Vernieuwingen in het onderwijs Nederlands. Hoe zorg je dat het werkt?



Dovnload 65.11 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte65.11 Kb.
Implementatieconferentie Nederlandse Taalunie“Vernieuwingen in het onderwijs Nederlands. Hoe zorg je dat het werkt?” - Conferentiecentrum Bovendonk Hoeven (Nl.) 8-9 december 2011

Welkom





Stipt te 10.15 u. hield Linde van den Bosch, algemeen secretaris Nederlandse Taalunie, haar welkomstpraatje. Zij vertelde wat de bedoeling was van de conferentie en wenste ons een zinvolle tweedaagse toe.

De opening van de conferentie lag in handen van beide dagvoorzitters, de Nederlandse didacticus Jozef Kok en de Vlaamse didacticus Jan T’Sas.  Zij deden dat op een onderhoudende en uitnodigende wijze met daarbij de belangrijkste praktische schikkingen voor het conferentiegebeuren.





Inleiding

De conferentie werd dan ingeleid door prof. dr. Maarten Vansteenkiste van de Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie van de Universiteit Gent. De titel van zijn voordracht was “Moetivatie of motivatie? De lerarenopleider en onderwijsbegeleider als motiverende coach.” Na een geleidelijke uiteenzetting over de motivatievormen belichtte de spreker de betekenis van oordeelkundig en empirisch observeren van motivatie in het onderwijsgebeuren. Daarmee verstrekte hij een psychologisch kader voor opleiders en leraren-begeleiders om hun concreet handelen aan op te hangen.







Workshoprondes

Tijdens de hele conferentie waren er vier rondes telkens twee per dag. Elke ronde bevatte drie workshops waaruit de deelnemers konden kiezen. 

In de namiddag van donderdag brachten de dagvoorzitters een rapportage uit de workshops en tussentijdse conclusies. Na de wissel kwamen in de bovenzaaltjes van de 3e verdieping een vijftal ‘Speeddates’ met posterpresentaties voor iedereen. Die werden telkens door kleine groepjes gedurende tien minuten achtereenvolgens bezocht. Donderdagavond leidde radioman Hein De Caluwé een gezellige en spannende quiz over taal. Het bleek achteraf dat de bar te middernacht onverbiddelijk dicht ging.

Vrijdagmorgen kregen we na de begroeting van de dagvoorzitters een inleiding van prof. dr. Gert Rijlaarsdam, ILO Universiteit van Amsterdam over “Onderzoek als basis en uitkomst van onderwijsverandering”.  Hij deed dat aan de hand van de verworvenheden van de laatste jaren rond het domein ‘Schrijfvaardigheid’. Jawel, zijn “old stuff” bleek toch wel heel waardevol te blijven.





 

Workshoprondes 3 en 4 hielden de deelnemers gedurende een hele poos in hun greep. Na de pauze brachten de beide dagvoorzitters opnieuw de samenvatting en de relevante conclusies in een viertal schema’s op het projectiescherm in de Congreskapel. Een denderend optreden van de sneldichteres Dominique Engers met een bijna onstuitbare resem van toepasselijke kwatrijnen over de conferentie plantte gedurende haar hele beurt een genoeglijke herkenningsglimlach op het gelaat van de deelnemers. Hanneke de Weger, onderwijsverantwoordelijke van de Nederlandse Taalunie, rondde af met een dankwoordje aan iedereen die heeft meegewerkt aan het welslagen van deze puik georganiseerde implementatieconferentie.

Substantieel voor dit verslag zijn de syntheses van de presentaties van de workshops en de posterpresentaties. We ontlenen de samenvattingen aan de handige brochure uit de deelnemersmap. Wij lopen daarmee wat vooruit op de conservering en de beschikbaarstelling van de inhoud en de conclusies van deze conferentie later op de portaalsite van de Nederlandse Taalunie Taalunieversum.

Workshopronde 1

- Excellentie in het literatuuronderwijs: omgaan met verschillen in de klas -
Theo Witte en Marlies Schouwstra – R.U. Groningen / UniC, Utrecht





 

Het literatuuronderwijs is bij uitstek een vakgebied waarin het op differentiatie aankomt. Sommige leerlingen krijgen van huis uit veel culturele bagage mee; andere leerlingen niet of nauwelijks. Sommige leerlingen lezen veel; andere weinig. Witte (2008) onderzocht de literaire ontwikkeling van leerlingen uit havo en vwo en ontwikkelde een instrument waarmee docenten in staat worden gesteld om meer maatwerk te leveren. Op het onderzoek is een deel van de doorlopende leerlijn literatuur gebaseerd.


Vanuit die achtergrond is een tweejarig trainingsprogramma ontwikkeld dat door 150 docenten Nederlands wordt gevolgd. Die helpen mee om een literatuurdidactische kennisbasis verder te ontwikkelen. De website bij uitstek daarvoor is www.lezenvoordelijst.nl  Daarbij doen ze onderzoek op hun eigen school naar:

  • het competentieniveau en de literaire ontwikkeling van leerlingen;

  • de didactische potentie van literaire teksten en opdrachten voor bepaalde niveaus;

  • curriculumvernieuwing;

  • implementatiestrategieën.

Het project maakt deel uit van de stimuleringsregeling Krachtig Meesterschap. Het wordt uitgevoerd door het UOCG (R.U. Groningen), in samenwerking met NGL en 5 scholen uit het voortgezet onderwijs.

Implementatievraag: Hoe kunnen voortrekkers binnen hun eigen school succesvol opereren?

Brochure 8

- “GEZOCHT: school met G-KRACHT” – Coachingstraject geïntegreerd werken rond geletterdheid in beroepsrichtingen -


Greet Goossens en Nora Bogaert – CTO Universiteit Leuven

In opdracht van de Vlaamse overheid biedt het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) aan scholen met beroepsrichtingen het ondersteuningstraject G-KRACHT aan. In het traject worden leerkrachtenteams gestimuleerd om in een ruim aanbod aan functionele lees- en schrijfervaringen te voorzien die door jongeren als relevant worden ervaren met het oog op hun beroepsopleiding of voor de verwerking van informatie die in het buitenschoolse leven op hen afkomt. Het project heeft één centrale missie: werken aan een functioneel geletterde uitstroom uit het secundair (beroeps)onderwijs.


In 10 scholen is, samen met praktijkleerkrachten en leerkrachten algemene vakken (verzameld rond één klas/richting), een coachingstraject uitgewerkt met als startpunt de aanvang van de 2e graad (leerlingen vanaf 14 jaar). Op basis van een grondige beginsituatieanalyse op leerkrachten- en leerlingenniveau zijn de teams gedurende 2 jaar op gepersonaliseerde wijze gecoacht:

  • er is gezorgd voor materialen en ondersteuning bij lesvoorbereidingen;

  • er is gewerkt met klasobservaties, feedbackgesprekken, ervaringsuitwissellingen;

  • er is samengewerkt met schoolexterne begeleiders.

De schoolinterne taal(beleids)coördinatoren fungeerden als brugfiguren tussen de school en het CTO.

Implementatievraag: Het is erg moeilijk gebleken om een intern en duurzaam draagvlak voor geletterdheid te creëren. Er wordt dan ook voor gevreesd dat de huidige dynamiek – ontstaan uit succeservaringen bij de deelnemende leerkrachten – zal stilvallen als het traject wordt stopgezet. Welke mogelijkheden zijn er om dat te verhinderen?

Brochure 9

- Werken aan taal- en denkontwikkeling. Hoe leerkrachten basisonderwijs werken aan kwalitatief goede gesprekken met kinderen binnen het zaakvakonderwijs -


Sjouke Sytema en Anne-Christien Tammes – Marnix Academie, Utrrecht

De Utrechtse Onderwijsagenda streeft naar verbetering van de taalontwikkeling van kinderen. Naar aanleiding daarvan is het lectoraat Interactie en taalbeleid van de Marnix Academie (pabo) in Utrecht ontstaan. Het lectoraat onderzoekt welke interactiekenmerken sterk bijdragen aan de kwaliteit van gesprekken in de klas en hoe bijbehorende interactievaardigheden in een professionaliseringstraject voor leerkrachten kunnen worden opgenomen.


Enkele scholen werden benaderd om deel te nemen aan een pilottraining. Ze hadden al aan diverse taalverbeteringsprojecten gewerkt, maar wilden hun leerkrachtvaardigheden op het gebied van interactie, gekoppeld aan zaakvakonderwijs, nog verbeteren.

In deel 1 van de workshop brengen we een beeld van de opbrengsten van de trainingen. We laten aan de hand van leerkrachtreflecties en onderzoeksgegevens, zien hoe leerkrachten hun interactiegedrag veranderden.


In deel 2 schetsen we hoe de implementatie op 3 scholen is verlopen. Voor die 3 scholen was de opzet van de training gelijk. De training, verzorgd door kenniskringleden, bestond uit 5 bijeenkomsten met tussenliggende oefenperiodes. Tijdens die oefenperiodes vond een individueel coachingsgesprek plaats. In het professionaliseringstraject werd ingezet op betrokkenheid van leerkrachten. Leerkrachten formuleerden eigen leervragen aan de hand van een checklist. Eigen video-opnames werden binnen een veilige context besproken met de coach en met collega’s. Daarbij kwamen eerst succeservaringen aan bod; pas daarna werden tips gegeven. Er was ruimte voor diverse leerbehoeftes. Veranderstrategieën betreffen didactische vaardigheden, koppeling van taal- en zaakvakken en praktische verbinding van didactiek, visie en taalbeleid. Om beklijving te bevorderen werd aandacht besteed aan gezamenlijke visieontwikkeling. Die is immers essentieel voor taalbeleid. Daarbij werden de schoolleiding en de taalcoördinator actief ingezet en werd de aanpak voortgezet met een taalstuurgroep, met intervisiegroepen en d.m.v. netwerkbijeenkomsten.
Elk van de 3 scholen bracht eigen bijzonderheden met zich mee, zowel tijdens het intensieve deel van de training als tijdens de borgingsfase. Die bijzonderheden gaven aanleiding om bij de verdere implementatie met verschillende opties voor uitvoering en borging rekening te houden.
In deel 3 voeren we een discussie rond de volgende implementatiefactoren:

  • de rol van schoolleiders;

  • de waarde die scholen hechten aan taal- en denkontwikkeling;

  • het eigenaarschap van onderwijsvernieuwing.


Implementatievraag: Hoe bereiken we dat scholen de waarde inzien van werken aan taal- en denkontwikkeling door middel van kwalitatief goede gesprekken in de klas?

Brochure 10-11

Workshopronde 2

- De OVSG-toets als facilitator voor veranderingsprocessen -
Steven De Laet – Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeeschap vzw (OVSG)

In 2008 deed het OVSG een weliswaar beperkt onderzoek naar de mondelinge taalvaardigheid aan het einde van de basisschool. Daaruit bleek dat de luister- en spreeklessen weinig strategisch worden aangepakt en dat de leerlingen weinig reflecteren over de aanpak en het resultaat van het spreken en luisteren. Voor het OVSG was dat een signaal om hiervoor strategieën aan te wenden en om reflectie over de resultaten een specifieke plaats te geven in de toetsen. Ook wordt aan de school een reflectiedocument aangeboden om, n.a.v. de toetsen, de aanpak van het geboden onderwijs af te toetsen en om schoolspecifieke afspraken te maken om het onderwijs te optimaliseren.


In de workshop werd aangetoond hoe leerplanmakers en toetsontwikkelaars scholen kunnen aanzetten tot en ondersteunen bij veranderingsprocessen in hun taalonderwijs. Aandacht werd besteed aan visie en aan een concrete casus van een schoolbegeleiding.

Implementatievragen:
1. Wat te denken over de dubbele geadresseerdheid van die toets: enerzijds meten van leerlingen, anderzijds signaalfunctie naar leraren en scholen toe?
2. Kan een toets een facilitator zijn van een veranderingsproces?
3. Biedt het analyse-instrument voldoende mogelijkheden om diepgaan én breed te reflecteren?

Brochure 13



- Rotterdams (Taal)Effect -
Regine Bots, Paul Scharff en Hilde Hacquebord – CED-groep / Erasmiaans gymnasium, Rotterdam / R.U. Groningen, Diataal BV

Vanuit een groep schooldirecteuren van verschillende besturen kwam het initiatief om taalachterstanden in het voortgezet onderwijs te bestrijden. In de 2e helft van 2009-2010 is een projectgroep en een stuurgroep gevormd om te zien of een omvangrijk traject met 3 schoolbesturen en 55 schoollocaties haalbaar was. In april 2010 is afgesproken om daadwerkelijk samen te werken over de grenzen heen van de besturen. Het gaat om zichtbare resultaten op het gebied van verbetering van taalprestaties op alle betrokken locaties.

Om een gemeenschappelijk referentiepunt te hebben, gebruiken alle locaties van de 3 besturen, inclusief de locaties voor praktijkonderwijs, dezelfde toets: Diataal (Diatekst en Diawoord). De scores zijn onderling vergelijkbaar. De toetsresultaten zijn de basis voor vervolgacties. Door met elkaar uit te wisselen is er winst te halen. Omdat op meerdere momenten gemeten wordt en er uitwisseling plaatsvindt over wat er in de scholen gebeurt, zijn zinnige uitspraken mogelijk over de effectiviteit van de verschillende aanpakken die de scholen hanteren.

De resultaten op de toets Diataal bieden informatie over het instroomniveau van de leerlingen en over het uitstroomniveau aan het eind van het 1e en 2e leerjaar. De uitgewisselde rapporten geven inzicht in het stedelijke beeld van het tekstbegrip en de woordenschat van de huidige generatie brugklassers. Het gaat om 3 of om 2 meetmomenten. In totaal zijn de afgelopen maanden meer dan 4700 leerlingen getoetst met de A-versie van de Diataalinstrumenten. De B-versie is ook afgenomen. In 2011-2012 nemen alle klassen deel. Dat betekent 9400 leerlingen.

CED-Groep leidt de uitvoering van het project. Scholen ontvangen handelingsadviezen n.a.v. de toetsresultaten en adviseurs begeleiden de uitwisselbijeenkomsten tussen de scholen onderling. De onderzoeksafdeling van CED-Groep analyseert de data en schrijft de bestuurs- en stedelijke rapportages. De data geven veel gespreksstof in de scholen zelf en geven de vooruitgang weer die geboekt wordt.

Implementatievragen
1. Wat met de instroomgegevens?
2. Waarom zijn scholen wel of niet vooruit gegaan?
3. Binnen één school zijn er verschillen in vooruitgang tussen klassen. Hoe komt dat?
4. Zijn er aanwijzingen voor meer of minder geschikte interventies?

Brochure 14-15


- Lezen is niet alleen techniek. Aanpak, implementatie en resultaten van het leesinterventieproject ‘Lezen Is Top’ (LIST) -
Thoni Houtven en Anneke Smits – Hogeschool Utrecht / Windesheim Lerarenopleiding



 

Met LIST wordt gewerkt vanuit het betrokkenheidsperspectief van het lezen. Het doel van het leesonderwijs is immers niet het aanleren van een techniek. Het doel van instructie bij lezen is het ontwikkelen van gemotiveerde, strategische lezers die hun geletterdheid gebruiken om te leren en om te lezen voor hun plezier.

Het LIST-project loopt 3 schooljaren en werkt met een gelaagde projectstructuur. Het projectteam is verantwoordelijk voor de inhoud van het programma, voor de dataverzameling en feedback en voor de scholing van begeleiders. Die zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van de scholen. Het project streeft naar verbetering van leesprestaties d.m.v. een combinatie van curriculumvernieuwing, verbetering van leerkrachtgedrag en verbetering van condities op schoolniveau.

Opbrengstgericht werken en datafeedback zijn belangrijke aspecten van de implementatiestrategie. De flinke resultaten en het enthousiasme van de leerlingen werken heel motiverend. Om zicht te krijgen op de implementatie worden observaties uitgevoerd en vragenlijsten afgenomen bij leerkrachten, interne begeleiders en schoolleiders. Bij de leerlingen worden toetsen en motivatievragenlijsten afgenomen.

In de workshop lag de nadruk op de implementatiestrategie en de discussie over de problemen daarbij.

Implementatievragen
1. Scholen zijn heel methodevast. Hoe doorbreek je dat?
2. Hoe ga je om met oude veronderstellingen en praktijken van leerkrachten die de implementatie van het project in de weg staan?

Brochure 16

Speeddates met posterpresentaties

- Functionele geletterdheid in het Voortgezet Onderwijs: scholen aan zet
Hedwig de Krosse en Cindy Teunissen - Expertisecentrum Nederlands

Het project zet in op het verbeteren van lees-, schrijf- en spellingvaardigheid in het vo. Twee interventieprogramma’s beogen om met strategietrainingen voor lezen, spelling en schrijven de taalvaardigheid van zwakke lezers en spellers geprotocolleerd te verbeteren.

- Het opleiden van taalontwikkelende leraren
Bart van der Leeuw - SLO Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling / LEONED

Taal speelt een sleutelrol in het onderwijzen en leren in alle vak- en vormingsgebieden. Vanuit die opvatting zou vakonderwijs zoveel mogelijk gedidactiseerd moeten worden als taalgericht vakonderwijs. Daarvoor zijn taalontwikkelende vakleraren nodig. LEONED beoogt alle opleidingssectoren daarbij te ondersteunen. Daartoe heeft het een digitaal kennisplatform opgebouwd met o.m. praktijkvoorbeelden van taalontwikkelend (vak)onderwijs, specificaties van taalcompetenties voor leraren, een kennisbasis voor de taalontwikkelende leraar. Sinds 2009 is dat kennisplatform beschikbaar: www.leoned.nl .



- Excellentie in het literatuuronderwijs - Omgaan met verschillen in de klas
Theo Witte - Rijksuniversiteit Groningen

Om een theorie te ontwikkelen over de literaire ontwikkeling van leerlingen baseerde Witte zich op geformaliseerde, door docenten gedeelde pedagogical content knowledge over verschillende niveaus van literaire competentie. Daarmee kan een empirische basis worden gelegd voor een meer gestructureerd curriculum voor het literatuuronderwijs. Er werd onderzoek gedaan naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen in de bovenbouw (klas 4-6). De resultaten zijn verwerkt in www.lezenvoordelijst.nl t.b.v. docenten en leerlingen ter advisering, keuze en verwerking van de boeken op de leeslijst van de leerlingen.




- Invoering taalbeleid op acht scholen. Wat werkt en wat niet?
Hella Kroon - Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS)

Deze poster baseert zich op een project, waarin onderzoek is gedaan naar de implementatie van taal- en rekenbeleid op 8 scholen. De poster gaat in op de bevindingen over taalbeleid. Hij laat do’s  en don’ts zien rond taalbeleid en suggereert een aantal praktische handvaten en instrumenten om taalbeleid in de klas zichtbaar te maken.



- De Woordfabriek: academische taal in het basis- en voortgezet onderwijs.
Karin Westerbeek en Olga Abell - Sardes

Met dit project komt schooltaal binnen een rijke context binnen in de basisschool. Die is belangrijk voor begrip in alle vakken, m.n. in de zaakvakken. Met De Woordfabriek krijgen leerlingen in groep 7 en 8 (in Vlaanderen: 5e en 6e leerjaar) in één week een interessante tekst met 10 schooltaalwoorden aangeboden. Die komen in die week bij andere lessen terug: bij een debat, een rekenles, een informatieverwerkingsopdracht, een schrijfopdracht.







 

 





Brochure 30-34


Workshopronde 3

- Implementatie op eigen kracht: werken met schoolinterne coaches -
Jozefien Loman – CTO Universiteit Leuven

Het project Kleutertaal in de scholengemeenschap De Speling in Genk werd gestart in september 2008. N.a.v. leerlingresultaten, observaties in de klassen en bevraging van het leerkrachtenteam koos men ervoor te focussen op het verbeteren van de mondelinge taalvaardigheid van vooral anderstalige kleuters en van kleuters met een lage sociaal-economische status. Het project streeft naar het optimaliseren van een krachtige taalleeromgeving door de leerkrachten van de klas. Daaronder wordt verstaan: "een positief en veilig klasklimaat, waarin leerlingen taal al doende leren door functionele en betekenisvolle taken uit te voeren en waarbij ze ondersteund worden in de interactie met hun leerkracht of medeleerlingen".

Scholen beslissen zelf om het project in te voeren. Een interne coach wordt in elke school opgeleid om met de leerkrachten aan de slag te gaan. Veel aandacht gaat uit naar observatie op de werkvloer en naar het voeren van coachinggesprekken.


In het schooljaar 2010-2011 werd een onderzoek opgezet naar de effecten van het project. Dat ging na:
- of de taalvaardigheid van kinderen is toegenomen;
- in welke mate leerkrachten een krachtige talleeromgeving kunnen realiseren en wat hun percepties daarover zijn;
- in welke mate coaches zich in staat achten om het implementatieproces te ondersteunen en hoe ze daarbij coachingsvaardigheden inzetten. Dat leidde tot concrete aanbevelingen.

Implementatievragen
1. Wat zijn de meningen over de beleidsaanbevelingen uit het onderzoek?
2. Welke mogelijkheden zijn er om schoolinterne coaches in te zetten bij andere implementatieprocessen?

Brochure 18

- Schoolbegeleidingen voor het convergent differentiëren in het model van directe instructie (ADI): continuïteit in de schakeling basisonderwijs (bao) – secundair onderwijs (so) voor Nederlands -
Ann Albrecht – GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO/PBD)

De werkgroep ADI zet de expertise uit trajecten voor ‘convergente differentiatie in het model voor activerende instructie’ gerealiseerd door de begeleiders voor het basisonderwijs om in een begeleidingsaanpak voor het secundair onderwijs. Aanleiding voor het project:



  • nood aan meer continuïteit in de overgang van het bao naar het so;

  • vaststelling in het bao dat convergente differentiatie een positief resultaat oplevert voor de leerlingen en de leerkrachten;

  • vaststelling dat de leraren so vragen om een eenvoudige, haalbare manier om te differentiëren

Basis voor het project zijn expertise in het bao-begeleidingsteam, observatie van die praktijk in het bao vanuit het perspectief van het so, een studie en een proefproject. Maandelijks worden de resultaten en inzichten in de werkgroepen ADI gebundeld en wordt het projectplan voor de pilotscholen verfijnd.
Daaruit ontstaat een begeleidingstraject  waarin:
- didactisch met de leraren van de diverse vakken wordt gefocust op de relevante leerstof. Voor Nederlands gaat het om aan te leren taalstrategieën i.f.v. lezen, schrijven, spreken en luisteren.
- met de schoolleiding wordt gefocust op de samenwerking tussen de basisschool en de secundaire school en op de onderwijskundige opvolging van de klas- en intervisieresultaten.

De leraren krijgen begeleiding in de klas om vastgestelde knelpunten te overwinnen. Op schoolniveau is er begeleiding bij de materiaalontwikkeling en bij de uitwisseling van een door het hele team gedeelde didactiek inzake differentiatie. De schoolleiding kan de opbrengst van de uit intervisie verkregen inzichten en materialen doortrekken in het taalbeleid van de school.

De reflectie onder leerkrachten over hoe ze hun differentiatie op basis van deze cruciale criteria hebben ontworpen, genereert een verzameling van praktijkresultaten, maar leidt ook tot conclusies over de organisatie van de leerstof, opdat een optimale taalontwikkeling plaats zou kunnen vinden. Zo worden ook binnen de werkgroep ADI de belangrijkste aspecten van de begeleiding systematisch bevraagd en verwerkt in de projectplanning.


Implementatievraag
Kunnen we verwachten dat de voorgestelde aanpak op leraar- en directieniveau een doorbraak kan creëren voor een meer samenhangend taalbeleid ter ondersteuning van de leerbegeleiding op school?

Brochure 19-20


- Ontwerp-onderzoek als leeractiviteit -
André Koffeman, Jos Kappé en Sonja van Overmeeren – Universiteit Amsterdam / Almeerse Scholengroep / Helen Parkhurst, Almere





In de Almeerse Academische Opleidingsschool wordt al een paar jaar geëxperimenteerd met onderzoek voor en door docenten. Wat begon om docenten voor te bereiden op hun rol als begeleider van onderzoekende lio’s, is uitgegroeid tot een beproefde manier om ervaren docenten weer aan het ontdekkend leren te krijgen. De kern is dat de docenten zelf een ‘taai’ probleem inbrengen: een punt waar ze al lang tegenaan lopen en dat te complex is voor een directe oplossing. De docenten onderzoeken het probleem door het vanuit verschillende invalshoeken te benaderen en daarbij vragen te stellen aan de theorie (wat is hierover bekend uit bestaand onderzoek?) en aan de praktijk (hoe zit dat bij mij op school?). Pas als er een heldere diagnose is, ontwerpen ze een oplossing én een manier om te toetsen of die oplossing ook daadwerkelijk het probleem heeft weggenomen of verkleind.

Het onderzoek gebeurt in kleine groepjes die begeleid worden door een collega die vaker ontwerponderzoek heeft gedaan en door iemand van de universiteit. De eerste zorgt voor de organisatie en facilitering en houdt de motivatie goed in de gaten; de tweede zorgt voor voldoende intellectuele uitdaging en ondersteuning bij het onderzoeksdeel. De onderwerpen variëren van het verhogen van leesvaardigheid tot het organiseren van taalbeleid.



Implementatievraag
Hoe krijg je mensen zo ver dat ze over de drempel stappen? Hoe maak je ze enthousiast voor iets waar ze veel tijd in moeten stoppen zonder garantie op succes?

Brochure 21



Workshopronde 4

- Vernieuwing in het basisonderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs vanuit één visie, met focus op taalbeschouwing -
Marleen Lippens en Bart Masquillier – Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO)

Er zijn nieuwe eindtermen taalbeschouwing voor het basisonderwijs en de 1ste graad van het secundair onderwijs. Welke rol spelen de begeleidingsdiensten in de implementatie hiervan op zowat 2000 basisscholen en secundaire scholen? Met welke aspecten moet rekening worden gehouden?

In de workshop kregen de deelnemers een staalkaart aangeboden van begeleidings- en nascholingsinterventies op het niveau van pedagogische begeleiders, individuele leraren, schoolteams, hogescholen, uitgevers, materiaalontwikkelaars, nascholers… Ook werden de effecten van de implementatie bij de leerlingen van het bao besproken op grond van metingen via landelijke proeven. Verder deelden de begeleiders en de nascholers hun praktijkervaringen met het implementatietraject mee.

Implementatievragen
1. Wat kan verbeterd worden om alle scholen mee te nemen in het implementatieverhaal?
2. Wat is nodig om in een implementatietraject didactische vernieuwing tot stand te brengen?
3. Hoe ga je om met overtuigingen van deelnemers, die toch menen dat ze het curriculum moeten realiseren?
4. In welke mate moet methodeontwikkeling en implementatie samenvallen?
5. In hoeverre is de leraar uitvoerder of ontwikkelaar?

Brochure 23



- Het OTAW-project: Werken aan opbrengstgericht taalonderwijs in Amsterdam-West -
Karen Slot en Folkert Kuilen – Marcant College, Amsterdam / Universiteit van Amsterdam

Het projectdoel is zicht te krijgen op de oorzaken van de ontoereikende taalbeheersing van leerlingen vo en om hun taalvaardigheid te verbeteren. Op verzoek van 14 scholen voor vo volgt de UvA de taalontwikkeling van de leerlingen gedurende 4 jaar met behulp van Diataal.

Dit jaar namen meer dan 1000 leerlingen deel. Ze functioneren op het niveau praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Uit een voormeting bleek dat de leerlingen bij het binnenkomen van het vo een (te) laag taalvaardigheidsniveau hebben. Interviews en observaties in de klassen leverden de kenmerken van de betrokken scholen op, hun docenten en leerlingen en de uitgevoerde interventies op het gebied van taal. Die kenmerken worden in verband gebracht met de taalvaardigheid van de leerlingen. Zo mogelijk worden daarbij aanbevelingen m.b.t. het taalonderwijs geformuleerd die tot verbetering van de taal- en leerprestaties moeten voeren. Ook basisscholen in Amsterdam-West en andere scholen vo tonen belangstelling om bij het project aan te sluiten.

Studenten en medewerkers van de UvA en een projectcoördinator vanuit de vo-scholen begeleiden het geheel. Taalcoördinatoren en docenten Nederlands spelen een belangrijke rol. Ook het (midden)management van de scholen is actief betrokken o.m. door deelname aan de presentaties en aan de studiedag.

Wat met de veranderstrategie? Er is sprake van de start van een learning community. De samenwerking stoelt op drie sleutelwoorden ‘transparantie’, ‘meten’ en ‘groei’ die gezamenlijk in de praktijk worden gebracht. Dat gebeurt door overleg over interventies in de scholen, analyse van de resultaten en door per school het interne proces te versterken.


Het schooljaar wordt afgesloten met een feestelijke studiedag rond het thema ‘De ideale taaldocent voor Amsterdam-West’.

In de workshop werden het project en de onderzoeksresultaten gepresenteerd, werd stilgestaan bij de strategieën daarvoor gebruikt, bij de concrete uitvoering en bij de learning community OTAW;



Implementatievragen
1. Welke voorwaarden zijn nodig om een succesvolle aanpak van het taalonderwijs op de ene school over te dragen naar een andere school? Hoe borgen we dat de succesfactoren van het taalonderwijs centraal blijven staan en dat leerkrachten zich niet ‘bedreigd’ voelen door de tegenvallende resultaten van het onderwijs?
2. Hoe slagen we erin om het project uit te rollen naar de basisscholen die de leveranciers van de brugklasleerlingen vormen én naar vo-scholen elders?
3. Is het mogelijk om leerlingen en studenten een actieve rol te geven binnen het project?
4. Aan welk profiel moet een docent Nederlands voldoen in Amsterdam-West? Hoe geven we dat profiel vorm en waarborgen we de kwaliteit?
5. Wat is nodig om de gewenste interventies, voortkomend uit het onderzoek, daadwerkelijk in de praktijk te brengen?

Brochure 24-25


- De vernieuwingen van het Surinaamse basisonderwijs-curriculum -
Lystra de Vlugt-Tuinfort, Oesha Sewnath en Mieke Smits – Richenel Slooteschool, Paramaribo / Stichting Scholengemeenschap Arya Dewaker, Paramaribo / Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), Enschede





 

 





 

Zoals in Nederland en Vlaanderen leven in Suriname de volgende wensen:


- dat er voor alle kinderen onderwijs is dat  bereikbaar is en dat aan alle kinderen gelijke kansen biedt
- dat het onderwijs de leerlingen de ruimte biedt om zich in alle veiligheid te ontwikkelen
- dat er onderwijs is om de eigen creativiteit te leren gebruiken om zich uiteindelijk zelfstandig in een dynamische samenleving te kunnen bewegen
- dat binnen het onderwijs ook leraren de ruimte krijgen om zich professioneel te ontwikkelen en om zelfstandig en zelfverantwoordelijk te handelen in de praktijk.

Om dat te realiseren werd in 2009 het Minovplan, het sectorplan onderwijs, neergelegd. Daarbij is in het onderwijs van Suriname een verschuiving nodig van statisch naar meer dynamisch onderwijs, van hiërarchisch georganiseerd naar dialogisch onderwijs.

Verder is veel meer aandacht nodig voor het leren van het Nederlands als tweede (derde of vierde) taal. Het Nederlands is immers in Suriname de officiële onderwijstaal.  Een grote groep spreekt het Nederlands niet of onvoldoende om het onderwijs te kunnen volgen.

Zo houdt de uitdaging in niet alleen het (taal)onderwijs te vernieuwen maar ook te zorgen voor een echte cultuuromslag. Sinds september 2009 ondersteunt SLO het onderwijsveld in Suriname met de vernieuwing van haar onderwijs. SLO werkt al meteen vanaf het begin met breed samengestelde groepen, waarin zoveel mogelijk onderwijsbetrokkenen zijn vertegenwoordigd: leidsters/leraren, inspecteurs, opleiders, begeleiders, curriculumontwikkelaars van het Ministerie van Onderwijs. Alle betrokkenen samen dragen verantwoordelijkheid voor het (her)ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van het onderwijs. Dat is niet eenvoudig omwille van de sterk hiërarchische structuur. Met elkaar in gesprek gaan is niet heel vanzelfsprekend, eigen creativiteit inzetten evenmin. Na ruim twee jaar samenwerken evenwel begint de vernieuwing vorm te krijgen. De leerlijnen van een elfjarig basiscurriculum zijn uitgezet. Het kleutercurriculum is intussen volledig herzien en geïmplementeerd. Een begin werd gemaakt met de herziening van de methodes voor groep 3.


In deze workshop kwamen de vernieuwing van het kleutercurriculum en de implementatie ervan aan de orde. Ingegaan werd op de uitgangspunten van het project. Daarna kwamen de ervaringen van twee Surinaamse kleuterleidsters, die inmiddels ook zijn opgeleid als mastertrainers en praktijkcoaches aan de orde. En de knelpunten werden niet uit de weg gegaan.



Implementatievraag
De onderwijsvernieuwing in Suriname is niet alleen gericht op de onderwijsinhoud zelf maar ook op een cultuuromslag. Hoe zorg je ervoor dat beide aspecten gelijktijdig aangepakt worden en dat alle onderwijsbetrokkenen elkaar verstaan?

Brochure 26-27

Afsluiting

De toegewijde dagvoorzitters zorgden heel vlug voor heel wat conclusies, die uit de conferentie voortkwamen. Zij formuleerden ze voornamelijk in sleutelbegrippen voor de deelnemers.



Sleutelbegrippen

Vernieuwing doen slagen

  • Blijf dicht bij de praktijk, werk IN de klas

  • Vertrek vanuit (gedeeld!) probleembesef

  • Gebruik objectieve data als startpunt – cijfers en kwalitatieve oordelen zijn er ook voor jezelf

  • Verwerf steun van de schoolleiding

  • Modelleren, werken met modelscholen

  • Het Repelsteeltje-effect: het onbewuste expliciteren, benoemen, beheersen

  • Procesgericht empathisch coachen, gericht op groei/ontwikkeling

  • Bottum-up werken (maar hoe doe je dat?)

Vernieuwing vasthouden 1

  • Uitzoomen en verbreden:

    • Van klein naar groot, van specifiek naar algemeen

    • Van idee naar idee in visie

    • Van eigenaarschap naar gedeeld eigenaarschap

    • Van klas- of schoolcijfers naar referentiedata

    • Van een profiel voor de taalleraar naar een taalgericht profiel voor elke leraar

  • Werk altijd op verscheidene niveaus

  • Bouw verder op eigen leerpunten/knelpunten/weerstanden

  • Maak externe begeleiding intern

  • Neem voldoende tijd om vernieuwing te verankeren

  • Indien geld een rol speelt: zoek commerciële partners

Vernieuwing vasthouden 2

  • Gelijkwaardigheid tussen partners: onderzoekers, leraren en opleiders

  • Lerende leraar krijgt later lerende leerlingen

  • Vernieuwing gebruiken om verder te professionaliseren

  • Van routineprofessional naar superprofessional: morgen beter + samen (!)

  • Goede dingen reactiveren en uitdiepen

  • Scholen coachen in vernieuwing

  • Interne expertise en enthousiasme detecteren en inzetten

  • Ontwerp flexibele sjablonen waarmee verscheidene scholen aan de slag kunnen

  • Betrek andere lerende partners, bv. studenten, lerarenopleiders, ouders

  • Communiceer altijd welke de verwachtingen zijn

  • Reflectie: wat zijn gewenste interventies om te vernieuwen?

De programmacommissie bestond uit:
Nora Bogaert, Wilfried de Hert, André Mottart, Laura Punt, Gert Rijlaarsdam, Atty Tordoir, Jo van den Hauwe, Hilde Vanderheyden, Karin Westerbeek.



De Nederlandse Taalunie garandeerde een tot in de puntjes perfect verzorgde organisatie van deze tweede implementatieconferentie. Daarvoor zorgde Hanneke de Weger, die het onderwijsdomein binnen de NTU behartigt, samen met Steven Vanhooren, Debby de Hoog en Elise Roders.

Hanneke de Weger sloot de conferentie met een dankwoord tot allen die meegewerkt hebben aan het welslagen van dit verdienstelijk gebeuren voor het onderwijs Nederlands in Nederland, Vlaanderen en Suriname.

 

Brochure: "Vernieuwingen in het onderwijs Nederlands. Hoe zorg je dat het werkt? - Samenvattingen workshops en


posterpresentaties".

Tekstbewerking en foto's: Ghislain Duchâteau



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina