Versie 12 februari 2017, 425. 909 woorden Versie 5 maart 2016, 422. 200 woorden



Dovnload 14.69 Mb.
Pagina8/147
Datum06.12.2017
Grootte14.69 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   147

addresserenen beschikken, toezenden, aanwijzende

adel alle edelen samen, groep personen met eigen voorrechten en veelal grondbezit

adelborst jongeman van adel, jonker, cadet

adelkent kind uit een wettig huwelijk

adeloscens jongeman

adelsuster zuster uit een wettig huwelijk

ademptie ontneming

adeo zo zeer

adequatie evenmatiging

adequeren evenmatigen, evenredig in de juiste verhouding staan

aderdach dag waarop men mag aderlaten

aderen aderlaten

aderscro doek om wond te verbinden na aderlaten

aderslach aderlating

adfinis zwager, familielid (cf consanguineus)

adherent aanhanger, volgelingen, aanhangende

adhereren aanhangen

adheritance iemand voor recht in een erve te zetten.

adhiberen behouden, voortbrengen, aanwenden, bijbrengen

adhibitie toebrenging, bijbrengen

adhortatie aanmaning. aanporring, aanneming

adhorteren aanporren, aanmanen

adi heden, vandaag, van de dag

adieu vaarwel

adimeeren benemen

adimpleren vervullen

ad instar gelijkend, even groot

adiodicatio door rechter toewijzen van eigendom, toewijzen, toewijzing, in bezit stellen

adiodicationis zie adiodicatio

adioincten personen die rechtvaardig zijn

adiousteren toedoen, toevoegen

adirare to lose

adiratus a compensation for goods lost or stolen

aditio hereditatis aanheeringe ?, aanvaarding, of ondernemen van erfenis

adiudicare toewijzing bij openbare verkoop, aanbesteding, toekenning

adiudicare, adiusticare toewijzen, in bezit stellen

adiudicatio, adiusticatio  nis F toewijzing van eigendom (door rechter)

adiunctus bezitter, bekleder (van een ambt)

adiÙren aanvaarden, aannemen, onderwinden (op zich nemen), een erfenis aanvaarden, beheren, aanslaan

adiusticatio zie adiodicatio

adiusticiare zie adiudicare

adiusticiatio recht van bezit

adiutorium hulp

adiuvare, adiuvi, adiutum helpen

adjacentia neighbourhood; a thing near other

adjectie toewerping,

adjectire to cite

adjiciÙren toewerpen

adjoinct maire toegevoegd burgemeester, ook plaatsvervangend burgemeester

adjoint, adjointe wethouder, schepen

adjornamentum, adjurnamentum adjournment, putting off to another day or place

adjornare to adjourn

adjourne(e)ren dagvaardigen, dagvaarden

adjt afk. adjudant, adjudant( onderofficier)

adjud on afk. adjudication, toewijzen

adjudant onderofficier

adjudceeren toewijzen, aanwijzen

adjudicatie toewijzing, bij openbare verkoop van een roerend of onroerend goed, aanbesteding, besteding, toekenning, aanwijzing

adjuncten bijgevoegde personen

adjungeren bijvoegen

adjurnare to adjourn

adjuste(e)ren gelijk maken, vereffenen, afpassen, afbetalen, afrekenen

adjuveren helpen

adjuvereren helpen

adlb afk. adelborst

adlegiare to purge oneself of a crime by oath. (Fr. aleier.)

admatertera zuster van betovergrootmoeder


###
admensuratio admeasurement, a writ for remedy against persons who usurp more than their share

admerum usum voor zuiver gebruik

adminiculator aalmoezenier, armenverzorger

adminiculen hulpmiddelen

adminiculum, adminiculatio aid, support

administrare besturen, beheren, uitoefenen, toedienen

administrare zie administratrice

administrateur bewindhebber

administratis sacramentis met de sacramenten bediend

administratis sacramentis na het toedienen van de sacramenten

administratis sacramentis na het toedienen der sacramenten

administratrice beheren, uitoefenen, toedienen, besturen, bestuursambtenaar

administratus bediend

administratus bediend

administreren bedienen, uitvoeren

admirabel wonderlijk

admiraldus an admiral

admiraldus sometimes used for emeraldus

admiralis an admiral

admiralitas admiralty

admiralius, admirallus an admiral

admiratie verwondering

admiravisus an emir vizier

admireren verwonderen

admisi(e) zie admittere

admissionalis an usher

admissivus an usher

admissum zie admittere

admittere toegeven, toelaten

admittere, admisi, admissum III toelaten, toegeven

admittere(n) toelaten, toegeven, vergunnen

admodum zeer

admodum zeer

admodum zeer

admodum zeer (omschrijvende superlativus) (Smetius)

admodum reverendus zeer eerwaarde

admodum reverendus zeer eerwaarde

admone(e)ren vermanen, aanmanen

admonester streng vermanen, ernstig terechtwijzen

admonitie aanmaning, vermaning

admonitor a watch dog, "a wappe."

admove(e)ren aanvoeren, aanbrengen

adnepos 3rd great grandson, male descendant in the fifth degree

adnepos kleinzoon van (achter)kleinkind

adnepos zoon van een achter achterkleinkind

adnepos,  potis kleinzoon van kleinkind

adnepotis zie adnepos

adneptis dochter van een achter achterkleinkind

adneptis,  is kleindochter van kleinkind

adneptis, is kleindochter van kleinkind

adneptisis zie adneptis

adnichilare, adnullare to annul

adolescens vrijgezel

adolescens ongehuwde jongeling/jonge dochter (tussen 15 en 30 jaar)

adolescens jong man ongehuwde man

adolescens youth

adolescens, ntis ongehuwde jongeman of jongedochter

adolescentia jeugdige

adolescentis ongehuwde jonge dochter

adolescentula jong meisje

adolescentula jong meisje, maagd

adolescentulo voor het jongetje

adolescentulo jonge jongen

adolescentulus jongetje, knaapje

adonis zeer (mooie) schoon, behaagziek jongeling

adopteren een vreemde voor zijn kind houden

adoptie aanneming tot kinderen

adoptif aan te nemen en te verzorgen als zijn eigen kind

adoptivus door adoptie tot stand gebracht

adoptivus door adoptie bekomen

adorate dominium de 3e zondag na epiphanias (6 januari)

adore(e)ren aanbidden

adorneren versieren, opschikken, optooien

adoubement ridderslag

adpatruus broer van betovergrootvader

adpatruus broer van de betovergrootvader

adpatruus broer van betovergrootvader

adpendere toebehoren

adpendere toebehoren

adpt afk. enfant adoptÚ, geadopteerd kind

adquietare See acquietare

adramire See arramire

adrectare to do right; to make amends

adres adres, aanwijzing

adresciare See addresciare

adresseren aen (hen te) (zich) te richten tot

adscriberen toeschrijven, toe eigenen

adscriptie toeschrijving, bijschrijving

adscriptus glìbì een bij de grond gerekende, grondhorige, lijfeigene

adscriptus glìbì bij de grond gerekend: lijfeigene

adscriptus glebae serf, (literally) belonging to the land

adscriptus glebae lijfeigene, bij de grond gerekend (Lat. gleba aardkluit, grond)

adsecurare See assecurare

adsercriptie toeschrijving, beschrijving

adseribeeren eigenen, toeschrijving

adsessor raadgever (of raadsman ?) (Smetius)

adsistent helper; politie, diender

adsistent justitiehelper, helper schout, diender, soort veldwachter

adsistentie bescherming, assistentie

adsistere, adstiti (+ dat.) aanwezig zijn bij

adsisteren Identiteit bevestigen, aanwezig zijn bij

adstitit was aanwezig

adstitit was aanwezig

adstringeren verbinden, dwingen, persen

adstructie vastmaking

adstrueren vast maken

adulatie pluimstrijkerijen, verafgoden, vleien

adule(e)ren pluimstrijken, vleien

adulescens youth

adulescens, zie adolescens

adulescentula, zie adolesculentula

adulescentulo, zie adolesculentulo

adulescentulus, zie adolesculentulus

adulta adult female

adulta virgo volwassen jong meisje

adulta virgo volwassen jong meisje

adulter overspelig, echtbreker, echtbreekster, overspeler

adulter overspelig

adulter overspelig

adulterator echtbreker, echtbreekster

adulteratrix zie adulterator

adultereren overspel bedrijven

adulterijn,   uit overspel ontstaan, bastaard

adulterinus kind van ongehuwde vader en moeder

adulterinus unlawful, esp. of castles and guilds

adulterio natus uit overspel geboren

adulterium overspel

adulterium echtbreuk, overspel

adulterium echtbreuk

adultÚrin ou adultÚrin zie adulterijn

adultus adult man

adultus (bijna) volwassen

adultus overspelig

adultus (bijna) volwassen

adultus (vrw.  a) opgroeiend, bijna volwassen

adultÞre zie adulter

adumbrare schetsen, tekenen

adumbrare schetsen, tekenen

adumbrator schetser, tekenaar

adumbrator tekenaar, silhouettist

adumbrator tekenaar

adunare to collect

aduncare to draw with a hook

aduneren verenigen, verzamelen

advallacio anguillarum eelbucks

advanceren vorderen

advanciamentum advancement

advans voordeel

advantagium advantage; the right of the lord to redeem a fief removed by the vassal from his lordship

advena vreemdeling

advenant overeenkomst, bij gevolg, bij gelijke

advent de tijd periode van 27 november tot 24 december, de laatste vier zondagen voor kerstmis

adventale a ventail or visor

adventare to arrive

adventivus bruidsschat (gegeven door een ander dan de vader)

adventszondagen vier zondagen voor Kerstmis

adventura an adventure, or venture

adventurare to adventure, or venture

adventurarius an adventurer

adventus casual profit

adventus spiritus sancti Pinksteren

advers tegenpartij

adversaria memoranda

adversaris wederpartij

adverse tegenpartij

adverseren tegenstreven, tegenstaan

adverteren berichten, mededelen in æt openbaar, waarschuwen, verwittigen

advertissement waarschuwing, bekendmakingook; een beschrijving van de grond van de zaak inhoudend en die met rechtplaatsen bevestigd

advertissement van regten een schriftuur waar in enige middelen en opmerkingen van rechten bijeen gebracht werden

advi(e)s een goeddunken, aanraadt, raadgeving

advisamentum advice; consideration

advisare to advise

advise(e)ren beraden, bezinnen, verwittigen, kennis doen

advitivus bruidsschat, (gegeven door een ander dan de vader)

advocaat een rechtsvoorspraak

advocaat diaken zaakwaarnemer, beheerder of boekhoudend diaken

advocare to advow; to vouch; to justify an act done; to avow, i.e. in boroughs, to falsely allege that goods belong to a freeman so as to evade duty

advocaria avowry; the justification of having taken a distress, when the party sues forth a replevin

advocat zie advocatus

advocatia an advowson

advocatio advowson, the right of presentation to an ecclesiastical benefice; allegation of protection or authority

advocatus verdediger, advocaat, helper

advocatus procurator, praefectus, comes, slotvoogd, burggraaf (Smetius)

advoceeren pleiten door advocaat

advoceren toeroepen, voorspreken, iemands woord doen

advoe pleitbezorger, voogd, gemachtigde

advoy toestemming

advoyeren toestemmen, bevestigen, van waarden houden, gestand doen

aeckervercken met eikels vetgemest varken

aeder opwellend water

aedes huis

aedes shop, printing establishement (In aedibus Aldi, et Andreae soceri = [Printed] in the shop of Aldo [Manuzio] and of his father in law Andrea [Torresani]) (technische term boekdrukken)

aedes, aedium F huis

aedificie gebouw, timmering

aedilis kerkmeester, hoofdman

aedituus koster, klokluider, kerkwachter, godsdienstonderwijzer, beheerder van het kerkelijk vermogen

aedium zie aedes

aefdochte goot, open riool

aeger ziek

Aegidius Gillis, Gielis, Jellis

aegrescere ziek worden

aegri zie aeger

aegritudine quadam door een of andere ziekte

aegritudinis zie aegritudo

aegritudo,  dinis F ziekte

aegritudo( dinis) ziekte

aegror(oris) ziekte

aegroris zie aegror

aegrota per ... dies na een ziekte van ... dagen

aegrotare ziek zijn

aegrotavit was ziek

aegroto ziek zijn

aegroto per ... dies na een ziekte van ... dagen

aegrotus ziek

aegrum ziek, zwak

Aegyptiacus, Aegyptius a gypsy

aegyptus zigeuner

aelgrond slijk, slijkgrond

aelhuis vismarkt, huis waar de vis verkocht werd

aeloelt zeer oud

aelput gierput

aem, aam inhoudsmaat, 1 aem = 1/6 vat, ca 150 ltr.

aemcupe kuip met een inhoud van 1 aam

aemketel ketel met een inhoud van 1 aam

aemteut maat voor vloeibare stoffen

aen ende bijsijn aanwezig zijn, bij zijn

aen enen rechten iemand æexecuterenÆ door panding aan zijn goed

aenbehorende er toe behoren, er aan verbonden

aenbestaeijen aanbesteden

aenbesterven door erfenis (dood) in eigendom krijgen

aenbijten aanvallen

aenboort recht van vergadering

aenboortich toekomend door bloedverwantschap

aenbrengen van een hoffaert het uitschrijven en bekend maken van verplichte gang naar à (het gerechtshof)

aendeelen toebedelen, erkennen

aendensmout eendenvet

aendonkeren donker worden, vallen van de avond

aenerven in het bezitstellen, nalaten, als erfenis ontvangen

aeneus koperen

aeneus koperen

aengeboorte bloedverwandschap, geboorterecht

aengelanden, aanliggende, belendende

aengelant eigenaar van aanliggende, belendende percelen

aengevoordert opgeeist

aengewendete aangewende, geprobeerde

aenlandinge aanslibben, aanwas van land door aanslibbing

aenleggers eisende partij in een proces, degene die het geding aanspant

aenliggen iemand opgedragen zijn.

aenlopen (enen) toekomen.

aenrechten (enen aen iet) iemand recht doen aan iets, hem daaraan eigenen.

aenrechtinge het gerechtenlijk vonnis uitvoeren, ook; aanhouden of inbeslagnemen

aenroeren (aen iet) betreffen.

aenrueren (aen iet) zie aenroeren.

aensadt aanzet, begin

aenschatten bij executie toewijzen

aensech beschuldiging

aenseggen (enen iet ) aantijgen, ten laste leggen.

aensetten een document van b.v. zegel voorzien

aensetter eiser, eiseres in een geding

aensetteresse zie aensetter

aenslach het vasthechten ook: het punt, waar iets vastgehecht is

aenslaen in beslag nemen

aensoeck gerechtelijke aanmaning

aensoeken gerechtelijk iets van iemand te verkrijgen, hem sommeren

aenspraecke zie aensprake

aensprake eis in rechte, aanklacht

aenspreken een eis in rechte doen tegen iemand, iemand iets ten laste leggen. klager

aenstaen aanhangig blijven, uitgesteld worden

aenstaender aanstaande

aenstarken zie aensterken .

aensterken (enen iet) iemand iets ten laste leggen

aensterven (enen) door erfenis iemands eigendom worden.

aenstoot loyden aan slijtage onderhevig

aensweeren bij eed toe eigenen, bv onder ede verklaren

aentale aanspraak in rechte, eis, beschuldigen

aentasten (enen) aangrijpen, gevangen nemen

aentastinge. gevangenneming.

aenticht beschuldiging.

aentiÙn (enen iet te laste leggen, aantijgen.

aenvaen in bezit nemen, aanvaarden, aannemen, beslagleggen op, aanhouden, aanvangen

aenval het goed, dat aan iemand staande huwelijk krachtens erfrecht ten deel valt

aenvallen bij erfenis ten deel vallen, bepaaldelijk aan een van de echtgenoten tijdens het huwelijk

aenvanc het in bezit nemen

aenveert aanvaard

aenvrouwe grootmoeder

aenwalt behartigen van een zaak voor een ander bij het gerecht

aenwedde jaargeld

aenworpe een persoon, in een gide opgenomen zonder in de volle rechten en verplichtingen daarvan te deelen

aenworpelinck door het gilde opgenomen zonder de normale rechten en verplichtingen

aeolus griekse god van de wind

aequa lance onpartijdig, onbevooroordeeld; lanx, lan­cis: weegschaal, unster, balans (Smetius)

aequali gradu in gelijke graad (van bloed  of aanverwantschap)

aequali gradu in gelijke graad (van bloed  of aanverwantschap)

aequalis gelijk

aequalis,  is gelijk, van gelijke leeftijd

aequalis, is gelijk, van de zelfde leeftijd

aequipagie uitrusting

aequiperen uitrusten, uitreien

aequipollent gelijkmachtig, even veel uitwerkende

aequiteyt billijkheid

aequivalent gelijkwaardig

aequivaleren gelijk gelden, evenwaardig zijn

aequivocatie woordspeling, gelijknamigheid, dubbelzinnigheid

aequum recht, billijk

aequus gelijk, rechtvaardig

aequus gelijk, rechtvaardig

aeraria, aeria an eyry, a nest, usually of hawks

aerarius penningmeester, thesaurier

aerarius kopersmid, schatmeester, financieel beheerder

aerarius rentmeester

aerarius nesting

aerarius (faber) kopersmid

aerarius faber kopersmid

aerarius veteramentarius ketelmaker

aerchlisticheit bedrog

aereus, aerius sky blue

aericius canis See herecius

aernum Arnhem

aerrarius See aerarius

aert aarde

aertgat landweg, weg uitsluitend bestemd voor toegang tot het bouwland

aertlant bouwland

aertmate graanmaat, 1 aertmate = 3,677 decaliter

aesluyden makers en verzorgers van het aas

aesnescia See esnecia

aessen dienst, diensttijd

aestas zomer

aestas, aestatis F zomer

aestatis zie aestas

aestimare schatten, menen

aestimare schatten

aestimatio schatting

aestimeren waarderen, schatten, waardig achten

aestivus van de zomer, zomer 

aestivus van de zomer

aestuare heet zijn

aestuare heet zijn

aet. aetatis

aet. afk. aetatis, in de leeftijd van......

aetas leeftijd

aetas leeftijd, in ouderdom van

aetas, aetatis F leeftijd

aetatis at the age of

aetatis oud, in de leeftijd van

aetatis op de leeftijd van

aetatis (suì) in (op) de leeftijd van......

aetatis annorum jaren

aetatis annorum in de leeftijd van......jaren

aetatis dierum dagen

aetatis dierum in de leeftijd van......dagen

aetatis hebdomadarum in de leeftijd van......weken

aetatis hebdomadorum weken

aetatis horarum uren

aetatis horarum in de leeftijd van......uren

aetatis mensium maanden

aetatis mensium in de leeftijd van......maanden

aetatis provectae op gevorderde leeftijd

aetatis provectae op gevorderde leeftijd

aetatis septimanarum in de leeftijd van......weken

aetatis septimanarum weken

aetatis suae op de leeftijd van

aeternitas eeuwigheid

aeternitas,  tatis F eeuwigheid

aeternitatatis zie aeternitas

aeternum voor eeuwig, eeuwigheid

aeternus eeuwig

aeternus, bijwoord aeternum eeuwig

aeu de la reine reukwater, ook als eau de la reine

aevum tijd, leeftijd

aevum leeftijd, tijd

aextermijn sterrenwichelaar

afbegeren vergen, vorderen

afbernen afbranden

afbesegelen (iet) door een bezegelde akte afstand doen van een recht

afbieden afroepen, afkondigen

afboedelen iemand zijn rechthebbende deel uit de boedel uitkeren

afbrant verwoesting na brand

afbreker iemand met geweld of list iets afnemen

afbroecken een stukland afpalen, opmeten

afcnopen afhandig maken, afnemen afsnijden

afcoemste zie afcomste

afcoepen (iet) aflossen

afcomelinc nakomeling

afcomer afstammeling

afcomste, afstamming

afcopen vrijkopen, door afkopen vrijstellen

afdagen dagvaarden ter zuivering of ontlasten van een met rente bezwaard goed

afdak soort schuur op wapenschild

afdanken eervol ontslaan

afdeelen ontkennen

afdelen kwijtschelden

afdoen (iet. betalen, voldoen.

afdoeningen soort rekenkamer

afdrijf (doen) werkzaamheden verrichten buiten de stadsmuren of plaats b.v. zijn weilanden of akkers buiten de gemeente hebben

afdrupen stilletjes zich verwijderen

afeigenen bij gerechterlijk vonnis aan iemand iets ontnemen

afeischen rechten van iemand vorderen of hem opleggen

afetten afgrazen

aff te nemen over te nemen

affabele goed om aan te spreken

affadilla a daffodil

affairen handel, koopmanschap, bekommering

affameren verhongeren

affcleppen bij klokgelui iets afkondigen

affeagium See affidagium

affectatie najagen, nastaning ?, gretigheid

affecteren behartigen, najagen, zeer begeren

affectie genegenheid, hartstocht, toe neiging begeerte

affectioneren toe neigen, beminnen

afferamentum affeerment, assessment

afferare to assess a fine

afferator an affeerer, a person who assesses fines in courts leet and courts baron

afferbott schuld(in)vordering

affere, brengen, aanvoeren, ik heb gebracht

afferre, attuli, allatum brengen, aanvoeren

affes afk. affaires, zaak, aangelegenheid, kwestie

affeteiare to break or train hounds or hawks

affeyteiare See affeteiare

affgaende aftredende

affidagium assurance; safety

affidare to certify; to swear fealty; to affiance; a term used at the game of tables

affidati verloofden

affidatio an oath

affidatus verloofd

affidatus verloofd

affidatus, affidus one who has pledged his faith to another

affilare to put on a file with

affilatorium a steel, a hone

affina a workshop

affinare to fine (gold); to finish

affines relatives by marriage, in laws

affines verwanten aan vrouwelijke zijde

affinis brother in law

affinis huwelijk met de kinderloze Weduwe van iemands broer, zwager, aanverwant, aangehuwd, verzwagerd

affinis,  is aanverwant, verwant door huwelijk

affinitaiis van de zwagerschap

affinitas relationship by marriage

affinitas spiritualis geestelijke verwantschap

affinitas,  tatis F aanverwantschap

affinitis aanverwantschap, zwagerschap

affirmacie iemand toezeggen achter de zaak te blijven staan

affirmare to let to farm

affirmatie rechtsgeldige verklaring, bekrachtigen, bevestiging, betuiging, bevestigen verzekeringen

affirmeren verzekeren, bevestigen, betuigen, verzekeren van

affkennen in rechte ontzeggen

affleggen betalen

afflictie kwelling, droefenis, hartzeer, lijden

affligeren neerslaan, kwellen

affluivigen overleden

affluÙren toevloeien, overvloeien

affluxie toevloeiing

affodillus a daffodil

afforare to appraise

afforciamentum a fortress; compulsion; the coercive power of a Court

afforciare to increase or make stronger; to compel

afforciatus pure, unadulterated. Applied to cloth and other goods

afforestare to turn land into forest

affra See affrus

affraia an affray

affraiare to frighten

affrectamentum, affretamentum freight

affrectare, affretare to freight

affriare to frighten

affront verkortingen, beledigen, hoon, eerroven

affronteren verkorten, beledigen, verongelijken, honen



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   147


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina