Verenigde Staten, Spanje, 1937 / 52' / zwart-wit / geluid / 35 mm



Dovnload 172.68 Kb.
Pagina1/5
Datum25.07.2016
Grootte172.68 Kb.
  1   2   3   4   5
The Spanish Earth

Verenigde Staten, Spanje, 1937 / 52' / zwart-wit / geluid / 35 mm


Nl: De Spaanse Aarde, Fr: Terre d'Espagne
Regie en scenario: Joris Ivens; camera: John Fernhout/Ferno (cam.app.: Debrie Parvo, Kinamo, Eyemo); montage: Helen van Dongen; muziek: Marc Blitzstein, Virgil Thomson; commentaar tekst en stem: Ernest Hemingway; productie mij.: Contemporary Historians Inc.
première: 12 juli 1937, Spaans Paviljoen, Wereldtentoonstelling Parijs / 13 juli 1937, Philharmonic Auditorium, Hollywood.

INHOUD


Klassieke documentaire over een volksoorlog in de 20e eeuw, opgenomen tijdens de eerste winter van de Spaanse Burgeroorlog. De film was bedoeld voor een campagne in de VS om steun te verwerven voor de wettig gekozen regering van de Spaanse Republiek, die werd aangevallen door rebellen o.l.v. generaal Franco met de hulp van Nazi-Duitsland en fascistisch Italië. De eerste beelden: een groots panorama in hard zonlicht met voortdrijvende wolkenpartijen, bergen en de vallei van de Taag bij het dorp Fuentedueña de Tajo. De camera zoomt in op de landbouwgrond. 'This Spanish earth is dry and hard.' De handen en hoofden van de boeren zijn als de aarde. De boeren besluiten om hun net toegeëigende land met irrigatiewerken vruchtbaar te maken, want extra voedsel is nodig voor de verdediging van Madrid; de film toont de hervormingen op het platteland parallel aan de strijd voor de Republiek. Eerst het dorpsleven, op de achtergrond klinken schoten van kanonnen. De brug wordt aangevallen door de rebellen. Deze levensader tussen Madrid en Valencia moet behouden blijven, gezichten van soldaten komen in beeld: 'This is the true face of men going into action. It is a little different from any other face you will ever see. Men cannot act before the camera in the presence of death'. In Madrid zelf is de strijd hard, rebellen hebben zich verscholen in de Universiteitsstad, van waaruit de stad wordt beschoten. Generaal Martinez de Aragón leidt in de loopgraven de verdediging, een dag na de opnames wordt hij gedood. Een van de soldaten, de boerenzoon Julian, schrijft een brief aan zijn ouders in het dorp, ik heb over drie dagen vrij en kom naar huis. Tijdens een bijeenkomst wordt gevierd dat het communistische Vijfde Regiment opgaat in het reguliere volksleger, de Ejercito Popular; Enrique Lister, Carlos, José Diaz, Gustav Regler en La Pasionaria spreken. Bij het paleis van de hertog van Alva worden kunstwerken gered, waaronder het boek over Don Quichote van Cervantes. Madrid is een angstig fort, met lange voedselrijen, exercities van veelsoortige milities en slachtoffers op straat. 'Now they take the bookkeeper away, neither to his home, nor to his office'. Vrouwen en kinderen worden geëvacueerd. In de Cortes, die naar Valencia is verplaatst, spreekt president Manuel Azaña het parlement toe: 'De oppositie van het volk verrast de rebellen, zelfs in de kleinste dorpen...'. In Fuentedueña overleggen boeren en bouwen aan het pomphuis en de irrigatiekanalen. Julian arriveert voor zijn verlof, ontmoet zijn ouders en leidt exercitieoefeningen met de jeugd. Terug naar Madrid, naar grote exercitieoefeningen, stierenvechters melden zich, voetballers, atleten...Vrouwen nemen afscheid van hun geliefden die naar het front vertrekken. Op de Via Gran vallen bommen. 'The next shell finds them', de slachtoffers, kinderen nog, liggen opgebaard. In het dorp Morata de Tajuña vluchten de mensen in paniek weg voor een nieuwe oorlogstactiek van de Duitsers en Italianen: luchtbombardementen op burgers. 'Aviacon, aviacon!', waarschuwen de verschrikte bewoners. 'Before, death came when you were old and sick. Now it comes to all of the village. High in the sky and shining silver it comes to all who have no place to run, no place to hide.' Eén van de bommenwerpers, een Junker, is neergehaald, 'Flugzeugteile Berlin SW 68', staat er te lezen. 'I cannot read German either', zegt de commentaarstem. Verderop liggen de lijken van Italianen, ze hadden eerst in Ethiopië gevochten, waren de rivier de Jarama overgestoken om de Argandabrug te veroveren. Daar wordt de tegenaanval ingezet met tanks en Internationale Brigadiers. Hemingway ontfermt zich bij een ambulance over een gewonde. De tegenaanval slaagt, de brug is heroverd. 'The bridge is ours!'. En op het land bij het dorp vloeit de eerste stroom water over het gewas. Een stroom van hoop. 'The people who never fought before, who were not trained in arms, who only wanted work and food, fight on’

FILMPRODUCTIE



De nieuwe wereld
Eind januari 1937 begint Ivens aan de opnames in Spanje, in opdracht van een groep Amerikaanse ‘liberals’ van naam, John Dos Passos, Ernest Hemingway en anderen. Joris Ivens was nog geen jaar eerder, op 18 februari 1936 in New York, aangekomen.1 In de tussenliggende tien maanden maakt hij direct naam, zowel in New York als in Hollywood, waar hij als eerste Nederlander doorbreekt met zijn films.2 Ivens' tocht van kust tot kust heeft iets van een triomftocht, schrijft filmhistoricus Jay Leyda.3 Nieuwe Gronden wordt door de National Board of Review of Motion Pictures verkozen tot de op een na beste buitenlandse film en de groep jonge Amerikaanse documentaire filmmakers ziet Ivens als een katalysator om de documentaire persoonlijker te maken. In de filmzalen van Hollywood kijkt men verrast naar een nieuwe realistische manier van filmen.4 Voor velen in Hollywood is het de eerste confrontatie met de creatieve documentaire filmkunst die juist aan een opmars is begonnen in de Amerikaanse cultuur.5 De regering geeft opdrachten aan documentaire filmmakers om de New Deal politiek van Roosevelt bekendheid te geven, zoals tegelijkertijd de sociale fotografie wordt ingezet. In juni krijgt Ivens al een aanbod van de Tennessee Valley Authority om een film te maken over de gigantische stuwdammen die in het kader van de New Deal worden gebouwd. Documentaire geldt als een nieuwe interessante kunstvorm, op universiteiten verzorgt Ivens lezingen en het nog jonge Museum of Modern Art vertoont zijn films en neemt ze op in haar collectie. De invloed van documentaire strekt zich uit tot de andere kunstvormen, van dans tot vormgeving, tot de media, van journalistiek tot reclame, en drong door tot de sociale- en menswetenschappen.6

Dos Passos en Hemingway
Enkele weken na zijn aankomst ontmoet Ivens de schrijver John Dos Passos bij de New Yorkse première van Nieuwe Gronden7. Dos Passos geldt op dat moment als de belangrijkste schrijver van links.8 Samen met Ivens bedenkt hij in april een filmplan over Hollywood, door Ivens beschreven als 'het grootste agitatie- en propagandacentrum ter wereld'.9 Het idee vindt geen uitvoering. Wel volgt Dos Passos dat jaar met meer dan gewone belangstelling de onstuimige politieke ontwikkelingen in Spanje. Evenals zijn goede vriend, de schrijver Ernest Hemingway, koestert hij een intense band met dat land. De vlucht van de Spaanse koning Alfonso XIII in 1931 en de uitroeping van de Republiek zijn nog maar het begin van snel oplopende spanningen. Op 16 februari 1936 winnen de partijen van het Frente Popular verrassend de verkiezingen met een kleine meerderheid, waarna een linkse coalitieregering wordt gevormd. De grootgrondbezitters, de conservatieve katholieke kerk en rechtse delen van het leger zinnen op revanche. Op 17 en 18 juli breekt een opstand uit van legeronderdelen, met hulp van Italië en Duitsland worden Marokkaanse en Spaanse troepen vanuit Noord-Afrika naar Spanje overgevlogen, en de rebellen onder leiding van generaal Francesco Franco hebben al spoedig meer dan de helft van het land in handen. De westerse mogendheden spreken op 9 september een non-interventiepolitiek af, hoewel de rebellen openlijk steun krijgen van Hitler en Mussolini en zonder problemen tonnen olie uit Texas op krediet ontvangen. Met lede ogen zien Hemingway en Dos Passos, die beide tijdens de Eerste Wereldoorlog als ambulancechauffeurs dienden, de tragiek toenemen en zoeken naar manieren om het Amerikaanse publiek te informeren en tegelijkertijd geld te werven voor de aanschaf van ambulances. Het North American Committee for Aid to Democratic Spain vraagt aan Helen van Dongen een compilatiefilm te maken, getiteld Spain and the Fight for Freedom waarvoor Dos Passos en een vriend van hem, Archibald McLeish, de commentaar tekst schrijven. In november wordt de situatie voor de Republiek zeer kritiek, het rebellenleger met Rif-Marokkanen staat in de buitenwijken van Madrid. Het moedige verzet van de Madrileense bevolking onder de leus 'No Pasarán!' kan de aanval echter weerstaan. Wereldwijd komt steun op gang, vrijwilligers uit vele landen reizen de Pyreneeën over en sluiten zich aan bij de Internationale Brigades. De eerste Amerikanen van de Lincoln Brigade schepen zich in. Al eerder hebben Russische adviseurs zich in Madrid gemeld, generaals, politieke commissarissen en agenten. Stalin levert daarnaast tanks en vliegtuigen, hoewel te weinig om uiteindelijk doorslaggevend te zijn en decennia later wordt onthuld dat premier Largo Caballero hiervoor de goudreserve van het land heeft moeten aanspreken. In Spanje moet de democratie verdedigd worden, tegen de armoede van de landloze landarbeiders, tegen het fascisme, tegen een Tweede Wereldoorlog. Dos Passos ziet het anders, hij schrijft na afloop een roman, waarin hij de hoofdpersoon -een jonge Amerikaanse communist die naar Spanje gaat en door de partij wordt bedrogen-, zeggen: 'Here several different kinds of war. We fight Franco but we also fight Moscow…'10 De Spaanse Burgeroorlog groeit uit tot het oefenterrein van de Europese dictaturen, van zowel Hitler, Mussolini als Stalin, om nieuwe vormen van oorlogsvoering, politieke terreur en propaganda uit te proberen als opmaat voor de Tweede Wereldoorlog, terwijl de democratieën toekijken.

Ivens goes first
In New York neemt in november na het alarmerende beleg van Madrid de urgentie om in actie te komen enorm toe. Van Dongen en Dos Passos zijn nog druk met de film Spain and the Fight for Freedom bezig, maar moeten zich voornamelijk behelpen met nieuwsbeelden van de rebellen. Ivens was altijd al overtuigd van de zwakke kanten van journaalbeelden en adviseert dat het voor de campagne veel beter zou zijn als er een film ter plekke, in Spanje zelf, kan worden gemaakt.11 Hemingway memoreert later dat Archibald McLeish 'the great originator' van het project is; als voorzitter van de American League of Writers, dichter en redacteur van Fortune speelt McLeish een belangrijke rol in de media en in de hulpacties voor Spanje, hij bedenkt de titel van de film en zet op de achtergrond zijn organisatietalent in.12 Dos Passos schrijft echter: 'I was the one who suggested this damn documentary'.13 Feit is dat Ivens na de eerste voorbereidende bijeenkomst van Contemporary Historians Inc. op zijn eigen briefpapier schrijft, ‘Spanish film. 6 reel picture of Spain in civil war. Documentary. Personal stories. Not newsreel – not March of Time. Film group connected with daily life and fight of a family (peasant familie). […] Picture ready end of February. […] Short 2 reel picture of D. Passos - Ivens goes first- is usefull to prepare public demand on feature picture.’14

Een soort documentaire over het leven
Uit de allereerste notitie blijkt dat Ivens al vanaf het begin het idee heeft om de strijd van de Republiek te verbinden met het dagelijkse leven en met een boerenfamilie. Ook wordt duidelijk dat de productiegroep opteert voor een documentaire met veel re-enactment en het scenario dat Ivens, McLeish en Hellman hebben bedacht gaat dan ook uit van veel gespeelde scènes in een Spaans dorp waar de oude situatie tijdens de vlucht van de Spaanse koning Alfonso wordt vergeleken met een dorp in het nieuwe Spanje. Aan John Fernhout, zijn vroegere assistent cameraman, die zich gelijk bereid verklaart te komen filmen, stuurt Joris Ivens op 16 december een brief met een korte samenvatting van het filmplan: 'Een soort documentaire over het leven van elk der leden van een gezin in een klein dorp tussen Valencia en Madrid: twee zonen aan het front, een zoon bij de marine en moeder en dochter en een zoon in het dorp.'15
Zodra de eerste drieduizend dollar is opgehaald vertrekt Ivens in haast, want de oorlog wacht niet. Ivens en McLeish tekenen vlak voor vertrek op 26 december een simpel contract. De filmmaker is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen die alle oorlogsgeweld voor hem kan hebben, een verzekering is er niet. Ivens neemt ook op dat hij zelf geen cent wil verdienen aan de film $ 20.000 kost, alles gaat naar de Emergency Ambulance Committee.16
Adviezen en eisen
Op oudjaar arriveert Ivens in Frankrijk, waarna hij eerst naar zijn ouders in Nijmegen doorreist. Terug in Parijs voegt cameraman John Fernhout zich bij hem en hij tekent op 15 januari een contract met cineast Luis Buñuel over de voorwaarden waaronder de film gemaakt moet worden en hij de papieren zou krijgen om naar Spanje te vertrekken. Spanje is geen vrij gebied, waar een journalist, fotograaf of filmmaker kan gaan en staan waar hij wil, voor elke beweging in Spanje moeten documenten overleg worden, vandaar dat toestemming van Buñuel als vertegenwoordiger van het Spaanse ministerie van Propaganda belangrijk is. Hij eist van Ivens de film van tevoren te zien. Ook brengt Ivens een bezoek aan het Spaans Agentschap, opgezet door de Spaans ambassade, maar voornamelijk gefinancierd door de Komintern en geleid door de alom aanwezige Willie Münzenberg. Voordat hij naar Spanje vertrekt maakt Ivens een rekensom voor een draaischema met opnames in Barcelona, Allicante en Valencia van bij elkaar 14 dagen. De film zou dan halverwege februari aan Buñuel kunnen worden getoond en na de montage al op 4 maart klaar zijn. Op 17 januari landen Ivens en Fernhout in Valencia met drie camera's in hun bagage. Hoewel de regering naar deze stad is verhuisd kan niemand hen op het ministerie van Informatie goed helpen. De volgende dag gaat Ivens te rade bij de Italiaanse communist Carlos en bij de Pravda-correspondent en Sovjet-adviseur Michail Koltsov, later door Hemingway beschreven als ‘de meest intelligente man die ik ooit ontmoet heb’.17 Beide adviseren Ivens vooral het dagelijks leven te laten zien, de eenheid van de arbeiders en boeren met het leger, en de verdediging van de democratie en cultuur. De gesprekken met Koltsov en Carlos zijn alles behalve geheim, Ivens heeft ze uitgebreid beschreven in zijn eerste autobiografie en ook Hemingway besteedt in zijn roman ‘For whom the Bell Tolls’ vele pagina's aan Koltsov (Karkov).18
Aanpassen aan het slagveld

Na zijn gesprekken schrijft Ivens een nieuwe opzet en nieuw draaischema: er liggen nu twee filmplannen: een een-akter over de verdediging van Madrid, die zo snel mogelijk af moet zijn en een vijf-akter op te nemen in Valencia, in een nabijgelegen dorp, in Barcelona en Baskenland. Ivens berekent weer dat de opnames in Madrid slechts twee weken zouden duren, van 25 januari tot 10 februari en de film begin maart klaar kan zijn. De wisseling van plannen toont aan dat de film wordt voortgedreven door improvisatie en aanpassingen aan de extreme oorlogsomstandigheden. Ivens komt er uiteindelijk helemaal niet aan toe om naar Barcelona, Allicante of Baskenland te gaan. Na de eerste opnamedag in Valencia op 21 januari met de toespraak van president Manuel Azaña in het stadhuis, spoeden Ivens en Fernhout zich al naar Madrid waar ze ondergebracht worden bij het communistische Vijfde Regiment. Het verleent hen het grote, maar risicovolle voordeel direct toegang te hebben tot het front. In Madrid ligt het centrum van de oorlogshandelingen, rondom de stad worden de twee belangrijkste veldslagen van die winter uitgevochten: aan de Jarama rivier in de buurt bij Fuentedueña en bij Brihuega en Guadalajara. De invloed van de communistische adviseurs, de inzet van de Internationale Brigades en de vorming van het geregelde Volksleger werpen juist in de maanden dat Ivens er filmt hun vruchten af, de grote aanvallen van Italianen, het Duitse Condor Legioen, de Rif-Marokkanen en Spaanse nationalisten worden afgeslagen.19 De veldslag bij de Jarama rivier kost aan 45.000 man het leven, waaronder bijna een complete Britse Internationale Brigade, maar het lukt de rebellen niet om de weg tussen Madrid en Valencia te veroveren. De hoopvolle stemming van The Spanish Earth, waarin over slachtoffers aan loyalistische kant niet wordt gerept, baseert Ivens op deze eerste en belangrijkste overwinningen op de fascisten in de hele oorlog. In het verdere verloop van de strijd krijgt dit succes echter geen vervolg. Ondertussen blijkt het verfilmen van de gespeelde scènes uit het oude scenario uit New York volkomen irreëel: 'Hier is geen plaats voor eigen regie, hier regisseren het leven en de dood.'20 Ivens ontdekt ook al snel dat een documentaire filmmaker een slagveld niet kan verfilmen, afhankelijk als hij is van de tegenstander, die bepaalt wanneer wordt aangevallen.21 De geplande twee weken opnametijd breidt zich uiteindelijk uit tot drie maanden, in de periode van 21 januari tot 22 april. Zowel militair, politiek als filmisch neemt Madrid en omgeving hem helemaal in beslag.



Het draaischema: eerste deel
De opnames van The Spanish Earth zijn te verdelen in twee periodes: van 21 januari tot 21 februari en van 20 maart tot en met 22 april.22 Tussen deze twee periodes zit Ivens in Parijs. De eerste periode werken Ivens en Fernhout alleen. Een dag na hun aankomst in Madrid filmen ze op de hoek waar hun hotel Florida staat, de door een granaat getroffen boekhouder. De dag erna brengen ze een bezoek aan de soldaten van het Vijfde Regiment, waar hun alledaagse bezigheden worden gefilmd. Op 26 januari zijn ze met camera aanwezig bij de belangrijke bijeenkomst in de Sala de Goya waar het Vijfde Regiment opgaat in de Ejercito Popular. Deze opnames zijn, evenals alle andere, geluidloos. De communistische leiders herhalen hun gloedvolle toespraken de volgende dag in een lege geluidsstudio. Hoewel ze hun best doen alsof ze voor een volle zaal staan is soms aan hun gezichtsexpressie te zien dat dat niet het geval is. De studio-opnames van de socialistische leider Pietro Nenni en de delegatie van het Málaga-front komen niet in de film, zeker niet nadat Málaga smadelijk wordt verloren.

De eerste dagen van februari leggen de filmmakers de verdediging van Madrid vast, met de de barricades, granaatinslagen en burgerslachtoffers. Met beelden bij het kapotgeschoten Museum Liria in het hertogelijk paleis waar kunstwerken in veiligheid worden gebracht, maakt Ivens duidelijk dat de regering ernst maakt met het beschermen van de cultuurschatten. De rebellen hadden met succes in de westerse pers de Republikeinen afgeschilderd als vernietigers van de kerk en de kunst en deze scène moest dat beeld nuanceren. Ivens filmt meerdere fracties van links, zoals de exercitie van de anarchistische vakbond C.N.T. (Confederación Nacional Trabajo) in hun zwartrode uitmonstering.23 Op 7 februari gaat Ivens op zoek naar een geschikt dorp om het verhaal van de agrarische hervormingen te laten zien. Onderweg naar een van deze dorpen aan het Jarama-front zijn beide op 12 februari in Morata de Tajuña getuige van een luchtbombardement door Italiaanse Caproni-bommenwerpers. 'Stilte tussen twee mensen kan dramatisch zijn, maar men zou eens de stilte moeten horen van vijfhonderd mensen na een bomexplosies'.24 Voor het eerst in hun leven zien Ivens en Fernhout in de zon blinkende bommen op zich afkomen, die een half blok van hen vandaan ontploffen. Deze aangrijpende ervaring heeft Ivens in de film verwerkt, waarbij stock-materiaal van het lossen van een bom uit een vliegtuigruim omgekeerd is geplaatst, zodat het lijkt alsof de bommen niet van je af, maar op je af, naar beneden, naar de slachtoffers vallen. De ijzige stilte daarna zou Ivens nooit meer vergeten, en later terugkomen in de beginbeelden van Le ciel, la terre wanneer de bevolking van Hanoi zich opmaakt voor Amerikaanse bommenwerpers.


In de sequentie van de Junkerbommenwerper van de Luftwaffe, die op 17 februari bij Arganda neerstort, loopt John Fernhout in het beeld. De opnames zijn van Ivens, hij heeft de Eyemo meestal bij de hand, zo blijkt uit foto's van Fernhout.
Nu de beelden van de strijd om Madrid klaar zijn kijkt Ivens met spanning uit hoe zijn eerste oorlogservaringen op scherm er uit zien.
Parijs

Op 21 februari keren Ivens en Fernhout met de belichte filmrollen terug in Parijs. Drie dagen later bekijken zo'n 120 belangstellenden in Parijs de eerste rushes van de film, waaronder Jean Renoir, Erwin Piscator, Vladimir Pozner, Pierre Unik. Ook Luis Buñuel en Jean-Paul Le Chanois, die samen aan Espana leal en armas (ook wel Madrid '36) werken, zitten onder het publiek. Wat Ivens ziet is bemoedigend en hij concludeert: 'Ik moest de oorlog van het Spaanse volk tegen Franco filmen en niets anders. Zo eenvoudig mogelijk.' Het filmpositief blijft in Parijs, de filmblikken met het negatief gaan naar New York, naar Helen van Dongen, die maar weinig van de filmploeg verneemt en op eigen kracht aan de montage begint. Daar heeft Hemingway zich op 27 februari ingescheept om af te varen naar Parijs. Van de North American News Alliance (NANA) krijgt hij flink geld om als oorlogscorrespondent de strijd te verslaan. Hij wil de verschrikkingen van de nieuwe moderne manier van oorlogsvoering, de totale oorlog, waarin iedereen, elke burger een potentieel doel kan zijn, opschrijven 'so that they can see it and hate it'. Begin februari heeft Archibald McLeish, de voorzitter van Contemporary Historians inc., hem gevraagd om ook het commentaar te schrijven bij The Spanish Earth, zodat het logisch is dat Hemingway zich bij Ivens en Fernhout gaat vervoegen.25 Omringd door journalisten arriveert Hemingway op 6 maart in Le Havre.



Vanuit Parijs wordt Ivens geïnterviewd door Nederlands bladen, artikelen die ook Ivens' vader onder ogen krijgt. 'Toen George wegging maakte hij ons wijs, dat hij niet aan het front was. Waarom hij ons toch altijd een rad voor ogen draait? Of zou hij zoiets naïef zelf op dat ogenblik geloven?26
Nu de korte film over Madrid gefilmd is vraagt Ivens rond 1 maart aan het Ministerie van Openbare opvoeding en schone kunsten om vanaf 3 maart een auto ter beschikking te stellen voor John Fernhout, want hij heeft eerder een geschikt dorp gevonden in de buurt van Madrid om de revolutie op het platteland te verfilmen voor zijn hoofdfilm.27 Zelf wacht Ivens op Dos Passos, die hij nodig heeft vanwege zijn kennis van de Spaanse taal, zodat hij aan de opnames van het dorp kan beginnen.28


Naar Madrid
McLeish heeft Ivens een telegram gestuurd dat Hemingway er aan komt en de commentaartekst gaat schrijven en dat Dos Passos zou volgen.29 De eerste ontmoeting tussen Ivens en Hemingway vindt plaats in café Aux Deux Magots. 'Hemingway was zo te zien een eenvoudig en direct mens, een soort uitgegroeide padvinder', merkt Ivens op en het klikt dan ook meteen.30 Beide zijn het erover eens dat in Spanje de repetitie voor de grote oorlog aan de gang is. In de Eerste Wereldoorlog was Hemingway zwaar gewond geraakt en met zijn roman Farewell to Arms verklaard anti-oorlog geworden. Hemingway, algemeen beschouwd als a-politiek, hield zich wel degelijk met politiek bezig.31 Hij had in de jaren twintig veel over Europese politieke kwesties geschreven, noemde Mussolini de grootste bluf en wenste dat Amerika nooit meer betrokken zou raken bij zinloze gevechten op het Europese continent.32 In de week dat hij in Parijs verblijft voert hij verschillende gesprekken met leden van de communistische beweging.33 De rechterhand van de Spaanse ambassadeur in Parijs stuurt dan ook in vol vertrouwen aanbevelingsbrieven voor Hemingway naar regeringsfunctionarissen. Op 13 maart vertrekt Hemingway met de trein naar Toulouse en vervolgens naar Valencia, vier dagen later gevolgd door Ivens, terwijl alarmerende krantenkoppen de spoedige val van Madrid melden vanwege zware aanvallen van Italiaanse troepen als onderdeel van de complete omsingeling van de stad. Als journalist moet Hemingway wel naar de meest cruciale frontstad, hij krijgt voor elk telegram 500 dollar en voor elk artikel 1000 dollar. Hemingways' liefde voor Madrid, het is zijn favoriete stad in Spanje en hij adoreert zowel het Prado als de gewone man in de straat, heeft het besluit om zo snel mogelijk naar de hoofdstad in doodsgevaar af te reizen verder bepaald.34 Bovendien heeft hij er met zijn minnares Martha Gellhorn afgesproken, die eveneens als journalist naar hotel Florida afreist. Het doorkruist Ivens' voornemen om op Dos Passos te wachten en naar het dorp te gaan. Dos Passos had zich op 3 maart ingescheept, nadat McLeish voor hem een opdracht voor Fortune had geregeld, om op 10 maart in Le Havre aan te komen. In Parijs houdt hij zich de eerste weken bezig met interviews, o.a. met president Léon Blum. Pas begin april bereikt Dos Passos Spanje waar hij eerst op zoek gaat naar zijn vriend José Robles, docent Spaans aan de Johns Hopkins Universiteit, die zijn hulp had aangeboden aan de Spaanse regering. 'When I left New York I expected to go to him first. I knew that with his knowledge and taste he would be the most useful man in Spain for the purposes of our documentary film'35

Hemingway en Ivens zien elkaar weer op 17 maart in Valencia, van waaruit zij gezamenlijk op 20 maar naar Madrid rijden om de dag erna gelijk naar het front van Guadalajara te gaan.





  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina