Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina1/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20

VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG


De vaste commissie voor Defensie <1> heeft op 6 juni 2011 overleg gevoerd met minister Hillen van Defensie over de beleidsbrief van Defensie.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Van Beek
De griffier van de vaste commissie voor Defensie,

De Lange
**

Voorzitter: Van Beek



Griffier: De Lange
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten:
Van Beek, Van Bommel, Ten Broeke, Eijsink, El Fassed, Hachchi, Hernandez, Knops, Van der Staaij en Voordewind,
en de heer Hillen, minister van Defensie.

**
Aan de orde is de behandeling van:



- de brief van de minister van Defensie d.d. 8 april 2011 met de Beleidsbrief van Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld. Overzicht van de ombuigingen (32733, nr. 1);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 19 mei 2011 met antwoorden op vragen van de commissie over de beleidsbrief van Defensie (32733, nr. 1) (32733, nr. 2);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 3 december 2010 met de lijst van vragen en antwoorden inzake de behoeftestelling Cougar Midlife Update (32500-X, nr. 45);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 9 september 2010 inzake de Behoeftestelling Cougar Midlife Update (32123-X, nr. 154);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 20 mei 2011 met de resultaten van de herijking van het helikopterproject NH-90 (25928, nr. 48);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 19 mei 2011 inzake de aanbieding van de Strategie-, kennis- en innovatieagenda Defensie: anticiperen en innoveren in een veranderlijke wereld (32733, nr. 3);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 21 april 2011 inzake de aanbieding van de twaalfde jaarrapportage over het project "Vervanging

Pantservoertuigen M577 en YPR" (26396, nr. 86);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 1 juni 2011 met de lijst van vragen en antwoorden over de twaalfde jaarrapportage van het project

Vervanging pantservoertuigen M577 en YPR (26396, nr. 86) (2011Z11709);

- de brief van de minister van Defensie d.d. 1 juni 2011 inzake soevereiniteitsvraagstukken en internationale defensiesamenwerking van

Nederland (2011Z11705).
De voorzitter: Welkom bij dit notaoverleg, dat is gewijd aan de beleidsbrief van Defensie. Ik heet welkom de minister van Defensie en zijn adviseurs. Ik heet welkom de voltallige vaste commissie voor Defensie; ik wist niet dat onze commissie zo groot was! De spreektijden zijn bekend. Ik zeg er nog bij dat die voor de eerste en tweede termijn samen zijn en dat het niet nodig is dat u de spreektijd opmaakt. Ik vraag u om elkaar vooral in eerste termijn een beetje te laten uitspreken en niet een al te groot onderling debat te voeren, zodat ook de minister vandaag nog aan het woord komt.

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. Zoals de ontwikkelingen in de Arabische wereld aantonen, blijft de internationale veiligheidssituatie volatiel en onvoorspelbaar. Wie daarop ook op lange termijn wil kunnen inspelen, moet flexibel zijn, daarop kunnen reageren en ook relevante middelen kunnen inzetten. Daarvoor zullen wel heldere keuzen moeten worden gemaakt, zowel wat betreft de prioriteiten van het buitenlands beleid als de daaruit voortvloeiende prioriteiten van Defensie, zeker nu er bezuinigd moet gaat worden. Kiezen, want wie niet kiest, maakt impliciet ook een keuze: die voor toenemende irrelevantie. Kiezen, op basis van de Strategische verkenningen en het WRR-rapport over buitenlands beleid waarvan de essentie is dat Nederland zich moet concentreren op zaken waar het goed in is en toegevoegde waarde heeft en dit moet inbedden in de Europese samenwerking en uiteraard Ontwikkelingssamenwerking.

Jarenlang spraken wij in de Kamer over de 3D. Ook de PvdA is groot voorstander van verdere samenwerking tussen diplomaten, militairen en ontwikkelingswerkers. Dat was nu juist de interdepartementale aanpak. Waarom, zo vraag ik de minister, ontbreekt deze volledig in deze brief? Daarvoor is namelijk wel draagvlak te verkrijgen in de samenleving, zoals de regering wil: samen de ervaringen delen, zoals generaal de Kruif, Michel Rentenaar en vele anderen de afgelopen jaren met ons hebben gedaan. Dat is beeld en geluid. Nu ontbreekt elke vorm van samenwerking, samenvoeging en afstemming tussen buitenlands vrede- en veiligheidsbeleid en ontwikkelingssamenwerking.

Ook taakspecialisatie in Europees verband is al jarenlang ons uitgangspunt. Wat doen wij beter dan anderen? Wat komen de NAVO en Europa tekort? Is daarin een nog grotere rol weggelegd voor Nederland, naast de nu al bestaande samenwerkingsvormen? Op welke terreinen kunnen wij nog meer poolen met andere Europese landen? En ja, ook binnen de PvdA voeren wij de discussie over het al dan niet overhevelen van bevoegdheden in bepaalde situaties en over hoe om te gaan met soevereiniteitsvraagstukken. De allerbelangrijkste toetssteen daarbij is hoe wij bij een krimpend budget onze operationele inzetbaarheid kunnen maximeren.

De toestand van de rijksbegroting is voor het kabinet de belangrijkste reden om fors in te grijpen in de omvang van de defensieorganisatie. Ook de PvdA zou op defensie hebben bezuinigd, hoe pijnlijk en hoe zwaar ook. Wij zouden echter andere keuzen hebben gemaakt. De eerste zin van de brief had natuurlijk niet over de kredietcrisis moeten gaan, maar over de toekomst van mannen en vrouwen, de ruggengraat van de defensieorganisatie; over goede arbeidsvoorwaarden en een goed sociaal beleidskader, zodat militairen en burgers, waar dan ook werkzaam, in Uruzgan of Bosnië, vertrouwen hebben in de werkgever. De vraag is of de juiste prioriteiten worden gesteld.

De NAVO en de EU hebben een tekort aan inzetbare gevechtstroepen, aan transportcapaciteit over water en door de lucht, aan logistieke ondersteuning, waaronder inlichtingencapaciteit. Tegelijkertijd zitten NAVO en EU nog met een overschot aan Koude-Oorlogarsenaal, zoals zware gevechtstanks, verouderde oppervlakteschepen en gevechtsvliegtuigen. Nog steeds willen landen alles zelf blijven doen en hanteren zij bij bezuinigingen vooral een steeds forsere kaasschaaf. Maar een moderne krijgsmacht vergt zo'n hoog niveau aan investeringen dat zowel taakspecialisatie als schaalvergroting over de grenzen heen noodzakelijk zijn.

Wat betekent dit voor Nederland? Wij zijn goed in het leveren van snel inzetbare gevechtstroepen, maar zijn nog te versnipperd om dat te kunnen volhouden. Een grote stap vooruit zou zijn als de snel inzetbare gevechtstroepen, dus luchtmobiele brigade, commandotroepen en korps mariniers, in één structuur worden ondergebracht. Dat is nu niet zo.

Dat scheelt staven, voorkomt onnodige doublures in zowel opleiding, uitrusting als modus operandi. Landmachtmiddelen, zoals zware tanks en artillerie, die niet of slechts met de grootste logistieke inspanningen kunnen worden ingezet, kunnen worden afgestoten. De luchtmacht zou zich moeten concentreren op strategisch en tactisch luchttransport en tactische ondersteuning van snel inzetbare grondtroepen. Er moet dus wel worden bezien of een aantal Cougar-transporthelikopters kan worden behouden. Zeker na de informatie van afgelopen week over de NH90. Ik vraag de minister om daarover meer te melden.

De JSF is niet het antwoord op de defensievragen van morgen. Het vliegtuig doet een veel te groot beroep op onze financiële en logistieke mogelijkheden. Beter is het om gewoon te blijven vliegen met de F-16 totdat dit middel is uitgeput, en ondertussen plannen te maken voor een grotere transportvloot en eventueel voor uitbreiding van gevechtshelikopters. Het aanschaffen van onbemande vliegtuigen is ook een wens van ons, maar dan wel in Nederland onderhouden en niet in de Verenigde Staten, zodat er zichtbaarheid is en draagvlak in de samenleving ontstaat. Waarom wordt niet, net als is gebeurd bij de C-17, gedacht aan het gezamenlijk inhuren van capaciteit voor jachtvliegtuigen? Dat zou out-of-the-boxdenken zijn.

Voor de marine lijkt een belangrijke taak weggelegd, niet alleen bij transport over zee maar zeker ook bij de bewaking van handelsroutes wereldwijd. Hier is de toegevoegde waarde van Nederland evident en internationaal erkend. Wij zijn dus voor het wel behouden van de twee patrouilleschepen. De oppervlaktevloot zal daarom moeten worden aangepast. Bekeken moet worden of de onderzeedienst een niche vormt waar Nederland toegevoegde waarde kan bieden.

Staven kunnen fors worden ingekrompen. De Commandant der Strijdkrachten kan een veel centralere rol krijgen bij de aansturing en de centrale organisatie kan worden ingekrompen. Met name de gegroeide rol en invloed van de secretaris-generaal en zijn staf kan worden beperkt, conform het rapport van de commissie-Fransen en de jarenlange wens van de Partij van de Arbeid. De directeur personeel moet daarbij zeker mee naar een hoog beslissingsniveau.

Deze voorstellen waren ook opgenomen in de PvdA-nota In dienst van Nederland, in dienst van de wereld van november 2007. Onze voorstellen om de steeds weer terugkerende verschillen tussen geschatte uitgaven en de uiteindelijke werkelijke kosten te verkleinen en de uitgaven voor de Nederlandse defensie te beheersen, worden soms geheel, soms gedeeltelijk en soms niet overgenomen. De centrale vraag, ook vandaag, is: krijgt de belastingbetaler waar voor zijn geld? Te weinig internationale samenwerking, te veel operationele capaciteit -- nu aangepakt -- en te weinig bestuur. De belastingbetaler weet nog niet waaraan hij toe is, want de visie is nog niet uitgewerkt.

De krijgsmacht gaat over het inzetten van onze militairen. Goed opgeleid, getraind en voorzien van goed materieel. Het beleid draait dus om hen, om de militairen en de uitvoering, en niet andersom. Met andere woorden: is de Nederlandse krijgsmacht in staat zijn operationele capaciteit te moderniseren, te verbeteren en waar mogelijk te vergroten? Voor onze veiligheid en de internationale rechtsorde.

De brief van 8 april die wij vandaag bespreken, gaat over voornemens voor bezuinigingen. Juist op de inzet van militairen. Het gaat om snijden in de operationele slagkracht. Waar en hoe bezuinigingen in het bestuursmodel, de staven en de ondersteuningen plaatsvinden, is allerminst uitgewerkt. Dat blijkt ook uit antwoorden op, jawel, 463 vragen; ik heb het in acht jaar nog niet meegemaakt. Verder kan hierover vandaag niet worden gesproken. Evenmin daar waar de bezuinigingen gevolgen hebben voor SPEER, de financiële, materiële en logistieke administratie die eraan hangt. Dit is niet onbelangrijk.

De numerus fixus, de verdeling en de scheve personeelsopbouw. De uitbesteding van kennis en samenwerking met het bedrijfsleven. Regio's in bredere samenhang. Werkgelegenheid voor het personeel. Het groot vervangingsproject pantservoertuigen. Overheveling van onderhoudsbedrijven van DMO naar de OPCO's. Het integraal herbeleggingplan vastgoed defensie. Allocatiebeslissingen voor budgetbelegging. Hierover kunnen wij vandaag niet spreken. Het gaat om reorganisaties die, zo begrijp ik, voor augustus nog moeten worden uitgewerkt. Dat is krap. Daarom is er ook geen oordeel over te geven. De samenhang is niet te vinden, dus het kan niet zinvol worden besproken. Op welke wijze zal de Kamer over al deze nog uit te werken en te verwachten reorganisatieplannen worden geïnformeerd? Met welke meetbare doelstellingen en welk uitgangspunt voor effectieve controle? In de brief staat ook geen woord over de veiligheidsanalyse die aan de bepaling van aard en omvang van de krijgsmacht ten grondslag ligt. Ook daarom is dit debat lastig.
Na een aantal jaren aan deze kant van de tafel, na heel veel rapporten van de Algemene Rekenkamer en twee reorganisaties, Nieuw Evenwicht en Wereldwijd Dienstbaar, durf ik deze centrale vraag te stellen: waarom zou Defensie nu wel in staat zijn om over drie jaar de begroting en de huishouding op orde te hebben? Er gaat veel op de schop, zonder analyse, de vele verbeterplannen van de afgelopen jaren ten spijt. Waar komt dan, naast de bezuinigingen het probleem van 400 miljoen vandaan? Ondanks een verzoek heeft de Kamer een analyse of inzichtelijk onderzoek, waaruit voorgenomen effecten van eerdere reorganisaties zouden blijken, nooit mogen ontvangen. Als ik deze vraag, de huishouding op orde in 2014, voorleg aan ervaringsdeskundigen, dan antwoorden zij nagenoeg unaniem dat dit niet gaat lukken en dat de Krijgsmacht over drie jaar weer een forse dreun zou moeten incasseren. Dit zegt, denk ik, iets over het vertrouwen in de althans voorgenomen maatregelen, waarvan een deel nog niet is uitgewerkt. Het kan dus groeien.

Keer op keer hoor ik: nagenoeg dezelfde groep mensen met dezelfde benadering, kennis en kunde die mede verantwoordelijk zijn voor de grote problemen bij Defensie moeten de komende 3 jaar ervoor zorgen dat de begroting wel weer op orde is. En ik hoor keer op keer: het voorgestelde beleid, zoals kopen van de plank, levensduurmanagement, numerus fixus, materieelbeheer, financieel bewustzijn, centralisatie van diensten, sourcing en verjonging, et cetera waren al beleidsmaatregelen uit het verleden, waar mensen zich in de organisatie niet aan hebben gehouden. Waarom zou men zich nu wel houden aan nieuwe voornemens? Welke maatregelen gaat de minister nemen indien sleutelfunctionarissen niet handelen conform gemaakte afspraken?

Wat dan wel te bespreken vandaag? Ik zou zeggen: vragen stellen ter verduidelijking. Naar aanleiding van de brief zijn er zeker vragen te stellen. Ik zei het al: 463 vragen over 44 pagina's. Dat is redelijk uitputtend. Maar ook de antwoorden geven aan dat veel al in beweging is. Een wederzijdse inspanning zou ertoe moeten leiden dat wij in gesprek blijven. Uit de antwoorden op de vragen is moeilijk op te maken dat de besluitvorming onzorgvuldig is, maar wel blijkt dat de besluitvorming moeizaam gaat en dat er intern nog veel "hekjes" staan.

Heeft de minister daadwerkelijk een realistisch beeld van de jaarlijkse exploitatiekosten, dat wil zeggen van de personele exploitatie en materiële exploitatie? Ik heb het dan niet over aannames of over voorschotten op nog te ontwikkelen beleid. Wat weten wij nu? Heeft de minister rekening gehouden met extra kostentoename als gevolg van boveninflatoire stijging van personeel en materieel? Dat ware problemen in de afgelopen jaren. Is er voldoende flexibiliteit in de begroting 2012 en verder aangebracht? Heeft de minister aan uitvoeringsverantwoordelijken voldoende bevoegdheden gegeven, dan wel bestuursafspraken gemaakt met leveranciers, om aan hen verantwoordelijkheden voor gereedstelling en gemandateerde inzet te kunnen geven? Met andere woorden: "je gaat erover of niet!"

Is er sprake van actief kosteninzicht en kostenbewust handelen? Dat was de afgelopen jaren een groot probleem. Er werd uitgegeven. Nu heet het taakstellend te zijn, in de trant van: u lost het maar op in uw eigen begroting. Dat was afgelopen jaren ook het geval. Het speelde ook bij eerdere begrotingen. De minister heeft een zware taak, dat zeg ik er ook meteen bij. Maar hoe denkt hij dit nu wel te kunnen oplossen? Hoe worden niet-zakelijk handelen en gebrek aan budgetdiscipline tegengegaan?

Ook niet onbelangrijk is het antwoord op de vraag hoe zich dit gaat verhouden tot de negen inzetbaarheidsdoelstellingen tot 2015. Deze komen in plaats van het ambitieniveau. Dat vond ik nogal verrassend en ik zou graag willen dat de minister daarover wat meer meldt. Bij de hoorzitting hebben wij daarover het een en ander gehoord. Wat betekent het nu? De minister stelt duidelijk dat het ambitieniveau wordt vervangen door inzetbaarheidsdoelstellingen tot 2012. Bij die negen inzetbaarheidsdoelstellingen doet zich dan meteen de vraag voor wat wij doen na 2015. Wat is er dan op orde? Gaan wij het dan weer hebben over ambitieniveau? De afgelopen jaren heeft Defensie groots ingezet op ambitieniveau. Je moest wat te wensen hebben. Nu heet het: inzetbaarheidsdoelstellingen. Terug naar de jaren negentig, begrijp ik, maar dat is wel twintig jaar terug. Graag krijg ik een toelichting. Het is goed dat de zorg voor veteranen overeind blijft. Ik geef de minister daarvoor een compliment. Het betreft een groot goed, dat Defensie en de Kamer samen hebben opgebouwd, en het is zeer te waarderen. Dat is een lichtpunt, evenals de plannen voor de integriteitszorg. Beide zijn toekomstgericht en goed.

Het schrappen van 12.000 functies zal leiden tot 6000 gedwongen ontslagen, zo hoorden wij op 8 april. Op 9 mei hoorden wij dat er 2000 gedwongen ontslagen zouden vallen. De cijfers ontbreken. Waarop zijn deze uitspraken dan gebaseerd? Wanneer is er duidelijkheid voor het personeel? Door arbeidsbemiddeling en vacatures zullen mogelijk minder mensen worden ontslagen, maar het is nog altijd een vertrek bij de krijgsmacht.

Wij hebben dit eerder meegemaakt; denk aan de migratieplannen van 2004 en 2005. Wij hebben het project Kansrijk meegemaakt. Ik zal niet oplepelen wat er allemaal nog meer is geweest. Wederom moet ik de vraag stellen: wat maakt dat de huishouding nu wel op orde komt? Hoeveel werknemers, mensen van wie materieel is stilgezet, hebben op dit moment "vrij van dienst", zoals het zo mooi heet, en zitten mogelijk thuis?

De Partij van de Arbeid is van mening dat een goed sociaal beleidskader nodig is voor mensen die, ook zeer tot ons verdriet, mogelijk de organisatie moeten verlaten. Regering en vakbonden moeten er voorrang aan geven om tot een oplossing te komen en onzekerheid zo snel mogelijk weg te nemen.

In de antwoorden kwam ik opmerkelijke zaken tegen, reden voor verdere vragen. "Defensie streeft", zo las ik, "naar een volledig gevulde organisatie in 2014", en "zal in 2016 naar verwachting bestaan uit ongeveer 52.000 vte'n". Vervolgens las ik de opmerking dat de personele omvang van agentschappen van 2013 tot 2016 volgens een eerste schatting 4473 fte's zal zijn. Hierop krijg ik graag een toelichting. Weliswaar komt de reorganisatie nog, en moeten wij het nog doen zonder tabellen, maar er is gesproken over het weghalen van 12.000 functies. Hierbij gaat het om mensen, mensen met een gezin, een toekomst, een hypotheek. Wat kan ik met deze cijfers? Wat betekent dit voor de huishouding?

Ook de numerus fixus en de scheefgroei zijn wij eerder tegengekomen. De oplossing van zulke kwesties is moeizaam. Bij de numerus fixus speelt de vraag welke juridische mogelijkheden de minister heeft, en nog meer de vraag welke problemen zich hierbij zullen voordoen. Volgens de numerus fixus mogen er 30 kolonels worden ingezet. Wat gebeurt er dan met nummer 31? Is het voor nummer 31 "jammer dan"? De minister wil dit in augustus hebben geregeld, nog wel met de vakbonden, zo heb ik begrepen. Hoe gaat hij dit doen?

De afgelopen jaren hebben wij gesproken over emancipatiebeleid, genderbeleid, diversiteitsbeleid. Nu spreken wij over kwaliteit, want het beleid is allemaal down the drain. Door de jaren heen hebben diverse onderzoeken uitgewezen dat er zonder enige sturing op een goede verdeling tussen mannen en vrouwen in de krijgsmacht onevenwichtigheid gaat optreden. Dit beleid diende toch ergens toe? Het was toch van belang? Ik blijf hierop hameren, want ik heb er moeite mee dat bij de Defensieorganisatie, waar zo'n scheefgroei bestaat en waar zo'n inzet is gepleegd, nu het hele diversiteitsbeleid weg is.

Daarover stel ik dan maar een heel praktische vraag; blijkbaar gaat het nu vanzelf goed komen. De eerste vrouwelijke generaal was er, juist door eerder beleid, in 2005. Wij hebben nu drie vrouwelijke generaals. Mag ik de minister vragen hoeveel er in 2015, na de reorganisatie, zijn? Dit geeft namelijk uiteraard iets aan over opleiding, instroom en doorstroom van vrouwen op alle niveaus.

De reductie van 200 functies bij de Lichamelijke Opvoeding en Sportorganisatie is opmerkelijk. Graag hoor ik van de minister of dit met de werkvloer is besproken. Is dit ook al -- "practice what you preach", je gaat erover of niet -- met de OPCO's besproken? Zij moeten namelijk werken met deze mannen en vrouwen. Zij moeten werken in gebieden waar zulke training noodzakelijk is. Kortom, is deze maatregel niet ondoordacht, gezien de moeizame consequenties als je het integraal beschouwt? Graag krijg ik hierop een reactie.

Hoe gaat het verder met de uitwerking van de oefeningen? Dat krijg ik nog niet helder, terwijl het van belang is voor onze jonge mensen. Gelukkig kunnen de mensen die van roc's komen en die vorig jaar niet konden instromen, nu wel instromen. Dat is goed nieuws. Wat zijn echter de mogelijkheden voor de oefeningen?

De herschikking van legerplaatsen is nog onderwerp van debat. Kan de minister wel al aangeven op basis van welke criteria de regering tot herschikking zal besluiten? Welke gevolgen hebben de Defensiebezuinigingen voor potentiële krimpgebieden, mede in het licht van de overige rijksbrede maatregelen voor de regio's? Weet, kortom, de ene hand wat de andere doet in de regering? Hierbij heb ik het bijvoorbeeld over de KMS in Weert, de Johannes Postkazerne in Havelte, de gemeenten Steenwijkerland en Westerveld. Krijgt Den Helder tijd om het project "Van kosten naar kansen" te ontwikkelen, zodat De Kooy ook civiel kan worden gebruikt, en daarnaast de omslag naar een maritieme-technologiecampus mogelijk wordt? Hoe zit het met het vliegveld Eindhoven en de situatie bij Leeuwarden? In het bijzonder vraag ik ook naar de gedane investeringen in Gilze-Rijen, die mogelijk opnieuw moeten worden gedaan in Woensdrecht. Volgens mij gaat daarmee iets van 70 mln. extra gepaard. Kunnen wij dat verantwoorden?

Hoe kijkt de minister in het kader van het vastgoed aan tegen de verkoop van het marineterrein in Amsterdam en de samenvoeging in Den Helder? De discussie heeft eerder gespeeld in de Kamer en de minister weet welke voorstellen hiervoor uit de gemeente Amsterdam zijn gekomen. Hier ligt volgens mij "terrein braak", al is dat in dit verband een verkeerde uitdrukking; in ieder geval liggen er mogelijkheden.

En hoe zit het met De Zwaluwenberg? Wellicht is het ook goed om daarover na te denken.

De prestaties van de transporthelikopter NH90 vallen tegen, zo blijkt uit rapporten, die volgens mij aan ieder van ons wel zijn toegestuurd. Uit de rapportage blijkt dat de NH90 te zwaar en te beperkt inzetbaar is en minder mensen kan meenemen dan gedacht. Kan de minister duidelijk maken welke gevolgen dit mogelijk heeft voor de inzetbaarheid en dus mogelijk behoud van een aantal Cougar-helikopters? Is het waar dat de fabrikant een alternatief heeft geboden?

Cyberinvesteringen ondersteunen we graag. Over regie en samenwerking binnen de regering is echter nog enige onduidelijkheid; dat bleek vorige week ook uit een discussie met minister Opstelten. Ik neem aan dat minister Hillen nog een onderonsje met hem heeft gehad en dat hij hier wellicht nog wat meer over kan melden.

De investeringen in de vier onbemande luchtsystemen zijn al jaren een wens van de PvdA. Waarom moet dit echter in de Verenigde Staten en waarom kan dit niet in Nederland? De minister wil toch draagvlak?

Ik kom terug op de inhuur van de C-17. We hebben jaren over het project in Pápa in Hongarije gedaan. We hebben daar jaren over gesproken, het is eindelijk van de grond en het werkt goed. "Out of the box"-denken is ook nadenken over de vraag in hoeverre jachtvliegtuigen gezamenlijk kunnen worden ingezet.

Al jaren spreken we over de uitbesteding van werkzaamheden door Defensie waarbij -- let wel, dat is van groot belang -- werknemers met hun kennis en kunde worden ingezet en dus van werk naar werk worden overgenomen. Aan de leeftijdsopbouw binnen bijvoorbeeld de DMO-organisatie is te zien dat er een eerdere reorganisatie is geweest. Er moet daarom ongelooflijk goed bekeken worden welk personeel behouden wordt en welk personeel uitbesteed wordt in het kader van onderhoud voor Defensie. Afgelopen jaren bleek de urgentie ver te zoeken. Er zijn moties ingediend en plannen gemaakt, maar dat waren plannen van aanpak en geen plannen van actie. Inmiddels heeft de Kamer een plan van aanpak ontvangen van de NIDV. In dat plan van aanpak staan ook een aantal voorstellen over ICT. Ik wil hierop graag een reactie van de minister. Ik neem aan dat hij het plan kent en anders heb ik een kopie hiervan voor hem. Ik ben natuurlijk heel nieuwsgierig naar de reactie van de minister, maar nog meer naar de actie. Als Albert Heijn zijn beschuiten kan tellen, moet Defensie toch ook kunnen uitbesteden via systemen. Dat moet allemaal niet zo moeilijk zijn als in de afgelopen jaren iedere keer aan de Kamer werd voorgehouden.

Intrigerend zijn de antwoorden op vragen die gesteld werden over de operationele inzetbaarheid en beschikbaarheid van wapensystemen in de NAVO en de Europese Unie. Dat is gerubriceerd. Daar kan ik mij iets bij voorstellen, want het gaat erom wat je direct kunt gebruiken en wat operationeel en direct beschikbaar is. Maar deze informatie is natuurlijk wel relevant voor ons debat. Natuurlijk probeer ik weleens her en der wat tellingen te halen uit de rapporten die wel beschikbaar zijn. Het is echter niet onbelangrijk voor een discussie over de Europese samenwerking en de NAVO. Ik vraag de minister op welke wijze de Kamer hier wel inzicht in kan krijgen. Anders wil ik graag een vertrouwelijke briefing of inzicht in vertrouwelijke rapporten. Natuurlijk moeten wij weten hoeveel jachtvliegtuigen operationeel zijn in de NAVO. Ik weet wel hoeveel jachtvliegtuigen en helikopters wij hebben, maar het gaat om de vraag of ze direct inzetbaar, bruikbaar en beschikbaar zijn.

Instemming met de gepresenteerde bezuinigingsplannen is voor de PvdA-fractie vandaag niet aan de orde. Dat instemming moeilijk ligt, begrijpt de minister waarschijnlijk zelf ook, ook al duurt dit debat vandaag tot 21.30 uur. De Kamer kan pas een oordeel geven als maatregelen uitgewerkt, toetsbaar en in onderlinge samenhang integraal te bekijken zijn. Er is heel veel onduidelijkheid voor het personeel. Mensen weten niet waar zij aan toe zijn. Getallen van 1200, 6000 en 2000 worden zonder enige uitwerking gehanteerd. Dat kan niet en dat mag niet. Ik weet dat de minister zorg draagt voor zijn personeel, maar dit kan niet wachten tot 2012. Ik vraag de minister om er spoed achter te zetten, ook in samenwerking met de vakbonden, die hier een belangrijke rol in spelen.
De heer



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina