Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina13/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   20
Hillen: Dat gaat via voortgangsrapportages. Wat tot nu gebeurde, was dat er overschrijdingen konden ontstaan zonder dat die tijdig gesignaleerd werden. En dat proberen wij nu te verbeteren. Wij denken dat het systeem dat wij nu gaan hanteren tot tijdige signalering en tijdige correctie leidt.

De Algemene Rekenkamer is kritisch op Defensie en volgt ons ook heel kritisch. Aan de andere kant moeten wij dit niet overdrijven. De Algemene Rekenkamer heeft ook geconstateerd dat er bij ons hard wordt gewerkt en dat er voortgang wordt geboekt op de bestaande verbetertrajecten. Dit neemt niet weg dat er inderdaad nog veel aan moet worden gewerkt. Ik heb hierover met de Algemene Rekenkamer gesproken en afgesproken dat wij in een goede wisselwerking zullen werken aan een verdere verbetering. Ik ben over het algemeen tamelijk optimistisch. Niet dat het volgend jaar al geregeld zal zijn, maar de voortgang zal uitstekend zijn.

Voor de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden is een plan van aanpak opgesteld met concrete en meetbare doelen. Voor 2011 is een beperkt aantal prioriteiten gesteld -- wij doen niet alles -- en dat plan wordt door de Rekenkamer gewaardeerd. De prioriteiten voor het financiële beheer zijn: het verbeteren van de verplichtingenadministratie, het verbeteren van de tijdigheid van betalingen en het voldoen aan de rijksbrede norm van 90% bij betalingen, en het zo snel mogelijk oprichten van een financieel administratie- en beheerskantoor. Voor het materieel beheer is één prioriteit genoemd: het verbeteren van het beheer van het gevoelig materieel zoals munitie, klein kaliber wapens en crypto-apparatuur.

Het onderwerp blijft wat mij betreft nadrukkelijk op de agenda, ook tijdens de reorganisaties. Ik deel de mening van de Algemene Rekenkamer dat de huidige reorganisaties kansen bieden om het beheer verder op orde te stellen, omdat de processen opnieuw moeten worden ingericht en bevoegdheden opnieuw moeten worden belegd. Het centrale thema is het reduceren van de complexiteit.


De heer Ten Broeke (VVD): Ik dank de minister in de eerste plaats voor de toezegging om tweemaal per jaar samen met de Algemene Rekenkamer die milestones te gaan doen op de sporen 1, 2 en 3, naar ik mag aannemen ook als de sporen 1 en 2 later worden ingevuld. Kunnen wij ook met de minister afspreken dat hij zal proberen om te voorkomen dat Defensie bij de volgende verantwoordingsdag -- woensdag gehaktdag wordt dat ook wel genoemd -- weer zo'n prominente rol zal spelen als getuige à decharge?
Minister Hillen: Wij doen ons best. Voor alle duidelijkheid: ik zal het vragen aan de Algemene Rekenkamer want zij moet daarin bewilligen. Ik ben expres met de Algemene Rekenkamer gaan praten omdat de kritiek vorig jaar -- en ook al eerder -- behoorlijk hard was. Mevrouw Eijsink heeft mij op dit punt meer dan wakker geschud, voor zover ik al had kunnen slapen. Ik ben dus met de Algemene Rekenkamer gaan praten en ik vond het een vrij constructief en positief gesprek. Wij hebben elkaar gevonden om goede afspraken te maken. Maar ja, dan heb je een gesprek gevoerd en dan komt daarna alsnog het rapport uit en dan denk je: goh, ik dacht toch dat het gesprek positiever was dan deze weergave nu toont. Wij hebben daarom daarna nog een keer met elkaar gesproken en wij gaan daarmee door. Ik heb echter de indruk dat wij elkaar goed verstaan. Wij zullen ons uiterste best doen om te bereiken dat het volgend jaar weer een stuk vriendelijker is dan het in het afgelopen jaar was.

Mevrouw Hachchi maar ook anderen hebben in het kader van de ombuigingen gevraagd of extra ombuigingen tussendoor op de agenda kunnen komen en hoe wij daarmee omgaan. De ombuigingen tot nu toe heb ik met frisse tegenzin gedaan, ervan uitgaande dat dit wel ongeveer hetgeen is wat van Defensie kan worden gevraagd. Ik heb dat ook laten merken. Ik zal met handen en voeten en alles wat in me is, vechten om te proberen om aanslagen op Defensie te voorkomen. Ik heb dat tot nu toe ook in andere posities gedaan en ik zal dat blijven doen. Ik kan niets garanderen, maar dat wil niet zeggen dat ik op voorhand ga glijden. Je kunt nooit weten welke omstandigheden zich bij de overheid kunnen voordoen, maar ik ben wel van mening -- dat moeten wij ook politiek met elkaar onder ogen zien en uitspreken -- dat de keuze om op Defensie of op een ander begrotingshoofdstuk te bezuinigen of juist niet, een politieke keuze is. Dat wil zeggen dat het toedelen van bezuinigingen via generieke toedelingmechanismen wel mogelijk is, maar ik ga ervan uit dat een kabinet politieke keuzes moet maken. Dit kan dus ook de keuze zijn om iets wel of iets niet of iets minder te doen.



Mijn inzet daarin mag duidelijk zijn. Ik maak mij uiteraard grote zorgen over de ontwikkeling van de overheidsuitgaven. De ellende van de economische malaise is misschien weer enigszins voorbij, hoewel wij dat ook niet mogen overschatten, maar vooral de stijging van de uitgaven voor de zorg is alarmerend. Eerder vandaag heb ik al gezegd dat in deze kabinetsperiode de uitgaven voor de zorg stijgen met ongeveer twee keer de begroting van Defensie. Er is dus een grootheid die andere uitgaven eruit drukt. Dat doet mij terugdenken aan het begin van de jaren tachtig, toen wij vooral bij de uitgaven voor de sociale zekerheid hetzelfde zagen. Ook toen werden andere uitgaven eruit gedrukt zonder dat daar beleid op te voeren was. Als dat eenmaal het geval is, moeten de overheid, het kabinet en de politiek vreselijk oppassen dat zij de bestaande of de politiek meest gewenste verhoudingen in stand kunnen houden. Wat dat betreft staat het kabinet voor een uitdaging. Niet alleen ik, maar ook alle ministers staan voor die uitdaging. Mijn inzet zal zijn te proberen om werkelijk voor Defensie op te komen waar ik kan, met de grootst mogelijke inzet.
Mevrouw Hachchi (D66): Laat ik een uitspraak van de minister als voorbeeld nemen. De minister heeft in oktober 2010 tegen de NOS gezegd dat hij geen extra bezuinigingen accepteert. Ik kan nog meer voorbeelden geven, maar dat zal ik niet doen. De minister was op dat punt heel stellig en duidelijk. Hij heeft toen niet gezegd dat hij zijn best zou doen om bezuinigingen te voorkomen en dat hij met handen en voeten zou vechten. Heel duidelijk heeft hij toen gezegd dat wij onderverzekerd dreigen te raken, dat hij geen verdere bezuinigingen zal accepteren en dat dit de grens is. Komt hij nu terug op deze woorden?
Minister Hillen: Nee. Ik wil graag afgerekend worden op het resultaat. Ik doe verder geen beloften. Ik heb meer bezuinigingen voor mijn rekening genomen dan in het regeerakkoord stonden, omdat ik een aantal positieve toevoegingen wilde doen. Voor het overige ga ik er vanuit dat ik afgerekend word op het resultaat waarop wij uiteindelijk zullen uitkomen. Ik doe mijn uiterste best om de belangen van het kabinet, maar specifiek de belangen van Defensie, optimaal te dienen.
Mevrouw Hachchi (D66): Wederom zijn dit een hoop zinnen, maar volgens mij is het heel duidelijk. Of de minister zegt dat hij terugkomt op zijn eerdere duidelijke stellingname en dat hij zijn best zal doen om meer bezuinigingen te voorkomen, maar dat die niet uitgesloten zullen zijn -- dit haal ik uit de woorden die de minister nu gebruikt -- of hij zegt dat hij blijft staan achter de destijds door hem op allerlei verschillende manieren geformuleerde uitspraak dat dit echt de grens is en dat hij iedereen waarschuwt dat Defensie niet verder mag bezuinigen, omdat onze landsverdediging dan in gevaar komt. Het is het een of het ander.
Minister Hillen: Men moet mij afrekenen op het resultaat.
Mevrouw Hachchi (D66): Dus ik mag de conclusie trekken dat de minister zijn eerdere woorden intrekt en dat hij nu aangeeft dat hij zijn best zal doen, maar de deur openhoudt en niet kan uitsluiten dat er extra bezuinigingen komen?
Minister Hillen: Dat deed mevrouw Hachchi een paar overleggen geleden ook. Toen las ik de volgende dag in de krant dat ik ging toegeven. Dat zeg ik dus niet. Ik heb gezegd dat ik met handen en voeten en met alles wat in mij is, zal vechten voor het belang van Defensie. Wij zullen zien wat de uitkomst is.
De heer Voordewind (ChristenUnie): De minister heeft gezegd dat het gaat om dramatische bezuinigingen. Toen hij die bezuinigingen bekendmaakte, sprak hij van een zwarte bladzijde. Er is al gerefereerd aan verschillende andere uitspraken van de minister. Wij kunnen begrijpen dat er overschrijdingen zijn. Wij weten dat die er onder meer bij de zorg zijn. Tegelijkertijd weten wij echter dat er bij Defensie bovenproportioneel wordt bezuinigd. Er wordt 1 mld. bezuinigd. Is dat niet genoeg reden om in het kabinet te zeggen dat Defensie al extra aangeslagen is en al meer gedaan heeft dan men normaal zou kunnen verwachten bij een bezuiniging van 10%?
Minister Hillen: De argumenten die ik gebruik, zijn van vergelijkbare strekking. Daarbij merk ik op dat de bezuiniging volgens het regeerakkoord 635 mln. is en dat de rest daar door mijzelf aan is toegevoegd. Uiteraard wordt er met kracht van argumenten gestreden als deze zaak aan de orde is. Wij zullen zien waar wij uitkomen. Tot nu toe heb ik over de collegialiteit binnen het kabinet niet te klagen, maar strikt genomen moeten de begrotingsbesprekingen nog beginnen. Die vinden pas in juni plaats.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik constateer met enige teleurstelling dat niet alleen de coalitiepartijen, maar ook de minister nu herhaalt dat hij niet uitsluit dat er een extra beslag op de begroting van Defensie gedaan wordt. Dat betreur ik ten zeerste.
Minister Hillen: Dat is niet mijn conclusie, maar iedereen moet zijn eigen conclusies trekken.
Ik wil overgaan naar sourcing. Defensie onderzoekt of diensten kunnen worden uitbesteed. Wanneer dat niet kan, wordt bezien of samenwerking binnen de rijksoverheid, met andere krijgsmachtonderdelen of met het bedrijfsleven voordelen kan bieden, of dat Defensie het toch zelf moet blijven uitvoeren. De samenwerking tussen het Nederlandse bedrijfsleven en Defensie is al lang sterk ontwikkeld en van groot belang. Het gaat daarbij niet alleen om uitbesteden, maar ook om intensieve samenwerking. Defensie werkt daarmee reeds op vele gebieden samen, bijvoorbeeld bij het onderhoud van de F-16-motor. In de vorm van pilots is al samengewerkt met het oog op de instandhouding van de Bushmaster en de Viking na het gebruik in Afghanistan, wat heeft geleid tot het onderhoudscontract voor de Viking.

Een aanzienlijk deel van de ondersteunende diensten van Defensie komt in aanmerking voor uitbesteding en staat op de sourcingagenda. Defensie zal zich toeleggen op haar kerntaken en zal sourcing frequent inzetten. Ik ben op dit punt zeer gemotiveerd. Het programbureau op centraal niveau ondersteunt en stimuleert de uitvoering van sourcingprojecten bij de Defensieonderdelen. Wat doet Defensie op het gebied van sourcing, hoe ziet die sourcingagenda eruit? In 2011 onderzoekt Defensie de mogelijkheden van sourcing voor zeven onderwerpen: medische keuringen; psychologische selectie; ICT, dus mainframes, hosting, werkpleklogistiek, connectivity, datacentra, IV-diensten en telefoon; vastgoed, dus nieuwbouw en lokaal afroepbare diensten; onderhoud van kleine vaartuigen; onderhoud van kalibratie-, meet- en testapparatuur; en onderhoud van luchtverkeersbeveiligingssystemen. Vanaf 2012 worden de mogelijkheden van sourcing onderzocht voor personeel en organisatie: gedragswetenschappen, juridische dienstverlening, personeelsvoorziening, re-integratie; gezondheidszorg, waaronder ook arbozorg, logistiek en bijzondere medische beoordelingen; bewaking en beveiliging, uiteraard buiten het geweldsspectrum; bevoorrading, kleding en persoonsgebonden uitrusting. Defensie beziet ook de mogelijkheden tot sourcing bij investeringsprojecten. Het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen en het project Vervanging Elektronische Toegangssystemen bieden naar verwachting op termijn mogelijkheden op dit gebied. Ook het goederentransport dat in lijndienst wordt uitgevoerd, zal in de sourcingagenda worden opgenomen.

In antwoord op de vragen van de heer Knops: ook het bedrijfsleven onderzoekt van zijn kant de mogelijkheden tot samenwerking. De eerste resultaten worden deze zomer verwacht. Het onderzoek zal de situatie bij de onderhoudsbedrijven inventariseren en zal uitwerken op welke deelgebieden kansen bestaan voor samenwerking of uitbesteding aan defensiegerelateerde industrie, dus of Defensie of het bedrijfsleven daarbij belang kunnen hebben. Defensie zal daarbij een quickscan uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden van de onderhoudsbedrijven van DMO. Op dit moment worden de sourcingagendamogelijkheden voor vijf kavels onderzocht binnen de informatievoorziening. Daarmee is het overgrote deel van IVENT onderdeel van onderzoek; IVENT staat op dit moment midden in de spotlights. Hiermee ligt een groot deel van het domein onder het vergrootglas. Deel van het onderzoek is het bepalen van de vorm waarin en op welke manier met de markt kan worden samengewerkt. In een notitie van KPN, die de Kamer blijkbaar is aangeleverd, wordt voorgesteld om een consortium te vormen met enkele marktpartijen en vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid diensten aan de overheid te gaan leveren. Deze vorm van samenwerking en de in de notitie genoemde argumenten die voor en tegen deze vorm pleiten, maken nadrukkelijk deel uit van de lopende onderzoeken. De onderzoeken zijn in een vergevorderd stadium. Ik verwacht deze zomer hierover ambtelijke besluitvorming, waarna een en ander kan worden aangeboden aan de medezeggenschapscommissie en het daarna verder het traject in kan. Ik waardeer de constructieve bijdrage van KPN en zal, in nauw overleg met mijn collega van Financiën, de informatie meenemen in de besluitvorming over de vijf kavels. Het gaat om groot geld.

Bij de uitbesteding is het belangrijk dat personeel van Defensie overgaat naar het bedrijfsleven. Dat zorgt voor de noodzakelijke specifieke defensiekennis bij de dienstverleners. Defensie zal altijd zelf kennis en ervaring moeten houden om het aanbod van diensten te kunnen aansturen. Maar het is volstrekt duidelijk dat ik concrete stappen wil zetten en tot uitbesteding wil overgaan. In verband met het personeel moeten zorgvuldigheid en snelheid hand in hand gaan. Daaraan wordt nu hard gewerkt. Ik ervaar het als plezierig als het bedrijfsleven daar enthousiast over doet, zoals dit binnen de rondetafelconferentie is verwoord.

De heer Hernandez vroeg specifiek naar het aantal dienstauto's. Defensie krijgt door het grote aantal auto's dat zij aanschaft een substantiële korting en brengt daarna de voertuigen onder bij een leasebedrijf.

Door dit aanschafvoordeel is de kilometerprijs lager dan wanneer een voertuig rechtstreeks wordt ingehuurd van een leasebedrijf. Daardoor besteedt Defensie belastinggeld wat ons betreft zo zorgvuldig mogelijk. Over de aantallen kunnen wij het dan hebben.



De heer Ten Broeke had 10.000 ingenieurs gezien. Dat werden er 1000 bij de Dienst Vastgoed. Het zijn er ook geen 1000. Bij de Dienst Vastgoed van Defensie werken er ongeveer 300. Hier werken niet alleen ingenieurs, maar bijvoorbeeld ook terreinbeheerders en mensen voor de ondersteuning. In totaal heeft de Dienst Vastgoed Defensie 1000 medewerkers op de loonlijst. Het onderhoudswerk van de Dienst Vastgoed Defensie wordt op het ogenblik voor 73% uitbesteed aan het bedrijfsleven. Het eigen personeel voert vooral de meer specifieke onderhoudsopdrachten uit. De ingenieursdiensten, maar ook het onderhoud in eigen beheer, staan op de sourcingagenda van Defensie. Wij onderzoeken of deze diensten voor uitbesteding in aanmerking komen. De quick scan naar de ingenieursdiensten wordt op dit moment uitgevoerd. Als er mogelijkheden zijn, wordt de quick scan gevolgd door een volwaardig sourcingonderzoek.
De heer Ten Broeke (VVD): Ik weet niet of de minister aan het eind van zijn lijstje met sourcingmogelijkheden is gekomen. The proof is in the eating of te pudding. Dat zullen wij in de loop van de zomer zien. Ik ben niet gerustgesteld als ik formuleringen hoor als "bieden naar verwachting mogelijkheden". Dit gaat over het project grotewielvoertuigen. Daarover spreken wij hier al anderhalf jaar. Ik ben ook niet gerustgesteld als wij de minister met een motie moeten dwingen om de Bushmasters en de Vikings in onderhoud te brengen en ik vervolgens hetzelfde patroon zie bij de CV90's. Ja, de minister heeft gelijk, er werken 1000 man bij de Dienst Vastgoed. Laten daarbij eens 300 echte ingenieurs zitten. Maar als 73% van het standaardwerk nu al wordt uitbesteed, dan is er toch wel iets geks aan de hand. Dan hebben wij nog niet eens gesproken over het voorbeeld van de leenconstructie dat ik gaf. De minister moet misschien toch eens met een vergrootglas naar de Dienst Vastgoed kijken.
Minister Hillen: Over die leenconstructie kom ik zo te spreken. Wat de voortgang betreft: dat er beleefde woorden staan kan wel het geval zijn, maar ik ga mijn onderhandelingskaarten niet precies op tafel leggen. Neemt u van mij aan dat wat mij betreft de inzet optimaal zal zijn. Ik hoop dat de resultaten die wij gaan bereiken ook optimaal zullen zijn.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik heb nog een vraag over het rollend en vliegend materieel. Ik hoorde iets over een quick scan voor dit punt. Dat ging heel snel. Kan de minister dit even herhalen? Dit is een belangrijk punt.
Minister Hillen: Ging dit over de ingenieursdiensten?
De heer Voordewind (ChristenUnie): Nee, over het uitbesteden van onderhoud aan vliegend en rollend materieel.
Minister Hillen: U bedoelt de wielvoertuigen?
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ja, dat klinkt als rollend materieel.
Minister Hillen: Ik heb het volgende gezegd. Het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen en het project Vervanging Elektronische Toegangssystemen bieden naar verwachting mogelijkheden op dit gebied. Op termijn zal ook het goederentransport dat in de lijndienst wordt uitgevoerd in de sourcingagenda worden opgenomen.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Hoe zit het dan met het vliegend materieel? Daarover heb ik nog niets gehoord. Bestaat daarvoor ook de mogelijkheid om zaken uit te besteden?
Minister Hillen: Jazeker.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Wordt daarnaar ook gekeken?
Minister Hillen: Daarnaar wordt ook gekeken. Die agenda is volop in beweging. Dat betreft onderhoud. Het is overal aan de orde. Er wordt op het ogenblik met de industrie bekeken wat er op Woensdrecht kan worden uitbesteed. Die agenda loopt dus volop.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Het is voor de Kamer niet helemaal duidelijk. Misschien kan de minister in de loop van het jaar de Kamer informeren wanneer duidelijker is waar concreet kan worden gesourcet voor dit soort onderhoud.
Minister Hillen: Dat doe ik sowieso. Zolang er wordt onderhandeld, ben ik wat geheimzinnig omdat het echt om belangen gaat, maar wanneer wij resultaten boeken, worden die uiteraard bekend.
Voorzitter. Dan nu de opmerking van de heer Ten Broeke over de dure financiering van Financiën. Hij wees erop dat de nieuwbouwplannen bij Woensdrecht worden gerealiseerd met een lening van het ministerie van Financiën. Volgens hem leent Defensie daarvoor 69 mln. tegen een woekerrente van 7% per jaar met een looptijd van 53 jaar. Ik zou daardoor dus ongeveer 70 mln. extra betalen, maar uit mijn gegevens blijkt toch iets anders. Defensie maakt inderdaad gebruik van de leenfaciliteit van Financiën, een faciliteit die sowieso voor investeringsprojecten van de overheid is bedoeld. Wij mogen immers niet gebruikmaken van een particuliere bank. Wij moeten het via Financiën regelen. De rente op de leningen voor de bouwprojecten liggen tussen 2,9% en 4,9%. Verder komt de genoemde looptijd mij niet bekend voor.

De vastgoeddienst mag -- ik zei het al -- geen commerciële leningen afsluiten buiten het ministerie van Financiën om. Dit verbod is van kracht sinds het echec met de "slimme" leningen van de provincie Zuid-Holland.


De heer Ten Broeke (VVD): Ik wil de minister best geloven, maar waarom kunnen lokale overheden het dan wel? Overigens hebben zij het ook nog gedaan na het echec dat de minister noemde. Het gebeurt dus nog gewoon. Volgens mijn rekensom en volgens mij ook volgens de rekensom van Defensie moet u, weliswaar over 53 jaar, een heel fors bedrag bijbetalen. Ik vind dan ook dat het ministerie heel scherp moet kijken naar de mogelijkheid van een dergelijke constructie. Financiën kan wellicht een andere financiering afdwingen, maar als dat zo is, kan de Kamer daarover natuurlijk ook in gesprek gaan met Financiën. Ik ben in ieder geval bereid om dat te doen, want dit soort constructies zijn voor Defensie dure broekzak-vestzakconstructies. Er gaat immers meer uit de broekzak dan er in de vestzak gaat. Ik wil dat hier goed naar wordt gekeken, want de commerciële rentes zijn aanzienlijk beter.
Minister Hillen: U vergist zich, want de rente die wij betalen, ligt tussen 2,9% en 4,9%. Dat lijkt mij redelijk concurrerend. U noemt verder een looptijd van 53 jaar, maar die is bij ons niet bekend. De overheid is echt nog steeds de goedkoopste lener in het land met een tripple A-status. Een ministerie of een overheid die via het ministerie van Financiën een lening afsluit, is over het algemeen dan ook buitengewoon goed uit.
De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter, ik kom hierop in tweede termijn terug.
Minister Hillen: Voorzitter. Dan nu de terreinen. In Woensdrecht ...
De voorzitter: Mevrouw Eijsink, u hebt nog een opmerking over het voorgaande?

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Over dit blokje. Ik begrijp dat de minister het blokje dat materieel heet, heeft afgerond. Begrijp ik dat goed?


Minister Hillen: Ik heb SPEER nog voor u. Bedoelt u dat?
Mevrouw Eijsink (PvdA): SPEER is natuurlijk alles binnen Defensie! Als u de vraag over materieel nog even … Maar misschien nog even over de sourcing. Ik wil mijn vraag nog wel een keer herhalen.
De voorzitter: Doe maar.

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik weet nu helaas hoe het werkt. Ik ben het er nog steeds niet mee eens en ik vind dan ook dat u eigenlijk in zou moeten grijpen, maar goed …

Ik hoor de minister zeggen: het is al heel lang sterk ontwikkeld in onze contacten met het bedrijfsleven. Ik hoor hem verder zeggen dat hij zeer gemotiveerd is. Ik zou dan graag een reactie krijgen op het rapport van het NIDV over samenwerkingsvormen met de industrie. Ik vroeg daarbij met name naar de ICT-component. De minister kent het rapport vast en zeker en, zo niet, dan heb ik een kopie voor hem.

Mijn tweede vraag bij het blokje materieel betrof het rapport over de prestaties van de transporthelikopter NH90. Die prestaties zouden tegenvallen en dat roept een vraag op over de relatie met het mogelijk aanhouden van de Cougar's. Ik heb overigens begrepen dat de minister daarover in de pauze al iets tegen de pers heeft gezegd. Misschien kan hij dat hier herhalen.


Minister Hillen: Over de NH90 kom ik nog te spreken en op het NIDV-rapport ben ik uitgebreid ingegaan. Maar ik wil het voor u …
Mevrouw Eijsink (PvdA): Hebt u dat KPN-rapport soms voor u?
Minister Hillen: Ja. Op dit moment …
Mevrouw Eijsink (PvdA): Het heet het "KPN-rapport"?
Minister Hillen: Ja.

Moet ik het een keer herhalen?


De voorzitter: Doe maar, want anders blijven wij maar op en neer gaan.

**
Minister Hillen: Ik heb gezegd: hiermee ligt een groot deel van dit domein onder het vergrootglas. Doel van het onderzoek is het bepalen van de vorm waarin met de markt zal worden samengewerkt. In de notitie van KPN ...


Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter, ik probeer heel goed op te letten. Het NIDV-rapport ligt voor mij. Over dat rapport heb ik in eerste termijn vragen gesteld. Ik zie het woord KPN in dat rapport niet staan. Laten wij proberen om in ieder geval niet langs elkaar heen te praten.
Minister Hillen: In de notitie van KPN, die u blijkbaar via het NIDV aangeleverd hebt gekregen, wordt voorgesteld om …
Mevrouw

1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina