Uitwerkingen Fysische Informatica vwo 5



Dovnload 43.5 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte43.5 Kb.
Uitwerkingen Fysische Informatica VWO 5
1 a) 1. Automaat = Een apparaat dat zelf handelingen kan verrichten

2. Signaal = doorgegeven gegevens

b) Als een signaal binnen bepaalde grenzen alle mogelijke waarden kan aannemen,

bv een spanning.

c) Als een signaal binnen bepaalde grenzen slechts enkele waarden kan aannemen,

bv. Het aantal bezoekers van de website van Maurice Bessems


2 a) invoer, verwerking, uitvoer

b) de actie die gedaan wordt

c) de gebruikte apparatuur

d) de doorgegeven signalen


3 Elektrische spanning naar motor van de deur
4 continu: a, c en d discreet: b, e, f, g
5 a) Regelsysteem: er vindt terugkoppeling plaats

b)

INVOER VERWERKING UITVOER






Vaar Bepaal de U vergelijk die met U draai het

Richting koers ingestelde koers roer
Kompas elektronica motor

Terugkoppeling


c) Omdat bij een vliegtuig er nog een derde dimensie (hoogte) geregeld moet worden.
6 a) Bij een regelsysteem gaat een pijltje terug naar de invoer

Bij een regelsysteem is de uitvoergrootheid dezelfde als de invoergrootheid

b) Als ja alleen een bepaalde grootheid wil meten

c) Bij een stuursysteem volgt er een actie, bij een meetsysteem niet

d) Bij een regelsysteem worden afwijkingen gecorrigeerd, bij een stuursysteem niet.
7 a) Stuursysteem (er is geen terugkoppeling, anders gaat het fout).

b)

INVOER VERWERKING UITVOER




Lichtsterkte Meet de licht- U Vergelijk met inge- U Doe het



Sterkte en zet stelde spanning en als licht aan

Om in spanning U < Uref dan …


Lichtsensor elektronica relais, licht
c) Anders gaat het licht weer uit als hij aanspringt.

d) 1. Anders gaat het licht al aan als er iemand voor de sensor staat

2. Tijd moet gemeten worden
8 a) Stuursysteem

b) Meetsysteem

c) Regelsysteem

9 a) Het is een stuursysteem, want er is geen correctie, wel een actie

b)

INVOER VERWERKING UITVOER




m Meet massa U Vergelijk met inge- U Laat bel rinkelen



En zet om in stelde maximum en

Spanning als U > Uref dan


Sensor Schakeling Bel

c) Continu, want de massa kan elke willekeurige waarde aannemen.


10 a) Regelsysteem: De afwijking in temperatuur wordt gecorrigeerd

b) Deze mag je zelf doen. Laat de docent controleren als je het niet weet

c) Regelsysteem: De afwijking in de waterhoogte wordt gecorrigeerd.

Voor stuursysteem valt ook wel wat te zeggen want water daalt niet als het teveel is.


11 a) Een 0 of een 1

b) 8 bits

c) 1024 x 1024 = 1048576 = 1,0.106 bits

d) Bit dat vooraanstaat en dus de grootste waarde heeft

e) 212 - 1 = 4096 - 1 = 4095

f) 1000 0111

g) 179 (= 128 + 32 + 16 + 2 + 1)
12 0000 = 0 0100 = 4 1000 = 8 1100 = 12

0001 = 1 0101 = 5 1001 = 9 1101 = 13

0010 = 2 0110 = 6 1010 = 10 1110 = 14

0011 = 3 0111 = 7 1011 = 11 1111 = 15


13 a) 210 = 1024

b) 210 - 1 = 1023


14 a) De voorste bit, de eerste dus 256

b) De laatste bit, de laatste dus 1


15 a) Bij 8 bits heb je 28 combinaties, maar 0000 0000 is ook een combinatie

b) 23 - 1= 7

c) 27 - 1 = 127

d) 216 - 1 = 65535


16 a) Eindigend op een 0 dus getallen 1 en 4

b) 1) 10 2) 25 3) 37 4) 46


17 111 100001 1110

110 + 11000 + 101 x

-------------- ----------- ------------

11011 111001 1110

111000 +

-------------

1000110
18 a) 111 maal 2 is 1110

b) 10100 gedeeld door 2 is 1010

c) 1. Er komt een extra nul achter het getal

2. Er valt een nul weg achteraan.


19 a) Een sensor zet een natuurkundige grootheid om in een elektrische spanning

b) De ijkgrafiek is een rechte lijn

c) De verhouding tussen de spanningsverandering aan de uitgang en de verandering van de gemeten grootheid aan de ingang.

d) Het verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde


20 a) Gevoeligheid = 5 (V) / 3,5 (bar) = 1,429 (V/bar). Dus 2,2 x 1,429 = 3,1 (V).

b) 1,7/ 1,429 = 1,19 = 2,0 (bar)


21 a) Gevoeligheid is 1,2 (V) / 44 (0C) = 0,02727 (V/oC).

35(oC) is 14 graden boven 21 (oC) dus 14 x 0,02727 (V) = 0,3818 (V)

De uitgegeven spanning wordt dus 0,7 + 0,3838 = 1,0818 = 1,1 (V)

b) 1,5 (V) ligt 0,8 (V) boven 0,7 (V) dus 0,8 / 0,02727 = 29,3 (oC) verschil.

De temperatuur is dan 21 + 29,3 = 50 (oC)
22 a) Gevoeligheid is 0,8 (V) / 4.103 (lux) = 2,0.10-4 (V/lux)

Dus bij 2.103 (lux): 2,0.103 - 1,0.103 = 1,0.103

1,0.103 x 2,0.10-4 = 0,2 (V) dus 0,2 + 0,2 = 0,4 (V)

En bij 4.103 (lux): 4,0.103 - 1,0.103 = 3,0.103

3,0.103 x 2,0.10-4 = 0,6 (V) dus 0,2 + 0,6 = 0,8 (V)

b) 0,85 - 0,20 = 0,65 (V) dus 0,65 / 2,0.10-4 = 3,25.103 (lux)

De lichtsterkte is dus 1,0.103 + 3,25.103 (lux) = 4,25.103 (lux)
23 Met een relais kun je een stroomkring met grotere spanningen in- en uitschakelen vanaf het systeembord
24 a) C, B, A, G, F

b) 3
25 a) Een regelsysteem, want de temperatuur wordt beïnvloed en dat is ook het ingangssignaal van het systeem.

b) Bij 30 (oC) is RNTC = 80 ().

UR moet zijn 3,0 (V) dus UNTC = 2,0 (V).

Dus I = UNTC / RNTC = 2,0 / 80 = 0,025 (A) dus voor de weerstand geldt dan:

R = UR/I = 3,0 / 0,025 = 120 ().

c) Als T < 30 (oC) dan is RNTC groter, dus de stroom kleiner, dus de spanning over de weerstand R kleiner dan 3,0 (V), dus de invertor geeft een hoog signaal.
26 a) Hij springt naar 5 (V) als de +ingang hoger is dan de -ingang.

b) Aflezen snijpunt van de twee grafieken: t = 0,17 (s).


27 a) Voor de NEN poort geldt:

a

b

Q (uitgang)

0

0

1

0

1

1

1

0

1

1

1

0

b) Een NOF poort is een combinatie van een OF-poort en een invertor.

c)


a

b

Q (uitgang)

0

0

1

0

1

0

1

0

0

1

1

0

28 a) Gevoeligheid = U / v = (4 - 1) / (15 - 5) = 0,3 (V / ms-1)

b) Draaien als U > U1 en U < U2 dus:

c) U1 (3,0 m/s) = 0,5 (V) en U2 (15 m/s) = 4,0 (V).


29 Let wel: NOF poort moet een OF poort zijn

a) Als S1 dicht dan is uitgang a hoog en b nog laag, dus uitgang OF is hoog, dus de led brandt.

b) Uitgang OF poort is hoog (b*) en S2 uit dus invertor geeft hoog signaal (a*). Dan geeft de EN-poort een hoog signaal, dus ook de OF-poort en de led brandt

c) Sluit S2, dan wordt de invertor laag, dus a* laag,. De ingang van de EN-poort wordt laag, dus ook de uitgang van de EN-poort en S1 was laag dus OF ook laag, dus led uit.

d) Dan wordt a* weer hoog, maar b* niet, dus de uitgang van de EN-poort blijft laag evenals S1 dus de led is uit.
30 a) Uitgang hoog als de set hoog geweest is totdat de reset hoog wordt (set wint van reset).

31 a) Aan/Uit-ingang hoog maken óf de Reset-ingang laag maken.

b) Aan/Uit-ingang laag maken

c) Reset-ingang hoog maken.


32 Zes bits, dus de resolutie is 5 (V) / 26 = 0,078125 (V/bit).

a) 2,15 / 0,078125 = 27,52 dus 27 = 16 + 8 + 2 + 1 en dat is binair 011 011

b) 4,19 / 0,078125 = 53,63 dus 53 = 32 + 16 + 4 + 1 en dat is binair 110 101

c) 100 101 = 32 + 4 + 1 = 37 dus de spanning zit tussen 37.0,078125 en 38.0,078125 (V) en dat is: 2,89 (V) < U < 2,97 (V).


33 Acht bits AD-omzetter dus resolutie = 5(V) / 28 = 0,01953125 (V/bit)

a) 0000 0001 = 1 tussen 1 en 2 keer de stapgrootte dus: 19,5 (mV) < U < 39,1 (mV).

b) 0010 1101 = 45 tussen 45 en 46 keer de stapgrootte dus 0,88 (V) < U < 0,90 (V).

c) 4,25 / 0,01953125 = 217,6 dus 217 en dat is binair 1101 1001

d) 3,12 / 0,01953125 = 159,7 dus 159 en dat is binair 1001 1111
34 a) Uref moet hoger want hij mag pas tellen bij een hogere druk, dus een hogere spanning vanuit de druksensor.

b) Hij moet alleen oneven getallen tellen, dus de uitgang '1' van de teller A naar de 'Tel pulsen'-ingang van teller B.

c)


35

a)

b)


36 a) MA moet aangaan als A zijn schakelaar indrukt maar B én C beide nog niet gedrukt hebben.


b) Quizmaster hoeft alleen alle geheugencellen te resetten met zijn schakelaar.

c) 3x het systeem van vraag a) onder elkaar en dan de "naar" en "van" uitgangen met elkaar verbinden.


EINDE Opgaven Fysische Informatica.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina