Utrecht. Utrecht. Stad van kerken en kloosters



Dovnload 26.76 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte26.76 Kb.

Utrecht.



Utrecht.

Stad van kerken en kloosters.

  • Bekijk het stadsgezicht van Utrecht anno 1625 en weet wat Utrecht ooit was: een kerken  en kloosterstad, middeleeuws cen­trum van geestelijk leven in de Noordelijke Nederlanden.

  • Op de gravure is vanaf het open veld zicht op een ommuurde stad met een silhouet van een dertigtal grotere en kleinere torens.

  • Als beelddrager fungeert de Dom, maar daarnaast zijn er de torens van vier andere kapittelkerken, vier paro­chiekerken en 21 kloosterkerken.

  • Hoewel veel torens sneuvelden na de ontmanteling van Utrecht als kerkelijk centrum van Neder­land, behield de stad een spitsrijke skyline.


Een stad van geestelijken...

  • De geschiedenis van de stad Utrecht is niet vergelijkbaar met andere steden in het wes­ten van ons land.

  • De Hollandse steden kwa­men pas op in de 13de eeuw, toen dijken meer veiligheid boden en de ligging aan water een begin van welvaart bracht.

  • Voor Utrecht begint de geschiedenis veel eerder.

  • Ter hoogte van het Domplein lag een oud castellum, een versterkte legerplaats langs de noordgrens van het Romeinse Rijk.

  • Het lag bij een doorwaadbare plaats aan de Rijn, die toen nog een heel andere loop volgde.

  • Dat castellum werd in de 7de eeuw de uitvalsbasis voor de evangelisatiereizen van de Engelse monnik en zendeling Willibrord.

  • Hij herstelde de oude muren en bouwde twee kerken, de St. Maarten (de huidige Domkerk) en de St. Salvator (afgebroken).

  • Zo ontstond een kleine neder­zetting rond de Dom, waar de Utrechtse bisschoppen   met een onderbreking in de periode van de Vikingen (tussen 857 en 925)   de scepter zwaaiden tot 1580, het jaar van de Reformatie.

  • De bisschoppen waren geestelijk en wereldlijk leider over een groot gebied: Utrecht, Drenthe, Overijs­sel en Groningen.

  • In Utrecht verrezen tal van kerken en kloos­ters.

  • Bisschop Bernold (1027 1050) maakte zich onsterfelijk als grondlegger van het zogenaamde kerkenkruis.

  • Vier kerken kwa­men aan het uiteinde van een denkbeeldig kruiste liggen: de Janskerk, Pieters­kerk, Mariakerk en de Pauluskerk (de laat­ste twee zijn afgebroken).

  • In het midden lag de Dom, op het kruispunt van beide ar­men.

  • Met uitzondering van de kerk bij de Paulusabdij waren het kapittels: zelfstandi­ge gemeenschappen van geestelijken (ka­nunniken) die de eredienst verzorgden.

  • Aan het hoofd van een kapittel stond de proost, een machtige man in middeleeeuws Utrecht .


En van burgers.

  • Stroomafwaarts van de bisschoppelijke burcht lag langs de huidige Steenweg een burgernederzetting, Stathe.

  • De bewoners profiteerden van de gunstige ligging: veilig onder de paraplu van de bisschop en aan de levensader de (Oude) Rijn.

  • Vooral na de val van Dorestad (nu: Wijk bij Duurstede) maak­te de handel er een snelle groei door.

  • Voor de burgerbewoners was er een specia­le kerk, de Buurkerk (10de eeuw).

  • De kerk speelde een centrale rol in het sociale leven.

  • Het was een ontmoetingsplaats waar de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld en waar stedelijke verordeningen openbaar werden gemaakt.

  • Voor de arme parochia­nen was er een extra reden om naar de kerk te gaan.

  • Als blijk van solidariteit kre­gen zij iedere zondag een aalmoes uit de 'armenpot'.

  • Er waren meer parochiekerken in het middeleeuwse Utrecht: de Geerte­kerk, de Nicolaaskerk en de Jacobikerk, alle gelegen te midden van een buurtje met enkele tientallen huizen.


Oases van rust: immuniteiten en kloosters.

  • In 1122 kreeg Utrecht stadsrechten en mocht verdedigingswerken gaan aanleggen   in eerste instantie een aarden wal.

  • Tot op de dag van vandaag bepalen de grenzen die toen werden getrokken de vorm van de binnenstad: daar liggen nu de singels en parken.

  • Het ommuurde gebied van middeleeuws Utrecht kende opmerkelijk veel open plek­ken.

  • De kerken en kloosters bezaten ongeveer eenderde van alle grond in de stad.

  • Rond de kapittelkerken lagen immuniteiten, geestelijke gebiedjes die als enclaves in de stad lagen, afgesloten door een muur of een gracht.

  • De stedelijke over­heid had er niets te vertellen.

  • In het midden stond de kerk aan een plein met eromheen de claustrale woningen van de geestelijken.

  • Ook was een deel van het bezit ingericht als boomgaard en moestuin.

  • Met elkaar besloe­gen de immuniteiten bijna 25 ha inde bin­nenstad.

  • Op de huidige plattegrond van Utrecht is de immuniteit van Sint Pieter nog goed te herkennen (in het oosten vormde de Kromme Nieuwegracht de afsluiting; in het westen Achter Sint Pieter.

  • Ook het plein rond de Danskerk herinnert nog aan de uitgestrekt­heid van het vroegere geestelijke gebied.

  • Daarnaast waren er 24 kloosters in Utrecht.

  • Ook die kloosters vormden wereldjes op zich, met eigen stukken grond.

  • De monni­ken woonden in één kloostergebouw, en niet, zoals de kanunniken, in zelfstandige (claustrale) huizen.

  • Ze zorgden voor hun eigen levensonderhoud: voedsel uit de groentetuin en zelf gebrouwen bier.

  • De rest van de dag brachten ze lezend, bid­dend, zingend of schrijvend door, in alle rust, ver weg van het drukke leven van alle­dag.

  • In veel namen leven de voormalige kloosters voort: Wittevrouwen, Catharijne, Minrebroeders, Predikheren, Servaas, Duitse Huis, Sint Nicolaas en Brigitten.


Een levendige handel.

  • Utrecht rond 1300.

  • Langs de Oudegracht ­gegraven 1122   gonst het van de bedrijvig­heid.

  • Het stadskanaal is één lange haven dwars door de stad.

  • Overal liggen boten aan de kade afgemeerd.

  • Op de werven zijn goederen hoog opgestapeld, klaar voor ver­trek.

  • Andere goederen zijn juist aangeko­men en worden met karren tegen een schuine helling (wed) naar het straatniveau geduwd.

  • Vandaar worden ze verder afge­voerd.

  • Het is de bloeitijd van Utrecht   de stad was de belangrijkste aan de beneden­loop van de Rijn.

Liefdadig Utrecht”



  • Was het uit welgemeende naastenlief­de, uit angst voor oproer of uit hoop opeen plaatsje in de hemel? Wie zal het zeggen.

  • Zeker is wel dat rijke Utrechters geld, huizen, landerijen en waardevolle spullen schonken aan lief­dadigheidsinstellingen.

  • Armen en zie­ken waren zelfs helemaal overgele­verd aan de goedgeefsheid van de rijkeren, die 'fundaties' oprichtten.

  • Een cruciale rol was weggelegd voor de kerk.

  • Op zondag ontvingen de minder bedeelden voedsel, kleding en geld uit de 'armenpot', bijeengebracht door de rijkere parochianen.

  • Zwervers, zieken en arme bejaarden vonden onderdak in gasthuizen.

  • De zieken werden verpleegd op aparte ziekenzalen, zoals in het Catharijne­gasthuis (nu Museum Catharijnecon­vent).

  • Alleen Utrechters mochten in de gasthuizen verblijven, ten minste als ze zich niet misdroegen.

  • Na verloop van tijd veranderden de gasthuizen in oude mannen en vrouwenhuizen, met als bekendste voorbeeld het 'Bartholo­meetje'.

  • Het eerste weeshuis was het St. Elizabethsgasthuis gesticht door weldoener Evert Zoudenbalch, later gevolgd door het Stadsambacht kinder­huis (nu Centraal Museum).

  • Waren er knappe weerleerlingen bij, dan moch­ten ze naar de ernaast gelegen Funda­tie van Renswoude, een gift van de Barones van Renswoude.

  • Voor arme, 'brave' alleenstaanden kwamen Godskameren beschikbaar, vaak bij legaat geschonken aan gast­huizen.

  • In de kleine woninkjes moch­ten de uitverkorenen gratis wonen.

  • Op tal van plaatsen komen ze in Utrecht voor: Bruntenhof, Beyers­kameren, Pallaeskameren etc.

  • In de stadsuitbreidingen na 1870 boden hofjes, meestal gebouwd door charitatieve instellingen, betere woon­omstandigheden dan snel uit de grond gestampte arbeiderswoningen.

  • Ze lig­gen vooral in het oosten van de stad en zijn in het straatbeeld nog steeds zeer herkenbaar: zie bijvoorbeeld de Oudwijkerveldstraat, Wolter Heukels­laan, Goedestraat en Kerkstraat.

  • Heel mooi is ook het Sterrenhof nabij de Catharijnesingel.

  • Na de aanvaarding van de Woningwet kwam een eind aan de bouw van hofjes; voortaan ver­zorgden woningbouwverenigingen de sociale woningbouw.








Samengesteld door: BusTic.nl




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina