Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina11/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   20
Hachchi (D66): Ik heb toch behoefte aan duidelijkheid over het standpunt van de SGP. Volgens mij is de SGP de enige partij die wil investeren in defensie. De heer Van der Staaij heeft een motie ingediend om de bezuinigingen een halt toe te roepen. Als vrouw en liberaal ben ik niet blij dat dit kabinet afhankelijk is van de SGP. Ik ben wel nieuwsgierig hoever de SGP gaat. Heeft de heer Van der Staaij overleg gevoerd met de collega in de Eerste Kamer? Hoever gaat de heer Van der Staaij om deze bezuiniging tegen te houden?
De heer Van der Staaij (SGP): Ik praat allereerst met de vrouwen van de SGP over dit soort aangelegenheden.

Zij hebben mij sterk aangemoedigd: doe je best om niet te snijden in de uitgaven voor Defensie, want dat is hard nodig. Naar aanleiding van het debat heb ik overigens niet het idee dat de oppositie breed zegt alsjeblieft te stoppen met bezuinigen op Defensie en dat er maar een krappe Kamermeerderheid is die nog een klein beetje steun nodig heeft voor verder snijden in Defensie. Integendeel, de oppositie is mij vandaag eigenlijk veel te loyaal, want de fracties van de PvdA en de SP zitten hier eigenlijk tevreden te kijken alsof er een kabinet-Roemer/Cohen is aangetreden. Dat maakt het er niet sterker op. Wees er echter van overtuigd dat de SGP-fractie haar best zal doen met haar inhoudelijke argumenten -- dat zijn altijd haar belangrijkste wapens -- bijvoorbeeld ten aanzien van de tanks om het kabinet hopelijk tot andere gedachten te brengen op dit onderdeel en op andere onderdelen en vooral ook om te kijken welke steun er is voor meer budget voor Defensie in de toekomst.


Mevrouw Hachchi (D66): Het antwoord van de heer Van der Staaij is heel sympathiek, maar uiteindelijk gaat het om de vraag hoe belangrijk Defensie is voor de SGP-fractie. De SGP-fractie is in de positie om het kabinet tegen te houden. Zij kan wel om zich heen kijken of er oppositiepartijen zijn die dat steunen, maar het mag nu wel duidelijk worden hoe ver de SGP-fractie gaat om bezuinigingen op Defensie tegen te houden, los van de vraag wat de oppositie doet.
De heer Van der Staaij (SGP): Er wordt mij een heel bijzondere positie toebedacht. Misschien kan mevrouw Hachchi duidelijk maken hoe we voor elkaar kunnen krijgen om de bezuinigingen tegen te houden. Immers, met zo'n brede steun vanuit het verkiezingsprogramma van D66 en van vele andere partijen in de Tweede Kamer, lijkt mij dat een hele toer.
De voorzitter: De Kamer heeft haar eerste bijdrage gegeven. De minister gaat ons antwoorden vanaf 17.15 uur.

**
De vergadering wordt van 16.15 uur tot 17.15 uur geschorst.


De voorzitter: Ik heropen het notaoverleg over de Beleidsbrief van Defensie. Alvorens ik het woord geef aan de minister van Defensie, vraag ik mijn collega-Kamerleden of zij allemaal een pen bij zich hebben waarmee zij eventueel tussentijds opkomende vragen kunnen noteren. Ik wil de minister namelijk de kans geven een fors deel van zijn antwoord te geven voordat wij hem opnieuw bestoken met vragen, want anders komen wij er niet doorheen.

Ik heb de intentie om het antwoord in eerste termijn af te ronden voor de dinerpauze. Ik zeg nog niet wanneer die zal aanvangen! Na de dinerpauze, die ik zo kort mogelijk zal laten zijn, kunnen wij dan de tweede termijn ingaan.

**
Minister Hillen: Voorzitter. Ik wil de geachte afgevaardigden hartelijk bedanken voor hun inbreng in eerste termijn. Ik zal proberen de caleidoscoop aan punten die aan de orde zijn geweest zo goed mogelijk aandacht te geven.

Ik begin met het personeel. Wij hebben bij Defensie bijzonder personeel. In vergelijking met het personeel van normale werkorganisaties wordt van het personeel van Defensie veel meer gevraagd. De omstandigheden waaronder men in andere landen moet werken, zijn buitengewoon gevaarlijk en gaan vaak gepaard met veel ontberingen. Van de medewerkers van Defensie wordt een inzet en loyaliteit verlangd die normaal gesproken nooit van werknemers zal worden gevraagd. Daarmee is het personeel van Defensie geen grootheid waarmee geschoven kan worden net zoals het uitkomt. Ik ben mij daar als minister zeer van bewust. Daarom hoop ik dat wij, waar de ombuigingen consequenties hebben voor het personeel, zo snel en goed mogelijk een beleid kunnen voeren dat voor het personeel aanvaardbaar is en waardoor het begrijpt dat Defensie ook in moeilijke omstandigheden probeert een goed werkgever te zijn. Dat valt niet mee, omdat het budget krap is. De bezuinigingen zijn voor een groot gedeelte niet ingegeven door allerlei inhoudelijke overwegingen, maar hebben direct te maken met een ombuiging die is opgelegd vanwege de internationale economische omstandigheden. Met andere woorden, er stond gewoon een aantal cijfers waarmee wij aan de slag moesten. Omdat Defensie per definitie een personeelsintensieve organisatie is, raken wij dan al snel het personeel.

De uitkomst is dat er bij Defensie 12.000 arbeidsplaatsen, 12.000 vte's zullen verdwijnen. Dat is veel en dat gaat mij zeer aan het hart. In het afgelopen halfjaar dat ik minister ben, maar ook in de periode daarvoor, toen ik lid was van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, ben ik veel op terreinen van Defensie geweest. Ik werd daar altijd bijzonder getroffen door de inzet van de medewerkers, hun betrokkenheid bij het materieel waarvoor zij de zorg hebben en hun aandacht voor de onderlinge verhoudingen. Nu ik in de omstandigheid ben gekomen waarin ik harde maatregelen moet nemen, is dat niet eenvoudig. Tegelijkertijd moet het wel gebeuren.

Ik heb gekozen voor de vlucht naar voren, in een aantal opzichten, om te proberen de krijgsmacht, maar ook de mensen van de krijgsmacht, zo goed mogelijk van dienst te zijn. Ik zal zeggen hoe ik dit gedaan heb.

In de eerste plaats heb ik dit gedaan door arbeidsomstandigheden die negatief waren, positief om te buigen. Dat heeft te maken met de achterstanden in reserveonderdelen, munitie, oefenmogelijkheden en dergelijke. Als er dagelijks veel van je wordt gevraagd, zijn die achterstanden ontmoedigend. Ik heb daarom meteen al gezegd dat wij het ombuigingsbedrag, of dit nu leuk is of niet, proberen te verhogen, om aan die achterstand zo snel mogelijk een eind te maken. Daarmee werd wel de pijn groter, maar tegelijkertijd zou een onaangename omstandigheid daardoor op haar eind kunnen raken.
In de tweede plaats willen we niet alleen hakken, maar ook een beetje bouwen. Een beetje bouwen is ook een beetje perspectief bieden. Daarbij gold als overweging dat je moet bouwen aan dingen die morgen, over een jaar of over 20 jaar nodig zullen zijn, in de toekomstige omstandigheden. Als je dat pas in de toekomst gaat bedenken, ben je te laat. Juist militaire omstandigheden betreffen altijd langetermijnwerk en dat betekent lang van tevoren bedenken, intensief oefenen en voorbereiden. Pas dan ben je in staat tot een goed antwoord op uitdagingen. Wij willen dus nieuwe dingen op de agenda zetten en daarvoor geld vrijmaken. Met de bezuinigingen die op tafel lagen, was dit niet mogelijk. Ik heb besloten om de bezuinigingen te vergroten om daarmee een perspectief te bieden voor de nieuwe omstandigheden waarin we zullen komen te werken. Ik doel daarmee ook op cyber, op de onbemande vliegtuigen; wij willen technologische ontwikkeling duidelijk op de agenda zetten en in de krijgsmacht vormgeven. Daarmee worden de problemen nog lang niet opgelost, maar het zijn kleine tekenen van hoop, waarin bewust is geïnvesteerd.

Vervolgens hoop ik oprecht dat we gauw in gesprek met de bonden kunnen gaan. Ik begrijp dat ook van hen behoorlijk veel wordt gevraagd. Er staat namelijk nogal wat op de agenda: een forse bezuiniging. Tegelijkertijd is er sinds het voorjaar geen cao meer omdat de cao-onderhandelingen nog moeten beginnen, en is de nullijn geen aangenaam onderhandelingsuitgangspunt. Verder is er de kwestie van het sociaal beleidskader: een dat afloopt en een nieuw, dat bovendien vele mensen raakt. Ik denk dat in dit overleg ook de complexe kwestie van toeslagen aan de orde zal komen, evenals -- last but not least -- de numerus fixus. Over de laatste wil ik op voorhand zeggen dat een dergelijke benadering ook aan de orde zou zijn gekomen als er geen bezuinigingen waren geweest. De personeelsopbouw bij Defensie is namelijk al veel langer scheef, met onvoldoende mogelijkheden en beleid voor een voor de dagelijkse activiteiten adequate opbouw: een smallere top en bredere onderbouw. De middelen daarvoor waren tot nu toe onvoldoende. Maar wij hadden daarover dus toch met elkaar moeten gaan praten, ik had dit toch aan de orde gesteld, juist in het belang van de mensen die met ziel en zaligheid voor de krijgsmacht beschikbaar zijn geweest en vanwege hun leeftijd misschien moeilijker herplaatsbaar zijn.

Nooit doorpakken betekent overigens dat je het probleem uiteindelijk alleen maar groter maakt. Het is in het belang van eenieder om door te pakken en tot goede verhoudingen te komen. Ook hierbij geldt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Er is veel verzet. Ik heb de argumenten van de officieren en onderofficieren goed beluisterd en begrijp deze ook heel goed, maar een jaar hiermee wachten betekent het probleem vergroten. Ik vind dat al die dingen op tafel moeten komen en hoop oprecht dat we met alle bonden snel rond de tafel kunnen gaan zitten. De bonden hebben alle bezwaren goed vormgegeven. Ik vind dat we daar dus goed naar moeten luisteren, maar tegelijkertijd moeten we nu tot afspraken kunnen komen, ook in het belang van de discussie met de Kamer. In het debat van vandaag was aan de orde of de implementatie van de ombuigingen kan worden opgeschort totdat over verschillende zaken meer duidelijkheid bestaat. Het lijkt mij beter om zo snel mogelijk te beginnen. Uitstellen betekent alleen maar dat je voor jezelf het probleem vergroot; bijvoorbeeld in organisatorische termen, omdat je de komende nieuwe begroting niet rond zult kunnen krijgen.

Je maakt het ook moeilijker omdat je het personeel geen duidelijkheid kunt geven. Die duidelijkheid schuift alleen maar verder vooruit. Daarmee wordt niemand geholpen. Weliswaar zijn de boodschappen onaangenaam, maar ik zal proberen om in overleg met de bonden tot een resultaat te komen waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid kunnen en willen dragen, al is het vaak met een grimmig of teleurgesteld gezicht.

De bedoeling van de komende reductieoperatie is dat wij voor iedereen hetzelfde activerende sociale beleid zullen voeren. Over de vervanging van het huidige sociale beleidskader en de inhoud van het nieuwe sociale beleid zal met de bonden worden gesproken. De bedoeling is dat wij snel met elkaar rond de tafel gaan zitten. Het nieuwe sociale beleid moet voor iedereen hetzelfde zijn en activerend zijn. De procedures van het sociale beleid moeten de overgang van overtallige werknemers van werk naar werk maximaal ondersteunen.

Van diverse kanten zijn er ook bij de rondetafelgesprekken inschattingen gepresenteerd en opmerkingen gemaakt over "van werk naar werk". Ik meen dat de heer Wientjes van VNO-NCW heeft gezegd dat het geen enkel probleem zal zijn om de meeste militairen onder te brengen omdat de vraag naar personeel toeneemt en mensen die bij Defensie hebben gewerkt over het algemeen graag geziene gasten zijn. Ik hoop dat het waar is. In ieder geval is een aantrekkende economie in het voordeel als mensen van werk naar werk moeten worden geholpen. Defensie zal proberen daarbij zo veel mogelijk te ondersteunen.

Teneinde zo veel mogelijk defensiemedewerkers van werk naar werk te brengen, zijn er behalve de contacten die wij hebben met VNO-NCW, ook contacten gelegd met regionale werkgeversorganisaties en met bedrijven. Er zijn verder afspraken gemaakt met brancheorganisaties en met bedrijven uit de sectoren beveiliging, politie, bouw, metaal, transport, logistiek en installatietechniek. Defensie heeft arrangementen gemaakt met externe partijen en onderneemt actie om het aantal arrangementen verder uit te breiden en bestaande afspraken verder te concretiseren.

De heer Ten Broeke heeft in dat verband gesproken over mogelijke samenwerking met het roc van Twente. Dat initiatief was ons bekend. Binnenkort wordt hierover met het roc gesproken. De afspraak is gemaakt. Met diverse overheidsorganisaties, waaronder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de politie is contact geweest over het overnemen van defensiepersoneel, waarbij de overgangsmogelijkheden worden bezien. Het probleem is hierbij wel dat de taakstellingen voor het aantal ambtenaren ook elders natuurlijk hun eigen problemen met zich meebrengen.

De komende jaren wordt rekening gehouden met de instroom van 2.500 nieuwe militairen per jaar. Deze worden gevormd door leerlingen op het gebied van veiligheid en vakmanschap, van het roc en de zogenaamde spijkerbroek. Aan hen kan binnen de gestelde kaders van FPS en numerus fixus een normale loopbaan worden geboden.

Iedere militair is weer beschikbaar voor het reguliere functietoewijzingsproces wanneer zijn functie is komen te vervallen. Daarbij wordt onderzocht of een andere functie kan worden toegewezen. Hiervoor wordt normaal gesproken een termijn in acht genomen van drie maanden, alvorens wordt vastgesteld of een militair overtollig is of niet. Dit geldt ook voor militairen die uitgezonden zijn geweest, met dien verstande dat hun termijn gaat lopen na terugkeer uit de missie. U kunt vragen of dit niet hard is voor militairen die zijn uitgezonden. Dat is wel zo, maar eigenlijk geldt voor de krijgsmacht dat bijna iedereen wel uitgezonden is geweest en menigeen zelfs een aantal keren. Dat je een andere positie hebt als je net terug bent dan wanneer je enkele maanden terug bent, zou een andere vorm van oneerlijkheid met zich meebrengen. De meeste militairen hebben hun bijdrage meer dan geleverd.

De verwachting is dat defensiebreed 12.000 functies zullen verdwijnen. Dat zal gevolgen hebben voor 10.000 mensen. Er is op dit moment namelijk sprake van onderbezetting. Van hen zullen naar schatting 4000 mensen door interne re-integratie en natuurlijk verloop buiten het overtolligheidsontslag blijven. Dat wil zeggen dat er uiteindelijk 6000 gedwongen ontslagen aan de orde zouden kunnen zijn, waarvan wij verwachten dat er 4000 mensen sowieso herplaatst zullen worden. Daardoor kom ik op het aantal van 2000 mensen die waarschijnlijk moeilijk herplaatst kunnen worden en voor wie dus sociaal beleid en inkomensondersteunend beleid moet worden ingezet. Deze inschattingen zijn gebaseerd op de financiële kaders die binnen Defensie worden gehanteerd voor de personeelskosten. Op basis van de ervaringsgegevens is een inschatting gemaakt van het aantal mensen dat van werk naar werk gaat en het aantal dat zonder het vinden van ander werk zal worden ontslagen.

Wie dat precies zijn en waar het zal neerkomen, wordt vanaf 1 augustus duidelijk. Dat is namelijk het moment waarop de reorganisatieopdracht en de numerus fixus samen de basis voor de reorganisatieplannen vormen.

Het CDA en D66 hebben gevraagd naar de externe bemiddelingsdienst van Defensie. Waarom wordt die juist nu opgeheven? Dat zat al wat langer in de pijplijn. Deze dienst verdwijnt overigens niet helemaal, want de taken en werkzaamheden van deze bemiddelingsdienst komen terug in de regiegroep die de reorganisatie gaat begeleiden. Daarbij wordt gebruikgemaakt van externe partners, re-integratiebedrijven, om deze begeleiding vorm te geven.

Het doel van de numerus fixus is een actieve regulering van de personeelsopbouw van Defensie, zoals eigenlijk bij elke normale werkgever gebeurt. De gewenste personeelsopbouw van militairen is een smalle bovenbouw en een brede onderbouw. De gewenste personeelsopbouw voor burgers is een goede mix van oud en ervaren versus jong personeel. Met de numerus fixus wordt het maximumaantal personeelsleden per rang en per schaal vastgelegd. Binnen deze dwingende kaders moet de organisatie worden opgebouwd. In 2016 moet de Defensieorganisatie passen binnen die vastgestelde personele kaders. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de kosten van de reorganisatie beheersbaar blijven.

De numerus fixus is een sturingselement en geen ontslaggrond. Met de numerus fixus wordt gestuurd op aantallen medewerkers in een rang of een schaal. Daarmee ondersteunt de numerus fixus het FPS-ontslag voor bepaalde militaire rangniveaus dan wel leidt het tot overtolligheid voor militairen en burgers.

Mevrouw Eijsink sprak over mensen van wie de dienst nu al is stilgezet wegens overtolligheid. Hoe gaat het verder met deze mensen? Op dit moment zijn er ongeveer 60 mensen van de CLAS vrij van dienst. Bij het operationele commando is de leegloop overigens nihil. Op dit moment wordt bezien of deze 60 mensen elders aan het werk kunnen. Na de zomer zal duidelijk worden of en waar ze bij Defensie aan de slag kunnen gaan.

De heer Van Bommel en de heer Hernandez vroegen naar de topfuncties en dan met name naar de tien speciale tijdelijke topfuncties. Na de reorganisatie zijn er bij Defensie nog 80 topfuncties over voor burgers en militairen samen. Het is nog niet bekend welke topfuncties er precies komen te vervallen. Voor de functionarissen die de tien tijdelijke topfuncties gaan bezetten tijdens het reorganisatietraject geldt dat bezien wordt of zij bij Defensie kunnen blijven of in een voorkomend geval met leeftijdsontslag kunnen wanneer de functie ophoudt te bestaan. Het is dus niet zo dat deze mensen blijven plakken en dat wij het aantal topfuncties op deze manier stiekem van 80 naar 90 verhogen.

Aan alle militairen is gemeld in welke FPS-fase zij zijn aangesteld. Per 1 februari is met de wijziging van het AMAR het FPS volledig ingevoerd. Hierdoor is het mogelijk te sturen op de personeelsopbouw.

De reservisten. Met name de heer Knops heeft over hen vragen gesteld. Uiteraard ben ik het eens met zijn constatering dat reservisten van belang zijn. De rol en de inzet van reservisten verandert niet. In de beleidsbrief is uiteengezet dat de rol van reservisten van onverminderd belang blijft voor Defensie. De bezuinigingen zijn dan ook niet een teken van een verminderende inzet, maar van een veranderende inzet. De opbrengsten worden gevonden door een vergroting van het aantal burgermedewerkers dat tevens reservist is. Door de verhoging van het aantal specifieke functies waaraan de reservistenstatus is gekoppeld en door het verlenen van de reservistenstatus aan de militairen die burger worden, worden kosten bespaard. Verder levert de vrijwilligheid die voor reservisten geldt bij de inzet, een zodanige beperking op dat een verhoging van de beoogde inzet moet worden afgezet tegen de garanties die daarbij kunnen worden verwacht.
Door de instroom van leerlingen van de roc-opleidingen voor Veiligheid en Vakmanschap neemt de behoefte aan initiële opleidingscapaciteiten af. De roc's zijn gecertificeerd, dus de initiële opleiding is daardoor vanzelf gecertificeerd. Daarnaast kan door meer gebruik te maken van civiele opleidingen de interne opleidingscapaciteit verkleind worden. Dat doet niets af aan de kwaliteit van de opleiding en het kennisniveau binnen de organisatie.

Het veteranenbeleid. Allereerst de vraag of de 100 mln. een ereschuld is of niet. Natuurlijk is het een ereschuld, maar het is een ereschuld van de natie tegenover de veteranen. Het is geen ereschuld van Defensie specifiek. Ik zal actief proberen om daarvoor dekking te vinden en zal dat proberen te vinden binnen de begroting van het kabinet. Ik ga ervan uit dat die ereschuld moet worden ingelost. Ik zal de toezegging op het terrein van de nazorg en het veteranenbeleid gestand doen. Ik ben zeer benieuwd naar de initiatiefwet die door de Tweede Kamer op dit moment wordt gemaakt. Wij proberen daar actief aan mee te werken.

De bemiddeling van de Nationale ombudsman heeft geleid tot de vaststelling van het aantal uitgangspunten voor een schaderegeling voor veteranen. Voor de kosten die met zo'n regeling zijn gemoeid, is tot op heden nog geen dekking gevonden, maar ik doe daar mijn best voor.

Tot slot van het blokje personeel de vrouwelijke generaals. Met het beëindigen van het diversiteitsbeleid worden er geen streefcijfers meer gehanteerd voor het aantal vrouwen, ook niet voor generaalsfuncties. Net als andere werkgevers staat Defensie open voor in- en doorstroom van vrouwelijke medewerkers. Als zij goed zijn: graag! In het algemene personeelsbeleid zijn maatregelen voorzien die eventuele belemmeringen met doorstroming moeten wegnemen, zoals voorzieningen op het gebied van arbeid en zorg. Er zijn op dit moment twee vrouwelijke generaals en zij zijn bevorderd via het reguliere proces en niet als onderdeel van het diversiteitsbeleid.

Dit was personeel.
De voorzitter: Zijn er op dit punt vragen blijven liggen?

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik neem aan dat wij ook vragen kunnen stellen.


De voorzitter: De minister reageert op vragen die u heeft gesteld. Het lijkt mij niet verstandig om er weer vragen bij te leggen. Daarvoor hebben wij een tweede termijn.

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik kan mij voorstellen dat wij wel een aantal vragen mogen stellen, als u mij toestaat. De minister is nu een half uurtje bezig en wij hebben het hele personeelsbeleid al doorgewerkt. Dat vind ik knap van de minister, maar ik neem aan dat wij wel een paar dingen mogen vragen.

Ik heb in ieder geval een vraag over de getallen. Ik heb geprobeerd om mee te schrijven en tel 12.000 ontslagen defensiebreed. We hebben het daarbij over 10.000 fte's, waarvan 4000 intern gaan via re-integratie; 6000 resteren en die worden gedwongen ontslagen. Binnen die 6000 zijn er 4000 te herplaatsen, dus dan hebben we het over 2000 ontslagen. Vervolgens zegt de minister dat het hierbij gaat om inschattingen. Deze organisatieopdracht moet per 1 augustus uitgevoerd kunnen worden. Mijn vraag is de volgende. Van de 6000 zijn 4000 te herplaatsen. Defensie kent een jaarlijkse in- en uitstroom van minimaal 4000 mensen. De minister wil dus 4000 mensen intern herplaatsen. Kan de minister zeggen hoe hij dat intern gaat doen, in het licht van de numerus fixus waardoor het per rang en per schaal als sturingselement moet worden uitgewerkt? Wij hebben het hier over duizenden mensen.
Mevrouw Hachchi (D66): Ik begrijp dat dit het onderwerp personeel is. Ik heb daarover een aantal vragen gesteld die niet zijn beantwoord. Allereerst geeft de minister aan dat er een regiegroep komt voor de reorganisatie van het Bureau Externe Bemiddeling. Wat gebeurt er op de lange termijn? Mensen blijven niet hun hele leven bij Defensie werken en dan blijft zo'n bureau natuurlijk wenselijk.
Ik heb ook gevraagd naar het bedrijfsmaatschappelijk werk. De taken daarvan zouden beperkt worden. Ik heb daarop geen antwoord gekregen van de minister.

Oog voor het individu, niet alleen voor de functie. Daarover heb ik een vraag gesteld.

Ik heb gevraagd wat de minister vindt van het civiel certificeren van de onderofficiersopleidingen. Zeker in aansluiting op de civiele arbeidsmarkt is dat belangrijk.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter, een punt van orde. Na minder dan een half uur in het antwoord van de minister bevinden wij ons in het herhalen van de vragen van de Kamer aan de minister. Dat is een vreemde situatie. Volgens mij delen de collega's die mening. Ook van mijn kant zijn vragen niet beantwoord. Het is niet de bedoeling dat wij onze tijd nu gebruiken om de vragen die in eerste termijn aan de minister gesteld zijn te herhalen. Ik heb er ook een aantal. Dat is een vreemde vertoning, zowel voor de Kamer als de minister.
De voorzitter: Ik heb de minister gevraagd of dit het onderdeel personeel was en dat was het. Ik heb bij u gecheckt of u het daarmee eens was. U geeft aan dat een aantal vragen niet beantwoord is. Ik geef u de kans om daarop te wijzen zodat de minister het deel personeel verder kan afronden.

**
De heer El Fassed (GroenLinks): Voorzitter. Op het punt van het terugdringen van de staven met 30% en het aantal topfunctionarissen naar 80 het volgende. Zo'n doelstelling was er ook in 2003. Waarom denkt de minister dat die nu wel gehaald gaat worden?


De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb nog een vraag gesteld over de krimpregio's. Omdat het om personeel ging, heb ik die vraag in dit kader gesteld.
De

1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina