Universitaire Pabo van Amsterdam



Dovnload 53.38 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte53.38 Kb.





Universitaire Pabo van Amsterdam

Studiehandleiding KCO

Culturele Kunstzinnige Oriëntatie

Bachelorjaar: 1

Cursusjaar: 2012-2013

Semester 2, blok 4

Docent: Roosien Verlaan

In studiejaar 2012-2013 week 6, 7, 9, 10, 11 vinden de bijeenkomsten KCO plaats. Deze studiehandleiding geeft uitleg over de module.



Inhoud
Deze module is een introductie in het vak Kunstzinnige Culturele Oriëntatie op de basisschool. Hoe wordt het vakgebied gedefinieerd en hoe krijgt dat uiteindelijk vorm in de basisschool? Het is een theoretische module waarin receptieve en reflectieve kunstbeoefening centraal staat, met andere woorden kunstbeschouwing. Omdat de belevingswereld van het kind vol zit met nieuwe media, wordt deze module opgebouwd rondom de discipline nieuwe media als onderdeel van Kunstzinnige Culturele Oriëntatie. Daarbij kijken we naar nieuwe media als kunstzinnig medium en naar kunst die de werking van nieuwe media als onderwerp heeft. Vanuit nieuwe media wordt gelinkd met andere kunstdisciplines als muziek, film, theater en beeldende kunst. Naar aanleiding daarvan hebben we het over de relevantie van onderwijs daarover, hoe we dat onderwijs vormgeven en welke leerdoelen daarbij een rol spelen. Er is aandacht voor de discussies die een rol spelen bij media-educatie zoals; van protectie naar participatie, populaire beeldcultuur als educatief materiaal gebruiken en het aansluiten bij de belevingswereld.

Bij elke bijeenkomst wordt steeds een link gelegd naar de praktijk door het ontwerpen van opdrachten en didactiek. Gezien de theoretische inslag van de module gaat het bij het ontwerpen van de opdracht over waarnemen en reflecteren.



Aansluiting met andere modules
Bij kunstbeschouwing gaat het om het ontleden van het beeld, het geluid, een ervaring. Het nauwkeurig omschrijven van een ervaring en ontleden geeft inzicht in culturele en kunstzinnige uitingen. Cultuur wordt ook wel het cement van de samenleving genoemd. Veel kennis hierover is impliciet aanwezig is juist daarom lastig onder woorden te brengen. Nauwkeurig waarnemen is een onderzoekende eigenschap die je de mogelijkheden geeft om bepaalde culturele uitingen vanuit een ander perspectief te bekijken en te ontleden of het eigenlijk wel is wat je dacht. Als rolmodel in het basisonderwijs geef je culturele bagage door en daarom is het van belang je eigen bagage en die van je omgeving te onderzoeken. Hoe zit het met de betekenissen van de culturele uitingen in de leefwereld van het kind? Daarnaast speelt nauwkeurig waarnemen bij verschillende vakken een grote rol.


Leerdoelen


  • Je kent het begrip cultuureducatie en kan het leerdomein in kunsten, erfgoed en media te omschrijven  

  • Je kent samenhang herkennen tussen cultuureducatie en de verschillende kunstvakgebieden: drama, dans, muziek en beeldende vorming en je kan deze samenhang in de lessen verbeelden, verwoorden, inzetten, voorleven.

  • Je kent de inhoudelijke en didactische kennis van mediawijsheid en kunt dat in de stage dit in onderwijsactiviteiten verbinden met cultuureducatie.  

  • Je kunt vanuit jouw kennis over de kunst en het erfgoed van Amsterdam receptieve, actieve en reflectieve werkvormen aanbieden in je stageklas  

  • Didactische vaardigheden: vanuit de kunstvakgebieden leerprocessen kunnen initiëren, bewaken en vervolgactiviteiten kiezen  

  • Kennis van de kunstvakgebieden: opdoen van kennis van de kunstvakgebieden, zie studiehandleiding vakspecifieke competenties drama, dans, beeldende vorming en muziek.  

  • Voorbereiden van onderwijs: kunstvaklessen voorbereiden en aanbieden  

  • Klassenmanagement: plannen, organiseren, uitvoeren en evalueren van lessen binnen de kunstvakken cultuureducatie   

  • Reflecterend vermogen: reflecteren op de ontwikkeling van de eigen vaardigheden en de uitvoering van de kunstvaklessen

  • De student kan het domein cultuureducatie, met als onderdelen kunsteducatie, erfgoededucatie en mediawijsheid omschrijven en de relevantie daarvan onder woorden brengen. 

  • De student kan zowel nieuwe media kunst als kunst die de werking van nieuwe media als onderwerp heeft beschouwen en naar aanleiding daarvan beschouwelijke vragen stellen aan het kind. 

  • De student kan actuele discussies op het gebied van media-educatie zoals; populaire media als educatief materiaal, van protectie naar participatie en contoverse mediabeelden onder woorden brengen en aangeven waar hij/zij zelf staat voor en na de lessenserie. 

  • De student kan leerdoelen van media educatie benoemen en uitleggen waarom deze verbonden zijn met de leefwereld van het kind.



Onderwijsvorm
De bijeenkomsten zijn in de vorm van actieve colleges. Een gedeelte van de informatie wordt in het college aangereikt, deze informatie wordt in activerende werkvormen tijdens het college verder uitgewerkt. In collegetijd zijn er 2 excursies naar musea. Daarnaast bestaat deze module uit één workshop beeldende vorming, drama of muziek.


Wat wordt van de student verwacht
Vooraf aan de bijeenkomst wordt van de student verwacht dat deze de lesopzet voor die les heeft gelezen. De lesopzet is vanaf maandag vooraf aan de les beschikbaar op blackboard. Tijdens de bijeenkomst wordt verwacht dat de student deel neemt aan de activerende werkvormen. Tijdens de bijeenkomsten verzamelt de student de benodigdheden voor de eindopdracht. De student levert de eindopdracht in zoals in deze handleiding is beschreven.
Daarnaast bezoeken we binnen lestijd twee musea. Houd rekening met de extra kosten van €20,- hiervoor. Deze excursies zijn verplicht. Wanneer je een excursie mist is daarvoor een vervangende opdracht in desbetreffende instelling. Deze opdracht wordt na bezoek van de instelling op blackboard gezet.
Bij deze module geldt een aanwezigheidsplicht van 80%. Wanneer niet aan de aanwezigheidsplicht wordt voldaan wordt er een extra opdracht gemaakt. De opdracht wordt na afloop van de module op blackboard gezet.

Rooster
Het rooster kan je vinden op www.rooster.uva.nl

Groep A: 11.00 – 12.45 uur

Groep B: 13.00 – 14.45 uur


Beoordeling
Deze module is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Beide onderdelen moeten worden afgerond om de 2 EC’s te ontvangen.

Onderdeel 1 Introductie KCO:

De student wordt beoordeeld met een cijfer voor de eindopdracht mits deze aan de aanwezigheidsplicht van 80 % voldoet en bij de museumbezoeken aanwezig is geweest.
Onderdeel 2 (keuzemodule beeldende vorming, muziek of drama):

Verplichte aanwezigheid bij de workshops en het eindcijfer voor de opdracht behorende bij de workshops moet voldoende (minimaal 5,5) zijn.




BIJEENKOMSTEN
Overzicht

les

thema

globaal onderwerp


soort medium

les 1

6 feb


Relevantie van cultuuronderwijs



Wat is cultuuronderwijs en waarom is cultuuronderwijs relevant? Verschillende invalshoeken; traditie, actualiteit, hedendaagse kunst en nieuwe media. Kerndoelen PO en waarden van cultuuronderwijs. Waarom nu eerst media?

Daarnaast worden kunstbeschouwingsmethoden bekeken die passen bij verschillende disciplines.



algemeen/meerdere disciplines

les 2

13 feb


Bezoek foam

We volgen een workshop rondleiding waarin de studenten zelf kunst beschouwen als dat we informatie krijgen over hoe Foam omgaat met de allerkleinsten in het museum. Studenten doen zelf een opdracht waarin een andere discipline wordt betrokken bij een foto.

fotografie

les 3

27 feb


Nieuwe media kunst beschouwen

In deze les maken we kennis met kunst die de werking van nieuwe media als onderwerp heeft en kunst die nieuwe media als kunstzinnig medium gebruikt. Hoe ga je om met confronterende beelden/ onderwerpen? Hoe gebruik je nieuwe media als educatief materiaal?

Daarnaast kijken we naar de eigenschappen van een creatief proces en verbinden creatieve processen met leren in wetenschap en kunst.



kunstfilm, kunst en games, spel (theater)


les 4

6 maart


Bezoek De waag society

Excursie naar het creative learning Lab van de Waag. Een rondleiding over toepassing van nieuwe technologie in het onderwijs op het gebied van wetenschap en kunsten.





les 5

13 maart


Educatieve waarde van non fictie en fictie


Naar aanleiding van nieuwe media fragmenten gaan we in op de educatieve waarden van non fictie. Wat leren kinderen ervan en voorbeelden van leerdoelen bij opdrachten.

Op welke manieren kan je effectief aansluiten bij de belevingswereld van het kind aan de hand van fictie? Wat leren kinderen daarvan en voorbeelden van leerdoelen bij opdrachten.



non fictie en fictie, beeldende kunst en muziek

les 6

20 maart


Reflectie

Afsluiting waarin gereflecteerd op het eigen leren over nieuwe media en kunst als wel de toepassingsmogelijkheden daarvan in het PO.

alle

(afhankelijk van student)





Opdrachten buiten de lessen:


  • Opdracht in Foam thuis verder uitwerken en opsturen.




  • Het inleveren van de opdracht voor het feedback moment op 1 maart 2013 en het meenemen van de opdracht voor de laatste les.


Bijeenkomst 6 februari

Onder Kunstzinnige Culturele Oriëntatie vallen verschillende vakken. Bij elk vak staan verschillende leerdoelen centraal en door de overheid zijn kerndoelen voor KCO opgesteld. In het eerste deel van de bijeenkomst maken we kennis met de breedte van het vakgebied. Daarnaast gaan we op zoek naar de relevantie van KCO; wat zegt het beleid hierover? En bekijken dit ook vanuit het perspectief van het kind.

We bekijken en beoefenen kunstbeschouwingmethoden die passen bij verschillende disciplines. Hoe komt betekenisgeving tot stand. Wat zie of hoor je, wat betekent dat voor je, hoe komt het dat het dat voor jou of voor een ander betekent.


  • Barrett, T. (2010). Kunst werkt. Thieme Art b.v., Deventer/Academie voor Beeldende Vorming, Amsterdam

  • Oberon & Sardes. Cultuureducatie in het primair en voortgezet onderwijs, MONITOR 2008-2009, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten/Universiteit Utrecht, Utrecht.

  • Het Tropenmuseum is te bereiken met bus 22, of tram 3, 7, 9, 10 en 14.
    Bezoekadres: Linnaeusstraat 2 | 1092 CK | Amsterdam. Entree: 6 Euro



Bijeenkomst 13 februari

In het tweede deel krijgen we een rondleiding in Foam, hedendaags fotomuseum. In deze rondleiding staat zowel het kijken van studenten centraal als het workshop programma dat Foam aan de jongste kinderen aanbiedt. Hoe laat je een kind naar een foto kijken? In het museum ontwerpen we zelf een kunstbeschouwingopdracht voor kinderen voor een specifieke leeftijd van de basisschool.

Huiswerk: Naar aanleiding van een foto ontwerp je een opdracht waarin een foto wordt gecombineerd met muziek.


  • Heijnen, E (2009). Media cultuur. Kunst als mediacoach. Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Amsterdam

  • Duncum, P. (2009). Visuele cultuur in de Amerikaanse kunst- en media-educatie. Cultuur + Educatie 26, Cultuur Netwerk Nederland, Utrecht

  • Foam, keizersgracht 609, Bereikbaar met tram 16, 24 en 25 halte Keizersgracht (ter hoogte van de Vijzelstraat)



Bijeenkomst 27 februari

In deze les beschouwen we kunst die de werking van media als onderwerp heeft en kunst die nieuwe media als kunstzinnig medium gebruikt. Dit doen we aan de hand van 2 kunstwerken. Enjoy Poverty van kunstenaar Renzo Martens dat de werking van media als onderwerp heeft. Vanuit verschillende perspectieven kijken we naar zijn werk zoals: gebruik van het medium, inhoud van het kunstwerk, verbinding met media, en natuurlijk ethiek. Vervolgens beschouwen we werk van kunstenaar Marieke Verbiesen. Ook bij haar kijken we naar vorm, inhoud, verbinding met media en ethiek. Hoe verhouden deze werken zich tot de wereld van de media en tot de wereld van de kunst?

Daarnaast kijken we naar de eigenschappen van een creatief proces en hoe leren en creativiteit met elkaar verbonden zijn. In games en nieuwe media ontstaat vaak een samensmelting van creativiteit en nieuwsgierigheid.


  • Heijnen, E (2009). Media cultuur. Kunst als mediacoach. Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Amsterdam

  • Runco, M. A. (2007). Creativity: theories and themes: research, development, and practice. Elsevier, Amsterdam

  • Meerkerk, E. & Wolthuis, J. (2012). Creatieve verbindingen tussen beta en kunstonderwijs, een terugblik op de cultuurwerkplaats 'Kunst van beta'. Radboud Universiteit Nijmegen



Bijeenkomst 6 maart

We bezoeken de afdeling Creative Learning Lab van de Waag Society. Deze afdeling onderzoekt het gebruik van technologie voor onderwijsdoeleinden en werkt hiervoor veel met game ontwikkelaars en kunstenaars samen. Hierin komt onder andere naar voren op welke manieren je technologie in kan zetten voor onderwijsdoeleinden, welke leerdoelen de waagsociety nastreeft en of die ook worden gehaald. Deze les blikt ook terug op wat eerder in de module aan bod kwam, zoals het creatieve proces en de dagelijkse omgeving van kinderen; bewegend beeld op schermen.




  • http://waag.org/nl/lab/creative-learning-lab


Bijeenkomst 13 maart

In deze bijeenkomst gaan we kijken naar non-fictie fragmenten vanuit verschillende perspectieven. Een aantal principes waarmee je te maken hebt bij non-fictie worden uitgewerkt. Deze worden ook vertaald naar hoe je dat in de klas kan toepassen. Wat laat je zien, wat laat je niet zien, hoe is er gemonteerd? etc.

In het tweede gedeelte gaan we in op fictie. Op welke manieren kan je opdrachten zo vormgeven dat ze aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Er wordt ook stil gestaan bij kindertekeningen die de kinder fictie wereld van strips en games als onderwerp hebben.


  • Hobbs, R. (2010). News Literacy: What Works and What Doesn’t. Paper presentation at the Association for Education in Journalism and Mass Communication (AEJMC) conference, Denver, Colorado, August 7, 2010.


Bijeenkomst 20 maart

In het eerste deel van de bijeenkomst kijken we terug op de verschillende elementen van media-educatie. Welke discussies spelen er en hoe verhoud je je daartoe als leraar in het basisonderwijs. De discussie wordt ondersteund met extra media en kunst materiaal. Hoe gebruik je populaire media als educatief materiaal? Welke kunstwerken en media-uitingen vind je geschikt of ongeschikt voor kinderen? Waarom en hoe sluit je aan bij de belevingswereld van het kind en waarom is dat relevant?

In het laatste deel van de les beoordelen we elkaars eindopdracht en is er ruimte voor feedback op de lessen.


  • Duncum, P., Buschkühle C-P., Burn, A., Martens, H. en Heijnen, E. (2009). Media + Kunst + Educatie: internationale ontwikkelingen in media- en kunsteducatie, Cultuur + Educatie 26, Cultuurnetwerk Nederland (5 artikelen)

  • Raad van Cultuur (2005) Zicht op... media-educatie en mediawijsheid, Mediawijsheid, de ontwikkeling van nieuw burgerschap. Uitgave van cultuurnetwerk Nederland.



Literatuur

De genoemde literatuur wordt gebruikt in de lessen. Deze is niet verplicht om aan te schaffen.


Literatuur voor de workshops (niet verplicht aanschaffen):

Drama:
De Nooij, Holger, Kijk op spel (incl. cd rom), Noordhof Uitgevers BV

Beeldende vorming:
Boermans, Bert, Beeldende begrippen Uitgeverij Lambo (ISBN 978.90.77318.12.6 exclusief cd-rom, ISBN 978.90.77318.16.4 inclusief cd-rom)
Onna, J.van en Jacobse, A, Laat maar zien, uitgeverij Wolters-Noordhoff ( ISBN 978-90-01-70233-5, derde druk)

Muziek:
Lei, R. v.d. en Haverkort, F., Muziek Meester, uitgeverij Thiemen-Meulenhoff (ISBN 90-06-81062-2)


Lei, R. v.d. en Haverkort, F. en Noordam, L. Muziek: Eigen-wijs, liedbundel voor het basisonderwijs, uitgeverij Thiemen-Meulenhoff (ISBN 978-90-80497160).
Eindopdracht
Tijdens de lessen zijn er verschillende nieuwe media kunstwerken en fragmenten beschouwd. Je kiest zelf een kunstwerk met Nieuwe Media als kunstzinnig medium of een kunstwerk waarin de werking van Nieuwe Media centraal staat OF je gebruikt een van de voorbeelden uit de lessen. Je ontwerpt daarmee een opdracht. Je maakt een lesopzet en schrijft een aanvullende tekst.
Je lesopzet voldoet aan:


  • De opdracht gaat over kunstbeschouwing van nieuwe media en een ander kunstwerk.

  • De opdracht duurt 30 min, daarin zit alleen een receptief en reflectief deel.

  • in de lesopzet zijn activerende werkvormen opgenomen.

  • Je omschrijft de specifieke leerdoelen van de opdracht.

Bij de lesopzet voeg je een tekst waarin de opdracht beschreven staat. Deze tekst bestaat uit min. 400 woorden en max. 700 woorden. De tekst voldoet aan de volgende criteria:




  • Waarom dit kunstwerk relevant is voor de doelgroep

    • Beschrijving met welk doel deze twee kunstwerken in de opdracht samen komen en wat je daarmee aan de kinderen wil leren.

  • Je geeft 2 Argumenten waarom deze opdracht aansluit bij jouw visie over media-educatie en verwijst daarbij naar 2 bronnen. (verwijzing in de tekst)



Beoordeling van de eindopdracht

Halverwege de module is er een verplicht feedback moment op 1 maart 2013. Je levert een schets van je opdracht in. Deze feedback verwerk je in de definitieve versie van de eindopdracht.

De feedback en je in tweevoud geprinte opdracht neem je mee naar de laatste les. In een groep van 3 beoordeel je elkaars opdracht aan de hand van het beoordelingsmodel.
Inleverdatum

Je neemt de lesopzet en tekst in tweevoud mee naar de laatste les.


Beoordelingsmodel


Criteria

Punten

Feedback

Behaalde punten

De ontworpen opdracht:

Totaal 3







Kunstbeschouwing van Nieuwe Media

1







reflectief en receptief deel van in totaal 30 min

1







Reflectieve en receptieve werkvormen versterken elkaar

2







Leerdoelen helder omschreven

2







Uitleg tekst:

Totaal 12







Heldere uitleg waarom voor dit kunstwerk is gekozen en wat de verbinding is.


2







Het is duidelijk wat door de combinatie van kunstwerken aan de kinderen wordt geleerd

2







2 duidelijke argumenten benoemd op basis van 2 bronnen.

4







bonuspunt:

Originaliteit van zelfgekozen kunstwerk



1







Totaal aantal punten is 14.

verdeelsleutel: (9/14*aantal punten)+1






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina