Un anochi y otro cuenta Arubiano



Dovnload 36.59 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte36.59 Kb.



E conocido autor Jossy Tromp a presenta na 2005 su buki nobo titula "Un anochi y otro cuenta Arubiano". Jossy Tromp ta conoci pa su storianan compila bao di e titulonan ' Cetilalma y otro cuentanan Arubiano' (1988) y 'E biento di atardi y otro cuentanan Arubiano' (1998).


Jossy Tromp (Aruba, 1954) a studia Biologia y Ley. E ta docente Biologia y conrector na Colegio Arubano na Aruba. Den su storianan por reconoce elementonan di e cultura tradicional. E uso di idioma pa proza na Papiamento ta inovativo.


Jossy Tromp: Cetilalma (1991)
Jossy Tromp is docent biologie op Colegio Arubano. Hij presen­teerde in 1991 zijn Cetilalma dat een vernieuwing van het Arubaanse proza inhoudt door zijn heel eigen stilistiek en thematiek. De opgenomen verhalen zijn kort tot heel kort maar vergen veel van de leesconcentratie. De verteller gebruikt veel woorden, maar schrijft desondanks zo hermetisch dat geen enkele zin ongele­zen kan blijven. Bovendien schept hij een eigen ambiente die gekarakteriseerd kan worden als magisch-rea­lis­tisch. Cetilalma moet je niet zozeer lezen om de plot als wel om deze speciale sfeer, waarin het trouwens moei­lijk is om er verstandelijk in door te drin­gen.

Tromp verbindt voortdurend realiteit en fantasie, natuur en bovennatuur. Daarbij domineert een sfeer van verval, voortdu­rende aandacht voor de fenomenen dood, het lugubere, soms het groteske. "Ik geloof niet dat ik een realistisch verhaal kan schrijven, ik ben daarin niet geïnteresseerd. Ik houd van fantasieverhalen die gaan over niet alledaagse dingen," zei Jossy Tromp toen zijn verhalen verschenen tegen interviewster Joyce Pereira.

Van de negen verhalen is het titel­verhaal verreweg het langste met dertien pagina's van de totaal ruim veertig. Een ik-figuur loopt op een hete droge zanderige weg vol scherpe stenen omdat hij op bezoek wil bij zijn al jaren geleden overleden tante Carme­lita. Naarmate hij vermoeid doorloopt in de hete zon wijkt de vlammende horizon steeds verder terug. Onderweg praat de 'ik' met zijn schaduw die hem waarschuwt niet verder te gaan. Maar die raad wordt in de wind geslagen. Uiteinde­lijk komt de 'ik' in een soort hiernamaals met felverlichte ver­trekken, waar zijn vroeger niet zo respectabele tante nu een plaats heeft gevon­den in een reusachtige biblio­theek: boeken die nooit werden geschreven, boeken die wel werden geschreven maar nooit zijn gepubliceerd, boeken die wel gepubliceerd werden

maar nooit gelezen, boeken die wel gelezen werden maar nooit begrepen, boeken die wel werden begrepen maar nooit serieus zijn genomen. De verteller grijpt de gelegenheid aan om kritiek op recente ontwikkelingen weer te geven, door een aantal titels aan te duiden. Als de 'ik' zijn tante tenslotte vindt, antwoordt ze hem dat ze een eenvou­dige geest­-prostituée is die van lezen en literatuur houdt. Zal de 'ik' hier voortaan moeten blijven?

Ook andere verhalen in deze bundel ademen een magische sfeer die steeds met heel realistische details en argumenten wordt ver­woord. Ik ken geen tweede auteur van Aruba die zich op een dergelijk magisch-realistische wijze uit.
 


Jossy Tromp: E biento di atardi y otro cuentanan Arubiano (1998)
Jossy Tromp is docent biologie op Colegio Arubano. Hij presen­teerde in 1991 zijn 'Cetilalma' dat een vernieuwing van het Arubaanse proza inhield door zijn heel eigen stilistiek en thematiek. De opgenomen verhalen zijn kort tot heel kort maar vergen veel van de leesconcentratie. De verteller gebruikt veel woorden, maar schrijft desondanks zo hermetisch dat geen enkele zin ongele­zen kan blijven. Bovendien schept hij een eigen sfeer die gekarakteriseerd kan worden als magisch-rea­lis­tisch. 'Cetilalma' moet je niet zozeer lezen om de plot als wel om deze speciale sfeer, waarin het trouwens moei­lijk is om er verstandelijk in door te drin­gen.

Tromp verbindt voortdurend realiteit en fantasie, natuur en bovennatuur. Daarbij domineert een sfeer van verval, voortdu­rende aandacht voor de fenomenen dood, het lugubere, soms het groteske. "Ik geloof niet dat ik een realistisch verhaal kan schrijven, ik ben daarin niet geïnteresseerd. Ik houd van fantasieverhalen die gaan over niet alledaagse dingen," zei Jossy Tromp toen zijn verhalen verschenen tegen interviewster Joyce Pereira.

Inmiddels verscheen een tweede bundel verhalen, 'E biento di atardi y otro cuentanan Arubiano' waarin het titelverhaal de omvang van een kleine novelle heeft aangenomen. 'E biento di atardi' bevat zes verhalen waarvan het titelverhaal langer is dan de vijf overige samen. Jossy schrijft ergens: ik heb me genoodzaakt gezien een eigen universum te schep­pen. Dat uni­versum wordt bevolkt met uit het eigen brein voortgeko­men fantastische monsters. De thematiek maakt gebruik van op het oude volksgeloof gebaseerde motieven als het geloof in bishi­ta, de middagwind die voor onheil zorgt, fijne regen die ziekten veroor­zaakt, en uitspraken als 'ga niet in de semana santo de zee op om te vissen'. Maar ze is tegelij­kertijd volstrekt modern Kafka-esk (Tromp zèlf gebruikt de naam van deze Praagse schrijver in het verhaal 'Elmota­zim'). Tromp verdiept zich kennelijk graag in

middel­eeuwse mystici en alchemis­ten, compleet met griezelige stinkende beesten die weliswaar uit de eigen geesteswereld voortsprui­ten, maar angstig reëel worden voorgesteld. Alles wat zich tussen reali­teit en fantasie in beweegt in de richting van het bovenna­tuurlijke, van Hermes Trismegistus en zijn goud tot de spoken van de Franse Pas en Mond'i Fierno en de goudwin­ning van Balashi, van fluitspelers tot kabouters wordt beschreven.

Tromp beschrijft zijn fantasieën zodanig realistisch dat je niet meer weet wat de hoofdper­sonen alleen maar fantaseren of werkelijk meemaken. Een voorbeeld. In het nogal beschouwelijke verhaal 'Rooi Frances', een gebied dat ook wel als Franse Pas of Mond'i Fierno wordt aangeduid - drie namen voor hetzelfde gebied waar vele verhalen over verteld worden, waarbij geen wetenschapper precies kan vertellen wat hier in het verleden gebeurd is. "Net goed voor mij," concludeert de verteller, "omdat ik nu de gelegen­heid heb mijn eigen relaas te geven."

Het titelverhaal 'E biento di atardi' vertelt hoe als Alejand­ro Simon Silvester 'bishita' krijgt, hij zich verliest in jeugdherinneringen, waarbij hij zich de eigen jeugd en met name zijn ouderlijk huis en zijn relatie met zijn vader en moeder die gestor­ven zijn herinnert. Dat levert surrealis­tische beelden en gebeurtenissen op, angstdromen van een kind over monsterlijke gedrochten, maar tegelijk existentiële angst aangaande leven en dood. Tromp beschrijft innerlijke roerselen tegen een decor van natuur­beschrijvingen die een belang­rijke onder­steu­nende rol vervullen, zoals de oktoberregens die alles doen uitbotten en doen bloeien en die de beesten in de mondi weer vet maken, maar ook de orkaankracht en de plotse­linge storm die de zee wild maakt, de lieflijk aangename en de onmenselijk wrede natuur.


Bron: Wim Rutgers

Kerstbijlage di Amigoe, 1995.

Kerstbijlage di Amigoe, 1998. 


Autor Jossy Tromp cu un obra nobo.

E barbulet preto y otro cuentanan Arubiano.
Jossy Tromp e autor di Citilalma (1988), E biento di atardi (1998) y Un anochi (2005) ta bin cu su di cuater obra cu tin e titulo ‘E barbulet preto y otro cuentanan
Arubiano’. E obra aki, mescos cu e obranan anterior ta un coleccion di cuenta cortico. Ta trata di 8 cuenta autentico na Papiamento. Varios di e cuentanan tin elementonan di e coriente den literatura cu ta wordo yama realismo magico. Tin cuenta tambe cu ta mas realistico. Jossy ta haci tambe uso di e tecnica pa mezcla realidad cu e irealidad, creando asina un propio mundo di fantasia. Ta su deseo pa su storianan haya mas entrada den e pueblo lesado y amante di literatura di Aruba. E storianan ta respira e bida y e ambiente tipico Arubiano di pasado y actualidad.

E publicacion di e buki ta den propio man. E obra ta na benta a rason di 10 florin pa buki. Por contact e autor pa compra di e buki na tel. 5870250 of cel 9620341.





Amigoe, 25 Maart 2006


Ñapa”


Nieuwe verhalenbundel van Jossy Tromp

Een eigen geluid in prozaland




Door Wim Rutgers




Het jaar 2005 was geen slecht jaar voor de literatuur van Aruba
Er verschenen een aantal dichtbundels en er was proza door Jossy Tromp, die een heel eigen geluid in prozaland laat horen.
Zijn inmiddels derde bundel, Un anochi y otro cuentanan Arubiano, bevat evenals zijn vorige bundels Cetilalma (1988) en E biento di atardi (1998) een aantal verhalen van verschillende lengte.

Het titelverhaal, Un anochi, is het verreweg het langste verhaal.

Het is een goed voorbeeld van de manier waarop de verteller in zijn verhalen steeds weer werkelijkheid en fantasie dooreen mengt.

Dit verhaal en andere ademen een sfeer van enerzijds de lokale traditie door middel van het terugdenken aan het Aruba van vroeger, anderzijds een universele sfeer van een surrealistische of magisch-realistische droomwereld die reminiscensies vertoont met zowel de literatuur van Zuid-Amerika als een Europese literaire traditie.

Tijd en ruimte zijn daarbij zowel reëel als mythisch.


Verhalen zijn kleine literaire vormen en dienen kort en krachtig te zijn.

De verteller is sterk met de openingszinnen en slotzinnen van zijn verhalen.

Soms zijn die beginzinnen neutral, zoals ‘Mi number ta Janchi Loco’ en ‘Laat den atardie la yega’.

Maar ze zetten je als lezer wel meteen midden in een verhaal.

Soms roepen de openingszinnen al direct de sfeer van de rest van het verhaal op, zoals ‘Santo shelu, ta di unda nos ta bin y ta di unda nos ta bai?’ of ‘No ta prome biaha cu bishitantenan di e duinnan cu tin tras di Faro, na e luga cu awendia yama California, ta bin topa cu restonan di cadaber.’

De verteller heeft een hang naar het geheimzinnige en zelfs het macabere.

Dood en verderf, verval en verrotting, spoken en geesten bevolken de verhalen.
Van de zes verhalen vind ik het eerste, tweede, derde en vijfde het sterkst.

De tweede andere zijn korter en zijn misschien daardoor wat minder intrigerend voor de lezer, de lezer die zijn beide ogen wijd open moet hebben om de verhalen te volgen, want Jossy Tromp schrijft een geconcentreerde stijl.

De verteller voert tijdens het verhaal de spanning op, waarbij hij bepaald niet karig met woorden is.

Met name de slotzinnen zijn vaak sterk omdat ze de clou van het verhaal bevatten of een relativering. Zo eindigt het eerste verhaal met ‘Awo si mi a drenta e fase culminante y final di mi soño y kizas di mi bida.’

Dat lijkt een beetje flauw om een geheimzinnige verhaal als een droom te laten eindigen, maar dan vergeten we het staartje’ y kizas di mi bida ‘ dat des te meer betekenis krijgt als de beginzin’Santo shelu, ta di unda nos ta bin y ta di unda nos ta bai?’ nog in ons geheugen is blijven hangen.

De verhalen van Jossy Tromp zijn zeer wel bestand tegen herlezing omdat ze pas dan hun rijkdom in het detail prijsgeven.

Van de lezer wordt een actieve en creatieve leeshouding gevraagd.

‘Nos imaginacion ta percura pa e resto,’zegt de verteller aan het einde van het verhaal ‘E misterio di patras di Faro’.


De verteller vertelt intrigerende verhalen waarmee je als lezer langdurig bezig kunt zijn. Soms plaatst hij zijn verhaal in de orale overlevering van het eiland, waarna na een dergelijke realiteitsverklaring een fantastisch verhaal volgt.

Maar dat is dan wel een verhaal dat in het algemeen gefundeerd is in de traditie van de oude volksverhalen.


Loke mi ta bai conta, no ta cos cu mi mes a

experencia.

Otro a conta otro, y e otronan aki a conta mi.

Asina pues mi tambe a bin tende un ke otro.

Mi lo reconta e relato, nada mas y nada menos.

Sin kita y pone, manera nan ta bisa.’
Ik lees een verhaal van Jossy Tromp en analyseer de knappe constructie.

Ik leef mee met de vermenging van de realiteit en mythe, de verstrengeling van heden en verleden en de functionele ruimtebeschrijvingen. Maar ik ga er als interpreterende lezer ook naar op zoek of er achter de verhalen een tweede of derde meer abstracte betekenislaag verborgen is. Zo’n algemeen menselijke grondgedachte blijkt soms moeilijk te vinden, maar is er wel degelijk.

Daarbij blijkt dat de verteller zich de literaire traditie van twee continenten heeft eigengemaakt. De auteur vertegenwoordigt daarmee naar mijn oordeel een unieke stem in het literaire prozalandschap van Aruba. Met de in Nederland wonende Quito Nicolaas behoort Jossy Tromp tot een nieuwe generatie van Arubaanse prozaísten.
Jossy Tromp studeerde biologie en rechten.

Momenteel is hij werkzaam als conrector van het Colegio Arubano.

De omslag van zijn derde verhalenbundel toont een doorkijk door een ruíne, met een cactus in een overigens leeg Arubaans landschap daar achter.

De uitgave ‘Un anochi’ is er een van het moderne publishing on demand.

De auteur heeft zelf een kleine voorraad aangemaakt en naarmate er vraag is, wordt er in eigen beheer bijgeproduceerd.

Daarom is deze verhalenbundel niet voorradig in de boekhandel maar moet ze bij de auteur zelf besteld worden.

Ik hoop te hebben duidelijk gemaakt dat deze uitgave die kleine moeite meer dan waard is.
Jossy Tromp, un anochi y otro cuentanan Arubiano.

Jossy Tromp cu su obra nobo ‘Gabilan’ ariba e mercado literario.
Despues cu na aña 1988 Jossy Tromp a publica e buki di cuenta ‘Cetilalma y otro cuentanan arubiano’ a sigui tres otro buki di cuenta. ‘E biento di atardi’ a mira lus na aña 1998, ‘Un anochi’ a wordo publica na 2005 y ‘E barbulet preto’ na aña 2007.

Tur e cuatro obranan di proza aki ta scirbi na Papiamento. Ta trata di cuentanan di ficcion. Jossy Tromp ta saca su inspiracion entre otro for di e bida diario Arubano. Aki y aya e ta duna algun di su storianan un sauce di realismo-magico, cu segun e autor, obviamente ta un parti essential di e cultura arubano.


Aki ta sigui algun fragmento di algun di su proza.
For di Cetilalma, 1988, Cetilalma.

(…) Dicho echo, ora cu mi a topa cu e anochi, mi sombra a laga tumba. Lo e la dirti den e santo inutil y insasiabel pa awasero. Un awasero cu segun mi nunca a yega di cai akinan. Mi a cuminsa cana c’un ansha di morto mas duro pa e anochi tenso aki no chupa mi den su dimenshonnan misterioso. Ta parse cu e bos desconocí a spierta den mi instintonan rudimentario pa sobrebibi. Un ola di emoshon silvestre a podera di mi. Un sentimento di, bo por bisa di un animal salbahe, a pone mi cuminsa snuif y hole manera un cacho di sanger e obseshon scuridad. Na un dado momento a aparese mi dilanti masha hopi man grande cu multiple di dede mas grandi ainda, cu rapidamente tawata transformando den monsternan prehistorico djanochi. E moveshonnan di e antenanan di creftnan gigante den nan ansha di morto compara cu e esena dje cadushinan ta manera wega di mucha. E zonido di biento cu ta corta entre e sumpiñanan di e cadushinan dantesco lo pone, mi tin sigur, tur hende bibo y te asta zumbi haya un rel incontrolabel di e maneca di nan weso di lomba.(…)
For di ‘Un anochi’, 2005, E shon di Shidaharaca.
(…) Awo si e señora bieu a dal algun stap patras. E multitud a bira hopi inkieto di tanto manifestacion dje naturalesa rond di nan.

Rapidamente sin embargo e señora bieu a recobra su balansa mental y cu bos halto e di. Awo si nos sa suficiente kico ta funcion di un scientifico.

Tur presente a bati man y a keda bati man. Ta te ora cu e shon a baha su mannan y cu tur cos a normalisa nan a stop di bati man.

E shelo ta yena cu strea. Tawata yobe meteoriet. Aki aya por a observa explocion y implocion dje supernovanan. Poco poco e biento a lanta. Despues tawata tin un momento manera cu na shelo tur lus a dal paga. Prome e awa a cuminsa pinga. No mucho rato despues el a basha manera nunca bisto. E biento tawata ranca cu rafaganan teribel. Den panico e multitud a plama for di otro en busca di refugio. Manera riunan e awa tawata core y basha den e buraconan coba den e tera. Henter anochi awa cai sin misericordia.

Ora cu dia a habri no por a reconose Shidaharaca. Literalmente di anochi pa dia tur cos a cambia. Tur caminda barbuletnan tawata bula. Tur sort’i animal tawata cana ront manera nunca nan no a haci nada otro akinan. E awa den e riunan ta cla manera cristal.

Ningun caminda, despues cu un pa un e criaturanan indefini a sali for di nan refugio, no por a localisa e bishitante peculiar. Su maletin t’e unico cu el a laga atras. E contenido dje maletin a sorpresa nan tur. Shidaharaca a cambia di anochi pa dia.
For di ‘E Barbulet Preto’, 2007 , Djaca.
Djaca, si, asina mes yam’e, of miho bisa asina e ta wordo yam’a den boc’i pueblo. E sociedad a resp’e riba caya. Hopi tristo pa bisa pero ni su propio famia ya no tawata por cu ne mas. Su nomber ta refleha mucho mas cu solamente un bida intensamente tristo, inhumano, fracasa, desperdicia y pio cu tur cos un bida tira afo. Cada un bida tira afo so caba, ta uno di mas. Of kisas bida di cierto sernan humano tin menos balor? Den tur sentido di palabra e nomber Djaca so caba ta un humiliacion profundo y alabes e ta un ofensa grandi pa cu su persona, pero mas ainda e ta un reclamo fuertisimo den direccion di e mesun sociedad cu a produci’e y cu awo a lag’e pa su cuenta. Di otro banda ora cu bo compara e animal cu nos ta yama djaca cu e persona cu ta carga e nomber Djaca, ta bisto si algun similaridad cu nan ta comparti.(…)
Gabilan’, 2009
Cu ‘Gabilan’, e titulo di e buki, Jossy Tromp ta haci su debuta ariba e tereno di poesia. Gabilan (Zee-arend) ta un parha cu casi no ta mira mas na Aruba.

Gabilan tambe ta e titulo di un di e poemanan incorpora den e tomo di poesia na Papiamento. Gabilan ta un metafora pa e isla di Aruba. Gabilan ta para pa e naturalesa y e manera di biba (antes) na Aruba y cu awo ta enbolbi den lucha en bano pa sobrebibi den un epoca di metamorfosis continuo.

E tomo ta consisti di un seleccion di 39 poesia/proza di cual un parti a wordo scirbi na Hulanda na aña 1979. Algun poema ta expresa un sintimento profundo di nostalgia. E sobra a wordo scirbi na Aruba entre 1980 te cu 2009.

Awo cu nan a hecha, ta ofrese nan na Aruba y na tur amante di literatura.


For di Gabilan, 2009, Criatura
Si biento bringa solo,

solo bringa biento,

ki lo para di e criaturanan?
Si sabio caricia su ego,

su ego carisia su sabiduria,

ki lo para di e criaturanan?
Si rico pronkia cu su rikesa,

enbes di parti cu grandesa,

ki lo para di e criaturanan?
Si gobernantenan abusa di poder,

enbes di haci nan deber,

ki lo para di e criaturanan ?

Si doñ’i mundo mes

parce no tin cu nes,

ki lo para di e criaturanan?
Si mayornan carese di amor

pa nan criaturanan,

ki lo para di nan mayan?

Jossy Tromp a nase na Aruba y actualmente ta conrector na Colegio Arubano.


E buki ‘Gabilan’ ta obtenibel na van Dorp Aruba, Avenida Milo J.Croes 21, Oranjestad. E buki lo ta obtenibel tambe serca Jossy Tromp, tel. 587 0250.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina