: “boodschapper van Allah, leer me wat woorden voor het leven, maar niet te veel want dan vergeet ik ze.” De boodschapper van Allah zei: “Wordt niet boos.” Sommige geleerden zeggen dat de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) wist dat de man erg vaak kwaad werd en hem daarom dit advies gaf. Deze visie kan echter leiden tot het beperken en limiteren van de voordelen van de hadiths, terwijl daarentegen de hadith veelomvattend, ingrijpend en toepasbaar is op alle moslims omdat iedereen wordt blootgesteld aan woede. Er zijn andere verzen in de Koran en hadiths die benadrukken dat het goed is om je boosheid in bedwang te houden. Allah noemt de kwaliteiten van de muttaqūn (de rechtvaardigen): “Zij, die in voorspoed en tegenspoed wel doen en zij, die toorn onderdrukken en mensen vergeven; Allah heeft hen die goed doen, lief.” (soera al-Imran:133-134) In een andere hadith verklaard Abu Hurayrah dat de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei: “Een sterk persoon is niet degene die zijn tegenstanders tegen de grond gooit. Een sterk persoon is degene die zichzelf beheerst wanneer hij kwaad is.” (al-Bukhāri; boek 47, nr. 47.3.12) En van de du‘ā (smeekbede) van de Profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Ik vraag u, O Allah, voor de verkondiging van de waarheid gedurende de tijden van plezier en boosheid.” (Nasā‘i en Ahmed)


Lessen

Er zijn vier standpunten over de interpretatie van de verklaring (‘wordt niet boos’) van de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam, waarvan er twee van de vroege geleerden zijn en twee van hedendaagse geleerden:

1. Iemand moet leren hoe hij zijn karakter kan veranderen en hoe hij zich kenmerken zoals vrijgevigheid, vriendelijkheid, bedaardheid, bescheidenheid, geduldig zijn en vergevingsgezindheid, eigen kan maken. Als iemand deze eigenschappen aanneemt kan hij in staat zijn zich te bedwingen wanneer hij boos wordt.

2. Men moet niet handelen op basis van woede of wanneer men woedend is.



3. Wanneer iemand boos wordt moet hij zichzelf onder controle houden, geduldig zijn en zijn woede temperen. Dit is een hedendaags standpunt van Sjeik al-Bitar.

4. Ustādh Jamaal al-Din Zarabozo zegt dat de tekst als volgt geïnterpreteert kan worden: ‘een moslim moet nadenken vóór hij handelt of spreekt. Wanneer het gevoel van woede verschijnt, dan is het nodig na te denken waaróm dit zo is en of het nodig is boos te zijn. Tijdens het stellen van deze vragen moet iemand Allah Subhānahu Wa Ta’ala’ en het hiernamaals (Ākhira) niet vergeten. Dit zal ertoe leiden dat men kalmeert en niet boos wordt.’ Al deze interpretaties kunnen als verschillende strategieën in het omgaan met boosheid en in verschillende situaties worden toegepast. Als iemand boos wordt is het nodig om een muhasabah uit te oefenen, om de fouten bij zichzelf aan te rekenen en na te denken over wat hem ertoe heeft geleid en hoe dit in de toekomst te voorkomen. Dit is een belangrijke training die ons helpt onszelf te verbeteren. In verschillende hadiths leert de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) ons, hoe we onze woede onder controle kunnen houden, bijvoorbeeld: De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei: “Ik ken een woord en de uitspraak ervan zal hem (de boze man) rustig maken als hij het zegt. Als hij zegt: ‘Ik zoek mijn toevlucht bij Allah voor Satan’, dan zal zijn woede verdwijnen.” (Al-Bukhāri, vol. 4, nr. 502) De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei: “Ik ken een zin en wanneer men deze herhaalt, kan men zich ontdoen van boze gevoelens.” Zij vroegen: “Wat is het, Apostel van Allah?” Hij antwoordde: “Hij moet zeggen: Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen de vervloekte duivel.” (Abū Dā’ud; boek 41, nr. 4762) Daarom is één van de manieren om woede onder controle te houden, toevlucht zoeken bij Allah tegen Satan, omdat Satan ons beïnvloedt door was-wasah (influisteringen en insinuaties) wat effect heeft op onze waarneming. Het beïnvloeden van de menselijke waarneming is de manier van Satan om het kwade te bevorderen en om geschillen te creëren tussen de gelovigen zoals in vele verzen van de Koran word vermeld: “En zeg tot mijn dienaren dat zij spreken wat het beste is. Voorwaar, Satan sticht onenigheid onder hen. Voorwaar, Satan is de mens een verklaarde vijand.” (soera al-Isra:53) Als iemand een vaag woord gebruikt in zijn spraak, dan ‘fluistert’ Satan een verkeerde interpretatie of begrip in de luisteraar, wat effect kan hebben op de relatie tussen hen. Dit is hoe relaties in familie tussen man en vrouw, broers, zussen en vrienden worden verbroken. In een andere hadith leert de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam)ons over de wijze van omgaan met boosheid: “Boosheid komt van de duivel, de duivel is gemaakt van vuur en vuur kan alleen worden gedoofd met water; dus als je boos wordt, moet je de ‘wassing’ uitvoeren.” (Abū Dā’ūd, boek 41, nr. 4766) Abū Dharr zei: ‘De Apostel van Allah Subhānahu Wa Ta’ala’ zei tegen ons: “Wanneer iemand van jullie boos wordt terwijl hij staat, moet hij gaan zitten. Als de boosheid verdwijnt is dat goed; anders moet hij gaan liggen.” (Abū Dā’ūd, boek 41, nr. 4764) In een andere hadith zegt de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Als iemand van jullie boos wordt, moet hij zwijgen.” Dit is een belangrijk advies omdat we tijdens woede verkeerde dingen kunnen zeggen waar we later misschien spijt van hebben. Overgeleverd door ‘Abdur Rahmān bin Abi Bakrah: Abū Bakr schreef aan zijn zoon die in Sijistan verbleef: ‘Oordeel niet tussen twee personen wanneer je kwaad bent, want ik hoorde de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zeggen: “Een rechter moet niet oordelen tussen twee mensen wanneer hij in een boze stemming is.” (Al-Bukhāri, vol.9, nr.272) Deze hadith is gerelateerd aan de vorige hadith (15); met een uiteenzetting hoe we onrechtvaardig oordelen kunnen voorkomen. Er is echter ook prijzenswaardige woede, zoals weergegeven in de voorbeelden van de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam. Hij werd nooit boos, behalve wanneer de geboden van Allah geschonden werden. Niettemin, als we boos willen worden voor de zaak van Allah moeten we voorzichtig zijn met het volgende:

a. We moeten niet boos worden om onszelf of om onze belangen.

b. We moeten het op een goede manier doen: geen

onrechtmatige handelingen plegen of vulgaire woorden zeggen uit boosheid.

c. We zijn in staat om het voordeel te bereiken zoals de Shari’ah het bedoeld. Als deze handeling leidt tot méér kwaad dan voordeel, dan moet dit vermeden worden op basis van het principe van voor- en nadeel. Het geven van oprecht advies bijvoorbeeld, moet op een goede manier worden gedaan -met de juiste woorden en voorzichtig- om geen ruzie te krijgen. Het is algemeen bekend vandaag de dag dat woede en boosheid veel gezondheidsproblemen kan veroorzaken, vooral als men deze niet onder controle kan houden. Er is wijsheid achter de Shari’ah bevelen en het is een feit dat de capaciteit van iemand om zijn woede onder controle te houden gunstig is voor zijn gezondheid.

Conclusie

Maatschappelijk gezien bevorderd deze hadith goede relaties tussen mensen. We moeten ons beheersen in onze woede en altijd geduldig zijn. We kunnen een hekel aan iets hebben in dit leven, maar het kan voordeel brengen wat we niet kunnen voorzien. Ons geduld voor anderen die hard zijn voor ons, kan ervoor zorgen dat zij zich bewust worden van hun manieren en het kan hen later ten goede veranderen. Moslims moeten een rolmodel zijn voor anderen, zodat zij van ons kunnen leren.



Hadith 17: Het concept van Ihsān.

Volgens Abū Ya'lā Shaddād ibn Aus (Allah’s welbehagen zij met hem) heeft de Boodschapper van Allah (Allah’s zegen en vrede zij met hem) gezegd: “Allah heeft voorschreven dat je alles op de beste wijze moet doen. Dus als je iemand doodt, doe dat dan op de beste wijze en als je slacht, slacht dan op de beste wijze. Laat ieder van jullie zijn mes goed slijpen en bespaar het te slachten dier nodeloos lijden.” (Overgeleverd door Muslim)


Achtergrond

Ihsān is een veelomvattend concept. Het bestaat uit vier componenten:

1. Oprechtheid. 2. Volledigheid.



3. Sierlijkheid (iets op een goede en prettige manier doen) 4. Correctheid (iets op de juiste manier doen) Het betekent ook: de dingen oprecht, volledig, aardig en op een smaakvolle manier doen. Dit concept wordt door commentatoren en vertalers vertaald als ‘uitmuntendheid.’ Als totaalconcept kan de term ‘Ihsān’ niet gemakkelijk worden vertaald omdat er in de Nederlandse taal geen equivalent is wat een exacte betekenis geeft. Daarom is het beter de term te gebruiken zoals hij is. De Islam beveelt moslims de Ihsān in al hun handelingen te beoefenen en toe te passen; vandaar dat dit een verplichting (wājib) is. In de Koran zegt Allah: “Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten.....” (soera an-Nahl:90) In soera al-Mulk:2 wordt dit concept genoemd als twee van de voornaamste doelstellingen van de schepping van de mens, wanneer Allah zegt: “Die de dood en het leven heeft ingesteld opdat Hij u moge beproeven en wie onder u zich het beste gedraagt....”
Lessen

De hadith bevat een principe en geeft een voorbeeld van de toepassing van dat principe. Dit is een profetische methode -zoals eerder vermeld- om de moslims in staat te stellen hetzelfde principe in andere situaties toe te passen. Er kan ook worden gezegd dat het verstrekken van het voorbeeld een manier is om het principe uit te leggen, zodat het gemakkelijk begrepen kan worden. De meeste van de 40 hadiths die door Imam al-Nawawi verzameld zijn, zijn van deze aard. Er werd ook eerder vermeld dat moslims de neiging hebben het voorbeeld te nemen en het principe te vergeten. Misschien verklaard dit waarom moslims eens per jaar, gedurende de Eid ul-Adha (pelgrimsfeest) aan deze hadith herinnerd worden. Het concept van Ihsān betekent dat een moslim iemand is, die verantwoordelijk is en aandacht schenkt aan de kwaliteit van zijn/haar handelingen. En wanneer hij een handeling uitvoert, hij deze op een hele goede manier uitvoert; op een manier die correct, volledig en smaakvol is. Hij is met niets anders tevreden dan een hoogwaardige goede baan en is gemotiveerd door het besef dat Allah Ihsān voor alles en alle daden heeft voorgeschreven. De term ‘amalan’ in haar selecte vorm –zoals genoemd in soera al-Mulk:2 (in de Arabische tekst)- impliceert elke vorm van daad. Het wordt niet beperkt tot alleen religieuze daden (Ibādah), maar geldt ook voor alle daden die wettig zijn. Het moet volgens het concept van Ihsān worden gedaan en we moeten ons inspannen om de implicaties hiervan na te leven. Ihsān moet in alles wat we doen in acht worden genomen en uitgeoefend worden: de manier waarop we kijken, waarop we ons kleden, eten, slapen, werken, de da’wah verrichten, onderwijzen, leren en in het bevorderen van relaties met onze familie, buren en anderen in het algemeen. Wanneer deze handelingen en goede daden oprecht en mét Ihsān worden uitgevoerd, kunnen deze worden beschouwd als Ibādah. De superlatieve vorm van het werkwoord –genoemd in hetzelfde vers d.w.z. ahsan- betekent dat alle goede daden en handelingen die we doen op een competatieve manier moeten worden gedaan. Competitie in de Islam is er echter niet voor het bereiken van persoonlijk belang, maar eerder voor het zoeken naar de tevredenheid van Allah. De hadith vertelt ons hoe we met dieren moeten omgaan en hoe we genadig voor hen moeten zijn als we ze slachten. In een andere hadith zegt de profeet sallallāhu ‘alayhi wasallam: “Wie ook genade toont, zelfs wanneer hij een vogel slacht; Allah zal genade met hem hebben op de Dag des Oordeels.” (overgeleverd door al-Bukhāri) In een andere hadith vertelt de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) dit verhaal: “Er was eens een man die op reis was. De reis en de hitte maakte hem erg dorstig. Hij zocht naar water en vond een put, maar er was geen emmer of touw. Hij moest naar beneden klimmen om water te kunnen drinken. Toen hij weer uit de put kwam, zag hij een dorstige hond. Hij zei tegen zichzelf: ‘deze hond heeft net zoveel dorst als ik,’ dus klom hij weer naar beneden en vulde zijn schoenen met water voor de hond. Allah was erg blij met hem en vergaf de man zijn zonden vanwege zijn vriendelijkheid voor de hond.” (overgeleverd door al-Bukhāri) In een andere hadith waarschuwt de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) ons om dieren niet bang te maken. Toen hij met zijn metgezellen ergens was, vond hij een vogel die een verdrietig geluid maakte. De profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) zei: “Wie heeft deze vogel bang gemaakt door haar jongen weg te nemen?” Vervolgens gebood hij: “Breng haar jongen terug.” In een andere hadith waarschuwt de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) om dieren geen kwaad te doen. Hij zei: “Een vrouw werd in het Hellevuur gegooid omdat zij haar kat had vastgebonden en geen eten of drinken gaf, noch op zoek liet gaan naar voedsel.” Hier nog een uitspraak over vriendelijkheid voor dieren om te voorkomen dat zij worden misbruikt, wanneer men de dieren bepaald werk laat doen waarmee zij overbelast worden (d.w.z. door hen te gebruiken als lastdier). In een hadith, wat een profetisch wonder laat zien, passeerde de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) een boerderij in Medina en zag hij een kameel. De kameel benaderde de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) alsof hij hem wat wilde vertellen. De Profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) riep de eigenaar van de kameel en zei: “Uw kameel klaagt dat u hem overbelast met werk en hem te weinig te eten geeft.” (een authentieke hadith, overgeleverd door Abū Dā’ūd, al-Hākim, Imam Ahmed e.a.) sjeik Abdullah bin Jibrin, is van mening dat dieren niet gebruikt mogen worden voor laboratoriumexperimenten. Dit op basis van een elementaire uitspraak die is afgeleid van deze 17e hadith, waarin word verboden een dier te schaden. De testen worden alleen toegestaan als men ervoor kan zorgen dat het dier niet word geschaad. Dit alles laat zien dat de Islam de religie is van Ihsān en genade, wat het tegenovergestelde is van het imago dat het westen verspreid heeft over de Islam. Dit niet alleen: het bewijst duidelijk dat degenen in het wésten de dieren misbruiken en schaden. Zelfs in de Jihād (het bestrijden van vijanden) moeten moslims Ihsān toepassen. Ouderen, kinderen, vrouwen en degenen die niet vechten tijdens de oorlog, mogen niet worden geschaad. Bij het doden van de agressieve vijand -die het verdient te worden gedood- moet Ihsān worden toegepast en nageleefd om er voor te zorgen dat de vijand niet onnodig lijd. Gevangenen moeten ook met Ihsān behandeld worden. De Islam introduceerde een nieuwe manier van omgaan met gevangenen. Uit het voorbeeld van de ‘slag van Badr’: de profeet (sallallāhu ‘alayhi wasallam) liet zijn gevangenen vrij op voorwaarde dat zij nuttige kennis zouden overbrengen aan de moslims. Tegnwoordig zijn er wapens die massavernietiging veroorzaken en die door het westen worden gebruikt in oorlogvoering. Het gebruik ervan is in strijd met het concept van Ihsān. Dan ontstaat er echter een probleem: wat, als de vijanden van de Islam deze wapens tegen ons gebruiken? Sommige hedendaagse geleerden zijn van mening dat in deze gevallen de moslims ze ook mogen gebruiken, maar alléén als respons en uit zelfverdediging.

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina