Van crisis naar crisis: een socialistische economie is nodig



Dovnload 44.94 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte44.94 Kb.
Van crisis naar crisis:

een socialistische economie is nodig.
door Nick Deschacht (Vonk.org) - ndeschac@vub.ac.be

De economische crisis slaat zwaar toe. In alle landen van de wereld krimpt het BBP of is de economische groei sterk verminderd. Het IMF zag zich twee weken geleden genoodzaakt om haar economische vooruitzichten voor 2009 neerwaarts aan te passen. Volgens het IMF krimpen de ontwikkelde economieën in 2009 met gemiddeld 2%.1 Drie maanden geleden voorspelde het nog een groei van +0,5%,2 wat aantoont hoe snel de inzichten over de crisis zich ontwikkelen. Men moet zich de vraag stellen hoe de IMF-vooruitzichten zullen zijn over nog eens drie maanden.



1. Oorzaken

De crisis is in een stroomversnelling gekomen sinds een pak hypotheekleningen niet terugbetaalbaar bleken. Vaak hoor je de analyse dat de crisis daarom veroorzaakt werd door een groep onverantwoorde bankiers en dat de crisis dus vermeden had kunnen worden indien er meer toezicht was geweest op de banken.


De oorzaak van de crisis ligt niet het gedrag van enkele individuen. Het gedrag van die bankiers én van de regulatoren was verkeerd, maar dat gedrag is ook begrijpelijk en zelfs onvermijdelijk in de context van een economische boom. De redenering dat het probleem een gebrek aan toezicht was, is fout. Alle belangrijke instituties – van regulatoren tot wetenschappers – hebben de problemen niet zien aankomen. De herverpakte hypotheekleningen bvb. (de CDO’s) werden gewaardeerd op basis van ingewikkelde economische modellen waarvoor in 2003 de Nobelprijs economie is uitgereikt. Als het Nobelprijs-comité in Stockholm blijkbaar niet in staat is om tijdens een economische boom het hoofd koel te houden, hoe kan men dan verwachten dat een eenvoudige regulator dat in de toekomst wel zal kunnen?
Het feit dat de schuld voor de crisis wordt gelegd bij een ‘menselijke fout’ is niet nieuw. Net zoals er tijdens elke boom van het kapitalisme beweerd wordt dat crisissen definitief tot het verleden behoren, zo wordt er ook telkens gezocht naar externe oorzaken wanneer de nieuwe crisis zich aandient. De Grote Depressie tijdens de jaren ’30 werd toegeschreven aan de aandelenspeculatie en de Wall Street Crash. In de jaren ’70 waren het de olieprijsstijgingen, begin jaren ’90 was het paniek op de beurs en in 2001 waren het de aanslagen op het WTC in New York. Altijd wordt er wel een menselijke fout of een particularistische oorzaak gevonden. In zekere zin zijn dit allemaal variaties op het thema van de bekende neoklassieke econoom W. Stanley Jevons, die – vanuit zijn blind geloof in de alles regelende werking van het kapitalisme – de oorzaak van crisissen zocht in de cyclische activiteit van de zon.3 Zelfs de weinige academische theorieën over economische cycli verklaren crisissen vanuit exogene schokken (de zogenaamde Real Business Cycles). Nooit wordt de mogelijkheid overwogen die in feite evident is, gezien het feit dat er al ten minste 200 jaar crisissen plaatsvinden met een zekere regelmaat: ongeveer elke 10 jaar, met uitzondering van de naoorlogse periode. Nooit wordt de mogelijkheid overwogen van crisissen als een periodiek verschijnsel, als een intern gevolg van de werking van de kapitalistische economie. De crisistheorie van Karl Marx doet dat wel.

2. Crisistheorie

Marx toonde aan dat crisissen onvermijdelijk zijn in een kapitalistische economie. De oorzaak van de steeds terugkerende crisis ligt in een samenspel van (1) het feit dat de winstvoet de neiging heeft om te dalen als gevolg van de toenemende kapitaalintensiteit, en (2) de gebrekkige ontwikkeling van de koopkracht omdat de kapitalisten de lonen van hun arbeiders zo laag mogelijk proberen te houden en tegelijkertijd hun productie maximaal opdrijven, terwijl de lonen maatschappelijk bekeken natuurlijk de koopkracht en de consumptieve afzetmogelijkheden bepalen (onderconsumptie).


Als reactie op de neiging van de winstvoet om te dalen, slaagde het kapitaal er de voorbije jaren in om de productiviteitsstijgingen om te zetten in een toename van het winstaandeel in het nationaal inkomen, waardoor het aandeel aan lonen in het nationaal inkomen stelselmatig daalde (in België bvb. daalde het loonaandeel van bijna 67% in 1985 tot minder dan 61% in 2007).4 In laatste instantie is dit het resultaat van de krachtsverhoudingen die gekanteld waren in het voordeel van het kapitaal als gevolg van de versnelde globalisering en van de ideologische zwakte van de arbeidersbeweging sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De consumptie werd een tijdlang kunstmatig ondersteund door soepele kredietverlening en dalingen in de spaarquote – de VS kenden zelfs even een negatieve spaarquote wat impliceert dat er meer geconsumeerd wordt dan het beschikbaar inkomen. Kredietverlening kan de markt tijdelijk voorbij zijn natuurlijke limieten duwen, maar het maakt de daaropvolgende crisis alleen maar bruusker en dieper. Vroeg of laat moeten de kredieten terugbetaald worden en zakt het piramidespel in elkaar. Door de haperende consumptie vallen de investeringen stil5, zodat de vraag niet langer de geproduceerde koopwaren kan absorberen. Dit is wat Marx een situatie van overproductie noemt: de onmogelijkheid om de koopwaren te verkopen tegen prijzen die de vooropgestelde winstvoet waarborgen.
De onderbreking in het proces van kapitaalaccumulatie (dat is de definitie van een crisis) stort de economie in een neerwaartse spiraal. Bedrijven gaan failliet, mensen worden ontslagen, de lonen gaan naar beneden, de onverkochte voorraden stapelen zich op en leiden tot bijkomende kosten en de winstvooruitzichten kelderen. Door al deze factoren daalt de koopkracht nog meer en wordt er nog minder geïnvesteerd, zodat de crisis verergert.
Dit proces is aan de gang, we kennen de voorbeelden van afdankingen in België (Bekaert, de banksector, de dreiging bij Opel Antwerpen, etc). Maar overal neemt ook de druk toe voor rechtstreekse loondalingen. In Hongarije werd de dertiende maand afgeschaft en in Letland – dat zeer zwaar getroffen is door de crisis – vermindert de regering de salarissen van de ambtenaren met 25%. In Ierland eist premier Brian Cowen een loondaling in de publieke sector van 10%, waarbij hij de vakbonden onder druk zet met de dreiging dat “anders het IMF ontslagrondes zal komen organiseren”.

3. Economische vooruitzichten

Crisissen duren tot de overproductie weggewerkt is en de winstvoet hersteld is zodat het accumulatieproces opnieuw op gang komt. Hoe lang deze crisis precies zal duren en hoe diep ze zal doorzetten weet niemand. Niet de gouverneurs van de centrale banken, of de experten in de pers die suggereren dat we een ‘buigpunt’ bereikt hebben in de conjunctuur, en ook het IMF niet dat voor 2009 een recessie maar voor 2010 weer een stevige groei in het vooruitzicht stelt. Het is evident dat een instantie als het IMF niet anders kan dan moed inspreken en vertrouwen uitstralen. Maar weten doen ze niet. De engelse bankier Peter Sands stelde terecht tijdens het World Economic Forum in Davos:


de waarheid is dat we niet weten waar we naar toe gaan. De economische modellen en vergelijkingen die we normaal gebruiken voor voorspellingen, werken vandaag niet. De omstandigheden zijn immers totaal anders. Vorig jaar dachten we hier in Davos trouwens ook dat we wisten waar we naar toe gingen. Maar onze vooruitzichten bleken bijzonder fout”.6
Maar de visie van Peter Sands is de uitzondering. De meeste vooruitzichten doen denken aan de legendarische blunders tijdens de Grote Depressie. Zoals bekend begon die met Wall Street Crash eind 1929. Weinigen weten dat in de beginmaanden van 1930 de beurzen tijdelijk opveerden en dat de eerste bank runs pas plaatsvonden in juni 1930. Dan werd het opnieuw kalm en zes maanden later was er opnieuw een crisis waarbij de ene bank na de andere failliet ging. Dat patroon van crisis en kalmte zette zich voort tot in 1934. Enkele maanden na de Crash van Wall Street – tijdens de korte heropleving – publiceerde de econoom Irving Fischer een boek over de toestand van de economie. 7 Fischer is één van de bekendste economen van de twintigste eeuw, studenten in de economie kennen hem van de kwantiteitstheorie van het geld. Net die grote econoom Irving Fischer besluit zijn boek met de conclusie: “for the immediate future the outlook is bright”. En dat dus op het moment dat er nog negen lange jaren van depressie zaten aan te komen.
Niemand weet hoe lang of hoe diep de crisis zal zijn. Het enige wat we wel weten, is dat het deze keer ernstiger is dan de crisissen van de voorbije decennia. De voorbije twaalf maanden gingen in de VS 3,5 miljoen arbeidsplaatsen verloren. Dat is de grootste daling sinds men die gegevens begon te verzamelen in 1939. In een poging om de economie weer aan de praat te krijgen, verlaagde de Bank of England de rente tot het laagste niveau sinds de oprichting van de bank in 1694. De economische groeivooruitzichten van het IMF zijn de slechtste sinds 1945. Dergelijke feiten tonen aan dat de kans dat deze recessie uitmondt in een depressie, relatief groot is.
Naast de diepgang van de crisis, moet ook het internationaal karakter ervan onderlijnd worden. Vorig jaar nog beweerden economen (o.a. het IMF8) dat een eventuele crisis in de VS zich wellicht niet zou verspreiden naar Europa en Azië die ‘ontkoppeld’ werden geacht. Ondertussen houdt de crisis elk land in zijn greep. Zelfs China – de tweede locomotief van de wereldeconomie – blijkt niet immuun te zijn. Terwijl de Chinese economie de voorbije vijf jaar telkens meer dan 10% groeide, bedroeg de groei in het laatste kwartaal van 2008 ten opzichte van het jaar ervoor slechts 6,8%. Als je het laatste kwartaal van 2008 vergelijkt met het kwartaal ervoor, dan blijkt de Chinese economie bovendien slechts te groeien tegen een jaarlijkse groeivoet van minder dan 1,5%.9 Dergelijke groeicijfers zijn voor een land als China hopeloos onvoldoende om de migratie en de bevolkingsgroei in de steden te absorberen. Als gevolg van de crisis zijn 20 miljoen werkloze stedelijke inwijkelingen ondertussen naar het platteland teruggekeerd.10 De economische crisis is dus een mondiale crisis, wat de visie van Marx bevestigt dat de moderne problemen steeds meer mondiale problemen zijn (zoals ook de ecologie). De klassieke kapitalistische natiestaat is niet langer aangepast aan die nieuwe realiteit. Dat maakt een internationalistisch alternatief noodzakelijk, dat niet kan ontstaan op basis van een productiemodel van concurrentie en imperialistische spanningen, maar waarvoor een productiewijze nodig is die gebaseerd is op internationale samenwerking (socialisme).
In een poging om de crisis te bestrijden hebben de meeste centrale banken hun rentevoeten verlaagd. Het voorbije anderhalf jaar verlaagde de Federal Reserve de rente in de VS van 5,25% tot minder dan 0,25% in een poging om de investeringen aan te moedigen door lenen goedkoper te maken. Nu de Federal Reserve al haar munitie heeft opgebruikt, stelt ze vast dat monetaire politiek niks uithaalt in een crisis zoals deze. Het kapitalisme wordt geconfronteerd met een nooit gezien overproductie. De idee dat men kapitalisten ertoe zou kunnen bewegen om nieuwe investeringsprojecten met bijkomende productie op te starten via een lagere rente, is fout. Enkel een herstel van de winstverwachtingen zal de investeringen opnieuw op gang brengen.

4. Nationalisme

Sommige landen proberen de crisis af te wentelen op andere landen door hun wisselkoers naar beneden te halen om hun export te stimuleren. De meeste Oost-Europese landen bijvoorbeeld – die hard getroffen worden door de crisis – zagen hun munten de voorbije maanden een pak van hun waarde verliezen. Sinds de invoering van de euro zijn devaluaties echter geen optie meer voor de lidstaten van de eurozone. De enige manier waarop deze landen hun competitiviteit kunnen herstellen is via kostendalingen – in de eerste plaats dus via loondalingen. Niet toevallig is het in die landen van de eurozone die momenteel het hardst getroffen worden door crisis (Ierland en Griekenland), dat de eerste aanvallen plaatsvinden op de lonen. Indien de conjuncturele divergentie aanhoudt, valt het bovendien niet uit te sluiten dat sommige landen zich zullen losmaken uit de eurozone.


Ondertussen neemt ook de spanning toe tussen de VS en China. De VS willen de Chinese munt zien toenemen in waarde om hun eigen industrie goedkoper te maken in vergelijking met de Chinese import. Maar de export en de economische groei in China nemen ook af. Volgens Stephen Roach van Morgan Stanley – één van de meest gerespecteerde economen ter wereld – zou een revaluatie voor China vandaag daarom ‘economische zelfmoord’ betekenen.11 Dergelijke inter-imperialistische spanningen doen denken aan de jaren ’30 toen een reeks competitieve devaluaties en andere vormen van protectionisme (o.a. importtarieven), de economische crisis nog dieper maakte.
Protectionistische maatregelen die tot doel hebben om de crisis af te wentelen op anderen, zijn een vorm van nationalisme waar marxisten als internationalisten natuurlijk nooit achter kunnen staan. Behalve importtarieven en devaluaties verschijnt het nationalisme vandaag ook in nieuwe vormen, zoals bvb. in de eis vanwege overheden aan banken om hun middelen te concentreren in eigen land. Oost-Europa heeft aan de lijve ondervonden dat de financiële crisis daardoor slechts verplaatst wordt. Maar de ergste vorm van nationalisme zijn de loondalingen die erop gericht zijn om de eigen competitiviteit te verbeteren ten koste van de buurlanden, en de overheidssteun voor bedrijven in eigen land. Dergelijke steun is eigenlijk ook een loondaling, maar dan via de overheid. Neem het voorbeeld van de notionele intrestaftrek wat een gigantische transfer is van Belgisch belastinggeld naar de winstvoet met als doel om buitenlands kapitaal aan te trekken. Bedrijven van heel Europa verhuizen hun boekhoudkundige zetel naar België om zo de belastingen in eigen land te ontwijken en wat krijgen we op termijn in ruil? Kijk naar Bekaert. Bekaert krijgt elk jaar 11 miljoen euro via de notionele intrestaftrek en nog eens 6 miljoen aan tewerkstellingspremies.12 In ruil krijgen we 260 ontslagen en delocalisaties naar nog goedkopere landen.
De crisis heeft ervoor gezorgd dat de totale beschikbare ‘koek’ in de wereldeconomie is gekrompen. De meeste landen proberen hun eigen deel van de koek veilig te stellen ten koste van anderen via nationalistische maatregelen zoals devaluaties, importtarieven, loondalingen of belastingscompetitie, terwijl de enige realistische uitweg natuurlijk het herstel is van de koek.

5. Keynesianisme

Het meest opvallende gevolg van de crisis op het vlak van economische politiek is echter de terugkeer van het keynesianisme en overheidsinterventie. Vandaag is iedereen plots weer keynesiaan, zelfs het IMF, terwijl de dominante ideologie de voorbije decennia toch sterk gericht was tegen elke vorm van overheidsinterventie. Zoals bekend ontstonden de ideeën van John Maynard Keynes in de context van de Grote Depressie van de jaren ’30. Op vele vlakken vormen ze een stap vooruit ten opzichte van het vrije marktdenken. Keynes nam bijvoorbeeld de idee over van Marx dat de vraag een belangrijke rol speelt in de economie en dat overproductiecrisissen daarom in principe mogelijk zijn (i.t.t. de klassieke Wet van Say die stelt dat overproductie onmogelijk is). Voor Keynes hebben loondalingen tijdens een recessie geen zin omdat ze de consumptie nog verder ondermijnen. De overheid moet daarentegen de vraag ondersteunen via openbare werken en werkloosheidsvoorzieningen om zo de afzetverwachtingen en het vertrouwen bij investeerders te herstellen. In essentie introduceerde het keynesianisme dus de idee van planning (in beperkte vorm) binnen het mainstream economisch denken als noodzakelijk voorwaarde om de crisis van het kapitalisme tegen te gaan.

De cruciale kwestie bij elk overheidsingrijpen is echter het effect op de verhouding tussen lonen en winsten. De kwestie is: wie zal de crisis van het kapitalisme betalen? De daling van de BTW in het VK betekent in de praktijk een ondersteuning voor de laagste lonen. De overname door de overheid van alle ‘toxische kredieten’ bij de banken komt daarentegen neer op een gigantische en regelrecht schandalige transfer van belastinggeld naar de winstvoet. De banksector heeft het voorbije decennium reusachtige winsten geboekt, maar wanneer er kosten zijn moet de belastingbetaler opdraaien. Dan komt de onzichtbare hand van Adam Smith in de schatkist zitten om de verliezen van de banken op te vangen. Dit is het soort situatie dat Gore Vidal omschreef als ‘de vrije markt voor de armen en socialisme voor de rijken’. De winsten worden geprivatiseerd, de verliezen gesocialiseerd.
Meer fundamenteel is dat het keynesianisme geen duurzame oplossing biedt voor de crisis. Keynes is er nooit in geslaagd om een crisistheorie te ontwikkelen: een theorie die verklaart hoe crisissen periodiek ontstaan binnen het kapitalisme. Hij toont enkel aan dat een situatie van overproductie in principe mogelijk is en geeft aanbevelingen over wat er in zo een situatie zou moeten gebeuren. Maar het keynesianisme kan het crisisverschijnsel niet uitschakelen. De realiteit is dat wat op korte termijn in het belang is van elke individuele kapitalist, op langere termijn telkens weer de stabiliteit van het systeem ondermijnt. Bovendien is het keynesianisme niet noodzakelijk een oplossing voor de crisis. Die wordt pas beëindigd wanneer de investeringen terug op gang komen. Om echt een impact te hebben moet het kapitaal (de investeringsfondsen dus) op een voldoende grote schaal gesocialiseerd worden, en dat is iets waar de nieuwe keynesianen van vandaag wellicht niet mee akkoord gaan. Het zou echter de enige snelle weg uit de crisis zijn.

6. Van crisis tot crisis

In tegenstelling tot wat velen denken over marxistische economie, bestaat er niet zoiets als een onvermijdelijke laatste crisis of definitieve ineenstorting van het kapitalisme. Voor een alternatief systeem is ook een politieke strijd nodig. Als die er niet is, dan kan het kapitalisme ook de huidige crisis te boven komen eenmaal de overproductie is weggewerkt en de winstvoet is hersteld. Eén van de automatische mechanismen waarlangs de overproductie wordt weggewerkt is via faillissementen. Bedrijven die in nood verkeren worden overgenomen en marktaandelen worden ingepikt. De kapitaalconcentratie en de tendens naar monopolievorming die daaruit voortvloeit, vernietigt de overproductie en herstelt de winstvoet. Maar op langere termijn verhoogt de concentratie van kapitaal de instabiliteit van het systeem nog meer. De concentratie van kapitaal – wat een kenmerk is van de kapitalistische ontwikkeling – ondergraaft immers het concurrentiemechanisme en dus de bestaansvoorwaarde zelf van het systeem.


Bovendien gaat de economische crisis gepaard met enorme menselijke kosten waar we vaak te weinig oog voor hebben. Het is absurd dat er zo veel werkloosheid ontstaat terwijl er tegelijkertijd zo veel noden zijn (zorgsector, achtergestelde buurten, onderwijs, etc). De enige logische antwoorden op die absurditeit zijn een arbeidsduurvermindering om het beschikbare werk te verdelen en de uitbouw van openbare werken in de ruimste betekenis van het woord. Werkloosheid heeft dus een economische kost, maar natuurlijk ook een menselijke kost. En kunnen we ons de menselijke kost voorstellen van het feit dat er in Congo de voorbije maand 48 mijnprojecten werden achtergelaten als gevolg van de crisis, of van die 20 miljoen Chinezen die terugmigreren? En zoals steeds zijn het de kwetsbaarste groepen die het hardst worden getroffen, ook in Europa: de jongeren, mensen in tijdelijke contracten of uitzendarbeid, mensen zonder papieren, etc. In de Derde Wereld dreigt de crisis te zorgen voor humanitaire rampen. De Wereldbank verwacht bvb. een toename van de mortaliteit bij kinderen als gevolg van deze crisis, die het leven zal kosten aan 1,4 tot 2,8 miljoen kinderen.13 De vraag die we ons moeten stellen is of het aanvaardbaar is dat mensenlevens en de jobs van mensen, op dezelfde manier bepaald worden als in een casino.
Deze crisis is meer dan een economische en een humanitaire crisis. Het is ook een ideologische crisis van het kapitalisme. Het basisidee van de vrije markt dat het nastreven van eigenbelang de beste manier is om het algemeen belang te dienen, is fout gebleken. Overal wordt er teruggegrepen naar vormen van economische planning. Sommige economen hoor je vandaag bloedserieus (maar terecht) pleiten voor de nationalisatie van de volledige banksector omdat de vrije markt faalt.14
Deze crisis komt bovenop die andere crisis die grote delen van de wereld vorig jaar bedreigde – de voedselcrisis. En bovenop de ecologische crisis die – misschien meer nog dan de economische crisis – de dringende noodzaak opwerpt van democratische en mondiale planning van de productie.
Crisissen zoals deze moeten we durven zien in een lange-termijn perspectief. Het kapitalisme is een productiewijze die niet altijd heeft bestaan. De paar eeuwen van kapitalistische ontwikkeling hebben in het verleden ongetwijfeld voordelen gebracht, maar hoe langer hoe meer wordt dat kapitalisme een rem op de verdere ontwikkeling. Het is een totaal ondemocratisch systeem dat ons brengt van crisis naar crisis. Na de val van de Berlijnse Muur werd er gedacht dat het kapitalisme definitief overwonnen had, dat er nooit een ander systeem zou komen en we dus het ‘einde van de geschiedenis’ hadden bereikt in de woorden van Francis Fukuyama. Dat soort triomfalisme heeft als gevolg van de huidige crisis duidelijk afgedaan. Het systeem werkt niet en het leidt tot een economische, humanitaire en ecologische crisis.
De geschiedenis toont dat economische schokken vaak samengaan met sociale en politieke schokken. De huidige economische crisis is van een schaal die we de voorbije decennia niet hebben gezien. De politieke gevolgen kunnen ook wel eens van een type zijn dat we de voorbije decennia niet hebben gezien. In die zin beleven we historische tijden. De keuzes die gemaakt worden op crisismomenten zijn vaak beslissend voor de decennia die erop volgen. Daarom moeten we nog een andere les trekken uit de filosofie van Karl Marx. Het is interessant om te discussiëren over economie en over de wereld rondom ons. Maar naast zijn economische theorieën, geeft hij ook een ander belangrijk idee mee, nl. dat het nodig is om te proberen om tussen te komen in die wereld op een actieve manier. Om de werkelijkheid en de actualiteit niet zomaar passief te ondergaan, maar om te strijden voor een democratisch socialisme. In de woorden van Marx: “De filosofen hebben tot nu toe de werkelijkheid slechts op verschillende manieren geïnterpreteerd. Het komt er echter op aan om die werkelijkheid te veranderen.”

Brussel, 14 februari 2009




1

Eindnoten
 IMF. Global Economic Outlook Update – 28 January 2009: http://www.imf.org/external/pubs/ft/weo/2009/update/01/pdf/0109.pdf

2 IMF. Global Economic Outlook – October 2008: http://www.imf.org/external/pubs/ft/weo/2008/02/pdf/text.pdf

3 Jevons, William Stanley (Nov. 14, 1878). Commercial crises and sun-spots. Nature xix, pp. 33-37.

4 Federaal Planbureau. Economische vooruitzichten 2006 (http://www.plan.be/admin/uploaded/200605091448028.EFBC2006nl.pdf) en Economische Vooruitzichten 2008-2013 (http://www.plan.be/admin/uploaded/200805211459020.perspec-eco-2008-nl.pdf)

5 Naast de hier bandrukte onderconsumptie, waren in tweede instantie ook de toename van de organische samenstelling van het kapitaal (als gevolg van o.a. de hoge olieprijzen) en een daling van de meerwaardevoet oorzaken van de daling van de winstvoet.

6 Debat over The Global Economic Outlook op het World Economic Forum 2009: http://gaia.world-television.com/wef/worldeconomicforum_annualmeeting2009/default.aspx?sn=7034&lang=en

7 Fischer, I. (1930). The Stock Market Crash and After. New York: The Macmillan Company.

8 The Economist (6 maart 2008) http://www.economist.com/finance/displaystor²y.cfm?story_id=10809267

9 Perbericht AP (6 februari 2009): http://news.yahoo.com/s/ap/20090206/ap_on_re_as/as_china_economy

10 Persbericht Reuters (2 februari2009): http://news.yahoo.com/s/nm/20090202/ts_nm/us_china_economy_migrants_sb

11 Debat over de New Economic Era (sic) op het World Economic Forum 2009: http://gaia.world-television.com/wef/worldeconomicforum_annualmeeting2009/default.aspx?sn=7063&lang=en

12 Kamerverslag Commissie voor Financiën en Begroting (28 januari 2009). http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic437.pdf

13 World Bank Press Release No:2009/220/EXC - http://go.worldbank.org/PGNOX87VO0

14 De Grauwe, P. FT (9 October 2009) - http://docenti.luiss.it/vallanti/files/2008/10/ft_art1.pdf







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina