Van Buren fragmentgenealogie en aantekeningen. Doc



Dovnload 214.24 Kb.
Pagina1/4
Datum16.08.2016
Grootte214.24 Kb.
  1   2   3   4
Van Buren - fragmentgenealogie en aantekeningen.DOC

http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/files/Van%20Buren/

door Philip van Dael


I Otto, heer van van Buren. in ca. 1190 vermeld als nobilis homo van graaf Otto van Gelre, bezwoor met hem de privilegiën van Zutphen. Vergezelde in 1203 gravin Ada van Holland, in haar vlucht naar Leiden. In 1213 schonk hij, o.a. met zijn zoon Alard, de kerkgift van Kekerdom aan het klooster Bedbur.
II Alard van Buren, ridder, vermeld 1226-1243, overl. voor 12.3.1248, tr. N.van Bosinchem, overl. voor 12.3.1248.

Volgens Booth vader van de volgende kinderen:

1. Alard, volgt III

2. Hubertus van Buren

3. Otto van Buren

4. Stephanus, volgt IIIA

5. Wilhelmus van Buren

6. Wenemarus van Buren

7. Gerardus van Buren

8. Henricus van Buren


III Alard van Buren, vermeld 1248-1262, overl. voor 1263.

Volgens Booth vader van:

1. Otto, volgt IV

2. Johanna van Buren, tr. Gerard de Cock van Weerdenburch, vermeld 1314 (Booth)


IIIA Stephanus van Buren. Vader van:

1. Alard van Buren, vermeld 1279 (Booth)

2. Stephanus van Buren (Booth)
IV Otto, heer van Buren 1263-1299, overl. als monnik na 1309. Geeft in 1298, wegens gepleegd geweld, zijn slot Buren in handen van graaf Reinald van Gelre, welke het aan hem, liber fidelis, wederom in leen gaf. Het betrof slechts het huis en niet de heerlijkheid Buren, welke dus een eigen goed bleef van de familie. Hij beloofde daarbij de graaf en diens land, vanuit zijn slot, geen schade te berokkenen. Tr. N.Snoek (?), uit het land van Kleef. Booth geeft hem als vrouw een dochter van Pijll. Zij zegelde namelijk met het wapen dier familie. In "Het geslacht van den Boetzelaer" staat als echtgenote van Otto van Buren vermeld ene N.N. van Stralen, dr. van Arnold, voogd van Stralen, wier zuster Elisabeth huwde met Gijsbert van der Leck. Het lijkt erop dat Stralen het zelfde wapen voerde met de pijl(en) als Cornelis Booth heeft gevonden. Met deze gegevens in gedachten is hetgeen hier onder sub 2) vermeld staat goed te volgen. Booth schrijft zelf verder "Otto de Buren inter fidejus sores Henrici d(o)m(ini) de Lecka a° 1268".

Volgens Booth was Otto de vader van:

1. Alard, volgt V

2. Aernt van Stralen, ridder 1319, wordt in 1333 heer Arnt van Buren genoemd - opmerkelijk is dat vermeld staat in "Het geslacht van den Boetzelaer" op blz. 85 dat Arnold van der Leck, die in 1320 Well verkoopt dezelfde is als Arnold advocaat van Stralen en in 1326 zegelt met een rechtopstaande pijl. Volgens Booth zou Arnt een zoon Otto van Buren hebben gehad.

3. Otto van Buren, knape, wordt in 1333 met heer Arnt, voorschreven als ooms genoemd over Lambrecht, here van Buren, knape. Volgens Booth zou hij een zoon Otto van Buren hebben gehad, die nog in 1407 geleide te Utrecht verkreeg.
V Alard van Buren, heer van Buren 1298-1314, beleend met het gerecht van Asperen 20.10.1299. In 1310 erkent hij, samen met zijn oudste zoon Otto, dat de dorpen Maurik, Eck, Ingen en Lienden een wetering van hen hebben gekocht, welke uitloopt in de Corne te Buren. Ook leenman van Holland (Aelwijk, 1313). Tr. Adelisse de Vriese.

Hieruit:


1. Otto, vermeld in 1310, overl. voor 1326, tr. voor 21.10.1317 Aleid van Avesnes, weduwe van Wolffert II van Borsselen.

2. Lambert, volgt VI

3. Sophia van Buren, vrouwe van Dorenborch, is 13.1.1353 wed. van heer Willem van Dornich, ridder, en bellend met de halve tienden te Dorenborch, tr. Willem van Doornik, ridder, heer van Doornenburg, vermeld 1295, 1346, overl. voor 1353. (Zie "Het geslacht van den Boetzelaer".)

4. (een zoon, die op zijn beurt twee zoons had, nl. Aernt en Otto van Buren, en voornoemde Aernt die ook een zoon had; e.e.a. zou als conclusie getrokken kunnen worden uit St.Pieter 386, A° 1353)


VI Lambrecht, heer van Buren. Hij erkent in 1330 de verkoop van bovengenoemde wetering aan de dorpen Maurik, Eck, Ingen en Lienden. Knaap (1336).

Hieruit:


1. Alard, volgt VII

2. (vlgns Booth) Elisabeth van Buren (of is Booth in de war met VII-3 ?)


VII Alard van Buren, vermeld van af 1339. Belooft in 1343 zijn kinderen niet te zullen uithuwelijken, zijn heerlijkheid niet aan een heer op te dragen, zonder raad en goedkeuring van hertog Reinald van Gelre. Overleden (waarschijnlijk - zie kapittel St.Pieter te Utrecht) in of voor 1353. Tr. Mabelia van Cats, dochter van Gijsbrecht van Cats, knaap, en Elisabeth van Beusichem.

Hieruit:


1. Alard, volgt VIII

2. Johan van Buren, vermeld o.m. in 1419.

3. Elisabeth van Buren, vermeld 23.9.1362, tr. Herbaren, heer van Liesveld, vermeld 1356-1383, overl. ca. 1388. Kinderloos.
VIII Alard van Buren, heer van Buren, vermeld van af 1350. Knaap (1360). In 1367 beleend met het huis Buren (mag daaruit geconcludeerd worden dat hij toen de 21-jarige leeftijd had bereikt? Hij zou dan ca. 1346 geboren zijn!). Overleden na 22.10.1403. Tr. Elisabeth van Bronkhorst, overl. na 22.9.1403 en voor 14.11.1411.

Hieruit:


1. Gijsbrecht, volgt IXA

2. Johan van Buren, volgt IXB

3. Otto van Buren, vermeld in 1403, wanneer hij in opdracht van 'zn vader beleend wordt met een aantal goederen onder Asch, Erichem, Buren en Malsen. In 1403 is hij voogd van z'n broer's zoon Willem als die wordt beleend met Buren c.a. Overleden voor 22.4.1425. Hij had de volgende bastaardzonen:

a. Gijsbert van Buren, vermeld van af 1439, en

b. Adriaen van Buren, vermeld van af 1439, wanneer zij beleend worden door Elisabeth van Buren met de goederen onder Avezaat en Zoelen, waarmee zij ook reeds beleend waren door wijlen Elisabeth's vader Johan van Buren, heer van Ewijk. Adriaen had een "echte zoon":

aa. Jan van Buren, vermeld 29.11.1461.

4. Alard van Buren, overleden voor 24.7.1426.

5. Elisabeth van Buren, tr. Johan van Vianen, heer van Bever­weerd.


Bastaarden bij Geertruid van den Cransse Florensdr.:

1. Lambert van Buren, vermeld 1401, wanneer hij met het huis de Eng te Ommeren wordt beleend. In 1475 draagt hij de Eng op aan Jasper van Culemborg. Hij is zeer oud geworden en over­leden tussen 17.9.1477 en 26.8.1480. Hij was gehuwd met

Lijsb­eth Lauwers, welke overleed voor 6.4.1476. Hij had even­wel een bastaarddochter Alard, welke hij op 17.9.1477 mach­tigde om schulden van zijn zuster Geertruid en Jasper van Culemborg in te vorderen.

2. Johan van Buren, vermeld in 1400, of is dit dezelfde als nummer 4?


Overige bastaarden (onbekend bij welke vrouw(en)):

3. Alard van Buren, vermeld 1413

4. Johan van Buren, vermeld 1413

5. jonge Jan van Buren, vermeld 1413, tr. Agnes (vermeld o.m. in 1416)

6. Geertruid (van Buren), vermeld 17.9.1477.
IXA Gijsbrecht van Buren, vermeld van af 1396. Aangezien z'n zoon Willem in 1403 door diens grootvader Alard met Buren werd beleend, zal Gijsbert dan reeds overleden zijn.

Hieruit:


1. Willem, volgt VII

2. Johan van Buren, proost van Aken, vermeld van af 1419


VII Willem van Buren, in 1403 na opdracht door z'n grootvader, beleend met Buren, waarbij Otto van Buren (de broer van z'n vader) als zijn voogd de leeneed aflegt. In 1415 bedankt hij z'n oom Otto voor diens voogdij en bestuur. In 1428 pleegt hij samen met zijn broer Johan, de proost van Aken, een mislukte aanval op de stad Culem­borg. Maakt in 1428, evenals zijn oom Johan van Buren, heer van Ewijk, aanspraak op Ewijk. In 1429 doen Willem, heer van den Bergh, en Gijsbert van Vianen, heer van Beverweerd, uitspraak inzake dit geschil. Daar Willem, de zijde had gekozen van de hertog van den Bergh, werd hij in 1430 door hertog Arnold van Gelre uit zijn goederen verjaagd. Willem trachte zich te verdedigen, kwam terug naar Buren, maar andermaal in 1435 werd de stad ingenomen en was Willem genoodzaakt naar het buitenland te vluchten. Hij vocht dapper aan de zijde van de hertog van den Bergh, in de slag op St.Hubertsdag, in 1444 en stierf te Luik in 1461. Tr. 2) Eringard, gravin van der Lippe. Hieruit:

1. Vincentius van Buren, kinderloos overl. in 1505, tr. ca. 1474 Agnes van der Eze van Gramsbergen, welke hertr. na 1508 met Johan van Saijn.

2. Gijsbert van Buren, domheer van Keulen en Luik.

3. Elze van Buren, abdisse van Thorn.


IXB Johan van Buren, vermeld van af 1403. Heer van Ewijk. Raad van de hertog van Gelre. Overleden tussen 15.10.1438 en

11.5.­1439. Tr. (huw.­vrw. 1­9.10.1421) Alienora van Borsse­len, vrouwe van St.Maartens­dijk.

Hieruit:

1. Elisabeth van Buren, vrouwe van Ewijk. Zou geb. zijn na 1421 en overleden zijn op 25.3.1451, tr. (huw.vrw. 13.2.1441) Gerrit II, heer van Culemborg, overl. 9.3.1480. Hieruit:

a. Jasper, heer van Culemborg, overl.29.11.1504.
Bastaard:

1. Frederik van Buren, vermeld van af 1438, als hij van z'n vader verschillende landerijen onder Malsen, Buren en Asch voor 101 jaar in pacht krijgt.

VIIA N.N. van Buren. Broer van Alard van Buren (VII).

Hieruit:


1. Otto, volgt VB
VIIIA Otto van Buren, heer van Ballegooien, vermeld 23.9.1362.

-------------------------------------------------------------

Nederlandsche Leeuw 1967, k. 375 & 376:
Gerard de Cock, volgt (kort) voor 1317 Rudolf de Cock op met het huis Weerdenberg, tr. Johanna van Buren.
-------------------------------------------------------------

Nederlandsche Leeuw 1983, k. 274:


Sander van Yngen zegelt in 1363 als schepen van Zandwijk met een dubbel gekanteelde balk vergezeld van een halve leeuw. Hij zal wel uit de heren van Buren stammen, die in 1248 het patronaatsrecht wegschonken en vroeg 14de eeuwse Ingen's droegen nog de typische Buren-namen Alard en Otto.
--------------------------------------------------------------

Archief Kapittel ten Dom:


Inv. Nr. 1352, A° 1343, 1 charter:

Akte waarbij Alard, heer van Buren, afstand doet van het recht van erfpacht, dat zijn vader en hij verkregen hadden op 72 morgen en 2 hofsteden in de maalschap van Asch.


Inv. Nr. 2386, A° 1400, 4 charters:

Akten van belening van Alard en Johan, bastaardzonen van heer Alard van Buren en Geertruid van den Krans Florensdochter, ieder met een hoeve lands te Werkhoven, met akten waarbij de twee hoeven worden bestemd tot lijftocht hunner moeder en deze nog vier morgen lands van Willem van Boechout in erfpacht ontvangt, mits zij geen huwelijk aangaat, noch kinderen wint dan bij de heer van Buren.


Inv. Nr. 2085, A° 1494, 1 stuk:

Minuut van een obligatie van de rest van de koopprijs van zekere landen te Ravenswaaij, door Aernt van Buren van het kapittel gekocht.

--------------------------------------------------------------Archief Kapittel van St.Pieter:
Inv. Nr. 362, A° 1315, 1 charter:

Alard, heer van Buren, en Otto zijn zoon, verklaren dat het dorp Tricht in hun heerlijkheid tot de aan het kapittel behorende parochiale kerk van Malsen behoort en dat gemeld kapittel het recht van collatie zal hebben, als zij of anderen een kapel of kerk te Tricht mochten oprichten, terwijl de bedienaars dier kapel nimmer enige aaanspraak op de tienden van Tricht zullen kunnen maken.


Inv. Nr. 364, A° 1389, 1 charter:

Alard, heer van Buren en Beusichem, verklaart dat de gemene buren van Tricht beloofd hebben aan de kerk te Tricht zoveel goederen en inkomsten te zullen bezorgen, dat er een pastoor behoorlijk op leven kan.


En dan een hele verzameling stukken, welke alle betrekking hebben op het geschil tussen de heren van Buren en het kapittel van St. Pieter inzake de rechten op de tienden van Malsen:
Inv. Nr. 377, A° 1287 en 1292, in totaal 4 charters:

Adolf, proost van het kapittel ten Dom, en andere scheidslieden, doen uitspraak in de geschillen van het kapittel met Otto, heer van Buren - A° 1287 -

Hierbij de brief, waarbij partijen hun geschil aan de scheidsrechters onderwerpen - A° 1287 - en vidimus van beide brieven door de officiaal van Utrecht - A° 1292 -
Inv. Nr. 378, A° 1287, 1 charter:

De elect Johannes herroept de gift der novale tienden van Buren, die hij aan Otto, heer van Buren, gedaan heeft, omdat zij ten nadele van het kapittel zou strekken.


Inv. Nr. 380A, A° 1293:

Een brief van bisschop Jan, waarin hij het geschil tussen het kapittel en Otto, heer van Buren, opdraagt aan de abt van St. Paulus te Utrecht.


Inv. Nr. 379A, A° 1293:

Brief van Hendrik, abt van St. Paulus te Utrecht, als rechter, waarbij met toestemming van partijen, de klerk Johannes Theodorici naar Peterus Martini, kanunnik te Doornik, wordt afgezonden, om het gevoelen van deze rechtsgeleerde nopens het geschil tussen het kapittel en Otto, heer van Buren, te vernemen.


Inv. Nr. 379C, A° 1294, 1 charter:

Brief van dezelfde abt, waarbij, ten gunste van de hier ingelaste brief van bisschop Jan d.d. 1292, waarin aan de abt van Mariënweerd en andere geestelijken, wordt opgedragen om Otto, heer van Buren, te bevelen de tienden aan het kapittel terug te geven, overeenkomstig het gevoelen van de verkozen raadsman, de tienden van Malsen aan het kapittel worden toegewezen.


Inv. Nr. 380B, A° 1294:

Uitspraak van de abt van St. Paulus, waarin hij de tienden aan het kapittel toewijst.

Hierbij een brief van bisschop Jan A° 1314, die een aantal geestelijken opdracht geeft Otto, heer van Buren, te excommuniceren, ingeval de laatste de tienden niet aan het kapittel teruggeeft.
Inv. Nr. 381, A° 1294, 2 charters:

Otto van Buren onderwerpt het geschil aan de scheidsrechter's uitspraak.

Bisschop Jan, als scheidsman, doet uitspraak in het geschil.
Inv. Nr. 382, A° 1296, 1 charter:

Het kapittel geeft de bisschop van Utrecht te kennen, dat Otto, heer van Buren, de tienden in strijd met het gewezene vonnis in bezit houdt - en dat de magistraat van de stad Utrecht, een poort van de stad, bij de kerk van het kapittel gelegen, die voor het gebruik van wagens ingericht had moeten worden, integendeel gedurende vele jaren gesloten heeft en verzoekt 's bisschops bescherming, onder bedreiging van anders 14 dagen na dato de kerkdienst te zullen staken.


Inv. Nr. 383, A° 1336, 1 charter:

Lambert, heer van Buren, erkent dat, aangezien de parochiale kerk van Malsen aan het kapittel behoort, ook de tienden dier parochie evenals de daaronder behorende kapel van Tricht aan het kapittel toekomen.


Inv. Nr. 384, N° 1344 - 1350, 3 rollen in 1 pak:

Getuigenverhoren en andere stukken betreffende het proces van de officiaal van Utrecht tussen het kapittel en Mabelia, vrouwe van Buren, als voogdes van haar zoon Alard, over het recht op de tienden.


Inv. Nr. 385, d.d. 18.3.1350, 1 charter:

De officiaal van Utrecht doet uitspraak in het geschil tussen het kapittel en Mabelia, weduwe van Alard, heer van Buren, als voogdes van haar zoon Lambert (is het regest niet abuis, moet hier geen Alard staan - nakijken -!?), aangaande het recht op de tienden, waarbij deze tienden aan het kapittel worden toegewezen.

NB: let op - Alard zou hier reeds overleden zijn, terwijl in Inv. Nr. 398 en 386 (resp. ° 1351 en 1353) hij nog springlevend zou zijn!!!! Dit stuk moet zeker nagekeken worden!

Hier staat in moeilijk te lezen schrift: "... et domicella Mabeliam relictam alim Alardi d.. domini de Bueren mattem et tutruem(?) Lamberti de Bueren fili eusdem(?)..."


Inv. Nr. 398, d.d. 20.3.1351, 1 charter:

Godefridus van Scuttorp betaalt namens Alard, heer van Buren, aan de grote kameraar van het kapittel 200 pond voor een verschenen termijn van de erfpacht van de tienden van Malsen en Tricht, die door de kameraar ontvangen worden onder protest, omdat de schuld daarmee niet voldaan is wegens de mindere waarde van de geleverde muntstukken.

Hier staat in moeilijk leesbaar schrift: "...Alardi domun(?) domy(?) de Bure predicti de decunus(?) te(?) Malsen et us(?) Trecht..."
Inv. Nr. 386, A° 1353 (zonder datum), 2 rollen in 1 doos:

Getuigeverhoor en andere stukken betreffende het proces in appèl voor de officiaal van de aardsbisschop van Keulen, tussen Alard, heer van Buren, en het kapittel over het recht op de tienden.

"...Allen den ghenen dy desen brief sullen sien of horen lesen, so ic Otte van Buren, knape, te verstaen dat ic over hebben ghegeven ende quyt gesconden dye momberscap dye my verstorven is(?) van Alard van Buren mijnen neve, daer Got die ziele af hebben moet, tot behoyf juufrouwe ...(?) dye Alarts wijf was vorseyt, voert zo heb bic gheloeft dat ic ocken minen neve heren Arnts soen van Buren was mijns broeder daer Got dye ziele af hebben moet, quyt sal schelden doen alsulc mombarschap als hem mach comen van Alarts dode vorghescreven. Voert so hebben wij Otte van Buren, knape, vorseyt, her Otte heer van Hokelem, heer Jan here van Werdenberch, her Willam dye Coc van Ysenderen, heer Arnt dye Coc van Opijnen, heer Jan van Hokelem, des heren broder van Hokelem, heer Jan van Hokelem, des heren soen van Hokelem, her Jan van Wij Rydders(?), Willam van Ysendern ende Jan van Zelmonde, knapen, om noets wille om orbar Alarts vinnu(?) dich kinderen vorseyt gheloeft ene gheloven also mombaer ende ghemeyne maghe vor Otten dye Lambertssoen van Buren was, dar Got die ziele af hebben moet, dat wij dye sullen doen vertijen ende quyt schelden als he comet to sine mondaghen alsulc mombarscap als hem verstorven is van Alard sinen bruder vorghenamp too behof iuufrouwen Mabelien dye Alarts wijf was vorseyt war wij des nyet en daden, so..."
Inv. Nr. 387, A° 1354, 1 charter:

De officiaal van Keulen doet uitspraak in appèl tussen vrouw Mabelia, weduwe van Alard, heer van Buren, als voogdes van haar zoon Alard, en het kapittel aangaande het recht op de tienden en bevestigt de uitspraak van de officiaal van Utrecht.


Inv. Nr. 388, A° 1354, 2 charters:

Mabelia, weduwe van Alard, heer van Buren, voogdes van haar zoon Alard, appelleert aan de Apostolische stoel van de uitspraak, door de officiaal van Keulen in appèl gedaan tussen haar en het kapittel aangaande het recht op de tienden.

Met akte, waarbij het kapittel daartegen protesteert.
Inv. Nr. 389, A° 1355, 2 charters:

Dekens van het kapittel ten Dom en St. Pieter doen als scheidslieden uitspraak in het geschil tussen kapittel en Mabelia, vrouwe van Buren, en haar zoon Alard.

Hierbij de brief, waarbij Mabelia, vrouwe van Buren, en haar zoon Alard het geschil aan deze scheidslieden opdragen.
Inv. Nr. 390, A° 1409, 1 charter:

Bisschop Frederik excommuniceert Johannes van Buren en de schout Volkwijn Hackert, omdat zij over het recht des kapittels op de tienden van Malsen en Tricht in het wereldlijk gerecht hebben eisch gedaan en gevonnisd.


Inv. Nr. 391, A° 1410:

Arnold van Tricht, proost van St. Jan, doet als scheidsman, uitspraak in het geschil tussen het kapittel en Willem, heer van Buren, aangaande de grove en smalle tienden van Malsen enTricht. Met een brief, waarbij het kapittel het geschil aan deze scheidsrechter onderwerpt.


Inv. Nr. 392, A° 1421, 1 charter:

Het kapittel en Willem, heer van Buren, stellen hun geschil over de pacht der tienden van Malsen en Tricht aan de uitspraak van vier scheidslieden, die binnen 6 jaar zal moeten geschieden.


Inv. Nr. 393, A° 1421, 1 charter:

Het kapittel verklaart het geschil met Willem, heer van Buren, over de pacht op de tienden aan de uitspraak van vier scheidslieden onderworpen te hebben en geeft ten gevolge daarvan de heer van Buren volmacht om de tienden van het lopende jaar te innen.


Inv. Nr. 394, A° 1434, 1 stuk:

Verklaring van de hertog van Gelre, dat hij het kapittel in het rustige bezit der tienden en renten te Tricht en Malsen zal handhaven, als het hem lukt het land van Buren te bemachtigen.


Inv. Nr. 399, A° 1410 - 1562, 9 charters:

Charters, waarbij het kapittel in pacht uitgeeft de grove en smalle tienden der parochie van Malsen. (Het kapittel gaf deze tienden dus reeds in pacht uit terwijl het geschil met de heer van Buren nog niet was geregeld!)

--------------------------------------------------------------Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, 1951, blz. 69:
Hr. Johan van Buren, tr. Johanna van Avesaet, dr. van Willem van Avesaet Claesz. en Catrijn Vogel.

Hieruit:


1. Jr. Joost van Buren

2. Jr. Cornelis van Buren, tr. Petronella van Brakel

3. Joffer Hadewich van Buren

4. Joffer Catharina van Buren, dood in 1648, tr. Tiel 11.5.1608 Jr. Johan de Cock van Opijnen.


Gens Nostra 1968, blz. 286:
Willem I, hertog van Gelre en Gulik, geb. 1364, overl. 1402.

Zijn natuurlijke dochter:


Maria van Gelre, tr. Johan van Buren, heer van Arcen, zoon van Johan van Buren en Geertruid Wisschel.

Hieruit:
Johan van Buren, heer van Arcen, geb. ca. 1403, overl. 1461, tr. 1431 Aleid van Arendaal, dr. van Roeleman van Arendaal en Aleijdis van Bergh-Trips.

Hieruit:
Aleid van Buren, erfdr. van Arcen, geb. ca. 1432, tr. Diederik van Schenk van Nideggen, zn. van Hendrik Schenk van Nideggen.
J.G.M.Stoel en A.Verstraelen: "De geschiedenis van Arcen, het kasteel en de heerlijkheid. Het landschap van een landgoed" - Venlo, 1979.
Meer over enige van Burens in Gens Nostra 1982 - september -.

--------------------------------------------------------------

"Het Archief van het Huis Bergh", door Mr.A.P.v. Schilfgaarde, Nijmegen, 1932:
Fredrik III, heer van Bergh en Byland, vermeld van 1362 tot zijn overlijden in 1416, tr. ca. 1370 met Catharina van Buren, overleden op 19.5.1410 (Inv.Nr.1871), dochter van Alard, heer van Buren, en Elisabeth van Bronkhorst-Batenburg. Zij ontving in 1377 belangrijke goederen van haar schoonvader als lijftochtsgoed.
R111, Inv.Nr.6244, d.d. 13.1.1353:

Sophie van Buren, vrouwe van Dorenborch (doorneburg?), weduwe van heer Willem van Doornik, ridder, verleent recht van wederinkoop op de halve tienden te Dorenborch aan heer Willem van den Berghe, ridder, heer van Byland, en diens vrouw Sophie, welke destijds aan de hertog van Gelre in leen had opgedragen en waarmee zij thans beleend is.


R193, Inv.Nr.5365, d.d. 13.4.1377:

Adolph, graaf van Kleef, beleent, na opdracht door heer Willem, heer van den Bergh en Byland, Catharina (van Buren), vrouw van Frederik van den Berg, met de Awelaker weerd en verleent haar tevens lijftocht aan het huis Byland, dat heer Willem eveneens van het graafschap in leen heeft.


R195, Inv.Nr. 6175, d.d. 13.4.1377:

Deken en kapittel van Emric geven, na opdracht door heer Willem, heer van den Bergh en Byland, in erfpacht aan Catharina (van Buren), vrouw van Frederik van den Bergh en Byland, het goed te Hokelym, groot 28 morgen land, deels in het gericht van Pannerden, deels in het gericht van Herwiyn, 14 morgen land, de Oerdinghe, groot 13 morgen land, en de Molenakker, groot 16 morgen land, in het gericht van Pannerden, behorende tot de heerschap Pannerden.


R239, Inv.Nr.111, d.d. 2.2.1398:

Frederik, heer van den Bergh en Byland, ridder, bespreekt voor zijn vrouw Catharina na zijn dood een jaarrente van 60 oude schilden, ter verrekening van haar huwelijksgift van 600 oude schilden, waarmee hij het jaargeld van heer Otto van Byland de Oude afloste, en verbindt daarvoor verschillende goederen onder Pannerden, benevens een polder en het Achterland in het gericht van de abdis van Elten.


R274, Inv.Nr.2953, d.d. 2.5.1412:

Frederik van den Berg en Byland, oorkondt dat Engelbert van Buren, zijn zuster Geertruis, Rijkwijn de Leeuw en diens echtgenoot Elisabeth van Buren verkopen aan bastaardzuster Heijlwich van den Bergh 4 morgen land, genaamd de Nevel, in de buurschap Wijmburg.


R347, Inv.Nr.137, d.d. 29.9.1419:

Willem, heer van Buren en Beusichem, Willem, heer van Bronkhorst, Otto van Bronkhorst, heer van Borculo, Hendrik, heer van Gemen, ridder, Dirk van Limburg, heer van Broke, knaap, Johan van Buren, Gijsbert van Bronkhorst, heer van Batenburg en Anholt, knaap, Dirk van Bronkhorst, zoon van Batenburg en Anholt, Hendrik, heer van Wisch, knaap, Johan, zoon van Gemen, Otto, heer van Voorst en Asperen, ridder, Johan, zoon van Voorst en Asperen, heer van Keppel, knaap, Otto van der Leck, heer van Hedel, ridder, Willem van der Leck, heer van Bergh en Byland, knaap, verbinden zich voor 7 jaar elkaar gewapender hand bij te staan en bovendien heer Otto van der Leck of diens zoon Willem bij een oorlog met de hertog van Kleef, graaf van der Mark.

  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina