Venustepeltjes, stand-up comedy en kamerorkest bij "Amadeus"



Dovnload 10.83 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte10.83 Kb.
Venustepeltjes, stand-up comedy en kamerorkest bij “Amadeus”.
Jules Jessurun

AMSTELVEEN - “Dan nu voor u, de dood van Mozart, of: heb ik het gedaan?” Op het podium staat een oude man met een grijzige pruik met staart en een grijsbruine operajas in ruitmotief. Zijn kleding verraadt dat deze man zich ooit in de hoogste kringen heeft opgehouden, maar nu hard gevallen is. De man is de vroegere hofcomponist Salieri (Jeroen Krabbé), die naar eigen zeggen Mozart vermoord heeft en aan het eind van zijn levensdagen in Wenen zijn relatie met Mozart en het leven van Mozart beschrijft. Na een periode van ruim twintig jaar afwezigheid, is Salieri, en met hem het toneelstuk ‘Amadeus’ terug in de Nederlandse theaters, en de productie is een welhaast even groot genoegen als de met poedersuiker besprenkelde Venustepeltjes (bonbons) die Salieri zijn gasten aan het hof voorschotelde. De vraagt blijft echter of deze ‘Amadeus’ zich ook kan meten met de uitstekende Amerikaanse filmversie.


Toen toneelgroep ‘De Haagse Comedie’ in 1981 een Nederlandse bewerking maakte van het succesvolle Engelse toneelstuk ‘Amadeus’ van auteur Peter Shaffer, moet het eenvoudiger geweest zijn om het publiek te bekoren. Op dat moment was er nog geen sprake van een filmbewerking van ‘Amadeus’ en konden de acteurs Willem Nijholt en Hans Hoes hun teksten opzeggen zonder steeds vergeleken te worden met de filmacteurs en zonder dat de decors werden vergeleken met de filmsets. Ruim twintig jaar later, heeft de nieuwe bewerking, vertaald door Carel Alphenaar en Arthur Belmon, deze luxe niet. In 1984 kwam regisseur Milos Forman met een filmversie van het toneelstuk, die werd bekroond met acht Oscars, door miljoenen bioscoopbezoekers werd bezocht en nog steeds regelmatig op televisie wordt uitgezonden.
Hoe oneerlijk het ook klinkt, het nieuwe toneelstuk moet opboksen tegen de grote reputatie die de filmversie geniet. In de schouwburgzalen waar ‘Amadeus’ speelt, met als hoogtepunt Theater Carré begin december, zal het publiek, bewust of onbewust terugdenken aan de Mozart die acteur Tom Hulce neerzette of de door en door slechte Salieri van F. Murray Abraham. Toch is de gedachte aan deze acteurs na het eerste kwartier al grotendeels vergeten.
Als Jeroen Krabbé als Salieri nadat hij is opgekomen de goden aanroept en zijn verhaal begint te vertellen, is hij royaal met gebaren en verheven stem en oogt hij nog stijf en theatraal. Pas als na tien minuten Mozart (stand-up comedian Marc-Marie Huijbrechts) ten tonele verschijnt, wordt Krabbé pas echt de gefrustreerde en getormenteerde Salieri die hij hoort te zijn. Hoewel Huijbrechts niet in het bezit is van het hoge lachje van filmacteur Tom Hulce, dat door merg en been ging, weet hij al gauw aannemelijk te maken dat hij behoorlijk op de zenuwen van hofcomponist Salieri kan werken. Huijbrechts speelt de rol van Mozart met kinderlijk enthousiasme. Hij zeurt als een verongelijkte kleuter als hij aan het Weense hof door toedoen van Salieri en andere “kut-Italianen” zijn zin niet krijgt. Ook zijn garderobe draagt bij aan de infantiliteit: Mozart draagt net als Salieri een operajas, maar zijn versie is oranje en heeft aan de binnenkant een frivool gordijnbloemetjesmotief, alsof hij er wil uitzien als een snoepje.
Het bijzondere aan deze ‘Amadeus’ is de grootschalige kleinschaligheid. Zo zijn er in dit stuk slechts zes muzikanten aanwezig, maar lijkt het soms wel alsof dat er tientallen zijn. Componist Laurens de Boer is erin geslaagd de grote opera- en orkeststukken van Mozart op dusdanige wijze te bewerken dat deze ook in kamerorkestvorm (vier strijkers, één trom en een piano) als een aangename geluidsexplosie om het publiek heen gaat hangen. Daarnaast componeerde hij ook aanvullend materiaal dat vooral wordt gebruikt als ‘special effect’ om de spanning te verhogen (het luiden van kerkklokken, of monotoom Hitchcock-achtig vioolgeluid).
Waar de muzikanten slechts uit zes man bestaan, moet het ‘acteursensemble’ het doen met drie spelers (naast Krabbé en Huijbrechts ook Tjitske Reidinga als Constanze, de vrouw van Mozart). Deze worden echter aangevuld door de muzikanten die allen dubbelrollen spelen. Zo speelt cellist Carel Alphenaar de rol van de Keizer, die een groot fan is van Salieri en gezegend is met weinig muzikaal talent (de eerste opera die Mozart componeert voor het Oostenrijkse hof doet hij af met het simpele bericht dat het “te veel noten” bevat). Alphenaar speelt zijn rol met zichtbaar plezier als hij weer eens extatisch uitroept: “vuurwerk en champagne” terwijl hij komt binnenwandelen in zijn witte uniform met een rode pruik die gewikkeld lijkt te zijn in een stapel wc-rollen. Ook de andere muzikanten spelen hun rollen als conservatieve en stijve leden van de hofhouding met veel overtuiging.
Grootschalig kleinschalig is ook het decor waar het toneelstuk zich afspeelt. Het podium mag dan genoeg ruimte bieden voor gouden versierselen en pracht- en praal-decorstukken uit de tijd van Mozart, maar gekozen is voor een nagenoeg lege setting, op enkele houten stoelen, pruikenstandaards en een piano na. In deze setting komen de acteurs en muzikanten nog beter tot hun recht. Bijna nooit verdwijnen ze van het podium en met hun aanwezigheid zou het afleidend zijn om verdere decorstukken toe te voegen. Het is alleen al een genot om te kijken naar Jeroen Krabbé als de oude Salieri die op een stoel geërgerd voor zich uit staart terwijl achter hem in het verleden Mozart rondhuppelt.
Hoewel de voorstelling ‘Amadeus’ pas in de try-out-fase zit, lijken de contouren van het stuk al duidelijk zichtbaar, en ook aan het spel van acteurs en muzikanten is weinig meer te verbeteren. Vooral Marc-Marie Huijbrechts verrast. Tijdens de komische scènes speelt hij naturel en op een manier die hij ook gebruikt bij zijn eigen optreden. Op gegeven moment stapt hij in het publiek om een soort miniconference te geven met als thema: “waarom ik Italianen haat?” zoals hij dat ook wel eens doet in zijn eigen shows. In de serieuzere scènes, vooral later in het stuk, als Mozart zwakker en armer wordt, maakt hij echter nog meer indruk als hulpeloze naïeveling die Salieri smeekt om bij hem te blijven, zelfs als die hem opbiecht hem eigenlijk vermoord te hebben door de keizer en anderen altijd verkeerd te informeren over zijn muzikaal talent.
Door te kiezen voor afwijkend kostuumontwerp, weinig decorstukken, een klein acteursensemble en al bijna even klein aantal muzikanten, is deze versie van “Amadeus” een volstrekt unieke productie geworden die op geen enkele wijze leentjebuur heeft gespeeld bij de film van Milos Forman. Deze Amadeus zal op eigen kracht avond na avond volle schouwburgen trekken in Nederland. De keizer uit het stuk zal onmogelijk kunnen opvoeren dat dit stuk te veel noten op zijn zang heeft, of zoals Mozart de keizer antwoordt: “Dit stuk heeft precies genoeg noten.”
“Amadeus”, Bos Theaterproducties. Regie: Matthijs Rümke. Tekst: Peter Shaffer. Vertaling: Carel Alphenaar en Arthur Belmon. Met o.a.: Jeroen Krabbé en Marc-Marie Huijbrechts.

Mei 2005 op diverse locaties, première 9 oktober.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina