Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina14/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   20
Eijsink (PvdA): Ik zie er geen KPN in staan.
Minister Hillen: Nee, maar …
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter, ik overhandig u hierbij de notitie.
Minister Hillen: Ik zal het lezen, maar niet nu. Ik zal eerst mevrouw Eijsink als een speer op Speer bedienen. In het algemeen overleg van 9 februari over Speer heb ik uiteengezet dat het programma Speer in 2014 zal stoppen, omdat dan SAP Defensiebreed in gebruik genomen is en de financiële materieel-logistieke processen gestandaardiseerd gekoppeld en ondersteund zijn. In de afgelopen periode zijn de daarvoor gestelde doelen behaald en we liggen nog steeds op koers. Op dit moment bekijken we hoe de maatregelen en reorganisaties uit de beleidsbrief het verloop van Speer kunnen beïnvloeden. Op het moment dat je de boel overhoophaalt, kan dat consequenties hebben. Als de bedrijfsvoering wordt aangepast, zal SAP moeten volgen, want Speer moet natuurlijk volgen wat er gereorganiseerd wordt. Ik heb toegezegd dat ik de Kamer informeer bij de eerstvolgende voorjaarsrapportage dit najaar. Het heeft onze speciale aandacht en tot nu toe hebben wij het gevoel dat het onder controle is.

De heer Ten Broeke heeft opgemerkt dat er in Woensdrecht voor 12 mln. een spuiterij wordt gebouwd, terwijl er aan de andere kant van het hek een spuiterij van Fokker ligt. Hoe rijmt dit met het Defensiebeleid? Er wordt op dit moment geen spuiterij in Woensdrecht gebouwd. Wel wordt er een business case uitgevoerd waarin wordt onderzocht of vanaf 2015 in Woensdrecht aan de Defensiekant een faciliteit zou kunnen worden opgezet voor het coaten van kunststof onderdelen. Dat is zeer specialistisch werk. Momenteel wordt het spuiten van metalen onderdelen uitbesteed aan Fokker. De faciliteit bij Fokker is echter verouderd en voldoet niet meer aan de Arbo-regelgeving. Het voorlopig resultaat van de business case is dat uitbesteding van dit specialistische werk financieel niet voordeliger is. Bijkomend voordeel van inbesteding is dat er vaak minder onderdelen getransporteerd behoeven te worden.



Er zijn verschillende vragen gesteld over het overtollige Defensiematerieel. Er is nog geen koper gevonden. Wie is de verkopende partij? Dat is niet Defensie. De verkopende partij is Financiën, samen met EL&I. Vandaar dat de staatssecretaris daarover in de Kamer aan het woord is geweest. Er is nog geen koper gevonden voor het overtollige Defensiematerieel. Binnen de kaders van het Nederlandse wapenexportbeleid zal de markt proactief worden benaderd. De totale geraamde netto-inkomsten tot 2020 bedragen 401 mln. Die getallen die daarvoor staan, worden in overeenstemming met Financiën vastgesteld en gevalideerd. Het zijn dus geen ramingen die wij maken in een poging onze verplichtingen in te vullen; deze worden heel kritisch bekeken. Er wordt gekeken naar de situatie op de markt en naar de mogelijkheden die er zijn. Het totaal geraamde bedrag aan netto-inkomsten van 401 mln. is een door Financiën gevalideerd cijfer. De raming van de verkoopopbrengsten in deze kabinetsperiode is 120 mln. De eerste inkomsten daarvan zijn voorzien vanaf 2014. Uiteraard zullen de opbrengsten van de verkoop van het overtollig materieel altijd het resultaat zijn van commercieel vertrouwelijke onderhandelingen. Dat zit de openbaarheid natuurlijk wel in de weg. Over de opbrengsten van de verkoop van materieel in deze kabinetsperiode is afgesproken dat deze in beginsel worden gebruikt voor de kosten die zijn gemoeid met de mogelijke afstotingsorganisatie en met het voor de verkoop gereedmaken van het materieel. De netto-ontvangsten mogen door Defensie worden gebruikt voor het opvangen van tegenvallers op de begroting. Wanneer er geen tegenvallers zijn, mogen de ontvangsten worden gebruikt voor intensiveringen. Eerst de handel zelf en de kosten die daarmee gepaard gaan, dan kijken we of er tegenvallers zijn en dan zouden we daarvan eventueel een extra intensivering mogen betalen.
De heer El Fassed (GroenLinks): Dit is een bekend antwoord dat we al jaren standaard krijgen op vragen over de verkoop van overtollig Defensiematerieel. Ik vind het knap dat Financiën deze schatting kan maken zonder marktanalyse. Uit de antwoorden op Kamervragen blijkt dat er geen marktanalyse is geweest. Ik vraag mij af of deze ramingen niet te hoog zijn, gezien de internationale ontwikkelingen en gezien het restrictief wapenexportbeleid.
Minister Hillen: Ik heb daarover geen oordeel. Wij zouden het wellicht anders kunnen invullen, maar Financiën heeft de prijs bepaald. Met die prijs mogen we rekenen, voor inkomsten of voor onze begroting. Voor de rest heb ik daarover geen mening.
De heer El Fassed (GroenLinks): Het bedrag wordt wel ingeboekt en gebruikt voor tegenvallers op de Defensiebegroting. Mij lijkt dat er met reële, betrouwbare cijfers wordt gewerkt. Daarvoor is volgens mij een marktanalyse nodig.
Minister Hillen: Ik zou dat met u eens kunnen zijn. Ik weet niet precies hoe die tot stand komen. Financiën staat over het algemeen niet bekend als een ministerie dat naar boven afrondt, althans als het gaat om het neerzetten van conservatieve cijfers. Die cijfers zijn naar mijn mening dan ook in principe heel haalbaar.

De heer Ten Broeke vroeg naar de bezuinigingen die neerslaan bij TNO in relatie tot onderzoek. In het licht van de doelstellingen in de beleidsbrief streeft Defensie, ondanks een bezuiniging op een breed terrein, naar een stabiele financiële basis ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van Defensiespecifieke kennisbasis. De beleidsbrief bevat daarom geen aanvullende bezuinigingen op de Defensiebudgetten voor kennis- en technologieontwikkelingen waarbij tevens ten dele tegemoetgekomen is aan de motie-Ten Broeke. Als gevolg van het amendement-Ten Broeke op de Defensiebegroting 2011 is voorts eenmalig 6 mln. vrijgemaakt voor projecten bij TNO. Dat betekent dat er nu een budget, de door de heer Ten Broeke genoemde 33 mln., is opgenomen in de begroting van Defensie. Het streven van Defensie laat onverlet dat de bezuinigingen bij Defensie en de rijksoverheid als geheel in het kader van de Voorjaarsnota 2011 ook de Defensiespecifieke kennisbasis bij de strategische partners van Defensie niet ongemoeid zullen laten. Om de gevolgen voor de Defensiespecifieke kennisbasis zoveel mogelijk te kunnen beperken, brengt Defensie in overleg met haar strategische partners, waaronder TNO en de andere ministeries, de eventuele effecten hiervan in kaart. Ik kan dus nog geen helderheid geven. Ik ben zelf nog in gesprek met EL&I om te kijken of wij de schade zoveel mogelijk kunnen beperken. Ik ben evenwel bang dat de heer Ten Broeke er nog niet helemaal gelukkig mee zal zijn.


De heer Ten Broeke (VVD): Wij beginnen elkaar een beetje te kennen wat dat betreft. Ik vrees dat ik hierop nog een keertje zal moeten terugkomen. Er ligt een motie en een amendement. Er was bereidheid van mijn kant om vorig jaar met eenmalig akkoord te gaan. Ik ben het echter niet met u eens dat er geen bezuiniging op een bezuiniging is gevolgd. Als ik goed tel, dan kom ik op drie keer bezuinigen, waaronder die van de zbo en de aanslag vanuit de rijksdiensten, wat neerkomt op 50%. Dat is disproportioneel en in strijd met wat wij hebben afgesproken. Ik verzoek u om dat onderzoek uit te voeren met in uw achterhoofd het streven om moties, en zeker amendementen, van de Kamer uit te voeren.
Minister Hillen: Ik ben het met u eens hoor. Research and development zijn mij ook dierbaar. Ik kan elke euro echter maar één keer uitgeven. Om die reden heb ik tot nu toe gedaan wat ik kon namelijk uw amendement eenmalig uitvoeren. Op dat punt zit ik op het ogenblik.

Ik kom te spreken over de infrastructuur en de krimpgebieden en alles wat daarmee te maken heeft. Er komt een strategische vastgoedvisie, zoals bekend, met als eerste stap een integraal herbeleggingsplan. Dat zal er vanaf 1 juli zijn. Dat plan bevat een groot aantal maatregelen voor afstoting van infrastructuur, grote kantoorlocaties, kazernes, opslagplaatsen en een groot aantal splinterlocaties. De vastgoedvisie zal een aantal kaders voor vastgoedbeleid geven. Een goede inrichting van de Defensievastgoedsector moet niet alleen een zorgvuldige omgang met het vastgoed waarborgen maar ook prikkels geven voor doelmatigheid. Wij proberen zoveel mogelijk rekening te houden met de regionale omgeving maar dat kan niet overal. Over de Kooy en vliegbasis Eindhoven zijn op het ogenblik gesprekken gaande. Wij hopen de gesprekken over de Kooy voor 1 juli te hebben afgerond. Eindhoven zal wat langer overleg vergen. Voor de rest bekijken wij hoe wij rekening kunnen houden met de krimpregio's. Het probleem is echter wel dat politieke programma's centraal worden gemaakt; daarna komen de regionale bestuurders zeggen dat je het tegenovergestelde moet doen van wat landelijk is afgesproken. Ook hiervoor geldt dat elke euro maar één keer kan worden uitgegeven. Aan de ene keer is er Drenthe, een kwetsbare regio, en aan de andere kant is er Brabant waar Defensie verreweg de grootste werkgever is maar waar het sluiten van een basis natuurlijk net zo hard aankomt, zeker in een bepaald dorp of in een bepaalde omgeving.



Op het moment dat je, zoals nu het geval is, zoveel moeten ombuigen en bezuinigen, is het uitgesloten dat je dat kunt doen zonder hier of daar vervelende beslissingen te moeten nemen. We zullen goed bekijken wat we kunnen doen, maar uiteindelijk is het in de eerste plaats natuurlijk toch het Defensiebelang. Wij zullen proberen zo goed mogelijk met die gelden om te gaan. Zoals ik al aangaf, geeft de manier waarop wij met De Kooy aan het spreken zijn en met Eindhoven aan dat wij niet blind zijn voor andere verantwoordelijkheden in het land die ook kunnen tellen.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Mag ik vragen of de minister ook wil reageren op mijn vraag over het marineterrein in Amsterdam en de samenvoeging met Den Helder en mogelijkerwijze Zwaluwberg? Dat zijn locaties waar al jaren naar gekeken wordt. Zijn er mogelijkheden om die daar te vinden?
Minister Hillen: Ik ga nu niet vooruitlopen op een plan dat per 1 juli komt. De twee overleggen over De Kooy en Eindhoven waren openbaar, maar als ik de rest nu zou gaan noemen, gaat iedereen aan cherry-picking doen en zijn eigen dingen eruit pikken, dus ik wacht tot wij op 1 juli met het totaalplaatje kunnen komen en alles in samenhang kunnen bekijken.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Dat begrijp ik, maar ik constateer dat alles bespreekbaar is en ook wordt besproken.
Minister Hillen: Technisch gesproken, ja.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Mag ik dan een definitie van wat deze minister op dit moment “technisch gesproken” vindt?
Minister Hillen: Uiteindelijk nemen wij besluiten op basis van een aantal criteria. Dat betekent dus dat het geen verzoekplatenprogramma zal worden. Met andere woorden, er zitten keuzes achter die stellig zullen zijn en met redenen omkleed.
De heer El Fassed (GroenLinks): Ik neem aan dat u dan ook de motie-Grashoff/Albayrak daarin meeneemt, over locaties.
Minister Hillen: Ja, voor zover mogelijk. Defensie is niet de economische motor van Nederland. Defensie probeert binnen de eigen begroting maximaal te doen wat zij kan. Andere belangen houden wij goed in de gaten. Er is in het algemeen goed overleg. De contacten met de lokale of provinciale autoriteiten zijn zowel decentraal als nationaal altijd heel goed. Wij rijden elkaar niet in de wielen, dus in principe zullen wij proberen zo constructief mogelijk te zijn, maar ik geef geen garanties.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Mag ik de minister wil zo verstaan dat hij zegt dat hij zo veel als hij kan de krimpregio’s zal ontzien, in de geest van de motie-Heijnen/De Pater?
Minister Hillen: Ja, zolang het niet dwars door onze belangen heenfietst, waardoor wij echt een groot nadeel zouden krijgen, tenzij een ander, Financiën of wie dan ook, bereid is om die extra kosten voor zijn rekening te nemen. Bijvoorbeeld bij De Kooy proberen wij tot een gezamenlijk financieringsarrangement te komen. Dat kan dan de problemen oplossen.
De heer Knops (CDA): Dat was precies het punt dat ik wilde maken. Het is sluiten of openhouden, maar er zijn natuurlijk ook andere modaliteiten waarbij regio's die, zoals u terecht zegt, zich helemaal niet in de discussie hebben gemengd of helemaal geen rol hebben gespeeld in de besluiten die nu worden genomen om te bezuinigen, natuurlijk ook met aanbiedingen kunnen komen, net als dat in Den Helder is gebeurd. Dat lijkt mij een prima voorbeeld en het lijkt mij ook heel goed voor andere regio's om dat te doen.
Minister Hillen: Ik wil zo langzamerhand overgaan naar het operationele deel en wat daarbij allemaal aan de orde is. Eerst kom ik dan op de voorraden, de reservedelen en de geoefendheid. Wij willen proberen om in 2014 weer op orde te zijn. De verwachting is dat eind 2014 de tekorten aan reservedelen en andere voorraden zullen zijn ingelopen. Tot aan 2014 zijn er hier en daar nog wel tekorten, die in de komende jaren geleidelijk aan worden ingelopen. Defensie is daarbij wel deels afhankelijk van externe marktfactoren. Zo is Defensie voor de aanschaf van wat heet long lead items afhankelijk van de leveranciers van deze reserveonderdelen. Dat kan wel eens op zich laten wachten. Het betreft hier vooral reservedelen en munitiesoorten met een levertijd van twee of drie jaar. Deze bestellingen worden zo vroeg mogelijk geplaatst, als dat al niet bijna het geval is. De vulling daalt in 2012. De verwachting is dat de operationele eenheden in 2013 weer helemaal gevuld zijn. Voor eenheden die door de reorganisatie opnieuw moeten worden samengesteld is wat langer de tijd nodig om dat gewenste niveau te bereiken. Mijn streven is dus om de nieuwe organisatie in 2014 maximaal gevuld te hebben.

De aanpassingen in de oefenprogramma's als gevolg van de bezuinigingsmaatregelen zijn dan verwerkt. Hiermee kan pas worden gestart als de plannen voor de reorganisatie zijn goedgekeurd. De verwachting is dat in de loop van 2013 een volledig oefenprogramma kan worden uitgevoerd. Naar verwachting zullen eind 2014 de structurele problemen in de materiële exploitatie zijn opgelost en de onderhoudsachterstanden helemaal zijn weggewerkt.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Wat de minister denkt en verwacht hebben wij kunnen lezen in de brief. Mijn vraag was waarom de minister denkt de huishouding in 2014 wel op orde te kunnen hebben.
Minister Hillen: Omdat het geld daarvoor is vrijgemaakt. De vulling hebben wij dit jaar op een laag pitje gezet en vorig jaar was de vulling ook niet volledig. Er zal straks weer voldoende personeel worden aangenomen. Voor de oefeningen, voor de reserveonderdelen en noem maar op is weer geld beschikbaar. Sommige onderdelen en bepaalde munitie laten wat langer op zich wachten omdat ze niet tijdig geleverd kunnen worden. Wij hebben gezegd dat binnen drie jaar alles op orde moet zijn. Het geld is ervoor beschikbaar en dus kan het. Wat zou daar verder aan in de weg moeten staan?
Mevrouw Eijsink (PvdA): Als het zo simpel zou zijn, zouden eerdere reorganisaties ook gloedvol en fantastisch zijn verlopen. Ik hoor de minister zeggen dat het streven is om in 2014 maximaal gevuld te zijn. Ik heb geen idee wat dat inhoudt. Wat kan er dan wel? Dat staat niet in de brief. Ik begrijp dat dit nog uitgewerkt moet worden, maar als alleen gezegd wordt dat een organisatie van 58.000 mensen in 2014 maximaal gevuld is zonder dat duidelijk is wat er dan wel en niet kan, is dat redelijk dun.
Minister Hillen: Ik probeer uw probleem te doorgronden. "Maximaal gevuld" wil zeggen dat de diverse onderdelen voor ten minste 98% gevuld zijn. Het oefenprogramma wordt dan weer volledig afgewerkt. De achterstanden bij reserveonderdelen, munitie, brandstof en dergelijke zijn dan ingelopen. Dan staat er niets meer aan in de weg om volledig geoefend te zijn en het bedrijf voluit te laten draaien.

Er is gevraagd naar het ambitieniveau in verband met de inzetbaarheidsdoelstellingen. Doen wij daar mee iets af aan onze ambitie? Nee, de inzetbaarheidsdoelstellingen brengen tot uitdrukking wat de krijgsmacht binnen de financiële kaders de komende jaren moet kunnen. Nogal wat leden hebben gezegd dat er onvoldoende visie aan de beleidsbrief ten grondslag ligt. Ik denk dat dit nogal meevalt. De vraag is alleen: welke visie herken je, wil je zien of wil je delen? De marges zijn niet onbeperkt. Er zijn geen mogelijkheden om op de tekentafel iets geheel nieuws te ontwerpen. De Verkenningen zijn geweest. De krijgsmacht is zoals zij is en de internationale omstandigheden zijn zoals zij zijn.

Het vertrekpunt is heel simpel. Nederland is een belangrijke economie met wereldwijde belangen. Die belangen liggen op verschillende niveaus. Ik wijs op de koopvaardij, vluchtelingenstromen en noem maar op. Nederland is een open economie. Volgens de Verkenningen is de ambitie veelzijdig en inzetbaar. Dit is een logische ambitie voor Nederland. Wij moeten proberen om op elk terrein waar Nederland mee te maken kan krijgen ons steentje bij te dragen. Dit moet uiteraard in internationaal verband gebeuren, want alleen kan je haast niets. Samen sta je sterk, maar dit betekent ook dat het internationale verband op je rekent. Je moet ook op elkaar kunnen rekenen. Je wordt de maat genomen naar gelang de kracht die je op andere gebieden uitstraalt, economisch of anderszins. In dit licht proberen wij de inzetbaarheidsdoelstellingen te halen. Ten opzichte van de belangen die je hebt en de partners met wie werkt, probeer je aan de verwachtingen te voldoen.

Wij komen uit op niet meer veelzijdig inzetbaar, hoewel wij daar dicht tegenaan zitten. Wij proberen zo veelzijdig mogelijk te zijn. De invulling van de betrokkenheid is minder groot dan die geweest is. Daar hebben wij inderdaad een veer moeten laten. In principe is de krijgsmacht nog steeds veelzijdig, up-to-date, modern, goed toegerust, goed geoefend en kan straks op tal van terreinen deelnemen aan internationale missies en vredesoperaties. Die ambitie en doelstelling moet Nederland hebben.

In de visie hebben wij geprobeerd om daaraan binnen de budgettaire mogelijkheden vorm te geven. Modernisering gaat met name over dingen die urgent gaan worden, zoals cyber. UAV's hebben inderdaad te maken met een acceleratie in het luchtwapen. Via de tweedekkers uit de Eerste Wereldoorlog zijn wij gaandeweg gekomen bij de F16, de JSF en nu bij onbemande vliegtuigen. De ontwikkelingen staan nooit stil en zeker niet in een tijd waarin wij leven waarin helaas te veel oorlogsgeweld is. Dan wordt er snel gemoderniseerd. De Nederlandse krijgsmacht wil proberen in die voorhoede te blijven.

Verder hebben wij de ambitie om in het hoger geweldspectrum te zitten, niet omdat wij zo gewelddadig zijn maar omdat wij deel willen hebben aan de keuzes die gemaakt worden en verantwoordelijkheid willen delen. Als je alleen maar in het lage spectrum zou zitten of achteraan sluit, mag je de laatste overblijvende taken uitvoeren. Wij willen de verantwoordelijkheid dragen die bij een land als Nederland hoort: voor in het spectrum en daardoor invloed kunnen uitoefenen. Wij hebben de afgelopen jaren niet te klagen gehad over de mogelijkheden. Ook in deze Kamer wordt vaak met enige trots gesproken over 3D maar ook anderszins. Er wordt goed naar ons gekeken. Nederland is betrokken bij technologische ontwikkelingen o.a. in de F16, maar ik kan meer dingen noemen. Nederland wordt als een volwaardige partner gezien en moet ook in de komende jaren als volwaardige partner gezien. Daar doen wij ons best voor.

Natuurlijk leveren wij met deze bezuinigingen behoorlijk in. Nederland moet echter niet in een hoekje gaan zitten en zeggen dat dit alleen hier gebeurt. In bijna alle Europese landen wordt bezuinigd en ook Amerika staat aan de vooravond van een forse ombuiging. De heer Knops heeft het totale bedrag genoemd dat de afgelopen periode in Europa bezuinigd is. Dat komt in de buurt van 45 mld. In alle Europese landen bestaat kennelijk nog steeds de indruk dat wij met minder middelen toch de slagkracht kunnen houden die nodig is.

Bij internationale samenwerking komt ook het punt van de soevereiniteit aan de orde. Internationale samenwerking op materieel en personeel gebied is dan de volgende stap. Het is heel logisch om te proberen hetgeen je samen kunt doen nauwkeurig te vervlechten of om samen te oefenen of wat dan ook. Als je dat in betekende mate gaat doen, moet de andere partner op jou kunnen rekenen en jij moet op die partner kunnen rekenen. De vraag van de soevereiniteit wordt steeds nadrukkelijker gesteld. Ik wil dit punt ook zelf nadrukkelijk aan de orde hebben in de Kamer. Meer samenwerking is immers niet vrijblijvend; meer samenwerking leidt tot verplichtingen en op bepaalde momenten tot lastige keuzes, zoals deelnemen aan een bepaalde missie waarover jezelf misschien een andere opvatting hebt dan de partner met wie je altijd hebt geoefend. Als jouw deelname gevraagd wordt, kun je moeilijker weigeren als je je verplicht hebt tot een intense samenwerking. Op dit punt staan wij eigenlijk nog aan het begin. Mevrouw Hachchi sprak over EDA. Ik vind dat een fantastisch instituut en ik probeer te helpen waar ik kan. Het is heel goed dat er bij de EU een facilitator is die probeert militaire samenwerking waar mogelijk te stimuleren. Ook binnen de NAVO zijn er heel goede samenwerkingsprojecten. Allemaal prima.

Zolang het vrijblijvend is en je intekent op luchttransport of wat dan ook, is dat tot op zekere mate te doen, hoewel je daar al tegen grenzen aanloopt, naarmate het steeds meer in elkaar schuift en er bijvoorbeeld wordt geprobeerd onderdelen samen te nemen. Neem bijvoorbeeld België. Als wij met België nog nadrukkelijker samenwerken op het punt van de marine, komt het moment dat België niets meer kan doen zonder ons en wij niets meer kunnen doen zonder België. Wij moeten de vraag naar soevereiniteit goed onder ogen zien. De heer Hernandez is hierover heel kritisch en ik begrijp dat ook wel. Ik heb gezegd dat ik best bereid ben onze soevereiniteit partieel ter discussie te stellen met betrekking tot samenwerkingstrajecten. Als we dit niet willen, hoeven we namelijk niet eens een samenwerking te beginnen. Dat is iets wat we onder ogen moeten zien. Als we modern willen zijn, vooruit willen en deel willen uitmaken van een groter geheel, is dat de consequentie.

Als we dit allemaal in samenhang zien, denk ik dat de beleidsbrief wel degelijk een duidelijke visie heeft, die recht doet aan de status van Nederland en de positie die wij internationaal innemen, maar die ook recht doet aan de bereidheid om intensief samen te werken met andere landen. Waar mogelijk proberen we misschien zelfs hier en daar tot integratie te komen. Aan de ene kant proberen we de kosten zo veel mogelijk te beheersen, aan de andere kant proberen we de militaire prestatie die we kunnen leveren, te vergroten en zo effectief mogelijk te maken. Wat dat betreft staat Europa misschien nog pas in de kinderschoenen. Als we het vergelijken met de Verenigde Staten kan er inderdaad bij ons nog ontzettend veel gebeuren, maar daar horen de nodige vragen bij.


De heer El Fassed (GroenLinks): Ik ben blij dat we eindelijk, na twee uur betoog van de minister, het kunnen hebben over de visie. Daar schort namelijk nogal wat aan. Enerzijds laat de minister de veelzijdige inzetbaarheid los, anderzijds zegt hij dat er veel van ons wordt gevraagd. Hij lijkt de discussie te openen over soevereiniteit, maar gooit de deur eigenlijk meteen weer dicht. In alle Europese landen en ook in de Verenigde Staten wordt bezuinigd op Defensie. We doen steeds meer en bijna alleen maar gezamenlijke operaties. Dan is het toch logisch dat het nu het moment is om door te pakken? Zoals de heer Knops ook stelde: het is beter nu op het gaspedaal te drukken, in plaats van op de rem.
Minister Hillen: Ik begrijp niet dat u kunt zeggen dat ik op de rem druk. Dat doe ik juist niet, ik druk op het gaspedaal. De heer Hernandez heeft er al tegen geprotesteerd. Ik geef aan dat ik bereid ben op dat punt best het een en ander te doen. Dan wil ik juist tegen u als vertegenwoordiger van GroenLinks het volgende zeggen. De missie naar Kunduz heeft in de Kamer een kleine meerderheid gekregen. Als er in ons eigen land een kleine meerderheid is voor een missie die gematigd militair is, geen vechtmissie maar een politiemissie, hoe kunnen we dan internationaal afspraken maken, niet vrijblijvend maar verplichtend, die op de korte termijn de zeggenschap al verminderen over de inzet van onze middelen en mogelijkheden?
De heer

1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina