ven en –zen krijgen in de tijd van toen de/den



Dovnload 9.06 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte9.06 Kb.
Spelling groep 8 Week 16
Net-als-woord: fietsen, remmen, branden, starten
bekleden ontvluchten

doden uitbuiten

scheiden verontrusten

vermelden verrichten

woeden verwachten
beroven bonzen

durven vrezen

kleven eisen

boffen beheersen

straffen missen
Werkwoorden op –ven en –zen krijgen in de tijd van toen de/den. (leefde, reisden)
Maar werkwoorden op –fen en –sen krijgen in de tijd van toen te/ten (plofte, dansten)

Net-als-woord: rijden, starten, branden, fietsen, remmen
brengen bezetten

laten ontmoeten

lijden verloten

onthouden verwoesten

vinden vluchten
begeleiden behandelen

belanden leven

bevrijden vertellen

leiden werken

luiden wonen
Verandert de persoonsvorm in d tijd van toen van klank?

Hoor je een /t/-klank aan het eind?

Maak dan het woord langer, zodat je d of t hoort.
Zit de laatste letter van de ik-vorm in de tijd van nu in ’t fokschaap?

Schrijf dan te/ten. Maar let op bij werkwoorden op –ven en –zen! Die krijgen de/den.
Let op bij werkwoorden op –den of –ten!

Dan schrijf je dus dde/dden of tte/tten (brandden, startte)

Net-als-woord: bekeuren
bepalen verbeteren

bereiken verscherpen

besturen vervoeren

bevestigen vervuilen

gehoorzamen verzorgen
Hierboven staan werkwoorden waarbij sprake is van tweelingvormen tussen de tijd van nu en het voltooid deelwoord.
behouden verbieden

bekijken verbinden

bevinden bedenken

bezitten verkopen



genieten verzoeken
Hoor je bij een voltooid deelwoord een /t/ achteraan?

Maak het woord langer om te weten of er een d of t moet staan.
Lukt dat niet? Haal dan ’t fokschaap van stal.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina