Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina20/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20
Van Bommel (SP): Zou u het dan niet met mij eens zijn dat het veel beter is om die motie nog even aan te houden? Zou dat uw advies kunnen zijn?
Minister Hillen: Dat zou kunnen, maar dat zeg ik nu niet.
De heer Ten Broeke (VVD): Fijn dat ikzelf ook nog even mag. Ik zal de motie zeker niet aanhouden, ze zal in stemming worden gebracht. Ik kan de minister wel tegemoetkomen. In de antwoorden kreeg ik zojuist te horen dat de minister het onderzoek naar de wielvoertuigen gaat doen en dat hij daarvoor zelf op termijn een dekking verwacht. Maar goed, als hij dat zelf niet als extra optie wil meenemen, wil ik de opties graag voor hem beperken, als de andere volgens hem wel haalbaar zijn. In dat geval halen we de toevoeging van daarnet, dus die uitbreiding die ik eraan heb toegevoegd, gewoon weer uit de motie en brengen we haar zo in stemming.
Minister Hillen: Zo wordt de motie een stuk beter.
Minister Hillen: Ik kom op de motie-Ten Broeke/Knops op stuk nr. 8 over TNO. Ik herken het probleem en ben bereid om te kijken of het verzoek kan worden uitgevoerd, maar ik wil hierover eerst praten met de minister van EL&I. Het probleem is bekend. In het regeerakkoord worden de onderzoeken verplaatst van de begrotingshoofdstukken naar EL&I. Ik voel er niets voor om voor ons een extra bezuiniging te gaan vinden die vervolgens kan worden opgehaald door EL&I omdat dit zo is afgesproken in het regeerakkoord. Ik wil dus even met de minister van EL&I in de slag om te kijken op welke manier wij dit het best kunnen regisseren. Ik zal dit aan de Kamer doen weten. Wat mij betreft wordt de motie aangehouden.
De heer Ten Broeke (VVD): Aanhouden is mogelijk. U weet dat ik persisteer als het over dit onderwerp gaat. Dat doe ik al anderhalf jaar, dus dat houden wij nog wel even vol.
Minister Hillen: Het overdoen van de helikopters aan de Verenigde Naties, waarom wordt verzocht in de motie op stuk nr. 9, is een sympathieke gedachte. Ik zal daarover als eerste praten met de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Die gaat over OS. Ik ga kijken of hij bereid is dit te financieren en zal hem vervolgens vragen daarover met de VN contact op te nemen.
De heer Van Bommel (SP): Horen wij dit nog voor de stemming of adviseert de minister de motie aan te houden?
Minister Hillen: Als deze motie wordt aangenomen en ze is niet uitvoerbaar, dan zeg ik dat ook. Dat zal pas blijken als ik het contact met de staatssecretaris heb gehad. Wanneer is de stemming over deze moties, morgen of over een week?
De heer Van Bommel (SP): Een motie is toch geen loterij?
De voorzitter: De stemming is volgende week.

**
Minister Hillen: Dan zal ik voor volgende week laten weten of ze uitvoerbaar is.

De leden Knops en Ten Broeke verzoeken in de motie op stuk nr. 10 de regering tevens om met voorstellen te komen om de rapportagedruk bij Defensie te verminderen. Dat is het mooiste wat er is, maar daarvoor staat ook dat de Algemene Rekenkamer… Daarbij, ik heb al uitgesproken dat ik dit steun, dus dat is geen enkel probleem.

De heren Knops en Ter Broeke dienden de motie op stuk nr. 11 in over het moratorium op investeringen in nieuwe infrastructuur. Ja, maar ik maak één voorbehoud, namelijk dat dit onder de voorwaarde is dat er niet juridisch iets vastligt, dat er geen juridische afspraken zijn, dat je geen contracten moet verbreken of wat dan ook. In principe ben ik ervoor.

Ik kom op de motie op stuk nr. 12 van de leden Knops en Ter Broeke over HGIS. Ik vind dit uitstekend. Daarmee zal ik naar het kabinet gaan. Ik zit weer op hetzelfde punt: de Kamer kan haar aannemen, maar daarmee is ze nog niet uitgevoerd, want daarover ga ik niet alleen. Als de Kamer deze motie aanneemt, ga ik met deze aangenomen motie naar het kabinet en zal ik het kabinet de gevoelens van de Kamer hierover meedelen. Ik zal vervolgens aan de Kamer meedelen wat daaruit komt.
De voorzitter: Het oordeel is aan de Kamer.

**
Mevrouw Eijsink (PvdA): Er staat in de motie letterlijk de "kosten van Uruzgan die nog ten laste van de reguliere defensiebegroting zijn en worden gebracht". Heeft de minister, met verwijzing naar de antwoorden hierover, zelf al enig zicht op welke verdere kosten dit zijn? Dit maakt heel veel uit. Stel dat de Kamer straks akkoord gaat met deze motie zonder te weten dat er nog €500.000, €600.000 of €700.000 ten laste van de Uruzganmissie komt. Wij hebben dit het afgelopen jaar enkele keren meegemaakt.


Minister Hillen: Daarin heeft mevrouw Eijsink gelijk. De evaluaties lopen nog. Die komen deze weken af. Zodra ik daarop zicht heb, weet ik precies om welke bedragen het gaat.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Betekent dit dat de Kamer een uiteindelijke financiële afrekening krijgt van de Uruzganmissie van augustus 2006 tot 1 augustus 2010, met de redeployment tot en met december 2010 als ik de minister goed versta?
De heer Knops (CDA): Voorzitter, misschien mag ik als indiener van de motie ook iets zeggen?
De voorzitter: Het gaat nu even om het advies van de minister.

**

De heer Knops (CDA): Het kan verhelderend zijn. De indiener heeft in het geheel niet de bedoeling om dit nu te kwantificeren. Het gaat namelijk om het principe -- dit staat in deze motie verwoord -- om de kosten te compenseren "waarvoor de met dezelfde bedoelingen toegekende Bos- en Van Geelgelden onvoldoende zijn gebleken." Of dit nu €500.00 is of 5 mln. is voor mij niet interessant.


De voorzitter: De minister heeft al toegezegd om daarover met zijn collega's te overleggen en laat het oordeel dus aan de Kamer. Wij gaan over naar de motie op stuk nr. 13.

**
Minister Hillen: Voorzitter. In deze motie word ik gevraagd om de Kamer voor 1 november te berichten over de definitieve uitwerking van het plan om vijf extra Cougars aan te houden. Daar heb ik dus tijd voor. De rationalisering van de voorraden bij Defensie is een afdoende dekking. Het gaat daarbij overigens ook om voorraden die niet worden benut. De dekking is dus geen punt. Ik zal de Kamer op tijd laten weten op welke manier de motie kan worden uitgevoerd. Dat wil zeggen: voor 1 november 2011.


De voorzitter: Oordeel Kamer.

**
Minister Hillen: Met een positief advies.


De heer Knops (CDA): Die datum is geen harde datum, want het mag ook eerder.
Minister Hillen: Voorzitter. Mevrouw Hachchi verzoekt de regering in haar motie op stuk nr. 14, het ambitieniveau van de krijgsmacht zo te moderniseren dat ambitie en budget op elkaar aansluiten en jarenlange continuïteit wordt gegarandeerd. Ik zou willen dat dit kon! Ik ben echter bang dat de politiek daarvoor te springerig is, overigens net als de samenleving. Ik weet niet precies wat ik met deze motie aan moet. Wat mij betreft hebben wij het ambitieniveau op een goede manier geformuleerd en daarom vind ik de motie eigenlijk overbodig.

Dan de motie op stuk nr. 15 waarin mevrouw Hachchi de regering verzoekt, bij het behouden of ontslaan van mensen kwaliteiten van individuen als uitgangspunt te hanteren. Deze motie zie ik als ondersteuning van het beleid. Met andere woorden: een positief advies.

Voorzitter. Dan de motie van mevrouw Hachchi op stuk nr. 16 over de Europese samenwerking. Zij verzoekt de regering daarin, voor de begrotingsbehandeling voor het jaar 2012 expliciete voorstellen en doelen ten aanzien van internationale en Europese samenwerking te formuleren, met daarbij een weging van de haalbaarheid. Ik zou mevrouw Hachchi willen vragen om deze motie aan te houden, totdat het advies van de AIV over soevereiniteit en internationale samenwerking bekend is.

Voorzitter. De motie van de leden Hernandez, Ten Broeke en Knops op stuk nr. 17 over de Koninklijke Marechaussee. De dekking via de 200 dienstauto's is akkoord; die gaan er dus uit. De dekking die is gevonden in de concentratie van infrastructuur, is voor zover wij na kunnen gaan, voldoende. Ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer, met de aantekening dat het in principe akkoord is.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik ben een beetje de tel kwijt, maar volgens mij is het de derde motie waarin de dekking bij de infrastructuur is gevonden. In het begin van deze avond zei de minister echter nog dat de integrale notitie over het vastgoed nog niet gereed is. Ik vind het daardoor wel allemaal heel vreemd worden. De ene na de andere motie wordt gedekt uit de infrastructuur. Dat betekent dat de minister er wel echt zicht op heeft en de Kamer meer zou kunnen meedelen. Als hij blijft wheelen en dealen met de infrastructuur, dan … Worden er misschien nog meer moties gedekt uit de infrastructuur? Ik zou dat inmiddels niet meer zo raar vinden, want de minister zegt die dekking met het grootste gemak toe. Blijkbaar was de besluitvorming hierover al gereed.
Minister Hillen: Wij hebben er goed over nagedacht. Het is verder een voorzichtige dekking. Bovendien gaat het niet om extreem grote bedragen. Al met al kan ik als minister zeggen dat deze dekking afdoende is en dat de motie wat mij betreft door de Kamer aanvaard mag worden.
Mevrouw Eijsink (PvdA): De minister zegt dat er niet extreem veel geld nodig is voor de dekking. Dan weet hij dus ook om hoeveel geld het gaat. Om hoeveel geld gaat het dan? Wij zitten pas bij de motie op stuk nr. 14 en dat betekent dat wij er nog een paar krijgen. De minister keurt een dekking goed, ook al kent de Kamer de plannen niet en heeft hij zelf aangegeven die ook nog niet te kennen.
Minister Hillen: Het gaat om een tijdelijke aanvulling van de Koninklijke Marechaussee, namelijk gedurende de periode dat er een dip is in het personeel. Het gaat dan ook niet om enorm grote bedragen, misschien een paar miljoen.
Mevrouw Eijsink (PvdA): En die 200 dienstauto's dan? Komen die bovenop wat u de Kamer al hebt gemeld? En over welke dienstauto's hebben wij het dan?
Minister Hillen: Die ga ik nog aanwijzen.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Oké. U doet dus een toezegging, zonder precies te weten wat u toezegt.
Minister Hillen: Voorzitter. De motie van de leden Hernandez, Ten Broeke en Knops op stuk nr. 18 over de numerus fixus zie ik als ondersteuning van mijn beleid. Een positief advies dus.

In de motie van de leden Hernandez, Ten Broeke en Knops op stuk nr. 19 wordt de regering verzocht, het vrijgemaakte geld op structurele basis aan te wenden ten behoeve van het oefen- en trainingsprogramma van de krijgsmachtdelen, in het bijzonder in te zetten op het behoud van 50 extra sportinstructeurs. Dit geld wordt vrijgemaakt door in te zetten op een versobering van de arbeidsvoorwaarden, waarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het afschaffen of inperken van de algemene bereikbaarheidstoeslag, de garantievliegtoelagen en het zogenaamde maxmax-effect. Ik vraag de indieners om deze motie aan te houden. Ik wil de motie met alle liefde inbrengen in het overleg met de bonden, maar dat betekent wel dat nu nog niet duidelijk is of deze dekking kan worden gerealiseerd. De Kamer hoort, zodra ik hierover met de bonden heb gesproken, of dat wel zo is.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik ben een beetje verbaasd. Dit is een motie die gaat over het overleg met de vakbonden. Normaal gesproken gaat de minister daar niet over, het zijn de vakbonden die daarover gaan. De minister verwees net naar de interne organisatie en hier gaat het om een motie die aangehouden moet worden. Ik had van de minister verwacht dat hij het weliswaar inhoudelijk sympathiek zou vinden, maar tevens dat hij zou melden dat de Kamer daar niet over gaat. Ik begrijp dat ook deze spelregel gaandeweg is aangepast. Ik vind dat zeer opmerkelijk.
Minister Hillen: Ik heb gezegd dat ik de motie zou willen aanhouden. Ik zeg geen ja of nee. Het gaat over iets waarvan ik niet weet of het wordt gerealiseerd. Het onderwerp komt aan de orde in het gesprek met de bonden en ik zal wel zien wat eruit komt.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Los van de inhoud: de Kamer gaat hier niet over. Dat horen wij normaliter van deze minister. Ik begrijp dat vanavond een aantal regels uiterst ruim geïnterpreteerd wordt.
Minister Hillen: Dat valt wel mee.

De motie van de heer Hernandez gaat over de soevereiniteit. De motie verzoekt de regering om de Nederlandse soevereiniteit op intern gebied nooit uit handen te geven en het beslissingsrecht over de inzet van onze krijgsmacht te behouden aan uitsluitend de Nederlandse regering. In het kader van de gesprekken over internationale samenwerking moet ik deze motie ontraden. Ik ben het met de absolute conclusie niet eens. We moeten zorgvuldig omgaan met onze soevereiniteit, maar internationale samenwerking leidt tot verplichtingen.

De motie van het lid El Fassed verzoekt de regering, extra in te zetten op het terugdringen van de overhead ten bate van de rest van het personeel en met een actieplan te komen hoe dit succesvol zal worden vormgegeven. Dat actieplan is de beleidsbrief en daarin staat het allemaal verwoord. Ik zie niet in wat ik daar verder nog aan moet toevoegen. Wat mij betreft is deze motie overbodig.

Dan de motie op stuk nr. 20 van het lid El Fassed waarin de regering wordt verzocht om maatregelen te nemen om te voorkomen dat de bezuinigingen ten koste gaan van kwaliteit en beschikbaarheid van opleidingen bij Defensie. Hier moet ik bezuinigingen ongedaan maken, want ik moet de klassen weer gaan verkleinen. Er is geen dekking aangegeven, dus ik moet het aannemen van deze motie ontraden.

Dan de motie van het lid El Fassed op stuk nr. 21 waarin de regering wordt verzocht om het aantal F-16 jachtvliegtuigen verder te verminderen, opdat er minder bezuinigd hoeft te worden op materieel en personeel dat wel goed inzetbaar is in gevechtssituaties in bevolkte gebieden. Ook het aannemen van deze motie moet ik ontraden omdat we het aantal gevechtsvliegtuigen dat wij nu hebben, nodig hebben.

Het aannemen van de laatste motie van het lid El Fassed op stuk nr. 22 om de zeventien Cougars te behouden moet ik eveneens afraden. We hebben op goede argumenten besloten om deze Cougars stil te zetten.

Ik kom op de motie van de leden Voordewind, Ten Broeke en Knops op stuk nr. 23 over UAV's in Nederland. Ik ga mijn best doen om die motie te realiseren. Ik durf nu niet te zeggen of het technisch kan, maar ik ga mijn best doen om te kijken of dat gaat lukken. Ik laat het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 24 waarin wordt verzocht om de sourcingagenda voor 2011 en 2012 aanzienlijk uit te breiden met concrete projecten voor het uitbesteden van onderhoud en de rapportage hierover mee te nemen in de reeds toegezegde halfjaarlijkse rapportage op de "milestones" met betrekking tot spoor 1, 2 en 3. Met "aanzienlijk" is veel mogelijk. Los van het feit dat ik een aantal activiteiten als agenda niet naar buiten wil brengen om niet al mijn kaarten op tafel te leggen, is het voor de rest een ondersteuning van beleid. Sourcing moet wat mij betreft een impuls hebben. Ik lees het dictum zoals ik het lees en dan laat ik het oordeel over aan de Kamer.

In de volgende motie op stuk nr. 25 wordt de regering verzocht om geen onomkeerbare bezuinigingsmaatregelen door te voeren op de operationele capaciteiten van Defensie voordat ook de maatregelen op bestuur en bedrijfsvoering als ook de opbrengsten na het afstoten van infrastructuur in detail uitgewerkt zijn. Daarmee kom ik absoluut in tijdsproblemen en daarom moet ik het aannemen van de motie ontraden. Het personeel zou dan ook langer moeten wachten op helderheid.

Het dictum van de motie op stuk nr. 28 luidt: verzoekt de regering niet alle tanks af te stoten met het oogmerk op het behoud van de operationele expertise en de tactische capaciteiten. Ook het aannemen van deze motie moet ik ontraden. Wij hebben besloten om de tanks af te stoten en wij zullen proberen om door samenwerking met andere landen de aanwezigheid daarvan en de kennis daarover binnen de krijgsmacht te houden. De tank als systeem willen wij echter in het geheel uitzetten. Als die voor een deel wordt behouden, dan moet je alles erbij houden. Daarmee zou de bezuiniging ongedaan worden gemaakt.

In relatie tot de DC-10 is gevraagd of deze nog twee jaar operationeel kan worden gehouden. Het voorstel is om dat financieel te dekken door de verkoop van militaire infrastructuur. Ik wil daar goed naar kijken. Naar mijn inschatting kan die dekking minder zwaar zijn. In de komende twee jaar zijn de KDC-10's in onderhoud. Er zal daarom ingehuurd moeten worden. Ik ga eens kijken hoe die kosten zich tot elkaar verhouden. Misschien houden die elkaar in evenwicht. Het gaat niet om het in bezit houden ervan, maar om het twee jaar langer laten doorvliegen ervan. Het advies bij die motie is dan ook positief.

De heer Van der Staaij verzoekt de regering bij motie om te onderzoeken of binnen de gegeven financiële kaders een beperkt

aantal tanks kan worden behouden en de Kamer daarover nader te berichten. Ik ontraad het aannemen van deze motie. Ik sta elke dag open voor nieuwe argumenten, maar op dit moment is het besluit genomen zoals het is genomen. Ik wil daarvoor op dit moment ook geen opening bieden.
Mevrouw Hachchi (D66): Ik heb nog een vraag in relatie tot mijn motie over Europese samenwerking. De minister adviseert de Kamer om deze aan te houden en het advies van de AIV af te wachten. Kan de minister aangeven wanneer hij dat AIV-advies verwacht?
Minister Hillen: De adviesaanvraag is nog niet zo lang geleden verstuurd. Ik durf het niet te zeggen. Ik laat het de Kamer weten. Ik stuur een briefje waarin ik dat aangeef.
De voorzitter: Daarmee is een eind gekomen aan de tweede termijn van de minister. Ter afsluiting noem ik de volgende toezeggingen op.

- In de memorie van toelichting bij de Defensiebegroting 2012 wordt teruggekomen op de certificering van opleidingen voor onderofficieren.

- Tweemaal per jaar, in de begroting en in het jaarverslag, biedt de minister een voortgangsrapportage over de drie sporen van de bezuinigingen aan de Kamer aan. De minister verzoekt de Algemene Rekenkamer om bij deze rapportages iedere keer een eigen oordeel te voegen.

- De minister zal nader onderzoek doen naar de mogelijke efficiencywinst over de spuiterij op Woensdrecht en de Kamer daarover voor het zomerreces informeren.

- De minister zal nader onderzoek doen naar de interne lening van het ministerie van Financiën inzake Defensievastgoed, in het bijzonder naar de looptijden en rentepercentages, en de Kamer daarover informeren voor het zomerreces.

- In de memorie van toelichting bij de Defensiebegroting zal ook worden ingegaan op de getalsmatige ontwikkeling van de personele formatie van de agentschappen van Defensie.

Ik dank de minister en zijn staf en de collega's. Ik kijk ook vol bewondering naar degenen die het tot het eind toe hebben volgehouden.

**
De heer Hernandez (PVV): Voorzitter, toch nog even een vraag. Er zijn volgens mij ook toezeggingen gedaan over moties waarop de minister nog zou terugkomen.


De voorzitter: De minister heeft over alle moties geadviseerd. Daarop volgt een eigen oordeel. Wij stemmen hierover volgende week dinsdag.

**
Sluiting: 23.11 uur.

1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina