Verantwoording



Dovnload 131.34 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte131.34 Kb.

Advocaten in Nederland. Een NJB-enquête



Met ruim 11.000 ingeschreven advocaten vertegenwoordigt de Nederlandse Orde van Advocaten (NOVA) veruit de grootste juridische beroepsgroep. Maar wat weten we eigenlijk van ze? In dit artikel portretteren drs. J. Gunst en prof. dr. F. Bruinsma (sectie rechtssociologie van de Univeriteit Utrecht) advocaten zoals zij zich hebben laten kennen uit een enquête. Omdat een groot aantal vragen ook in de NJB-rechtersenquête is gesteld (NJB 2001: 1925), kunnen vergelijkingen worden gemaakt.
Verantwoording Op verzoek van de redactie hebben de schrijvers in de maanden januari en februari van dit jaar 3.900 advocaten benaderd, ruim een derde van het totaal aantal advocaten op het tableau. 1.272 Advocaten stuurden een ingevulde vragenlijst retour, de respons bedraagt dus 32,6%. Bij het uitzetten van de vragenlijsten is vooral rekening gehouden met het gegeven dat ongeveer 30% van alle advocaten in Nederland werkzaam is bij de 30 grootste kantoren, terwijl de resterende 70% bij de overige kantoren werkzaam is. De samenstelling van de respons naar geslacht komt goed overeen met de werkelijkheid (65% man, 35% vrouw).

Vergelijking advocaten en rechters




Tabel 2: Burgerlijke staat van advocaten en rechters – in percentages





Advocaten

Rechters

Alleenstaand

18

7

Samenwonend met partner van hetzelfde geslacht

1

3

Samenwonend met een partner van het andere geslacht

25,5

9

Gehuwd met een partner van hetzelfde geslacht

1

1

Gehuwd met een partner van het andere geslacht

49,5

75

LAT-relatie met een partner van hetzelfde geslacht

0,2

3

LAT-relatie met een partner van het andere geslacht

5

3



Tabel 3: Rekent u zichzelf tot een kerkgenootschap?





Advocaten

Rechters

Protestants

14%

18%

Rooms-katholiek

21%

19%

Overig

3%

5%

Totaal

38%

42%

NB: Mogelijk is er sprake van een oververtegenwoordiging in de respons voor rooms-katholieke advocaten doordat twee van de vier arrondissementen bezuiden de grote rivieren liggen (Maastricht en Den Bosch).

Tabel 4: Dagbladabonnementen in percentages





Advocaten

Rechters

NRC/H

57

70

De Volkskrant

22

24

De Telegraaf

8

6

Parool

4

6

Trouw

5

8

regionaal dagblad

29

38

Waar rechters in overgrote meerderheid over werkervaring buiten de rechterlijke macht beschikken, blijft de teller voor advocaten in dit opzicht steken op 50%. De nadere uitsplitsing in tabel 5 maakt bovendien duidelijk dat de gemiddelde rechter meer voeling met de publieke sector heeft dan met het bedrijfsleven, terwijl dat bij advocaten net andersom is. Rechters zijn overheidsrechters en voelen zich deel uitmaken van een derde en onafhankelijke staatsmacht; advocaten zijn beoefenaren van een vrij beroep en voelen zich meer een particuliere ‘consultant’ dan een ‘court official’.



Tabel 5: Voorafgaande werkervaring in percentages





Advocaten

Rechters

Bedrijfsleven

20

7

(Semi-)overheid

13

33

Advocatuur

nvt

32

Onderwijs/ wetenschap

7

13

Overig

1

0

Combinaties

9

3

Totaal

50

88

Tabel 6 vergelijkt appels met peren, maar we hebben de verleiding niet kunnen weerstaan om de vertegenwoordiging van vrouwen in de advocatuur naar de drie verschillende niveaus (partner, medewerker of stagiair) te vergelijken met de vertegenwoordiging van vrouwen in de rechterlijke macht naar de drie verschillende niveaus (top, midden en basis).


Tabel 6: Verdeling van vrouwen over drie functieniveaus

vrouwelijke advocaten

473 = 38%



vrouwelijke rechters

583 = 37%



121 partners = 21%

179 medewerkers = 51%

173 stagiaires = 56%


42 aan de top = 16%

189 op middenniveau = 31%

352 aan de basis = 49%


Bron voor advocaten: steekproefrespons (feitelijk: 35%); bron voor rechters: Naamlijst Leden RM 2000

Een excuus-Truus voor personen- en familierecht


Om zicht te krijgen op de loopbaanontwikkeling van mannen en vrouwen in de advocatuur is het nuttig kennis te nemen van variaties naar grootte van het kantoor.
Tabel 9 Onderverdeling man/vrouw naar functieniveau en grootte kantoor in percentages





2-5

6-20

21-60

> 60

Totaal




M

V

M

V

M

V

M

V

M

V

Partner

78

43

55

26

54

13

44

8

59

26

Medewerker

11

19

26

35

25

52

33

49

23

38

Stagiair

11

38

19

38

21

35

23

43

18

37

In woorden: hoe groter het kantoor, des te minder vrouwelijke partners. Tabel 10 licht een tipje van de sluier op: hier worden de percentages van de eigen praktijk bestaande uit de typisch vrouwelijke specialisatie van personen- en familierecht en de typisch mannelijke specialisatie van ondernemingsrecht, en de tijdsbesteding aan managementtaken in verband gebracht met de grootte van het kantoor.




Tabel 10: Specialisatie en managementtaken in percentages








2-5

6-20

21-60

> 60

Totaal




M

V

M

V

M

V

M

V

M

V

Pers/ fam. recht

12,5

30

3,2

28,2

4,7

20

1,4

7,3

5,2

20,2

Ondernemingsrecht

6,3

2,2

10,8

3,1

19,3

10

24,8

15,5

15,6

8,2

Management

7,2

4,7

7,8

3,7

6,3

2,3

7,5

8,2

7,6

3,5

Conclusie: als een specialisatie op personen- en familierecht, die zich over de gehele linie meer bij vrouwen dan bij mannen voordoet, gepaard gaat met een te verwaarlozen managementtaak van ongeveer twee uur per week, zoals op kantoren in de categorie 21-60 advocaten, is de kans op vrouwelijke partners minimaal.



Trouw aan het kantoor en aan de advocatuur


Dat de mobiliteit onder advocaten de afgelopen jaren is toegenomen, is onmiskenbaar. Hoewel door de media met name aandacht besteed is aan de ‘transfers’ van enkele ‘topadvocaten’ is het aantal advocaten dat nog nooit van kantoor heeft gewisseld toch het grootst bij de grote kantoren. Dit geldt zowel alle advocaten tout court als op partnerniveau. Op de kantoren met 21-60 advocaten is 61,5% van alle advocaten en 58% van alle partners nooit van kantoor gewisseld. Op de kantoren met meer dan 60 advocaten is 64% van alle advocaten en 51% van alle partners nooit van kantoor gewisseld. Ook het aantal partners dat meer dan 10 jaar bij hetzelfde kantoor heeft doorgebracht, is het grootst bij de grote kantoren: 72% voor de kantoren met 21-60 advocaten en 69% voor de kantoren met meer dan 60 advocaten. Het gemiddeld aantal ‘dienstjaren’ van partners is het hoogst bij kantoren met meer dan 60 advocaten (16,5 jaar) op de voet gevolgd door kantoren met 21-60 advocaten (16 jaar). Voor alle partners gezamenlijk, dus ongeacht het kantoor, bedraagt het gemiddeld aantal ‘dienstjaren’ 13.
Als ik opnieuw mocht kiezen, koos ik een ander beroep’

De 87 respondenten (7%) die deze stelling onderschrijven, onderscheiden zich statistisch significant van de meerderheid die advocaat in hart en nieren is (57%) door een afwijkend antwoordpatroon op drie andere stellingen:



  • ‘Advocaten hebben de neiging om de zaken op de spits te drijven’: 53% van de spijtoptanten onderschrijft de stelling tegenover 31% van alle advocaten

  • ‘Advocaten dragen onvoldoende bij aan het goed lopen van procedures’: 38% van de spijtoptanten onderschrijft de stelling tegenover 20% van alle advocaten

  • ‘Ik ben beducht voor een steeds commerciëlere instelling binnen de Nederlandse advocatuur’: 59% van de spijtoptanten onderschrijft de stelling tegenover 50% van alle advocaten.



Advocaten en rechters over enkele andere stellingen


In de twee enquêtes zijn ook nog enkele andere dezelfde of vergelijkbare stellingen voorgelegd. Dit biedt de interessante mogelijkheid te bezien waarover advocaten en rechters het met elkaar eens zijn en waarover oneens. De stellingen kunnen worden onderverdeeld in opvattingen over het recht, over het rechtsbedrijf en over alternatieve geschilbeslechting.
Opvattingen over het recht
De aansprakelijkheidsrechtspraak is te slachtoffervriendelijk




(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

Advocaten

18%

50%

32%

Rechters

25%

12%

64%

De openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht is een stap te ver






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

Advocaten

19%

16%

65%

Rechters

27%

7%

66%

De doodstraf mag van mij in uitzonderlijke gevallen bij zeer ernstige misdrijven ingevoerd worden






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

Advocaten

13%

7%

80%

Rechters

8%

4%

89%

Hogere straffen zijn onontbeerlijk






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

Advocaten

42%

25%

33%

Rechters

35%

7%

58%

Anders dan rechters achten advocaten hogere straffen onontbeerlijk. Bij de drie andere stellingen varieert de mate van instemming met het meerderheidsoordeel. Overeenkomstig hun eigen voorkeur voor het heterohuwelijk zijn rechters gemiddeld genomen over het homohuwelijk wat minder enthousiast dan advocaten.


Opvattingen over kenmerken van het rechtsbedrijf:
In een multiculturele samenleving is een rechter in toga met hoofddoek toelaatbaar




(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

advocaten

21%

9%

70%

rechters

13%

5%

82%

Ik heb minder bezwaren tegen een advocaat in toga met hoofddoek dan tegen een rechter in toga met hoofddoek






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

advocaten

41%

16%

43%

Het bekleden van betaalde nevenfuncties door rechters is ontoelaatbaar






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

advocaten

40%

24%

36%

rechters

28%

6%

67%

Uitspraken van de Hoge Raad zijn een houvast voor de rechtspraktijk (advocaten)/ lagere rechters (rechters)






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

advocaten

87%

8%

5%

rechters

77%

19%

3%

Door onderlinge afspraken tussen rechters, zoals de kantonrechtersformule, wint de rechtspleging aan kwaliteit






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

advocaten

70%

18%

12%

rechters

75%

9%

17%

De rechtswetenschap is een steun bij mijn werk






(zeer) eens

eens, noch oneens

(zeer) oneens

advocaten

77%

16%

6%

rechters

75%

11%

16%


De casuïstiek van de hoofddoek is verrijkt met een nieuwe variant: de advocaat in toga met hoofddoek. De 41% advocaten die hier minder bezwaar tegen hebben dan tegen een rechter met hoofddoek geven in hun antwoord op een andere stelling statistisch significant aan waarom: men voelt zich minder een ‘court officer’.1 Terwijl er onder rechters een overtuigende meerderheid te vinden is die het bekleden van betaalde nevenfuncties toelaatbaar acht, is dat bij advocaten niet het geval. Opmerkelijk zijn tenslotte de onder advocaten en rechters gelijkelijk gewaardeerde rol van de Hoge Raad, de rechtswetenschap en onderlinge afspraken tussen rechters, zoals de kantonrechtersformule.

Alternatieve geschilbeslechting

Zeker in civiele en bestuurszaken zou de rechter pas moeten beslissen na een bemiddelingspoging






(zeer) oneens

eens, noch oneens

(zeer) eens

rechters

55%

6%

39%

Ik wil in de toekomst meer de mogelijkheden van alternatieve geschilbeslechting benutten






(zeer) oneens

eens, noch oneens

(zeer) eens

advocaten

41%

36%

23%

Indien de eerste en de tweede uitspraak beschouwd worden als een aanwijzing hoe de gemiddelde rechter en advocaat tegenover alternatieve geschilbeslechting staan, dan valt op dat rechters er meer in zien dan advocaten. Uit nadere analyse blijkt dat er op dit punt geen significant verschil is tussen mannelijke en vrouwelijke rechters, maar wel onder advocaten: vrouwelijke advocaten willen in de toekomst significant meer de mogelijkheden van alternatieve geschilbeslechting benutten.



Specialisatie met verstrekkende gevolgen


Uit de rechtersenquête was gebleken dat bijna 60% van de rechters onderkent dat zij een inhaalslag moeten maken willen ze zich kunnen meten met de gespecialiseerde advocatuur. Anno 2002 is de gemiddelde advocaat nog slechts op 4 rechtsgebieden actief. 16,5% Van de respondenten rapporteert werkzaam te zijn op slechts één rechtsgebied, 20% is werkzaam op twee rechtsgebieden, 22% is werkzaam op drie, 16% op vier rechtsgebieden. Daarna duikelen de percentages onder de 10%. Inmiddels is bijna de helft (45,5%) van de advocaten bij een of meer specialisatieverenigingen aangesloten. Een gevolg van de specialisatietendens is dat een kantoor dat one stop, full service wil bieden zal moeten groeien, hetzij autonoom, hetzij door fusie. De mate waarin kantoren actief in deze beweging hebben geparticipeerd, verschilt echter van kantoor tot kantoor. Uit CBS-gegevens blijkt dat van de stijging van de netto-omzet van 1690 naar 2381 miljoen Dfl. die de advocatuur tussen 1991 en 1997 heeft gerealiseerd, met name de door groei en fusies groot geworden kantoren hebben geprofiteerd. De 19 grootste kantoren die gezamenlijk 23% van de balie uitmaakten, tekenden in 1996 voor 43% van de omzet in de bedrijfstak als geheel. De CBS-berekeningen wijzen verder uit dat terwijl de netto-omzet in de advocatuur als geheel tussen 1994 en 1996 met 8,6% steeg, deze op de 19 grootste kantoren met maar liefst 21,7% toenam. Ook de aanwas van advocaten bij de top-30 kantoren steeg tussen 1996 en 2000 meer dan bij de overige kantoren: 33,7% versus 22,7%. Een laatste aanwijzing van ‘big is beautiful’ is het aandeel advocaten werkzaam bij kantoren groter dan 60 advocaten; dat is gestegen van 0,3% in 1991 naar 28% in 2002.
‘De inkomensverschillen tussen advocaten zijn te groot’. De gemiddelde reactie op een vijfpuntsschaal is 2.87. Hier loopt een significante scheidslijn tussen advocaten werkzaam op een kantoor met meer dan 60 advocaten (gemiddeld 3,22, d.w.z. men is het oneens met de stelling) en de overigen die het met de stelling eens noch oneens zijn.

Twee nieuwe kantoortypen: MNP en MDP


Een ontwikkeling van de afgelopen vijf jaar is het ontstaan van nieuwe kantoortypen. Om hun positie op de markt te versterken is een aantal advocatenkantoren een coalitie aangegaan hetzij met een Engels advocatenkantoor (‘Multi National Partnership’), hetzij met een van de grote multi-disciplinaire dienstverleners (‘Multi Disciplinary Partnership’). Negen kantoren uit de top-30 van 2002 maken inmiddels deel uit van een MNP, vier zijn onderdeel geworden van een MDP.2 Bij de negen MNP’s zijn in totaal 933 advocaten werkzaam (nog geen 10% van het totaal aantal advocaten), bij de vier MDP’s 508 (minder dan 5% van het totaal aantal advocaten). Kwantitatief stelt deze ontwikkeling misschien minder voor dan kwalitatief. In 1999 gaf de toenmalige deken, mr Von Schmidt auf Altenstadt uitdrukking aan de verontrusting van de Orde over deze ontwikkeling door in zijn jaarrede alle advocatenkantoren, maar met name de nieuwe kantoortypen, de essentialia van de advocatuur voor te houden.3

Een commercialiteitsschaal


Om na te gaan of advocaten commericiëler zijn geworden hebben we een commercialiteitsschaal ontwikkeld. Een aantal van de aan de advocaten voorgelegde stellingen wijst op een commerciële attitude, namelijk:

  • zaken die niet op mijn vakgebied liggen, neem ik als het even kan niet aan

  • zaken waarvan ik verwacht dat ze niet of nauwelijks winstgevend zijn, neem ik als het even kan niet aan

  • mijn individuele inkomen mag mede worden afgestemd op mijn vermogen om nieuwe zaken aan te brengen

  • cliënten met wie het niet klikt, verwijs ik naar een ander

  • een eigen praktijk op- en uitbouwen is voor mij een belangrijke drijfveer om advocaat te zijn.

Een hoge mate van instemming op deze ‘items’ verraadt dan een commerciële oriëntatie op de beroepspraktijk. Omdat het gaat om vijf stellingen met vijf antwoordmogelijkheden, kunnen de scores variëren van minimaal 5 (zeer commercieel) tot 25 (niet commercieel). Beide extremen doen zich echter nauwelijks voor: de waardes voor het gemiddelde en de mediaan bedragen 13.

Kortom: de conclusie is dat van een overwegend commerciële attitude in de advocatuur geen sprake is; de meerderheid van de advocaten geeft slechts van een gematigd commerciële opvatting blijk.


Identificatie met standpunten Orde


Vanzelfsprekend kan de Orde gemakkelijker als spreekbuis fungeren, naarmate de beroepgroep homogener van aard is. Maar hiervan is, gegeven de toenemende diversiteit in organisatiegrootte en -vormen en de hiermee samenhangende diversiteit in beroepsopvattingen, steeds minder sprake. De vraag is dan ook in hoeverre de pluriforme balie van 2002 de NOvA nog legitimeert om namens allen te spreken.

Om hier zicht op te krijgen, is de geënquêteerde advocaten gevraagd hun mate van instemming kenbaar te maken met de stelling ‘de standpunten van de Orde geven mijn opvattingen over de advocatuur over het algemeen goed weer.’ Dit resulteerde in het volgend antwoordpatroon: 31,5% is het met deze stelling (zeer) eens; 46,8% is het ermee eens/ noch oneens en 21,7% is het ermee (zeer) oneens. De mate van instemming varieert echter significant naar kantoorgrootte.



Tabel 12: Draagvlak voor NOvA als spreekbuis in percentages





1

2-5

6-20

21-60

> 60

Totaal

(zeer) mee eens

33,3

27,3

37,1

35,9

27,7

31,5

(zeer) oneens

35,4

28,1

16,0

15,0

21,8

21,7

Eenpitters blijken tamelijk verdeeld op de stelling te reageren; bij de 2-5 -persoonskantoren is sprake van slechts een geringe steun. De scores op (zeer) eens liggen daar onder het gemiddelde, die op (zeer) oneens erboven. Ook op de kantoren met meer dan 60 advocaten blijft de instemming met de stelling onder het gemiddelde, maar op deze kantoren komen ‘neutrale’ scores (noch eens, noch oneens) het meest voor. Kennelijk bevindt zich daar een groep advocaten die van de Orde niet warm of koud wordt. In het algemeen blijkt het met de identificatie met de opvattingen van de Orde maar matig gesteld; slechts 31,5% betuigt instemming met de stelling en het weinig overtuigend percentage instemmers van 37% op kantoren met 6-20 advocaten is de hoogste score. Voor een vereenzelviging met de standpunten van de Orde maakt het geen verschil op welk type kantoor (MNP/MDP) men werkzaam is.


Voor de scores op de stelling ‘eigenlijk behartigt de Orde alleen de belangen van de kleine kantoren’ geldt de volgende frequentieverdeling:

Tabel 13: De NOVA is de belangenbehartiger van de kleine kantoren





1

2-5

6-20

21-60

> 60

Totaal

(zeer) eens

3,1

3,0

1,9

2,4

18,1

7,9

(zeer) oneens

94,9

82,3

72,9

61,7

43,2

64,5

Het percentage advocaten van de kantoren met meer dan 60 advocaten dat het (zeer) eens is met deze stelling is ruim twee maal hoger dan het algemene gemiddelde. Echter, de advocaten die werkzaam zijn bij de kleine kantoren (met name eenpitters en kantoren met 2-5 personen) werpen de suggestie als zou de Orde zich met name voor hen inzetten juist verre van zich.



Wat beweegt de gemiddelde advocaat?


Drie drijfveren zijn onderscheiden, namelijk: mensen van dienst zijn op juridisch gebied, het oplossen van juridisch interessante problemen en het op- en uitbouwen van een eigen praktijk. De percentages advocaten die het (zeer) eens zijn met de stelling dat de in tabel 14 genoemde drijfveren voor hen belangrijk zijn, verschillen enigszins naar gelang het kantoor waarop ze werkzaam zijn.

Tabel 14: Motivaties voor advocatuur in percentages





1

2-5

6-20

21-60

> 60

Totaal

Mensen van dienst zijn

89,8

88,6

84,2

87,0

78,8

83,9

Oplossen van problemen

86,6

81,4

87,0

90,5

90,0

87,4

Eigen praktijk

71,4

65,3

58,1

57,1

57,0

60

In het algemeen geldt dat de drijfveer ‘juridisch interessante problemen oplossen’ (gemiddeld 1,81, op een schaal van 1 -zeer belangrijk- tot 5 -zeer onbelangrijk-) het belangrijkst is, op de voet gevolgd door ‘mensen van dienst zijn’ (gemiddeld 1,86). Hekkensluiter is ‘het opbouwen van een eigen praktijk’ (gemiddeld 2,32). Onderverdeeld in positie per kantoor blijkt de drijfveer ‘mensen van dienst zijn’ het belangrijkst voor stagiairs op kantoren met 2-5 advocaten (gemiddeld 1,67), ‘oplossen van juridisch interessante problemen’ voor stagiairs op de grote (meer dan 21 advocaten) kantoren (gemiddeld 1,58) en ‘eigen praktijk opbouwen’ voor eenpitters (gemiddeld 1,87) en partners van kantoren met 2-5 advocaten (gemiddeld 2,05).



De motivaties ‘mensen van dienst zijn’ en ‘eigen praktijk’ zijn bovendien redelijk generatie-‘proof’: beide drijfveren scoren iets hoger naarmate men langer in de advocatuur werkzaam is, maar de relatie tussen deze drijfveren en ‘aantal werkzame jaren’ is niet significant. Anders ligt dat voor de drijfveer ‘oplossen van juridisch interessante problemen’; de relevantie hiervan blijkt aanzienlijk lager voor advocaten met een langere werkervaring in de advocatuur.

Slotopmerking


Het zijn externe ontwikkelingen die de advocatuur noodzaken tot verzakelijking en organisatorische vernieuwing. Tussen deze commercialiteit in organisatorische zin en commercialiteit als intrinsieke motivatie is uitdrukkelijk geen verband vastgesteld. Op het niveau van de individuele advocaat is het klassieke ideaalbeeld van partijdigheid en onhankelijkheid nog springlevend. Dit ideaalbeeld staat op gespannen voet met de noodzaak tot een meer commerciële praktijkvoering. Deze spanning ontlaadt zich op twee manieren. Advocaten die geen kans zien de advocatuur te bedrijven zoals ze zouden willen, raken teleurgesteld en haken af. En luidruchtig tamboereren op de essentialia van de advocatuur, zonder oog te hebben voor de noodzakelijke veranderingen, maakt van de Orde een roepende in de woestijn.
‘Wanneer je genoeg geld hebt om een dure advocaat in te schakelen, ontloop je eerder je straf dan wanneer je geen dure advocaat kunt betalen’. Met deze stelling is 80% van de bevolking het eens (Trouw-enquête van 5-1-1999). De vergelijkbare stelling: ‘Wie zijn eigen advocaat kan betalen, is volgens mij beter af dan iemand die is aangewezen op een toegevoegde advocaat’ wordt onderschreven door 39% van de advocaten.


1 De stelling luidde: ‘Advocaten behartigen eerst en vooral de belangen van hun cliënten en hoeven zich dus niet verantwoordelijk te voelen voor de rechtspleging in het algemeen’.

2 MNP’s: CMS Derks Star Busmann; Allen & Overy; Clifford Chance; Boekel de Nerée; Baker & McKenzie; SchutGrosheide; Nolst Trenité; Freshfields Bruckhaus Deringer en Lovells. MDP’s: AKD Prinsen Van Wijmen; Holland van Gijzen; Landwell; Wouters/ Andersen Legal; Steins Bisschop Meijburg & Co. Al zijn de onderzoekers nog zo snel, de ontwikkelingen achterhalen hen wel: De Brauw Blackstone Westbroek is geen MNP meer, wat het nog wel was ten tijde van de enquête, en Steins c.s. is inmiddels failliet, wat het nog niet was ten tijde van de enquête.

3 P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, ‘Het marktdenken voorbij’, Advocatenblad 1999: 977.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina