Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina19/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20
voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28 (32733).

**
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat inhuur van transportcapaciteit ter vervanging van de DC-10 duur zal zijn;
overwegende dat de DC-10 is aangeschaft om de luchttransportcapaciteit te vergroten, juist omdat inhuur duur was;
verzoekt de regering, de DC-10 in ieder geval nog twee jaar (t/m 2013) operationeel te houden en dit financieel te dekken door de verkoop van militaire infrastructuur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29 (32733).

**
De heer Van der Staaij (SGP): Voorzitter. Ik wil graag de minister danken voor zijn beantwoording. Een zekere Harry van de SP twitterde vanavond: "Één miljard bezuinigingen, links likt zijn vingers af." Als iemand van de SP twittert: "links likt zijn vingers af" zal het niet verwonderlijk zijn dat wij dan meer onze wonden likken met dit soort draconische bezuinigingen.

Vanavond gaat het vooral over de invulling ervan en over roeien met de riemen die wij hebben. Binnen die invulling steunen wij nadrukkelijk de prioriteit op bestuur en bedrijfsvoering en op het ontzien van de operationele capaciteit. De nadere uitwerking daarvan moeten wij nog krijgen. Die is wel heel belangrijk.

Terecht dat de minister begon met aandacht voor het personeel. Bijzondere zorg en aandacht zijn nodig voor mensen die hierdoor geraakt worden in onzekerheid verkeren.

Wat de operationele capaciteit betreft, steunen wij de moties die betrekking hebben op de OPV's, de patrouillevoertuigen en de Cougars.

Collega Voordewind heeft een verstandige motie ingediend over de tankcapaciteit. Maar je weet maar nooit, als die net iets te ver gaat, is het goed een terugvaloptie te hebben en echt voorzichtiger kan het niet worden. Om te kijken hoe wij binnen die veelzijdige inzetbaarheid de gereedschapskist van Defensie zo goed mogelijk gevuld houden, waarbij wordt erkend dat de rol van de tanks anders is maar niet uitgespeeld, dienen mogelijkheden te worden onderzocht om te bekijken hoe kennis en kunde -- wellicht op een lager pitje, desnoods tijdelijk in de mottenballen -- kunnen worden vastgehouden.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie alle tankbataljons en daarmee het gehele wapensysteem wil schrappen;
overwegende dat het wenselijk zou zijn een beperkt aantal tanks te handhaven, omdat zij een noodzakelijk onderdeel kunnen vormen van de set middelen waarover bij militaire inzet kan worden beschikt;
voorts overwegende dat mogelijk via onder meer integratie met bestaande pantserinfanterie, outsourcing van materiële en logistieke ondersteuning, alsmede verdere samenwerking met Duitsland de nodige kostenreductie valt te realiseren;
verzoekt de regering, te onderzoeken of binnen de gegeven financiële kaders een beperkt aantal tanks kan worden behouden en de Kamer daarover nader te berichten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30 (32733).

Ik dank de collega's voor hun terughoudendheid in de tweede termijn. Wij schorsen een kwartier. Daarna zal de minister antwoorden.

**
De vergadering wordt van 22.05 uur tot 22.20 uur geschorst.


Minister Hillen: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de tweede termijn. Ik beantwoord eerst de vragen die nog zijn gesteld en daarna zal ik de moties behandelen. De onderwerpen die ook in de moties aan bod komen, sla ik nu over. Deze komen vanzelf terug bij de moties.

Mevrouw Eijsink vraagt of ik een realistisch beeld heb. Ja, ik heb een realistisch beeld van de personele en materiële exploitatielasten. Elke maand wordt mij via de kasprognose gerapporteerd over de stand van zaken van de exploitatie, uitgesplitst naar personele exploitatie en materiële exploitatie, per begrotingsartikel. Dit realistische beeld was ook noodzakelijk om te komen tot de maatregelen die genoemd zijn in de beleidsbrief. Verbetering van het inzicht is mogelijk en is in de beleidsbrief aangekondigd. Dat betreft het verbeterde inzicht in doelstellingen, activiteiten en middelen. In de beleidsbrief is op basis van diverse analyses gewerkt aan een evenwicht in de exploitatie. Dit zal worden bereikt in 2014, als de achterstanden zijn opgeruimd en de financiën op orde zijn. De numerus fixus wordt verder uitgewerkt. Het zo spoedig mogelijk weer op orde brengen van de krijgsmacht betreft de materiële situatie, het personeel en de organisatie en de geoefendheid van de krijgsmacht na de transformatie naar een nieuwe defensieorganisatie. In 2013 zullen de operationele eenheden weer volledig gevuld zijn en in 2014 de overige eenheden. Tegen het einde van de kabinetsperiode moeten alle achterstanden zijn opgeruimd, moeten de financiën op orde zijn en moet Nederland beschikken over een kleinere krijgsmacht in goede conditie, met het benodigde personeel om taken uit te voeren, met voorraden die op peil zijn en met eenheden die naar behoren kunnen oefenen.

Mevrouw Eijsink vraagt of het sociaal beleidskader wordt opengebroken, omdat het sociaal beleidskader binnenkort eindigt. Dit is een van de onderwerpen die in het overleg met de centrales aan de orde zal komen. Wij willen voor een nieuwe periode graag één beleidskader over de hele linie. Hierover praten we dus met elkaar. Het vigerende sociaal beleidskader wordt dan beëindigd of opengebroken.

Mevrouw Eijsink vraagt welke nulmetingen er zijn bij de Algemene Rekenkamer en of deze er iets mee kan. Ik heb geen idee. Ik moet er met de Algemene Rekenkamer over praten. De heer Ten Broeke heeft dit ook gevraagd. Ik zal vragen hoe de Algemene Rekenkamer het wil hebben, als deze het wil doen. Dan zullen we zien hoe we dit vorm kunnen geven.

Mevrouw Eijsink is bang dat er over een paar jaar weer wervingsbonussen of iets in die geest moeten worden uitgereikt. Daar mochten we niet om lachen. Terecht niet, want het zou best eens kunnen. Zo gaat het in de economie. Er kunnen over een paar jaar best heel andere omstandigheden zijn. Dat wil niet zeggen dat ik me daarop verheug. Het wil ook niet zeggen dat we hetgeen we vandaag moeten doen maar moeten uitstellen, omdat het morgen anders kan zijn. Als we dat doen, komen we onszelf toch een keer tegen. In de huidige omstandigheden nemen we naar ons beste weten besluiten. We gaan ervan uit dat de besluiten die we nu hebben genomen, een maximale uitkomst geven. Daarom doen we het zoals we hebben besloten.

De heer Ten Broeke kwam weer terug op de spuiterij in Woensdrecht, Fokker en de arbeidsomstandigheden. Ik zal erin duiken en ik zal serieus kijken of dit probleem oplosbaar is op de manier zoals de heer Ten Broeke verzoekt, namelijk dat het werk wordt uitbesteed. Op dit moment kan ik noch zijn gelijk of ongelijk betwisten, noch het mijne. Ik zal erin duiken.

Hetzelfde geldt voor de leenfaciliteit. De heer Ten Broeke heeft een van de meest betrouwbare bronnen geciteerd, namelijk een stuk van mijn eigen departement. Toch ben ik nog niet overtuigd. Ik vind het toch wel erg veel. Ik zal de onderste steen naar boven halen en kijken wat eruit komt.
Ten aanzien van de Algemene Rekenkamer heb ik reeds aangegeven dat ik haar zal vragen om een en ander halfjaarlijks te volgen.

De heer Knops heeft gevraagd naar de Stinger versus de Patriot. Het zijn weliswaar beide luchtwapensystemen, maar ze verschillen toch wel in functie. De Stinger heb je nodig als je in een omgeving zit waar je nog geen luchtoverwicht hebt en je die nog moet verwerven. De Patriot is een luchtverdedigingssysteem in een omgeving waar je aangevallen kan worden met raketten van grotere afstand. Dus het zijn twee verschillende systemen. Om in een bepaalde omgeving luchtoverwicht te krijgen, achten wij de Stinger nog steeds noodzakelijk.

Dan de heer Van Bommel. Het probleem is een beetje dat hij mij zo enthousiast steun geeft, dat ik wel ernstig moet twijfelen of de plannen wel zo goed zijn.
De heer Van Bommel (SP): Maar dat is ook geen reden om die plannen te wijzigen, begrijp ik.
Minister Hillen: Hij zegt dat hij tot een andere keuze komt voor het geweldsspectrum, Ja, daar zijn wij het dus oneens; daar begint het al. Vervolgens draait hij de zaak heel aardig om. Hij vraagt of het niveau van de NAVO wellicht niet te hoog is als Nederland de 2% niet haalt. Dat is moeilijk te zien. Als je kijkt naar de verschuiving in gewicht van de bijdrage van de VS en die van de Europese landen dan is die onrustbarend. Dat wil zeggen dat de VS kennelijk nog steeds vinden dat de NAVO als bondgenootschap buitengewoon relevant is en dat wij iets meer voor een duppie op de eerste rang willen zitten, waarbij het de vraag is of je soms toch niet een kwartje zou moeten betalen. De tijd zal het leren. Ikzelf ben van mening dat de 2% zo slecht nog niet is, hoewel die op het ogenblik voor Nederland nog niet erg binnen bereik ligt. Die 2% komt niet zomaar uit de lucht vallen.

Verder heeft de heer Van Bommel gezegd dat er te lang onzekerheid is voor het personeel. Dat is inderdaad een probleem, maar dat heeft te maken met zorgvuldigheid. Hier staan snelheid en zorgvuldigheid met elkaar op gespannen voet. Op het moment dat je de bedragen begrotingstechnisch invult en je probeert zo snel mogelijk besluiten te nemen en je die met de Kamer probeert te delen zodat je aan de slag kunt gaan, dan kan je per definitie nog niet alles ingevuld hebben. Dat staat dus een beetje op gespannen voet met elkaar. Ik betreur dat net zo hard als de heer Van Bommel dat doet. De wissel die je trekt op het incasseringsvermogen van het personeel is niet gering. Het is een kwestie van goed blijven communiceren met alle mannen en vrouwen die elke dag dat werk doen om te proberen ze zo goed en snel mogelijk op de hoogte te brengen van wat er gebeurt, maar we zitten op dit moment in een positie waarin er niet meer kan dan dit. Eerst moet ik nu met de bonden gaan praten en moeten we proberen met elkaar het sociaal beleidskader en wat dies meer zij te regelen. Dan gaan we met alle mannen en vrouwen praten en dat ook nog volgens de spelregel dat kwaliteit daarin vooropstaat. Hetzelfde geldt overigens voor de 29 topfuncties. De duidelijkheid daarover zal er komen. Ook als het om 29 mensen en 29 topfuncties gaat, staat zorgvuldigheid voorop.

Dan de ereschuld van de veteranen. Dat wordt nog niet gedeeld door het kabinet maar ik zal de aansporing van de heer Van Bommel op dit punt zien als een extra aansporing, want het wordt mijns inziens Kamerbreed gedeeld dat veteranen de ereschuld zijn van de natie.

Met betrekking tot de krimpregio's zal ik kijken wat er in mijn vermogen ligt hoe wij onze verantwoordelijkheid in dezen kunnen invullen. Ik heb in mijn eerste termijn al wel gezegd dat de verantwoordelijkheid van Defensie in de eerste plaats haar eigen begroting en haar eigen personeel geldt, maar het is in ieder geval een punt dat ik goed in de gaten houd. Het is een punt dat niet geruisloos passeert.

Er is gevraagd naar de motie-Van Dijk/Bruins Slot over de inspanning voor herplaatsing. Wij zijn daar volop mee bezig en wij gaan daarmee door. Ik heb de getallen al aangegeven, maar het zou ons een lief ding waard zijn als het aantal mensen dat kan worden herplaatst, zo groot mogelijk is. Wij zullen daar echt alles aan doen wat wij kunnen.

De heer Hernandez heeft gevraagd naar de elektromagnetische puls. Die is eigenlijk overgebleven uit de Koude Oorlog en er kunnen veel spannende boeken over worden geschreven. Is hij in de praktijk toepasbaar? Waarschijnlijk wel. Is hij praktisch toepasbaar? Waarschijnlijk niet. Je kunt je ertegen beschermen maar dat kost enorm veel. De dreiging wordt algemeen als laag gezien. Een van de elementen ervan is dat een elektromagnetische impuls niet discrimineert, met andere woorden als je hem toepast, heb je er zelf waarschijnlijk evenveel last van. Dit is een van de redenen waarom de elektromagnetische puls geen grote vlucht als wapensysteem heeft genomen en niet te vergelijken is met cyber en zo. In ieder geval beschouwen wij de dreiging als laag.

De heer El Fassed is van mening dat wij geen heldere keuzes hebben gemaakt. Ik heb al gezegd dat binnen het budgettaire kader taakspecialisaties niet aan de orde zijn, omdat je die pas op termijn verdient, maar dat wij op het punt van samenwerking echt wel een redelijke voorhoedepositie innemen. De heer Hernandez vindt dit nu juist weer veel te veel. Dan blijkt dat je als je daarover aan één tafel spreekt, verschillende uitkomsten krijgt.

De heer El Fassed zegt dat er nog lucht in het departement zit. Die waarheid gaat altijd op als je echt gaat drukken ergens. Ik heb het laatst nog geprobeerd met een kartonnetje koffiemelk en ook daar kwam nog een druppel uit. Dat wil echter niet zeggen dat hij er van harte uitkwam en dat hij nog lekker was. Met andere woorden: het enkele feit dat er nog lucht in zit, is voor mij geen voldoende argument. Je moet kijken of het nog redelijk is om ermee te werken en of het nog redelijk is om het te halen. Defensie heeft nu ongeveer twintig jaar van reorganisaties achter de rug. Voortdurend is er werk verzet, internationaal, met grote inzet. Voortdurend is er bezuinigd. Om dan nu te zeggen dat er nog veel te halen is, is een diagnose die ik mijzelf niet stel.

Dan de moties.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Als ik de minister goed begrijp, zegt hij: ik heb nu alles en ik weet nu alles, alle kasten zijn doorgewerkt en alle ordners zijn doorgewerkt. Hij weet wat de exploitatie materieel en personeel is. Kortom: hij kan niet meer worden verrast, de Kamer kan niet meer worden verrast, wij weten nu wat er verder komt. Dat heb ik goed beluisterd. Daarover komen wij verder nog te spreken.

Er is nog een vraag blijven liggen die ik in de eerste termijn heb gesteld. De minister heeft toegezegd dat hij die in tweede termijn zou beantwoorden. Ik verwacht dat antwoord nu.


Minister Hillen: Welke vraag was dat?
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik wil hem wel voor de vierde keer stellen.
Minister Hillen: Doe niet zo flauw.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik doe niet flauw. Het was de vraag over de 56.000 en de agentschappen. Ik hoef toch niet overal om te vragen.

Ook uit de tweede termijn is er nog een vraag blijven liggen, namelijk hoe kan worden verklaard dat wij nu horen dat er om en nabij 2000 mensen zullen worden ontslagen en dat wij dat niet eerder wisten, want zo veel verschil in die zaken is er toch ook niet sinds 8 april? Ik wil graag weten hoe dat komt. Als het antwoord van de minister is: het is interne herplaatsing, dan wijs ik erop dat dit de 4000 van de 6000 waren. De minister wist dat dan toch ook al op 8 april? Dat is gewoon interne informatie en niet van buitenaf.


Minister Hillen: Ik heb met name met de generaal Van Uhm op tal van plaatsen opgetreden, zowel hier als aan de andere kant van de wereld om op allerlei plaatsen toe te lichten wat er aan de hand is. Ik weet zeker dat wij alle keren hebben gesproken over 2000, 4000 en 6000. Dat 4000 mensen worden herplaatst, dat je afscheid moet nemen van 6000; daarvan zijn er 4000 herplaatsbaar en dus komen 2000 mensen waarschijnlijk op de een of andere manier in een sociaal beleidskader terecht.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Laten wij hier verder niet over debatteren. Ik constateer alleen dat het niet in het plan van 8 april stond. In dat plan spreekt de minister van 6000 vte's. Het aantal van 2000 vte's wordt nergens genoemd.
Minister Hillen: Wij zeiden in onze presentatie dat wij dat vanaf het eerste moment verbijzonderen.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Het is toch een vreemde situatie. De minister legt het aan de Kamer voor en noemt het de Beleidsbrief aan de Kamer. Ik merk alleen even op dat dit enigszins vreemd is. Graag hoor ik van de minister dat dit inderdaad opmerkelijk is.

Ook ontvang ik nog graag antwoord op mijn in eerste termijn gestelde vraag.


Minister Hillen: Ik wil eerst even vaststellen dat mevrouw Eijsink zegt dat zij niet meer voor verrassingen wil komen te staan. Ik garandeer dat absoluut niet. Het leven is vol verrassingen. Wat dat betreft kan het morgen weer anders zijn. Wij proberen naar vermogen te zorgen dat wij in de gaten hebben wat er gebeurt, maar verrassingen kan ik nooit uitsluiten.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Dit is een wel heel erg brede taakopvatting. Natuurlijk kan er altijd weer een verrassing zijn, maar wij hebben het over een bepaald budget. Wij hebben het over aantallen mensen in de organisatie. De minister zal de Kamer toch niet opnieuw verrassen met tekorten op zijn eigen budgettering, tekorten op zaken die hij nu "taakstellend" noemt of tekorten op wat in de Beleidsbrief "je gaat erover of niet" genoemd wordt? Het kan toch niet zijn dat de Kamer over een halfjaar van de minister hoort: sorry, maar wij hebben weer 40 mln. verplichtingenpauze. Dat is toch niet wat de minister bedoelt?
Minister Hillen: Nee, natuurlijk niet. Ik zal mijn uiterste best doen om te zorgen dat dit niet het geval is. Alleen zet mevrouw Eijsink mij in een bijzinnetje vast. Als ik daar niet onmiddellijk tegen protesteer, krijg ik dat straks tegengeworpen. Ik wil dat mevrouw Eijsink en ik van elkaar weten dat zij een conclusie heeft getrokken die ik niet met haar deel.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Mijn conclusie is dat de minister blijkbaar nog niet alles weet.
Minister Hillen: Dat is weer een conclusie van mevrouw Eijsink. Zo blijven wij bezig. De organisatie van Defensie telt nu 65.000 vte's. Door eerdere maatregelen zal Defensie al meer dan 1.000 vte's krimpen. Het uitgangspunt voor de bezuinigingen is dus 64.000 vte's. De agentschappen zijn baten-lastendiensten en zijn daarbij niet meegeteld; die staan dan ook buiten de begroting. Na de vermindering met 12.000 vte's telt Defensie in 2016 nog 52.000 vte's, nog steeds zonder de agentschappen. Zoals gemeld is door mevrouw Eijsink, tellen de agentschappen in 2016 naar verwachting 4.473 vte's. Dat is minder dan het huidige aantal van ongeveer 4.700 vte's, als gevolg van doelmatigheidsmaatregelen. Het aantal vte's in 2016 kan kleiner uitvallen dan 4.473 als Defensie meer taken uitbesteedt via sourcing en door krimp minder diensten afneemt. In dat geval zal de omvang van de agentschappen dus verder afnemen. Dat is de berekening.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Kan de minister de Kamer rapporteren over de inkrimping van de agentschappen? Daarom had ik mijn vraag gesteld, want die combinatie is wel van belang voor de Kamer.
Minister Hillen: In de memorie van toelichting zal ik daarover berichten.

Ik ben gekomen aan de behandeling van de moties. In de eerste motie van mevrouw Eijsink, de motie op stuk nr. 4, wordt de regering verzocht zich tot het uiterste in te spannen om gedwongen ontslag voor werknemers van Defensie te voorkomen. Ik zie dit als een ondersteuning van het beleid. Ik ben benieuwd of de Kamer dat ook vindt.

De tweede motie van mevrouw Eijsink, de motie op stuk nr. 5, ontraad ik. Het is prachtig dat de regering in deze motie wordt verzocht zich tot het uiterste in te spannen om in overleg met de centrales van overheidspersoneel sociaal flankerend beleid tot stand te brengen dat een zo breed mogelijk perspectief biedt op duurzaam werk. Het voorkomen van een inkomensval voor werknemers die Defensie verlaten kan ik echter niet garanderen. Daarom moet ik deze motie ontraden.
De heer Ten Broeke (VVD): Ik heb een vraag aan de minister over de motie op stuk nr. 4. Hij zegt vrij gemakkelijk dat hij die motie ziet als een ondersteuning van het beleid. Als dat geldt voor het gedwongen ontslag waar geen reden voor is, dan mag ik dat toch als vanzelfsprekend zien? De minister heeft echter aangegeven dat deze plannen niet uit te voeren zijn zonder gedwongen ontslagen.
Minister Hillen: In de motie wordt ons verzocht ons tot het uiterste in te spannen om gedwongen ontslagen te voorkomen.
De heer Ten Broeke (VVD): Dat vind ik een vanzelfsprekendheid. Wij moeten hier nu niet proberen een verkeerde indruk te wekken.
Dus als u de indruk wilt wekken dat dit helemaal zonder gedwongen ontslagen kan...
Minister Hillen: Dat heb ik geen dag gedaan.
De heer Ten Broeke (VVD): Misschien is het dan verstandig om deze motie te kwalificeren als ondersteuning van het beleid?
Minister Hillen: Ik wilde een keer vriendelijk zijn tegen de oppositie.
De heer Ten Broeke (VVD): Ik vroeg of dat verstandig was.
De voorzitter: De oppositie en de minister vinden dat heel verstandig.

**
De heer Ten Broeke (VVD): Ik vind het heel onverstandig.


Minister Hillen: De derde motie verzoekt de regering om "het nieuwe besturingsmodel zo in te richten dat de (door)ontwikkeling en uitvoering van een goed en gedegen personeelsbeleid geen afgeleide beleidsdoelstelling is, maar een integraal deel uitmaakt van het besluitvormingsproces en ook als zodanig functioneel gepositioneerd wordt in het politiek beraad van Defensie". Deze gedachte is op zich misschien sympathiek, maar ik moet de motie toch ontraden omdat zij zich bemoeit met mijn interne organisatie. Ik probeer die zelf zo goed mogelijk in te richten en daar hoef ik geen aanwijzingen voor.

De motie-Ten Broeke c.s. "verzoekt de regering geen OPV's af te stoten en de dekking hiervoor te vinden in structurele besparingen" enzovoort. De dekking van deze motie is deels realistisch, maar het uitbesteden van wielvoertuigen niet. Dingen die te maken hebben met sourcing of uitbesteding zijn vogels in de lucht die nog niet zijn geland. Wat dat betreft dus: nee. Wel kan ik een goede inspanning toezeggen om dit te gaan doen. Ik wil het volgende oordeel geven over deze motie: met de dekking ben ik niet helemaal gelukkig, maar die OPV-zaak speelt pas op termijn. De denkrichting is mij echter sympathiek. Wij gaan proberen om deze motie uit de voeren naar de geest waarin zij is gesteld en een meer solide dekking hiervoor te vinden. Het oordeel is dan aan de Kamer.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik begrijp dat de dekking door de minister wordt geleverd. Maar begrijp ik ook goed dat dit niet de interne organisatie raakt? Ik probeer even te bekijken waar de minister wel of geen bemoeienis wenst. Ik kan me voorstellen dat hij deze bemoeienis graag wil steunen en het geld zelf wel wil zoeken, maar ik wil nu even te weten komen wat voor de minister interne organisatie is en wat we verder kunnen verwachten.
Minister Hillen: Met name die Belgische variant vind ik heel aantrekkelijk, ook omdat wij op die manier verder inhoud aan deze samenwerking zouden kunnen geven. Maar dit speelt pas over een jaar of twee. Ik vind het nu nog vroeg. Het is nu genoeg om te zeggen: laten we kijken of we deze motie kunnen uitvoeren.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. De minister gaat op zoek naar een dekking, maar wij moeten er straks wel over stemmen. Daarvoor wil ik weten waar hij dat geld denkt te gaan vinden.
Minister Hillen: Dat weet ik niet, omdat het op het ogenblik nog niet aan de orde is. Ik laat het oordeel dus aan de Kamer.
De heer Van Bommel (SP): Voorlopig is het dus een ongedekte motie?
Minister Hillen: Het is een voor mij nog niet geheel bevredigend gedekte motie. Bij de "concentratie van infrastructuur en het afzien van nieuwbouw ter hoogte van 15 miljoen euro" kan ik me nog iets voorstellen, maar dat van de wielvoertuigen vind ik niet goed genoeg. Misschien kan ik ook daarin een opbrengst vinden, dat laat ik onderzoeken.
De heer Van Bommel (SP): Als het voor u een "nog niet geheel bevredigend gedekte motie" is, kunt u haar toch alleen maar ontraden?
Minister Hillen: Nee. Dat zou zo zijn als zij onmiddellijk zou moeten worden uitgevoerd, maar aangezien ik daarvoor nog enige tijd heb, ben ik ervan overtuigd dat ik de dekking ga vinden.
De heer

1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina