Vak- vormingsgebied: Muziek. Speelwerkthema / onderwerp



Dovnload 41.25 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte41.25 Kb.

Student(e)

Klas


Stageschool

Plaats


Kim van der Aa.

P14EhvADT

De Hobbendonken.

Boxtel


Mentor

Datum


Groep

Aantal lln



Reinout Brocken

24-3-2015

7

24


Vak- vormingsgebied:

Muziek.


Speelwerkthema / onderwerp:

Lied aanleren: Fietskwijt, aan de hand van het KVB model (klank-Vorm-Betekenismodel) en bewegingen.




Persoonlijk leerdoel:

- Een muziekles geven waarbij de kinderen nauw betrokken zijn en meedoen met de actieve lesvorm waarbij we vooral samen zingen en bewegen maar ook in 2 groepen (jongens/meisjes).

- Op diverse, positieve manieren de kinderen bij de les houden op momenten wanneer ze afgeleid zijn en storend is voor het lesgeven.


Lesdoel(en):

- Kinderen een nieuw lied aanleren a.d.h.v. het KVB-model en bewegingen.

- Kinderen kunnen een lied analyseren d.m.v. vragen die gericht zijn op het KVB-model. Ze kunnen antwoord geven op de vragen.
Leerlijnen waaraan wordt voldaan (http://tule.slo.nl/)

Kerndoel 57: De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren.


Kerndoel 58: De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deel nemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening te houden.


Evaluatie van lesdoelen:

Tijdens de uitleg van het KVB-model kom ik erachter wie het wel en niet begrijpen. Dit doe ik door vragen te stellen die betrekking hebben op het aangeleerde lied tijdens de les.

Ik hou in de gaten of alle kinderen intensief meedoen zodat ze het lied kennen aan het einde van de les.


Pedagogische beginsituatie m.b.t. gedrag, groepsverhoudingen, groepsdynamiek:

- Hoe kan ik de stillere kinderen meer naar de voorgrond halen zodat zij erbij betrokken worden? Beïnvloeden sociaal-emotionele verschillen in de klas.

- Hoe splits ik de klas op in tweeën? Jongens en meisjes.

- Hoe kan ik het enthousiasme voor het zingen en dansen positief beïnvloeden? Zorgen dat de les vlot loopt zodat er weinig ruimte is om andere dingen te doen.

- Hoe zorg ik ervoor dat de kinderen de afspraken nakomen die ik met ze maak? Duidelijk zijn in wat ik wil en belangrijk vind.
- Wat doe ik als ze niet mee willen doen? Ze proberen over te halen met een positieve draai eraan.

- Het niveau, van de kinderen uit de groep, is gemiddeld (bron: gesprek mentor).
- De kinderen zingen graag (bron: gesprek mentor).

- De kinderen bewegen graag, meisjes meer dan de jongens (bron: gesprek mentor).

- De kinderen zijn bekend met zelf klanken bedenken of een muziekstuk maken.


Vakspecifieke beginsituatie:

- Volgens de mentor is er niemand in de klas met een absoluut gehoord, en enkelen met een relatief absoluut gehoor.

- Kinderen krijgen normaliter les uit de methode: Moet je doen!

- Kinderen zijn niet bekend met het KVB-model.


Materialen: Digibord, Gynzy, KVB-model, cd (eigen-wijs), computer.

Tijd


Leerinhoud

Didactische handelingen

Leraar 

Leeractiviteit

leergedrag leerling(en)



Organisatie

5 min.

Korte inleiding + beschrijving doel.

1. We gaan vandaag tijdens deze muziekles zingen! Wie houd er van zingen en doet dit vaak? We leren vandaag een lied dat over een verloren fiets gaat.
2. Aan het einde van de les hebben jullie de tekst geleerd van een nieuw lied ondersteund door bewegingen die we zelf gaan verzinnen.

Ook leer je kort wat het KVB-model is.




1. Kinderen luisteren naar de inleiding en de doelen en reageren op mijn vragen.




15 min.

Uitleg opdracht + uitvoering.

3. Ik laat nu eerst het lied horen. Is er iemand die het lied al kent? Zo ja, waarvan?
4. Omdat je het lied nog gaat leren heb ik vragen bedacht zodat we de tekst beter leren kennen. Ik laat het lied nog eens horen en dan gaan we de vragen behandelen.

- Wat zijn de belangrijkste woorden/kernwoorden van het lied, we werken van het begin tot het eind. Wie weet nog wat er in het begin wordt gezongen?



Regels 1 en 2 : fiets - kwijt – gezocht – mis – waar is ie dan?

Regels 3 en 4: weet – gezet – overkant - tante Jet – daar is ie dan!

Door deze woorden te lezen heb je eigenlijk al een duidelijk beeld waar de tekst over gaat en hoe het liedje verloopt. Wie kan mij dit kort vertellen aan de hand van deze woorden?


5. We gaan nu het lied proberen te zingen met deze woorden. 1 keer met de woorden er bij en de 2e keer laat ik de woorden van de eerste 2 zinnen weg.
6. Nu we het lied al een beetje kennen wil ik graag van jullie weten wie het KVB-model kent? Ik laat het model op het digibord zien.


3. Kinderen luisteren naar het lied.

4. Kinderen steken hun vingers omhoog als ze weten wat de belangrijkste woorden in de tekst zijn.

Degene die de beurt krijgt vertelt hoe het verhaal loopt.

5. Kinderen proberen mee te zingen met de belangrijkste woorden en daarna zonder die woorden.

6. Kinderen steken hun vinger omhoog als ze weten wat het KVB-model is.


3. Ik zet de muziek aan.

4. Ik laat de kernwoorden verschijnen.

Regels 1 en 2 : kwijt – gezocht – mis - is ie dan?

Regels 3 en 4: weet – gezet – overkant - tante Jet - is ie dan!

5. Ik laat de songtekst via Gynzy op het digibord zien.

6. Ik laat a.d.h.v. Gynzy zien wat het KVB-model is.









Ik vertel kort waar KVB voor staat.

Muziek heeft altijd klank en vorm wat betekenis geeft aan mensen.

- Bij klank moet je denken aan hard, zacht, hoog, laag, snel of langzaam.

- Bij vorm moet je denken aan herhalingen (refrein, coupletten), het tegenovergestelde contrast (dat er juist een nieuwe melodie komt of i.p.v. veel zachter de muziek harder gaat), variatie (de muziek blijft herkenbaar maar er verandert iets bv. Een ander instrument of andere stem.

- Bij betekenis moet je denken aan je gevoel, wat doet de muziek met je?
7. - Als we nu kijken naar de klank, bij welk stuk van de tekst zou je eventueel wat harder kunnen zingen?

- En wat zie je als je naar de vorm kijkt? In hoeveel stukken zou je hem kunnen opdelen? Waaraan herken je dat?

- Als je dit leest wat voor gevoel roept het bij je op? Wat voor beweging zou je erbij willen maken kan iemand dit voordoen?


Kinderen luisteren naar de uitleg en beantwoorden mijn vragen.

7. Kinderen steken hun vinger omhoog en reageren op mijn vragen.





10 min.

Uitvoering in 2 groepen.

8. We gaan het lied nu nog 1 keer samen doen en daarna gaan we opsplitsen in 2 groepen.
9. Ik wil aan de linker kant van de klas alle jongens en rechts alle meiden. We zingen eerst het lied nog een keer met z’n allen.

Nu beginnen de meiden met de eerste 2 regels de jongens zingen vervolgens de 3e en 4e regels, ik zing met beide groepen mee.

Na een paar keer draaien we de rollen om. De jongens zingen de eerste 2 regels en de meiden de 3e en 4e regels.
10. Nu gaan we de opdracht meer in beweging brengen. Ik vraag aan willekeurige kinderen of ze een beweging weten op een bepaald woord (de belangrijkste woorden die we in het begin ook behandeld hebben).

Nu gaan we het lied oefenen met de bewegingen erbij.




8. Kinderen zingen nog een keer het lied.

9. De jongens gaan links staan en de meiden rechts van de klas. Iedereen zingt mee.


10. Kinderen bedenken bewegingen op de woorden.



8. Mogelijk schuiven we de tafels opzij zodat er meer ruimte is.
Ik leid de groep tijdens het zingen en de wisselingen die plaatsvinden tijdens de les.

10. Ik dans de bewegingen ook mee en vraag aan Reinout of hij ook mee doet.



5 min.

Afsluiting.

11. Jullie mogen weer allemaal op jullie plaats gaan zitten zodat ik de les kan afsluiten.

- Hoe vonden jullie deze les? Steek je vingers omhoog als je het leuk vond, en nu als je het niet leuk vond.

- Wat vond je leuk of niet leuk?

- Wat heb je geleerd tijdens de les?



- Waarom laat ik jullie bewegingen bedenken?


11. Kinderen gaan weer zitten en steken hun vinger omhoog als het leuk/niet leuk vonden.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina