Verslag van de verenigde vergadering op 26 september 2013



Dovnload 139.4 Kb.
Pagina1/3
Datum23.08.2016
Grootte139.4 Kb.
  1   2   3



VERSLAG VAN DE VERENIGDE VERGADERING OP 26 SEPTEMBER 2013




VV: 21 november 2013

Aanwezig: mevrouw mr. A.W. Bom-Lemstra, waarnemend voorzitter;

de heren A. van den Berg, J.W.A. van Olphen, A.G. Wiegman en mevrouw I.J.A. ter Woorst, hoogheemraden;

mevrouw M. Ammerlaan-Romeyn, de heren J.M. Batist, J.B. van den Berg, mr. P. van den Berg, drs. B. Canton, dr. ir. G.P.J. Dijkema, mevrouw N.J. Dijkshoorn-van Dijk, de heer P. van der Ende, mevrouw drs. J. Engels, mevrouw drs. M.J. Hilders, de heren ir. L.P.I.M. Hombergen, J. de Jong, C. Kuijvenhoven RA, dr.ir. A.J. Middendorp, drs. L.W. Nanninga, J.Th. Overmeer (later), drs. A.P. Ranner, R. Reijn, ir. J.A.A.M. van Rossum, mevrouw dr.ir. M.P.M. Ruijgh-van der Ploeg, de heren drs. M. Smits, B.E. van der Velde en ir. G.A. van der Wedden, hoofdingelanden;

de heer H.M.J. Hoogweg, griffier.


Afwezig: de heren mr. M.A.P. van Haersma Buma, voorzitter, de heer J. de Hoog en mevrouw drs. A.C.J. Jans RC, hoofdingelanden en mr.drs. P.I.M. van den Wijngaart, secretaris.

Opening
De voorzitter opent om 09.00 uur de vergadering.
01. Vaststelling agenda
De heer Van der Velde vraagt om het ingekomen stuk onder nr. 07.08 (motie van het waterschap Friesland over de hoogte van het salaris van de directeur van de Waterschapsbank) in de commissie BOB te bespreken. Ook vraagt hij het college een reactie op deze motie voor te bereiden. De voorzitter zegt het eerste onderdeel toe en neemt het laatste in overweging

De heer Middendorp verzoekt om bespreking in de commissie Waterkwaliteit van het ingekomen stuk onder nr. 07.06 (brief van de staatssecretaris I&M aan de Tweede Kamer over geneesmiddelen in drinkwater en milieu). De voorzitter zegt dat toe.


De agenda wordt vastgesteld.
02. Notulen VV d.d. 20 juni 2013
Deze notulen worden ongewijzigd vastgesteld.
03. Mededelingen
Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Jans en de heren Van Haersma Buma en De Hoog.

Er lopen gesprekken, onder leiding van een mediator, over de wens van Delfland om uit de gemeenschappelijke regeling wateronttrekking DSM te treden. Het college bereidt een uitvoerige informatiebrief aan de VV voor, opdat de VV er in de komende commissievergaderingen over kan spreken.

Op 1 oktober 2013 is er in de gemeente Westland een openbare raadsbijeenkomst, waarbij ingegaan wordt met betrekking tot de verdere ontwikkeling van de samenwerking tussen deze gemeente en Delfland. Dit is geen gezamenlijke bijeenkomst in het kader van het samenwerkingsproces en VV-leden hoeven dus niet per se naar deze bijeenkomst te gaan. Ze zijn overigens op zichzelf altijd welkom op dit soort bijeenkomsten.
De mededelingen worden voor kennisgeving aangenomen.
04. Insprekers
Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt.
05. Vragenrondje
Vragen van de PvdA-fractie over nieuwe aanbestedingsbeleid van Delfland
De heer Hombergen herinnert eraan dat bij de stukken van de VV-vergadering in april 2013 ook een stuk over het nieuwe aanbestedingsbeleid van Delfland zat. Dat stuk leek redelijk volledig (het moest nog op een enkel punt worden uitgewerkt), maar de PvdA-fractie heeft er ondanks dat een aantal schriftelijke vragen over ingediend.

Het aanbestedingsbeleid moet opnieuw worden geformuleerd nu er een nieuwe aanbestedingswet is, die overheidsorganisaties verplicht om niet alleen te letten op de laagste prijs, maar ook kwaliteitsaspecten in de afweging mee te nemen. Daarmee is er een variabele gekomen in het keuzeproces van Delfland en die vergt een financiële bandbreedte en een methodiek. Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen hierover bleek dat er nog veel ontwikkeld moet worden en daarom stelt de PvdA-fractie vandaag mondelinge vragen:

- Delfland moet nu al aanbesteden op prijs en kwaliteit en er moet dus worden bezien op welke kwaliteitsaspecten er zal worden gestuurd. Welk tijdpad heeft het college daarbij voor ogen?

- Hoe wil het college de VV hierbij betrekken? Worden social return, duurzaamheid en innovatie belangrijk gevonden? Op die punten zal de VV enige sturing moeten geven, ongeacht de vraag wat de financiële bandbreedte is.

- Welke financiële ruimte, bovenop de laagste prijs, heeft het college hierbij voor ogen? Hoe wordt er de komende tijd, totdat het beleid is vastgesteld, te werk gegaan?

- In de beantwoording van de schriftelijke vragen heeft het college aangegeven dat het hierover in de Burap rapporteert. De rapportage in de Burap II 2013 is nogal mager en de PvdA-fractie dringt er dan ook op aan hier in de volgende Burap dieper op in te gaan.


De voorzitter antwoordt dat in verband met de inwerkingtreding van de vernieuwde aanbestedingswet, per 1 april 2013, door een aantal waterschappen in Unie-verband een inkoop- en aanbestedingsbeleid is opgesteld, conform het uniforme beleid binnen de Unie. Door dit beleid en de samenwerking tussen de waterschappen wordt de uniformiteit naar de markt toe bevorderd. Delfland is dan ook volop bezig om de initiatieven tot samenwerking met andere waterschappen op inkoopgebied vorm te geven. Het geactualiseerde inkoop- en aanbestedingsbeleid is van start gegaan en vormt een randvoorwaarde voor de samenwerking met andere waterschappen. Er zullen de komende tijd nog vele onderwerpen opgestart en geconcretiseerd moeten worden, waarbij ook de te kiezen systematiek, de kwaliteitsaspecten en dergelijke worden betrokken.

In uitzonderingsgevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van het inkoop- en aanbestedingsbeleid. Van zo'n uitzonderingsgeval is bijvoorbeeld sprake als afwijking strikt noodzakelijk is in verband met dwingende spoed, er een situatie is waarbij maar één opdrachtnemer in aanmerking komt, bijvoorbeeld omdat deze beschikt over een alleenrecht, een octrooi- of auteursrecht, of specifieke technische of artistieke kwaliteiten, of wanneer er sprake is van wettelijk gedwongen winkelnering.

Op basis van de omvang van de opdracht hanteert Delfland in beginsel bepaalde drempelbedragen bij de keuze van een inkoop- of aanbestedingsprocedure voor het leveren van werken, leveringen en diensten. Bij werken is het drempelbedrag € 150.000 bij enkelvoudige aanbesteding en varieert het bij meervoudige aanbestedingen van € 150.000 tot € 1,5 miljoen, bij nationale aanbestedingen van € 1,5 miljoen tot € 5 miljoen en bij Europese aanbestedingen vanaf €5 miljoen. Bij leveringen varieert het drempelbedrag in de vier genoemde categorieën van € 50.000 tot € 200.000, en bij diensten zijn de drempelbedragen € 50.000 bij enkelvoudige aanbesteding, € 50.000 tot € 200.000 bij meervoudige aanbesteding en vanaf € 200.000 bij Europese aanbesteding.

Op de website van Delfland staat al een verwijzing naar TenderNed. Marktpartijen kunnen zich op TenderNed registreren en kunnen hierdoor op de hoogte zijn van alle relevante aanbestedingen en informatie. Als deze gegevens ook op de website van Delfland zouden worden bijgehouden, zou dat de administratieve lasten bij Delfland en de marktpartijen verhogen en is er het risico van vervuiling van de gegevens.

Rapportage over de effecten van het inkoopbeleid vindt plaats via de rapportages die binnen de planning- en controlcyclus worden opgesteld.

Het inkoopbeleid wordt op dit moment verder uitgewerkt in een inkoophandboek, dat wordt aangevuld met noodzakelijke formats. De vaststelling hiervan vindt naar verwachting plaats in januari 2014. Na besluitvorming over aanpassing van het inkoopbeleid wordt de VV geïnformeerd. Verder is de VV betrokken bij de uitgangspunten die in het kader van de planning- en controlcyclus en bij investeringsbeslissingen aan de orde komen.

In 2014 wordt gewerkt aan het inkoopactieplan, waarin structurele verbeteringen in de uitvoering van het inkoopbeleid worden opgenomen. Het streven is erop gericht om te komen tot inkoopjaarplannen, per programma of per sector. Wat verder in de toekomst zullen in het Waterbeheerplan 5 en het programma organisatie meer strategische doelen van het inkoopbeleid worden geformuleerd.
De heer Hombergen stelt vast dat de voorzitter veel heeft gezegd over het toe te passen instrumentarium, maar zijn vragen waren vooral gericht op de bandbreedtes en de doelen die Delfland daarbij voor ogen heeft en op de manier waarop de VV erbij betrokken wordt. Hij heeft begrepen dat in 2014 het inkoopbeleid uitgekristalliseerd moet zijn, maar hem is nog niet duidelijk of de VV ook in dit proces wordt betrokken, dan wel alleen aan het einde van het proces wordt geïnformeerd.
De voorzitter heeft aangegeven dat na 2014 de doelen van het inkoopbeleid verder worden aangescherpt, in het kader van het proces van het Waterbeheerplan 5. Daar wordt de VV zeker bij betrokken en datzelfde geldt voor het planning- en controlproces, zodat er op verschillende momenten in een jaar een betrokkenheid van de VV is. Er zal dan ook volop gelegenheid zijn om met elkaar in discussie te treden over onder andere de doelstellingen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid. De heer Hombergen vindt harmonisatie in Unie-verband positief als het gaat om methodieken, maar net zoals het geval is met de tarieven, zal Delfland ook eigen doelen op inkoopbeleid moeten vaststellen. Het is niet per se nodig om op die punten te harmoniseren met andere waterschappen, het is aan de VV om te bepalen of ze doelen als duurzaamheid, social return en innovatie belangrijk vindt. De voorzitter heeft ook niet iets anders gezegd en gaat ervan uit dat de gehele VV zich aansluit bij deze opmerking van de heer Hombergen.
Vragen van de fractie van de Partij voor de Dieren over de palingstand
De heer Canton wijst erop dat de afgelopen 30 jaar het aantal palingen met 95 tot 99% is afgenomen. De paling heeft op de internationale rode lijst nu de status van "ernstig bedreigd", waarmee de paling qua status vergelijkbaar is met de berggorilla, de tijger en de panda. Maatregelen zijn dan ook hard nodig en niet alleen de Partij voor de Dieren en de wetenschappers bij het ICES die jaarlijks advies uitbrengen over de palingstand vinden dat, maar ook het Europees Parlement ziet de ernst van de situatie in. Oorzaken van de teloorgang van de paling zijn onder meer overbevissing, vervuiling, obstakels in rivieren tijdens de trek, veranderde zeestromingen en illegale vangst.

Op 11 september 2013 heeft het Europees Parlement besloten over maatregelen om de palingstand in Europa te verbeteren. Daartoe werd een resolutie aangenomen, met 427 stemmen voor en 249 tegen, die onder meer oproept om voor 31 oktober 2013 alle nationale maatregelen ten bate van de paling in kaart te brengen. Hierbij moet de nadruk liggen op de vraag, hoe die maatregelen in de praktijk bijdragen aan een groei van de populatie van de paling. Daarnaast worden in de resolutie de lidstaten verzocht om vaker te rapporteren over de palingstand en de maatregelen om de palingstand te bevorderen. Lidstaten die niet of niet op tijd rapporteren, zouden hun palingvangsten moeten halveren. Een meerderheid van het Europees Parlement vraagt EU-commissaris Damanaki van Visserij nu reeds om aanvullende maatregelen. Eén van deze maatregelen is het verder inperken van de palingvangst.

Een organisatie van beroepsvissers, palinghandelaren en viskwekers (genaamd DUPAN) heeft drie dagen na het aannemen van deze resolutie een persbericht uitgegeven, waarin DUPAN zegt blij te zijn met de uitkomsten van het debat in het Europees Parlement en stelt dat visserijbeperking niet langer wordt gezien als de oplossing. Dit sluit niet aan bij de verzoeken van de meerderheid van het Europees Parlement in de resolutie, waarin om meer en extra maatregelen ten aanzien van visserij wordt gevraagd. Ondanks deze vreemde communicatie van DUPAN werkt de Unie van Waterschappen met deze stichting en een aantal andere partijen samen in het project Paling over de dijk. Met dit project worden op 25 locaties, verspreid over Nederland, volwassen palingen over de dijk gezet.

Naar aanleiding hiervan stelt de heer Canton een aantal vragen:

- Is het college op de hoogte van de Europese resolutie over paling van 11 september 2013?

- Op welke wijze speelt Delfland een rol in het uitvoeren van de Europese resolutie die uiteindelijk ook Nederland tot actie oproept?

- Is het college op de hoogte van het project Paling over de dijk? Op welke wijze neemt

Delfland deel aan dit project?

- Hoe beoordeelt het college het overzetten van paling? Acht het college dat, samen met het tegengaan van stroperij, een afdoende oplossing voor de problemen met de palingstand, ook als er geen andere aanvullende maatregelen worden getroffen? Zo ja, waarom vindt het college dit dan?

- Deelt het college de mening dat het minder wegvissen van palingen door visbeperkingen één van de nuttige of mogelijk zelfs één van de noodzakelijke maatregelen is om de palingstand te verbeteren? Zo ja, op welke wijze probeert Delfland het vissen op paling te beperken?

- In 2009 heeft het college bij monde van mevrouw Ter Woorst toegezegd, het verzoek om te stoppen met het serveren van paling mee te nemen bij het ontwikkelen van een duurzaamheidsbeleid. Voor zover de heer Canton weet, is inmiddels een duurzaamheidsbeleid vastgesteld. Zijn vraag is dan: Wordt er nog paling geserveerd door of in opdracht van Delfland en zo ja, is het college bereid om alternatieven te overwegen?
Mevrouw Ter Woorst zegt dat ambtelijke medewerkers zich al op de hoogte hebben gesteld van de achtergronden van de resolutie van het Europees Parlement, en het college hierover nader zullen informeren.

Het Europees Parlement wil dat de Europese Commissie voor 31 oktober 2013 alle nationale maatregelen om de palingstand te verbeteren in kaart brengt. Bovendien wil het parlement dat lidstaten worden verplicht om vaker te rapporteren over nationale maatregelen ten behoeve van de paling. Verwacht wordt dat het ministerie van Economische Zaken de Unie van Waterschappen of individuele waterschappen gaat benaderen om hier een bijdrage aan te leveren. In dat geval kan Delfland aangeven dat het goed bezig is met de uitvoering van tal van maatregelen die bij kunnen dragen aan het verbeteren van de aalstand, zoals het verbeteren van de connectiviteit van het watersysteem door vismigratievoorzieningen, verbetering van de structuur van het watersysteem door aanleg van natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen, verbetering van de chemische waterkwaliteit en het verbeteren van het beleid door middel van de nota Vis en rekeninghouden met vismigratie bij de aanpassing van gemalen of nieuwe gemalen in het kader van het programma Voldoende water.

Het college is op de hoogte van het project Paling over de dijk. Delfland heeft het gemaal Van der Burg in april 2013 aangemeld voor dit project, maar deze locatie is afgevallen omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden uit de nieuwe beleidsregel Ontheffing overzetten aal, die op 22 juli 2013 in de Staatscourant is gepubliceerd. Daardoor neemt Delfland, strikt genomen, niet deel aan het project Paling over de dijk. Het college vindt het overzetten van paling overigens geen duurzame structurele maatregel, maar ziet het wel als een mogelijke tijdelijke maatregel totdat een definitieve maatregel is genomen, zijnde het oplossen van migratieknelpunten. Zoals bekend, zet het college vooral in op duurzame structurele maatregelen om vismigratieknelpunten op te lossen.

Mede op basis van de evaluatie uit 2012 van het Nederlandse aalbeheerplan is het college van mening, dat het minder wegvissen van paling door visbeperkingen een nuttige maatregel kan zijn. Delfland heeft bij de actualisatie in 2011 van de huurovereenkomsten visrecht aan de sportvisserij ook alleen het schubvisrecht uitgegeven, dus niet het aalvisrecht. Verder is bij de actualisatie van de huurovereenkomst met de beroepsvisser het aalvisrecht alleen uitgegeven voor de wateren waar de beroepsvisser al aalvisrecht had. In de integrale nota Vis is opgenomen, dat de vrijliggende (waar nu dus geen huurovereenkomst of schriftelijke toestemming geldt) en na ontbinding van een huurovereenkomst vrijvallende aalvisrechten door Delfland niet opnieuw worden verhuurd, ter bescherming van de aalstand.

Er wordt door Delfland geen paling meer geserveerd.

De VV-leden krijgen, ter informatie, de resolutie van het Europees Parlement toegezonden.


De heer Nanninga wijst erop dat dit jaar tienduizenden glasalen het gemaal Schoute hebben kunnen passeren.
De heer Canton heeft in de beantwoording een aantal punten gehoord die voor hem nieuw waren en die hem positief stemmen. Hij nodigt de VV-leden uit om na afloop van de vergadering een toastje met palingvriendelijke tonijn te gaan eten.
De heer Middendorp is verheugd dat Delfland dit onderwerp proactief oppakt. Hij vraagt waarom juist het gemaal Van der Burg (dat toch het nieuwste gemaal van Delfland is) niet in aanmerking komt voor het project Paling over de dijk.
De heer Dijkema is benieuwd wat er in de resolutie van het Europees Parlement staat over het vissen op glasaal, dat op grote schaal door Spaanse vissers wordt gedaan.
Mevrouw Ter Woorst weet op dit moment niet precies waarom het gemaal Van der Burg niet voldoet aan de beleidsregel Ontheffing overzetten aal. Zij beaamt dat door de al genomen maatregelen nu jaarlijks tienduizenden glasalen gemalen passeren.
De heer Nanninga zegt dat er bij onderzoek ter plaatse van het gemaal Van der Burg is gebleken, dat er vrijwel geen aal aanwezig was.
06. Stukken ter kennisname
De stukken onder de nrs. 06.01 t/m 06.06 worden voor kennisgeving aangenomen.
07. Ingekomen stukken
De heer Dijkema vraagt om het ingekomen stuk onder nr. 07.20 (proces herziening provinciale structuurvisie) door te geleiden naar de commissie Waterveiligheid. De voorzitter zegt dat toe.
De stukken onder de nrs. 07.01 t/m 07.05, 07.07, 07.09 t/m 07.16, 07.19, 07.23 en 07.24 worden voor kennisgeving aangenomen. De stukken onder de nrs. 07.06, 07.08 en 07.20 worden doorgeleid naar de betrokken commissies.
Bespreekstukken
B.02. Kostentoedelingsverordening watersysteemheffing Delfland 2014
De heer Smits stelt vast dat het definitieve voorstel een compromis is. Hij heeft er waardering voor dat het college steeds vaker overlegt met en luistert naar de VV, om daarna een definitief voorstel te formuleren. Er is terecht gelet op de hoogte van de tarieven voor de burgers, nu de lastendruk voor de burgers inmiddels hoog is geworden en het ernaar uitziet dat die druk door maatregelen op nationaal niveau waarschijnlijk alleen maar hoger zal worden. Dat is des te meer reden om dit punt in het oog te blijven houden. Ook wordt met het voorstel in behoorlijke mate de weeffout gecorrigeerd, die vooral gevolgen had voor de groene sector. Bovendien is de rekening hiervan niet geheel ten laste van de sector gebouwd gebracht. Het is een goed uitgewogen compromis geworden, waar zijn fractie van harte mee instemt.

Hierna merkt hij nog op dat overheidsorganisaties, waaronder dus ook waterschappen, de tucht van de markt missen, zoals bedrijven die nu wel ervaren. Een waterschap kan immers altijd de rekening doorschuiven naar de burger. Delfland hoort daar goed op te letten, en moet kritisch blijven nagaan hoe de organisatie functioneert. Het enige jaren geleden genomen besluit om kritisch naar de organisatie te kijken mag dus geen eenmalige actie blijven, en de CDA-fractie zal dit mede betrekken in de beoordeling van de komende begroting.


De heer P. van den Berg staat niet zonder meer te juichen bij het voorliggende voorstel, want consequentie van verlaging van het aandeel ingezetenen naar 57% is, dat bedrijven ruim 10% méér watersysteemheffing moeten betalen. Alles wegende kan zijn fractie echter wel leven met het voorstel.
Mevrouw Hilders is het zeer eens met het voorstel om het aandeel ingezetenen te verlagen, ingezetenen krijgen al genoeg te maken met andere lastenstijgingen en belastingverhogingen. Het lijkt haar daarom terecht om na 2015, in een volgende VV, te bezien of het aandeel ingezetenen verder kan worden verlaagd. Zij maakt zich wel enige zorgen over de gevolgen van het voorstel voor het weerstandsvermogen. Hoe kijkt het college daar tegenaan?
Ook de fractie van de heer Dijkema is tevreden met het bereikte compromis. Delfland lijkt soms een soort supertanker die alleen langzaam van koers kan veranderen, maar de koersverandering is nu toch op stoom aan het komen en volgend jaar zullen, voor de eerste keer, de lasten voor de burger niet stijgen. De VV en de organisatie hebben zich daar de afgelopen jaren ook voor ingespannen. Tevreden is de fractie eveneens met het handhaven van de mogelijkheid van kwijtschelding, ook voor ondernemers/zzp-ers die uit hun bedrijf maar een beperkt inkomen krijgen.

Daarnaast blijft de fractie steun geven aan het zoveel mogelijk repareren van de weeffout. De functie van het open gebied Midden-Delfland, zowel voor de waterkwaliteit en recreatieve mogelijkheden als voor agrarische activiteiten, vindt de fractie zeer belangrijk.


De heer Van der Velde zegt dat ook Water Natuurlijk enige gemengde gevoelens heeft over het op zichzelf weloverwogen voorstel van het college. De daling van het aandeel ingezetenen maar 57% ziet de fractie als een opmaat voor de discussie over twee jaar. In dit verband wijst hij op de uitvoerige discussie die in het waterschap Salland is gevoerd over een voorstel tot verhoging van het aandeel ingezetenen van 35 naar 37%, een voorstel dat het overigens niet heeft gehaald. Verder realiseert hij zich ook, dat waterschappen onderling niet goed te vergelijken zijn.

Op zichzelf voelt de fractie niet voor een vorm van koppelverkoop, voorstellen horen apart beoordeeld te kunnen worden. Anderzijds is de kwijtscheldingsregeling nu weer voor twee jaar gewaarborgd en dat kan nog net door de beugel. Al met al stemt Water Natuurlijk in met het voorstel.


Ook de fractie van mevrouw Ammerlaan kan instemmen met het voorstel, zijnde het resultaat van onderhandelingen binnen de coalitie. In 2009 steeg, door de sterke waardestijging van bouwgronden en wegen, het tarief voor de categorie ongebouwd fors, namelijk met circa 80%. De nu doorgevoerde actualisatie heeft geleid tot een relatief lagere waarde van bouwgronden, waardoor ondanks de jaarlijkse stijging van het kostenaandeel het tarief voor ongebouwd toch gaat dalen.

De huidige tariefdifferentiatie blijft gehandhaafd, maar dat is geen oplossing voor de weeffout. De fractie Ongebouwd stelt het dan ook op prijs, dat de PvdA-fractie steun blijft geven aan het streven naar het wegnemen van deze fout.

Terecht is opgemerkt dat waterschappen onderling niet goed te vergelijken zijn. Alleen al qua inwoneraantal wijkt Delfland sterk af van veel andere waterschappen. De heer Canton vraagt of dit betekent dat inwoners van Delfland een hoger percentage moeten betalen omdat Delfland nu eenmaal veel inwoners heeft. Mevrouw Ammerlaan wijst erop dat het inwoneraantal één van de factoren is bij het vaststelling van de kostentoedeling.
De heer Canton beschouwt de nu voorgestelde wijzigingen in de percentages als gerommel in de marge. De portefeuillehouder heeft regelmatig aangegeven dat grotendeels de glastuinbouw en de landbouwsector in brede zin het water gebruiken en vervuilen, maar toch betaalt de categorie ongebouwd nu 4,9%, terwijl dat volgend jaar 4,06% wordt, een belachelijk laag percentage dus. De PvdD weet dat het nu wettelijk niet mogelijk is om het aandeel ingezetenen in de richting van 4,06% te krijgen en het aandeel ongebouwd in de richting van 60%, maar roept het college toch op om daar op landelijk niveau voor te lobbyen. Daarmee krijgen de echte vervuilers de rekening.

Het verbaast de heer Canton dat zoveel fracties zo positief zijn over het voorstel. De PvdA-fractie steunde in de commissie de VVD-fractie in haar stelling dat een extra bijdrage voor glastuinbouw interessant zou zijn en zou dat zelfs breder willen trekken. Ook verbaast het hem dat de fractie Gebouwd instemt met de stijging van het aandeel gebouwd, waardoor zzp-ers die in financieel zwaar weer zitten, meer moeten gaan betalen, terwijl de zzp-ers vorig jaar naar aanleiding van opmerkingen van de PvdD en van Gebouwd zijn geholpen door ze in aanmerking te laten komen voor de kwijtscheldingsregeling. De Partij voor de Dieren kan dan ook niet instemmen met het voorstel.

Mevrouw Hilders kondigt aan dat haar fractie bij agendapunt B.12 zal voorstellen om prijsbeleid in te voeren zoals dat is voorgeschreven in de Kaderrichtlijn Water. De heer Dijkema wijst erop dat de heer Canton zojuist concépt-notulen aanhaalde.
De heer Van der Wedden merkt op dat Delfland op grond van de Waterwet aan de categorie ingezetenen tussen de 41% en de 50% van de kosten kan toerekenen. Een waterschap heeft de vrijheid om binnen deze bandbreedte het precieze percentage voor de ingezetenen te bepalen. Bovendien kunnen de grenspercentages door de VV met 10 procentpunten worden opgehoogd, als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Zo'n omstandigheid was er in 2008. In Delfland had de categorie ingezetenen toen een aandeel van 50% en zouden agrarische bedrijven door de weeffout onevenredig veel meer watersysteemheffing moeten gaan betalen. Om de categorie ongebouwd tegemoet te komen en een eerlijker tarief te laten betalen, is toen na veel discussie in de VV het percentage voor ingezetenen op 60 gezet. Een neveneffect was, dat ook bedrijven minder gingen betalen.

Inmiddels is er een einde gekomen aan de bijzondere omstandigheid van destijds, want door de minister is een manier gevonden om het tarief voor ongebouwd flink lager te stellen, en meer aan de wegen toe te rekenen. Met het oog hierop kan volgens de AWP Delfland het percentage voor ingezetenen terug naar 50, maar het college stelt voor om dit percentage op 57 te stellen. Is er dan nog sprake van een bijzondere omstandigheid die rechtvaardigt dat het maximale percentage voor ingezetenen nog steeds 7 procentpunten hoger moet worden gesteld? Zo nee, wat zijn dan de bestuurlijke argumenten en afwegingen om dit voor te stellen? Mevrouw Ammerlaan wijst erop dat de bijzondere omstandigheid van destijds er nog steeds is. De wegen zijn immers nog steeds onderdeel van de categorie ongebouwd en daar zit het probleem: als een weg wordt aangelegd en de waarde stijgt, heeft dat direct invloed op het tarief voor ongebouwd. Voor de heer Van der Wedden is dat geen reden om nu het aandeel voor ongebouwd te verlagen. Deze categorie is al vijf jaar lang tegemoet gekomen en er is nu een oplossing gevonden in de vorm van een verschuiving binnen deze categorie. Voor de AWP Delfland is dat genoeg. Mevrouw Dijkshoorn zegt dat het punt is dat de waarde van de grond is gedaald, daardoor daalt het tarief voor agrariërs.


Mevrouw Ruijgh stemt in met het voorstel en maakt de coalitie een compliment voor de inspanningen die zijn gepleegd om hiertoe te komen. Er zijn een aantal belangrijke stappen gezet en met het voorstel wordt recht gedaan aan het belang van ingezetenen bij waterbeheer, met daartegenover de plicht om hiervoor te betalen. De percentages agrarisch gebied en natuur zijn binnen Delfland maar zeer klein, terwijl de percentages verhard gebied en infrastructuur en de financiële waarden van verhard gebied en infrastructuur zeer groot zijn. Het gaat volgens haar ook niet zozeer om de mate van vervuiling, maar om ervoor te zorgen dat de waterhuishouding in het gebied van Delfland zodanig is dat er ook gewoond en gewerkt kan worden. Daartoe moet nog steeds zeer veel geïnvesteerd worden en moeten veel investeringen nog afbetaald worden. De economische waarde van landbouwgrond speelt in dat geheel maar een kleine rol. Ook als Delfland geen landbouw en geen natuur zou hebben, zou nog steeds een goede waterhuishouding nodig zijn en zouden de kosten daarvan drukken op alle ingezetenen en bedrijven. Het is dan ook volslagen logisch dat het aandeel ingezetenen zit in de categorie van 40 tot 50%, met een opslagmogelijkheid tot 60%.
(De heer Overmeer komt ter vergadering.)
De heer Wiegman merkt eerst op dat het systeem dat Delfland hanteert, indertijd op rijksniveau in een wet is vastgelegd. Een aantal jaren geleden is via de Unie van Waterschappen bij het ministerie de vraag neergelegd of de systematiek niet herzien zou moeten worden, maar de minister heeft toen besloten om daar op korte termijn niet toe over te gaan. Het is mogelijk dat er de komende jaren een verandering in de systematiek wordt doorgevoerd, maar op dit moment hebben de waterschappen dus nog te maken met een wettelijk vastgelegd systeem, waarin ook een aantal bandbreedten zijn aangegeven. De opslagmogelijkheid van 10 procentpunten bij de categorie ingezetenen is gebaseerd op het inwoneraantal en Delfland heeft in vergelijking met veel andere waterschappen een groot aantal inwoners en een betrekkelijk klein grondgebied. Delfland moet dan ook veel investeringen plegen om zijn doelstellingen te realiseren.

Met de uiteenlopende opmerkingen vanuit de VV over de toerekening van percentages aan de diverse categorieën heeft het college rekening gehouden bij het opstellen van een evenwichtig voorstel. Ook stelt het college voor om de verdeling te laten gelden voor twee jaar, teneinde de nieuwe VV in de dan geldende samenstelling in staat te stellen eventueel tot wijzigingen te komen. De wet verplicht waterschappen om één keer in de vijf jaar na te gaan of er aanpassingen in de systematiek zouden moeten komen, maar laat waterschappen vrij om dat desgewenst eerder te doen.

Zoals uit de Burap blijkt en zoals ook in de komende begroting naar voren zal komen, kijkt het college steeds zeer kritisch naar de uitgaven en dus ook naar de kosten die bij de burgers in rekening worden gebracht. In dat verband kan de heer Wiegman de opmerkingen van de kant van de fractie Gebouwd goed begrijpen. Het terugbrengen van het aandeel ingezetenen van 60 naar 50% zou overigens tot een nog veel hogere kostenstijging voor bedrijven hebben geleid.

Het college heeft er bewust voor gekozen om voor alleenstaanden in een huurwoning de tariefstijging op nagenoeg nul te houden. Als gevolg hiervan gaan meerpersoonshuishoudens wat meer betalen.

In de waterschappen die al een besluit hebben genomen over de kostentoedeling, is het aandeel ingezetenen verhoogd, dan wel op hetzelfde niveau gebleven. Delfland is tot nu toe het enige waterschap waar een voorstel voorligt om dit aandeel te verlagen.

Volgens het college is het een verantwoorde keuze om voor de categorie ingezetenen een opslag boven de 50% te blijven hanteren. Ook bij de vaststelling van de huidige verordening, in 2009, is dit punt uitvoerig in de VV aan de orde geweest, en heeft een groot deel van de VV (of misschien zelfs de volledige VV) ermee ingestemd. Mevrouw Engels zegt dat vijf jaar geleden een behoorlijk aantal VV-leden tegen de opslag naar 60% heeft gestemd. Er was toen niet zoveel verschil tussen de meerderheid en de minderheid. De heer Wiegman gaat ervan uit dat dit klopt en dat hij het zich niet meer helemaal goed herinnert.

Verder antwoordt hij dat bij de actualisatie van de kostentoedelingsverordening inderdaad is geconstateerd dat de waarde van gronden aanzienlijk is teruggelopen. Dat heeft geleid tot een daling van het aandeel voor de categorie ongebouwd.

Hij gaat ervan uit dat in de aanloop naar de verkiezingen in 2005 de diverse partijen weer zullen spreken over de kostenverdeling. Daarna zal de nieuwgekozen VV wellicht tot een andere verdeelsleutel komen.


Mevrouw Hilders heeft nog geen antwoord gehoord op haar vraag over de consequenties van het voorstel voor het weerstandsvermogen.
De heer Dijkema dankt mevrouw Ruijgh voor de aan de coalitie gegeven complimenten.
Het spijt de heer Canton zeer dat zijn voorstel om een oproep aan de landelijke politiek te richten, niet is overgenomen, al begrijpt hij wel waarom de PvdA-hoogheemraad niet is ingegaan op dit voorstel: de PvdA wil liever de landbouwsector in Delfland helpen dan de middenklasse ondersteunen. Overigens noemde de hoogheemraad ook de komende verkiezingen en als de huidige peilingen bewaarheid worden, krijgt de PvdA in de Tweede Kamer slechts zes zetels meer dan de PvdD. Gezien dit soort opstellingen van PvdA-zijde verbaast dat de heer Canton niet.
De heer Van der Wedden heeft van de hoogheemraad gehoord dat ervoor is gekozen om de nieuwe verordening maar voor twee jaar te laten gelden, om de nieuwe VV in staat te stellen een nieuwe afweging te maken. De VV hoort vandaag een afweging te maken en zich niet bezig te houden met rommelen in de marge, zoals de heer Canton in eerste termijn zei. Het maakt de heer Van der Wedden ook niet uit hoe groot de meerderheid of de minderheid in 2009 was, van belang is wat de VV op dit moment vindt en wil. In dat verband wijst hij erop dat ook na het aanvaarden van het voorstel Delfland nog steeds de hoogste tarieven van Nederland heeft. Tegen alle verzoeken in van inliggende gemeenten heeft Delfland jaar in jaar uit de tarieven laten stijgen. Vijf jaar geleden zijn de ingezetenen solidair geweest met ongebouwd, waar bedrijven van meeprofiteerden en nu is het volgens hem tijd dat ongebouwd en bedrijven solidair zijn met de ingezetenen. Hij begrijpt dat daar in de VV geen draagvlak voor is, indiening van een amendement heeft dan ook geen zin. De AWP Delfland zal tegen het voorstel van de coalitie stemmen.
De heer Wiegman herinnert aan de motie-Dijkema van destijds over het weerstandsvermogen, waarin is aangegeven dat in 2018 dit vermogen weer positief zou moeten zijn. Daarnaast zou in 2014 de exploitatie weer positief moeten zijn. Het beleid van het college is daar nog steeds op gericht.

Verder merkt hij op dat het voorliggende voorstel uiteraard in het openbaar bekend is gemaakt, waardoor iedereen er kennis van kon nemen. In Delfland zijn er 480.000 huishoudens, 40.000 bedrijven en 14 gemeenten, en van hen is er geen enkele reactie gekomen op het voorstel. De heer Van der Wedden wijst erop dat de VV-leden zijn gekozen om deze huishoudens, bedrijven en gemeenten te vertegenwoordigen. Het kan hem dan ook niet schelen hoeveel zienswijzen er al dan niet zijn ingediend. De heer Wiegman let niet alleen op de standpunten die het algemeen bestuur van Delfland inneemt, maar ook op signalen uit de buitenwereld. Over het voorstel dat nu aan de orde is, zijn er geen signalen gekomen. De heer Van der Wedden betoogt dat de heer Wiegman zich jarenlang niets heeft aangetrokken van signalen die wél kwamen, onder andere verzoeken van gemeenten om de tarieven niet verder te laten stijgen. De heer Wiegman bestrijdt dat. In de al genoemde motie-Dijkema is opgenomen dat gedurende een aantal jaren de zuiveringsheffing met 10% zou stijgen en de systeemheffing met 8,5% en het college heeft zich er vervolgens samen met de organisatie zeer voor ingespannen om op lagere percentages uit te komen. Op dit moment ziet het ernaar uit dat in 2014 wordt uitgekomen op een verhoging van 3% voor de systeemheffing en 4% voor de zuiveringsheffing en ook in 2013 is een lager tarief in rekening gebracht dan waar in de motie-Dijkema van uitgegaan werd. Het college heeft dus wel degelijk geluisterd naar signalen van buiten en luistert daar nog steeds naar, maar het voorstel voor een nieuwe verdelingsmethodiek is voor de buitenwereld geen aanleiding geweest om een reactie te geven.


De Verenigde Vergadering besluit bij handopsteken conform het voorstel, waarbij de voorzitter constateert dat de fracties van de AWP Delfland en de Partij voor de Dieren ertegen hebben gestemd.

  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina