Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina16/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20
Knops (CDA): Voorzitter, heel kort.
De voorzitter: Nee, nee. U moet uw vraag even opschrijven.

**
De heer Knops (CDA): Ik onthoud het wel.


De voorzitter: Dat hebben uw collega's ook moeten doen.

**
Minister Hillen: De heer Van Bommel vroeg naar de onderzeeboten. De onderzeeboten van Defensie zijn van groot belang voor de operationele inzet van de krijgsmacht. Vooralsnog zal dit niet veranderen. Het voorziene aantal vaardagen van onderzeeboten bedraagt 160 per jaar per boot. Door onvoorziene omstandigheden kan het aantal vaardagen per eenheid oplopen. Daarbij hanteert Defensie een richtlijn van maximaal 200 vaardagen per jaar.

In de afgelopen tien jaar zijn de Nederlandse onderzeeboten gemiddeld 95 dagen per jaar ingezet. De uitgaven voor de gereedstelling van de onderzeeboten komt ten laste van beleidsartikel 21 Commando zeestrijdkrachten. De jaarlijkse kosten van de Onderzeedienst en de daaraan verbonden ondersteuning bedragen 44 mln. Dat is exclusief de voor de Onderzeedienst benodigde investeringen. De additionele uitgaven verbonden aan de inzet van onderzeeboten komen ten laste van beleidsartikel 20 Uitvoering crisisbeheersingsoperaties. De kosten per jaar worden verantwoord in de beleidsartikelen 20 en 21 van de jaarverslagen van Defensie.

Voorzitter, ik denk dat ik nog wel een paar vragen krijg.


De voorzitter: Er is een aantal alternatieven genoemd. Daar moet u nog wel op reageren, bijvoorbeeld het aanhouden van schepen en de marechaussee.

**
Minister Hillen: Voorzitter, terecht dat u daarop wijst.

De heer Hernandez heeft mij gevraagd of het mogelijk is om een grotere inspanning te leveren voor de Koninklijke Marechaussee. Ja, dat kan uiteraard. De Koninklijke Marechaussee gaat net als de andere delen van de krijgsmacht mee in de dip in het personeel. Als de heer Hernandez die dip tegen wil gaan bij de marechaussee, heeft hij daarvoor geld nodig, want het moet uiteraard wel worden betaald. Op dit moment heb ik niet scherp in beeld waaruit die dekking zou kunnen bestaan, maar uiteraard is het wel mogelijk.

De OPV's. De Kamer heeft indertijd niet voor niets besloten om vier OPV's op de helling te laten zetten en ook de Koninklijke Marine was natuurlijk niet voor niets de mening toegedaan dat die schepen belangrijk zijn voor haar toekomstige taken. Niettemin hebben budgettaire overwegingen ons gedwongen om ook hier een keuze te maken.

Wij hebben overwogen om de vier OPV's af te nemen en in plaats daarvan twee M-fregatten in te leveren. Dat stuitte op twee bezwaren. In de eerste plaats kunnen de M-fregatten ook worden ingezet voor onderzeebootbestrijding. Dat kunnen de OPV's niet en het laten vallen van de fregatten zou dan ook betekenen dat wij die capaciteit zouden inleveren. Ten tweede werken wij bij deze fregatten samen met België. België heeft net als Nederland namelijk twee M-fregatten. Eenzijdig hieraan gaan sleutelen is ook weer zoiets, want dan zet je, zonder België te raadplegen, die samenwerking op losse schroeven.

Vandaar dat wij er uiteindelijk voor hebben gekozen om de M-fregatten in de vaart te houden en twee OPV's op te offeren. Is het mogelijk om die OPV's alsnog toe te voeren? Daarvoor geldt precies hetzelfde als bij de KMar: ik heb er het geld niet voor.

Wij hebben ervoor gekozen om drie Cougars ter beschikking te houden voor SAR-capaciteit, omdat we op dat punt wat tekort komen. Wij hebben bewust de keuze gemaakt om de Cougars uit te zetten, gegeven ook de update die op termijn moest komen en gegeven het binnenstromen van de nieuwe heli's NH-90. We weten dat wij daardoor een dip hebben in de transportcapaciteit, maar we hebben dat risico verantwoord gevonden. Voor Kunduz hoeven immers geen transporthelikopters ingezet te worden. Wij denken dat wij hiermee de inzet voor de komende twee à drie jaar kunnen hebben. Ik weet ook dat er voor de Chinooks updates nodig zijn, dus voor de komende jaren is het op het gebied van de helicoptertransportcapaciteit best nog wel even behelpen. Wij hebben de middelen niet om de Cougars in de lucht te houden met de daarbij behorende bemanning en met de gehele ondersteunende capaciteit. Ik wil er diep over nadenken, maar dit is mijn antwoord. Het is een budgettair antwoord.
De voorzitter: Het aanhouden van zestien tanks.

**
Minister Hillen: Neem me niet kwalijk. Ik dacht dat ik dat antwoord impliciet al had meegenomen in mijn antwoord aan de heer Van der Staaij. Het aanhouden van zestien tanks heeft alleen zin -- anders moet je ze naar een museum brengen -- als je ook de kennis up to date en geoefend houdt. Je moet dus ook mensen beschikbaar houden en dan ben je een beetje bezig om de bezuiniging op de langere termijn teniet te doen of voor je uit te schuiven. Wij hebben de beslissing voor het afschaffen van de tanks met pijn in het hart, maar zeer bewust genomen. We hebben het hoofdstuk tanks gesloten en pakken nu door naar de ontwikkeling van de toekomst.


De heer Van Bommel (SP): Ik heb nog een kleine vraag. Bij mij ontstaat onhelderheid omdat het ANP meldt dat deze minister in de pauze van dit debat gezegd heeft dat hij gaat kijken of er vijf Cougars en twee patrouilleboten extra behouden kunnen blijven. Daar komt de minister nu niet op terug. Zit het ANP ernaast of is dit informatie die hier nog niet is gedeeld?
Minister Hillen: Je moet de krant nooit geloven. Ik heb in de tussenperiode in het kort iets tegen het Journaal gezegd en het ANP heeft meegeluisterd. Ik heb bij mijn weten geen enkele toezegging gedaan. Ik heb alleen gezegd dat ik het interessante voorstellen vind, maar ik heb geen toezegging gedaan.
De heer Van Bommel (SP): De vraag is of de minister dit gaat onderzoeken.
Minister Hillen: Dat kan. Alleen, ik heb er geen geld voor.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik heb nog een onbeantwoorde vraag. Ik vroeg naar de operationele inzetbaarheid en beschikbaarheid van wapensystemen in NAVO en EU. In de beantwoording van de vragen zegt de minister dat die gerubriceerd zijn. Ik kan mij daar iets bij voorstellen, maar mijn vraag was of daarin inzicht te krijgen is; kan de Kamer via een vertrouwelijke brief hierin inzicht krijgen? Het is niet onbelangrijk. Wij spreken hier over samenwerking binnen de EU en de NAVO. Dan maakt het verschil wat er rijdt en vliegt en vaart en wat er stilstaat. De vraag is natuurlijk: wat is operationeel en beschikbaar?
Minister Hillen: Het antwoord hierop kan ik niet geven. Ik moet daarvoor eerst toestemming aan de NAVO vragen. Ik wil dat met alle liefde nog wel een keer vragen, maar ik denk dat ik het antwoord al weet: het antwoord zal nee zijn.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik kan me voorstellen dat we niet aan alle landen toestemming vragen, maar ik kan me voorstellen dat hij de SACEUR daar wel toestemming voor zou kunnen vragen. Iedere missie die hier besproken wordt, gaat over de vraag wat operationeel inzetbaar en beschikbaar is.
Minister Hillen: Daar gaat SACEUR niet over. SACEUR gaat over de specifieke beschikbaarheid als er eenmaal een missie is gestart. Wat binnen de NAVO beschikbaar kan zijn, is wetenschap van de landen en is eigendom van de landen. Ik zou dus elk land om toestemming moeten vragen.
De voorzitter: Ik wil komen tot een afronding. De vragen zijn weliswaar steeds kleiner, maar ze duren steeds langer.

**
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik heb een heel korte vraag over de DC-10 gesteld die nog niet is beantwoord.


Minister Hillen: In relatie tot de DC10 moet ik hetzelfde antwoord geven als op de vraag over de OPV's. Ik begrijp de optie, maar ik zie daarvoor op dit ogenblik geen dekking. Ik zou het prachtig vinden als het zou kunnen, maar ik weet zelf nog niet hoe dat zou kunnen.
De voorzitter: Wij gaan even schorsen. Mij is gevraagd om daarvoor wat meer tijd vrij te maken zodat de leden hun tweede termijn kunnen voorbereiden.
De vergadering wordt van 19.45 uur tot 20.45 uur geschorst.

De voorzitter: Ik heropen het notaoverleg over de beleidsbrief van Defensie met de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik begin met een teleurstellende mededeling. Ik ben erachter gekomen dat morgenochtend om 10:00 uur deze zaal voor andere doeleinden wordt gebruikt, zodat wij dan de zaal hebben moeten verlaten. Ik hoop dat u de ondertoon begrijpt. Ik wil vanavond nog naar huis. Ik hoop dat u dat gevoel deelt. Wij moeten proberen dat, daar waar wij weten dat wij het toch niet precies halen, een paar dingen in acht te nemen. Ik wil het zo doen dat ik na elke spreker even kijk of er aanleiding is om aanvullende vragen te stellen, maar dat tussendoor niet toelaten om te zorgen dat wij niet elke keer in rondes met interrupties terechtkomen. Wij gaan het proberen.

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. U bedoelde ook vooral niet de slapeloze nachten waarover de minister zojuist sprak met het verblijf in deze zaal.

Ik dank de minister voor zijn inbreng in eerste termijn. Antwoorden was erg lastig. Misschien kan ik de reacties van de minister in eerste termijn samenvatten in zijn eigen zinnen. Hij zei namelijk letterlijk: “Zolang er onderhandeld wordt ben ik wat geheimzinnig”. Ik denk dat dat zo ongeveer de eerste termijn van de minister samenvat, van 17.15 uur tot pak hem beet 19.45 uur. Vervolgens zei de minister: “U mag mij afrekenen op de resultaten”. Ik dacht nog: wat is dan de inzet en waarop kan ik dan de minister afrekenen? Volgens mij is en blijft dat voorlopig de spagaat, zeker in dit debat. Wat we weten is zo ongeveer 10% van wat er gedacht wordt en waaraan gewerkt wordt. Ik kan mijn lijstje wel opnoemen maar dat laat ik maar even. Als het om SPEER gaat, de nummers fixus, het vastgoed of de wielvoertuigen is er nog weinig of niets bekend, dus daarover kunnen wij ook weinig of niets zeggen.

“Zolang er onderhandeld wordt ben ik wat geheimzinnig”. Ja, dat heb ik gemerkt in het hele debat. Het is het budgetgedreven. Dat wisten wij al. De minister heeft een aantal passages uit de brief voorgelezen, heel herkenbaar voor mij, nadat ik die zoveel malen gelezen had, dus ook daarin was niet zoveel vooruitgang te bemerken maar eerder stilstand.

Ik doe nog een paar pogingen. Over de 3D-benadering ofwel het samenwerken van militairen, ontwikkelingswerkers en diplomaten, niet onbelangrijk, heeft de minister eigenlijk weinig gezegd. Ik ga niet opnieuw het visiedebat aan. Ik ga ook niet opnieuw aan de regering vragen of zij een reactie op de verkenningen wil geven, want die krijgen wij blijkbaar toch niet. Dat is een gemiste kans. Dat meen ik oprecht.

Collega Ten Broeke had het over de revolutie van Kamp. Laat ik daarover in ieder geval één ding zeggen. In vergelijking met de bezuinigingsbrief die hier voor ons ligt was er bij Nieuw Evenwicht in ieder geval sprake van een visiestuk. Ik begrijp best dat het lastig is voor de minister, laat ik dat ook zeggen. Ik zit hier niet alleen maar te kritiseren. Het is best lastig wat er nu gebeurt, maar iets meer visie, iets meer beleid hierachter, ook richting Kamer, was zeker op zijn plaats geweest. Anders hadden wij dit misschien op een later tijdstip moeten bespreken.

De minister zei: ik ga niet temporiseren, wij moeten nu gewoon aan de slag. Dan blijft de vraag: waarmee gaat u aan de slag? De resultaten kennen wij nog niet en de inhoud waarover nu wordt onderhandeld, kan ik op dit moment niet overzien.

Wij gaan dus naar een nieuw evenwicht toe, of een hernieuwd evenwicht, en de huishouding komt op orde. Ik ga de minister toch nog een keer vragen -- kan hij hierover wat explicieter zijn? -- waarom Defensie wel in staat zou zijn om over drie jaar de huishouding op orde te hebben. De minister gaf aan dat hij een realistisch beeld heeft van de personele en de materiële exploitatie, dat hij zich bewust is van de extra kostentoename als het gaat om de personele, boveninflatoire stijging, zowel op materieel als op personeel. Hij gaf aan dat uitvoeringsverantwoordelijken voldoende weten wat zij moeten weten. Ik wil daarvan graag een bevestiging. want dit zijn de basiszaken voor mij als volksvertegenwoordiger om controle uit te kunnen oefenen. De minister vraagt iedere keer van de Kamer om hoofdlijnen te geven. Dit zijn volgens mij hoofdlijnen. Ik wil daar graag een antwoord op. Als de minister ja zegt, weet ik ook, in ieder geval voor een deel, waarop ik kan terugvallen.
Wat het personeel betreft: ik moet eerlijk zeggen dat ik heel veel moeite heb met de manier waarop het debat gegaan is. Op 7 april gaf de minister 's avonds aan dat het allemaal heel moeizaam zou worden. En ja, het is moeizaam, er vallen duizenden ontslagen. Ik vraag mij echter oprecht af waarom op 8 april over 12.000 functies gesproken werd en over 6000 gedwongen ontslagen. Waarom kan de minister vandaag wel meer inzicht geven? Waarom wordt op 9 mei gesproken over 2000? Ik dacht dat wij geleerd hadden van 2003, toen 11.700 zo'n getal was waar iedereen op gefocust was en het daarna uiteraard ook anders werd. Waarom horen wij vandaag, op 6 juni, dat 2000 mensen mogelijk ontslagen worden? Dat is heel pijnlijk. Waarom had dat niet anders gekund?

Over de numerus fixus zegt de minister: dat moet nu gebeuren. Dat begrijp ik. De minister zegt: dat was sowieso gedaan. Dat begrijp ik ook, want dat was voorheen ook al aan de orde. Voorheen was het gepland op 80% operationeel en 20% "toplaags"; ik zeg het even in mijn woorden. Natuurlijk moet dat gebeuren. Met de middensom hebben wij al jaren een probleem. De minister zegt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Hij zegt ook dat hij gaat koersen op kwaliteit. Dat is logisch en begrijpelijk. Dan moet die kwaliteit zich echter wel vertalen in functionerings- en beoordelingsgesprekken. Ik zie de minister knikken, dus hij stemt hiermee in. Dat lijkt mij ook heel logisch, want anders kun je nooit bepalen wie wel en wie niet in de organisatie kan en mag blijven. Hoe verhoudt dit zich dan tot 40% beoordelings- en functioneringsgesprekken in zijn organisatie? Dat is wel heel erg pijnlijk. Wat gaat de minister hieraan doen voor 1 augustus? Op 1 augustus wil de minister dit bespreken met de vakbonden en met de mensen zelf. Dat is toch eigenlijk een heel rare situatie?

Dan het sociaal beleidskader. De minister had daar een wat cryptische opmerking over, namelijk "hetzelfde activerende beleidskader". Het sociaal beleidskader geldt tot 1 januari 2013. Bedoelt de minister dat hij dit sociaal beleidskader gaat openbreken als hij zegt: voor iedereen geldt hetzelfde? Ik ontvang graag een reactie, want dit is niet onbelangrijk.

De periodieke rapportage is interessant. De minister heeft al gesproken met de Rekenkamer, zo begrijp ik. De Rekenkamer heeft hem al toegezegd halfjaarlijks te kunnen rapporteren. Ik zie de minister nee schudden. Hij gaat de Rekenkamer dus vragen of men kan rapporteren. Gezien het feit dat de Kamer ontstoken is van allerlei informatie, zou het goed zijn om de Kamer de afspraken met de Rekenkamer over aannames toe te sturen. Kortom, welke nulmetingen hanteert de minister? Wat gaat hij verder met de Rekenkamer afspreken? Dat is immers wel van belang. Het gaat dus om een halfjaarlijkse rapportage. Ik mag er toch van uitgaan dat de minister voldoende voorwerk heeft gedaan dat zijn inschatting juist is dat de Rekenkamer hier ook iets mee kan?

Ten aanzien van het personeel en het sociaal beleidskader: laat duidelijk zijn dat het ongelooflijk belangrijk is dat mensen zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn. Wat de getallen die vandaag genoemd zijn betreft, die 2000 ontslagen: dat is heel veel, heel pijnlijk en enorm. Wij weten ook dat veel mensen de organisatie nu al verlaten omdat ze niet voldoende zekerheid hebben. Laten wij vooral oppassen -- dit is niet als grap bedoeld, want dit hebben eerdere reorganisaties al uitgewezen -- dat wij over twee jaar niet bij wijze van spreken met wervingsbonussen moeten gaan werken. Deze cyclus heeft zich eerder voorgedaan. Dan kunnen wij zeggen dat het is gerelateerd aan de economie en aan de conjunctuur, maar het heeft ook te maken met de manier waarop informatie naar buiten komt.

Wat de regio's betreft, ga ik ervan uit dat de Kamer tijdig deze integrale vastgoednotitie krijgt, waar ook andere zaken aan gekoppeld zijn. Ik hoor ook graag wanneer wij andere notities kunnen krijgen. Denk aan SPEER. De gevolgen van de reorganisatie zullen voor SPEER enorm zijn; dat mag duidelijk zijn.

Ik wil afsluiten met een aantal moties.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft besloten, het aantal arbeidsplaatsen bij Defensie met 12.000 te verminderen;
constaterende dat door natuurlijk verloop het aantal werknemers van Defensie, mede als gevolg van "De grote uittocht" bij de overheid, meer dan gemiddeld zal dalen;
constaterende dat door het verminderd perspectief op een loopbaan bij Defensie het ongepland voortijdig vertrek sterk toeneemt;
constaterende dat Defensie vanwege de taakstelling van de krijgsmacht en de daaraan verbonden plichten een bijzondere zorgplicht heeft voor het personeel;
verzoekt de regering, zich tot het uiterste in te spannen om gedwongen ontslag voor werknemers van Defensie te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Eijsink, Van Bommel, Hachchi, El Fassed en Voordewind.

Zij krijgt nr. 4 (32733).

**
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft besloten het aantal arbeidsplaatsen

bij Defensie met 12.000 te verminderen;


constaterende dat door het verminderen van het aantal arbeidsplaatsen een aantal werknemers Defensie zal verlaten;
constaterende dat het zowel het belang van de overheid als het belang van de werknemer dient als de werknemer een zo breed mogelijk perspectief heeft op een duurzaam werk en behoud van inkomen;
constaterende dat Defensie vanwege de taakstelling van de krijgsmacht en de daaraan verbonden plichten een bijzondere zorgplicht heeft voor het personeel;
verzoekt de regering, zich tot het uiterste in te spannen om in overleg met de Centrales van Overheidspersoneel sociaal flankerend beleid tot stand te brengen dat een zo breed mogelijk perspectief biedt op duurzaam werk en het voorkomen van een inkomensval voor werknemers die Defensie verlaten, alsmede een sociaal vangnet te bieden voor het personeel dat Defensie verlaat en een verminderd of geen reëel perspectief heeft op duurzaam werk en wordt bedreigd met een inkomensval,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Eijsink, Van Bommel, El Fassed en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (32733).

**
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft besloten het aantal arbeidsplaatsen bij Defensie met 12.000 te verminderen;
overwegende dat de uivoering van de daarin beschreven plannen de komende jaren ingrijpende personele gevolgen heeft;
overwegende dat personele exploitatie een zeer substantieel deel van de Defensiebegroting uitmaakt;
overwegende dat in onderzoek (bijv. de grote uittocht) aangetoond wordt dat in het komende decennium ontzettend veel ambtenaren zullen vertrekken en juist Defensie behoefte heeft aan een relatief grote instroom van jeugdige medewerkers, waardoor ook in de toekomst een gedegen personeelsbeleid van eminent belang is;
verzoekt de regering om het nieuwe besturingsmodel zo in te richten dat de (door)ontwikkeling en uitvoering van een goed en gedegen personeelsbeleid geen afgeleide beleidsdoelstelling is, maar een integraal deel uitmaakt van het besluitvormingsproces en ook als zodanig functioneel gepositioneerd wordt in het politiek beraad van Defensie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Eijsink, Van Bommel en El Fassed. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (32733).

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. Ik begon met de opmerking dat het debat kon worden samengevat met de woorden van de minister: "Zolang er wordt onderhandeld, ben ik wat geheimzinnig". Ik wacht af wanneer de geheimzinnigheid eraf is en wij in deze Kamer een goed en positief debat kunnen voeren. Helaas is dat mij vanmiddag tegengevallen.
De heer Ten Broeke (VVD): Vandaag begon de PvdA bij monde van mevrouw Eijsink dit debat met de woorden: "Dat zij natuurlijk niet kon instemmen met de voorliggende nota." Daarmee gaf zij aan dat ongeacht de beantwoording van de minister die toen nog moest volgen, voor de Partij van de Arbeid de uitkomst van dit overleg al vaststond.

Bij de begroting van dit jaar hebben wij meegemaakt dat die duidelijkheid niet van tevoren werd gegeven. De minister heeft op 80% van de moties van de PvdA een welwillend advies gegeven, de Kamer heeft voor een groot aantal van die moties gestemd en vervolgens heeft de Partij van de Arbeid tegen de begroting gestemd.

Als de PvdA zoveel kritiek heeft -- en misschien voor een deel ook gerechtvaardigd -- waar is dan de tegenbegroting?
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. Bij de begroting 2011 heeft de PvdA drie moties ingediend: een over de schadeloosstelling, een over de inspecteur-generaal van de krijgsmacht en de onafhankelijke toezichthouder en een over het bestuursmodel. Deze drie moties zijn door de minister ontraden en ook niet aangenomen door de Kamer. Het was een herhaling van zetten van de PvdA. Het is iets wat wij al jaren willen. Ook de schadeloosstelling is toen niet geaccepteerd. Helaas zijn er toen dus geen moties van de PvdA aangenomen.

Ik heb gezegd dat wij vooralsnog de bezuinigingen niet kunnen steunen en heb ook duidelijk gemaakt waarom wij dat niet kunnen. Volgens mij ben ik vandaag niet de enige achter deze tafel die duidelijk heeft gemaakt dat er nog heel veel onbekend is. Ik zou de verantwoordelijkheid voor de voorgestelde bezuinigingen niet zomaar willen nemen. Wij hebben al eerder alternatieven aangedragen die soms voor een deel, soms gedeeltelijk en soms helemaal niet overgenomen zijn bij deze begroting. Ik heb ook gezegd dat het niet overzichtelijk is zolang niet integraal duidelijk is wat deze bezuiniging betekent voor de samenhang en voor de onderlinge binding.


Ik heb begrepen dat de minister nog komt met een notitie. Dan is er meer duidelijk. Ook collega's hebben gevraagd geen onomkeerbare stappen te nemen. Ik ben dus niet de enige aan deze kant. In die zin stemt de PVDA-fractie vooralsnog niet in met deze bezuinigingen. Nogmaals, er ligt namelijk maar een klein deel van de plannen voor de bezuinigingen voor. Ik ben, geloof ik, niet de enige die ziet dat er een heel klein stukje van de salami voorligt en dat de rest nog moet komen.
De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter. De VVD-fractie dankt de minister voor zijn uitvoerige beantwoording. Vanzelfsprekend laat die beantwoording op een aantal vlakken nog te wensen over. Dat is voor een deel veroorzaakt door de eerdere keuze van de minister om maar een deel van het pakket hier neer te leggen, zoals mevrouw Eijsink terecht zegt. Ik heb er wel enig begrip voor dat dit is gebeurd, maar ik had het liever anders gezien. Wat mij betreft had de minister nog wel twee maanden extra mogen nemen, als hij een heel pakket, inclusief de personele gevolgen, had kunnen neerleggen. Dat is niet gebeurd. Zodra de rest van het beeld duidelijk is, verzoek ik de minister in ieder geval, in alle zorgvuldigheid het hele beeld in een keer neer te leggen. Dan kan hij op dat moment ook alle vragen beantwoorden.

Het beeld dat nu voorligt, is wel helder. Op de hoofdsporen bedrijfsvoering, bestuur en organisatie en ook op operationeel gebied worden nadrukkelijke keuzes gemaakt. Dat kunnen we op hoofdlijnen steunen, maar niet van harte. Dit is een van de moeilijkste bezuinigingen in het totaaltraject dat dit kabinet uitzet. Wij zijn niet over alles tevreden. Dat hebben we ook laten merken. Wij zijn wel tevreden met een groot deel van de keuzes die de minister maakt, ook omdat deze op een aantal vlakken laten zien dat er wel degelijk met verstand wordt bezuinigd. Er wordt twee keer zoveel bezuinigd op bestuur en staf als op operationele kwaliteiten. Dat vinden wij een juiste keuze. Als er dan een keuze moet worden gemaakt -- helaas, de tanks zullen daarvan het slachtoffer zijn -- moet er in elk geval ook een keuze worden gemaakt voor nieuwe uitgaven. Dat doet deze minister. Dit zijn twee voorbeelden van wat ik wel degelijk visie wil noemen. Kennelijk is het zo dat als je het woord visie maar heel vaak gebruikt, je ook de suggestie wekt dat je er zelf een hebt. Deze twee voorbeelden doen er in ieder geval toe.

Dan kom ik bij de beantwoording. Er zijn een paar dingen blijven liggen. Ik wil helderheid hebben over de drie punten die ik als voorbeeld noemde. Die spuiterij in Woensdrecht is wel degelijk voorgenomen. Deze zit in de vertraagde projecten, dat klopt inderdaad. Op een steenworp afstand is er een spuiterij. Als de arbovoorwaarden op dit moment een probleem zijn, kan ik vertellen dat er een aanbod ligt van Fokker om niet alleen dat voor haar rekening te nemen, maar ook om die bezwaren weg te nemen. Laten we naar dit soort voorbeelden kijken en ons realiseren dat het ook anders kan. Dit soort trajecten en dit soort voornemens moeten het liefst worden geschrapt, zeker als er vanuit het bedrijfsleven zo'n mooi voorstel ligt.

Ik heb ook gesproken over een leenfaciliteit. Soms krijgt men wel eens wat onder ogen. Dat is nu ook gebeurd. Ik heb dit met een aantal mensen gedeeld. De cijfers die ik noemde, stonden wel degelijk in een rapportage die in het ministerie van Defensie de ronde doen. Het kan best zijn dat ik de cijfers verkeerd interpreteer, maar de cijfers stonden er wel. De looptijd was juist en het totaalbedrag dat moet worden aangerekend, is ook juist. Ik vraag de minister hier serieus naar te kijken. Dat soort leningen moeten we niet willen hebben. Er moeten betere zijn. Wij willen geen Scheringa-achtige toestanden.

Dan kom ik bij TNO. De minister had het over een prijspeil van 50% in 2009. Wij willen 40%. Dat is met de motie en de amendementen Kamerbreed afgesproken. Ik dring er bij de minister op aan dat dit gebeurt.

Vervolgens kom ik bij de MALE UAV's. De minister noemt het sensorpakket ontwikkeling, maar het is wel gerealiseerde ontwikkeling. Ik wil graag die gerealiseerde ontwikkeling, als het even kan, op die "kale" UAV's. Mij lijkt niet alleen een besparing mogelijk, maar ook een investering in toptechnologie in Nederland. Wij overwegen op dat vlak een motie.

Als het Nederlandse luchtruim door de minister niet vrijgehouden kan worden -- weer een no-flyzone die hij niet volledig weet af te dwingen -- dan moet het maar op een andere manier. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de Fransen dat wel kunnen op het moment dat wij het graag zouden willen. Met wie de minister overleg gaat plegen hierover, kan mij niet zo heel veel schelen, als het maar gebeurt.

De minister heeft ten aanzien van de wielvoertuigen gezegd dat doelmatigheid is te verwachten, maar dat eerst het onderzoek nog moet worden afgewacht. Dat is prachtig, maar die doelmatigheid kan er komen. De voorstellen liggen er en zijn ook helder. Ik dring er bij de minister op aan dat in te zetten voor ofwel een grotere capaciteit van sportinstructeurs ofwel extra dekking voor andere voorstellen die we hebben gedaan en die we straks ook in een motie zullen vervatten.

De minister had het erover dat de OPV's door deze Kamer op de helling zijn gezet, maar in feite gaat het om twee OPV's die door de minister op de helling zijn gezet. Daar moeten we dus vanaf en er moet dus ook geld voor komen. Dat geld is er, want we kunnen dat structureel uit de concentratie van infrastructuur halen die de minister heel bewust nog op nul heeft gezet. We kunnen afzien van nieuwbouw. Ik heb er zo-even al een voorbeeld van genoemd maar er staan op de nieuwbouwlijst nog veel meer projecten. In het totale investeringsproject zit 162 mln. We kunnen natuurlijk ook naar de bredewielbasisvoertuigen kijken. We moeten vooral ook kijken -- dat is ook een opdracht aan de minister die hij volgens mij ook al aan zichzelf heeft gegeven -- naar een verdergaande integratie met de Belgen.

Met deze bezuiniging moet korte metten worden gemaakt met de interne problematiek die Defensie jaar op jaar kwelt en met miljoenentekorten opzadelt. Wij dringen er bij de minister op aan -- hij heeft er een toezegging over gedaan -- dat er tweejaarlijks een rapportage komt. Dat moet ook gebeuren met een goedkeuringsstempel van de Rekenkamer als zij daarin wil bewilligen, maar ik denk dat dit laatste geen probleem zal zijn. Die rapportage moet gebeuren op de sporen een, twee en drie. Ook sourcing moet er een onderdeel van zijn. We moeten kunnen meten hoe ver de minister is gevorderd en wat er wordt gerealiseerd. Op het moment dat er iets tegenvalt, kunnen wij op die manier ook met de minister meedenken. Er zullen namelijk ook wel eens dingen tegenvallen maar er zullen ook wel eens dingen meevallen, want de minister heeft heel conservatief begroot, en dat is goed.

De minister heeft moeilijke keuzes kunnen maken; 20ste-eeuwse tanks worden afgestoten. En de minister zegt: ik wil een 21ste-eeuwse defensiecapaciteit. UHV, cyber, dat zijn de keuzes die hij maakt, terechte keuzes. Met de meeste van die keuzes zijn we het eens. Met een aantal niet. We hebben om uitleg gevraagd over de OPV's. We hebben gesproken over TNO, infrastructuur, sourcing en UHV's. Daarom heb ik een aantal moties met ook een dekking.

De bezuinigingen vallen de VVD buitengewoon zwaar. Dat zal niemand zijn ontgaan die hier aanwezig is. Die verdedig ik met een knoop in mijn maag. Maar met die bezuinigingen weet deze minister, gesteund door mijn partij, er wel in te slagen om een deel van de modernisering van de krijgsmacht die bitter noodzakelijk is, nu ter hand te nemen. De minister heeft daarop in de beleidsbrief wat ons betreft overwegend verstandig ingespeeld. Hij gebruikt deze bezuinigingen dan ook om te hervormen. Hij gebruikt deze kans. En wij zullen daar heel scherp op toezien. Als de operatie slaagt gaat de krijgsmacht higher on tech, lower on boots de 21ste eeuw in. Het doel is om dan weer veelzijdig inzetbaar te zijn en op het hoogste niveau te kunnen inzetten. Dat doel is haalbaar. Dan is de minister geslaagd en mag hij zich met recht een prins Maurits noemen, maar ik hoop dat hij daar nog even de tijd voor neemt.

Voorzitter. Dit leidt tot de volgende moties.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister in de beleidsbrief aangeeft twee van de vier aangeschafte Oceangoing Patrol Vessels (OPV) af te willen stoten;
constaterende dat met het inzetten van de overgebleven twee OPV's voor SAR-taken in de Noordzee en in de West er geen ruimte meer is voor een Nederlandse bijdrage aan bijvoorbeeld de strijd tegen piraterij, het tegengaan van illegale immigratie, Europese grensbewakingsoperaties en drugsbestrijding, de aanpak van mensensmokkel, visserijtoezicht en

humanitaire inzet;


constaterende de door de Marinestudie van 2005 gestelde behoefte van vier OPV's naast vier M-fregatten, vier onderzeeboten en vier LC-fregatten;
overwegende dat het in het Nederlands belang is dat er juist aan dit soort internationale operaties gericht tegen het oplossen van grensoverschrijdende problemen een bijdrage geleverd wordt;
overwegende dat het behouden van vier OPV's Nederland een unieke en ook noodzakelijke capaciteit geeft om deel te nemen aan dit soort operaties;
overwegende dat de Nederlandse en Belgische marine tot de meest

geïntegreerde ter wereld horen en dat deze samenwerking bovendien erg succesvol is, zij het dat ook hier nog verdere integratie op meer oppervlakteschepen in de rede ligt;


verzoekt de regering, geen OPV's af te stoten en de dekking hiervoor te vinden in structurele besparingen door concentratie van infrastructuur en het afzien van nieuwbouw ter hoogte van 15 miljoen euro vanaf de begroting van 2014, dan wel en/of uit opbrengsten van het uit te besteden project grote wielvoertuigen;
verzoekt de regering voorts, te kijken naar de voordelen van mogelijke samenwerking met de Belgen bij het operationeel houden van één OPV,
en gaat over tot de orde van de dag.
De

1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina