Veel Aalscholvers en een Zilverreiger



Dovnload 6.88 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte6.88 Kb.

Veel Aalscholvers en een Zilverreiger

Het grote voordeel van ons reactieadres is dat we samen met de lezers veel ogen hebben. Gelukkig zijn er na 20 jaar Natuursprokkels steeds meer mensen die ons bellen om hun waarnemingen door te geven. In de eerste weken van januari kwamen er veel reacties binnen. Hierbij waren een paar interessante vogelwaarnemingen.


GROTE ZILVERREIGER

Els Klopper belde ons op 12 januari om te melden dat ze aan de Veldhuizenweg een Grote zilverreiger gezien had. Albert Stevens van de IVN vogelwerkgroep is gaan kijken en ontdekte het dier bij een niet dichtgevroren sloot.

De Grote zilverreiger is ongeveer zo groot als een Blauwe reiger, maar veel slanker en heeft een sneeuwwit verenkleed. Hij komt niet vaak voor in Nederland. In de broedtijd, jammer genoeg zijn ze dan niet meer in Nederland, krijgen zilverreigers een soort verlengde sierveren op de kop en de rug. Eind 19e, begin 20e eeuw waren deze sierveren in de mode en daarvoor zijn toen hele kolonies zilverreigers afgeschoten.
AALSCHOLVERS

Een dag eerder meldden Joanne de Ruiter en de heer van Breemen dat ze bij de Reggebrug in de Grotestraat een groot aantal Aalscholvers in een boom zagen. Even later belde ook de heer Bolink die daar in de buurt woont met dezelfde waarneming. Er zullen vast wel meer mensen van dit schouwspel genoten hebben.

Nu zijn er al jaren regelmatig Aalscholvers in deze boom te zien. De heer Bolink schatte het aantal dit keer op 75 exemplaren! En dat is wel erg veel. Dat ze vaker op dezelfde plek zitten, is te zien aan de witte vlekken op de boom: uitwerpselen. Dat was één van de redenen waarom Aalscholvers vroeger vervolgd werden: boseigenaren waren bang dat bomen zouden afsterven door de scherpe uitwerpselen. Ook vissers waren niet blij met de vogels: ze vissen namelijk op dezelfde ‘prooi’. De Aalscholver duikt letterlijk wel een kleine kilogram vis per dag op.

In 1964 was de Aalscholver in Nederland nog een schaarse broedvogel: zo’n 1000 broedparen. Mede door de Oostvaardersplassen broedden er in 1985 al 10.000 paren, altijd in kolonies. In Nederland broeden ze in bomen; langs de Atlantische kusten op rotsen.



Uiterlijk


De Aalscholver is een forse, donkere vogel van bijna een meter lang met een dikke lange hals en een lange staart. Toen wij na de meldingen naar de vogels gingen kijken, waren de meeste al gevlogen. Welgeteld vijf zaten er nog in het zonnetje. De snavels lichtten daardoor mooi op: lange stevige snavels met een haakvormig uiteinde. Direct achter de snavel hebben de vogels een witte vlek.


Prehistorisch

Aalscholvers zien we hier het hele jaar door, in de winter vaak in grotere groepen. In ons land zitten ze meestal bij grotere wateroppervlaktes. Ik zie ze daar bijna altijd staand op een paal, soms de vleugels zijwaarts uitgespreid om ze te drogen. De vogels fascineren me. De grootte, het uiterlijk, de schubachtige tekening op het lijf: ’t is net of ze niet van deze tijd zijn. Ik zie ze zo vliegen in de tijd van de dinosaurussen.


Of iedereen blij is met deze vogels in onze omgeving weet ik niet. Ik vind het in ieder geval prachtig om naar ze te kijken. Hopelijk krijg ik nog eens de kans 75 van die kanjers bij elkaar in een boom te zien, maar misschien moet het dan eerst weer hard gaan vriezen.
januari 2003

Anny Alferink



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina