Verslag expertmeetings aos 10 en 19 januari 2011



Dovnload 14.29 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte14.29 Kb.

Ton.vanderValk@agentschapNL.nl 27 januari 2011

Verslag expertmeetings AOS 10 en 19 januari 2011
Op basis van de feedbackbijeenkomsten op 24 en 30 november 2010 over de conceptcriteria voor de kwaliteit van de AOS, heeft Agentschap NL op 1 december 2010 in een Memo een nieuw voorstel voor de toetsingsprocedure uitgewerkt. In overleg met vertegenwoordigers van de VO-raad, HBO-raad en VSNU/ICL heeft OCW Agentschap NL verzocht het nieuwe voorstel te bespreken met een selectie van experts uit het veld. Een aantal deskundigen is uitgenodigd door de koepelorganisaties, daarnaast heeft Agentschap NL een selectie van deelnemers aan de bijeenkomsten in november uitgenodigd. De bijeenkomsten hebben plaatsgevonden op 10 en 19 januari 2011. In totaal hebben twintig mensen deelgenomen.
De feedbackbijeenkomsten in november 2010 hadden een representatief karakter. Dit geldt niet voor de expertmeetings van januari 2011. Deze hadden slechts als doel op basis van argumenten de haalbaarheid van het voorstel voor de toetsingsprocedure te testen. De vier aanbevelingen waarover tijdens de expertmeetings is gesproken, zijn hier als discussion topics gepost, met een samenvatting van de belangrijkste kritiekpunten en een evaluatie van de voor- en tegenargumenten.
N.B. De discussie in november ging over de operationalisering van de criteria voor de AOS. De discussie in januari ging alleen over de toetsingsprocedure. De inhoudelijke discussie van november was nog niet klaar en wordt dit voorjaar voortgezet met vertegenwoordigers van de deelnemende AOS’en. Als u belangstelling heeft om deel te nemen kunt u dit kenbaar maken aan Agentschap NL.

1. Koppel financiering aan onderzoek door studenten
Memo Agentschap NL 1 december 2010

Laat alle studiepunten die studenten aan onderzoek verrichten op een school die aan alle criteria voldoet meetellen. Betaal een bedrag van bijvoorbeeld € 500 per studiepunt, eventueel gestaffeld, net als voor de opleidingsschool. Het gaat immers uiteindelijk om het opleiden van studenten met reflectieve vaardigheden. Dat is het doel. De verandering van de schoolcultuur en het docentonderzoek zijn nevenopbrengsten.


Belangrijkste kritiekpunten

  1. Het is een bedreiging voor kleine partnerschappen met weinig studenten

  2. Extra administratieve lasten

  3. Er moet eerst een vaste voet komen voor de infrastructuur, daarbovenop een bedrag per student

  4. Het moet voor iedereen duidelijk zijn welke studiepunten mee mogen tellen

Evaluatie

De omvang van de partnerschappen en de aantallen studenten die op verschillende AOS’en onderzoek doen zijn sterk verschillend. De meerderheid zag en ziet hierin een goede reden om te differentieren. De kritiekpunten kunnen ten dele beantwoord worden:

Ad 1. Kleine partnerschappen krijgen inderdaad minder of worden gestimuleerd om te fuseren

Ad 2. De administratieve last is relatief klein: jaarlijks de aantallen doorgeven aan DUO. Het verplicht bijhouden van de aantallen bevordert de samenwerking binnen het partnerschap.

Ad 3. Dit kan, maar hoeft niet: door een hoog bedrag per studiepunt kan de infrastructuur betaald worden als er voldoende studenten onderzoek doen. Dit stimuleert een zeker volume.

Ad 4. Men zou kunnen afspreken dat alle studiepunten voor onderzoek door 3e en 4e jaars die gerealiseerd worden op een erkende school (met titel of keurmerk) mee mogen tellen. Het keurmerk garandeert dat al dit onderzoek is ingebed in de academische onderzoeksagenda. Dit punt moet nader uitgewerkt en besproken worden door en met het veld.

2. Verleen de academische titel aan scholen in plaats van aan het consortium
Memo Agentschap NL 1 december 2010

Het moet duidelijk zijn dat het onderzoek van studenten echt is ingebed in de onderzoeksagenda die gekoppeld is aan de ontwikkeling van betreffende school. Daarnaast dient de academische opleidingsschool te waarborgen dat de studenten echt de afgesproken begeleiding krijgen van gekwalificeerde onderzoeksdocenten. De afspraken over onderzoek en begeleiding die vastgelegd worden in de samenwerkingsovereenkomst, kunnen het best gehandhaafd worden door een interne kwaliteitscontrole die gekoppeld is aan de academische titel.


Belangrijkste kritiekpunten

  1. Het partnerschap als geheel is verantwoordelijk, daarom moet de titel gaan naar het partnerschap en niet naar de afzonderlijke scholen

  2. De term Opleidingsschool is en blijft de aanduiding voor het partnerschap. Het zou gek zijn als de term Academische opleidingsschool dan gebruikt wordt als aanduiding voor afzonderlijke scholen

Evaluatie

Het mag niet gebeuren dat een school op haar website schrijft dat zij deel uitmaakt van een academische opleidingsschool, terwijl die school in werkelijkheid helemaal geen onderzoeksinfrastructuur heeft. Oftewel het moet voor ouders, docenten en studenten volstrekt duidelijk zijn welke scholen echt de criteria waarmaken en welke (nog) niet. Als dit in orde is, is de angel uit de discussie.
3. Laat alle opleidingsscholen die voldoen aan een algemeen instapniveau toe tot de academische kop
Memo Agentschap NL 1 december 2010

De academische opleidingsschool is niet een luxe extra, bovenop de opleidingsschool, maar het is eigenlijk de sluitsteen, die van het gehele partnerschap een lerende organisatie maakt. De koppeling van de onderzoeksagenda aan schoolontwikkeling creëert een leeromgeving waarin studenten hun reflectieve vaardigheden op de werkplek, dus onder realistische omstandigheden, kunnen ontwikkelen. Onderzoekende docenten veranderen de schoolcultuur en intensiveren de samenwerking met het opleidingsinstituut. Daarom biedt de academische opleidingsschool een waardevol ontwikkelingsperspectief voor alle opleidingsscholen.


Belangrijkste kritiekpunten

  1. Angst voor verdunning van het totale budget

Evaluatie

De opleidingsschool is nog niet af. De academische opleidingsschool evenmin, maar het is duidelijk dat de academische kop een concreet perspectief biedt voor alle opleidingsscholen. Hierover was consensus onder de deelnemers. Vragen die overblijven zijn: zou de academische kop op termijn verplicht gesteld moeten worden, moet er aanvullend budget bij, of zijn er andere manieren om verdunning te vermijden, en wie doet de instaptoets?

4. Laat de uitkomstentoets over aan de academische opleidingsscholen onderling
Memo Agentschap NL 1 december 2010

Stap 1. De les uit de feedbackbijeenkomsten van november was dat een instaptoets op papier nog geen garantie kan bieden voor kwaliteit. Als er een uitkomstentoets door experts plaatsvindt, kan de instaptoets lichter worden.

Stap 2. In plaats van hiervoor een externe organisatie in te schakelen, kan de uitkomstentoetsing prima plaatsvinden door vertegenwoordigers van de AOS’en zelf, die via onderlinge verantwoording optimaal van elkaar kunnen leren.

Stap 3. De criteria voor zowel de instaptoets als de uitkomstentoets kunnen opgesteld, geëvalueerd en bijgesteld worden door een commissie met vertegenwoordigers van de AOS’en.

Stap 4. Als OCW een maximum bedrag vaststelt, zal verdunning optreden wanneer meer opleidingsscholen academisch worden of wanneer meer dan een bepaald aantal studenten onderzoek doet op de AOS’en. De uitkomstentoets kan het correctiemechanisme vormen om verdunning tegen te gaan.
Belangrijkste kritiekpunten


  1. Veel te zwaar, veel te veel bureaucratie

  2. Niet een soort NWO voor de AOS oprichten

  3. De opvattingen tussen professoren, lectoren en andere experts verschillen zo sterk dat AOS’en elkaar de grond in zullen boren

Evaluatie



De beschrijving van een onderzoeksraad in het memo van 1 december was inderdaad te zwaar. Het zou uiteraard lichter kunnen. Over de mogelijkheid van zelfsturing door het veld is nog onvoldoende gediscussieerd. Stap 1-3 roepen geen weerstand op. De angel zit in stap 4. Daardoor verliezen stap 1-3 hun vrijblijvende karakter. Zelfsturing kan van alle AOS’en samen een lerend netwerk maken.










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina