Van Luik naar Waterschei in de late middeleeuwen



Dovnload 72.95 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte72.95 Kb.
Van Luik naar Waterschei in de late middeleeuwen
In Luiks Haspengouw liggen enkele oude middeleeuwse dorpen Clermont, Fontaine, Horion, Hozémont, Rulant en Lexhy, waar de landadel gevestigd was, die in Waterschei een lapje leengrond had liggen. Dit feodale leengoed werd in 14de eeuwse akten vermeld als Waterscheijde of Nudorp. Als emanatie van hun adellijke macht werd er door een van die heren te Waterschei een torenburcht opgericht, die nu nog altijd als de motruïne van Stalen bekend staat en waarvan de site nog te bezichtigen is. Hierover schreef ik reeds in 2003 uitvoerig in mijn boek De mysterieuze geschiedenis van de feodale heerlijkheid Waterschei en het laathof van Stalen. Het intrigeerde mij mateloos hoe het kwam dat de adel uit Haspengouw een moerassig stukje grond in Waterschei bezat.

De oude Luikse stam Butoir speelde een voorname rol in de veertiende-eeuwse geschiedenis van Waterschei. Omdat namen niet consequent vastlagen in schrijfwijze, verdween de naam Butoir in de 15de eeuw in een aantal varianten. Ik onderzocht hun afstamming, raadpleegde hiervoor diverse genaealogische databanken, literatuur, geschriften uit het land van Luik. De grondlegger van de Luikse genealogie is de legendarische Jacques de Hemricourt, waarover eerst een woordje uitleg uit puur eerbetoon.



Jacques de Hemricourt



Jacques de Hemricourt leefde en werkte in de veertiende eeuw in het Haspengouwse deel van het prinsbisdom Luik. Hij overleed op 18 december 1403. Jacques de Hemricourt werd geboren in 1333 als zoon van Gilles de Hemricourt en Ida d’Abée. Zijn vader was schepen-secretaris in 1339 en keizerlijk notaris in 1344 onder de regeringen van de prins-bisschoppen Adulf en Engelbert vander Marck. Jacques trad in 1356 in de voetsporen van zijn vader als secretaris van de schepenbank van Luik. Hij was tevens openbaar notaris en secretaris van de Douze Juges des Lignages (het leenhof) van Luik. Na het overlijden van Françoise de Mission, zijn eerste echtgenote1, werd hij als secretaris in 1383 aangesteld in de Geheime Raad van prins-bisschop Arnold van Horne. Hij hertrouwde met Agnès de Coir.

Jacques de Hemricourt schreef driee belangrijke werken : Miroir des Nobles de Hasbaye, een genealogisch meesterwerk over zijn adellijke tijdgenoten, waaraan hij op zijn twintigste begon en er vijfenveertig jaar lang aan werkte. Dit meesterwerk werd in 1673 uitgegeven. Ook zijn Luikse kroniek Guerres d'Awans et de Waroux bevat veel genealogische gegevens. Zijn derde werk noemde hij Patron delle temporaliteit.

Ridder Camille de Borman gaf het integrale werk uit (1910-1925-1933) in drie delen, samen met André Bayot en Eduard Poncelet.
De Franse koninklijke stam Dammartin (12de eeuw)
Wij moeten terug in tijd gaan tot het einde van de 12de eeuw om de oorsprong van het stamhuis te vinden. Omstreeks 1190 werd Erasme of Raes de Dammartin geboren, bijgenaamd de ridder met de baard, werd2. Omdat zijn broer Renaud hoogverraad had gepleegd ten overstaan van de Franse koning Philippe-Auguste - die tot levenslange opsluiting werd veroordeeld - moest Raes in 1214 Frankrijk verlaten.

Raes de Dammartin kwam zich met zijn gevolg te Heu (Hoei) vestigen. In 1215 trouwde hij er met Alix de Warfusée, dochter van Libert, alias Suréal de Warfusée en Agnès d'Awyr. Zij had als enige dochter een machtige bruidschat ingebracht zoals : de Luikse dorpen Awans, Bollezée, Fooz, Hognoul, Jeneffe, Limont, Villers-l'Eveque, Warfusée en Waroux.

Over Libert de Warfusée, die met Agnes d'Awirs getrouwd was, bestaat een oude Waalse sage : na het overlijden van Agnes besloot Libert de Warfusée om van het kasteel een abdij te maken. Op een dag, toen hij de naar de mis was, werd een eenzame ridder, na een jachtpartij, aangetrokken door het klokkengelui en betrad de kapel. Onder indruk van de sereniteit in de kapel, knielde hij neer om te bidden.
De heer van Lexhy leidde hieruit af dat dit een edelman was en nodigde hem uit te overnachten. 's Avonds tijdens het gesprek bleek dat dit ridder Raes de Dammartin was, een lid van het Franse koninklijke Hof. Libert de Warfusée bood hem toen de hand van zijn dochter Alix aan.

Hugo de Dammartin de Lexhy, een zoon van Raes en Alix de Dammartin-d’Awirs erfde de Luikse dorpen Awans, Fooz, Jeneffe, Lexhy, Limont en Waroux van zijn ouders.

Een van de zonen van Hugo was Breton de Dammartin de oude. Op zijn beurt werd hij heer van de dorpen Jeneffe, Limont, Jehay3 en Waroux. In 1187 werd hij vernoemd als ridder, voogd van Awans en graaf van Alleur4. Hij was getrouwd met de jonkvrouwe van Flémal en zij kregen zeven zonen en twee dochters.


De kasteleins van Waremme

Hun oudste zoon, ridder Libert de Dammartin de Waroux, werd heer van Gehaing en Gineffe en kastelein van Waremme5. Hij werd geboren in 1160 en trouwde met Nathalie van Hamal (+Donceel, 1257), dochter van Willem I van Hamal6. Zij hadden een zoon die Boudewijn de Gineffe (°1187) genoemd werd en die in 1210 in het huwelijk trad met Ermentrude de Montferrant (1187-1257). Als wapen had hij een leeuw met een gevorkte staart van sabel (zwart) op een zilveren veld.



Boudewijn de Gineffe en Ermentrude de Montferrant hadden vijf zonen, waarvan de oudste Libert Butor (°1215) de titel van voogd van Gineffe (Jeneffe) erfde. Bovendien waren de voogden van Jeneffe ook van rechtswege kastelein van Waremme.
De naam Breton veranderde in Butor
Libert de Jeneffe kreeg voor het eerst de naam Butor (in het Frans Butoir), hetgeen eerder een verkeerde lezing (of schrijfwijze) is van de naam Breton de jonge (re werd u en n werd r). Het wapenschild van Butor bestond uit zes paarse leeuwen in drie rijden op een veld van zilver7. Butor of butoir betekent : roerdomp, een moerasvogel.

Jeneffe en Clermont
Libert Butor trouwde in 1233 met een jonkvrouw genaamd Marie (°1212 +30.11.1279) en hij ontving na het overlijden van zijn vader in 1247 de erfelijke titel van kasteelheer van Waremme. Als ridder werd hij naar de gewoonte van die tijd om de haverklap betrokken in de gewelddadige machtspelletjes die door de adel steeds met de wapens beslecht werden. Zo vocht hij met de Luikenaars tegen de Hutois (inwoners van de stad Hoei). Libert Butor had een dochter, genaamd Marie, dame van Jeneffe, die met Jacques de Clermont III trouwde8.
Guillaume de Geneffe was de derde zoon van Boudewijn de Geneffe. Nadat zijn oudste broer Libert Butor overleed, ontving hij in 1278 de titel van kasteelheer van Waremme.
De strijd tussen de Awans en de Waroux in het land van Luik
Op het einde van de 13de eeuw zouden de nazaten van deze stam onderling verwikkeld geraken in een broederstrijd die men de Oorlog tussen de Awans en de Waroux noemde. De Awans en de Waroux waren neven in de eerste graad van de stam de Dammartin.

Humbert de Lexhy de jongere broer van Libert de Dammartin de Waroux, was de tweede oudste zoon van Breton, de oude van Waroux.

Humbert was voogd van Awans en heer van Lexhy. Vanaf 1210 werd hij vernoemd als kasteelheer van Jehay. Hij was getrouwd met Juwette à la courte Coxhe, de dochter van Gerard van Hozémont9. Zij hadden zes zonen, waaronder : Libert Crepon d’Othée, die in 1223 de titels erfde van Awyr, Dammartin, Lexhy, Othée en Waroux – en ridder Humbert Corbeau, de oudste zoon die heer van Awans werd (1223-1250).
Humbert Corbeau I van Awans, had een jonge adellijke dienstmaagd die Adoule heette. Zij was de dochter van Simon Poret de Dammartin.

In de hoedanigheid van heer en meester had hij het recht om haar uit te huwelijken en hij had zijn oog geworpen op zijn neef Gérard Pélage. Schildknaap Hanneceau de Waroux, was een bloedverwant van Willem de jonge, heer van Waroux. Hij ontvoerde de mooie Adoule en trouwde met haar. Humbert Corbeau van Awans protesteerde maar Willem van Waroux was onverzettelijk. De heer van Awans brandschatte daarop het domein van Waroux en de ruzie ontaardde in een oorlog tussen de beide geslachten.  


De slag bij Loncin op 25 mei 1298
Aan de hand van uittreksels uit de kroniek van Jacques de Hemricourt gaan wij na hoe de clan van Awans een verbeten strijd leverde tegen de Waroux, maar uiteindelijk bezweek in deze onzinnige sibbenoorlog. Humbert Corbeau van de Awans viel in de strijd, samen met zeven edellieden. De tekstfragmenten zijn vrij vertaald uit het oud-Frans.
Aan deze en gene zijde bereidde men zich voor op de oorlog. Aan deze en gene zijde zocht men om de aantallen van zijn geallieerden te versterken. Die van Jemeppe, Sclessin en Berlo traden toe tot het kamp van de Waroux, uit principe, omdat Pevereau Dothée op de schans Gerard van Berlo gedood had voor het hospitaal Sint-Mathijs in Luik. Zoals Antoine van Jemeppe, die de troepen van Sclessin en Berlo aanvoerde voor het deel van de Waroux, besloten de Awans zich te wreken door het kasteel van Jemeppe te vernietigen dat in de laatste bouwfase verkeerde. Antoine van Jemeppe die ervan werd verwittigd, deed een oproep aan zijn ouders en vrienden en bewapende de inwoners van Jemeppe, Sclessin en Seraing.
Ze waren met honderdzestig strijders onder wie zich bevond Gerard van Berlo, voogd van Sclessin, de heer van Waroux, Hustin en Willem van Seraing, broers, de heer van Langendries, Jacques van Hambroux. De Awans verzamelden in de velden tussen Bolsée en Loncin en zij onderhandelden over het in te nemen stuk en de te volgen weg. Zij waren met een veertigtal. Antoine van Gemeppe ging recht op hen af, terwijl Willem van Waroux hen in de flanken aanviel. De strijd ontspon zich ogenblikkelijk op 25 mei 1298.

Ze smeten zich in de strijd, de ene tegen de andere en vochten zeer lang. Het voetvolk van Seraing en Jemeppe stopten de strijd door te vluchten. Van de zijde van de Awans, weken er eveneens 28 edelen en zij namen de vlucht. De strijd tussen Willem van Awans en Willem van Waroux was een harde strijd.

De eerste lichtte zijn tegenstander uit het zadel en stak hem een oog uit. Jacques van Hambroux10 wreekte de val van zijn meester door het hoofd van Willem van Awans te klieven, die met zijn banier dood van zijn strijdros stortte. Jean Brons van Fooz die aan de zijde van Willem van Awans - zijn meester – vocht, doodde op zijn beurt Jacques van Hambroux en vele anderen, maar viel zelf als dertiende, doorzeefd met wonden. De Waroux die bleven zegevieren, achtervolgden hun tegenstanders niet. Van de zijde van de Awans bleven in de strijd : Willem van Awans, sterke en ondernemende ridder11, de drie gebroeders van Flémalle, te weten : Collard delle Heys, Willem van Hier en Henri de Damehez, Olivier de broer van Waleran van Juprelle, schildknaap Hugo van Cantebrines, Gilles van Fooz en Brabant en schildknaap de Troye van Fooz. Van de zijde van Waroux sneuvelden Jean van Varle en zijn broer Paignon van Riwal en Gilles le Proidhomme van Saint-Servais.


De bisschop12, die op de hoogte was van het bloedbad, vaardigde een quarantaine (veertigdaagse wapenstilstand) uit en vernieuwde dit bestand meerdere keren, het was de gewoonte om vier dagen te bevelen voor elke nieuwe dode. Deze quarantaines werden telkens goed nageleefd, ondanks de wederzijdse haatgevoelens. De dood van Willem van Awans in de veldslag van Loncin, verplichtte een aantal ridders en schildknapen die zich nog niet hadden gemengd in de oorlogen, om er aan deel te nemen, zoals : die van Warfusée, Arnold van Xhendremael, Waleran van Juprelle, die van Jeneffe en van Limont, Willem II de sterke kastelein van Waremme.
Willem II van Awans werd de aanvoerder van zijn partij13. Le bon châtelain (de sterke kastelein) van Waremme, groot, sterk en bovenmaats onversaagd, werd - niettegenstaande dat hij nog geen ridder was – de aanvoerder van de manschappen van Jeneffe en van Montferrant14.

Zijn twee broers, Arnold de Jehai en Libert Butoir de Clermont15 waren van goede wil, zeker Arnold die de meest onversaagde en moedigste was van zijn geslacht, een man zonder angst, ook al was hij klein van gestalte…

Toen de laatste 40 dagen verlopen waren na de slag van Loncin, trokken de edelen zich terug in hun kastelen waar zij zich verschansten. Zij probeerden tegelijkertijd hun kamp te versterken, door hun ouders, bondgenoten en vrienden voor hen te winnen. De bezieling tussen beide partijen was zo groot dat niemand nog zijn slot durfde te verlaten.

Vrij vertaald in het Nederlands aan de hand van de commentaar van kanunnik Joseph Daris in zijn Histoire du diocèse et de la principauté de Liège, deel II. Pendant le XIIIe et le XIVe siècle, Uitgave Demarteau, pp. 300-308, 344-346, 425-429, 470-472 , Luik, eerste druk van 1890, herdruk van 1974.
De Vrede van Fexhe in 1316
Adulf II vander Marck werd in 1312 tot prins-bisschop van Luik benoemd door paus Clemens V te Avignon, op voordracht van de Franse koning Filips de Schone. Hij trad zeer autoritair op en haalde zich de ontevredenheid van het kapittel, de adel en de patriciërs van de stad Luik op de nek. De legers van de Luikse steden kwamen hierdoor te Fexhe tegenover het leger van de prins-bisschop van Luik te staan. Het kapittel van Sint-Lambertus stelde een compromis voor. Te Luik werd op 18 juni 1316 de Vrede van Fexhe - Le Haut-Clocher, ondertekend tussen prins-bisschop Adulf II vander Marck en de burgerij van de Loonse steden. Onder de aanwezige edellieden zien wij, naast de namen van de kanunniken, graaf Arnold V van Loon en zijn zoon Lodewijk IV die de titel van graaf van Chiny bezat, Libert Butoir heer van Clermont, Walther voogd van Hoei, Jean van Haneffe, Gerard van Berlo, Antoine van Jemeppe, Raes van Berlo, Jean de Langdries, Eustache van Hamal en de afgezanten van de steden Hoei, Dinant, Luik, Sint-Truiden, Tongeren, Maastricht, Fosses, Couvin en Thuin.
Het einde van de strijd tussen de Awans en de Waroux in 1325
Op zaterdag 23 augustus 1325 , vooravond van het Sint-Barthelomeusfeest, riep de kastelein van Waremme zijn Awans-aanhangers samen om ’s anderendaags te verzamelen te Jeneffe. Le bon châtelain (de sterke kastelein) zoals hij genoemd werd was een boom van een kerel, de sterkste en grootste uit de omtrek, die met twee man op zijn strijdros moest gehesen worden. 270 geharnaste ridders uit de heerlijkheden Fontaine, Fooz, Flémalle, Haneffe, Limont, Pas Saint-Martin en nog een tiental andere, werden verzameld en trokken ten strijde naar Dommartin. Onder hen zelfs twee blinden : de heer van Clermont en de oude Wilkar d’ Awans.
De Waroux van hun kant verzamelden 350 geharnaste ridders en een legertje voetvolk uit de heerlijkheden : Berlo, Cerf, Gemeppe, Harduemont, Hermalle, Moumalle, Ville, Villers en Waroux, in de vlakte bij Dommartin.

Zij stonder onder de leiding van heer Henri II d’ Hermalle. Ook messire Alexandre de Saint-Servais, die beide handen en een voet had verloren, was een van de dappere Waroux16.


De strijd tussen de twee kampioenen duurde enkele ogenblikken, daar het paard van de heer van Hermalle17 steigerde en zijn ruiter afwierp. Dadelijk sprong Arnold van Jehai op de grond, klom op het lichaam van Henri de Hermalle, de kleine aanvoerder van de Waroux en sloeg hem het hoofd in met een slag van zijn strijdbijl. Maar op hetzelfde ogenblik, viel hij evenals zijn broer Butoir de Clermont18, geslagen door de gebroeders Raes en Eustachius van Chantemerle, neven van Henri de Hermalle19.

Dan werd de strijd een echte slachtpartij ; razend over de dood van de zijnen, wierp de kastelein van Waremme zich dwars op de vijandelijke rangen, gooide iedereen omver die zich met hem wilde meten, en veroorzaakte tussen de Waroux een waar bloedbad. Uiteindelijk overwonnen de Awans en stonden zij onder de bescherming van de stad Luik. Zij verloren slechts vier ridders terwijl bij de Waroux 65 ridders en schildknapen het leven lieten op het slagveld20. Sinds dit bloederig treffen sloten de ridders van de twee stammen zich op in hun kastelen en onthielden zich van de algemene oproepen aan hun vrienden om te verzamelen op vastgestelde tijdstippen; zoals het tot toen een gebruikelijke praktijk was geweest. Er waren nog slechts enkele geïsoleerde wapenfeiten en kleine schermutselingen, zonder veel belang.
Lodewijk IV graaf van Loon stond sinds het begin van zijn regering aan de zijde van prins-bisschop Adulf vander Marck toen deze in conflict lag met de stedelijke milities van Luik. De prins-bisschop verplaatste op 8 oktober 1325 het Sint-Lambertuskapittel naar de versterkte stad Hoei. In juni 1328 moest Conrard vander Marck zijn broer Adulf ter hulp komen toen hij werd aangevallen door Luikse stedelijke milities, aangevoerd door Raes van Printhagen. Toen sneuvelden er 15 soldaten van de Waroux aan de voet van de citadel, waaronder Raes de Chantemerle, maar de geconfedereerden verloren 368 soldaten21.

Uiteindelijk werd er op 15 mei 1335, na 38 jaar burgeroorlog en meer dan 30.000 doden, een regeling getroffen tussen de Awans en de Waroux. De aanvoerders van de twee partijen, twaalf in aantal, vergaderden en sloten de vrede in de Sint-Laurentiusabdij, bij Luik.



De stam Butoir
Wij zagen, volgens de kroniek van Jacques de Hemricourt over de oorlog tussen de Awans en de Waroux, dat de gebroeders Libert Butor (Butoir) de Clermont, Arnoul de Jehai, en hun oudste broer genaamd Guillaume II - die de sterke kastelein van Waremme genoemd wordt - in 1298 in de oorlog sneuvelden tussen de clans van de Awans en de Waroux. Het was een meedogenloze oorlog, een vrijheidsstrijd die 38 jaar duurde (1296-1335).

De afstammelingen van de Butoirs zouden in de volgende eeuwen ook een rol spelen in de geschiedenis van de heerlijkheid Waterschei en het aanpalende Nudorp.


Mulken
De eerste bekende grondbezitters of leenmannen van de Luikse heerlijkheid Waterschei waren vermoedelijk de adellijke telgen van het geslacht van Mulken, dit hebben wij in 2003 al laten doorschemeren. De eerste geschriften dateren uit de 14de eeuw. Een connectie tussen de Loonse adellijke families van Mulken en van Hamal is hier als uitgangspunt van belang en situeert zich in het eerste deel van de veertiende eeuw. Zij zullen vermoedelijk de eerste leenverheffingen gedaan hebben op het ogenblik dat het graafschap Loon door de prins-bisschop van Luik werd geannexeerd. Mulken was een van de elf dorpen behorende tot de Luikse vrijheid Tongeren.
Catharina, dochter van ridder Egidius II (Gillis) van Mulken zaliger22 werd in 1312 uitgehuwelijkt aan ridder Willem III van Hamal, die heer van Elderen was en later ook van Herne en Schalkhoven23. Zij hadden een zoon die Gillis (Egidius) van Hamal genoemd werd24. Willem III van Hamal sneuvelde op 22 augustus 1371 tijdens de slag van Baesweiler25. De grafzerken van Egidius II26 en zijn zoon Egidius III van Mulken27 bevinden zich in de Sint-Gilliskapel van Mulken (Tongeren). Ridder Egidius III (Gillis) van Mulken28 deelde de heerlijkheid Mulken met zijn broer Godfried.
In het laatste kwart van de volgende eeuw werd het leengoed Mulken bezit van de familie van Elderen, toen ridder Willem van Hamal en Elderen29 op 9 april 1485 de leenverheffing van de heerlijkheid Mulken verrichtte.
Butoir van Pas-Saint-Martin
Egidius III van Mulken had een dochter die in de eerste helft van de 14de eeuw met ridder Libert Butoir I van Rulant30 trouwde. Libert Butoir I was bezitter van de Haspengouwse heerlijkheden Pas-Saint-Martin31, Hozémont en Fontaine32. Hij was bovendien erfvoogd van Horion33. Door te trouwen bracht zij een aantal huwelijksgoederen in, zoals het grondgebied delle Royde34. Vermoedelijk behoorde het leengoed Nudorp in Genk eveneens tot deze huwelijksgoederen en bleef het nog minstens twee generaties in de familie Butoir van Rulant35. Het wapenschild van de familie Butoir was een rechts klauwende leeuw met uitgeslagen tong en gespleten staart36. Libert Butoir I had twee dochters, waarvan er een met Jan de jonge, heer van Fontaine, trouwde37.
Libert Butoir I werd op 21 juli 1347 gedood in de slag bij Waleffe (Tourinne, bij Avesnes, huidige fusiegemeente Braives) in een Waalse vrijheidsstrijd tegen de troepen van prins-bisschop Engelbert vander Marck (1345-1364) van Luik. Een jaar eerder had hij nog succesvol slag geleverd op 18 juli 1346 tegen de troepen van de prins-bisschop van Luik bij Vottem (Luik)38. De nalatenschap van Libert Butoir I kwam in handen van zijn kleinzoon Libert Butoir III.
Libert Butoir III, heer van Rode
De stam Butoir was dus afkomstig uit het Luikerland39. Voor het eerst is er sprake van een leenman van Nudorp in een leenakte, die in 1371 werd opgesteld te Luik op verzoek van jonker Libert (of Librecht) Butoir III40, de kleinzoon van Libert Butoir I, voogd van Horion. De laatste was de zoon van Jehan, heer van Pas-Saint-Martin41 en Johanna van Clermont42. Jonker Libert Butoir III was de zoon uit het eerste huwelijk van ridder Libert Butoir II43 met jonkvrouw Marie de Charneux44.

Na de dood van zijn vader erfde en releveerde hij op 18 mei 1371 het kasteel van Rode. In deze akte staat voor het eerst vermeld dat Libert Butoir III grondheer van Nudorp was45.


Her Librecht, voeght van Horrion (Libert Butoir III) was in 1367 als getuige aanwezig tijdens een registratieprocedure. Op vrijdag 28 juli 1367 velde Johan, heer van Pytersheim46 (Lanaken) een zoenvonnis inzake een oude twist tussen de abdis van het klooster van Hoecht (Hocht te Lanaken) en Gerard van Oys (Sippenaken), waarbij Librecht aanwezig was en zijn zegel hechtte aan de akte47.
Een leenakte, verleden op 11 augustus 1375 in de Leenzaal van Kuringen, onder het bewind van prins-bisschop Jan van Arckel, vermeldde de verheffing van 5 bunders heidegrond te Genk48 : ‘Matheus Cleyne Jehan, de Rhode, relevavit Curingen, XI die Augusti, V bonuaria tam prati quam mericarum jacentia in territorio de Gheynke, juxta bona Gerardi dicti Luaede, per reportationem Arnoldi van Capelmere49. Praesentibus Fastrardo de Romershoven50, Gerardo Quade51 et dicto Moene de Hasselt, et pluribus aliis’52.

Voogden van Horion

Horion was een heerlijkheid, afhankelijk van de abdij van Stavelot, waardoor de abt een voogd diende aan te stellen om zijn wereldlijke belangen te verdedigen53.



Libert Butoir III van Rulant erfde alle titels van zijn grootvader Libert Butoir I : hij werd heer van Hozémont en Fontaine, en werd advoweit (voogd) van Horion54.

Op 24 januari 1381 verhief schildknaap Lybert, genoemd Buttor de Liers55, voogd van Horion, ‘le haulteur justice, cens, rentes, terres et preis de Nuwedorp, atouttes ses appendices et appartenances’56.


Ridder Libert Butoir III overleed op 13 mei 1386 te Horion-Hozémont57. Zijn dochter Ailid verkreeg de voogdij over Horion, maar overleed al in 1388. De weduwe Aely Butoir-Pevereal schonk na haar dood het leengoed Rode aan Jacques de Hemricourt, haar neef58. Libert Butoir III werd begraven in de Saint-Sauveurkerk te Hozémont59.
Ernus, Lieu de Horion (Arnold der Leeuwe), was een natuurlijke zoon van ridder Libert Butoir III. Hij deed op 19 oktober 1391 leenverheffing van Nudorp met Andries Hustin, de broer van dame Aely Pevreal (Pevereal)60, weduwe van Libert Butoir III.

Nog diezelfde dag verhief weduwe Aely Butoir-Pevereal een huis en gronden te Rode, nabij Diepenbeek61.


Libert van Horion, schepen te Genk

Libert Butoir IV, vernoemd als Libert le jeune Botton de Thourinnes of Libert Botour, was de zoon van Ernu (Arnold) der Leeuwe van Horion62. Hij was geen wettige afstammeling in rechte van Libert Butoir III, maar voor de duidelijkheid vermelden we hem als de IVde van zijn stam.


Toen Arnold van Horion overleed releveerde Libert Butoir IV op 24 augustus 1416 het leengoed Nudorp63. Libert Butoir IV verhief op 24 september 1420 ook ‘le justiche haulte et basse de la ville de Nuwedorp’. Dit betekent dat de justitie op het leengoed Waterschei mogelijk voorafging aan de oprichting van een schepenbank te Genk, waarvan wij slechts schepenregisters hebben die teruggaan tot november 1436.

De justitie van Nudorp was deze van een laathof.

Peter van Halen, een rijke visboer uit het dorp van Genk, gichtte (schonk) op 17 maart 1451 Johan Winnen, alias in ghen delle in een stuk hof te Langerlo naast het huis van Johan. In de plaats gaf Johan Winnen aan Peter van Halen een bunder land ghelegen achter die hueff te gheynic. Deze bunder land lag voor het Librechts laethof van Nudorp64.
Van 1451 tot 1459 was deze Libert (Librecht of Lambrecht) van Horion schepen te Genk. Men noemde hem Lembercht of Lemmen der Leewe, den voecht van Horion65.

In 1451 zetelde Libert van Horion IV ook nog als schepen te Diepenbeek. Een dochter van Libert Butoir IV trouwde in 1409 met Johan Chabot, voweit (voogd) van Liers66.

Zij was de oudste zus van Humbert Corbeau III.
Epiloog
Toen Liebrecht van Horion overleed releveerde zijn zoon, Henrick Librechts van Kuringen, op 1 oktober 1505 de heerlijkheid Nudorp. Op 22 december 1514 was het Lysbeth, de weduwe van Henrick Librechts alias van Horion, die het vruchtgebruik releveerde en de heerlijkheid vervolgens overdroeg aan haar oudste zoon, Henrick Librecht jr67. Hij verkocht de heerlijkheid Waterscheijde en Nudorp voor de prijs van 750 Hornse postulaten aan Jan II van Elter68, heer van Vogelsanck.
Hiermee eindigde de dynastie van de Butoirs in het licht van de geschiedenis van Waterschei.
© Alex A F Marut

Genk, 8 november 2006.




1 Françoise de Mission (+ 5.10.1382).

2 Erasme of Raes was een van de drie zonen van Amicie de Meullant en Alberic II de Dammartin, een Franse kruisridder die in 1193 sneuvelde voor de muren van Akko in Palestina.

3 Limont, Haneffe en Jeneffe (oude schrijfwijze : Gineffe) vormen thans met Donceel de fusiegemeente Donceel. Jehai (huidige schrijfwijze : Jehay) vormt thans met Amay de fusiegemeente Jehay-Amay.

Al deze gemeenten liggen in het Haspengouws deel van de provincie Luik.



4 De oude Breton de Dammartin werd geciteerd als Bretonus comes de Alor.

5 de HERCKENRODE, L., Collection de tombes, épitaphes et blasons, Gent, 1845, p. 136.

6 De BORMAN, C., en PONCELET, E., Oeuvres de Jacques de Hemricourt, Codex Diplomaticus, deel II, p. 236. Willem I van Hamal, De Rijke, stierf omstreeks 1200. Zijn dochter trouwde met Libert de Jeneffe, kastelein van Waremme.

7 RIETSTAP, J.B., Armorial Général, deel I, Gouda, 1884, p. 345.

8 PONCELET, E., Les maréchaux d’arméé de l’évechée de Liége, Luik, 1903.

De BORMAN, C. en PONCELET, E., Codex Diplomaticus, deel II, p. 182.

Jacques de Clermont III (+17.5.1295) was getrouwd met Marie de Jeneffe (+28.7.1311)


9 Horion en Hozémont vormen nu de fusiegemeente Horion-Hozémont.

10 Jacques van Hambroux was de zoon van Wéry de Hambroux, seneschalk van Luik (+1263), die getrouwd was met een dochter van Breton de Dammartin, de oude.

11 Bon moet vertaald worden als sterk (niet letterlijk als goed) cfr Les bonnes villes (bona villa of versterkte steden).

12 A.M., Register der Bisschoppen van Tongeren, Maastricht en Luik, De Banier, jg. 4/1897, p. 149.

HABETS, J., Geschiedenis van het Bisdom Roermond, I, 1892.

Op dat ogenblik was Hugo III van Châlons prins-bisschop van Luik (1296-1301).


13 de BORMAN, C. en PONCELET, E., Codex Diplomaticus, deel II, p. 141.

Willem II van Awans, gezegd van Bierset, was de zoon van Humbert Corbeau.



14 X., La Hesbaye dans le temps aciens et au Moyen Age. Guillaume (Willem), kastelein van Waremme, was getrouwd met Marie de Surlet. Zij kregen twee zonen, Guillaume en Boudewijn, die in de veldslag bij Nierbonne sneuvelden.

15 de HERCKENRODE, L., o.c., p. 136. Libert Butoir, heer van Clermont, was de zoon van Jacques III van Clermont, heer van Esneux. Libert Butoir de Clermont was getrouwd met een dochter van Humbert Corbeau d’Awans.

16 DARIS, Histoire du Diocèse et de la Principauté de Liège, 13e en 14e eeuw, Brussel, 1974, p. 426.

17 Henri II d’Hermalle was een maarschalk die aan de zijde van de Waroux streed. Als betachterkleinzoon van Libert Surréal de Dammartin had hij de strijdkreet ‘Donmartin’ en in zijn blazoen voerde hij zes zilveren Franse lelies. Hij was getrouwd met Jeanne de Haneffe.

18 de BORMAN, C., en PONCELET, E., Codex Diplomaticus, deel II, p. 182.

Libert Butor was de oudste zoon van Jacques de Clermont III, heer van Clermont en Jeneffe (+17.5.1295) en Marie, dame de Jeneffe (+28.7.1311). Hij werd in 1298 op zijn beurt heer van Clermont, Awans en Esneux.



19 POLAIN, M.L., Histoire de l'ancien pays de Liège, J. Ledoux, deel II., pp. 23-47 en 97-107, Luik, 1847.

20 DARIS, J., o.c., p. 428.

21 Ibidem, p. 441.

22 BAILLIEN, H., Het leengoed Mulken, Het Oude Land van Loon jg. 3 nr. 3/1948, p. 38.

Gillis II was ridder van Mulken en hij stierf op 7 september 1304.

THYS, Ch. M.T., Les seigneurs de ‘s Heeren-Elderen, BSSL, deel 12, p. 80.


23 de BORMAN, C. en PONCELET, E., Oeuvre de Jacques de Hemricourt, deel II, Miroir des nobles de Hasbaye, 1925, pp. 237 en 311.

B.S.S.L.L., XXXI, p. 65. Willem III was de oudste zoon van ridder en later baanderheer Willem II De Rijke van Hamal (+10.10.1279), en kleinzoon van Willem I van Hamal, en een dochter van Ystasse (Eustachius) Persant sr. de Haneffe (+20.4.1262). In de 15de eeuw was de heerlijkheid Haneffe in handen van ridder Willem van Horion.

de HEMRICOURT de GRUNNE, Histoire du château de Hamal, Het Oude Land van Loon jg. 1958, p. 131. Ridder Willem II De Rijke, van Hamal was sedert 24 april 1248 door ridder Arnold II van Elsloo in het bezit gesteld van de leenheerlijkheid Hamal, maar hij resideerde te Elderen, tot aan zijn dood in 1279.


24 Egidius of Gillis van Hamal trouwde met Margaretha van Kersbeek en stierf op 24.9.1354.

25 ENCKELS, R., Bijdrage tot de geschiedenis van de heerlijkheid Binderveld, Het Oude Land van Loon, 1968, p. 8.

26 Ibidem. Egidius II van Mulken overleed op 7.9.1304.

27 VAN CASTER, E., en OP DE BEECK, R., De grafkunst in Belgisch Limburg, 1981, p. 69.

Egidius III van Mulken overleed op 29.7.1336.



28 BAILLIEN, H., Het leengoed Mulken, Het Oude Land van Loon jg. 3 nr. 12/1948, p. 17.

Egidius III de Mulkis (+29.7.1336) was ridder in 1333. Hij was getrouwd met ene Jehenne (Johanna) en zij kregen twee dochters.



29 BAILLIEN, H., Het leengoed Mulken, hoofdstuk II, l.c., p. 41. Willem van Elderen, heer van Genoels-Elderen was een zoon van Jan van Elderen en Maria van Huldenberg. Hij trouwde in 1472 met Maria van Wideux, dochter van Goeswijn I, jonker van Sint-Lambrechts-Herk en stierf op 24.1.1515. Wideux vormde samen met Ten Hove en Schoonwinkel drie heerlijkheden onder Sint-Lambrechts-Herk.

30 De HERCKENRODE, L., o.c., p. 497. Gerard van Rulant was de laatste graaf van Hozémont (1213).

Hij trouwde met een dochter van ridder Otto de Lexhy en had zes kinderen, waaronder Wiric de Fontaine, die op zijn beurt 3 zonen had, waarvan rider Jehan de Lexhy - de oude - voogd van Horion werd.



31 Ibidem, p. 496. Jehan de Lexhy - de jonge -, was eveneens voogd van Horion en had de burcht te Pas Saint-Martin, bij Horion gebouwd. Hij was getrouwd met een van de twee dochters van Libert Butoir I, heer van Clermont, Awans en Esseneux.

32 de BORMAN,C., en PONCELET, E., o.c., Miroir des Nobles, p. 177. Fontaine was in 1314 een Luiks allodium van het prinsbisdom Luik.

33 Ibidem, pp. 311 en 380. Libert Butoir I van Rulant was erfvoogd van Horion en trouwde met een dochter van ridder Gilis (Egidius) III van Mulken. Hij werd op 21.7.1347 gedood in de veldslag van Tourinne (bij Avesnes).

34 de BORMAN, C., en PONCELET, E., Oeuvres de Jacques de Hemricourt, deel II, p. 381.

Rode, Rooi of Roye bij Tongeren was een Luiks leengoed dat oorspronkelijk toebehoorde aan ridder Gillis III van Mulken, wiens dochter zich dame van Roye noemde en getrouwd was met Libert Butoir I, voogd van Horion.



35 Ibidem, p. 262. Graaf Gerard van Rulant, miles de Casa Dei (ridder bij het allodiaal hof te Luik), verwierf in 1176 de heerlijkheid Hozémont, waarvan hij ook de laatste graaf was. Burg Reuland is thans de ruïne van het slot van Rulant, in het zuiden van de provincie Luik.

36 De HEMRICOURT, J., Miroir des Nobles de Hasbaye, Brussel, 1673, p. 254.

Afbeelding is niet gekleurd.



37 De HERCKENRODE, L., o.c., p. 497. Jan de jonge heer van Fontaine was een zoon van ridder Jan de oude heer van Fontaine, kleinzoon van Wiric en achterkleinzoon van Gerard van Rulant (1213) de laatste graaf van Hozémont.

38 MARUT, A., 21 julivieringen, Heemkunde Limburg nr. 3/2005.

39 DE BRABANDERE, F., Verklarend woordenboek van de familienamen in België en N.-Frankrijk, Brussel, 1993. Verschillende schrijfwijzen : Butoir de Montferrand, Butoyr de Limont. (Butor betekent in het Latijn : roerdomp).

40 BAILLIEN, H., Het kasteel Rooi en zijn bezitters, Het Oude Land van Loon jg. 4 nr. 2/1949, p. 38.

Jonker Libert Butoir III was gehuwd met Aely (Aleydis of Alix) Pevereal (Pevereau).



41 de BORMAN, C., en PONCELET, E., deel II, p. 259. De voogdij over Horion was reeds in 1265 in handen van Jehan, heer van Fontaine, grootvader van Libert Butoir I. Zijn zoon Jehan jr., heer van Pas-Saint-Martin, werd eveneens erfvoogd van Horion en was getrouwd met Jeanne van Clermont.

42 GENICOT, L. & Co, Kastelen en binnenplaatsen, Brussel, 1977, p. 110. Het geslacht Clermont had in 1350 een kasteel in de allodiale heerlijkheid Fanson.

43 de BORMAN, C., en PONCELET, E., o.c., p. 259. Ridder Libert Butoir II was erfvoogd van Horion en in 1366 kastelein te Stokkem. Hij stierf in 1371. Hij was rechter van de 12 Lignages (12 geslachten).

Zijn halfzuster Johanna uit het tweede huwelijk van Libert Butoir I met Johanna van Oborne, trouwde met ridder Englebert van der Marck, die later prins-bisschop te Luik werd (1345-1363).

de HEMRICOURT, J., Miroir des Nobles de Hasbaye, Brussel, 1673, p. 150. Jeanne d’ Oborne was een dochter van ridder Jean d’ Oborne. Zij trouwde met Libert Butoir I en hertrouwde later met Robert van Leuven, waarna beiden zich te Montigny vestigden.


44 de BORMAN, C. en PONCELET, E., o.c., deel II, p. 178. Marie de Charneux was de kleindochter van ridder Arnold de Nouvice de Charneux (+1366), kastelein van Franchimont (1357), meier en schepen te Luik (1345-1366), en Beatrix de Surlet (1338-1344). Zij was de oudste van twee dochters van Gilles de Charneux, in de periode 1316-17 schepen te Luik en medeondertekenaar van de Vrede van Fexhe.

de HEMRICOURT, J., Miroir des Nobles de Hasbaye, Brussel, 1673, p. 215. De dochter van Gilles de Charneux trouwde met Libert Butoir II, chevalier et voüé de Horion.



45 R.A.Luik, Cour féodale, register 41 f° 57.

46 BRANS, L., Lanaken-Pietersheim, p. 23. Jan volgde zijn oudste broer Hendrik na 1302 op als heer van Pietersheim. Jan van Pietersheim was burger van Maastricht en heer van Stevensweert.

47 MOORS, J., De oorkondentaal in Belgisch-Limburg, 1952, p. 273.

48 MOLEMANS, Opglabbeek, o.c., p. 650. Een bunder is volgens Sint-Servaasmaat (Maastricht) : 84 a 48,50 ca.

49 VAN NEUSS, H., Actes et documents anciens concernant Hasselt, Bulletin de la Société Chorale et Littéraire de Mélophiles de Hasselt, nr. 37/1899, p. 31. Capelmeer was in een akte van 10.6.1311 gesitueerd buiten de poorten van Kuringen bij Hasselt.

50 CALUWAERTS, G., o.c., p. 43. Fastrard van Romershoven was tijdens het laatste kwart van de 14de eeuw schepen bij het Hof van Vliermaal.

51 CALUWAERTS, G., o.c., p. 44. Het was Gerard Quade van Curingen, cavalier van ‘t Hooghen hof van Curingen, nog vermeld in 1386.

52 R.A.Hasselt, Leenzaal van Kuringen, leenregister 1375 p. 162. WILLEMS, J., C., Geschiedkundige Aanteekeningen over de Gemeente en Parochie Genck, f° 1 verso (handgekopieerd klein exemplaar van mw. Claesen-Willems, Genk).

de BORMAN, C., Le livre des fiefs du Comté de Looz sous Jean d’Archel, p. 162.



53 DE SEYN, E., Geschied-en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten, p. 607.

Hozémont (huidige fusiegemeente Hozémont-Horion) was een leenheerlijkheid, behorend tot het feodaal hof van Stavelot.



54 VAN OVERSTRAETEN, J., Gids voor Wallonië en het Groothertogdom, VAB 1958, p. 184.

In Horion-Hozémont waren er 3 kastelen : van de stammen Horion, Fontaine en Lexhy.



55 de BORMAN, C., en PONCELET, E., o.c., deel II, p. 201.

R.A.Luik, Feodaal hof van Luik, Register 42 f° 66 v°. Verwijzing naar een leenverheffing te Heure-le-Tiexhe.



56 BORMANS, S., o.c., p. 298.

57 VANDRICKEN, L., L’ancien comté et l’ancien concile de Hozémont.

Libert Butoir, advoweit (voué of voogd) van Horion, overleden in het jaar MCCCLXXXVI (1386) .Il était représenté armé de toutes pièces avec sa femme et portait son écu pendant à droite.



58 de BORMAN, C., en PONCELET, E., o.c., deel III. Jacques de Hemricourt (°1333 +1403) was notaris en griffier bij het schepenhof (centrale cijnshof) te Luik. Auteur van Miroir des nobles de Hasbaye en Codex Diplomaticus.

59 de HEMRICOURT, J., o.c., p. 177 en 214. Zijn grafsteen is er te zien.

60 BORMANS, S., o.c., p. 298.

de HEMRICOURT, J., o.c., p. 47. Alix, dochter van ridder Jean de Dammartin, heer van Awirs, Lexhy, Waroux, genoemd Pevereau d’ Othée.



61 de BORMAN, C., en PONCELET, E., o.c., deel II, p. 332.

62 Ibidem. Arnold der Leeuwe van Horion was een natuurlijke zoon van Libert Butoir II.

63 R.A.Luik, Cour féodale de Liège, Register 43 f° 46 en 192 v°.

64 R.A.Hasselt, Gichten Genk, boek 1.

REMANS, G., De oude heerlijkheid Genk, Verzamelde Opstellen, Hasselt, 1936, boekdeel 12, p. 62.

CONINX, I., nr. 225, l.c., Heidebloemke nr. 3/1988.


65 REMANS, A., Schepenbank van Genk (1455), Heidebloemke jg. 18 nr. 4/1959.

66 X., L’Ancien comté et l’ancien concile de Hozémont.

Johan Chabot was kastelein en voogd van Awans.

De BORMAN, C., Les échevins de la souveraine justice de Liège, Luik, 1892

Ridder Jean Chabot was schepen te Lui van 1446 tot 1454.



67 BORMANS, S., o.c., p. 299.

68 MERTENS, J., Geschiedenis van Houthalen, p. 145. Jan II van Elter (altaar = autel), was getrouwd met Catharina van Palant en regeerde van 1487 tot aan zijn dood in 1518 over de heerlijkheid Vogelsanck.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina