Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina18/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20
voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Hachchi, El Fassed en Eijsink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (32733).

**
De heer Hernandez (PVV): Voorzitter. Ik bedank de minister voor de gegeven antwoorden.

De minister heeft in zijn beantwoording niet al mijn vragen beantwoord. Dat zal niemand verbazen gezien het grote aantal vragen, maar ik ben nog wel benieuwd naar een antwoord op mijn vraag over EMP oftewel de electromagnetic pulse. Ik denk echt dat die een enorme bedreiging kan gaan vormen voor de Nederlandse digitale infrastructuur. Ik zou daarover graag nog niets van de minister horen.

Daarnaast geeft de minister aan dat hij zo snel mogelijk wil beginnen met de maatregelen die in de beleidsbrief zijn aangekondigd. Zoals ik al zei, is naast zorgvuldigheid ook snelheid geboden. Het personeel van de krijgsmacht heeft het recht om te weten waar het aan toe is. Ik ben dan ook blij dat de minister daar snel mee wil beginnen. Ik ben ook blij dat de minister zijn uiterste best gaat doen om de situatie van werk naar werk te ondersteunen en we zullen de minister daarop kritisch blijven volgen.

Mijn fractie kan op hoofdlijnen instemmen met de aangekondigde maatregelen. De minister neemt verantwoordelijkheid voor het gezond maken van de financiële huishouding en hij durft het ook aan om te investeren in toekomstige technologische ontwikkelingen. Dat spreekt binnen mijn fractie tot de verbeelding. Deze bezuinigingen bieden ook kansen om eindelijk iets te doen aan het waterhoofd in de organisatie. Ook dat willen wij graag blijven monitoren. Daartoe zijn maatregelen voorgesteld zoals periodieke rapportages met keurmerk et cetera.

De in het regeerakkoord genoemde intensivering van de grenscontrole is voor de KMar op dit moment haast niet uitvoerbaar. Aangezien deze taakuitvoering voor mijn fractie van groot belang is, wil ik toch nog terugkomen op de door mij voorgestelde ophoging van de vulling van de Marechaussee. De minister heeft in zijn eerste termijn gezegd dat hiervoor mogelijkheden zijn, mits de dekking voor elkaar is. Ik wil de minister daar graag bij helpen en daarom dien ik de volgende motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de personele vulling als gevolg van de taakstelling afneemt tot 95% bij de Koninklijke Marechaussee en dat Defensie een verdere verlaging niet uitsluit;
overwegende dat een verlaging van de personele vulling zal leiden tot een reductie in de operationele capaciteit en derhalve ongewenst is;
overwegende dat er juist moet worden gestreefd naar een versterking van de operationele capaciteit van de Koninklijke Marechaussee gezien de verplichtingen in het regeer- en gedoogakkoord in het kader van de uitvoering van het Mobiel Toezicht Veiligheid;
verzoekt de regering, zo snel mogelijk de personele vulling van de Koninklijke Marechaussee te verhogen naar 98% om adequaat uitvoering te kunnen geven aan de operationele doelstellingen;
verzoekt de regering om voorts de dekking voor deze ombuiging te vinden in de eventuele opbrengsten door de concentratie van infrastructuur en het verder reduceren van het civiele dienstwagenpark van Defensie met 200 dienstauto's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Hernandez, Ten Broeke en Knops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (32733).

**
De heer Hernandez (PVV): Ik ben in mijn eerste termijn ook ingegaan op de onevenwichtige opbouw van het personeelsbestand. Zowel in het militair als in het burgerlijk personeelsbestand zit een behoorlijke scheefgroei. Dat is in mijn ogen een zeer slechte ontwikkeling en mijn fractie staat dan ook achter de door de minister voorgestelde numerus fixus. Net als mijn collega van het CDA wil ik hieraan expliciet kwaliteitscriteria koppelen. De minister is ambitieus en wil deze maatregelen voor 1 augustus effectueren. Ik wil de minister daarbij graag een steuntje in de rug geven en daarom dien ik de volgende motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de onevenwichtige opbouw van het militaire

personeelsbestand bij Defensie heeft geleid tot een oververtegenwoordiging van de aantallen hoge officieren en onderofficieren op het totaal aantal militairen;


constaterende dat het aantal burgermedewerkers in verhouding tot het aantal militairen erg hoog ligt;
overwegende dat Defensie een numerus fixus gaat invoeren om de personele reductie te verwezenlijken;
verzoekt de regering, de numerus fixus onverkort te hanteren om zo te komen tot een meer evenwichtige opbouw van het militaire en burgerlijke

personeelsbestand, daarbij kwaliteit en geschiktheid van personeel als uitgangspunt te nemen,


en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Hernandez, Ten Broeke en Knops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 18 (32733).

**
De heer Hernandez (PVV): Een goed geoefende krijgsmacht is van groot belang. Er komen momenteel vanuit de krijgsmacht een hoop signalen binnen dat de geoefendheid afneemt. Eenheden hebben het gevoel dat er onvoldoende aan wordt gedaan. De minister heeft aangegeven dat hij de geoefendheid eind 2013 weer op peil wil hebben. Ik ben de mening toegedaan dat er eerder iets aan de geoefendheid van de krijgsmacht gedaan dient te worden. Ik heb ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden alle historisch gegroeide regelingen ter sprake gebracht en de minister heeft in de beantwoording geantwoord dat hij hiernaar zal kijken tijdens het overleg met de bonden. Ik wil de minister ertoe aanzetten hier serieus mee aan de slag te gaan. Er zijn nog een hoop besparingen te realiseren. Ik wil dat koppelen aan de geoefendheid van de krijgsmacht in zijn algemeenheid. De sportorganisatie levert daaraan een belangrijke bijdrage.

De sportorganisatie zorgt namelijk voor teambuilding en fysieke fitheid. Ik dien daarom de volgende motie in.


*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Defensie een aantal toelagen en regelingen hanteert die historisch gegroeid zijn en op grote schaal worden toegekend;
overwegende dat in deze tijden van grootschalige bezuinigingen de operationele capaciteit van de krijgsmacht voorop moet staan;
overwegende dat Defensie op korte termijn overleg voert met de militaire vakbonden over de arbeidsvoorwaarden;
verzoekt de regering, in te zetten op een versobenng van de arbeidsvoorwaarden waarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het afschaffen of inperken van de algemene bereikbaarheidstoeslag, de garantievliegtoelagen en het zogenaamde "maxmax-effect";
verzoekt de regering, het vrijgemaakte geld op structurele basis aan te wenden ten behoeve van het oefen- en trainingsprogramma van de krijgsmachtdelen, in het bijzonder in te zetten op het behoud van 50 extra sportinstructeurs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Hernandez, Ten Broeke en Knops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 19 (32733).

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. Ik stel graag een feitelijke vraag aan de heer Hernandez. Kan hij toelichten wat hij precies met die versobering bedoelt? Het gaat natuurlijk over een hele organisatie. Hij noemt een aantal punten. Kan hij misschien nader toelichten wat hij daarmee bedoelt? Ik kan ook tellen. Deze motie heeft een meerderheid in de Kamer. Daarmee wordt een enorme claim gelegd op de onderhandelingen met de vakbonden. Daarvan is de heer Hernandez zich uiteraard zeer bewust. Wellicht kan hij de motie wat meer toelichten.
De heer Hernandez (PVV): Ik kan het natuurlijk allemaal wel toelichten, maar ik verzin het niet zelf. Het staat in de brede heroverwegingen. Met deze maatregel valt gewoon heel veel structureel te besparen. Naast de hoge officieren, die nog in grote getale aanwezig zijn, en de scheefgroei binnen de organisatie zijn er ook goudgerande regelingen. De minister heeft zelf al aangegeven dat hij wil kijken naar versobering van de arbeidsvoorwaarden. Ik geef hem graag een steuntje in de rug. Moeilijker is het eigenlijk helemaal niet.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik meen mij te herinneren dat de heer Hernandez in eerste termijn het bedrag van 123 mln. noemde op dit punt. Nu geeft hij de minister gelegenheid om dit punt een op een in te brengen in de onderhandelingen. Hij heeft eerder gesproken over de verschillen in militaire rang. Hij kent die zelf veel beter dan ik. Maakt hij daarin uitzonderingen of geldt het wat hem betreft voor alle militairen? Het is op deze manier erg lastig want de minister krijgt nu van een meerderheid van de Kamer gelegenheid om te onderhandelen met de vakbonden hierover. Ik vind dat u nader moet specificeren wat u precies wilt. U geeft de minister gewoon een mandaat voor de onderhandelingen terwijl wij allemaal weten dat er nog niet eens een broos akkoord ligt.
De heer Hernandez (PVV): Ik heb eigenlijk geen behoefte om op de stoel van de minister te gaan zitten. Ik vind het niet nodig om nu nader te specificeren om welke groepen het al dan niet gaat.
De voorzitter: Mevrouw Eijsink, u mag vragen stellen, maar de heer Hernandez gaat over zijn eigen antwoorden. Bent u door uw termijn heen, mijnheer Hernandez?

**
De heer Hernandez (PVV): Nee, zeker niet.

Voorzitter. Ik heb ten slotte aangegeven dat mijn fractie geschrokken is van de soevereiniteitsdiscussie die de minister heeft opgestart. De minister geeft aan dat wij nog niet in de kinderschoenen staan op dit punt. Wat mijn fractie betreft, waren wij nog niet eens in die kinderschoenen terecht gekomen. Ik begrijp uit de beantwoording van de minister dat Nederland ook weer eens het enige land is dat hiermee te koop loopt, met het organiseren van een congres over dit onderwerp danwel met internationale samenwerking. Ik hoop dat de minister weet waar hij mee bezig is en niet de geschiedenisboeken ingaat als de minister die de Nederlandse soevereiniteit verkwanseld heeft. Daarom dien ik de volgende motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering bereid is om een deel van onze (militaire) soevereiniteit op te geven of te delen met anderen;
overwegende dat het begrip "soevereiniteit" een elementair basisrecht is voor onze territoriale staat en rechtstreeks betrekking heeft op het bestaansrecht van Nederland;
overwegende dat het Nederlandse militaire zelfbeschikkingsrecht nooit mag worden gedeeld met andere landen en dat Nederland via allerlei Europese samenwerkingsverbanden niet op een glijdende schaal terecht mag komen;
verzoekt de regering, de Nederlandse soevereiniteit op militair gebied nooit uit handen te geven en het beslissingsrecht over de inzet van onze knjgsmacht te behouden aan uitsluitend de Nederlandse regering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Hernandez. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (32733).

**

De heer Van der Staaij (SGP): Zou, om die soevereiniteitsmotie nog een slagje concreter te maken, daar niet het verzoek aan toegevoegd moeten worden om ook een paar tanks over te houden in Nederland om niet aangewezen te zijn op andere landen?


De heer Hernandez (PVV): Leuk geprobeerd, maar dat gaan we niet doen!
De heer Van der Staaij (SGP): Dan is wel de vraag wat dit concreet betekent. Dat heeft dan dus ook wel gevolgen voor je materiaalkeuze. Als je zegt: pas op met de afhankelijkheid van andere landen, laat het dan niet alleen een slag in de lucht zijn maar ook een concrete vertaling in termen van materieel en inzet voor Defensie.
De heer Hernandez (PVV): Ja, dat is helemaal correct. Ik ben ook de mening toegedaan dat er momenteel voldoende wapensystemen zijn die het verlies aan gevechtskracht van een gevechtstank kunnen compenseren, dan wel kunnen vervangen.
De heer El Fassed (GroenLinks): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden, maar waarop wij geen adequaat antwoord hebben gekregen zijn cruciale vragen die gesteld zijn in het rapport Verkenningen. Dat is nog steeds onder de maat. Wellicht heb ik te hoge verwachtingen van dit kabinet, maar heldere keuzes voor taakspecialisatie worden niet gemaakt. Wat samenwerking betreft moet de voet van de minister toch echt op het gaspedaal. Helaas is het kabinet nog niet zo ver om de toezegging over schadeloosstelling van veteranen en de ereschuld in te willigen. Het zou goed zijn als hierover voor de Veteranendag een bevredigend antwoord komt.

Ik ben het eens met collega's die zeggen dat er nog lucht in het departement zit en die zeggen dat er nog een slag gemaakt kan worden met bedrijfsvoering, efficiëntie en sourcing, ook wat voorraden betreft. Dit is volstrekt logisch en uitvoerbaar.

Ik ben het eens met diegenen die zeggen: 'less chiefs, more indians', maar dat vereist wel dat de doelstelling van 30% reductie van de staven wordt gehaald. Vandaar de volgende motie.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering zich ten doel gesteld heeft dat de staven

met 30% worden ingekrompen en het aantal topfunctionarissen wordt teruggebracht van 119 naar 80;


constaterende dat een vergelijkbare doelstelling uit 2003 jarenlang niet

gehaald is;


overwegende dat bij Defensie behoefte is aan minder Ieidinggevenden en

meer uitvoerend personeel, oftewel 'less chiefs, more indians';


verzoekt de regering, extra in te zetten op het terugdringen van de

overhead ten bate van de rest van het personeel en met een actieplan te

komen hoe dit succesvol zal worden vormgegeven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden El Fassed, Eijsink, Van Bommel en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (32733).

**
De heer El Fassed (GroenLinks): Er wordt fors bezuinigd op de kwaliteit en kwantiteit van de opleidingen bij Defensie. Het kennisniveau van onze mannen en vrouwen is iets waar onze krijgsmacht zich internationaal in onderscheid. Daarom de volgende motie.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering besloten heeft sterk te bezuinigen op de

kwaliteit en kwantiteit van de opleidingen bij Defensie;


overwegende dat het vergroten van klassen en het sterk verkleinen van

het aanbod de kwaliteit zal aantasten en daarmee onwenselijk is;


overwegende dat de kwaliteit en het opleidingsniveau van de Nederlandse

krijgsmacht juist geldt als sterk en onderscheidend aspect wereldwijd;


van mening dat mensen de kern zijn van de krijgsmacht en dat hun opleiding

daarbij essentieel is;


verzoekt de regering, maatregelen te nemen om te voorkomen dat de

bezuinigingen ten koste gaan van de kwaliteit en beschikbaarheid van

opleidingen bij Defensie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden El Fassed, Hachchi, Eijsink en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (32733).

**
De heer El Fassed (GroenLinks): Bij het maken van keuzes voor de inzet van de krijgsmacht bij toekomstige conflicten horen passende middelen en het afstoten van materieel dat daarbij minder geschikt is. Vandaar de volgende motie.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering het aantal F-16 jachtvliegtuigen vermindert van 87 tot 68;
constaterende dat er steeds vaker conflicten plaats vinden in bevolkt gebied, waarbij jachtvliegtuigen, die opereren in het hoogste geweldsspectrum, steeds vaker geen uitkomst bieden;
overwegende dat er op andere onderdelen die wel uitkomst bieden voor dit type gevechtssituaties wel sterk bezuinigd wordt;
verzoekt de regering, het aantal F-16 jachtvliegtuigen verder te verminderen, opdat er minder bezuinigd hoeft te worden op materieel en personeel dat wel goed inzetbaar is in gevechtssituaties in bevolkte gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid El Fassed. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (32733).

**

De heer El Fassed (GroenLinks): Ook horen daarbij middelen zoals vervoerscapaciteit. Als het enige argument om de Cougars af te stoten geld is, is het zaak om te kijken waar wel geld zit. Zij zijn niet versleten en er is zowel nationaal als internationaal grote behoefte aan. Vandaar de volgende motie.


*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering heeft besloten de 17 Cougar-helikopters af te stoten;
constaterende dat daarmee het tekort aan transportcapaciteit vergroot wordt, waaraan bij de Nederlandse defensie en in de wereld juist grote behoefte is;
overwegende dat door het extra afstoten van ander materieel zoals jachtvliegtuigen en onderzeeboten hier financiële ruimte voor te vinden is;
verzoekt de regering, de 17 Cougar-helikopters te behouden ten behoeve van het in stand te houden van de transportcapaciteit van de krijgsmacht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid El Fassed. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 24 (32733).

**
De heer El Fassed (GroenLinks): Veelzijdige inzetbaarheid is een loze papieren term geworden, maar de minister en enkele fracties blijven proberen om een onmogelijke brug te bouwen tussen de papieren werkelijkheid en de barre realiteit bij defensie. Nu de wens van veelzijdige inzetbaarheid uit het regeerakkoord zo ver is opgerekt, is het ook mogelijk om deze zo ver op te rekken dat er ruimte komt voor een echte visie.

Uiteindelijk kan de Kamer pas een oordeel vellen als de maatregelen uitgewerkt en toetsbaar zijn en in onderlinge samenhang, dus integraal, bekeken kunnen worden. Dat is vandaag helaas nog niet het geval.


De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording. Gezien mijn beperkte spreektijd zal ik mij beperken tot het voorlezen van de moties, niet nadat ik nogmaals mijn woorden van spijt en treurnis heb uitgesproken over de grote bezuinigingen, met name over het niet uitsluiten van eventueel nog een bezuiniging, bovenop het miljard. Dat stemt de fractie van de ChristenUnie erg triest.

Ik zal de moties van de heren Ten Broeke en Knops ook steunen als het gaat om de reparaties: de twee OPV's en vijf Cougars.

Ik dien samen met een aantal collega's de volgende moties in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de beleidsbrief Defensie melding wordt gemaakt van een investering in UAV-capaciteit;
constaterende dat de 4 aangeschafte UAV's in eerste instantie in het buitenland zullen worden gestationeerd;
constaterende dat de aan te schaffen UAV's zijn uitgerust met grotendeels Amerikaanse technologie;
overwegende dat de UAV-capaciteit uitermate geschikt zou zijn voor inzet in Nederland in het kader van de binnenlandse veiligheid en het Nederlands grondgebied, bijvoorbeeld voor zeepatrouille, dijkbewaking en crowd control;
tevens overwegende de motie van het lid Voordewind (31200 X, nr. 62) over de ontwikkeling van een operationeel inzetbaar prototype van een integraal sensorpakket;
voorts overwegende dat er Nederlands industrieel voortzettingsvermogen is voor technologisch zeer hoogwaardige sensoren die gebruikt kunnen worden op UAV's;
ten slotte overwegende dat Nederlands belastinggeld is uitgegeven voor de ontwikkeling van hoogwaardige sensoren en dat Nederlandse bedrijven hun R&D-uitgaven maximaal moeten renderen;
roept de minister op, de UAV's zo snel mogelijk gereed te maken voor gebruik boven Nederlands grondgebied en de kosten van brede inzetbaarheid te delen met andere ministeries;
roept de minister voorts op, te kijken naar de mogelijkheden de UAV's kaal aan te schaffen en uit te rusten met een sensorpakket dat reeds met Nederlandse steun is ontwikkeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Ten Broeke, Knops, Van der Staaij en Eijsink.

Zij krijgt nr. 25 (32733).

**
De heer Voordewind (ChristenUnie): Dan hebben wij gesproken over de sourcingagenda van Defensie waarmee mogelijk nog geld uitgespaard kan worden. Daarom kom ik tot de volgende motie.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de uitvoering van direct operationele taken prioriteit heeft;
overwegende dat de inzetbaarheid van systemen wordt vergroot door gebruik te maken van kennis en ervaring uit het bedrijfsleven;
overwegende dat het Nederlandse bedrijfsleven, regionale en provinciale overheden verschillende initiatieven hebben genomen of voorstellen hebben ingediend voor het behoud en het creëren van hoogwaardige werkgelegenheid;
van oordeel dat de thans gunstige aanwezige voorwaarden van succesvolle uitbesteding dienen te worden benut;
spreekt uit dat de sourcingagenda voor 2011 en 2012 aanzienlijk wordt uitgebreid met concrete projecten voor het uitbesteden van onderhoud en de rapportage hierover wordt meegenomen in de reeds toegezegde halfjaarlijkse rapportage op de "milestones" met betrekking tot spoor 1, 2 en 3,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Ten Broeke, Knops, Van der Staaij, El Fassed, Hachchi en Eijsink.

Zij krijgt nr. 26 (32733).

**
De heer Voordewind (ChristenUnie): Dan heb ik nog een motie over spoor 1 en 2.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet beoogt zo veel mogelijk te bezuinigen op het bestuur en de bedrijfsvoering, de zogenaamde sporen 1 en 2, en pas in de laatste plaats op de operationele capaciteiten van de krijgsmacht, spoor 3;
overwegende dat echter alleen de bezuinigingsplannen van spoor 3 in detail zijn uitgewerkt, de plannen voor spoor 1 en 2 slechts in zijn algemeenheid beschikbaar zijn, en de opbrengsten van het afstoten van de infrastructuur onduidelijk zijn;
van mening dat dit een verkeerd signaal afgeeft aan de manschappen van defensie die al maanden in onzekerheid verkeren;
verzoekt de regering, geen onomkeerbare bezuinigingsmaatregelen door te voeren op de operationele capaciteiten van defensie voordat ook de maatregelen op bestuur en bedrijfsvoering alsook de opbrengsten na het afstoten van infrastructuur in detail uitgewerkt zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind en Eijsink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27 (32733).

**

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dien toch een motie in over de tanks in een ultieme poging om de minister te bewegen daar sympathiek over te zijn.


*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het kader van de bezuinigingen beide tankbataljons worden opgeheven, waarbij de beleidsbrief spreekt over een gevoelig verlies voor de slagkracht van de krijgsmacht wat slechts ten dele kan worden gecompenseerd;
overwegende dat ook uit een recent TNO onderzoek blijkt dat tanks unieke kwaliteiten bezitten op gebied van slagkracht, waarnemingsvermogen en precisievermogen waardoor burgerslachtoffers nog beter kunnen worden vermeden;
overwegende dat zowel de opleidingen alsmede het groot onderhoud uitbesteed zou kunnen worden (aan Duitsland);
overwegende dat het schrappen van alle tanks een onomkeerbare maatregel is die leidt tot permanent verlies van expertise en tactische capaciteiten en dat ook Canada recentelijk haar beslissing om alle tanks te schrappen heeft teruggedraaid;
overwegende dat het stilzetten van tanks minimale kosten met zich brengt;
verzoekt de regering, niet alle tanks af te stoten met het oogmerk op het behoud van de operationele expertise en de tactische capaciteiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De



1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina