Update of April 2013, for the Emily Dickinson Lexicon



Dovnload 479.06 Kb.
Pagina1/6
Datum22.07.2016
Grootte479.06 Kb.
  1   2   3   4   5   6
– Update of April 2013, for

the Emily Dickinson Lexicon http://edl.byu.edu/introduction.php

Ontwaakt o negen muzen; en vijftien andere gedichten

(Awake ye muses nine; and fifteen other poems)


Gedichten van (Poems of)

Emily Dickinson,


met vertalingen en aantekeningen van (with translations and annotations of)

Geert O. Nijland, Jan P. Zwemer & Ans Bouter


Geredigeerd door (Edited by)

Geert Nijland,


Commentaar is welkom: nijland.geert@hetnet.nl (Comments are welcome)

Inhoud (Contents)



Amerikaanse titels van de gedichten

(American titles of the poems)



Johnson / Franklin nummers

(Johnson / Franklin numbers)



Jaar

(Year)


Vertalingen

(Translations)



Vertaal-suggest.

(Transl. suggest.)



Aantekeningen

(Annotations)



Pagina

(Page)


Inleiding (Introduction)

Through lane it lay ─ thro' bramble ─

Nature rarer uses yellow

The Robin's my Criterion for Tune ─

Four Trees ─ opon a solitary Acre ─

Awake ye muses nine

Sic transit gloria mundi

I have a Bird in spring

Sleep is supposed to be

What is ─ "Paradise"

I held a Jewel in my fingers –

Some keep the Sabbath going to church

The Work of Her that went

Trusty as the stars

"Morning" – means – "Milking"

Magnum bonum,

The Dog is the noblest work of Art, sir.


J9 / F43


J1045 / F1086

J285 / F256

J742 / F778

J1 / F1


J3 / F2

J5 / F4


J13 / F35

J215 / F241

J245 / F261

J324 / F236

J1143 / F1159

J1369 / F1415

J300 / F191

L 34 (letter 34)

L 34 (letter 34)


1858


1865

1861


1863

1850


1852

1854


1858

1861


1861

1861


1869

1876


1863

1850


1850

GON

GON, JPZ


GON, JPZ

GON


GON, JPZ

GON


GON

GON


GON, JPZ

GON, AB


GON, AB

GON, JPZ


GON, JPZ

GON, JPZ

GON, AB

GON


GON

JPZ


JPZ, AB


JPZ, AB


JPZ

JPZ, AB


JPZ

JPZ, AB


CLH






GON, JPZ


GON

GON


GON,

GON, AB


GON, JPZ

GON, JPZ


GON, JPZ, CHL

GON, JPZ, AB

GON, AB

GON, JPZ, CLH



GON, JPZ, CHL

GON, JPZ, CHL

GON, AB

GON


GON

3

4-6


7-8

9-11


12-14

15-18


19-23

24-25


26-28

29-32


33-35

36-39


40-42

43-47


48-50

51-53


51-53

Literatuur (References)
















54-56

GON = Geert O Nijland; JPZ = Jan P Zwemer; AB = Ans Bouter; CLH = Cynthia L Hallen;





Inleiding.

Dit is al weer de derde verzameling vertalingen van Emily Dickinson die Geert Nijland en Jan Zwemer, nu ook met bijdragen van Ans Bouter, publiceerden. De voorgaande bundels verschenen bij de internetuitgeverij Boekscout.nl . Het zijn: "In Ovens groenbakt onze Moedermet Vuren van de Zon", verschenen in januari 2012 en "Dit komt er van mijn Boerderij / The Products of my Farm are these", verschenen in februari 2013. De laatstgenoemde bundel is volledig tweetalig (gedichten zowel als commentaren). Hetzelfde geldt voor deze verzameling met de titel "Ontwaakt o negen muzen; en veertien andere gedichten / Awake ye muses nine; and fourteen other poems". De voorloper van deze verzameling stond reeds bijna een jaar op de website van de Emily Dickinson Lexicon. De nieuwe versie is echter niet alleen gecorrigeerd, maar eveneens uitgebreid. De uitbreidingen betreffen: (a) twee andere gedichten van Emily Dickinson, (b) drie nieuwe vertalingen van Ans Bouter (voor andere vertalingen in het Nederlands van haar zie http://www.ansbouter.nl



Behalve vertalingen gaf Ans Bouter ook suggesties voor mogelijke verbeteringen van de vertalingen van Geert Nijland, op zijn verzoek, evenals Jan Zwemer dat eerder ook al deed. Deze suggesties nam hij vaak wel en soms niet over. Tenslotte gaf Ans Bouter in e-mail discussies mogelijke interpretaties van duistere passages in de Dickinson gedichten, net zoals Geert Nijland en Jan Zwemer dat ook ruimschoots deden. De ervaringen met de mogelijkheden om verbeteringsvoorstellen te doen bij vertalingen in een totaal andere vertaalstijl dan die van jezelf werden verkend. De resultaten zijn positief. Dat de stijlen van Nijland, Zwemer en Bouter wel degelijk zeer verschillend zijn kunnen vooral de Nederlandstalige lezers duidelijk zien. Wij hebben de indruk dat het goed mogelijk is om je eigen vertaalstijl 'overeind te houden', en toch veel van anderen te leren, mits dezen bereid zijn om een beetje in de huid van die ander te kruipen. In de inhoudsopgave is te zien welke bijdragen de verschillende vertalers hadden bij elk gedicht en bij de verklarende teksten.

Introduction.
This is the third collection of translations of Emily Dickinson which Geert Nijland and Jan Zwemer have published, but now also with contributions from Ans Bouter,. The previous collections were issued by the web publishing company Boekscout.nl. They are: "In Ovens groenbakt onze Moedermet Vuren van de Zon (In Ovens greenour Mother bakes with Fires of the Sun)", published in January 2012, and "Dit komt er van mijn Boerderij (The Products of my Farm are these)", published in February 2013. The last mentioned collection is fully bilingual (poems as well as comments). The same applies to this internet collection entitled "Ontwaakt o negen muzen; en veertien andere gedichten (Awake ye muses nine; and fourteen other poems)". The forerunner of this collection has been for almost a year on the website of the Emily Dickinson Lexicon. The new version has not only been corrected, but has been extended too. The enhancements include: (a) two other poems of Emily Dickinson, (b) three new translations by Ans Bouter (for other Dickinson translations of hers in Dutch see http://www.ansbouter.nl. Besides translations, Ans Bouter also gave suggestions for possible improvements of Geert Nijland's translations. Jan Zwemer had also done this previously. The suggestions he often followed, but not always. By e-mail she gave also possible interpretations of obscure passages, as Geert Nijland and Jan Zwemer also amply did. The possibility for improvement of translations with others that are in a totally different style than your own were explored. The results were positive. Particularly Dutch readers can clearly see that the styles of Nijland, Zwemer and Bouter are very different. We get the impression that it is possible to keep up your own translational style, and yet learn much from others – provided they are willing to step a little into the shoes of the other. In the table of contents may be seen what contributions the various translators had to each poem and to the explanatory texts.

J9 / F43 (1858)



Through lane it lay ─ thro' bramble ─

Through clearing and thro' wood ─

Banditti often passed us

Opon the lonely road.


The wolf came peering curious ─

The Owl looked puzzled down ─

The serpent's satin figure

Glid stealthily along,


The tempests touched our garments ─

The lightning's poinards gleamed ─

Fierce from the Crag above us

The hungry Vulture screamed ─


The Satyrs fingers beckoned ─

The Valley murmured "Come" ─



These were the mates ─

This was the road

These Children fluttered home.


Emily Dickinson

't Was de laan door ─ tussen bramen ─

Voorbij de open plek in 't bos ─

En op de afgelegen weg

Passeerden schurken ons ─


De wolf kwam nieuwsgierig gluren ─

De Uil keek verbaasd omlaag ─

De gestalte van de slang

Gleed stiekem bij ons langs,


Messcherpe bliksems flitsten ─

De storm raakte onze kleren ─

Wreed van de Rots erboven

Kresen hongerige Gieren ─


De hand van de Sater wenkte ─

"Kom", zei het dal, ─ niet pluis ─



Dit waren de maten ─

Dit was de weg

Wij Kinderen vluchtten naar huis.


Vertaling Geert Nijland

Langs braambossen en paden

voerde hij, langs bos en veld.

Rovers zagen wij daar ook,

op die afgelegen weg.

 

Nieuwsgierig loerde er de wolf.



Verbaasd blikte de uil.

Slinks slierend heeft de slang

er zacht ons pad gekruist.

 

De kleren fladd’rend in de storm



ontweken we ’t weerlicht hel.

Hoor! Boven op de rotspunt

de gier. Die lust ons wel.

 

Joosje wenkte met zijn hand. (a)



Het dal murmelde: Kom.

Deze vriendjes waren het

en deze zelfde weg

waarop wij stoven – terug.
Vertaling Jan Zwemer


Sources (Bronnen): Bianchi, 1924, p. 83 – 84;

Franklin, 1998, p. 95 – 96; Franklin, 1981, Fascicle 2 (A 80-1/2)






Andere vertalers:

Swahn, 1986; Borum, 1984


(a) Joosje: duivel; Jan Zwemer vermoedt dat 'Joosje' eerder in Zuid-Nederland dan in Noord-Nederland wordt gebruikt.

Volgens de website http:///www.onzetaal.nl komt 'Joosje' van 'Joos' (evenals 'Joost' in de uitdrukking 'Joost mag het weten'). Joos betekent duivel en gaat terug op een aanduiding voor een Chinese godheid. Het woord Joos werd door de Hollanders op Java gehoord en kwam zo in de Nederlandse taal terecht. Nog verder terug in de tijd zou Joos afkomstig zijn van het Portugese 'Deos' = God. We moeten daarbij bedenken dat de god van de ene religie vaak de duivel van de andere is. En mogelijk is er ook een relatie met 'Jovis', de Romeinse oppergod Jupiter.
Niet elk gedicht hoeft beslist altijd metaforisch gelezen te worden. Ik houd het erop dat het in dit gedicht de eerste plaats om een fantasierijke vertolking gaat van de angsten die de dichteres in haar jeugd beleefde bij haar zwerftochten met speelgenoten door de natuur in de buurt van Amherst. Het is voor de hand liggend dat de dichteres deze angsten hier uitvergroot. In de literatuur echter (Preest, 2010, p. 4), wordt dit gedicht ook metaforisch geduid – zoals het verhaal in Pilgrims Progress van John Bunyan: de zwerftocht van de kinderen door het bos in het gedicht staat dan voor de levensreis naar het hiernamaals in het boek van Bunyan. De ontmoetingen met bandieten, saters, wolven, uilen, slangen, stormen, bliksem en krijsende gieren zouden de verzoekingen van de duivel voorstellen. De vlucht naar huis is dan de aankomst bij de hemelpoort na het doorlopen van de gevaarlijke levensweg. Uit het gedicht krijg je echter niet de indruk dat er veel verlokkingen waren – de kinderen waren alleen maar bang.
Andere duidingen: Preest

(a) Joosje: Dutch for 'devil'; Jan Zwemer says that 'Joos(je)' may be used more in the south than in the north of the Netherlands.

According to the website http:///www.onzetaal.nl Joosje comes from 'Joos' (just like 'Joost' in the Dutch phrase 'Joost mag het weten' = 'Joost may know'). 'Joos' means 'devil' and goes back to a name for a Chinese deity. The word Joos was heard by the Dutch on the isle of Java and so turned up later in the Dutch language. Still further back in time 'Joos' could have come from the Portuguese 'Deos' = God. It could be suggested that the god of one religion is often the devil of the other. Another possibility there is that there is a relationship with 'Jovis', the Roman supreme deity Jupiter.
Not every poem needs to be read metaphorically always. In the first place I see this poem as an imaginative rendering of the fears of the poet during her childhood, while wandering in nature with playmates near Amherst. It is obvious that the fears of the child have been magnified here. In literature, however, (Preest, 2010, p. 4) this poem is also interpreted metaphorically – like the story in Pilgrims Progress of John Bunyan: The wandering of the children through the wood in the poem stands for the pilgrimage to the hereafter in Bunyan's book. The confrontation with bandits, satyrs, wolves, owls, snakes , storms, lightning and screaming vultures may represent the temptations of the devil. The flight home is the arrival at heaven's gate after the completion of the dangerous pilgrimage.

However, one does not get the impression from the poem, that there were many enticements – the children were only afraid.


Other interpretations: Preest

J1045 / F1086 (1865)



Nature rarer uses yellow

Than another hue;

Saves she all of that for sunsets, ─

Prodigal of blue, (a)


Spending scarlet like a woman, (b)

Yellow she affords

Only scantly and selectly,

Like a lover's words. (c)


Emily Dickinson

Natuur heeft het niet zo op Geel

Als op and're Tinten ─

In 't Avondlicht gebruikt zij gul

Geel in plaats van Blauw


Zoals een Vrouw, verkwist zij Rood

Geel slechts selectief

En met de grootste spaarzaamheid

Als Woorden voor een Lief ─


Geert Nijland

Van alle tinten der Natuur

biedt zij ons geel het minst,

behalve bij zonsondergang

als geel het blauw verslindt.


Rood doet zij het liefste op

─ echt vrouwelijk ─ maar geel

dat is als minnekoosgevlei:

kortdurend, niks teveel.


Jan Zwemer

Sources (Bronnen): Higginson & Todd, 1891, p. 152;

Franklin, 1998, p. 946; Franklin, 1981, Set 6b.

Bron van deze twee Nederlandse vertalingen en Nederlandse annotaties: Nijland & Zwemer, 2012, p. 64 – 67.

Andere vertalingen in Germaanse talen:

Verstegen, 2011, Kjær, 1984





(a) Prodigal of blue: letterlijk 'verkwister van blauw'. Bedoeld wordt dat bij zonsondergang de kleur blauw van de onbewolkte hemel vervangen wordt door geel. Jan Zwemer vertaalt hier zo mooi met "als geel het blauw verslindt".

(b) scarlet: scharlakenrood. Verstegen noemt hier de associatie van rood met de zonde van "de hoer van Babylon", die in scharlaken gekleed was (Openbaring 17:3 – 4). Een andere associatie die Verstegen noemt is de menstruatie van de vrouw.

(c) Like a lover's words: Een overdrachtelijke interpretatie van het gedicht lijkt niet direct voor het oprapen. In de laatste regel wordt wel een verwijzing gemaakt naar de meestal uiterst schaarse (maar voldoende) bewoordingen waarin wij de genegenheid voor onze meest dierbaren laten blijken.


"Een gedicht waarin in een of twee vaardige streken het gewone in een vreemd onthullend licht wordt getoond", aldus Sewall (1974).

Higginson & Todd hebben dit gedicht in hun Poems, Second Series opgenomen in het hoofdstuk Nature.
Andere duidingen: Preest
(a) Prodigal of blue: literally 'waster or spender of blue', indicating that at sunset the color blue of the cloudless sky is replaced by yellow. Jan Zwemer nicely translates with "als geel het blauw verslindt" (as yellow devours blue).

(b) scarlet: in Dutch: scharlakenrood. Verstegen mentions here the association of red with the sin of the "whore of Babylon", who was dressed in scarlet (Revelation 17:3 – 4). Another association which Verstegen mentions is the woman's menstruation.

(c) Like a lover's words: A metaphorical interpretation of the whole poem does not seem likely here. In the last line, a reference is made to the usually extremely scarce (but adaquate) terms with which we express the affection for our most loved ones.


"A poem in which 'The familiar', in one or two deft strokes, is shown in odd and revealing light", said Richard Sewall (1974).

Higginson & Todd have included this poem in their Poems, Second Series in the chapter Nature.


Other interpretations: Preest

J285 / F256 (1861)



The Robin's my Criterion for Tune, ─ (a)

Because I grow ─ where Robins do ─

But, where I Cuckoo born,

I'd swear by him ─

The ode familiar ─ rules the Noon ─

The Buttercup's, my whim for Bloom ─ (b)

Because, we're Orchard sprung ─

But, were I Britain born,

I'd Daisies spurn ─
None but the Nut ─ October fit ─ (c)

Because ─ through dropping it,

The seasons flit ─ I'm taught ─

Without the Snow's Tableau

Winter, were lie ─ to me ─

Because I see ─ New Englandly ─

The Queen, discerns like me ─ (d)

Provincially ─


Emily Dicinson

De Roodborst is mijn Norm voor Toon ─

Omdat ik woon ─ waar de Roodborst woont ─

Was ik een Koekoeksjong ─

'k Hoorde bij hem ─

De eigen wijs ─ regeert de Noen ─

Bij Bloei, denk ik aan Boterbloem ─

Omdat, ik uit de Boomgaard stam ─

Als, ik uit Engeland kwam,

'k Verachtte de Meizoen ─
Oktober past ─ alleen de Noot ─

Als de boom ─ hem verstoot,

Vliedt het seizoen ─ zo leerde ik ─

Bij Winter ─ hoort het Wit ─

Hem past geen and're Snit ─

Ik kijk met ─ 'Nieuw-Engelse' zin ─.

Provinciaal ─ kijkt net als ik ─

De Koningin ─


Vertaling Geert Nijland (na lezing van Kübler en met vertaalsuggesties van Ans Bouter)

De zang van de Roodborst-lijster (van de USA) is mijn norm voor melodie, / omdat ik opgegroeid ben in zijn leef-gebied. / Als ik bij de koekoek geboren was / dan zou ik bij hem zweren. / De vertrouwde wijs bepaalt het hoogtepunt van de dag. /

De (Amerikaanse) boter-bloem is mijn 'gril' wat bloe-men betreft, / omdat ik die ken uit mijn boomgaard (in Amherst). / Als ik uit Engeland kwam, / zou ik de

made-lieven (de Amerikaanse 'daisies') verachten. //
Alleen de noot past bij oktober. / Aan het vallen van zijn vruchten, / ziet men de seizoenen verlopen / (anders dan in de tropen, waar vruchten het jaar door rijp worden).

Zonder sneeuw / zou winter geen winter zijn /

(in Ierland b.v. ken je de winter aan de regen).

Dit alles omdat ik met 'Nieuw-Engelandse blik' kijk. / Zelfs de koningin heeft een 'provinciale' kijk op de wereld (anders bijvoorbeeld als een loodgieter).


Prozavertaling Geert Nijland, (met extra informatie en speculaties; zie ook de voetnoten).

Sources (Bronnen): Bianchi & Hampson, 1929, p. 60; Franklin, 1998, p. 276;

Franklin, 1981, Fascicle 11 (H 32).






Andere vertalingen in Germaanse talen: Gunhild Kübler, 1999

Zowel Jan Zwemer als Ans Bouter tekenen bij dit gedicht aan dat er nogal wat onduidelijkheden in voorkomen. Jan Zwemer vraagt zich af wat "the ode familiar rules the noon" betekent. Ans Bouter denkt daarbij aan een figuurlijke duiding, zoiets als 'het bekende lied vormt het hoogtepunt van de dag'. Volgens Ans Bouter is het ook verre van duidelijk wat de laatste drie regels betekenen. Voor een mogelijke theorie zie echter voetnoot (d).
(a) Robin: De robin in dit gedicht is niet het Engelse (en Europese) roodborstje (Erithacus rubecula), maar de Amerikaanse 'roodborst-lijster' (Turdus migratorius) – een vogel die ongeveer zo groot is als de Europese lijsters. Anders dan de Europese roodborst (die het hele jaar door zingt) is de Amerikaanse roodborstlijster een trekvogel, die alleen in het zomerseizoen te horen is en in het zeer vroege voorjaar uit de overwinteringsgebieden naar zijn broedgebied terugkeert. Omdat ED in dezelfde streek is opgegroeid als deze 'roodborstlijster' bepaalt het geluid van juist die vogel haar gevoel voor vogelzang (net zoals de merel dat voor de Europeanen doet). De (Amerikaanse) koekoek doet dat waarschijnlijk niet, omdat deze niet zo algemeen in haar boomgaard gehoord werd ("de vertrouwde ode – regeert de middag"). Emily refereert naar het feit dat zij als kind veel tijd in de boomgaarden van haar ouders heeft doorgebracht.

(b) Buttercup: Hetzelfde geldt voor de planten. De 'boterbloem' (niet een Europese) is voor haar het archetype van de bloeiende planten. Was ze in Engeland geboren, in plaats van in Nieuw Engeland, dan zou ze het 'Amerikaanse madeliefje' (Bellis integrifolia) verachten – {maar ze zou dan mogelijk wel zweren bij het Europese madeliefje (Bellis perennis) en de Europese boterbloemen (Ranunculus acris and repens)}.



(c) None but the Nut ─ October fit ─: Met de seizoenen is het al niet anders. Zo is de noot een typisch symbool van de herfstsfeer, terwijl een winter zonder sneeuw geen winter mag heten. Dit alles omdat ze een 'Nieuw-Engelandse kijk' op de wereld heeft. Een Ier zou de winter niet met sneeuw, maar met regen, mist en wind associëren.

(d) Because I see ─ New Englandly ─: Terecht wordt er door David Preest (2010, p. 91) voor gewaarschuwd om niet de laatste drie regels als bij elkaar horend te zien. De eerste van die drie laatste regels is de samenvatting van alle voorgaande. In de beide laatste regels wordt het onderliggende principe van de voorgaande regels uitvergroot in de constatering dat zelfs de koningin haar eigen 'regionale ontologie' heeft. Hierbij moet worden bedacht dat de term 'regionale ontologie' in de 20e eeuw in de fenomenologische sociale filosofie een ingeburgerd begrip is geworden, waarbij het woord 'regionaal' een veel ruimere betekenis heeft dan alleen maar 'de steek betreffende'. Zelfs de koningin, die in de hele wereld thuis is, en dus best wel een ruime blik heeft, ziet de wereld toch ook 'provinciaal', namelijk 'als koningin' en niet bijvoorbeeld 'als timmerman'. Emily Dickinson ontpopt zich in dit gedicht als een relativiste (een relativiste avant la lettre).


Both Jan Zwemer and Ans Bouter note that there are quite a few ambiguities occurring in this poem. Jan Zwemer wonders what "the ode familiar rules the noon" means. Ans Bouter thinks of a figurative interpretation, something like 'the familiar song is the highlight of the day'. She also finds it far from clear what the last three lines mean. For a possible theory, however, see footnote (d).
(a) Robin: The robin in this poem is not the English (and European) robin (Erithacus rubecula), but the American robin (Turdus migratorius) – a bird about the size of the European thrush. Unlike the European robin (who sings throughout the year), the American robin is a migratory bird, heard only in the summer season and who returns in very early spring from its wintering areas to its breeding grounds. Seeing that ED was brought up in the same region as the American robin, the sound of just that bird determines her sense of birdsong (just as the blackbird does for the Europeans). The (American) cuckoo probably has not the same effect on her, because it was not as commonly heard in her orchard ("the ode familiar – rules the Noon"). Emily refers to the fact that she spend much time in her parents' orchard during her childhood.

(b) Buttercup: The same applies for the plants. The 'buttercup' (not a European) is for her the archetype of blooming plants. Were she born in England, instead of New England, then she would despise the 'American daisy' (Bellis integrifolia) – {but then she might possibly swear by the European daisy (Bellis perennis) and the European buttercups (Ranunculus acris and repens)}.



(c) None but the Nut ─ October fit ─: It is no different with the seasons: The nut is a typical symbol of the autumn atmosphere, while a winter without snow may not be called winter. All this because she has a 'New England perspective' on the world. An Irishman would not associate the winter with snow, but with rain, fog and wind.

(d) Because I see ─ New Englandly ─: Rightly David Preest (2010, p. 91) warns us not to see the last three lines as matched. The first of these three lines is a summary of all the previous lines. In the last two lines the underlying principle is magnified in the observation that even the queen has her own 'regional ontology'. Herewith we must remember that the term 'regional ontology' has become an established concept in 20th century phenomenological social philosophy, in which the word 'regional' has a much broader meaning than just 'concerning the region'. Even the queen, who is at home in the whole world, and so has quite a broad view, still sees the world 'provincially', namely 'as a queen' and not, for example, 'as a carpenter'. Emily Dickinson emerges in this poem as a relativiste (a relativiste avant la lettre).



J 742 / F 778 (1863)



Four Trees ─ opon a solitary Acre ─ (a)

Without Design

Or Order, or Apparent Action ─

Maintain ─

 

The Sun ─ opon a Morning meets them ─



The Wind ─

No nearer Neighbor ─ have they ─

But God ─

 

The Acre gives them ─ Place ─ (b)



They ─ Him ─ Attention of Passer by ─

Of Shadow, or of Squirrel, haply ─

Or Boy ─

 

What Deed is Their's unto the General Nature ─



What Plan (c)

They severally ─ promote ─ or hinder ─

Unknown ─

 

Emily Dickinson




Vier Bomen ─ op een eenzaam Veld ─

Zonder Ontwerp

Of Orde, of Duidelijke Actie ─

Staan sterk ─

 

Op een Ochtend ontmoet hen de Zon ─



De Wind ─

Geen naaste Buurman ─ hebben zij ─

Dan God ─

 

Het Veld geeft hen hier ─ Plaats ─



Zij ─ Hem ─ Aandacht van een Passant ─

Een Schaduw, een Eekhoorn, of misschien ─

Een Vent ─

 

Wat Hun Nut is voor de Natuur in 't Algemeen ─



Welk Plan

Zij elk apart ─ vertragen ─ of versnellen ─

Is onbekend ─
Vertaling Geert Nijland


een es waarop vier bomen staan

verband- en doelloos, geen verkeer

zij houden er slechts

stand


 

’s ochtends kust hen net de zon,

de wind

geen nabuur nader hen



dan God

 

de es voorziet hen van een plek



zij hem van aandacht van de mens,

van schaduw, eekhoorntjes misschien,

een knaap ─ een ogenblik

 

elks bijdrage aan de natuur



blijft onvermeld

welk plan zij dienen of juist niet

is onbekend
Vertaling Jan Zwemer


Sources (Bronnen): Todd & Bingham, 1945, p 76; Franklin, 1998, p. 733; Franklin, 1981, Fascicle 37 (H 56).

Bron van deze twee Nederlandse vertalingen en de Nederlandse annotaties: Nijland & Zwemer, 2012, p. 52 – 55.

Andere vertalingen in Germaanse talen:

Nyberg, 1993; Kübler, 1999; Borum, 1984;

Hødnebø, 1995; Jäderlund, 2012.



  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina