Verslag startbijeenkomst Vereniging JuristenRijk 26 juni 2007



Dovnload 18.04 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte18.04 Kb.
Verslag startbijeenkomst Vereniging JuristenRijk 26 juni 2007
Door Meike Bokhorst
Dinsdag 26 juni kwamen 180 overheidsjuristen in de oude raadszaal in Den Haag bijeen voor de startbijeenkomst van de Vereniging JuristenRijk onder leiding van mr. E.M. d'Hondt (voorzitter GGD-Nederland).
Met presentaties van:


  • Mr. dr. E.M.H. Hirsch Ballin (minister van Justitie)

  • Mr. R.J. Hoekstra (lid van de Raad van State en voorzitter van de Visitatiecommissie)

  • Mr. R. Bekker (programma SG Vernieuwing Rijksdienst)

  • Mr. G.J.H. Houtzagers (landsadvocaat)

  • Mr. P.W. de Vries (voorzitter en initiatiefnemer van JuristenRijk en Juridisch Adviseur van het Ministerie van Justitie)

‘Veel enthousiaste leden toegewenst!’, ‘Laat ook HBO-ers toe tot de vereniging!’, ‘De vereniging is goed voor het netwerk, dus graag veel borrels!’. Een greep uit de bus met wensen en ideeën van (potentiële) leden voor de nieuwe vereniging JuristenRijk. De cabareteske arbeidsfilosofe, Floortje Schoevaart, heeft de aanwezige overheidsjuristen geprikkeld tot openhartigheid en ideeënrijkdom. Het nieuwe bestuur zal het druk krijgen om al die wensen te realiseren. Duidelijk is dat de vereniging in een behoefte voorziet en dat nieuwe en potentiële leden er veel verwachtingen van hebben.



Ed d’Hondt: Scherpere profilering in plaats van verscheidenheid zonder focus


Volgens dagvoorzitter Ed d’Hondt heeft het wel lang geduurd voordat de overheidsjuristen bij het Rijk zich hebben verenigd. Gemeentejuristen waren daarmee veel eerder. D’Hondt verwacht dat de vereniging veel kan betekenen voor de kwaliteit, selectie en betaling van overheidsjuristen. Het valt Ed d’Hondt op hoe groot de verscheidenheid is onder overheidsjuristen. Sommige juristen zijn idealistisch en zien hun werk als een roeping, anderen zijn nuchter en zien hun werk als een beroep, weer andere juristen zien het als een manier van leven. Die verscheidenheid zonder focus gaat klemmen. Overheidsjuristen komen te vaak pas in beeld als het te laat is. Ze worden ingezet als niet meer gelet kan worden op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. In een sterk juridiserende samenleving moeten de bekende juridische valkuilen van de overheid beter in beeld worden gebracht. De overheidsjurist bij het Rijk heeft daarvoor een scherpere, eenduidigere profilering nodig.
Ernst Hirsch Ballin: Werk met de ramen open, leg verbindingen en kom tijdig met goed advies

De minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, is blij met het initiatief tot oprichting van de vereniging en met de grote groep juristen die op de startbijeenkomst is afgekomen: “Niet zo lang geleden was de jurist nog de griffier van het beleid. Het ongenoegen over juristen was niet van de lucht. Juristen werden gezien als stoorzenders voor het voeren van goed beleid. Nu is het al veel gebruikelijker om juristen vanaf het begin te laten meedenken.” De minister vraagt zich af of de vereniging JuristenRijk de overheid ziet als een rijk van juristen. Dat zou leiden tot wantrouwen bij andere disciplines. Sociologen en economen zijn immers ook nuttige meedenkers.

Hirsch Ballin hoopt vooral dat de vereniging bij kan dragen aan een goede profilering op de arbeidsmarkt: “Ik heb de tijd nog meegemaakt dat talentvolle studenten spannender dingen te doen hadden dan werken bij een departement. Nu kunnen we studenten laten zien dat werken bij de overheid in ieder geval leuk en ook interessant en spannend is.”
Hirsch Ballin vindt het belangrijk om het Nederlands recht te plaatsen in een Europese en internationale context en te werken met de ramen open: “Zelf heb ik net honderd dagen achter de rug vol contacten met mensen in de samenleving. Althans, dat deel van de honderd dagen dat overbleef nadat het werk gedaan was. Die contacten met mensen uit allerlei disciplines waren erg nuttig.” De minister roept de aanwezigen op om niet neer te kijken op de politiek: “Althans, niet op de hele politiek. Leg verbinding met de volksvertegenwoordiging en wees er tijdig bij met goede adviezen.”
Rein Jan Hoekstra: Een goed ambtenaar kan ook slechte wetgeving goed toepassen.

Ook Rein Jan Hoekstra (voorzitter van de visitatiecommissie) vindt dat het tijd werd dat er een vereniging voor rijksjuristen zou zijn: “De jurist heeft wel wat meer ambitie nodig. We blijven nog te veel in het vooronder zitten, terwijl we boven op het schip zouden moeten staan. Juristen zouden als ervaringsdeskundigen binnen de rijksdienst veel meer deel kunnen nemen aan het debat in het publieke domein.” Volgens Hoekstra namen juristen vroeger die ruimte wel en is dat belangrijk voor de invloed op de beleidsvoorbereiding.


In het eindrapport stelt de visitatiecommissie dat alles wat de overheid doet, met recht is verbonden. Het liefst had Hoekstra niet alleen de directies wetgeving op de departementen, maar de hele keten van wetgeving gevisiteerd, inclusief de Staten-Generaal en de Raad van State: “Veel regelgeving wordt beïnvloed door de volksvertegenwoordiging. De Staten-Generaal morrelt er soms zoveel aan dat de kwaliteit in geding komt.” Hoekstra is ervan overtuigd dat een goede ambtenaar met een goede opleiding, die snel andere vakgebieden onder de knie krijgt, al meer dan de helft van het werk is: “Een goed ambtenaar kan ook slechte wetgeving goed toepassen.”
In de geest van Otto von Bismarck en Abraham de Kuyper formuleerde de visitatiecommissie aanbevelingen voor de wetgever. Een goede wetgever let op de uitvoering, zorgt voor harmonie van de wetgeving, bewaakt de kwaliteit en redeneert vanuit de behoefte van het veld om te beoordelen of wetgeving erbij past. Maar in de praktijk blijkt volgens Hoekstra dat de politiek niet altijd te overtuigen is met dergelijke kwaliteitsargumenten: “Geld bepaalt heel veel. De vorige visitatiecommissie is in het leven geroepen naar aanleiding van implementatieproblemen op gebied van Europese regelgeving, de Securitel-affaire. De kans op boetes was de directie aanleiding, niet de juridische kwaliteit. Met die realiteit moeten we meer rekening houden.”
Een ander aspect van juridische kwaliteit is het organiseren van controlepunten om verrassingen bij de uitvoering of bij de rechter te voorkomen. Juristen zouden niet moeten schrikken van rechterlijke uitspraken, maar mogelijke problemen juist tijdig kunnen onderkennen. Een speciale wet voor de wetgevingskwaliteit, zoals de comptabiliteitswet voor de financiën, vindt Hoekstra interessant als denkrichting. Juridische kwaliteit moet in ieder geval worden versterkt en de capaciteit uitgebreid. Ook moet het besef doordringen dat Nederland veel eerder en meer gezamenlijk moet optreden bij de voorbereiding van regelgeving in Brussel. Tot slot is Hoekstra van mening dat er nog veel bureaucratie is te verminderen, bijvoorbeeld door meer prioriteit toe te kennen aan het bewaken van de afdoeningstermijnen van bezwaar en beroep.
Roel Bekker: Minder knieters, meer kwellers en een revival van de expert.

Roel Bekker begon op 23-jarige leeftijd bij VROM en werd daar door iedereen als ‘meester’ aangesproken: “Dat vond ik echt een overwaardering. De functie van overheidsjurist is ondergewaardeerd, maar niet door juristen zelf. Tegelijk hebben juristen een bescheiden habitus en dringen ze zich niet op. Buitenstaanders zien dat soms als risicomijdend gedrag en vinden juristerij een geavanceerde vorm van zwarte kunst. Net als accountants krijgen juristen wel respect, maar geen waardering. Ze zijn nodig, maar dan vooral voor de handtekening. En wanneer de nood aan de man is, verwacht men van de jurist dat hij van een probleem een nonprobleem kan maken met een slimme formulering.”


Het beleid is volgens Roel Bekker te zeer van de doctorandussen. Het beleid is vaak al ver gevorderd als de jurist in beeld komt en als een Tom Poes nog een list moet verzinnen. Roel Bekker heeft veel van dat soort voorbeelden gezien, maar wil ook de goede voorbeelden noemen. Bij de introductie van het zorgstelsel heeft de directeur wetgeving vanaf het begin een grote rol gespeeld. De manier waarop het wetgevingsproces was georganiseerd, was bepalend voor het resultaat. Het is een voorbeeld van juristen die zich ware kwellers (kan wel) toonden, daar waar de knieters (kan niet) onder de juristen meestal in de meerderheid zijn.
Roel Bekker is voorstander van de chief legal officer die onafhankelijk van de minister en het beleid kan adviseren en ook deelneemt aan de ministersstaf. Om de juridische functie te versterken zijn er volgens Bekker vier veranderingen nodig. Ten eerste zou de rol van het ministerie van Justitie zwaarder moeten worden aangezet en vergelijkbaar moeten zijn met de rol van het ministerie van Financiën op het gebied van budget en begroting. Ten tweede kunnen juristen alleen gezaghebbend zijn als ze kwaliteit bieden en anderen het gevoel geven dat ze toegevoegde waarde leveren. Dat kan door juridisch advies op het hoogste niveau te geven en de poot stijf te houden als anderen proberen te morrelen aan de kwaliteit. Ten derde moeten juristen zich ontwikkelen richting efficiency en goed management. Juridische kwaliteit is schaars, maar toch nog te versnipperd georganiseerd. De juridische functie binnen het Rijk zou meer als een shared service centre georganiseerd moeten worden. Ten vierde moet de kwaliteit van wetgeving worden verbeterd. De planning, afstemming en uitvoerbaarheid van wetgeving kan beter.
Ook op gebied van de vermindering van regeldruk kunnen juristen excelleren. De beste ingenieurs maken de lichtste constructies. Ontwerpen is een vak apart. Een mooi voorbeeld is het Nederlands Taxonomie Project dat buitengewoon intelligent in elkaar zit. Administratieve lasten zijn voor bedrijven aanzienlijk verminderd door de ontwikkeling van een XBRL-taxonomie voor financiële rapportages. In de nota Vernieuwing Rijksdienst zal dan ook gepleit worden voor een revival van de expert. Manager worden is nu te zeer het hoogste carrièredoel. Voor experts moet een loopbaanbeleid van de grond komen dat ook vakinhoudelijke groeimogelijkheden biedt. Ook op Europees niveau moet de juridische professional aansluiting blijven vinden. Op EU-niveau is de ambtenarij sterk juridisch georiënteerd.

Bert-Jan Houtzagers: externe advisering moet goed en tijdig worden ingezet

Landsadvocaat Houtzagers hield in weerwoord op het rapport van de visitatiecommissie een pleidooi voor de inzet van externe advisering. Externe advisering – al dan niet door de landsadvocaat – kan een bijdrage leveren aan de juridische functie van de rijksoverheid. En kwaliteit is volgens Houtzagers de enige legitimatie voor inschakeling van de juridische functie. Tegelijk relativeerde Houtzagers het belang van de bijdrage van juristen. “De juridische functie is heel belangrijk, maar wordt in de praktijk niet altijd waargemaakt.



Te vaak worden juristen niet of te laat ingezet en wordt er onvoldoende aan de juridische invalshoek gedacht. Juristen moeten ook bescheiden blijven. Het instrument van de jurist is lang niet altijd leidend.”
Houtzagers ondersteunt de oproep van Roel Bekker voor een revival van de expert. “Bij ons krijgen de grote advocaten de grote zaken. Dat is ons belangrijkste bestaansrecht.” Op zijn advocatenkantoor zijn vele instrumenten ingezet om de kwaliteit te bewaken. Zo is er een kennis- en documentensysteem, wordt jurisprudentie gezamenlijk besproken en is er een meester-gezel samenwerking, waarbij de junior zes weken lang meeloopt met en op de kamer zit van een senior. Om kwaliteit te kunnen leveren is het van groot belang dat iedereen zich daar verantwoordelijk voor voelt. Hoe vaker je wordt ingeschakeld, hoe groter is je gezag. De landsadvocaat wil ook zelf een bijdrage leveren aan het verbeteren van de juridische functie van de overheid. Bijvoorbeeld door een portal op te zetten met specifieke informatie voor de overheid.
Paul de Vries: Juristen moeten beter samenwerken met beleidsmakers

Initiatiefnemer Paul de Vries is blij met de grote opkomst op de startbijeenkomst en vindt het bemoedigend om te zien dat er ook veel jonge juristen zich hebben aangemeld. Hij heeft twee pleidooien voor de overheidsjuristen bij het Rijk. Allereerst hoopt hij op een stevigere rol van de juridische afdelingen bij de beleidsvorming. Beleid en wetgeving zouden beter aan elkaar gekoppeld moeten worden. Dat betekent vervolgens dat juristen erop af moeten. Een gebrek aan betrokkenheid van juristen bij het beleid is een probleem. Voorheen kon een jurist nog zeggen: “Wij wachten rustig op het bruine brouwsel waar de beleidsmakers mee komen en dan dampen we daar een wet uit.” Die houding kan nu echt niet meer. Juristen moeten samenwerken met beleidsmakers om een behoorlijk beleidsproduct van de grond te krijgen. Paul de Vries ondersteunt het pleidooi voor de revival van de expert en is blij met het aanbod van de landsadvocaat om kennis en informatie op internet beschikbaar te stellen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina