Verslag van een notaoverleg



Dovnload 387.34 Kb.
Pagina1/11
Datum17.08.2016
Grootte387.34 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG


De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu<1> heeft op 14 november 2011 overleg gevoerd met minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en Milieu over Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,

Snijder-Hazelhoff


De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,

Sneep


**
Voorzitter: Koolmees
Aanwezig zijn 10 leden van de Kamer, te weten:

Dijksma, Jacobi, Houwers, Van Bemmel, Jansen, De Rouwe, Dijkgraaf, Verhoeven, Van Gent en Koolmees,


en minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en Milieu, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.
Aan de orde is de behandeling van:

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 14 juni 2011 met de aanbieding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (32660, nr. 17);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 7 november 2011 met de beantwoording van schriftelijke vragen inzake de ontwerpstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (32660, nr. 19);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 3 oktober 2010 ter aanbieding van het onderzoek "Financiële effecten crisis bij gemeentelijke grondbedrijven, Update 2011" (27581, nr. 41).
De voorzitter: Hartelijk welkom aan de minister en haar ambtenaren, aan de mensen in de zaal, aan de mensen thuis en natuurlijk aan mijn collega's hier. De spreektijden zijn vastgesteld. Het is de bedoeling dat u vandaag uw eigen inbreng doet en eventuele moties indient. Wij hebben tot 18.00 uur de tijd. Dat is krap, maar alles moet vandaag afgerond worden. Mevrouw Ouwehand is ziek en heeft zich afgemeld voor vandaag. De heer Jansen spreekt vandaag ook namens de ChristenUnie.

**
De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter. Ik spreek namens de ChristenUnie waar ik dat specifiek aangeef. Zij waren heel enthousiast over onze inbreng, maar ik wil toch zo nauwkeurig mogelijk zijn.


De voorzitter: Waarvan akte! In eerste termijn zijn maximaal drie interrupties toegestaan, zodat wij de vaart erin houden en om 18.00 uur klaar zijn.

**
Mevrouw Dijksma (PvdA): Voorzitter. Ik zal samen met mijn collega Lutz Jacobi onze bijdrage aan dit debat verzorgen.

Het idee om infrastructuur en ruimtelijke ordening in een visie te bundelen, ondersteunen wij zeer. Mijn fractie begrijpt dan ook heel goed dat dit kabinet ervoor heeft gekozen om de krachten van ruimtelijke ordening, milieu en infrastructuur te bundelen op een departement. Niet voor niets hebben wij jaren geleden al ervoor gepleit om te komen tot een MIRT in plaats van een MIT. Nederland verdient immers een integrale visie op infrastructuur, ruimtelijke ordening en milieuzaken, juist omdat wij zo weinig oppervlakte hebben, zo veel inwoners en des te meer ambities.

De vraag die nu voorligt, is of deze minister de mogelijkheid die zij heeft om een mooi visioen neer te leggen voor ons Nederland over pakweg 30, 40 jaar ook waarmaakt. Dat is helaas niet gelukt. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gaat veel over structuur, maar ontbeert visie. Een gemiste kans! De PvdA heeft een lange traditie, als het gaat om ruimtelijke ordening. Wij zien een belangrijke rol voor de overheid weggelegd, als het gaat om het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit. Denk daarbij aan de natuur, de nationale landschappen, de stedelijke vernieuwing, de rijkswegen en de waterveiligheid.

De sturingsfilosofie van dit kabinet wordt uitdagend gevat in een slogan: je gaat erover of niet. Onze conclusie is dat deze minister, die goud in handen heeft met haar departement, er vooral voor kiest om er niet over te gaan. Met een ferme nadruk op decentralisatie van verantwoordelijkheden kiepert zij de eigen bijdrage over de heg, waarbij de slogan "zoek het lekker zelf uit" nog het meest op zijn plaats is. Mijn fractie heeft geen principiële bezwaren tegen het verschuiven van meer verantwoordelijkheden naar bijvoorbeeld de provincies, maar wij missen daarbij dan wel een inhoudelijke breed gedragen visie door die verschillende overheidslagen, een visie vanuit de gezamenlijke overheden op de opgaven die ons land te wachten staan. Graag zou ik vooral de manco's van de voorliggende nota in een paar punten langslopen.

Ten eerste. Nieuwe ambities ontbreken. De PvdA zou graag zien dat nieuwe ambities worden opgenomen op het terrein van de ruimtelijke inpassing van zaken zoals een duurzame energievoorziening en gezondheid. Ik noem alleen maar het onderwerp megastallen. Ook de leegstand van kantoren, het klimaat, de samenhang met de Woonvisie van minister Donner en de programmatische aanpak van stikstof en luchtkwaliteit verdienen een ruimtelijke vertaling. Nu het milieu als thema door dit kabinet totaal wordt afgeserveerd, vraag ik mij toch af welke gevolgen dit heeft voor toekomstige mogelijkheden om verder te bouwen. Het klinkt namelijk verleidelijk: niets meer doen dan Brussel van ons vraagt. Maar wat zijn daar nu eigenlijk de consequenties van, zo vraag ik de minister. De Raad van State heeft haar departement immers al eerder op de vingers getikt, toen men zich niet aan alle regels voor de uitstoot van stoffen hield. Dat heeft gewoon geleid tot een stop van de bouw. Eenzelfde voorbeeld betreft de windenergie. Wanneer iedere provincie afzonderlijk zegt "dat is een goed idee, maar volgens de goede oude traditie van NIMBY niet in mijn achtertuin", hebben wij toch een doelstelling die volstrekt onhaalbaar is. Hoe gaat de minister dat voorkomen?

Ten tweede. De regio's komen er bekaaid van af. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de gevolgen van dit kabinetsbeleid voor de regio's. Onomwonden wordt vastgesteld dat de groei in met name de Randstad niet alleen voluit wordt ondersteund, maar waarschijnlijk ook ten koste gaat van bijvoorbeeld de groei in het noorden van ons land. Het is voor mijn fractie onbestaanbaar dat voor een groot probleem als het opvangen van krimp geen euro extra wordt uitgetrokken. De herstructurering van de woningvoorraad en de transformatie van voorzieningen zijn alleen al voor de provincie Groningen becijferd op meer dan 0,5 mld. Dat gaat de financiële spankracht van gemeenten en provincies dus ver te boven. Hier ligt dus een rijksopgave. Wat is het oordeel van de minister? Is zij bereid in de SVIR ruim middelen te reserveren voor de krimpgebieden? Daar komt bovenop dat de huidige keuze voor de mainports en brainports de regio onnodig lijkt te beperken. Ik heb in het verleden onder andere met de ChristenUnie een motie ingediend die door de Kamer volledig is aangenomen over Energy Port. Dat krijgt dan een plekje in de SVIR, maar het is dan allemaal weer zo mager en zuinig dat mijn fractie toch ontevreden is over de uitvoering van die motie. Graag zou ik in de definitieve SVIR een beter verhaal zien van Rijk en provincies samen.

Ten derde de eenzijdige nadruk op mobiliteit. De ambitie om te komen tot een modal shift lijkt eigenlijk met deze nota geheel verloren te gaan. Ook ambities ten aanzien van multimodaliteit of een ambitie op het terrein van het ov zien wij niet terug. Nu anders betalen voor mobiliteit definitief tot taboe verklaard is, zal de minister haar doelstellingen van de Nota Mobiliteit niet meer halen. Dat heeft grote effecten op bereikbaarheidsdoelstellingen enerzijds en op de keuze welke investeringen wij nog kunnen doen in de infrastructuur anderzijds. Dat is een kortzichtige keuze. Mijn fractie zou graag zien dat er in deze nota ruimte blijft, ook in de toekomst, voor een vorm van anders betalen voor mobiliteit. De PvdA wil graag vasthouden aan de verstedelijkings- en verdichtingsambities van voorgaande kabinetten. Het spreiden van bebouwing leidt immers tot meer autokilometers, meer CO2-uitstoot en alle gevolgen van dien. Hoe ziet de minister dat?

Ten vierde het vestigingsklimaat. Ons commentaar is dat de nota vooral gericht lijkt te zijn op de oude economie. Waar blijven de zzp'ers, het nieuwe werken, visie en sturing op verbetering van het vestigingsklimaat, als het gaat om sociale infrastructuur zoals goede scholen, goede hotels en een rijk cultureel aanbod? Dat blijkt voor veel internationale bedrijven namelijk een belangrijke trigger voor de vraag of zij daadwerkelijk naar Nederland komen.

Ten vijfde. De duurzame verstedelijkingsladder is vrijblijvend. Wij zijn blij dat die verstedelijkingsladder is opgenomen, maar hoe kan daadwerkelijk gebruik van het instrument worden afgedwongen?

Ten zesde de financiering. In het MIRT zit 80 mld., in de Nota Ruimte zat slechts 1 mld. Gaat er nu een nietje door die oude nota's heen, als het gaat om de uitvoering van deze nieuwe nota? Of gaat de minister opnieuw haar ambities financieel invoeren? Graag zou ik horen dat dat zo is en dat er meer evenwicht komt tussen ruimte en infrastructuur.

Ten zevende. Op toezicht en handhaving wordt gekort. Hoe gaat de minister nu haar internationale verplichtingen waarmaken en ervoor zorgen dat de weinige ambities die zijzelf nog heeft daadwerkelijk worden gehaald? Dat vereist toch actief toezicht op de uitvoering van de rijksoverheid.


Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Natuur en landschap komen er bekaaid af in deze Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Gooi het maar over de schutting en zoek het maar uit bij de provincies. Dit kan desastreuze gevolgen hebben. Als wij onze goede groene gebieden zomaar bij de provincies neerleggen zonder verdere sturing met bufferzones en dergelijke, dan krijgen wij uiteindelijk effecten die wij met elkaar niet zouden moeten willen. In de oude Nota Ruimte staat de ecologische hoofdstructuur. Onze fractie snapt best dat de zaak wordt uitgesteld als er nu geen geld is. Dan kunnen wij ermee verder gaan als er weer wel geld is. Zaken moeten in de tijd passend aan elkaar geknoopt worden. Ik denk aan water, recreatie en natuur. Je moet het moment pakken, maar dan moet ruimtelijk gezien sprake zijn van planologische bescherming. Anders komt het niet goed. Net als bij wegen stellen wij voor dat er een no-regretbeleid komt. Ooit zijn er mogelijk meer schakels nodig. Dat no-regretbeleid zou inhouden dat wij er nu tijdelijk een andere bestemming aan geven, bijvoorbeeld een agrarische bestemming. Later kun je er dan alsnog een natuurbestemming aan geven. Voelt de minister voor zo'n no-regretbeleid? Wij moeten voorkomen dat er huizen, sporen of bruggen worden gebouwd, anders moeten wij later al die investeringen terughalen als wij niet aan onze biodiversiteitsdoelstellingen kunnen voldoen. Zo nodig komen wij op dit punt met een motie.

Ik kom op de historische monumenten, in het bijzonder de Hollandse molen. De Hollandse molen, de molenbiotoop, wordt in dit beleid niet langer beschermd. Het is een slag in het gezicht van onze historie. Wij hebben honderden jaren lang de wet van wind en water gehad, het recht op wind en water. Door deze structuurvisie wordt het niet meer beschermd. De molen is een internationaal icoon voor ons land. Vereniging De Hollandsche Molen heeft haar grote zorg uitgesproken. Het behouden van de molenbiotoop van de molens die wij nog hebben -- ik doel op de wind- en waterfuncties -- is nu al "houwen en keren". De vereniging wil een landelijke richtlijn zodat de provincies de molenbiotoop een plek geven in de structuurvisies. De molens kunnen niet over de schutting worden gegooid. De minister heeft hierin een rol; het kabinet zou dit moeten willen. Als het Rijk de molens niet meer beschermt, kunnen wij ze wel in de brand steken, zo zeggen de molenaars. Het onderhoud van de molens wordt dan zodanig duur, dat ze niet meer goed kunnen functioneren. Graag een reactie op mijn voorstel om daar toch een soort nationale regeling voor te maken.

Dan de drinkwatervoorziening. Het is druk in de grond: leidingen, schaliegas, zout, enz. Onze drinkwaterwinningsbedrijven hebben grote zorgen over onvoldoende beschermd drinkwater. Er kunnen schadelijke effecten ontstaan op de drinkwatervoorziening. In hoeverre kan de minister daar in de structuurvisie iets aan doen?
De heer Houwers (VVD): Voorzitter. De VVD wil al langere tijd een overheid die faciliterend is en die alleen regelt wat ook echt door de overheid geregeld moet worden. Als het dan al zo is dat er door de overheid iets geregeld moet worden, dan willen wij dat graag zo dicht mogelijk bij degenen die het betreft laten doen. Wij willen graag het vertrouwen geven aan de democratische bestuurslaag die het dichtst bij de mensen staat en daarmee het best de problemen, de oplossingen en de ontwikkelingen kan beoordelen. Immers, daar kan de juiste afweging plaatsvinden. Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat dit op een andere, soms "hogere" bestuurslaag genoemd, beter zou gaan. Wij noemen dat: decentraal, tenzij. Natuurlijk resteren zaken die van nationaal belang zijn en waar dus vanuit het Rijk iets aan gedaan moeten worden. Ik noem Schiphol als voorbeeld. Wij steunen deze lijn van decentraal, tenzij.

Een andere adagium van het kabinet is: een bestuurslaag gaat erover of niet. Het kabinet en ook de VVD willen dat slechts twee bestuurslagen meepraten en meebeslissen over beleid en besluiten. Ook dat kan ons helpen om sneller tot besluitvorming te komen. Wij zien dat nog niet helemaal, maar wij zien wel een goede slag. Dat maakt ons tevreden.

De VVD wil de minister enkele kaders meegeven bij deze decentralisatie. Niet omdat wij geen vertrouwen hebben, maar wel omdat wij graag richting willen geven en omdat wij hopen dat de ontwikkelingen werkelijk een kans krijgen om verwezenlijkt te worden. Wij willen af van de in dit land wel eens gehoorde spreuk "tussen droom en daad staat de gemeenteraad". De VNG stelt het als volgt: wij willen ervoor zorgen dat de ruimte voor ontwikkelingen ook echt bij de burgers en de bedrijven terechtkomt.
Mevrouw Jacobi (PvdA): Soms staat de VVD ertussen.
De heer Houwers (VVD): Nee hoor, dat gebeurt niet zo vaak. De VVD is over het algemeen zeer positief.

Wij denken vooral aan flexibele bestemmingsplannen. Het is iets wat al kan, maar dat in een soort cultuuromslag door de gemeentes meer mogelijk gemaakt en waargemaakt kan en moet worden. Om deze cultuuromslag te ondersteunen, denkt de VVD bij flexibel bestemmen ook aan minder mogelijke categorieën. Wij willen niet allemaal deelcategorieën. Als je op het gebied van paarden iets wilt toestaan, moet er geen aparte categorie voor maneges of fokkerijbedrijven komen. Er moet dan gewoon een wat ruimere indeling in categorieën komen. Het kan al wel, maar wordt naar onze smaak nog te weinig gebruikt. Wij roepen de gemeenten op om daar meer naar te kijken. Wij zouden ook graag meerdere bestemmingen willen. Alleen aan strikte woonwijken moet de bestemming "wonen" worden gegeven. Dan is "wonen" in algemene zin wellicht genoeg: een object is geschikt om in te wonen of niet. Je kunt specifiekere bestemmingen ook combineren. "Onderwijs", "kantoor", "lichte industrie" en "detailhandel" zijn vaak redelijk uitwisselbaar. De VVD zou graag zien dat de gemeentes dat in hun bestemmingen meenemen. Zij moeten toe naar meer gemengde bestemmingen, waardoor zaken sneller mogelijk worden. Daarmee voorkomen wij ook lange bestemmingsplanprocedures. Wij zouden daarop graag een reactie van de minister horen. Het geeft meteen antwoord op de vraag die wij bij de inspraakreactie van de VNG hoorden over de kosten. De VVD schiet niet meteen in de gewoonte om, wanneer iemand vraagt naar de kosten, te zeggen dat het Rijk er geld bij moet leggen. De gemeentes denken dat zij extra werk krijgen, maar als zij op deze manier te werk gaan, kunnen zij wellicht met minder inspanning hetzelfde doen. Dan hebben zij ook minder kosten. Ik denk dat wij aan kostenreductie kunnen doen, hetgeen ons allemaal kan helpen.

De VVD ziet ook graag dat de aanpassing van de regels zodanig wordt, dat er inderdaad bij relatief kleine wijzigingen geen bestemmingsplanprocedures meer nodig zijn. Gaan gemeentes daar actiever mee aan de slag? Welke mogelijkheden ziet de minister om dat vanuit Den Haag te begeleiden?
De heer Verhoeven (D66): De heer Houwers begint met een lofzang op decentralisatie, maar hij zegt ook dat de gemeenteraad vaak tussen droom en daad in staat. Daarnaast probeert hij op allerlei manieren centraal meer invloed uit te oefenen op de manier waarop gemeenten omgaan met bestemmingsplannen. Dat lijkt mij niet consistent. De heer Houwers doet precies niet wat hij zegt te willen. Wil hij juist meer controle op centraal niveau?
De heer Houwers (VVD): Nee, ik geef juist aan dat gemeentes in mijn beleving meer ruimte zouden kunnen bieden. Die mogelijkheden zijn er. Je kunt minder gedetailleerd met bestemmingen aan de slag om op die manier het vertrouwen dat wij aan gemeentes geven, ook aan burgers en ondernemers te geven. Wij zijn daarin heel consistent.
De heer Verhoeven (D66): U probeert ervoor te zorgen, door nationaal dingen te regelen, gemeenten zo vleugellam mogelijk te maken, opdat burgers en bedrijven, de markt, het lekker helemaal zelf kunnen doen. Is dat het verhaal?
De heer Houwers (VVD): Nee, wij maken de zaak niet vleugellam. Wij proberen wel te zorgen voor meer ruimte voor ontwikkelingen. We willen meer luisteren naar de wensen van ondernemers en burgers. We denken dat gemeenten dat goed kunnen oppakken. We willen de gemeenten daar nog eens extra op attent maken. Ik denk dat dit daar de goede gelegenheid voor is. Nu krijgen de gemeenten ook de ruimte om daar daadwerkelijk invulling aan te geven. Dat regelt dit kabinet. Wat dat betreft, maken we ze niet vleugellam maar geven we ze juist extra mogelijkheden om uit te vliegen.

Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog. Ik kom te spreken over diverse extra kwalificaties en de stapeling van regels. Wij vinden het een goede zaak dat de minister daar een eind aan maakt. Wij vinden het goed dat 60 wetten en 100 AMvB's zo meteen worden omgevormd tot één omgevingswet. Dit leidt, samen met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet uiteindelijk tot flexibiliteit, eenduidigheid en kostenbesparing bij de ruimtelijke ontwikkelingen. Wij vinden dat een heel goed element in deze structuurvisie.

De VVD steunt ook de inzet van een duurzameverstedelijkingsladder in de voorgestelde vorm. Hierbij wordt van gemeenten verwacht dat bij de ontwikkelingen eerst wordt gekeken of de gevraagde ontwikkeling in bestaand gebied door middel van herontwikkeling kan plaatsvinden alvorens een nieuwe uitleglocatie wordt aangepakt. Dat middel moet dan wel ingezet worden als richtlijn, en niet als een dwangmiddel. Hierdoor wordt de verantwoordelijkheid van de decentrale overheden aangesproken. Ik kan de heer Verhoeven dus ook hier een voorbeeld noemen waarbij wij alle vertrouwen geven aan gemeenten. Wij denken dat gemeenten, als zij die weging maar maken en ook duidelijk maken dat zij die hebben gemaakt, daar op een goede manier mee om kunnen gaan en dat ook goed beargumenteerd kunnen doen. Dan kunnen ze ook, wat dat betreft, van die lijn afwijken.

De VVD steunt ook het beleid met betrekking tot main-, brain- en greenports. Dit zijn bijzondere locaties die aan internationale concurrentiekracht kunnen winnen als wordt ingezet op bereikbaarheid en ook qua wet- en regelgeving zaken worden aangepast. De landelijke economische betekenis is bepalend voor deze aanduiding. Dit brengt met zich mee dat de focus voor bereikbaarheidsinvesteringen op deze locaties ligt. Natuurlijk wil dan iedereen graag ook een main-, brain- of greenport zijn. In dat kader wil ik zeggen dat als alles bijzonder is, niets meer bijzonder is. Ik kom uit de makelaardij. Er was een trend waarbij mensen elke woning een "herenhuis" wilden noemen. Maar als je alle huizen een "herenhuis" noemt, dan is de term "herenhuis" niet meer bijzonder. Zo zal het ook zijn met die brain-, main- en greenports.


Mevrouw Dijksma (PvdA): Ik vraag me af of de VVD zich nu definitief bekeerd heeft tot de Randstad. Dat doet uw minister wel en u steunt haar daar dus in?
De heer Houwers (VVD): Nee, ik heb me niet bekeerd tot de Randstad. Als u de SVIR goed gelezen hebt, ziet u daarin ook oneindig veel mogelijkheden voor de regio, voor de provincies en de gemeenten, om invulling te geven aan een eigen beleid en om invulling te geven aan de wensen van de burgers en de bedrijven in dit land. Wat dat betreft, bekeren wij ons dus helemaal niet tot de Randstad. Wij kijken wat er gevraagd wordt in dit land. Dat willen we graag faciliteren. Wij willen graag een faciliterende overheid zijn. Wij willen niet sturen. Als er al sprake is van krimp, dan komt die krimp niet door de SVIR maar door ontwikkelingen die nu gaande zijn. Wij moeten natuurlijk zorgen voor mogelijkheden om daar iets aan te doen. Dat doet dit kabinet ook. Dat doet het onder andere door de provincies en de gemeenten heel veel ruimte te geven.
Mevrouw Dijksma (PvdA): Ja, heel veel ruimte op papier, maar met een lege buidel! Als je kijkt naar de herstructurering van woningen of de transformatie van voorzieningen, dan heeft alleen al Groningen meer dan 0,5 mld. nodig. Waar gaan ze dat in uw ogen dan vandaan halen? Uit hun eigen lege zakken?
De heer Houwers (VVD): De fout van mevrouw Dijksma is dat ze alleen maar in geld en weinig in mogelijkheden en ontwikkelingen denkt. Je moet ook niet in beperkingen denken. Wij zien gewoon ontwikkelingsmogelijkheden. Wij denken dat er creativiteit in die regio's is. We willen graag eerst zien wat er op dat gebied mogelijk is. Er kunnen altijd problemen zijn die we zouden willen aanpakken, maar mevrouw Dijksma gaat te kort door de bocht als zij zegt dat we alleen maar voor de stad kiezen. Dat doen we niet. Wij bieden heel veel mogelijkheden voor de regio's in dit land.
Mevrouw Dijksma (PvdA): Er zijn ook gewoon steden in die regio's. Ik verwijt u geen keuze voor de stad dan wel het platteland. Ik vraag of u van mening bent dat er ook in het kader van de SVIR ruimte moet zijn, ook financieel, om krimp te faciliteren. Ik ben het met u eens dat er veel creativiteit is. Die moeten we ook zoeken, maar die is niet gratis.
De heer Houwers (VVD): Ik ben er nog niet aan toe om op dit moment al te praten over financiële mogelijkheden die erbij gelegd moeten worden. Ik wil graag eerst kijken naar de creativiteit die er is. Ik denk dat dit ook kan. Ik denk dat ook de gebieden om steden heen perfect kunnen profiteren van de ontwikkeling van steden. Ik kom daar dadelijk in mijn betoog nog nader op terug.
De heer Paulus Jansen (SP): De heer Houwers zegt dat de SVIR de krimp niet versterkt. Ik wil hem een citaat voorleggen uit de ex ante evaluatie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Berekeningen van de gevolgen van het op alle bestuursniveaus loslaten van planologische restricties op woningbouwlocaties laten ook zien dat de verstedelijkingsdruk in Flevoland en Gelderland ten opzichte van de Randstad afneemt en de krimp in krimpregio's wordt versterkt.
De heer Houwers (VVD): Het zou mooi zijn als u het dan volledig citeert. In datzelfde rapport staat namelijk ook dat dit mede afhankelijk zal zijn van de invulling die steden en provincies geven en de ruimte die hun in dit beleid wordt geboden. Dat is precies wat ik zojuist heb gezegd. Wij willen graag die ruimte bieden, wij willen graag zien in hoeverre er dan mogelijkheden zijn om wat meer in die regio's te doen. Als dat gebeurt, dan zou het wel eens kunnen meevallen met deze wat doemscenario-achtige gedachte.
De heer Paulus Jansen (SP): Ik begrijp dus dat de VVD de sloot wil gaan dempen als het kalf verdronken is. U zegt: ga maar lekker je gang en we zien straks wel een keer of het misgaat.
De heer Houwers (VVD): Nee, ik reageer op een volledig citaat, en niet op een deelcitaat. U hebt slechts een stukje geciteerd. Ik geef daarbij aan dat het mede afhankelijk is van het beleid. Dat beleid moet nog vorm worden gegeven. Daar zit heel veel ruimte in. Ik zou dus denken -- dat lijkt me ook een heel logische gedachte -- dat er zo meteen diverse ondernemers en burgers zijn die zeggen: hé, dat biedt mogelijkheden; ik ga eens kijken buiten een gebied waar al heel veel druk op is. Wat dat betreft, zie ik gewoon mogelijkheden om die krimp op een andere manier te lijf te gaan dan alleen maar met een bak met geld.
De heer

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina