Uittreksel Cultuurgeschiedenis



Dovnload 86.4 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte86.4 Kb.

Uittreksel Cultuurgeschiedenis

Begrippen Hoorcollege I




  • Wat betekent cultuur? Woord komt uit landbouw, maar nu in figuurlijke zin gebruikt. Toepassing op wenselijke menselijke eigenschappen (Cicero) dateert uit oudheid. In middeleeuwen wordt deze betekenis nauwelijks gebruikt terugkeer begrip in Renaissance. In middeleeuwen: civilisatie. Civis = stad. Tegenstelling stad en land belangrijk in de middeleeuwen. In klassieke oudheid en Renaissance is cultuur een individuele zaak. Totaal vijf verschillende betekenissen:

  1. humanistisch (individueel)

  2. civilisatorisch (collectief)

  3. holistisch (historische samenhang)

  4. sociaal-wetenschappelijk (geheel van menselijke activiteiten)

  5. communicatief en representatief (levensstijl, groepsgedrag)



  • Civilisatorisch

      • Collectieve eigenschappen, procesmatig → kan aangestuurd worden (hofcultuur), ideaaltoestanden (niet voor iedereen) ontwikkeling van grote groepen.

  • Holistisch

      • Belangrijk voor ontstaan cultuurgeschiedenis, terugblik op verleden, construeren historische samenhang. Voor het eerst in 18e eeuw. Belangrijke figuur: Voltaire (werken over oa hofcultuur Lodewijk XIV)

  • Sociaal-wetenschappelijk

      • 19e eeuw: confrontatie met allerhande samenlevingen die anders zijn dan de eigen. Geen verworvenheden (civilisatorisch belang) die belangrijk zijn voor de eigen cultuur. Toch gebruik “cultuur” voor beschrijving van de samenhangen binnen die samenlevingen. Bijvoorbeeld familieverbanden, gebruik v. voorwerpen, voedsel e.d.



  • Communicatief en representatief

      • levensstijl, groepsgedrag, jeugdcultuur, bedrijfscultuur, arbeiderscultuur

 Als object (onderwerp) van geschiedschrijving kan het woord cultuur het volgende betekenen:



      • het totaal van bestudeerde onderwerpen (holistisch)

      • een bepaalde laag van menselijke activiteiten (cultuurpagina, ideaal)

      • historisch proces (Elias)

      • een gezichtspunt van waaruit de geschiedenis wordt bezien (gangbaar in cultuurgeschiedenis)



Termen van cultuurgeschiedenis





  • Stijl: periodiseringbegrip, maar ook kenmerkende manier van doen van een collectief. Vaak gebruikt door historici als uitdrukking van een wereldbeeld. Probleem: tunnelvisie! → gezochte verbanden

  • Tijdsgeest: opvatting van de geschiedenis in gesloten stijlperioden; soms verpersoonlijkt tot handelende instantie. Gedachte van samenhang in bepaalde periode. Alleen reconstructie achteraf. Zelfde probleem als bij stijl.

  • Mentaliteit: collectieve beleving en voorstellingen; geloof en bijgeloof; expliciete of impliciete normen en waarden. Eerst (19e eeuw) alleen in negatieve zin. Dan Ecole des Annales.

  • Representatie : de rol van taal, tekst en beeld in de voorstelling van de werkelijkheid; de manier waarop door voorstelling, verbeelding en betekenisgeving de werkelijkheid ‘vorm’ krijgt. Bestudering van het proces van vormgeving en uitdrukking van wensen.

  • Identiteit; culturele kenmerken, eigenschappen en tradities die een individu of collectief maken tot wat het is.

  • Beschavingsoffensief: opzettelijke pogingen tot ‘verheffing’ van bepaalde bevolkingsgroepen uitgaande van vooropgezette normen en waarden. Altijd van bovenaf.

  • Gender: cultureel bepaalde opvattingen over geslachtsverschil en de sociale rol van de geslachten.



Peter Burke, What is Cultural History?

HOOFDSTUK 1: DE GROTE TRADITIE





  • Cultuurgeschiedenis is niet nieuw, het bestond twee eeuwen geleden al in Duitsland (Kulturgeschichte). Daarvoor aparte geschiedenissen van filosofie, schilderkunst enz.

  • 19e eeuw termen ‘culture’ en ‘Kultur’ in Engeland en Duitsland. In Frankrijk ‘civilisation’

  • 4 fasen:

  1. klassieke fase

  2. sociale geschiedenis van kunst (1930)

  3. geschiedenis van populaire cultuur (1960)

  4. nieuwe culturele geschiedenis



KLASSIEKE FASE

  • 1800-1950

  • Jacob Burckhardt – Civilization of the Renaissance in Italy (1860)

  • Johan Huizinga – Herfsttij der Middeleeuwen (1919)

  • G.M. Young – Victorian England (1936)

Portret schilderen van een tijd


 Cultuurhistorici concentreerden zich op de verbanden tussen werken uit de canon van de kunst, de meesterwerken op het gebied van filosofie, literatuur, wetenschap, schilderkunst etc. Verbanden werden besproken in termen van de Zeitgeist

GEISTESGESCHICHTE





  • Kunstvoorwerpen e.d. worden gelezen als bewijs van de cultuur en de periode waarin ze werden geproduceerd => interpretatie (hermeneutics/hermeneutiek= boodschap in een tekst ontsluieren)

  • Cultuurgeschiedenis tegenover politieke geschiedenis



JACOB BURCKHARDT





  • Veel variatie in werk (van oudheid tot Renaissance)

  • Geen gebeurtenissen, maar oproepen van een vroegere cultuur. Nadruk op ‘the recurrent, the constant and the typical’

  • Intuïtief



JOHAN HUIZINGA





  • veel variatie in werk

  • volgeling en criticus van Burckhardt

  • cultuurhistoricus moet patronen van cultuur vastleggen => karakteristieke gedachten en gevoelens van een periode en hun weergave in literatuur en kunst => bestuderen van thema’s, symbolen, sentimenten en vormen (culturele regels)

  • stijl van een gehele cultuur en stijl van individuele kunstuitingen

  • “Welk idee kunnen we ons vormen van een periode als we er geen mensen in zien?” => mensen zijn belangrijk



VAN SOCIOLOGIE NAAR KUNSTGESCHIEDENIS





  • Max Weber, The Protestant ethic and the spirit of Capitalism (1904) => culturele verklaring voor economische verandering of uitblijven economische verandering

  • Norbert Elias, The Civilizing process (1939) => focus op verandering tafelmanieren => ontwikkeling zelfbeheersing, druk op personen emoties te beheersen => opofferingen van het individu (Freud)



  • Aby Warburg

    • doel bij te dragen aan de ‘Kulturwissenschaft’

    • bewonderaar van Burckhardt

    • hield zich bezig met de klassieke traditie en de transformaties daarvan op de lange termijn => focus op culturele formules en schemata (gebaren die bepaalde emoties uitdrukken).

    • Idee van schemata zeer stimulerend voor cultuurhistorici. Psychologen claimen dat men niets kan herinneren of opmerken zonder schemata => vooroordelen zijn belangrijk!

    • Onderdeel van een groep wetenschappers die bijeenkwamen in zijn bibliotheek in Hamburg => later Warburg instituut en door opkomst Nazisme in Duitsland naar Londen verhuist.



  • Ernst Gombrich

    • biograaf van Warburg, ontwikkelde idee van schemata verder

    • Art and Illusion (1960) => centrale thema is relatie tussen ‘waarheid en stereotype’, ‘formule en ervaring’ of ‘schema en correctie’.




  • Erwin Panofsky

    • onderdeel van de groep rondom Warburg

    • iconologie  de ontdekking van het wereldbeeld van een cultuur of sociale groep gecondenseerd in één werk (bijvoorbeeld een laatste avondmaal)

    • ‘Gothic Architecture and Scholasticism’ (1951) expliciete focus op mogelijke connecties tussen verschillende culturele (gelijktijdige?) domeinen, niet vanuit de ‘Zeitgeist’, maar vanuit een “mentale gewoonte” die vanuit de filosofie zich verspreidde naar de architectuur



DE GROTE DIASPORA





    • 1933 uittocht vanuit Duitsland van het Warburg instituut naar Londen. Aantal geleerden naar de V.S. Grote gevolgen!

    • In V.S. civilisatie i.p.v. cultuur, maar niet erg belangrijk

    • In V.S. en Groot-Brittannië nu meer belang culturele geschiedenis

CULTUUR EN SAMENLEVING





  • In V.S. en GB al wel een mate van belangstelling voor relatie cultuur/samenleving  Charles Beard: The Rise of American Civilization (1927) maar met komst van de emigrés meer bewustzijn van deze relatie.

  • In GB belangrijke rol voor groep Hongaarse wetenschappers, Karl Mannheim, Arnold Hauser en Frederick Antal.

    • Mannheim  sociologie van de kennis, mentaliteit bestuderen

    • Antal  cultuur benaderen als weerspiegeling samenleving

    • Hauser  Marxist, cultuur gelinkt aan economische en sociale conflicten en veranderingen



DE ONTDEKKING VAN DE MENSEN





  • Idee van ‘Volkskultur’ laat 18e eeuws Duitsland, bestudering door folkloristen en antropologen.

  • Jaren ’60 20e eeuw bestudering volkscultuur door historici
    Verklaringen:

    • Intern, lacunes opvullen van eerdere historici

    • Extern, geschiedenis volkscultuur gelijk opgekomen met culturele studies


HOOFDSTUK 2 Problems of cultural history




De Klassieken


  • Burckhardt: politieke geschiedenis relatief minder betrouwbaar dan cultuurgeschiedenis. Cultuurgeschiedenis gebruikt bronnen die een onbedoelde betekenis hebben, politieke geschiedenis gebruikt bronnen die al ideologisch geladen zijn of propagandistisch zijn.

    Máár is dat wel zo? Ook romans, schilderijen etc kunnen ook lading hebben, dus bronkritiek ook voor cultuurhistorici nodig!



  • Burckhardt en Huizinga impressionistisch, maar is het mogelijk om cultuurgeschiedenis op een andere manier te bedrijven?




    • seriële geschiedenis, het analyseren van een chronologische serie documenten (ook afbeeldingen)

    • Probleem van subjectief lezen van teksten. Alternatief ‘content analysis’, methode ontwikkeld in scholen journalistiek V.S. → frequentie van bepaalde thema’s wordt geteld en de associatie van een bepaald thema met een ander thema wordt geanalyseerd (covariance)




  • Veronderstellingen in Burckhardt, Huizinga en Marxistische cultuurhistorici bekritiseerd door Ernst Gombrich: veronderstellingen gebouwd op aanneming van bestaan van ‘Zeitgeist’



Marxistisch Debat




  • Kritiek op klassieke methode: geen contact met een economische of sociale basis, culturele homogeniteit wordt overschat en culturele conflicten genegeerd.

  • Er moeten verschillen erkend worden tussen de culturen van verschillende klassen, mannen en vrouwen en tussen de verschillende generaties

    • Ernst Bloch: “Niet alle mensen bestaan in hetzelfde Nu. Alleen extern gezien doen ze dat, in die zin dat ze vandaag gezien kunnen worden. Ze dragen een eerder element met zich mee; dit komt tussen beide.” → tijdzones



Problemen van de Marxistische geschiedenis





  • Marx noemde cultuur slechts een “superstructuur”. Marxistische cultuurhistorici leven dus in een paradox. Economische en sociale basis vs. culturele superstructuur.
    Raymond Williams noemt dit “rigide” en gaf de voorkeur aan het bestuderen van “relaties tussen elementen in een totale manier van leven” → culturele hegemonie, idee van Antonio Gramsci: heersende klassen heersen niet alleen door kracht, maar omdat hun ideeën geaccepteerd zijn geraakt door de onderworpen klassen.

  • Maar, als Marxistische cultuurhistorici het idee van basis en superstructuur laten gaan, wat is er dan nog Marxistisch aan hen?

  • Vraag: Is het mogelijk om culturen als een geheel te bestuderen zonder valse aannemingen te maken over culturele homogeniteit?

  1. Bestudeer culturele tradities

  2. Behandel sub-culturen, deze zijn wel anders, maar niet volledig apart of autonoom.


De paradoxen van traditie


  • Meerdere tradities kunnen naast elkaar bestaan in dezelfde samenleving (man-vrouw bijvoorbeeld) → Cultuurhistorici hoeven niet meer na te denken over de homogeniteit van een samenleving

  • Twee paradoxen:




  1. Innovatie kan het doorleven van traditie maskeren (bv puriteinse traditie in de V.S.) Nu meer aandacht voor syntheses.

  2. De externe tekenen van traditie kunnen innovatie maskeren. Het probleem van stichters en volgelingen. De boodschap van een stichter heeft meerdere aspecten die meerdere groepen aanspreken, die één bepaald aspect tot belangrijkste maken.




Volkscultuur


  • Wat is volkscultuur? Wie zijn het volk? → oplossing: meerdere volksculturen (urbaan en ruraal, mannelijk en vrouwelijk enz.)

  • Nieuw probleem: bestaat er wel een autonome vrouwelijke cultuur die verschilt van de mannelijke cultuur? Nee antwoorden betekent het ontkennen van verschillen, ka antwoorden betekent het overdrijven van verschillen → oplossing: subculturen die soms meer autonoom zijn en soms minder autonoom.

  • Nog een probleem: elites: includeren of excluderen? Elite niet noodzakelijkerwijs anders in hun cultuur dan gewone mensen. Roger Chartier: “Het is onmogelijk om objecten of gewoonten te bestempelen als “volks”. Pas na 17e eeuw mogelijk om onderscheid te maken, voor die tijd meer dualistisch.”
    Maar zonder onderscheid onmogelijk interacties te beschrijven tussen elite en volk. Oplossing: onderscheid niet te rigide stellen, objecten en gewoonten bewegen zich opwaarts en neerwaarts.



Wat is cultuur?


  • Eerst hoge cultuur; uitgebreid naar beneden (volkscultuur) daarna ook horizontaal uitgebreid

  • Bronislaw Malinowski (1931), cultuur beslaat “inherited artefacts, goods, technical processes, ideas, habits and values.”

  • Edward Tylor (1871): “that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society.”


HOOFDSTUK 3
Het moment van historische antropologie


  • Van 1960 tot de jaren ’90 belangrijke factor in cultuur

  • Jaren ’80 en ’90 meer interesse in cultuurgeschiedenis en cultuurstudies. In andere disciplines nieuwe benaderingen waarbij cultuur een belangrijke factor werd.

  • In geschiedenis in alle vakgebieden meer aandacht voor cultuur en culturele invalshoeken: → New Cultural History (NCH)
    In Frankrijk: Roger Chartier
    In GB: ondanks Warburg instituut nieuwe ontwikkeling en meer in cultural studies dan cultuurgeschiedenis.

  • Cultuur als verklaring voor economische verschijnselen, maar ook in politieke geschiedenis (F.S.L. Lyons, Culture and Anarchy in Ireland)

Vier culturen in Ierland die niet samen of apart kunnen


leven. Politieke problemen uitingen van culturele conflicten.


  • Historici gebruiken cultuur niet langer als iets van de elite, maar in alledaagse zin.


Historische Antropologie
Antropologen die door historici bestudeerd worden:

  • Marcel Mauss over het geschenk

  • E. Evans Pritchard over hekserij

  • Mary Douglas over puurheid

  • Clifford Geertz over Bali


Voorbeeld: Russische mediëvist Aaron Gurevich over opvattingen over bezit in middeleeuws Noorwegen en IJsland Om wijs te worden uit een systeem gebaseerd op de voortdurende overdracht van roerende goederen maakte hij gebruik van antropologie. Hij vergeleek de feesten van de Scandinaviërs met de potlach van de Kwakiutl (British Columbia). Op de potlach zag het hoofd met genodigden (gelijken en rivalen) toe op de vernietiging van waardevolle goederen. Verder gebruikte hij de analyse van de regels van geschenken (gift-giving) van Mauss om de vele referenties aan geschenken in de sagen te verklaren.


  • In Engeland bijvoorbeeld Beowulf meer duidelijk vanuit antropologie. Goten, Hunnen en Vandalen in meer gunstig licht.



  • Pritchard duidelijk bij Keith Thomas in Religion and the Decline of Magic → vroegmodern Engeland doorspekt met observaties over hekserij vanuit Afrika



  • Mary Douglas in artikel Natalie Davis over Franse rellen tijdens de religieuze oorlogen, rellen van beneden af bekeken als rituele zuiveringen van de lokale gemeenschap. Douglas: “Vuil bestaat alleen in het oog van de aanschouwer.”



  • Lévi-Strauss, theorie van cultuur → structuralisme. Linguïstische interpretatie van woorden om de relaties tussen de elementen van een cultureel of sociaal systeem te bestuderen met name binaire tegenstellingen (donker-licht) Studie over Amerikaans-Indiaanse mythologie invloedrijk.



  • Belangrijkste inspiratiebron voor historici Clifford Geertz.


Clifford Geertz


  • Tegen de definitie van Edward Tylor van cultuur: “Cultuur is een historisch overgedragen patroon van betekenissen belichaamd in symbolen, een van overgeërfde concepten uitgedrukt in symbolische vormen door welke men zijn kennis over en houdingen ten opzichte van het leven comunniceert, bestendigt en ontwikkelt.”

  • Hanengevecht in Bali als sleutel tot begrijpen Balinese samenleving. Behandeling van gevecht als een tekst, een verhaal dat de Balinezen vertellen over Bali → ‘dramatist approach’ (Kenneth Burke), ‘social drama’ (Victor Turner)

  • ‘Social drama’, opschudding in sociaal leven volgens vast patroon
    1. Breuk in normale sociale relaties
    2. de crisis
    3. herstelactie (poging)
    4. reïntegratie of erkenning schisma

  • Impact Geertz op onder andere Robert Darnton in The Great Cat Massacre. Taak historicus: ‘andersheid vangen’. Men kan een ritueel of stad lezen zoals men een volksverhaal of filosofische tekst kan lezen. The Great Cat Massacre slaat op de herinnering van één van de deelnemers aan een kattenjacht in 1730 (men had ’s nachts last van de katten) en de voor hem zeer amusante pseudo-rechtszitting en executie die daarop volgden. Darton begint met het amusante dat wij tegenwoordig niet meer zien. Er is afstand tussen het nu en pre-industrieel Europa. Darnton plaatst het incident daarom in een reeks van contexten en helpt de lezer om het waarom van de kattenjacht te begrijpen. Het incident is nu een sleutel tot een andere wereld.

  • Erving Goffman – The presentation of Self in Everyday life (drama analogie) verschillende plekken genereren verschillende presentatie

  • Toenemende historische interesse in rituelen: Rhys Isaac – The transformation of Virginia, drama analogie zeer nuttig voor historici. In Virginia sociale leven serie van optredens (theedrinken, verkiezingen, rechtszaken etc.)

Aantrekkingskracht antropologie


  • Bevestiging van trend die al bestond in cultuurgeschiedenis

  • Brede definitie cultuur

  • Geen neerbuigende houding naar verschillende culturen

  • Culturele regels en protocollen van antropologie aantrekkelijk voor historici

 ‘Cultuurgeschiedenis bereikt de meeste samenhang en zin als het gezien wordt als retrospectieve etnografie’




  • Stephen Greenblatt: ‘the poetics of culture’ → new historicism, literatuur wordt in zijn historische en culturele context teruggeplaatst. Kunst niet spiegel van de maatschappij, maar uitwisselingen en onderhandelingen tussen de twee domeinen.



  • Visuele cultuur in plaats van kunstgeschiedenis. Bernard Smith, European Vision and the South-Pacific, Europese kijk op andere culturen vanuit eigen cultuurgebonden wijze (vanuit klassieke traditie en stereotypen bijvoorbeeld)
    Michael Baxendall, Painting and Experience in Fifteenth-Century Italy, ‘period eye’: de relatie tussen de perceptie van schilderen en alledaagse ervaringen→ cultureel relativisme



  • Wetenschapsgeschiedenis: Mario Biagioli, Galileo Courtier, analyse banden tussen Galileo Galilei en zijn patroon (de Medici) en de impact van het sociale leven aan het hof op Galilei.


Antropologie als reactie op een veranderende wereld


  • Jaren ’70 microgeschiedenis als nieuw genre. Italiaanse groep historici, Carlo Ginzburg, Giovanni Levi en Edoardo Grendi




  1. reactie op bepaalde vorm van sociale geschiedenis die van kwantitatieve methoden gebruik maakte en algemene trends beschreef

  2. Reactie op de ontmoeting met antropologie, alternatief model van de case-study (meer vrijheid). Individuele of lokale ervaring keert terug de geschiedenis in.

  3. Reactie op groeiende desillusie met het verhaal van voortschrijdende progressie. Niet iedereen had hier deel aan, reactie tegen globalisering, voor waardering regionale culturen.




  • Emmanuel Le Roy Ladurie Montaillou. Over een klein dorpje in de Pyreneeën begin 14e eeuw. Historisch portret aan de hand van Inquisitie registers.

  • Carlo Ginzburg, Cheese and Worms, ook gebaseerd op Inquisitie registers. Focus op één dorpeling, Menocchio, in 16e eeuws Friuli en zijn verhoren, die zijn visie op de kosmos uitgebreid uiteenzet.

  • Ook culturele geografie op basis van regio’s


Reacties op verhaal van voortschrijdende progressie
 Vanuit hen die hier geen deel aanhadden
Postkolonialisme

  • Edward Said, Orientalism, analyse van de verschillende schemata waardoor het Midden Oosten is aanschouwd door westerlingen. Aanval op de oogkleppen van vijandigheid en neerbuigendheid. Zeer invloedrijk werk. Tegenovergestelde beweging: occidentalisme


Feminisme

  • Herdefiniëring van periodes door het bestaan van vrouwen toe te voegen

  • Caroline Bynum, Holy feast and Holy fast, over de manier waarop vrouwen met religie en voedsel omgingen in de middeleeuwen.


HOOFDSTUK 4
Een nieuw model?

  • ‘New Cultural History’ meer dan alleen invloed van antropologie op cultuurgeschiedenis.

  • Term NCH eind jaren ’80, maar proces al een tijd aan de gang

  • NCH dominante vorm van cultuurgeschiedenis en zelfs van geschiedenis.

  • Het maakt gebruik van een nieuw model (model zoals in die zin dat in normaal gebruik een onderzoekstraditie ontstaat)

  • ‘New’ om te onderscheiden van oudere vormen van cultuurgeschiedenis

  • ‘Culture’ om te onderscheiden van intellectuele geschiedenis (contrast sense&sensibility) en sociale geschiedenis.

  • NCH houdt zich bezig met theorie. Bijvoorbeeld Caroline Bynum, Holy feast, Holy fast gevoed door feministische theoretici Julia Kristeva en Luce Ingaray

  • Theorie: reactie op problemen, herformulering van problemen

  • Bepaalde culturele theorieën creëren bewustwording van (nieuwe) problemen, maar ook van nieuwe problemen door de theorie zelf. Bijvoorbeeld thesis van Jürgen Habernas over de stijging van de ‘publieke sfeer’ van de bourgeoisie in 18e eeuws Frankrijk en Engeland → nieuwe publicaties die deze thesis uitbreiden naar andere perioden, landen, sociale groepen en domeinen van activiteit.


Vier theoretici
Mikhail Bakhtin
theoreticus van taal en literatuur

ontdekt door historici buiten Rusland door vertaling van zijn werk Rabelais and his world (1965)

Gebruik van concepten van Bakhtin over carnaval en rituelen van ontheiliging in het werk van Bob Scribner over de Duitse Reformatie en het effect op de populaire cultuur

Bakhtin’s idee over het belang van de ondermijning en penetratie van ‘hoge’ cultuur door ‘lage’ cultuur → binnen cultuurgeschiedenis bijna nieuwe orthodoxie, kritiekloos geaccepteerd.

‘Polyfonie van teksten’, verschillende stemmen in één tekst, heteroglossia: interessant voor denken over de presentatie van de ‘zelf’ → dialoog tussen verschillende stemmen
Norbert Elias
Socioloog

Concepten in Civilizing Process (1939)
-grens van schaamte (drempel van schaamte)
-drempel van het aanstootgevende
- sociale druk voor zelfbeheersing
Volgens Elias nemen deze zaken toe in de 17e en 18e eeuw, meer en meer vormen van sociaal gedrag uitgesloten van beschaafde kringen.

invloedrijk vanaf de jaren zestig

Kritiek:
- middeleeuwen voor Elias niet belangrijk
- niet geslaagd meer te zeggen over Italië
- overschatten invloed steden
- beschaving niet alleen Westers
Máár theorie zeer handig om in het denken te gebruiken.
Michel Foucault
Van filosoof naar historicus naar historicus van ideeën naar sociaal historicus

Drie ideeën van hem belangrijk voor NCH


    1. Tegen teleologische interpretaties van geschiedenis in termen van vooruitgang, evolutie of de toename van vrijheid en individualisme zoals gesteld door oa Hegel. Benadering in termen van genealogie (ontwikkeling van geslachten, term ontleend aan Nietzsche) en benadrukking van de effecten van ‘ongelukken’ → culturele discontinuïteit (bv. de uitvinding van krankzinnigheid in de 17e eeuw en van seksualiteit in de 19e eeuw) Nieuw model vervangt het oude model.

    2. Classiferingssystemen (‘regimes of truth’), uitdrukkingen van een bepaalde cultuur. Historici moeten dieper graven om intellectuele structuren bloot te leggen. Structuren laten wat informatie toe, maar sluiten de rest uit. Op welke manieren worden bepaalde ideeën of onderwerpen uitgesloten van een intellectueel systeem? (uitsluiting van bijvoorbeeld criminelen, krankzinnigen en seksueel afwijkenden). Indeling in categorieën van alles wat gezegd, gedacht en geschreven kon worden in een bepaalde periode, de ‘discourses’ van die periode. Deze waren het eigenlijke onderwerp van studie in plaats van individuele schrijvers.

    3. Concept van praktijken gerelateerd aan een nadruk op politiek op microniveau. De ‘blik’ als uitdrukking van de moderne disciplinaire maatschappij: instituten waar discipline belangrijk is zo ingericht dat surveilleren goed mogelijk is.



Pierre Bourdieu


  • antropoloog en socioloog




  • concepten en theorieën uit zijn studie over de Berbers en de Fransen zeer relevant voor cultuurhistorici




  • Concept van een ‘veld’, autonome domeinen (literair, linguïstisch, artistiek, intellectueel of wetenschappelijk) die op een bepaald moment in een bepaalde cultuur onafhankelijkheid bereiken en hun eigen culturele conventies produceren. Nog niet erg invloedrijke theorie.




  • Culturele reproductie, het proces waardoor een groep zijn positie handhaaft in de maatschappij via een onderwijssysteem dat autonoom en onpartijdig lijkt, maar in feite die studenten voor het hoger onderwijs selecteert die de kwaliteiten hebben die in de sociale groep vanaf de geboorte zijn aangeleerd.




  • Theorie van praktijken (‘habitus’ ), tegen het rigide idee van culturele regels van o.a. Lévi-Strauss. Bestudering van dagelijks gedrag in termen van voortdurende improvisatie binnen een raamwerk van schemata, aangeleerd door de cultuur in hoofd en lichaam. Habitus is het vermogen tot improvisatie. De habitus van de bourgeoisie van 19e eeuws Frankrijk is bijvoorbeeld in overeenstemming met de kwaliteiten waar het hoger onderwijs prijs opstelt. Kinderen van de bourgeoisie lijken daarom heel natuurlijk voor examens te slagen. Cultureel en Sociaal kapitaal zijn belangrijke termen hiervoor. Strategie om zichzelf als klasse te onderscheiden door bijvoorbeeld bepaalde muziek. Sociale identiteit ligt in het verschillen van andere ‘bedreigende’ groepen.



Gebruiken/Praktijken


  • ‘Practices’ een kernwoord van de NCH.

  • Bijvoorbeeld in plaats van de geschiedenis van de religie nu de geschiedenis van religieuze gebruiken (bijvoorbeeld gebruik van pelgrimage naar Lourdes)

  • Geschiedenis van spraak, beleefdheden en beledigingen, geschiedenis van reizen, geschiedenis van verzamelen Craig Clunas, Superfluous Things → verschillen tussen mensen als consumenten → Bourdieu), geschiedenis van experimenteren etc.

  • Voorbeeld: Timothy Mitchell, Colonizing Egypt, van Foucault idee van de Europese blik, kijken naar parallellen tussen ontwikkelingen op verschillende gebieden ( leger en onderwijs) met een focus op discipline.


De geschiedenis van het lezen


  • Belangrijke theoreticus voor dit veld Michel de Certeau

  • Tegenover geschiedenis van het schrijven en geschiedenis van het boek.

  • Populair onderwerp: tekstresponsie (bijvoorbeeld Menocchio van Ginzburg in Cheese and Worms, Robert Danton over de brieven die aan Rousseau geschreven werden)

  • Smaak van vrouwen in boeken, nieuwe leestechnieken door de overvloed aan boeken, benadering van schrijfsystemen.


Representaties


  • Kritiek Foucault op historici: “impoverished idea of the real”, geen ruimte voor “social imagination”

  • Reactie: Georges Duby, Three Orders, over de omstandigheden waarin in de middeleeuwen het beeld opkwam van een standenmaatschappij

  • Jacques LeGoff, Birth of Purgatory, over het ontstaan van het idee van het vagevuur. LeGoff ook pionier in geschiedenis van het dromen.

  • In Engeland niet “history of the imagined”, maar representaties.

  • Representatie: de rol van taal, tekst en beeld in de voorstelling van de werkelijkheid; de manier waarop door voorstelling, verbeelding en betekenisgeving de werkelijkheid ‘vorm’ krijgt. Bestudering van het proces van vormgeving en uitdrukking van wensen.

  • Bijvoorbeeld Said’s Orientalism over de representatie van de ander uit het Oosten in het Westen. Gevolgd door studies over de Oosterse Ander in muziek, zoals de opera Aida van Verdi of Samson en Delilah van Saint-Saën. Geschiedenis van het reizen zeer veel bezig met dit soort representaties. Maar ook Keith Thomas, Man and the Natural World over de veranderende houding ten opzichte van de wereld om zich heen van de Engelsen tussen 1500 en 1800 (mens niet meer centrum, meer liefde voor dieren en natuur)


De geschiedenis van de herinnering



  • ‘Hot topic’ op dit moment in de NCH. Geschiedenis van het collectief geheugen bijvoorbeeld in Frankrijk. Onthult het belang van schemata of stereotypen → hierdoor wel vervorming van herinneringen.

  • Voorbeeld: vervolgingen protestanten in Zuid-Frankrijk door katholieken → herinnering met behulp van schemata uit de bijbel → vervorming.

  • Britse loopgraafervaringen in WO I → herinneringen gevormd door Pilgrimm’s process (vroom boekje)

  • Noord-Ierland: collectieve herinneringen van twee zeer verschillende groepen → verhalen die deze groepen over zichzelf vertellen (Geertz) in conflict met elkaar → altijd afvragen over wiens herinnering we spreken. (verhaal van winnaar of van verliezer?)


Materiële cultuur


  • Nooit veel aandacht voor materiële cultuur, omslag in de jaren ’80 en ’90.

  • Klassiek trio: voedsel, kleding, woning

  • Bijvoorbeeld Sidney Mintz, Sweetness and Power: the place of sugar in modern history, transformatie suiker van luxegoed naar alledaags gebruiksartikel

  • Daniel Roche, The Culture of Clothing, achter uiterlijk mentale structuren, connectie tussen Franse Revolutie en kleding revolutie (meer frivool, niet langer domein van hogere klassen)

  • Orvar Löfgren, Culture Builders¸ verandering van soberheid naar overdaad in 19e eeuw in huizen → huizen bourgeoisie om rijkdom te tonen, maar ook vlucht in privacy.

  • Gebruik van ruimte steeds meer belangrijk, bijvoorbeeld publieke ruimte versus privé-ruimte, gebruik van beschikbare ruimte etc.


De geschiedenis van het lichaam


  • Nieuw onderdeel. Eerder marginaal.

  • Vroege bijdragen: Gilberto Freyre over het uiterlijk van slaven aan de hand van het bestuderen van aanplakbiljetten over weggelopen slaven. Le Roy Ladurie (1972) studie naar de fysieke gesteldheid van Franse soldaten in de 19e eeuw (in het noorden langer door betere voeding).

  • Vanaf jaren ’80 studies over de beleving van het lichaam, het lichaam als symbool, hygiëne van het lichaam, dansen, versiering en gebaren.

  • Ontwikkeld uit medische geschiedenis.

  • Nieuw terrein voor historici

  • Bijvoorbeeld Jean-Claude Schmitt (pupil LeGoff), werk over religieuze en feodale gebaren in de middeleeuwen → religieuze gebaren veranderen door het feodalisme, knielen bij bidden zoals knielen voor heer.

  • Voorbeeld uit Russische geschiedenis: discussie in 1667 in Russisch Orthodoxe kerk over teken van zegenen: met twee of drie vingers? Gebaar was symbool voor grote keuze: twee vingers stond voor behouden Russische traditie, drie voor de Griekse traditie.

  • Roy Porter, interesse voor de geschiedenis van het lichaam door opkomst van ziekte als AIDS → lichaam is kwetsbaar

  • Ook parallel aan gender geschiedenis

  • Maar vooral natuurlijke ontwikkeling in cultuurgeschiedenis vanuit Bakhtin, Bourdieu en Foucault…

Door draai naar theorie ook kritiek op NCH: teveel theorie!




Hoofdstuk 5
Van representatie tot constructie
Constructie


  • Constructivisme idee vanuit filosofie en wetenschap: objectieve kennis van de wereld niet mogelijk. Arthur Schopenhauer: “de wereld is mijn representatie”, Nietzsche: “waarheid wordt gecreëerd en niet ontdekt”, Wittgenstein: “de grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld.”

  • Steeds moeilijker voor historici om de discussie te ontlopen over de problematische relatie tussen taal en de buitenwereld die het ooit verondersteld was te reflecteren. Twijfel of de representatie wel correspondeert met het gepresenteerde object.

  • Invloedrijke formulering constructivistische positie van Michel Foucault; definiëring gesprekken (‘discourses’ ) als praktijken die systematisch de objecten waarvan zij spreken construeren.

  • Nog meer invloedrijk: werk van Michel de Certeau over het alledaagse leven in Frankrijk in de jaren ’70, L’invention du qoutidien (de uitvinding van het alledaagse) (uitgebracht in 1980). Verschuiving van het woord gedrag (van consumenten, kiezers etc) naar het woord gebruiken/praktijken/handelingen (‘practices’) De Certeau bestudeerde alledaagse handelingen als boodschappen doen, hij wilde dat lezers de mensen die hij bestudeerde zo serieus mogelijk zouden nemen en koos daarom voor het woord ‘practices’. Certeau behandelde zijn mensen als creatief en inventief, in tegenstelling tot eerdere studies die gewone mensen als passief behandelden.

  • Certeau: tactieken en strategieën. Tactieken: het hergebruiken van ontdekte gebruiken en het vinden van nieuwe contexten → door gedomineerden, mensen met relatief weinig vrijheid van beweging. (Bourdieu: strategie van “boven”). Tegen idee van habitus, gewone mensen zijn zich wel bewust van wat ze doen.

Toegepaste constructies

  • Hayden White, Metahistory, verleden zelf is een constructie. Formailistische analyse van historische teksten van Jules Michelet, Leopold von Ranke, Alexis de Toqueville en Jacob Burckhardt. Hayden White beweert dat elk van deze 19e eeuwse historici hun geschiedverhaal modelleerden naar een leidend literair genre. Ranke naar comedie, Toqueville naar tragedie, Burckhardt naar satire en Michelet naar romantiek. → plot of ‘emplotment’ in geschiedenis.

  • Nieuwe manier van omgaan met termen als kaste, stam, etniciteit, klasse en gender. Klasse bijvoorbeeld nu niet meer objectieve sociale categorie, maar culturele en historische constructie.

  • Vrouwelijkheid en mannelijkheid nu bestudeerd als sociale ‘rollen’ die aangeleerd worden van de vader of moeder en verschillende scripts hebben in verschillende culturen of subculturen. Script bevat houding, gebaren, taal, kleding en seksueel gedrag. Deze modellen van mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn afhankelijk van elkaar en definiëren elkaar. Als de sociale rol van man bijvoorbeeld erg vrouwelijk is, moet de sociale rol van vrouw nog meer vrouwelijk zijn om een contrast te bieden tussen beide rollen.

  • Constructie gemeenschappen. Benedict Anderson, Imagined Communities, blik op Europa van buitenaf, veel ruimte voor Aziatische en Amerikaanse (Zuid –en Noord) geschiedenis. Culturele benadering van politiek, zoeken naar wortels van de cultuur van het nationalisme in onbewuste of semi-onbewuste houdingen t.o.v. religie, tijd etc. Nadruk op de geschiedenis van de inbeelding. Gedrukte werken belangrijk in de constructie van nieuwe ingebeelde gemeenschappen.
    Eric Hobsbawm, The invention of tradition. Belang van de periode 1870-1914 voor de productie van nieuwe tradities. “Tradities die erg oud lijken of beweren dat te zijn, zijn behoorlijk vaak erg nieuw van origine en soms bedacht.”
    Hoe vindt deze constructie van naties en tradities plaats? Simon Schama, Embarassment of the riches (1987) over de constructie van de nieuwe Nederlandse republiek in de 17e eeuw en het vinden van eigenheid in obsessie met ‘cleanliness’ (door buitenlanders als bizar ervaren → ‘narcissism of minor differences’ → Freud), een verleden dat teruggrijpt op de bataven (bataafse mythe) en identificatie met de Israëlieten toen deze Egypte ontvluchtten → symbolische constructie van een gemeenschap (Anthony Cohen)



  • De constructie van monarchie.
    Richard Wortman, Scenarios of Power, studie naar plaats van mythen en ceremonie in de Russische monarchie → drama analogie, idee van scenario → scenario van verovering, hervorming, nationaliteit etc. → bevestigingen van macht en nationale eenheid in kroningen, parades, huwelijken, begrafenissen etc.
    Takashi Fuijtani, Splendid Monarchy: power and pageantry in Modern Japan, uitvinden van tradities in Japan na herstel keizerrijk in 1868. Nationale rituelen worden door de heersende elites zeer gestimuleerd als onderdeel van de politiek ‘gewone mensen betrekken bij de cultuur van de nationale gemeenschap’ → macht door vertoon pracht en praal, niet door mythe of ideologie.
    Peter Burke, The Fabrication of Louis XIV, de constructie van het imago van Lodewijk XIV door Lodewijk XIV. Koning wordt voortdurend gecreëerd of gerecreëerd door de rollen die hij speelt of de manier waarop hij deze speelt. Zichtbaar voor verschillend publiek. Sommige delen van het publiek bewust van discrepantie tussen verschillende rollen.

  • De constructie van individuele identiteiten.
    egodocumenten → dagboeken, brieven, reisverslagen, alle teksten die in de eerste persoon geschreven zijn. → retoriek van de identiteit → bewerkstelligen van een narratief verhaal → regels voor zelfpresentatie in een bepaalde cultuur, de opvatting van de “ik” in bepaalde rollen (meestal als een übercool persoon) en opvatting van levens in termen van bepaalde plotontwikkelingen (van krantenjongen tot miljonair, het berouw van de zondaar e.d.) voorbeeld: heiligenlevens.


Optreden en gelegenheden



  • Vanaf jaren ’70 verandering in hoe het model van de drama-analogie gebruikt wordt.

  • Verandering van idee van sociaal script naar sociaal optreden. → cultuur als een serie recepten voor optredens (performatives) of met teksten: wat doet dit schrijven?

  • Verder bestudering van o.a. dansen in relatie tot politiek en de maatschappij, publieke festivals (als optredens van nationalisme bijvoorbeeld), kaartspelen in koffiehuizen (mannelijkheid door rituele agressie), onderdanigheid van slaven aan meesters (geënsceneerde onderdanigheid) en andersom.

  • Pierre Bourdieu initiator van dit idee door zijn idee van de habitus (gereguleerde improvisatie) → weg van vaste culturele regels door gebruiken van schemata, formules en thema’s.

  • Nieuwe interesse voor orale cultuur → geruchten, balladen en volksverhalen → allemaal vast raamwerk maar per gelegenheid naar keuze uitgebreid door gebruik te maken van schemata, formules en thema’s.

  • Reactie op dit idee van vaste scripts: Thomas Laqueur, meer nadruk op de dynamiek van het breken met het script.


De opkomst van het ‘occasionalism’


  • Term van Burke zelf, ontleend aan Kant.

  • Op verschillende momenten of in verschillende situaties in de aanwezigheid van verschillende mensen gedraagt dezelfde persoon zich verschillend. → weg van idee van vaste reacties, regels volgen → flexibele reacties naar de logica van de situatie.

  • Bijvoorbeeld tweetaligheid, wanneer in de enen taal en wanneer in de andere taal? Verschillende manieren van spreken over politiek en sport → onderdeel van “biculturisme” → in 17e eeuws Frankrijk bijvoorbeeld verschillende handschriften voor verschillende gelegenheden.

  • Nieuw idee over de geschiedenis van humor. Door beschavingsoffensief lachten hogere klassen misschien niet meer mee met lagere klassen, maar bleven ze achter gesloten deuren wel om dezelfde dingen lachen.


Deconstructie


  • Wie doet de constructie? Onder welke beperkingen? Waaruit?

  • Collectieve constructie of persoonlijke constructie? Soms versterkt dit elkaar, toekennen wat het relatieve gewicht is van verschillende “constructeurs”, kijken op welke manier collectieve constructie werkt.

  • Niet alles is altijd te bedenken, mensen zijn niet altijd vrij om te construeren wat zij maar willen. Grenzen door economische, politieke en culturele factoren.

  • Geen constructie vanuit het niets, eerder reconstructie. Noodzaak oude ideeën aan te passen aan nieuwe omstandigheden, voortbouwen op oud materiaal, conflicten tussen nieuwe berichten en traditionele vormen.


Hoofdstuk 6
De toekomst voor cultuurgeschiedenis
De terugkeer van Burckhardt


  • Geschiedenis van ‘hoge’ cultuur altijd gebleven, mogelijk in de toekomst een opleving hiervan vanuit nieuwe standpunten.

  • Dan geen verdwijnen volkscultuur, maar bestaan van twee soorten cultuurgeschiedenis naast elkaar.

Uitbreiden NCH naar nieuwe terreinen




  • Culturele geschiedenis van de politiek: ‘culture management’, ‘culture wars’ ook cultuurthema’s binnen politieke kaders. Culturele geschiedenis van de politiek over rituelen binnen de politiek en symbolische aspecten van politiek gedrag.
    ’Subaltern’ studies = het toevoegen van gedomineerde groepen aan de geschiedenis van onafhankelijkheid van koloniën (anders alleen elites). Bijvoorbeeld onderzoek naar het beeld van Gandhi onder boeren (verhalen over zijn vermogen mensen te genezen) aan de hand van bestaande schemata. Ook in Zuid-Amerika belangrijk.
    Relatie politiek en media, 19e en 20e eeuw ligt nog grotendeels open voor onderzoek (cultuurhistorici vooral bezig met middeleeuwen en vroegmoderne periode)

  • Culturele geschiedenis van het geweld Boodschappen lezen van gewelddadigen, symbolische elementen in hun acties (Anton Blok).

  • Culturele geschiedenis van emoties geschiedenis van tranen → bv. affective revolution van de late 18e eeuw. Maximalisten vs. Minimalisten ( emoties veranderen wel door de geschiedenis heen versus emoties blijven in principe hetzelfde)

  • De culturele geschiedenis van waarneming Simon Schama, Rembrandt’s eyes, poging Amsterdam op te roepen zoals het zich aan alle zintuigen voordeed in de 17e eeuw. Bronnen voor dit soort werk zijn reisverslagen → reizigers meer geneigd dit soort zaken op te schrijven. Alain Gorbin, The Foul and the Fragrant, drempel voor aanstootgevende geuren werd lager aan het begin van de 19e eeuw (in Frankrijk voor deze studie) → ‘geuren zijn vol van culturele waarden’. Patrick Süskind, Perfume, roman over een obsessie met geuren, hierna veel historische onderzoeken naar geuren en de reuk. Ook geschiedenis van het geluid, vroeger bepaalde geluiden op andere manier gehoord (bijvoorbeeld klokgelui), nieuwe manieren van muziek luisteren.


De wraak van sociale geschiedenis


  • Mogelijke reactie op de enorme (over?) expansie van cultuurgeschiedenis: te veel terrein sociale en politieke geschiedenis verloren aan cultuurgeschiedenis?

  • Drie problemen in de NCH:

  1. definitie van cultuur, te inclusief tegenwoordig → sociaal-culturele geschiedenis te breed? Cultuurgeschiedenis contact kwijt met economische en politieke structuren van alledag (Geertz).

  2. de gebruikte methoden van de NCH. Nieuwe onderwerpen voor onderzoek brachten nieuwe methoden van onderzoek en nieuwe soorten bronnen met zich mee. Voor de nieuwe bronnen zijn ook nieuwe vormen van bronkritiek nodig, maar daar ontbreekt het nog wel eens aan. Hoe oefen je bronkritiek uit als je cultuur als een tekst probeert te lezen? Te veel op intuïtie! Gebruik van slechts één methode voor een onderzoek is een verarming voor cultuurgeschiedenis.

  3. het gevaar van fragmentatie, de moderne variant van cultuurgeschiedenis leent zich zeer goed van fragmentatie, lijkt via methoden als constructie en ‘occasionalism’ zelfs aan te sturen op fragmentatie. Zoeken naar relaties tussen de geschiedenissen van kleine groepen en de geschiedenis van het grotere geheel van natie, tijdperk, continenten of de beschaving (Geertz)


Culturele grenzen en ontmoetingen


  • grenzen tussen culturen, bijvoorbeeld spreiding van kloosters in Europa, universiteiten, talen of verdeling van religies en aanhangers. Zo’n kaart betekent niet dat er een homogene cultuur is in een gebied, alleen een dominante. ‘imagined communities’ Ferdinand Braudel → resistentie tegen culturele trends = weerbaarheid van een cultuur (bv. langdurige Japanse weerstand tegen het gebruik van stoelen en tafels en ontbreken Reformatie in de Mediterranee) Functie van de cultuurgrens: ontmoetingszone en barrière.

  • Ontmoetingen tussen culturen, nieuwe term voor wat vroeger ontdekking werd genoemd (te kleinerend) → reconstructie van de manieren (door mannen, vrouwen, leiders etc.) waarop westerlingen gezien werden. → mogelijk een vreemde cultuur te vertalen. (E.E. Pritchard) → werderzijdse vertalingen om te kunnen communiceren. Twee andere manieren van benaderingen: hybridisch en convergentie van twee culturen tot een derde.


Het verhalende in Cultuurgeschiedenis


  • Zoektocht naar nieuwe vormen van verhalen voor sociale en cultuurgeschiedenis. Lange tijd verhalende geschiedenis geassocieerd met politieke geschiedenis en afgewezen, nu weer in de belangstelling om bepaalde dimensies in sociale en cultuurgeschiedenis naar voren te brengen (bijvoorbeeld verhalen van onderdrukte minderheden) In cultuurgeschiedenis ook het principe van Geertz over de verhalen die mensen over zichzelf vertellen → belangrijke aanwijzingen over de wereld waarin die mensen leven. Maar ook weer geschiedenis van het vertellen…geschiedenis van geruchten etc. verhalen over heksen bijvoorbeeld om de Christelijke identiteit te versterken. Verschijning Kapitein Cook op Hawaï, inwoners proberen zijn verschijning te rijmen met de verschijning van de god Lono. Verhalen heel goed om de geschiedenis van een burgeroorlog te tonen, kunnen laten horen van meerdere stemmen.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina