Update of April 2013, for the Emily Dickinson Lexicon

Dovnload 479.06 Kb.
Grootte479.06 Kb.
1   2   3   4   5   6

(e) surplice: koorhemd. All Dutch translators use this word. Only Verstegen (not in this paper) uses 'Koorkleed' – a slightly loftier word.

(f) So instead of getting to heaven at last, I 'm going all along!: The translators have almost unanimously chosen the same. They express the poet's intention to 'take an advance on Heaven here on earth'. Nijland's translation expresses the preference of the poet 'to continue this everyday life' instead of 'going to Heaven'. Verstegen (2011, p. 71) seems to agree with that in his translation.

(g) oksaal (in the translation of Jan Zwemer): loft in the church where the organist sits, and which usually has a few seats for church-goers (nota bene: 'oksaal' is also a 'choir screen').

For a correct interpretation of this poem a number of statements from letters of the poet are important, letters which were written around the

same year. We cite from these and translate part of a text by David Preest (2010, p. 106):

"In November 1854 Emily wrote to her friend, Mrs Holland: "The minister to-day, not our own minister, preached about death and judgment, and what would become of those, meaning Austin (Emily's brother, brackets Nijland) and me, who behaved improperly ─ and somehow the sermon scared me, and father and Vinnie (Emily's sister, brackets Nijland) looked very solemn as if the whole was true.". But by April 1856 she is writing (Letter 184) to her cousin John Graves: "It is Sunday now – John – and all have gone to church – the wagons have done passing, and I have come out in the new grass to listen to the anthems. Three or four Hens followed me, and we sit side by side.", and for the rest of her life she was one of those who kept the Sabbath 'staying at home' (...).

In her famous description (Letter 261) of her family in a letter to Thomas Higginson she wrote: "They are religious ─ except me ─ and address an Eclipse every morning ─ whom they call their 'Father'." She turned instead to worshiping God in nature. Although this practice gave her a meaningful faith, it also cut her off from a large part of formal Amherst social life. For her orchard to be a 'Dome', we must imagine high fruit-trees meeting overhead (...)".

In the poem and the translations some inconsistencies may be observed. The translators (Nijland and Zwemer) were aware of them, but did not find them particularly disturbing. The Sabbath is a Jewish concept, while 'zondagsheiliging' (Dutch for 'Sunday observance') and 'predikant' (Dutch for 'clergyman') occur especially in orthodox protestant churches, and 'surplice' and 'chorister' in roman catholic churches. According to Verstegen, Dickinson put the word noted in line l 9 in italics to hint to the reader that the feathered 'Clergyman' sings his sermon with music notes. In the chapter Nature of their anthology Todd & Higginson included this poem under the self invented title A service of song (Dutch, zangdienst).

We compare this edition of the poem by Todd & Higginson (1890, p. 74) with one of Dickinson's own manuscripts, as given by Franklin (1998, p. 258 – 260):

"MY SABBATH (or without title) // Some — keep the Sabbath — going to church — / I — keep — it staying at Home — / With a Bobolink — for a Chorister — / And an Orchard — for a Dome — // Some — keep the Sabbath in Surplice — / I — just wear my wings — / And instead of tolling the bell, for church — / Our little Sexton — sings — / "God" — preaches, — a noted Clergyman — / And the sermon is never long, / So — instead of getting to Heaven — at last — / I 'm — going — all along!".

The readers may notice that Geert Nijland in his translation tries to maintain the dashes and capitals of Emily Dickinson's text, while Jan Zwemer in his more poetic and free translation chooses not to do so.

J1143 / F1159 (1869)

The Work of Her that went, (a)

The Toil of Fellows done ─ (b)

In Ovens green our Mother bakes, (c) (d)

By Fires of the Sun ─ (e)

Emily Dickinson

Het Werk van Haar was klaar,

't Gezwoeg van Mannen gedaan ─

In Ovens groen bakt onze Moeder,

Met Vuren van de Zon ─

Vertaling Geert Nijland

Het werk van de bezoekster,

het volk zijn taai labeur, (f)

bakt Ma-lief nu in ovens groen

gestookt met zonnevuur.

Vertaling Jan Zwemer

Sources (Bronnen): Johnson & Ward, 1958, p. 455; Franklin, 1998, p. 1006; Dickinson, in pencil on a piece of paper.

Bron van deze twee Nederlandse vertalingen en de Nederlandse annotaties: Nijland & Zwemer, 2012, p. 68 – 71.

Andere vertalingen in Germaanse talen: onbekend

Gedichten van Emily Dickinson hebben vaak verschillende betekenislagen, een fysische en een of meer overdrachtelijke of buitenzintuiglijke. De mogelijkheid is uiteraard niet uitgesloten dat interpretatoren betekenissen ontdekken die er door de dichteres niet eens ingelegd zijn!

Hedendaagse biologisch georiënteerde lezers zouden bij het lezen van dit gedicht gemakkelijk tot de volgende interpretatie kunnen komen: De "Groene Ovens" (c) staan voor 'het chlorofyl (bladgroen) van de gewassen'. De "Vuren van de zon" (e) voor de 'fotosynthetische capaciteiten van het zonlicht' en "Onze Moeder" staat voor het 'totale natuurlijke systeem'. De tussenproducten van de fotosynthese, die overdag in de gewassen plaats vindt, worden 's nachts, wanneer de zon onder de horizon is verdwenen en de 'boeren en arbeiders rusten van hun werk' (b), in de eindproducten van het gewas omgezet, via biochemische zogenaamde 'donkerreacties'. Het is mogelijk dat Emily Dickinson het een en ander van plantenfysiologische en biochemische processen afwist (hoewel sommige zojuist genoemde details van latere datum zijn). Ze had namelijk intensieve contacten met Professor William S. Clark, de stichter en eerste directeur van Massachusetts Agricultural College, en die daar plantkunde, dierkunde en scheikunde doceerde.

De vorige interpretatie was er een in termen van het dag-nacht ritme van het zonlicht. Jan Zwemer denkt eerder in termen van een seizoensritme. Hij heeft ook een aanwijzing gegeven bij zijn vertaling van dit moeilijke gedicht: "Ik denk dat 'de bezoekster' de bij is en 'het volk' de boer en / of de landarbeiders die de akker schoongehouden hebben. Dan volgt de groeizame zomer waarin de zon het gewas voltooit.".

En dan volgen de metafysische interpretaties, waarvan de tijdshorizon zelfs de levensduur van de mens overstijgt: David Preest (2010, p. 359): " 'Our Mother' (d) in dit gedicht is niet een menselijke moeder, aan het werk in de keuken, maar de Natuur – de 'Aardigste Moeder' uit gedicht F741 en de 'Typische Moeder' uit gedicht F1142. Deze moeder, bakt met 'Vuren van de Zon' (e) in de 'Groene Ovens' (c) van de graven het Werk van een vrouw (a) die is gestorven en het Gezwoeg van mannen (b) die klaar zijn met hun werk.", aldus deze enigszins duister geformuleerde interpretatie door David Preest.

De toelichting bij een Italiaanse vertaling van het gedicht door Giuseppe Ierolli (2009) gaat in dezelfde richting als die van Preest: "Alles wat voltooid werd in het leven dient ervoor om onze onsterfelijke bestemming voor te bereiden (letterlijk staat er te kneden). De bestanddelen rusten in de graven, de groene ovens, gevoed door de zon, en beheerst door moeder natuur.".

(f) labeur (in de vertaling van Jan Zwemer): werk; dit Franse woord, verwant aan het Engelse woord "labour" en het Amerikaanse "labor", wordt ook in de Zuid-Nederlandse dialecten en in het Vlaams gebruikt.

Emily Dickinson's poems have often different layers of meaning, one physical and one more metaphorical or metaphysical meaning. It is however quite possible that interpreters discover meanings that the poet never intended!

When reading this poem, contemporary biologically oriented readers, may easily arrive at the following interpretation: The "Ovens Green" (c) stand for the 'the chlorophyl of the crops', the "Fires of the Sun" (e) for the 'photosynthetic capacities of sunlight' and "Our Mother" for the 'whole natural system'. The biochemical reactions during daytime, the so-called 'light reactions', can only take place in the presence of sunlight. The intermediate products of the photosynthesis process, are converted into metabolites (finished substances) within the crop. These processes are the so-called 'dark reactions' – which take place during the night, when the sun has gone, and the 'farmers and laborers are resting' (b). Possibly Emily Dickinson knew of plant-physiological and biochemical processes (though some of the just mentioned details are of later date). She had intensive contact with Professor William S. Clark, founder and first president of Massachusetts Agricultural College, where Clark read Botany, Zoology and Chemistry.

The former interpretation was one in terms of day-night rhythm of the sunlight. Jan Zwemer thinks more in terms of a seasonal rhythm. He also gives some indication in his translation of this difficult poem: "I think 'the visitor' (de bezoeker) is the bee' and 'the people' (het volk) are the farmer and the laborers who have been weeding the fields. Then follows the favorable growing season of the summer in which the sun completes the crop.".

And then follow the metaphysical interpretations, in which the time horizon of the poem even exceeds the lifetime of human beings: David Preest (2010, p. 359): " 'Our Mother' (d) in this poem is not a human mother at work in the kitchen, but Nature, the 'gentlest Mother' of poem F741 and the 'Typic Mother' of poem F 1142. This mother, with the 'Fires of the Sun' (e) bakes in 'Ovens Green' (c) of their graves, the Work of a woman (a) that has died and 'the Toil' of men (b) that has come to its end", This is the somewhat obscure formulated interpretation of David Preest.

The explanation accompanying an Italian translation of the poem by Giuseppe Ierolli (2009) supports that of Preest: "Everything completed in life serves as preparation (literally kneading) for our immortal destination. The ingredients repose in tombs, green ovens which are nourished by the sun and determined by mother nature".

(f) labeur (in Jan Zwemer's translation): This French word, akin to the English word "labour" and the American "labor", is also used in some dialects in the South of The Netherlands and in Flanders.

J1369 / F1415 (1876)

Trusty as the stars

Who quit their shining working

Prompt as when I lit them

In Genesis' new house,

Durable as dawn

Whose antiquated blossom

Makes a world's suspense

Perish and rejoice.

Emily Dickinson

Als de sterren trouw

Die ophouden met schijnen

Juist als toen Ik ze ontstak

In Genesis' nieuwe huis,

Staag als de morgen

Wiens ouderwetse bloesem

De wereld spanning geeft

Vergank'lijkheid en vreugd.

Vertaling Geert Nijland

'n Vingerknip ─ ziedaar!

Als sterren die het licht ontvalt

dat eens ontstak mijn hand

in huize Genesis,

duurzaam als dageraad

met bloesem jong ooit en nu oud

op aarde, in de tussentijd,

verval en gloriekroon.

Vertaling Jan Zwemer

Sources (Bronnen): Bianchi, 1924, p. 310; Todd, 1894, p. 283; Franklin, 1998, p. 1235;

Dickinson: transcript of a lost manuscript.

Bron van deze Nederlandse vertalingen en de Nederlandse annotaties: Nijland & Zwemer, 2012, p. 85 – 89.

Andere vertalingen in Germaanse talen: onbekend

Voor voetnoten (a), (b), (c) enz. zie aan het eind van dit tekstblok.

Dit is een gedicht aan het eind van een brief, die Emily Dickinson in november 1876, schreef aan haar nichten Louise en Frances Norcross. Emily schrijft opgewonden dat zij bloeiende toverhazelaar (a) heeft gezien. Zij schrijft: "(...) Oh die geliefde toverhazelaar (a) die mij niet zou zijn opgevallen, totdat een deel van de takken een zacht bruin vertoonde, hoewel ik van takken hield die er zo ferm en fris uitzagen alsof ze zojuist door de bossen op de post waren gedaan. Het leek op onechte franje gecombineerd met stemmiger randversieringen, al te betoverend, voor mijn blije gemoed. / Ik had hem maar eenmaal eerder gezien, en hij liet me niet meer los, net zoals het stofzaad (b) uit mijn kindertijd, of de extatische stuifzwammen (c), of die geheimzinnige appels (d) die soms op de azalea's (e) verschijnen; en is er niet de vage suggestie van een paardenbloem (f), als deze warrig haar zou hebben en op een tak in plaats van op een buis zou groeien, – ofschoon dit in alle bescheidenheid maar een bewering is (...)" (after Todd, 1894, p. 238).

Emily roept bij de aanblik van de bloeiende kale takken in de winter een sfeer op van "de eerste morgen", dezelfde sfeer die je ook aantreft in het gedicht "De Prunus" van Garmt Stuiveling (1936, p. 12): "Onverwacht en plotseling / stond de prunus deze morgen / weer met tak en stam verborgen / in een wolk van bloeseming.", en in de laatste strofe: "En nu plots, in deze nacht, / is de prunus weer ontloken, / overdadig uitgebroken / tot één eindeloze pracht.". Maar terwijl Stuiveling schrijft in de taal van de seculiere literaire beweging van 1880 in Nederland, verwoordt Emily deze sensatie in de 'tale Kanaäns' van het congregationalistische Nieuw Engeland in de 19e eeuw. Zij heeft het over 'Genesis' new house' en dat heeft betrekking op een tweede religieuze laag in dit gedicht.

Jan Zwemer brengt die religieuze onderlaag in zijn interpretatie onder woorden:

"De verschijning van de toverhazelaar associeert Dickinson met de Schepping (Genesis' new house) en ze speelt met de vergelijking tussen de afwisseling van de seizoenen (bloesem) en afwisseling van de Schepping en de aardse tijd (the world's suspense) door Gods eeuwigheid: vóórdat de 'Ik' van het gedicht de sterren ontstak en volgend op het moment dat Hij ze zal doven. Zó vast en duurzaam als de toverhazelaar elk jaar uitbot, zo vast staat de Schepping, maar ook de Eeuwigheid. Maar zo ongeweten het exacte moment is van het uitbotten van de bloem, zo ongeweten was ooit het moment van de Schepping en zo is nu nog ongeweten het moment waarop God haar haar einde zal toemeten. Bloei en verwelking vormen de kern van dit bestaan als onderdeel van de Schepping en het is troostvol dat te beseffen."

(tot zover Jan Zwemer).

Enige plantensoorten die in de brief bij dit gedicht van Emily Dickinson worden genoemd:

(a) witch hazel: (Nederlands, toverhazelaar): Hamamelis species.

(b) Indian pipe: (Nederlands, stofzaad) (Monotropa uniflora).

(c) Puff balls: (Nederlands, stuifzwammen): paddenstoelen van de geslachten Lycoperdon en Scleroderma.

(d) geheimzinnige appels: waarschijnlijk zijn hier bedoeld galappels, uitwassen die planten op 'instigatie van een galwest' vrij plotseling kunnen gaan vertonen.

(e) river pink: (Nederlands azalea): bedoeld is waarschijnlijk Rhododendron periclymenoides, ook Pinxter flower genoemd; een rood-roze-bloemige azalea die in het Noordoosten van Amerika (dus waarschijnlijk ook in Nieuw Engeland) in rijke vochtige bossen groeit.

(f) dandelion: (Nederlands, paardenbloem): Taraxacum Officinalis.

Andere duidingen: Preest
For footnotes (a), (b) (c) etc. see at the end of this paragraph.

This is a poem written by Emily Dickinson at the end of a letter to her nieces Louise and Frances Norcross in November 1876. Emily writes enthusiastically that she has seen flowering witch hazel (a). She writes: "(...) Oh that beloved witch-hazel which would not reach me till part of the stems were a gentle brown, though one loved stalk as hearty as if just placed in the mail by the woods. It looked like tinsel fringe combined with staider fringes, witch and witching too, to my joyful mind. / I never had seen it but once before, and it haunted me like childhood's Indian pipe (b), or ecstatic puff-balls (c), or that mysterious apple (d) that sometimes comes on river-pinks (e); and is there not a dim suggestion of a dandelion (f) if her hair were raveled and she grew on a twig instead of a tube, – though this is timidly submitted (...)" (after Todd, 1894, p. 238).

At the sight of the flowering branches in winter Emily evokes the atmosphere of "the very first morning", the same ambience that seizes one when reading the poem "The Prunus" by Garmt Stuiveling (1936, p. 12): "Suddenly and unexpected / the prunus was to be seen this morning, / it concealed its branches and its stem, / in a cloud of blossoming", and in the last stanza: "And now suddenly, overnight, / the prunus is full in bloom, / it exuberantly expanded / in endless magnificence.". Stuiveling uses the language of Dutch secular literary Writers movement of 1880 to express this sensation, Emily uses the "Language of Canaan", familiar to members of the Congregationalist Church in New England during the19th Century. She talks about "Genesis' new house" and that relates to a second religious layer in the poem.

Jan Zwemer expresses the double layer meaning structure in this poem:

"Dickinson associates the appearance of the witch hazel with the Creation (Genesis' new house) and she plays with the comparison between the alteration of the seasons (blossom) and the alteration of Creation and the earthly time (the world's suspense) by Gods eternity: Before the 'I' of the poem lit the stars and following the moment that He will black them out. As steady and durable as the witch hazel bud forth every year, that steady stands Creation, but Eternity too. However as unknown the exact moment of budding forth of the flower is, that unknown was ever the moment of Creation, and so unknown is still the moment where God will mete out her end. Bloom and withering form the kernel of this existence as a part of Creation and it is consolatory to realize this."

(so far Jan Zwemer).

Some plant species mentioned in the letter with the poem by Emily Dickinson:.

(a) witch hazel: (Dutch, toverhazelaar): Hamamelis species.

(b) Indian pipe: (Dutch, stofzaad): (Monotropa uniflora).

(c) puff-balls: (Dutch, stuifzwammen): toadstools of the species Lycoperdon en Scleroderma.

(d) mysterious apples: probably "gal nuts" (Dutch galappels): excrescences which may appear rather suddenly at plants on 'instigation of gal wasps'.

(e) river pink: (Dutch, Azalea): Rhododendron spec., also 'Pinxter flower'; with orange-red flowers, found in northeastern America (so probably also in New England) in rich moist woodlands.

(f) dandelion: (Dutch, paardenbloem): Taraxacum officinale.
Other interpretations: Preest

J300 / F191 (1861)

"Morning" ─ means ─ "Milking" (a)

To the Farmer ─

Dawn ─ to the Appenine ─ (b)

Dice ─ to the Maid. (c)

"Morning" means ─ just ─ Chance (d)

To the Lover ─

Just ─ Revelation ─ (e)

To the Beloved ─

Epicures ─ date a Breakfast, by it! (f) Heroes ─ a Battle ─ (g)

The Miller ─ a Flood ─ (h)

Faintgoing Eyes ─ their (i)

lapse ─ from sighing ─

Faith ─ the Experiment (j)

Of our Lord!

Emily Dickinson

"Morgen" ─ is "Melken"

Voor de Boeren ─

Dageraad ─ voor Tenerife ─

De Meid ─ snijdt spek.

"Morgen" is ─ slechts ─ Kans

Voor de Minnaar ─

Slechts ─ een Onthulling ─

Voor het Lief ─

Epicuristen ─ spreken dan Ontbijt af!

Helden ─ een Veldslag ─

De Molenaar ─ een Vloed ─

Brekende Ogen ─ hun

Sprong ─ uit 't zuchten ─

Geloof ─ 't Experiment

Van onze Heer!
Vertaling Geert Nijland

Ochtend betekent

Voor boeren gaan melken

De meid snijdt haar blokjes

De bergtop vangt licht

Ochtend betekent

Een kans voor de minnaar

Slechts een onthulling

Voor wie werd bemind


Epicuristen staan op met ontbijtje

De helden gaan vechten

De molenaar maalt

Zwijmelaars stoppen

Met zuchten een tijdje

Zij die geloven

Zijn deel van Gods proef

Vertaling Ans Bouter

Sources (Bronnen): Bianchi, 1914, p. 39; Franklin, 1998, p. 224 – 225; Franklin, 1981, Fascicle 30 (H 392).

Andere vertalingen: Ierolli (2009)

(a) "Morning" means "Milking": Dickinson zet niet alleen "Morning" tussen aanhalingstekens, maar ook "Milking". Het zijn begrippen die verschillende dingen kunnen betekenen. Dezelfde 'morgen' heeft voor verschillende (groepen) mensen een verschillende betekenis.

(b) Dawn ─ to the Appenine (in een variant komt "Teneriffe" in plaats van "Appenine"): In vakantiegebieden als de Apennijnen en Tenerife kan de 'realistische morgen van de werkende boer' een 'romantische dageraad voor de vakantieganger' betekenen.

(c) Dice to the Maid: Interpretatoren hebben hier gedacht aan nachtelijk bezoek door een minnaar aan het dienstmeisje (van de boerderij?), waarbij "een worp met de dobbelsteen" (Ierolli, 2009) bepaalt, of er een betrouwbare verbintenis ontstaat. Ans Bouter ontzenuwt deze hypothese door de veel plausibeler stelling dat het hier om 'dicing' gaat, het in dobbelstenen snijden van knollen, groente of spek. Zoals de 'morgen' voor de boer met 'melken' begint; zo begint deze voor de meid ook met haar dagelijkse werk, het in dobbelstenen snijden van voedsel. Trisha Kannan (2006, p. 19) ondersteunt deze opvatting.

(d) Chance: variant, 'Risk'. Hier komen dan wel de kansen van de minnaars – zie (c) – om de hoek kijken. Maar de 'kans' voor de minnaar kan een 'openbaring' of een 'teleurstelling' voor de beminde zijn – zie voetnoot (e).

(e) Revelation: onthulling, inzicht, waarheid, werkelijkheid. Ofschoon het woord met een hoofdletter is geschreven, kiest de Emily Dickinson Lexicon hier toch niet voor 'Openbaring', een betekenis die wel genoemd wordt bij 'Apocalypse', dat in een andere versie van het gedicht staat.

(f) Epicures: niet Epicurus! maar Epicuristen, lekkerbekken, genotzoekers. Epicurus was een Grieks filosoof (341 v. Chr. – 270 v. Chr.). Hij hing een atomistische en hedonistische filosofie aan. Hij is vooral bekend geworden vanwege dat hedonisme. Daarbij gaat het in het leven om het nastreven van persoonlijk genot en geluk en het vermijden van pijn. Kanttekening hierbij moet zijn dat het Epicurus niet alleen ging om lichamelijk genot, maar ook om geestelijke vreugde, en dat hij niet in de eerste plaats dacht aan de korte termijn, maar ook aan de lange. Dit in tegenstelling tot wat velen vaak denken, als zijn filosofie tegenover die van de Stoïcijnen wordt geplaatst.

1   2   3   4   5   6

De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht