Verslag van de bespreking te Brussel op woensdag 7 juni inzake Schuman-plan



Dovnload 12.24 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte12.24 Kb.
Verslag van de bespreking te Brussel op woensdag 7 juni inzake Schuman-plan.



De bespreking had plaats op het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Brussel. De Belgische en Luxemburgse ambtenaren stonden onder voorzitterschap van Baron Snoy. De Nederlandse deelnemers onder voorzitterschap van de Heer Blaisse

De bespreking werd ingeleid door de Heer Snoy, die aan de hand van een in zijn bezit zijnd document een overzicht gaf waarin in een achttal punten de volgens Belgische opvatting belangrijkste vraagstukken van het Plan Schuman werden geschetst. De heer Blaisse vroeg om in het bezit te worden gesteld van het stuk, op grond waarvan de Heer Snoy zijn uiteenzetting gaf. In de plaats hiervan werd ons achteraf een min of meer gewijzigde redactie toegestuurd, welke hierbij is gevoegd.

De besprekingen hadden tot doel over het Plan Schuman van gedachten te wisselen, teneinde een tactisch samengaan op de te Parijs te houden conferentie van de Benelux-delegaties te bevorderen en na te gaan in hoeverre een gemeenschappe1ijk standpunt kan worden ingenomen. Uit deze besprekingen hebben wij een goed inzicht gekregen over verschillende opvattingen, die aan Belgische en Luxemburgse zijde over het plan Schuman be- staan. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste kenmerken van het Belgische standpunt.

1. Het belang van de Belgen concentreert zich hoofdzakelijk op de overgangsmaatregelen, welke in het Plan Schuman in tamelijk vage bewoordingen worden aangegeven.

2. Het vraagstuk van de bevoegdheden en het statuut van de Hoge Autoriteit staan niet toevallig op de laatste plaats. "Nous n'avons beaucoup retourne ce probleme." De heer Blaisse heeft het Nederland se belang voor dit vraagstuk en de betekenis ervan verduidelijkt, op grond waarvan de Belgen hebben toegegeven, dat de hiermede samenhangende vragen van verdere strekking waren dan zij oorspronkelijk hadden verondersteld.

3. Het overdragen van bepaalde souvereine rechten van de Hoge Autoriteit werd op een wijze geinterpreteerd, die ook voor Nederland aanvaardbaar zou kunnen zijn doch die onzes inziens door de Fransen bij het plan niet is bedoeld. De Belgen interpreteren, dat deze overdracht van souvereiniteit beperkt moet blijven tot het overdragen van bevoegdheden, over welke de Regeringen der contracterende landen beschikken: "les pouvoirs des gouvernements seront executés par la Haute Autorité". In dit verband zij op punt 6 van de bijlage gewezen, waarin wordt gesteld, dat de regeringen zich tot coördinatie van de investeringen alleen in zoverre verplichten, als zij op dit gebied kunnen interveniëren. De betekenis van deze interventie hebben wij bij de Consultation Préalable leren kennen.

4. Over de bestaande prijsverschillen tussen de verschillende landen hebben de Belgen hun mening op de volgende wijze gepreciseerd. De prijsverschillen zijn grotendeels het gevolg van de kunstmatige verlaging van bepaalde kostprijselementen, zoals in het bijzonder de lonen en sociale lasten in bepaalde landen (b.v. Duitsland). Om deze redenen stellen zij het optrekken van deze kostenfactoren op het Belgische peil uiterst belangrijk (zie ook punt 3 van de bijlage). Zij zijn van mening, dat de aanpassing in etappes moet gebeuren om schokken te voorkomen.

5. Niettemin zijn de Belgen van oordeel, dat de overgangsperiode zo kort mogelijk moet zijn om in de uiteinde1ijke "gefusionneerde markt" zonder discriminatie of invoerbelemmeringen van welke aard ook tot vrije concurrentieverhoudingen te komen. Over de mogelijkheid tezijnertijd eventueel nodige quotaregelingen weer af te schaffen en in een daaropvolgende periode nog aan prijsregelingen vast te houden bestond, evenals aan Nederlandse zijde, nog verschil van mening.

6. Ten opzichte van de practische maatregelen voor een prijsegalisatie (mechanisme de péréquation) hebben de Belgen verondersteld, dat hierbij aan betalingen ter verevening van het prijsverschil van het land met lage prijzen aan het land met hoge prijzen wordt gedacht. De mogelijkheid de verevening door de nationale regeringen te doen geschieden werd van Nederlandse zijde nog niet in discussie gebracht. Toen door een van de Belgische deelnemers aan de bespreking enkele cijfers werden genoemd, waarbij België voor bepaalde producten (kolensoorten) een circa dubbel zo hoge marktprijs heeft als Duitsland, bleek men zelf te zijn verast. Een verdere discussie over het quantitatieve vraagstuk komt wellicht op de volgende vergadering ter sprake.

7. De Belgen waren met ons van mening, dat het wellicht aanbeveling verdient het eventueel op te richten fonds de reconversion naar het voorbeeld van reeds bestaande internationale investeringsbanken in te richten.

8. In de loop van de bespreking preciseerden de Belgen hun standpunt over de organisatie van het toporgaan. Zij dachten aan de mogelijkheid van een drieledige opbouw:

a. een "board", met aan het hoofd een president, als executief orgaan;

b. een consultatief orgaan, waarin de belangen van de ondernemingen, werknemers en regeringen zijn vertegenwoordigd;

c. een "organisme de concilation et d'arbitrage" bestaande uit een Hof als beroepsinstantie.

Bij dit Hof zouden klachten door een bepaald land op grond van een beslissing van de Hoge Autoriteit aanhangig kunnen worden gemaakt, indien nationale belangen worden geschaad. De regeringen zouden voor dit doel b.v. het aanstellen van permanente gedelegeerden kunnen overwegen.

Tegen het einde van de vergadering werden de punten samengevat, van welke men kon verwachten, dat het Belgisch/Luxemburgse en het Nederlandse standpunt geen grote verschillen zullen opleveren.

1. De status van de particuliere ondernemingen (eigendomsverhoudingen) wordt niet veranderd. (volgens de Belgen worden alleen regeringsbevoegdheden overgedragen).

2. Onder paritaire vertegenwoordiging zou wellicht kunnen worden verstaan de opvatting, dat elk land met eenzelfde aantal stemmen en zetels in de Hoge Autoriteit wordt vertegenwoordigd. De Heer Snoy deelde mede, dat hij van de Heer Schuman had vernomen, dat het woord paritair oorspronkelijk betrekking had op de verhouding tussen Frankrijk en Duitsland, maar dat hij zich zou kunnen indenken dat Frankrijk zijn toestemming zou geven tot een gelijke vertegenwoordiging van alle verdragsluitende partijen.

3. Gedurende de onderhandelingen en voor het sluiten van een volledig verdrag, waarin alle beginselen zijn geconcretiseerd, evenals de belangrijkste regelingen voor de overgangperiode, is een ingrijpen door de arbiter zoals vermeld in het Franse memorandum onaanvaardbaar.

4. Bij de Hoge Autoriteit moet een beroepsinstantie worden gecreëerd bij welke de gedelegeerden der verdragsluitende regeringen appel tegen beslissingen van de Hoge Autoriteit kunnen aantekenen.

5. Erkend wordt het belang van de oprichting van een investeringsfonds in de vorm van een internationale investeringsbank (leningen).

Er werd overeengekomen de besprekingen op Woensdag 14 Juni a.s. te Brussel voort te zetten en voor deze vergadering zo goed mogelijk de nog openstaande punten voor te bereiden. In het bijzonder is daarbij gedacht aan het prijsvraagstuk en de samenhang tussen prijsregelingen, quoteringen en investeringsbeleid.

Dir. Gen. v.d. B.E.B. [Buitenlandse Economische Betrekkingen]

10 Juni 1950.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina