Vergadering: Algemeen Bestuur Datum



Dovnload 32.8 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte32.8 Kb.





Vergadering:

Algemeen Bestuur


Datum:

26 maart 2008

Agendapunt:

5


Kenmerk:

08/


Portefeuillehouder: P.A. Glasbeek



Auteur: Martine Olde Wolbers

Akkoord







Portefeuillehouder

d.d.

Afdeling: Verkeer en Vervoer




Financiën

d.d.

Bijlage:

1

Paraaf secretaris





Onderwerp: Besluitvorming Tracénota/MER 2e fase RijnGouwelijn-west.


Advies:
Instemmen met de Tracénota/MER 2e fase RijnGouwelijn-west.


Toelichting:

In de Tracénota/Milieueffectrapportage (TN/MER) worden twee alternatieven voor de RijnGouwelijn-west en een aantal varianten beoordeeld op vervoerwaarde, milieuaspecten en aanlegkosten. Instemmen met de Tracénota/MER 2e fase RijnGouwelijn-west houdt in dat Holland Rijnland van mening is dat het rapport afdoende is om een tracékeuze mee te kunnen onderbouwen.


Voorgeschiedenis

De aanleiding voor het opstellen van de Tracénota/MER is het voornemen van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland een light-railverbinding aan te leggen van Gouda naar de kust. De gemeenten van Holland Rijnland en de provincie hebben zich hiertoe gecommitteerd in het Programma van Afspraken (2002).


De RijnGouwelijn heeft tot doel de bereikbaarheid en de leefbaarheid in dit gebied te verbeteren en de ruimtelijke ontwikkelingen te stimuleren.

De RijnGouwelijn kent een oostelijk en een westelijk deel. De RijnGouwelijn Oost verbindt Gouda met het transferium 't Schouw bij de A44. De RijnGouwelijn-west gaat het transferium 't Schouw verbinden met Katwijk en Noordwijk. Voor dit westelijke deel bestaat de verplichting een milieu-effect rapportage (MER) op te stellen omdat een van de alternatieven de bufferzone tussen Katwijk en Noordwijk doorsnijdt en meer dan 5 kilometer buiten de bebouwde kom ligt.

De Provincie heeft besloten de Tracénota/MER gefaseerd uit te voeren. In de eerste fase Tracénota/MER zijn zes alternatieven onderzocht (vier alternatieven, het nulalternatief en het bus- cq. nulplusalternatief). Daarnaast is de nut en noodzaak voor de RGL-west onderbouwd en zijn de vervoerwaarde en de kostendekkingsgraad in beeld gebracht. Tevens zijn de milieueffecten en de ruimtelijke effecten beschreven. Uit de zes alternatieven zijn er twee gekozen als nader te bestuderen. De overige vier alternatieven zijn afgevallen.
De eerste fase Tracénota/MER is op 21 oktober 2003 vastgesteld door GS. De gemeenteraden van Katwijk, Noordwijk en Oegstgeest hebben met deze Tracénota/MER ingestemd.

De overgebleven twee alternatieven zijn, met een aantal varianten, in de Tracénota/MER 2e fase nader gedetailleerd onderzocht op geactualiseerde vervoerwaarde, milieueffecten en aanlegkosten.




Intentieverklaring

Op 18 februari 2007 is een intentieverklaring getekend door provincie, gemeenten en Holland Rijnland waarin onder andere is vastgelegd dat de RGL-west ingevuld wordt door een light-railverbinding (dus geen busbaan) en dat de verbinding doorloopt tot aan Noordwijk.


Inhoud Tracénota/MER

Voor de inhoud van de Tracénota/MER 2de fase wordt verwezen naar de Nota zelf. Hierin is een goede samenvatting opgenomen. Een korte indruk uit de slotbeschouwing:

De Tracénota/MER Fase 2 heeft aangetoond dat de RijnGouwelijn – West van toegevoegde waarde is voor het openbaar vervoer in de regio, gezien de groei van het aantal OV-verplaatsingen en de groei van het aandeel openbaar vervoer in de modal split. Over het algemeen dalen de reistijden per openbaar vervoer. De RijnGouwelijn - West heeft bovendien een positieve invloed op de kostendekkingsgraad van het openbaar vervoer in de regio evenals op het provinciale exploitatiesaldo voor het openbaar vervoer. Nut en noodzaak van de lijn zijn daarmee opnieuw onderbouwd.

Dat de milieueffecten grotendeels negatief of neutraal worden beoordeeld, is inherent aan het aanleggen van een nieuwe structuur in een bestaand gebied met gevestigde waarden en kenmerken. Een deel van de negatieve effecten kan worden ondervangen door een zorgvuldig ruimtelijke ontwerp en vormgeving van de trambaan en aanverwante voorzieningen en een uitgekiend gebruik van de aanwezige ruimte en daarin aanwezige elementen (de zogeheten mitigerende maatregelen).’
Besluitvormingsproces Tracé RGL-west

Besluitvorming over het tracé van de RGL-west gebeurt in twee stappen. In de eerste stap dienen:



  • Gedeputeerde Staten als Initiatiefnemer de inhoud van de TN/MER 2e fase vast te stellen;

  • B&W van Noordwijk, Katwijk en Oegstgeest als Bevoegd Gezag de inhoud van de TN/MER 2e fase aanvaardbaar te achten;

  • Algemeen Bestuur van Holland Rijnland in te stemmen met de inhoud van de TN/MER 2e fase. Dit is van belang in verband met de financiële bijdrage die de regio heeft gereserveerd voor de RGL-west en het draagvlak dat daarvoor vereist is.

Het voorliggende rapport geeft de feiten weer waarmee een een tracékeuze onderbouwd kan worden maar dient nog niet om die tracékeuze ook daadwerkelijk te maken.


Daartoe zullen in de tweede stap de Ontwerp Nota Voorkeursalternatief (ONVA) en de Maatschappelijke Kosten Batenanalyse (MKBA) opgesteld worden en ter besluitvorming aangeboden worden aan uw bestuur. De MKBA vormt met de TN/MER de input voor de tracékeuze in de Nota Voorkeursalternatief.

De belangrijkste reden voor de twee stappen is dat op deze manier een heldere scheiding aangebracht wordt tussen het objectieve technisch-wetenschappelijke document (de feiten in de TN/MER) en de daarop gebaseerde bestuurlijke keuze voor het tracé (de ontwerp tracékeuze in de ONVA).


De RGL-west wordt, samen met andere projecten uit het programma As Leiden Katwijk, opgenomen in een (integrale) streekplanherziening. Besluitvorming over de RGL-west en de streekplanherziening is met elkaar afgestemd.
De TN/MER kent tezamen met de bestemmingsplanprocedure een formeel inspraaktraject. In de stuurgroep RijnGouwelijn van 19 september2007 is afgesproken om voorafgaand aan dit traject een (informele) consultatieronde te organiseren. De reden hiervoor is dat de periode tot aan de formele inspraak in de bestemmingsplanprocedure te lang zou zijn.

In deze consultatieronde moet dan tevens besloten worden over een ONVA. De processtappen zien er na oplevering van de diverse producten als volgt uit:



Processtap Welke partij Wanneer

  1. Besluitvorming TN/MER (HR stemt alleen in) allen* maart 2008

  2. Tracékeuze:

  • Besluitvorming MKBA en ONVA (ontwerp tracékeuze) allen (raden/AB) juni 2008

  • Informele consultatie over ONVA (ontwerp tracékeuze) publiek mrt/jun2008

  • Besluitvorming NVA (tracékeuze) allen (DB/B&W) aug/sep2008

(HR adviseert bevoegd gezagen)

  1. Ruimtelijke vastlegging:

  • Provinciaal

    • Besluitvorming ontwerp streekplan provincie april 2008

  • Gemeentelijk

    • Besluitvorming Voorontwerp bestemmingsplan gemeenten medio 2008

    • Ter visielegging VO BP en TN/MER publiek najaar 2008

  1. Besluitvorming over besteding middelen RIF HR (DB/AB) najaar 2008

  2. Ondertekening Bestuursovereenkomst allen najaar 2008

*allen: PZH, gemeenten Noordwijk, Katwijk en Oegstgeest, Holland Rijnland
In het bijgevoegde schema is de precieze planning van het besluitvormingsproces opgenomen.
Relatie met andere beleidsterreinen

Aangezien het project RijnGouwelijn-west onderdeel uitmaakt van de As Leiden-Katwijk heeft nauw overleg plaatsgevonden met de andere projecten in het gebied, met name project woningbouwlocatie Valkenburg en de Rijnlandroute. Daarnaast is al dan niet periodiek overleg geweest met de diverse deskundigen op gebied van milieu, natuur, archeologie, ruimtelijke ordening, MER, grondzaken, beheer en onderhoud en exploitatie.

Wat betreft ruimtelijke ordening heeft de deelprojectleider RO van de provincie in samenwerking met de gemeenten onderzocht waar rond de haltes kansen voor bebouwing of verdichting liggen.Ten slotte heeft periodieke afstemming plaatsgevonden met de projectorganisatie RijnGouwelijn (Oost).
Bestuurlijke aspecten

Tijdens de MIRT-behandeling in december 2007 heeft de minister een motie aanvaard waarbij de Tweede Kamer de regering verzoekt om in samenwerking tussen de departementen Verkeer en Waterstaat, VROM, Economische Zaken, LNV en Financiën en in overleg met de regio het geheel van projecten in de regio Holland Rijnland (RijnlandRoute, RijnGouwelijn, woningbouwlocatie vliegkamp Valkenburg, Greenport Duin- en Bollenstreek en bioscience-cluster Leiden) als één project op te nemen in het MIRT-projectenboek.

Hieruit kunnen we concluderen dat de RijnGouwelijn door Rijk, provincie en regio op een evenwichtige manier meegenomen wordt in de ontwikkeling van de As Leiden Katwijk.

Wel kan worden gesteld dat de Minister zijn aarzeling heeft uitgesproken voor een financiële bijdrage aan de RGL-west. Mocht er geen rijksbijdrage voor de RGL-west komen, dan is er sprake van een financieel tekort (zie Financiën). Dit heeft mogelijkerwijs een fasering van de aanleg van de RGL-west tot gevolg. Op bestuurlijk niveau is de wens uitgesproken de RGL-west in de eerste fase in ieder geval tot Estec (Noordwijk) te laten lopen.


Juridische consequenties

Zoals bij vaststelling van het projectplan RijnGouwelijn-west, planstudie tweede fase Tracénota/MER, is vermeld, dient de ruimtelijke verankering van de RijnGouwelijn-west plaats te vinden in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De betrokken gemeenten (Noordwijk, Katwijk en Oegstgeest) dienen daartoe als Bevoegd Gezag de voorliggende TN/MER 2e fase aanvaardbaar te achten. Er dient een coördinerend Bevoegd Gezag aangesteld te worden door de RijnGouwelijn-westleden van de stuurgroep, die namens de gemeenten contact onderhoud met de commissie MER.

De provincie Zuid-Holland stelt als Initiatiefnemer de TN/MER 2e fase vast. Holland Rijnland stemt in met de TN/MER 2e fase. Instemming door Holland Rijnland is van belang gezien de financiële bijdrage die de regio zal leveren aan de RGL-west. Door in te stemmen wordt op regionaal niveau draagvlak voor de RGL-west gecreërd.

Vervolgprocedure


Na vaststelling van de TN/MER zal de Ontwerp Nota Voorkeursalternatief op 8 mei 2008 aan uw dagelijks bestuur worden aangeboden ter besluitvorming. Reden dat dit pas op 8 mei plaatsvindt en niet eerder is dat de MKBA en ONVA pas op 10 april in de stuurgroep besproken worden.

De ONVA wordt vervolgens op 16 mei 2008 in het portefeuillehoudersoverleg besproken en op 25 juni 2008 aan het algemeen bestuur aangeboden.


Op verzoek van de gemeenten Katwijk en Noordwijk stelt de provincie voor om de Ontwerp Nota Voorkeursalternatief zowel door de dagelijkse besturen als de algemene besturen te laten vaststellen en de Nota Voorkeursalternatief vervolgens alleen door de dagelijkse besturen vast te laten stellen.

Hierbij moet worden opgemerkt dat wanneer zich grote wijzigingen voordoen als gevolg van de vaststelling van de ONVA in de diverse raden en besturen, dat partijen zich het recht voorbehouden om alsnog de algemeen besturen te raadplegen.



Financiën:

De totale kosten van het project zijn in de eerste fase Tracénota/MER geraamd op € 150 - € 200 miljoen (prijspeil 2002). In de voorliggende Tracénota/MER tweede fase worden de kosten geraamd tussen € 180 en € 240 miljoen (prijspeil 2007). Dit is grotendeels te wijten aan een stijging van de bouwkosten van 5% per jaar, gedurende 5 jaar, en aan het feit dat er op groter detailniveau ontworpen is.

 

In de eerste helft van dit jaar zal een aanvraag gedaan worden voor rijkssubsidie voor dit project (MIT3-aanvraag).


Met dit besluit zijn geen directe financiële consequenties gemoeid. Dit besluit is echter wel een stap verder richting uitvoering waarbij bovengenoemde bedragen aan de orde zijn. Bij vaststelling van de bestuursovereenkomst RGL-west (planning: najaar 2008) zal het besluit tot financiering van de RGL-west vastgesteld worden.
Investeringsfonds Holland Rijnland

De gezamenlijke gemeenten in Holland Rijnland hebben een investeringsfonds ingesteld ter waarde van 142,5 miljoen euro. Deze middelen zijn bestemd voor de volgende projecten:



Voor de RGL-west is 37,5 miljoen euro uit dit fonds gereserveerd. De provincie Zuid-Holland zal voor 80 miljoen euro bijdragen aan de RGL-west. Voor het resterende tekort op het project (€ 62,5 – € 112,5 mln.) wordt o.a. gekeken naar mogelijkheden van rijksfinanciering hoewel de minister daar niet erg enthousiast over is gebleken.

Communicatie:

Het project RijnGouwelijn-west is een complex proces met veel betrokken partijen. Zorgvuldige communicatie is daarbij van groot belang. De afgelopen maanden hebben in de gemeenten Katwijk en Noordwijk een informatieavond en twee consultatieavonden plaatsgevonden, om zo de bevolking te peilen met betrekking tot de diverse alternatieven en varianten.

Er is voor deze avonden een externe onafhankelijk procesbegeleider aangetrokken die een en ander in goede banen heeft geleid.

Zoals gezegd zal na oplevering van de Ontwerp Nota Voorkeursalternatief een derde consultatieronde in de twee gemeenten georganiseerd worden, om de bevolking te raadplegen over de ontwerp tracékeuze.



Daarnaast zal een klankbordgroep RijnGouwelijn-west in het leven geroepen worden die geconsulteerd zal worden over de TN/MER en de Ontwerp Nota Voorkeursalternatief.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina