Vaardigheidsonderwijs: cpr doelstellingen



Dovnload 102.13 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte102.13 Kb.

Vaardigheidsonderwijs: CPR




  1. Doelstellingen

Het doel van deze vaardigheidstraining is het correct aanleren van reanimatie technieken bij volwassene, kind en baby. Dit omvat de basisreanimatie met het beoordelen van het bewustzijn, mond op mond beademing en uitwendige hartmassage. Daarnaast zal ook aandacht besteed worden aan het inbrengen van een mayocanule en het gebruik van een beademingsmasker. De beginselen van intubatie komen ook aan bod en worden later herhaald in de module trauma en reanimatie. Defibrillatie wordt later gegeven in de module trauma en reanimatie. Reanimatie van kind en baby wordt herhaald in de module Kind en Groei.


Praktisch dient de student bij het einde van deze les een aantal technieken meester te zijn. De lijst van deze technieken wordt samengevat in de eindtermen (zie paragraaf 3).
Voor illustraties en tekeningen verwijzen we naar deze tekst en Bates hoofdstuk neurologie voor beoordelen van bewustzijn (editie 7 hdst 18 p598 ev; editie 8 hdst 16 p 535 ev).

Deze hand-out en de figuren zijn gebaseerd op de ERC richtlijnen 2005. Uitgebreide achtergrond informatie vindt u terug in de “European Resuscitation Council (ERC) Guidelines for Resuscitation 2005”; op de website www.erc.edu of in het tijdschrift Resuscitation, 2005, 67S1



  • S7-S23, Handley AJ et al. “Section 2: Adult basis life support and use of automated external defibrillators.”

  • S39-S86, Nolan JP et al. “Section 4: adult advanced life support”

  • S97-S133, Biarent D et al. “Section 6 Paediatric life support.”



  1. Vaardigheden




  1. Algemene basis reanimatie




  1. Noodzaak van spoedeisende hulpverlening




  • Deze richtlijnen zijn opgesteld voor basisreanimatie van volwassen slachtoffers door leken. Er bestaan aangepaste richtlijnen voor in-hospitaal reanimaties.

  • Basic life support (BLS) verwijst naar het behouden van een open luchtweg, het ondersteunen van de ademhaling en circulatie zonder gebruik te maken van bepaalde hulpmiddelen.

  • Om te leven hebben we een continue toevoer van zuurstof naar alle delen van het lichaam nodig. Vooral de hersenen en het hart kunnen ernstig beschadigd raken als ze langer dan enkele minuten geen zuurstof krijgen.

  • Om de hersenen en andere organen van zuurstof te voorzien, zijn drie dingen nodig:

  • A - airway: open en vrije luchtweg, waardoor lucht met zuurstof in de longen kan stromen;

  • B - breathing: lucht stroomt in de longen, de zuurstof kan in het bloed worden opgenomen;

  • C - circulation: het hart pompt bloed naar de bloedvaten om de zuurstof uit de longen naar de weefsels en organen te transporteren.

  • Plotse hartstilstand is de belangrijkste doodsoorzaak in Europa. Ventrikelfibrillatie is waarschijnlijk het meest frequente ritme bij personen met een hartstilstand. Ventrikelfibrillatie is een chaotisch, snel ritme van depolarisaties en repolarisaties. Het hart verliest haar gecoördineerde activiteit en stopt met het effectief rondpompen van bloed. De optimale behandeling voor een hartstilstand veroorzaakt door een ventrikelfibrillatie is het onmiddellijk starten van basisreanimatie door de omstaanders, gevolgd door snelle defibrillatie.

  • Cardiopulmonale resuscitatie (CPR) is dus onmiddellijk noodzakelijk in slachtoffers met een hartstilstand. Het zorgt voor een kleine maar kritische bloedflow naar het hart en de hersenen. Het verhoogt eveneens de kans dat een defibrillatie schok de ventrikelfibrillatie kan beëindigen en het hart kan heropstarten met een effectief ritme en een effectieve systemische perfusie.

  • Hieronder beschrijven we de volgorde van handelingen die dienen ondernomen te worden bij basisreanimatie van een volwassen slachtoffer.



  1. Het aanspreken van het slachtoffer en beoordeling bewustzijn




  • Zorg eerst voor je eigen veiligheid:

  • Benader het slachtoffer voorzichtig

  • Zorg ervoor dat er geen gevaar is voor jezelf, het slachtoffer en de omstaanders.

  • Kijk uit voor gevaren zoals elektriciteit, gas, verkeer, vallende stenen, enzovoort.

  • Spreek het slachtoffer aan en ga na of het al dan niet bij bewustzijn is.

  • Schud voorzichtig aan de schouders en vraag luid: “Wat is er gebeurd?” of “Hoe gaat het?”.

  • Een bewusteloos slachtoffer zal geen reactie vertonen.





  • Als het slachtoffer reageert,

  • laat het dan liggen in de positie waarin je het aantrof – uiteraard op voorwaarde dat deze veilig is.

  • probeer uit te vinden wat er mis is gegaan en haal indien nodig hulp.

  • controleer regelmatig of alles nog goed gaat met het slachtoffer.

  • alarmeer de omgeving. Als er nog een andere persoon aanwezig is, vraag hem dan te blijven. Je kunt zijn hulp nog nodig hebben. Wanneer je alleen bent, roep dan luid om de aandacht te trekken maar laat het slachtoffer niet alleen.

  • Daarna plaats je het slachtoffer op zijn rug en open je de luchtweg.




  1. Luchtweg

  • Als het slachtoffer bewusteloos is, kan de tong naar achteren vallen en zo de luchtweg blokkeren.

  • Open de luchtweg door het hoofd in hyperextensie te brengen en de kin te liften. Door het hoofd naar achteren te kantelen en de onderkaak naar voren te brengen, komt de tong weer op zijn plaats.

  • Leg hiervoor één hand op het voorhoofd en kantel het hoofd voorzichtig naar achteren (= hyperextensie). Laat de muis van de hand op het voorhoofd van de patiënt rusten – houd duim en wijsvinger vrij om de neus te sluiten als beademing nodig is.

  • Til tegelijkertijd de kin op met twee vingertoppen van de andere hand onder de punt van de kin – de zogenoemde ‘kinlift’. Dit maakt de luchtweg vrij.





  1. Beoordelen van de ademhaling

  • Kijk, luister en voel – naar een normaal ademhalingspatroon terwijl je de luchtweg open houdt:

  • kijk naar de bewegingen van de borstkas om te controleren of het slachtoffer nog ademt

  • luister tegelijk naar ademgeluiden

  • voel met je wang voor de mond van het slachtoffer of het nog lucht uitademt.

  • Tijdens de eerste minuten na een hartstilstand, lijken slachtoffers soms nauwelijks te ademen of maken ze luide en onregelmatige adembewegingen. Verwar dit niet met een normale ademhaling!

  • Kijk, luister en voel niet langer dan 10 seconden. Als je eraan twijfelt dat de ademhaling normaal is, handel dan verder alsof de ademhaling niet normaal is.





  • Als het slachtoffer normaal ademt, leg je hem in stabiele zijligging en verwittig je zelf onmiddellijk de hulpdiensten, of laat je die verwittigen. Controleer of de ademhaling regelmatig en aanwezig blijft.

  • Als het slachtoffer niet ademt en er is nog een andere persoon aanwezig, geef deze dan onmiddellijk de opdracht om de hulpdiensten te bellen. Doorgegeven moet worden waar je bent, wat er aan de hand is en hoeveel slachtoffers er zijn. Ben je alleen, dan verlaat je het slachtoffer en verwittig je de ambulancediensten. Bij je terugkeer start je onmiddellijk met hartmassage (techniek 2.1.5).




  1. Hartmassage

  • Gedurende de eerste minuten na een niet-asfyctische hartstilstand blijft de concentratie zuurstof in het bloed hoog: de toevoer van zuurstof naar het myocard en de hersenen wordt meer beperkt door het verminderde hartdebiet dan door een gebrek aan zuurstof in de longen. Aanvankelijk is de beademing dus ondergeschikt aan de hartmassage. Vandaar dat de nieuwe richtlijnen voor cardiopulmonale resuscitatie (CPR) bij volwassenen de reanimatie laten starten met hartmassage veeleer dan met beademing.

  • Het controleren van de pulsaties ter hoogte van de arteria carotis is geen betrouwbare methode om de aan- of afwezigheid van circulatie vast te stellen. Daarom bevelen de nieuwe richtlijnen aan om bij een slachtoffer dat bewusteloos is en niet normaal ademt CPR te starten. Personen die echter gewoon zijn pulsaties te controleren in een klinische setting, kunnen de circulatie controleren ter hoogte van de a. carotis, terwijl ze ook letten op tekenen van leven zoals bewegingen, normale ademhaling of hoesten. Dat neemt maximaal 10 seconden in beslag! De controle van pulsaties gebeurt dan vlak na de controle van de ademhaling.

  • Als er geen ademhaling (en circulatie) aanwezig zijn, wordt onmiddellijk gestart met de hartmassage. Hartmassage wordt uitgevoerd terwijl het slachtoffer plat op de rug ligt op een harde ondergrond. Door het ritmisch indrukken van het borstbeen naar de ruggengraat en door verhoging van de intrathoracale druk, ontstaat er een bloedstroom van het hart naar het lichaam.

  • Techniek:

  • Kniel naast het slachtoffer en plaats de hiel van één hand in het centrum van de borstkas op het borstbeen van het slachtoffer.

  • Plaats de hiel van je andere hand bovenop de eerste hand en haak de vingers in elkaar. Zorg ervoor dat er geen druk wordt uitgeoefend op de ribben en oefen geen druk uit op het bovenste deel van het abdomen of het onderste deel van het sternum.

  • Strek de ellebogen en breng de schouders volledig boven de borstkas van het slachtoffer. Zo breng je jezelf in een houding verticaal boven de borstkas van het slachtoffer.

  • Druk het borstbeen 30 keer 4 à 5 cm in en laat los.

  • Na elke compressie laat je de druk op de borstkas verdwijnen zonder het contact tussen je handen en de borstkas van het slachtoffer te verliezen – vermijd in ieder geval de druk aan te houden tijdens de relaxatie.

  • De aanbevolen snelheid is ongeveer 100 compressies per minuut.

  • Compressies en loslaten nemen elk evenveel tijd in beslag.





  1. Beademing en de combinatie hartmassage en beademen

  • Hartmassage moet steeds gecombineerd worden met beademing via de mond-op-mondmethode.

  • Mond-op-neusbeademing is een effectief alternatief voor mond-op-mondbeademing. Je kan het overwegen als de mond van het slachtoffer ernstig gekwetst is, de mond niet geopend kan worden, een slachtoffer in het water moet worden verzorgd of een efficiënte mond-op-mondafsluiting moeilijk te verwezenlijken is.

  • Het gebruik van de mond-op-maskermethode vereist oefening en techniek. Een hulpverlener moet de luchtweg openen met de techniek van de “jaw thrust” terwijl hij tegelijkertijd het masker fixeert op het gezicht van het slachtoffer. Leken zouden deze techniek alleen moeten gebruiken in specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer men werkt op plaatsen waar het gevaar van cyanidevergiftiging bestaat. In andere omstandigheden mag deze techniek slechts worden gebruikt na een degelijke training.

  • Techniek:

  • Na 30 compressies, open je de luchtweg opnieuw door middel van hyperextensie van het hoofd en kinlift.

  • Knijp het zachte gedeelte van de neus toe met de wijsvinger en duim van je hand, die op het voorhoofd rust.

  • Gebruik de andere hand voor de kinlift en laat de mond iets open vallen.

  • Adem zelf normaal in en plaats je lippen volledig over de mond van het slachtoffer zodat deze goed is afgesloten.

  • Blaas de lucht gelijkmatig in de mond van het slachtoffer terwijl je kijkt of de borstkas naar boven komt. Elke ademhaling moet voldoende zijn om de borstkas omhoog te laten komen zoals bij een normale ademhaling: dat duurt ongeveer 1 seconde. Het vereiste volume bedraagt ongeveer 6-7 ml/kg of 500-600 ml per ademhaling. Hyperventilatie is nadelig en moet vermeden worden. Hoe dan ook moet tijdverlies tussen beademing en hartmassage vermeden worden.

  • Houd het hoofd in hyperextensie met behoud van de kinlift, neem je mond weg van die van het slachtoffer en kijk hoe de borstkas weer invalt wanneer de lucht eruit komt.

  • Neem een nieuwe ademteug en blaas opnieuw de lucht uit in de mond van het slachtoffer om zo in totaal 2 beademingen te verkrijgen.





  • Daarna plaats je de handen onmiddellijk opnieuw op de correcte plaats op het sternum en voer je opnieuw 30 compressies uit.

  • Ga door met de compressies en beademingen in een verhouding van 30/2.

  • Onderbreek deze handelingen alleen om het slachtoffer te controleren wanneer er opnieuw spontane ademhaling optreedt, in alle andere gevallen zet je de reanimatie continu voort.

  • Wanneer de eerste poging tot beademing niet lukt en de borstkas niet omhoog komt, onderneem je volgende stappen voordat je een tweede beademing probeert:

  • kijk in de mond van het slachtoffer en verwijder eventueel een zichtbare obstructie

  • controleer de correcte positie van de hyperextensie en de kinlift

  • Je probeert niet meer dan tweemaal te beademen, daarna ga je verder met de hartmassage.



  1. Speciale omstandigheden en opmerkingen

  • CPR met alleen hartmassage

  • Als je niet in staat bent om te beademen of als je dat niet wenst te doen, voer je alleen hartmassage uit.

  • De hartmassage wordt dan continu gegeven in een tempo van 100 per minuut. Je stopt niet om het slachtoffer te controleren tenzij het weer spontaan ademt.

  • Natuurlijk blijft het beter om hartmassages en beademing te combineren, maar hartmassages alleen geven een betere outcome dan geen CPR.

  • Uitzonderingen op dit schema bij verdrinking of bij een kind

  • Als je alleen bent en je denkt dat de oorzaak van de bewusteloosheid een verdrinking is, of als het slachtoffer een kind is, pas je dit schema lichtjes aan.

  • Je geeft 5 initiële beademingen voor je start met de hartmassages.

  • Als je alleen bent, reanimeer dan gedurende ongeveer 1 minuut voordat je het slachtoffer alleen laat om een ambulance te bellen.

  • Bij kinderen onder 1 jaar geef je hartmassage met 2 vingers, bij kinderen boven 1 jaar gebruik je één of twee handen afhankelijk van de hoeveelheid druk die je nodig hebt om een adequate diepte van compressie van de borstkas te verkrijgen.

  • Voor de rest volg je ook het schema van 30/2 .

  • Tijd winnen voor het slachtoffer

  • Het is onwaarschijnlijk dat de hartslag van het slachtoffer spontaan zal terugkeren zonder verdere gespecialiseerde technieken – met name defibrillatie. Verlies dus geen tijd door basic life support te stoppen om de circulatie te controleren. Je mag alleen stoppen en de circulatie controleren als het slachtoffer tekenen van leven vertoont (beweging of ademhaling). In alle andere gevallen ga je verder totdat de ambulance arriveert, totdat een andere hulpverlener het overneemt, of totdat je te uitgeput bent om verder te gaan.

  • Met basic life support kun je tijd winnen voor het slachtoffer door zuurstofrijk bloed in het lichaam te laten circuleren, waardoor schade aan vitale organen zoals de hersenen wordt voorkomen. Basisreanimatie zal het slachtoffer meestal niet ‘tot leven brengen’. Daarom is het belangrijk dat zo snel mogelijk een ambulance wordt gebeld. Het personeel van de ambulance is opgeleid om een ‘defibrillator’ te gebruiken. Dit toestel kan elektrische schokken aan het hart toedienen, waardoor het weer kan gaan pompen.



  1. Algemeen schema








  1. Stabiele zijligging

  • Stabiele zijligging (recovery position) is de veiligheidshouding die wordt gebruikt bij een bewusteloos, ademend slachtoffer. In deze houding wordt een slachtoffer bijvoorbeeld gebracht na een succesvolle reanimatie met herstel van de ademhaling en circulatie. Deze houding is belangrijk om een vrije luchtweg te garanderen en ervoor te zorgen dat de tong geen obstructie veroorzaakt. Stabiele zijligging vermindert ook het risico dat de maaginhoud in de luchtwegen terechtkomt wanneer het slachtoffer braakt.

  • Geen enkele houding is ideaal voor alle slachtoffers. Het ERC raadt volgende werkwijze aan om een slachtoffer in stabiele zijligging te plaatsen.

  • Techniek:

  • Kniel naast het slachtoffer en verwijder een eventuele bril.

  • Leg de beide benen gestrekt.

  • Pak de arm die zich het dichtst bij u bevindt, en leg die in een rechte hoek ten opzichte van het lichaam zodat hij, ontspannen, met de elleboog geplooid, bijna haaks op het lichaam staat, met de handpalm naar boven.




  • Neem vervolgens de arm die het verst van u af is en breng deze over de borstkas. Plaats de rug van de hand van het slachtoffer tegen zijn wang aan uw zijde.




  • Buig met uw andere hand het been van het slachtoffer dat het verst van u af ligt en trek de knie naar boven, waarbij de voet plat op de grond blijft.

  • Trek aan de dij zodat het slachtoffer op zijn zij naar u toe rolt, terwijl u de hand tegen zijn kaak houdt.





  • Plaats het bovenste been zo dat de heup en de knie beide gebogen zijn in een rechte hoek, dit om te voorkomen dat het slachtoffer op zijn gezicht rolt.

  • Til het hoofd naar achteren zodat de luchtweg zeker open blijft.

  • Controleer nog eens of het gezicht voldoende beschermd is door de hand onder de wang.

  • Controleer de ademhaling regelmatig.

  • Draag er daarnaast zorg voor dat de druk op de onder het lichaam gelegen arm zo minimaal mogelijk wordt gehouden. Daarvoor controleer je de circulatie in deze arm.

  • Wanneer het slachtoffer, voor de aankomst van de hulpdiensten lang moet blijven liggen, keer je het (telkens) na 30 minuten op de andere zijde.






  1. CPR bij een baby (< 1 jaar) en kind (1 jaar – puberteit)




  • Pasgeborene = tot 28 dagen  reanimatie van pasgeborene / neonaat

  • Baby = < 1 jaar  reanimatie van baby

  • Kind = 1 jaar - puberteit  reanimatie van kind

  • Een kind > puberteit = volwassene  reanimatie van volwassene (zie hand-out jaar 1/3)




  • Met deze nieuwe richtlijnen werd gekozen voor een vereenvoudigen van de richtlijnen. Er werd geopteerd om aan leken aan te leren dezelfde procedure te volgen voor kinderen als voor volwassenen (zie 2.1.7 en 2.1.8). Reanimatie door omstaanders verbetert de uitkomst aanzienlijk. Deze vereenvoudiging zorgt ervoor dat omstaanders die normaal niets zouden doen aangemoedigd worden om de reanimatie te beginnen ook al volgen ze daarbij een algoritme dat niet werd aangepast voor kinderen.

  • Er zijn nochtans belangrijke verschillen tussen de overwegend cardiale oorzaken van een stilstand bij volwassenen en een asfyctische oorzaak bij kinderen. Daarom werd een aangepast pediatrisch algoritme uitgewerkt voor kinderen dat van toepassing is voor gezondheidswerkers die hiervoor getraind werden.

  • Leken die een reanimatie starten en die geen kennis hebben van de specifieke richtlijnen voor kinderen, mogen het algoritme volgen van de basisreanimatie bij een volwassene met uitzondering van 2 aanpassingen:

  • 5 initiële beademingen

  • gevolgd door 1 minuut CPR alvorens hulp te gaan halen.

  • Voor niet-leken wordt de volgende procedure voorgesteld:


ERC2005



  • Verzeker de veiligheid van het slachtoffer en uzelf.

  • Beoordeel bewustzijn:

  • Stimuleer het kind zachtjes en vraag luid of het in orde is.

  • Schud geen kinderen of baby’s met het vermoeden van een letsel aan de cervicale wervelkolom

  • Als het kind reageert door te antwoorden of te bewegen,

  • laat je het kind liggen in de positie waarin je het gevonden hebt (in het geval dit geen gevaar inhoudt natuurlijk).

  • controleer je de toestand en haal je hulp indien nodig

  • beoordeel je het kind regelmatig opnieuw

  • Als het kind niet reageert,

  • roep om hulp

  • open de luchtweg: hoofd in extensie en kinlift

    • Plaats je hand op het voorhoofd en breng het hoofd zachtjes achterwaarts

    • Op hetzelfde moment, lift je de kin op met de vingers onder de kin. Duw met je hand niet op de zachte weefsels onder de kin want dit kan de luchtweg blokkeren.

    • Wanneer je het moeilijk hebt om de luchtweg te openen, probeer je de “jaw thrust” methode. Plaats 2 vingers van elke hand achter elke zijde van de mandibula en trek de kaak naar voren.

    • Deze beide methoden gaan gemakkelijker als het kind op de rug ligt.

    • Bij het vermoeden van een nekletsel, probeer je de luchtweg te openen door enkel kinlift en “jaw thrust”. Wanneer dit onvoldoende is, voeg je er een beetje hyperextensie van het hoofd aan toe tot de luchtweg open is.

  • Beoordeel ademhaling: kijk, luister en voel terwijl je de luchtweg open houdt door je gezicht dicht bij het hoofd van het kind te plaatsen en te kijken naar de borstkas.

  • Kijk of je de borstkas ziet bewegen

  • Luister naar ademhalingsgeluiden ter hoogte van de mond en neus van het kind

  • Voel naar luchtverplaatsing met je wang

  • Kijk, luister en voel niet langer dan 10 seconden

  • Als het kind normaal ademt,

  • draai het kind op de zij in stabiele zijligging

  • controleer regelmatig voor de aanwezigheid van ademhaling

  • Als het kind niet ademt of het maakt enkel agonale adembewegingen (onregelmatige en niet-frequente ademhalingen),

  • verwijder voorzichtig elke duidelijke luchtwegobstructie

  • geef 5 initiële beademingen

  • Terwijl je de beademingen uitvoert, let je op braak of hoest reacties. Deze reacties of de afwezigheid ervan zijn een onderdeel van beoordeling van de tekenen van circulatie (zie later).


Techniek Kind (1 jaar – puberteit)

  • Verzeker hyperextensie en kinlift

  • Knijp het zachte gedeelte van de neus toe met de wijsvinger en duim van de hand die rust op het voorhoofd

  • Open de mond een beetje maar blijf de kin naar boven houden

  • Adem in en plaats je lippen rond de mond waarbij je je verzekert van een goede afsluiting

  • Blaas uit in de mond gedurende 1–1.5 sec en kijk of de borstkas naar boven komt

  • Behoud de hyperextensie en kinlift, neem je mond van het slachtoffer en kijk of de borstkas weer invalt als de lucht eruit komt.

  • Neem opnieuw een ademteug en herhaal deze sequentie 5 maal. Beoordeel de effectiviteit door te kijken of de borstkas op en neer gaat zoals dat gebeurt bij een normale ademhaling.


Techniek baby (< 1 jaar)

  • Verzeker een neutrale positie van het hoofd en een kinlift

  • Adem in en bedek met je mond de mond en de neusopeningen van de baby, waarbij je je verzekert van een goede afsluiting. Als de neus en mond niet omvat kunnen worden bij een grotere baby, probeer je enkel de neus of de mond te omcirkelen met je mond. Als je de neus gebruikt, sluit dan de lippen om het ontsnappen van lucht langs de mond te voorkomen.

  • Blaas uit in de mond en neus van de baby gedurende 1–1.5 sec, blaas voldoende om de borstkas te doen stijgen.

  • Behoud de extensie en kinlift, neem je mond van het slachtoffer en kijk of de borstkas weer invalt als de lucht eruit komt.

  • Neem opnieuw een ademteug en herhaal deze sequentie 5 maal.



ERC2005



ERC2005


  • Als je moeilijkheden hebt om een effectieve beademing te bekomen, is het mogelijk dat er een luchtwegobstructie bestaat.

  • Open de mond van het kind en verwijder elke zichtbare obstructie. Voer geen blinde “fingersweep” uit.

  • Verzeker je van een adequate hyperextensie van het hoofd en kinlift maar zorg ervoor dat de nek niet overstrekt is.

  • Wanneer de hyperextensie en de kinlift de luchtweg niet hebben vrij gemaakt, kan je de methode van de “jaw thrust” proberen.

  • Probeer 5 keer om een effectieve beademing te bekomen; als het dan nog steeds niet succesvol is, ga je verder met hartmassage.

  • Beoordeel de circulatie van het kind. Neem niet meer dan 10 seconden om:

  • te kijken naar tekenen van circulatie. Dit behelst elke beweging, hoest of normale ademhaling (agonale adembewegingen zijn geen normale ademhaling, het zijn niet-frequente en onregelmatige ademhalingen).

  • de pols te contoleren (wanneer je een gezondheidsmedewerker bent), maar verzeker dat je hier niet meer dan 10 seconden voor neemt.

    • Bij een kind (> 1 jaar) voel je in de hals naar de pulsaties van de arteria carotis

    • Bij een baby, voel je naar pulsaties ter hoogte van de arteria brachialis aan de binnenzijde van de bovenarm.

  • Ga verder met beademen, indien noodzakelijk tot het kind opnieuw start met zelfstandig te ademen

  • Draai het kind op zijn zij (stabiele zijligging) wanneer het onbewust blijft

  • Controleer het kind regelmatig

  • Wanneer er geen tekenen van circulatie zijn, geen pols of een trage pols (minder dan 60 per minuut met een slechte perfusie), of als je niet zeker bent:

  • start hartmassage

  • combineer hartmassage en beademingen


Techniek algemeen

  • Geef hartmassage ter hoogte van het onderste derde van het sternum

  • Om compressie op het abdomen te vermijden, lokaliseer je de processus xyphoideus door het punt te vinden waar de onderste ribben in het midden samenkomen.

  • Duw op het sternum 1 vinger boven dit punt

  • Je duwt het sternum ongeveer 1/3 van de diepte van de borstkas in

  • Laat de druk los en herhaal dit aan een ratio van 100 per minuut

  • Na 15 compressies, breng je het hoofd in hyperextensie en kinlift en geef je 2 effectieve beademingen.

  • Ga door met hartmassage en beademingen aan een ratio van 15/2

  • Leken mogen de ratio 30/2 gebruiken.


Techniek hartmassage baby:

  • Als je alleen bent, gebruik je de twee-vinger methode: je duwt het sternum in met twee vingers in plaats van met de hiel van de hand

  • Wanneer er meerdere hulpverleners zijn, gebruik je de omcirkelmethode of 2 duimen methode. Plaats beide duimen naast elkaar op het onderste derde van het sternum met de tip van de duimen gericht naar het hoofd van de baby. Met de andere vingers samen reik je rond het onderste deel van het ribbenrooster van de baby met de vingertippen als ondersteuning van de rug van de baby. Duw met de twee duimen het onderste deel van het sternum naar beneden, ongeveer één derde van de diepte van de borstkas.



ERC2005
Techniek hartmassage kind:



  • Plaats de hiel van de hand op het onderste derde van het sternum.

  • Trek je vingers op om zeker te zijn dat je geen druk uitoefent op de ribben van het kind.

  • Plaats jezelf vertikaal boven de borstkas van het slachtoffer en duw het sternum in met gestrekte armen tot ongeveer één derde van de borstkas.

  • Bij grotere kinderen of kleinere hulpverleners, kan het nodig zijn de hartmassage te geven met beide handen en de vingers in elkaar gestrengeld.


ERC2005




  • Ga door met je reanimatie tot:

  • het kind tekenen van leven vertoont (spontane ademhaling, pols of beweging)

  • gespecialiseerde hulp aankomt

  • je uitgeput raakt

  • Wanneer hulp halen?

  • Het is van vitaal belang zo snel mogelijk hulp te halen als een kind collabeert.

  • Als er meer dan één hulpverlener aanwezig is, begint iemand onmiddellijk met de reanimatie terwijl de andere hulp gaat halen.

  • Als er maar één hulpverlener aanwezig is, reanimeer je gedurende 1 minuut alvorens hulp te gaan halen. Om de onderbreking van de reanimatie te minimaliseren, is het soms mogelijk de baby of een klein kind mee te dragen wanneer je om hulp gaat.

  • De enige uitzondering om eerst één minuut te reanimeren alvorens hulp te halen, is een kind met een plotse stilstand waar je bijstaat als enige hulpverlener. In dit geval gaat het meest waarschijnlijk om een hartstilstand van aritmogene oorsprong en is dus een defibrillatie nodig. Zoek dan onmiddellijk hulp als er niemand is die dat voor u kan doen.



  1. Zuurstofvoorziening


Hulpmiddelen om de luchtweg open te houden

Eenvoudige hulpmiddelen om de luchtweg open en vrij te houden zijn zeker behulpzaam en soms essentieel om een open luchtweg te behouden, zeker wanneer we te maken hebben met een verlengde reanimatie. De positie van het hoofd en de nek moeten behouden blijven om de luchtweg open te houden bij het gebruik van deze hulpmiddelen. Er werden orofaryngeale en nasofaryngeale canules geconstrueerd om achterwaartse verplaatsing van het zachte verhemelte en de tong tegen te gaan bij een bewusteloos slachtoffer.





  1. Mayo canule

  • De orofaryngeale canule of Guedel canule of mayo canule is beschikbaar in verschillende maten van pasgeborene tot volwassene.

  • Een idee over de geschikte maat van de canule kan men verkrijgen door de mayocanule extern tegen de kaak van het slachtoffer te plaatsen met de platte kant ter hoogte van de mondhoek (ter hoogte van de snijtanden) en de gebogen zijde in de richting van de kaakhoek. De geschikte maat vult deze afstand volledig op maar loopt niet verder dan de kaakhoek. Courante maten voor volwassenen zijn 2 (small), 3 (medium) en 4 (large).

  • De bedoeling van het plaatsen van een mayocanule is dus de bovenste luchtweg open te houden door de achterwaartse verplaatsing van de tong te voorkomen. Deze techniek kan enkel uitgevoerd worden bij een bewusteloze patiënt.


Techniek

  • Breng het hoofd in lichte hyperextensie. Open de mond van het slachtoffer en overtuig u ervan dat er geen vreemd materiaal aanwezig is in de mond dat eventueel in de larynx geduwd kan worden.

  • Plaats de mayocanule in de mond in omgekeerde positie (concave deel naar het verhemelte gericht) en schuif ze op tot aan de overgang van het harde naar het zachte verhemelte.

  • Zodra je over het harde verhemelte bent, draai je de canule180 ° om.

  • Schuif de canule verder door tot in de hypofarynx.

  • Deze rotatietechniek minimaliseert het risico om de tong naar achter en naar beneden te duwen.

  • Als de canule op zijn plaats zit, plaats je het mondstuk indien mogelijk tussen lippen en tanden.

  • Let op voor beschadiging van tanden, lippen en verhemelte. Als er nog glossofaryngeale en laryngeale reflexen aanwezig zijn, kan insertie van de canule laryngospasmen en braken uitlokken. Insertie kan je dus enkel proberen bij comateuze patiënten. Indien je toch een braakreflex opwekt, stop je onmiddellijk met de handeling en verwijder je de canule.

  • Na de insertie behoudt u de hyperextensie van het hoofd en controleert u de ademhaling via de gekende kijk-, luister- en voel methode.


ERC2005




  1. Nasofaryngeale canule

  • De nasofaryngeale canule is gemaakt van zachte plastiek en heeft één schuin afgesneden uiteinde en één verbreed uiteinde. Wanneer het slachtoffer niet te diep bewusteloos is, wordt dit beter verdragen dan een orofaryngeale canule. Deze canule kan levensreddend zijn bij patiënten met trismus, geklemde kaken of maxillofaciale traumata wanneer insertie van een orale luchtweg onmogelijk is. Het wordt afgeraden dit te gebruiken bij slachtoffers met het vermoeden van een schedelbasisfractuur, er is in elk geval uitzonderlijke voorzichtigheid nodig in deze situatie.

  • De maat van de tube wordt weergegeven in mm interne diameter en de lengte neemt toe bij een toenemende interne diameter. Bij volwassenen gebruikt men meestal een maat 6-7 mm

  • Bij de insertie kan de nasale mucosa beschadigd worden en aanleiding geven tot een bloeding tot in 30 % van de patiënten.

  • Wanneer de tube te lang is, kan ze glossofaryngeale en laryngeale reflexen uitlokken die kunnen leiden tot laryngospasmen en braken.


Techniek

  • Controleer of het rechter neusgat doorgankelijk is. Bij sommige canules is een veiligheidsspeld aanwezig op het einde van de tube om ervoor te zorgen dat de tube niet volledig verdwijnt in het neusgat.

  • Lubrifieer de canule met een wateroplosbare gel alvorens ze in te brengen in het neusgat.

  • Breng het schuin afgesneden stuk in via het rechter neusgat. Daarbij richt u de canule niet in de richting van de hersenen maar volgt u het verloop van de neus.

  • U schuift de canule vertikaal op over de neusbodem.

  • Dit manoeuvre wordt gevolgd door een korte bocht. De curve van de canule dient te richten naar de keel van het slachtoffer.

  • Als u obstructie voelt, verwijdert u de canule en probeert u via het linker neusgat.

  • Eenmaal ter plaatse controleert u de ademhaling door de gekende kijk-, luister- en voel techniek.

  • Kinlift dient behouden te worden om de luchtweg vrij te houden.


  1. Manieren van zuurstoftoediening

  • De normaal ingeademde lucht bevat ongeveer 20 % zuurstof.

  • Bij mond-op-mond beademing bezorgen we een zuurstofconcentratie van ongeveer 16-17 %.

  • Een neusbril kan dit percentage maar opdrijven tot 25 % zuurstof !

  • Bij maskerbeademing kan men dit percentage opdrijven tot 50 % indien men het masker aansluit aan een zuurstofbron met een flow van 5 – 6 l/min.


Techniek maskerbeademing

  • Breng het hoofd in hyperextensie

  • Kinlift

  • Plaats het masker correct op mond en neus en zorg dat het goed afsluit

  • De 2-handen techniek wordt aangeraden waarbij u zelf achter het slachtoffer plaats neemt.

  • Beadem door de mond van het masker

  • Minder risico op infecties

  • Aansluiten van zuurstofbron mogelijk



  • Beademen via een ambu: wordt later gegeven in de module trauma en reanimatie

  • Intubatie: wordt later gegeven in de module trauma en reanimatie (hier enkel een demonstratie)


ERC2005



  1. FBAO – foreign body airway obstruction - Verstikking




  • Verstikking treedt op wanneer een "vreemd voorwerp", bijvoorbeeld een stukje eten, blijft steken achter in de keel zodat de toegang tot het strottenhoofd wordt belemmerd.

  • Het is belangrijk deze situatie te erkennen en niet te verwarren met een syncope, een hartaanval, epilepsie aanval of andere condities die aanleiding geven tot ademhalingsproblemen, cyanose of verlies van het bewustzijn.

  • Vreemde voorwerpen kunnen een milde of een ernstige ademhalingsobstructie veroorzaken.

  • Aan de hand van onderstaande tabel kan u trachten onderscheid te maken tussen een milde en een ernstige luchtwegobstructie.



Table: Differentiation between mild and severe foreign body airway obstruction (FBAO)a

Sign Mild obstruction Severe obstruction

‘‘Are you choking?’’ ‘‘Yes’’ Unable to speak, may nod

Other signs Can speak, cough, breathe Cannot breathe/wheezy

breathing/silent attempts to cough/unconsciousness



  1. general signs of FBAO: attack occurs while eating; victim may clutch at neck



ERC2005



  • Het volgende schema wordt voorgesteld bij FBAO bij volwassenen en is eveneens bruikbaar bij kinderen > 1 jaar.




ERC2005



  1. Indien het slachtoffer tekens vertoont van milde FBAO:

  • Moedig het slachtoffer aan om verder te hoesten

  • Doe niets anders

  • Hoesten genereert een hoge druk in de luchtwegen die in staat is een vreemd lichaam uit te duwen. Agressieve therapieën zoals rugslagen, abdominale compressies en hartmassage kunnen ernstige complicaties veroorzaken en de luchtwegobstructie verergeren. Deze technieken moeten bewaard blijven voor slachtoffers van ernstige luchtwegobstructies.

  • Slachtoffers met een milde obstructie blijven onder continu toezicht tot verbetering optreedt vermits ernstige obstructie zich kan ontwikkelen bij hen.




  1. Indien het slachtoffer tekens vertoont van ernstige FBAO en bewust is:

  • Geef het slachtoffer 5 slagen op de rug zoals hieronder beschreven

  • Ga naast en een beetje achter het slachtoffer staan.

  • Ondersteun zijn borstkas met een hand en buig hem goed voorover zodat het vreemde voorwerp uit de mond kan komen wanneer het los komt in plaats van verder in de luchtwegen te zakken.

  • Geef maximaal 5 krachtige slagen op de rug tussen de schouderbladen met de hiel van de andere hand.


ERC2000



  • Controleer na elke slag of de obstructie is opgeheven. Het is eerder de bedoeling om de obstructie op te heffen bij elke slag, dan noodzakelijk 5 slagen te moeten geven.

  • Indien dit geen succes heeft, probeer dan buikcompressies (= Heimlich manoeuvre, abdominal thrusts). Deze drukken lucht uit de longen door de plotselinge beweging van de buik naar binnen en boven tegen het middenrif.

  • Sta achter het slachtoffer en plaats beide armen rond het bovenste deel van de buik, juist onder de ribbenboog.

  • Buig het slachtoffer voorover.

  • Maak een vuist en plaats die tussen de navel en de processus xiphoideus.

  • Neem je vuist met je andere hand en trek krachtig naar u toe en naar boven

  • Herhaal dit maximaal 5 keer.

  • Indien de obstructie nog niet is opgeheven, ga je verder met afwisselend 5 slagen op de rug en 5 buikcompressies. Ongeveer 50 % van de luchtwegobstructies worden niet opgelost door gebruik te maken van één enkele techniek. De kans op succes verhoogt dus wanneer we de technieken (slagen op de rug, buik compressies, thorax compressies) combineren.


ERC2000




  1. Indien het slachtoffer op enig ogenblik het bewustzijn verliest:

  • Leg het slachtoffer voorzichtig op de grond.

  • Activeer onmiddellijk de hulpdiensten.

  • Start met CPR: start vanaf de stap van de controle van de ademhaling, gevolgd door de thorax compressies a rato van de 30:2 cycli.

  • Tijdens CPR controleer je de mond van het slachtoffer op vreemde voorwerpen telkens je de luchtwegen opent.

  • Gezondheidswerkers en mensen vertrouwd en ervaren met het voelen van een carotispulsatie, moeten starten met de hartmassage zelfs als ze een carotis pulsatie voelen in een onbewust slachtoffer van een verstikking.



  1. Beoordelen van het bewustzijn




  1. Algemeen




  • Deze topic wordt hier besproken maar zal niet ingeoefend worden tijdens deze vaardigheidslessen. Ze zal praktisch getest worden in een later stadium van de opleiding tijdens de stages.



  1. Graad van bewustzijn




  • Beoordelen van het bewustzijn is een weerspiegeling van het vermogen van de patiënt om alert te zijn en adequaat te reageren op bepaalde stimuli.

  • Verschillende graden van bewustzijn :

  • Alert: de patiënt opent de ogen, kijkt je aan en antwoordt adequaat op je vragen.

  • Lethargisch: de patiënt lijkt slaperig, hij opent de ogen en kijkt je aan en antwoordt op je vragen maar valt onmiddellijk erna opnieuw in slaap.

  • Suf: deze patiënt opent de ogen en kijkt je aan maar antwoordt zeer traag en verward. Heeft weinig interesse in de omgeving.

  • Stuporeus: deze patiënt is enkel wakker te krijgen na pijn stimuli. Verbale reacties zijn zeer traag tot afwezig. Als de stimulus stopt, glijdt de patiënt weer weg. Weinig interesse in de omgeving of zichzelf.

  • Comateus: deze patiënt reageert niet duidelijk op externe stimuli, is onaanspreekbaar en houdt de ogen dicht.



  1. Glasgow coma schaal




  • Dit is een schaal die opgesteld werd voor het beoordelen van de diepte van de coma.

  • De score is minimaal 3 en maximaal 15.

  • Hoe hoger de score, hoe beter de prognose.

  • De schaal beoordeelt het openen van de ogen, de motorische en de verbale respons.

  • Zie ook tabel 18.9 in Bates : “abnormal postures in comatose patients”




Openen van de ogen (E)

Spontaan

4




Op luid aanspreken

3




Op een pijnstimulus

2




Niet

1

Motorische reactie (M)

Doet wat je vraagt

6




Lokaliseert

5




Trekt terug (flexie)

4




Flexie houding

3




Extensie houding

2




Niets

1

Verbale reactie (V)

Georiënteerd

5




Verward, gedesoriënteerd

4




Niet samenhangende woorden

3




Niet verstaanbare geluiden

2




Niets

1




  1. Eindtermen




  • Algemeen:

  • Beoordelen bewustzijn 4

  • Glasgow coma schaal 4

  • Dood constateren 4

  • Basis reanimatie - CPR 4

  • Mond op mond beademing 4

  • Uitwendige hartmassage 4

  • Initiatief nemen tot reanimatie 4

  • Masker beademing 3

  • Inbrengen mayo canule 3

  • Heimlich manoeuvre 3

Okt 2006






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina