Update of April 2013, for the Emily Dickinson Lexicon



Dovnload 479.06 Kb.
Pagina4/6
Datum22.07.2016
Grootte479.06 Kb.
1   2   3   4   5   6

Jan Zwemer wijst erop dat uit de vertalingen ten onrechte de conclusie getrokken kan worden dat de dichteres zich niet tussen de verlosten ziet lopen: "Dat staat nergens. Ze besluit zelfs met de opmerking dat Eden misschien wel minder eenzaam is dan New England. De laatste strofe, met name de twee eerste regels, is één geheel met het voorlaatste couplet. Die zes regels luiden in feite aldus: 'Weet je zeker dat er daar in de lucht een Vader is die oplet, wanneer ik daar ooit zou verdwalen of doe wat de zuster 'sterven' noemt, dat ik niet blootsvoets op de jaspis treed zodat de verlosten om me lachen?' ".


David Preest (2009, p. 66): "Net als in de gedichten J79, J101 en J127 speelt Emily de rol van een Amherst kind, dat vragen stellen over de hemel met zijn 'jaspis vloer'. Moedig concludeert ze dat het, met al die 'verloste mensen' in Eden, wel eens minder eenzaam zou kunnen zijn dan ze het als kind in New England vroeger had.".

Peter Verstegen (2011, p. 480 – 481) heeft een paar mogelijke kandidaten uit de Dickinson literatuur verzameld voor de jij-figuur, waar Emily in de elfde regel van dit gedicht tegen spreekt: "Armand denkt dat het haar vriendin Susan is en Shurr vermoed dat het dominee Wadsworth, de mogelijke geheime geliefde van haar, is.".


Andere duidingen: Kornfeld, Preest
(a) Amherst: residence of the poet in New England.

(b) homesick: variant, 'hungry': Ans Bouter writes: "In the second stanza the question is what Emily Dickinson meant by 'being hungry'. Could it just be 'longing for something' (being unsatisfied with your lot was once considered as 'depraved') or to 'say you are hungry', where there could be no question of real hunger. But I doubt.". The latter possibility Peter Verstegen had apparently in mind. For he translated the line as follows: "Krijg je een standje ─ als je trek hebt?" (Are you scolded – if you're hungry?).

Gunhild Kübler keeps it to hunger: "Schimpfen sie uns ─ wenn wir hungern / Und verpetzen uns beim Herrn" (Scold they us ─ if we are hungry / And click us to the Lord). And Inger Hagerup thinks of homesickness: "Sladrer de til Gud, og skjenner / hvis jeg skulle lengte hjem?" (Do they tell to God, and scold me / if I wish to go home?).

(c) Jasper (in Dutch jaspis): It is a kind of gem. The first grounding stone of New Jerusalem's wall, from the vision of the apostle John, is made of jasper (Revelation 21:19 – 21). Emily presumes in her poetical freedom that the streets are made of jasper. However, it is the first grounding stone of the wall that is made of jasper, not the streets, which are of gold (bible quote: King James Version): "And the foundations of the wall of the city were garnished with all manner of precious stones. The first foundation was jasper; the second, sapphire; the third, a chalcedony; the fourth, an emerald; The fifth, sardonyx; the sixth, sardius; the seventh, chrysolite; the eighth, beryl; the ninth, a topaz; the tenth, a chrysoprasus; the eleventh, a jacinth; the twelfth, an amethyst. And the twelve gates were twelve pearls; every several gate was of one pearl: and the street of the city was pure gold, as it were transparent glass.".



(d) the many quotes: Most interpreters agree pretty much that Emily is being ironic in this poem. Setting up her child's voice would be her way of expressing herself subversively, by naive reproduction of literal interpretations of the Bible by teachers, ministers and other important people. The use of many quotation marks here can also be seen in this light. Ans Bouter: "I think Emily Dickinson wanted to raise with her questions the certainty with which others in her community spoke about heaven. How do you come to know this? And are there only just 'farmers'? And are they only just 'howing'?".

With childlike curiosity the poet poses questions about the nature of Heaven. She is not primarily interested in the material features of the place, but in the more earthly and social things that rural children are usually busy with: Do you meet there farmers with hows? Do they wear new shoes there? Is it pleasant to be there? Are children scolded? Will children tell tales about others to God? Or may she be laughed at by them? Emily has many questions about Heaven. Those questions also arise in some of her other poems about Heaven, like Will there really be a 'morning'? (J101 / F148), where the longing for Heaven predominates, and in Going to heaven! (J79 / F128), in which her disbelief in, and resistance against, Heaven prevails. However this poem What is ─ 'Paradise', ends again with Emily's 'benefit of the doubt', saying that the 'New Jerusalem' might be less lonesome than 'New England always was'.


Jan Zwemer points out that the translations might wrongly lead to the conclusion that the poet does not see herself walking among the redeemed. Zwemer: "That is nowhere in the poem. She even concludes with the remark that Eden might be less lonely than New England. The last stanza, especially the first two lines, is an integral part of the penultimate stanza. These six lines say in effect: 'are you sure that there is a Father in the sky who pays attention, if I ever should get lost there or do what the nurse calls 'dying', and that I don't need to go barefoot on the jasper, making the redeemed laugh at me?' ".


David Preest (2009, p 66): "As in poems J79, J101 and J127 Emily plays the role of an Amherst child, wondering and asking questions about heaven with its ‘jasper floor,’ and bravely concluding that, with all the ‘ransomed folks’ in Eden, she may be less lonely there than as a child in New England.".




Peter Verstegen (2011, p. 480 – 481) has collected a few possible candidates from the Dickinson literature for the 'you', which Emily quotes in the eleventh line of this poem: "(...) Armand thinks that it is her friend Susan, and Shurr suspects that it is the Reverend Wadsworth, her possible secret beloved.".

Other interpretations: Kornfeld, Preest.

J245 / F261 (1861)

I held a Jewel in my fingers ─

And went to sleep ─

The day was warm, and winds were prosy ─

I said "'Twill keep" ─


I woke ─ and chid my honest fingers,

The Gem was gone ─

And now, an Amethyst remembrance

Is all I own ─


Emily Dickinson

Een Juweel hield ik in mijn vingers ─

En viel in slaap ─

De dag was warm, en saai de winden ─

Ik zei "Het blijft" ─


'k Werd wakker ─ gispte mijn brave hand,

De Steen was weg ─

Nu is, herinnering aan Amethist

Al wat mij rest ─


Vertaling Geert Nijland

Met het juweel nog in mijn handen

Viel ik in slaap

't Was warm die dag en 't bleef maar waaien

Ik zei: "'t Houdt aan"


'k Stond op en moest mijn hand vermanen

't Juweel was weg

Het amethist nog bij me wanen

Is wat mij rest


Vertaling Ans Bouter

Sources (Bronnen): Higginson & Todd, 1891, p. 106; Franklin, 1998, p. 280; Franklin, 1981, Fascicle 11 (H 35).




Andere vertalingen in Germaanse talen:

Verstegen, 2011; Hagerup, 1977



Higginson & Todd gaven het gedicht de titel The lost Jewel.


Verschillende interpretaties van dit gedicht worden door de auteurs genoemd (Verstegen, 2011, p. 486 en Preest, 2010, p. 77). Onderstaand een verkorte samenvatting daarvan en een aanvulling:

*) Een interpretatie zonder diepere betekenis – niet erg waarschijnlijk: De dichter is in slaap gevallen en is een edelsteen van amethist kwijtgeraakt (verloren of gestolen?). Nadat ze wakker werd is er nog slechts een "herinnering aan amethist". Het is niet duidelijk of het een waardevolle of juist relatief goedkope edelsteen betrof. Want wat is het geval: Amethist (paars kwarts) is nu een vrij goedkoop mineraal. In de oudheid, echter, was het juist zeer kostbaar. Pas vanaf de achttiende eeuw is dit mineraal steeds minder kostbaar geworden vanwege de toegenomen gevonden voorraden. Gaat Emily Dickinson uit van de recente lage waarde of van de antieke hoge waarde. In Openbaring 21 is de twaalfde en laatstgenoemde funderings-steen van de muur van het Hemelse Jeruzalem van Amethist gemaakt (Preest, 2010, p. 77). Als, echter, die laatste plaats in de volgorde al met de waarde te maken had, dan was dat waarschijnlijk niet omdat amethist zo goedkoop was, maar eerder omdat het zo duur was. Het is wel zeker dat Dickinson de tekst uit Openbaring kende, want ze noemt elders Openbaring het "juwelen hoofdstuk', en ook in het vorige gedicht What is – "Paradise" komen edelstenen uit Openbaring voor (Jaspis). Maar of Emily iets wist over de waardevermindering van amethist blijft een onbeantwoorde vraag.

**) Het verhaal van het juweel is 'de gelijkenis van een verloren vriend' (haar vriendin Susan Dickinson?, of de 'Master'?). Dan is de strekking van het gedicht ook duidelijk: Alleen de herinnering is nog over, nadat de vriend(in) is vertrokken.

***) Het juweel staat voor zinnen, regels of rijmen van gedichten die Emily ('s nachts?) had bedacht en waarvan ze dacht dat zij ze wel zou kunnen onthouden. Door minder plezierige omstandigheden, of prozaïsche bezigheden zoals het huishouden ("de dag was warm en saai de winden") vergat zij ze en nu heeft ze alleen nog de "herinnering" over van die mooie regels die ze niet kan reproduceren.

****) Mogelijk is het nauwelijks relevant waar het juweel naar verwijst. Ans Bouter schrijft: "(...) Waar het precies over gaat is onduidelijk, maar dat maakt eigenlijk niet uit. Je hebt iets dat je zó waardevol vindt dat je het zelfs in je slaap bij je wilt houden en zonder enige kwaaie bedoeling – de vingers kunnen er ook niets aan doen – blijkt het als je wakker wordt weg te zijn. (Ik vond: “t Juweel was weg', met drie w’s wel mooi aansluiten bij 'the gem was gone’). Het woord ‘onschuldig’ kon ik helaas niet goed [in de vertaling] kwijt. Maar je vingers iets verwijten of ze vermanend toespreken is op zich al bizar genoeg, zou je wel kunnen zeggen.".
Andere interpretaties: Kornfeld, Preest

Higginson & Todd titled the poem The lost Jewel.


Different interpretations of this poem are mentioned by the authors (Verstegen, 2011, p. 686 and Preest, 2010, p. 77). Below a short summary of them:

*) An interpretation without deeper meaning – not very likely: The poet has fallen asleep and has got rid of an amethyst gemstone (lost or stolen?). When she woke up only a "remembrance of amethyst" is left. It is not clear if it concerns a valuable or a relatively cheap gemstone. For what is the case: Amethyst (purple quartz) is now a rather cheap mineral. In antiquity, however, it was very costly. Only since the eighteenth century has this mineral become less and less valuable, because of the increasing stocks that have been found. Does Emily Dickinson mean the more recent low value, or the higher value in antiquity? In Revelation 21 the twelfth and last mentioned ground stone of the wall of the celestial Jerusalem was made of Amethyst (Preest, 2010, p. 77). If, however, that last position in the ranking has anything to do with value, it was not because amethyst was so cheap, but rather because it was so expensive. We presume that Dickinson knew the text of Revelation, because elsewhere she mentions Revelation as the "gem chapter". And also in the previous poem What is – "Paradise" gemstones from Revelation occur (Jasper). But whether she knew about the previous and present value of amethyst remains an unanswered question.

**) The story of the jewel is 'the metaphor of a lost friend' (Susan Dickinson?, or the 'Master'?). Then the meaning of the poem is clear: Only the memory remains after her friend has left.

***) The jewel stands for sentences, lines or rhymes of poems that came to mind (during the night?), and which she thought she could remember. However during less pleasant circumstances or prosaic pursuits as housekeeping ("the day was warm, and winds were prosy") she forgot them and now she only has the "remembrance" of those good lines, which she cannot reproduce.

****) Maybe it is hardly relevant to what the jewel refers. Ans Bouter writes: "(...) What it is all about is unclear, but it does not really matter. You have got something that you find so valuable that you want to keep it with you, even in your sleep, and without any wicked intention – the fingers cannot help – it appears gone when you wake up. (I thought: “t Juweel was weg', with three w's nicely fit 'the gem was gone'). the word 'innocent' unfortunately I could not place [in the translation]. But you could say, to blame your fingers or address them admonishing is already bizarre enough.".
Other interpretations: Kornfeld, Preest
J324 / F236 (1861)

A SERVICE OF SONG

Some keep the Sabbath going to church (a)

I keep it staying at home,

With a bobolink for a chorister, (b) (c)

And an orchard for a dome. (d)
Some keep the Sabbath in surplice; (e)

I just wear my wings,

And instead of tolling the bell for church,

Our little sexton sings.


God preaches, — a noted clergyman, —

And the sermon is never long;

So instead of getting to heaven at last, (f)

I 'm going all along!


Emily Dickinson

MIJN ZONDAG (of zonder titel)

Sommigen — gaan 's Zondags — naar de kerk —

Ik — blijf op — Zondag Thuis —

Met een Rijstvogel — als Koorknaap —

Een Boomgaard — als Gods Huis —
Er zijn er — die in Koorhemd gaan —

Ik — sla mijn vleugels uit —

Van onze kleine Klokkenist komt zang —

In plaats van klokgelui —


“God” — preekt er — beroemde Predikant —

En de preek duurt nooit erg lang,

In plaats van naar de Hemel — straks —

Zal ik — steeds — verder gaan!


Vertaling Geert Nijland

ZANGDIENST

Is kerkgang zondagsheiliging voor u?

’k Heilig de zondag thuis.

De rijstvogel mijn koorknaap zingt,

’t oksaal dat is mijn tuin. (g)

 

Het koorhemd? Ach, dat laat ik u.



Mijn vleugels zijn genoeg.

En lokken klokken u het kerkpad op,

mij trekt de koekoekroep.

 

Een goede spreker – God heet hij –



houdt dan een korte preek.

Mag de hemel uw bestemming zijn,

’k verwacht die ook door de week.
 Vertaling Jan Zwemer


Sources (Bronnen): Todd & Higginson, 1890, p. 74; Franklin, 1998, p. 258 – 260; Franklin, 1981, Fascicle 9 (H 84).

Bron van deze twee Nederlandse vertalingen en de Nederlandse annotaties: Nijland & Zwemer, 2012, p. 35 – 39.

Andere vertalingen in Germaanse talen: Verstegen, 2011; Van Santen, 1986; Rothuizen, 1989; Van Strijtem, 2002; Spies, 1995; Vinde, 2010; Kübler, 1999; Svahn – Hallqvist, 1986; Kjær, 1984; Hagerup, 1977.

(a) Sabbath: Het is de vraag of het Nederlandse 'Zondag' een goede vertaling van het Engelse 'Sabbath' is. Als het zo was, zou Emily Dickinson hebben gekozen voor het bestaande woord “Zondag”. De Concise Oxford Dictionary definieert: "Sabbath, ...(ook sabbat dag), christelijke zondag speciaal als dag van verplichte onthouding van werk & spel (hoofdzakelijk in Presbyteriaanse, non-conformistisch, & karakteristiek protestants gebruik, (...)". In een commentaar op onze vertaling van dit gedicht zegt Cynthia Hallen (persoonlijke e-mail-communicatie, 2011): "Het woord 'sabbat' is van een hoger register dan 'zondag' (...), Het komt rechtstreeks van het Hebreeuws in het Oude Testament (Exodus 16:23, 20:8) van de Bijbel. 'de sabbat houden' is een staande uitdrukking in het Engels, inhoudende de heilige dag van verering, terwijl we nooit zouden zeggen 'de zondag houden', omdat zondag alleen maar de eerste dag van de week is uit een seculier gezichtspunt.". Jan Zwemer integreert deze discussie in zijn vertaling door het woord 'zomdagsheiliging' te gebruiken, wat veel meer inhoudt dan alleen maar naar de kerk gaan, en zo dus de frase "keep the Sabbath" erg goed dekt.

(b) bobolink: (rijst)troepiaal (Dolichonyx oryzivorus); De Nederlandse naam is ook 'rijst-troepiaal' of 'rijstvogel', maar deze moet niet verward worden met de Javaanse rijstvogel (Padda oryzivora).

(c) chorister: Van Santen, en ook Rothuizen, vertaalt 'chorister' waarschijnlijk ten onrechte door 'kerkkoor' (Van Santen, 1986, p. 44; Rothuizen, 1989, p. 122). Een 'chorister' is één enkele persoon, een koorleider of een (voor)zanger. Maar soms kunnen in een vertaling andere argumenten zwaarder wegen. De definitie in de USA is (Webster): "Iemand die een koor leidt in de kerkmuziek").

(d) dome: Omwille van het rijm is 'Gods Huis' (Nijland) een aantrekkelijke vertaling voor 'dome', terwijl 'dom' begripsmatig misschien beter zou zijn.

(e) surplice: 'koorhemd' lijkt de beste vertaling. Alle Nederlandse vertalers gebruiken dit woord. Alleen Verstegen (niet in deze verzameling) gebruikt 'koorkleed', een wat verhevener term.

(f) So instead of getting to heaven at last, I 'm going all along!: De meeste vertalers hebben hier hetzelfde gekozen, namelijk dat 'een hemel op aarde' te verkiezen is boven 'het vertoeven in de hemel'. Een andere mogelijkheid is (vertaling Nijland) dat de dichter de voorkeur geeft aan 'het voortgaan met alledaagse aardse activiteiten' boven het meer verheven 'naar de hemel gaan'. Verstegen (2011, p. 71) lijkt het daarmee in zijn vertaling eens te zijn.

(g) oksaal (in Jan Zwemers vertaling): orgel galerij, zolder met open voorkant waar de organist zit, en waar vaak ook nog zitplaatsen zijn voor kerkgangers. Nota bene: 'oksaal' is ook een 'koorhek' (choir screen).


Voor een juiste interpretatie van dit gedicht zijn een aantal uitspraken van de dichter in brieven belangrijk, brieven die ongeveer in dezelfde tijd geschreven zijn. Wij citeren en vertalen hiervoor een gedeelte van de tekst van David Preest (2010, p. 106):

"In november 1854 schreef ze aan haar vriendin, mevrouw Holland: "De dominee van vandaag, niet onze eigen, preekte over dood en oordeel, en wat er terecht zou komen van degenen, hij bedoelde Austin (Emily's broer, haakjes Nijland) en mij, die zich niet goed gedroegen – en op de een of andere manier beangstigde de preek mij, en vader en Vinnie (Emily's zuster, haakjes Nijland) leken erg ernstig alsof het allemaal waar was.". Maar in april 1856 schreef ze aan haar neef John Graves: "Het is Zondag nu ─ John ─ en alle anderen zijn naar de kerk ─ de wagens zijn voorbij, en ik ben naar buiten gegaan in het nieuwe gras om naar de liederen te luisteren. Drie of vier Kippen zijn me gevolgd, en we zitten naast elkaar.", en voor de rest van haar leven was zij een van degenen die de sabbat hielden door 'thuis te blijven (...).

In haar beroemde beschrijving (Brief 261) van haar familie in een brief aan Thomas Higginson schreef ze:

"Zij zijn religieus ─ behalve ik ─ en vereren elke ochtend een Eclips ─ die ze hun 'Vader' noemen.". Zij bekeerde zich tot een verering van God in de natuur. Hoewel deze praktijk haar een zinvol geloof opleverde, sneed het haar ook af van een groot deel van het gangbare sociale leven in Amherst. Voor de presentatie van een boomgaard als een 'Dom' moet men zich een hoogstam boomgaard voorstellen met fruitbomen die elkaar met de kronen raken (...)" (vertaling van citaten uit het Engels: Nijland).

In het gedicht en de vertalingen zitten enkele inconsequenties. De vertalers (Nijland en Zwemer) waren zich van deze inconsequenties bewust, maar vonden ze niet erg storend. Zo is 'sabbat' een joods begrip, komen 'zondagsheiliging' en 'predikanten' vooral in de orthodox protestantse kerken voor en het 'koorhemd', en de 'koorknaap' in de rooms-katholieke kerk. Volgens Verstegen heeft Dickinson het woordje noted in regel 9 gecursiveerd om de lezer een hint te geven dat de gevederde 'predikant' zijn preek zingt met muzieknoten. Todd & Higginson hebben dit gedicht met de zelfbedachte titel A service of song (een zangdienst) opgenomen in het hoofdstuk Nature.
Wij vergelijken deze editie van het gedicht door Todd & Higginson (1890, p. 74) met een van de manuscripten van Dickinson zelf, zoals gegeven door Franklin (1998, p. 258 – 260):

"MIJN SABBAT (of zonder titel) // Sommigen — houden Sabbat — door naar de kerk te gaan — / Ik — houd — hem door Thuis te blijven — / Met een Rijstvogel — als Voorzanger — / En een Boomgaard — als Kerk — // Sommigen — houden Sabbat in Koorkleed — / Ik — draag alleen mijn vleugels — / En in plaats van de klok te luiden, voor de kerk — / Zingt onze kleine Koster — — / "God" — preekt — een bekende Predikant — / En de preek is nooit lang, / Dus — in plaats van naar de Hemel — tot slot — / Ga ik steeds — steeds — maar verder! //" (very literal translation from English: Nijland).


De lezers kunnen opmerken dat Geert Nijland in zijn (poëtische) vertaling de streepjes en de hoofdletters in het gedicht van Emily Dickinson probeert te handhaven, terwijl Jan Zwemer in zijn meer vrije vertaling daaraan geen behoefte heeft.
(a) Sabbath: The question is whether “Zondag” is a good translation for “Sabbath”. If it was, Emily Dickinson would have chosen for the existing word “Sunday”. The Concise Oxford Dictionary defines: "Sabbath, ...(also Sabbath day), Christian Sunday esp. as day of obligatory abstinence from work and play (chiefly in Presbyterian, nonconformist, and distinctively protestant use (...)". In a comment on our translation of this poem Cynthia Hallen (personal e-mail-communication, 2011) writes: "The word 'Sabbath' is a higher register than 'Sunday' (...). It comes directly from the Hebrew in the Old Testament of the Bible (Exodus 16:23, 20:8). 'Keep the Sabbath' is a set phrase in English, implying the holy day of worship, whereas we would never say 'keep the Sunday,' since, from a secular point of view, Sunday is just the first day of the week.". Jan Zwemer integrates this discussion in his translation by using the word 'zomdagsheiliging', which means 'keeping the Sunday holy', and which is much more encompassing than only visiting church, and thus covers the phrase 'keep the Sabbath' very well.

(b) bobolink: rice bird (Dolichonyx oryzivorus); Dutch name: 'rijst-troepiaal', or 'rijstvogel', not to be confused with the Javanese rice bird (Padda oryzivora).

(c) chorister: Van Santen (and Rothuizen too) probably incorrectly translate “chorister” with “kerkkoor” (church choir). A "chorister" is one singer, or leader and not a whole choir. But in a translation other arguments may sometimes be more important. The definition in the USA is (Webster): "One who leads a choir in church music".

(d) dome: For the sake of rhyme 'Gods Huis' (Nijland) is attractive, though 'Dom' might have been better, conceptually.



1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina