Verslag van de federale procureur aan het College van procureurs-generaal



Dovnload 1.36 Mb.
Pagina1/19
Datum18.08.2016
Grootte1.36 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19




Verslag van de federale procureur

aan het College van procureurs-generaal
periode van 1 januari tot 31 december 2006

Brussel, 30 maart 2007


Verslag van de federale procureur

aan het College van procureurs-generaal

periode van 1 januari tot 31 december 2006


Inleiding
In toepassing van artikel 143bis §7 van het Gerechtelijk Wetboek stuurt de federale procureur een verslag aan het College van procureurs-generaal om het in staat te stellen te oordelen op welke wijze het federaal parket de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid uitgevoerd heeft en om na te gaan hoe het zijn bevoegdheden uitoefent.
Dit verslag zal aan de Hoge Raad voor de Justitie als werkingsverslag voorgelegd worden in overeenstemming met artikel 346 §2, 2° van het Gerechtelijk Wetboek.
Huidig verslag omvat de periode van 1 januari tot 31 december 2006.
Het jaarverslag volgt de indeling van de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal van 16 mei 2002 betreffende het federaal parket, (COL 5/2002)1 en voegt er een aantal hoofdstukken aan toe inzake de organisatie, het administratief personeel, de materiële middelen en enkele andere werkingspunten van het federaal parket.
De conclusies bieden een overzicht van de punten die voor verbetering vatbaar zijn en er worden aanbevelingen geformuleerd om dat te bereiken.
Het jaarverslag is in acht hoofdstukken ingedeeld:


  • hoofdstuk I De organisatie van het federaal parket

  • hoofdstuk II De opdrachten van het federaal parket

  • hoofdstuk III De toepassing door de federale procureur van het strafrechtelijk beleid

  • hoofdstuk IV De werking van het federaal parket in het kader van de uitoefening van

de strafvordering

  • hoofdstuk V De positie van het federaal parket binnen het openbaar ministerie

  • hoofdstuk VI De materiële middelen en enkele andere werkingspunten van het

federaal parket

  • hoofdstuk VII Het administratief personeel van het federaal parket

  • hoofdstuk VIII Conclusies.

Bij het opstellen van de verschillende hoofdstukken en afdelingen werd de volgende methodologie gehanteerd:




  • De tekst van voormelde omzendbrief wordt in dit verslag niet meer in herinnering gebracht. De lezer wordt uitgenodigd het eerste jaarverslag (periode van 21 mei 2002 tot 31 augustus 2003) of de tekst zelf van de omzendbrief te raadplegen.




  • Huidig verslag omschrijft de wijze waarop de federale procureur, binnen de omschreven periode, de richtlijnen inzake strafrechtelijk beleid heeft toegepast en zijn bevoegdheden uitoefende; ook wordt er een overzicht gegeven van de werking van het federaal parket.




  • De statistieken van de vorige periodes zullen, voor zover mogelijk, telkens ter vergelijking worden weergegeven.

*

* *


Ingevolge artikel 143bis §§ 3 en 7 van het Gerechtelijk Wetboek integreert het College van procureurs-generaal zijn advies over het jaarverslag van de federale procureur in zijn eigen jaarverslag aan de Minister van Justitie.


De aanbevelingen in de vorige verslagen, die niet opgevolgd, maar ook niet afgewezen werden, zijn nog altijd actueel en worden in huidig verslag in herinnering gebracht.

Hoofdstuk I. - Het kader en de organisatie van het federaal parket

1. Het wettelijk kader en het taalstelsel van de federale magistraten





    1. Het wettelijk kader

Het wettelijk kader van het federaal parket vindt zijn wettelijke basis in de wetten van 22 december 1998 betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de Raad van procureurs des Konings2, en van 21 juni 2001 tot wijziging van verschillende bepalingen inzake het federaal parket3.


Het is vastgelegd in artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting (zoals gewijzigd door artikel 62 van de voormelde wet van 21 juni 2001 en de wet van 14 december 2004) dat luidt als volgt: “Het aantal federale magistraten, de federale procureur niet inbegrepen, wordt vastgesteld op 22 ”.
In 2006 werd het kader van de federale magistraten niet gewijzigd
Twee plaatsen van federale magistraat zijn vacant
De vacante plaats van federale magistraat van de Franse taalrol die de kennis van het Nederlands moet bewijzen, werd voor de eerste keer in het Belgisch Staatsblad van 12 september 2005 gepubliceerd ten gevolge van het vrijwillige vertrek van een federale magistraat met ingang op 30 september 2005.

Bij gebrek aan kandidaten werd de opengevallen plaats nog vier keer in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, respectievelijk op 28 oktober, 15 december 2005, 3 februari 2006 en 10 oktober 2006.



Twee kandidaten hebben hun kandidatuur gesteld. Eén van hen heeft zijn kandidatuur ingetrokken en de Hoge Raad voor Justitie heeft in maart 2006 de andere kandidaat niet voorgesteld.
De plaats van federale magistraat van de Franse taalrol die de kennis van het Duits moet bewijzen, werd bij gebrek aan kandidaten tot op heden nooit ingevuld.
Aanwijzing van de federale procureur met ingang van 1 april 2007
De vacante functie van federale procureur met ingang van 1 april 2007 werd in het Belgisch Staatsblad van 17 januari 2006 gepubliceerd. Bij koninklijk besluit van 18 juli 2006 werd de heer Johan DELMULLE, federale magistraat, aangewezen tot het mandaat van federaal procureur voor een duur van 7 jaar, met ingang van 1 april 2007.
Ingevolge deze aanwijzing werd de vacante plaats van federale magistraat van de Nederlandse taalrol met ingang van 1 april 2007 in het Belgisch Staatsblad van 13 december 2006 gepubliceerd. 5 kandidaten hebben gesolliciteerd. De benoemingsprocedure was op 30 maart 2007 nog steeds lopend.

1.2. het taalstelsel van de federale magistraten
1.2.1. Inleiding
Krachtens artikel 43bis, §4, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken (zoals ingevoegd door artikel 63 van de voormelde wet van 21 juni 2001) moet daarenboven “de helft van de federale magistraten door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd. Tenminste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal.
De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. Tenminste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal.
Ten minste één federale magistraat moet het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal”.
Op 31 december 2006 bestond het kader van het federaal parket uit:
1 federale procureur, Franstalig, wettelijk tweetalig (einde van het mandaat: 31 maart 2007)
9 federale magistraten van het Franse taalstelsel (op 11) waaronder 2 wettelijk tweetalig.

11 federale magistraten van het Nederlandse taalstelsel (op 11) waaronder 6 wettelijk tweetalig (met inbegrip van de heer DEBRAUWERE,voorzitter van het Controleorgaan)
1 gedelegeerde wettelijk tweetalige magistraat van het Nederlandse taalstelsel.
Twee plaatsen van (Franstalige) federale magistraat, één die de kennis van het Nederlands en één die de kennis van het Duits moet bewijzen, zijn vacant. Voor de eerste is de benoemingsprocedure lopend. Voor de tweede heeft geen enkele kandidaat zich gemeld.
Eén plaats van federale magistraat van het Nederlandse taalstelsel is vacant met ingang van 1 april 2007. De benoemingsprocedure is lopend (zie hierboven).
1.2.2. Ondervonden moeilijkheden met betrekking tot het taalstelsel van de federale magistraten.
De twee hieronder vermelde moeilijkheden werden reeds in de vorige jaarverslagen aangehaald.


  1. Onmogelijkheid te zetelen in een arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van het diploma.

Bij toepassing van de wet op het gebruik der talen kan een federale magistraat niet als openbaar ministerie zetelen in een arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma, zelfs indien hij houder is van het bewijs van kennis van de andere landstaal.


Deze regel kan op de werking van het federaal parket nadelige gevolgen hebben in de mate dat het federaal parket bevoegd is om in zijn dossiers in alle gerechtelijke arrondissementen van het koninkrijk te vervolgen en dat elke eenheid van de afdeling strafvordering niet over magistraten van de twee taalstelsels kan beschikken.

Zo mag een magistraat, die wettelijk tweetalig is, en die een dossier in onderzoek, in een bijzonder domein behandelt, dit dossier niet op de zittingen verdedigen wanneer het dossier moet vastgesteld worden in een gerechtelijk arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van zijn diploma. Dus zal een andere federale magistraat, die van dit dossier in onderzoek geen kennis heeft, moeten vorderen en het dossier dus volledig instuderen. In het gerechtelijk arrondissement Brussel daarentegen wordt deze praktijk aanvaard.



Aanbeveling



Een wijziging van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken zou moeten overwogen worden om federale magistraten, die het bewijs van de kennis van de andere landstaal geleverd hebben, in staat te stellen te zetelen op zittingen in een gerechtelijk arrondissement met een ander taalstelsel dan dat van hun diploma, of in het gerechtelijk arrondissement Brussel op de zittingen met een ander taalstelsel dan dat van hun diploma.
b. moeilijkheden bij de aanwerving

Er werd reeds vermeld dat de plaats van een federale magistraat die het bewijs moet leveren van de kennis van de Duitse taal tot op vandaag, bij gebrek aan kandidaat, niet ingevuld werd.


Mocht een procedure exclusief in het Duits worden gevoerd, kan men steeds het artikel 144bis, §3 van het gerechtelijk wetboek toepassen dat voorziet in procedures van delegatie of detachering.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina